Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat hudende regels met betrekking tt de pleiding, de aanstelling, de examinering en de uitrusting van verkeersregelaars (Regeling verkeersregelaars 2009) De Minister van Verkeer en Waterstaat, Gelet p de artikelen 12 en 13 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 33 van de Algemene wet erkenning EG-berepskwalificaties, de artikelen 56 en 58 van het BABW, artikel 30, tweede lid, van het RVV 1990 en artikel 5.3.51, tweede lid, en 5.3.61, derde lid, van het Vertuigreglement; Besluit: 1. Algemene bepalingen Artikel 1 In deze regeling wrdt verstaan nder: a. cnturmarkering: pvallende markering die dient m de hrizntale en verticale dimensie (lengte, breedte en hgte) van een vertuig aan te geven; b. evenement: eenmalige f peridiek terugkerende activiteit met verkeersaantrekkende werking, die hetzij maximaal één dag duurt, hetzij zich uitstrekt ver een aaneengeslten peride van meerdere dagen, vr zver het bevegd gezag dat tt het huden van het evenement vergunning heeft verleend als vrwaarde heeft gesteld dat verkeersregelend wrdt pgetreden; c. eenmalige evenementenverkeersregelaar: verkeersregelaar die ten beheve van één evenement is aangesteld; d. evenementenverkeersregelaar vr bepaalde tijd: verkeersregelaar die ten beheve van meerdere evenementen in een aaneengeslten peride van maximaal twaalf maanden is aangesteld; e. getuigschrift: dr f namens een pleidingsinstituut afgegeven certificaat als bewijs dat het therie- en het praktijkexamen in het kader van een pleiding tt verkeersregelaar met ged gevlg zijn afgelegd; f. migrerende berepsbeefenaar: migrerende berepsbeefenaar als bedeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EG-berepskwalificaties, die in Nederland het berep van transprtbegeleider f verkeersregelaar met in het kader van het berep verkeersregelende taken wenst uit te efenen; g. pvallende markering: een inrichting die dient m een vertuig van de zij- f achterkant gezien meer zichtbaarheid te geven dr weerkaatsing van het licht afkmstig van een niet tt dat vertuig behrende lichtbrn, waarbij de waarnemer zich nabij deze lichtbrn bevindt; h. vlledige cnturmarkering: een cnturmarkering die de mtrek van het vertuig aangeeft dr middel van een drlpende lijn. Artikel 2 Vr een aanstelling als verkeersregelaar kmen uitsluitend in aanmerking: a. persnen, die het berep van transprtbegeleider wensen uit te efenen; b. persnen, niet zijnde persnen als bedeld nder a, die in het kader van de uitefening van hun berep waar ndig verkeersregelende taken gaan verrichten, indien het verrichten van die taken naar het rdeel van het tt aanstelling bevegde gezag als hun hfdwerkzaamheden met wrden beschuwd f met wrden geacht nauw verband te huden met de uitefening van hun hfdwerkzaamheden; c. persnen, die ten beheve van één evenement f ten beheve van meerdere evenementen in een aaneengeslten peride van maximaal twaalf maanden, eenvudige verkeersregelende taken gaan verrichten.
2. Opleiding Artikel 3 1.De pleiding tt verkeersregelaar, met uitzndering van de categrieën evenementenverkeersregelaars, bestaat uit een theretisch en een praktisch gedeelte. Beide nderdelen wrden afgeslten met een examen, met dien verstande dat het praktijkexamen niet plaatsvindt dan nadat het therie-examen met ged gevlg is afgelegd. 2.Het praktijkexamen wrdt afgenmen in aanwezigheid van een vertegenwrdiger van de plitie. 3.Bij het praktijkexamen wrdt de geschiktheid van de kandidaat m als verkeersregelaar als bedeld in het eerste lid p te treden, berdeeld aan de hand van de in bijlage 1pgenmen criteria. 4.Vr aanstelling als eenmalige evenementenverkeersregelaar dient een standaardinstructie te zijn gevlgd. 5.Vr aanstelling als evenementenverkeersregelaar vr bepaalde tijd dient een uitgebreide theretische instructie te zijn gevlgd. Artikel 4 1.Een getuigschrift wrdt afgegeven nadat alle vereiste examens met ged gevlg zijn afgelegd. 2.Op het getuigschrift wrden in ieder geval pgenmen: naam, vrletters, gebrtedatum en adres van de betrkkene, de datum van afgifte van het getuigschrift en de naam van de afgevende instantie. Het getuigschrift dient dr de in artikel 3, tweede lid, bedelde vertegenwrdiger te zijn vrzien van een waarmerk. 3. Aanstelling transprtbegeleiders en verkeersregelaars met in het kader van het berep verkeersregelende werkzaamheden Artikel 5 1.Vr de aanstelling als transprtbegeleider kmen slechts in aanmerking persnen die: a. de leeftijd van 24 jaren hebben bereikt; b. vlden aan artikel 2.7.2 van het Arbeidstijdenbesluit verver dan wel in het bezit zijn van een geldig CCV-B-diplma Bereps- en Eigen Gederenverver; c. in het bezit zijn van een geldig rijbewijs vr de categrieën B, C en E; d. in het bezit zijn van een getuigschrift dat p de dag van de aanvraag niet uder is dan 6 maanden, f vrzver het betreft migrerende berepsbeefenaars, een certificaat waaruit blijkt dat met ged gevlg een preve van bekwaamheid is afgelegd f een verklaring waaruit blijkt dat gedurende een peride van negen maanden een aanpassingstage als bedeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EG-berepskwalificaties, is drlpen; en e. in het bezit zijn van een met het g p het ptreden als transprtbegeleider afgegeven verklaring mtrent het gedrag als bedeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvrderlijke gegevens, die p de dag van de aanvraag niet uder is dan twee maanden, f vrzver het betreft migrerende berepsbeefenaars, een hiermee vereenkmend dcument, afgegeven dr het bevegd gezag van de betrkken staat van rsprng f herkmst. 2.De in het eerste lid, nder d, bedelde preve van bekwaamheid wrdt vereenkmstig artikel 3, tweede en derde lid, afgelegd bij een pleidingsinstituut in Nederland. Artikel 4 is van vereenkmstige tepassing. De in het eerste lid, nder d, bedelde verklaring wrdt afgelegd dr de transprtbegeleider nder wiens verantwrdelijkheid de stage is drlpen.
Artikel 6 1.Vr de aanstelling als verkeersregelaar met in het kader van het berep verkeersregelende taken kmen slechts in aanmerking persnen die: a. de leeftijd van tenminste 18 jaren hebben bereikt; b. in het bezit zijn van een getuigschrift dat p de dag van de aanvraag niet uder is dan 6 maanden, f vr zver het betreft migrerende berepsbeefenaars, een certificaat waaruit blijkt dat met ged gevlg een preve van bekwaamheid is afgelegd f een verklaring waaruit blijkt dat gedurende een peride van negen maanden een aanpassingstage als bedeld in artikel 1, van de Algemene wet erkenning EG-berepskwalificaties is drlpen; c. in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring van de werkgever waaruit blijkt dat deze betrkkene in het kader van diens berep wenst in te zetten als verkeersregelaar; en d. in het bezit zijn van een met het g p het ptreden als verkeersregelaar met in het kader van het berep verkeersregelende werkzaamheden afgegeven verklaring mtrent het gedrag als bedeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvrderlijke gegevens, die p de dag van de aanvraag niet uder is dan twee maanden f vr zver het betreft migrerende berepsbeefenaars, een hiermee vereenkmend dcument, afgegeven dr het bevegd gezag van de betrkken staat van rsprng f herkmst. 2.Verkeersregelaars met in het kader van het berep verkeersregelende taken die in aanmerking kmen vr een aanstelling ingevlge artikel 56, eerste lid, nder a, van het BABW, dienen in afwijking van het eerste lid, nder c, in het bezit te zijn van een verklaring van de werkgever waaruit blijkt dat deze betrkkene in het kader van diens berep frequent in meerdere niet-aangrenzende gemeenten en niet uitsluitend in één prvincie wenst in te zetten als verkeersregelaar. Deze verklaring is niet vereist vr de aanstelling van persnen die als weginspecteur in dienst zijn van Rijkswaterstaat. 3.De in het eerste lid, nder b, bedelde preve van bekwaamheid wrdt vereenkmstig artikel 3, tweede en derde lid, afgelegd bij een pleidingsinstituut in Nederland. Artikel 4 is van vereenkmstige tepassing. De in het eerste lid, nder d, bedelde verklaring wrdt afgelegd dr de verkeersregelaar nder wiens verantwrdelijkheid de stage is drlpen. Artikel 7 1.De aanstelling van transprtbegeleiders en verkeersregelaars met in het kader van het berep verkeersregelende taken geschiedt vr een peride van vijf jaren en wrdt vastgelegd in een aanstellingsbesluit. Bij de aanstelling kan een beperking in de uitefening van de bevegdheid wrden pgelegd. 2.In het besluit, bedeld in het eerste lid, wrden tenminste de vlgende gegevens pgenmen: naam, vrletters, gebrtedatum en adres van de betrkkene, de einddatum van de aanstelling, de naam van de afgevende instantie, het afgiftenummer en de eventuele beperkingen in de uitefening van de bevegdheid. 3.Transprtbegeleiders en verkeersregelaars met in het kader van het berep verkeersregelende taken ntvangen tevens een aanstellingspas, die zij tijdens de uitefening van hun werkzaamheden bij zich dragen. Deze pas is vervaardigd van duurzaam en vchtbestendig materiaal. Op deze pas wrden tenminste de vlgende gegevens pgenmen: een pasft, de naam, de vrletters en de gebrtedatum van de betrkkene, de einddatum van de aanstelling, de naam van de afgevende instantie, het afgiftenummer van het aanstellingsbesluit, de eventuele beperkingen in de uitefening van de bevegdheid, alsmede de bedrijfsnaam van de werkgever. Artikel 8 1.De aanstelling van transprtbegeleiders en verkeersregelaars met in het kader van hun berep verkeersregelende taken kan telkens vr een peride van vijf jaren wrden verlengd, met dien verstande dat: a. transprtbegeleiders in het bezit zijn van een geldig CCV-B-diplma Bereps- en Eigen Gederenverver dan wel vlden aan artikel 2.7.2 van het Arbeidstijdenbesluit verver verver, in het bezit zijn van een geldig rijbewijs vr de categrieën B, C en E, en aannemelijk maken in het afgelpen jaar frequent als transprtbegeleider te hebben pgetreden;
b. verkeersregelaars met in het kader van het berep verkeersregelende taken, middels een schriftelijke verklaring van de werkgever aannemelijk maken in het afgelpen jaar in het kader van hetzelfde berep frequent verkeersregelend te hebben pgetreden. 2.De in het eerste lid bedelde verkeersregelaars zijn tevens in het bezit van een verklaring mtrent gedrag als bedeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvrderlijke gegevens, die p de dag van de aanvraag niet uder is dan twee maanden. 3.De in het eerste lid, nder b, en in het tweede lid bedelde verklaringen zijn niet vereist vr de verlenging van de aanstelling van verkeersregelaars die als weginspecteur in dienst zijn van Rijkswaterstaat. 4.De aanvraag tt verlenging wrdt uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de geldigheid van de eerder afgegeven aanstelling ingediend. 4. Aanstelling evenementenverkeersregelaars Artikel 9 1.Evenementenverkeersregelaars wrden aangesteld per evenement f vr een aaneengeslten peride van ten hgste twaalf maanden. Bij de aanstelling wrden beperkingen in de uitefening van de bevegdheid pgelegd. 2.Vr de aanstelling als evenementenverkeersregelaar vr bepaalde tijd kmen in aanmerking persnen die de leeftijd van tenminste 16 jaren hebben bereikt en die in het bezit zijn van een dr de plitie afgegeven instructieverklaring waaruit blijkt dat een uitgebreide theretische instructie is gevlgd. 3.Vr de aanstelling als eenmalige evenementenverkeersregelaar kmen in aanmerking persnen die de leeftijd van tenminste 16 jaren hebben bereikt en die in het bezit zijn van een instructieverklaring van de plitie waaruit blijkt dat zij de standaardinstructie hebben gevlgd. 4.Op de in het tweede en derde lid bedelde instructieverklaringen wrden vermeld: de naam, de vrletters en de gebrtedatum van de kandidaat, alsmede de datum van de instructie en de naam van de instructeur. Artikel 10 1.Evenementenverkeersregelaars dienen vr elke inzet de specifiek daarp tegesneden instructie te hebben gevlgd. 2.Instructies vr evenementenverkeersregelaars vinden plaats nder verantwrdelijkheid van de krpschef van het betrkken reginale plitiekrps. Artikel 11 1.De aanstelling van evenementenverkeersregelaars vr bepaalde tijd geschiedt vr een peride van ten hgste 12 maanden en wrdt vastgelegd in een aanstellingsbesluit. Vr eenmalige evenementenverkeersregelaars kan per evenement wrden vlstaan met één algemeen aanstellingsbesluit, waarvan de daarbij als bijlage gevegde grslijst met persnalia van de betrkkenen deel uitmaakt. 2.In de aanstellingsbesluiten, bedeld in het eerste lid, wrden per evenementenverkeersregelaar tenminste de vlgende gegevens pgenmen: de naam, de vrletters, de gebrtedatum en het adres van de betrkkene, de datum van afgifte, het afgiftenummer, de naam van de afgevende instantie en de beperkingen in de uitefening van de bevegdheid. 3.Evenementenverkeersregelaars vr bepaalde tijd ntvangen tevens een aanstellingspas, die zij tijdens de uitefening van hun werkzaamheden bij zich dragen. Deze pas is vervaardigd van duurzaam en vchtbestendig materiaal. Op deze pas wrden ten minste de vlgende gegevens pgenmen: een pasft, de naam, de vrletters en de gebrtedatum van de betrkkene, de einddatum van de aanstelling, het afgiftenummer van het aanstellingsbesluit en de naam van de afgevende instantie.
Artikel 12 Evenementenverkeersregelaars efenen hun taak uit nder direct tezicht van de plitie. Artikel 13 Evenementenverkeersregelaars die jnger zijn dan achttien jaren wrden bij de uitefening van hun taak slechts ingezet p wegen waar in het algemeen niet sneller wrdt gereden dan 50 km per uur en indien ter plaatse bij duisternis f slecht zicht vldende penbare straatverlichting aanwezig is. 5. Uitrusting Artikel 14 1.Tijdens de uitefening van hun taak dragen verkeersregelaars, alsmede persnen die ptreden tijdens praktijklessen f praktijkexamens in het kader van een pleiding tt verkeersregelaar, vr de duur van hun werkzaamheden, respectievelijk van deze praktijklessen f het praktijkexamen, een jas f hes, die vldet aan de mschrijving in bijlage 2. 2.Transprtbegeleiders maken vr het begeleiden van transprten waarvr een ntheffing als bedeld in artikel 149 van de wet is verleend, vr zver die begeleiding uit de ntheffing vrtvleit, gebruik van een begeleidingsvertuig dat vldet aan de mschrijving in bijlage 3, nderdeel A. 3.In het in het tweede lid bedelde begeleidingsvertuig zijn de hulpmiddelen, genemd in bijlage 3, nderdeel B, aanwezig. 4.Gedurende het in het tweede lid bedelde transprt wrdt de in bijlage 3, nderdeel A, bedelde verlichting geverd. 6. Intrekking van de aanstelling Artikel 15 1.Het ingevlge artikel 56, eerste lid, van het BABW bevegde bestuursrgaan kan de aanstelling intrekken indien: a. de aan het bevegde gezag verstrekte gegevens zdanig njuist f nvlledig dan wel in strijd met de waarheid blijken te zijn dat p de aanvraag een andere beslissing zu zijn genmen, indien bij de berdeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de beschikking dr het bevegde gezag in strijd met de wettelijke vrschriften is afgegeven; c. het bevegde gezag, na schriftelijke advisering dr de plitie, van rdeel is dat de betrkken transprtbegeleider, verkeersregelaar met in het kader van het berep verkeersregelende taken f evenementenverkeersregelaar vr bepaalde tijd tijdens werkzaamheden in die hedanigheid gedragingen heeft verricht waardr het verkeer in gevaar is f kn wrden gebracht f heeft gehandeld in strijd met vrschriften, gegeven bij f krachtens de wet; d. indien zulks naar het rdeel van het bevegde gezag ndig is in verband met verandering van wetgeving f gewijzigde mstandigheden f inzichten;
e. de transprtbegeleider, verkeersregelaar met in het kader van het berep verkeersregelende taken f evenementenverkeersregelaar vr bepaalde tijd daarte een verzek indient; f. de transprtbegeleider f verkeersregelaar met in het kader van het berep verkeersregelende taken niet meer het berep uitefent ten beheve waarvan de aanstelling is verleend. 2.De intrekking van de aanstelling geschiedt schriftelijk. 7. Overgangsrecht Artikel 16 1.Artikel 14, eerste lid, is gedurende vijf jaren na inwerkingtreding van deze regeling niet van tepassing p jassen en hessen die vr 1 januari 2010 in gebruik zijn genmen. 2.Artikel 14, tweede lid, is gedurende vijf jaren na inwerkingtreding van deze regeling niet van tepassing p begeleidingsvertuigen die p de datum van inwerkingtreding van deze regeling feitelijk in gebruik zijn als begeleidingsvertuig. 8. Sltbepalingen Artikel 17 [Wijzigt de Regeling permanente eisen.] Artikel 18 [Wijzigt de Regeling ptische en geluidssignalen.] Artikel 19 De Regeling verkeersregelaars wrdt ingetrkken. Artikel 20 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2009. Artikel 21 Deze regeling wrdt aangehaald als: Regeling verkeersregelaars 2009.
Deze regeling zal met de telichting in de Staatscurant wrden geplaatst. De Ministervan Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S. Eurlings Bijlage 1 Criteria, bedeld in artikel 3, derde lid: 1. De kandidaat-verkeersregelaar tnt zich tijdens het praktijkexamen gedurende 15 minuten bedreven in het p adequate en veilige wijze regelen van het verkeer. Dit wrdt aangetnd dr het kiezen van de juiste psitie(s) bij het geven van aanwijzingen aan de verkeersdeelnemers tijdens het regelen van het verkeer p een kruising waar het verkeersaanbd, naar het rdeel van de examinatren, gelijkmatig is verdeeld ver kruisende wegen en de intensiteit hiervan zdanig is dat bedelde bedrevenheid in redelijkheid is vast te stellen. 2. Vr de kandidaat-transprtbegeleider geldt vrts het vlgende: hij demnstreert he te rijden achter en vr een transprt; hij demnstreert dat hij de verkeersregels kent en laat een veilig en daadkrachtig weggedrag zien; hij tnt aan verkeersbrden en bewegwijzering te kunnen interpreteren; hij tnt aan inzicht te hebben in de verkeersrisic s welke samenhangen met het gedrag van andere verkeersdeelnemers en in de verkeersrisic s die het transprt met zich meebrengt; en hij tnt aan in staat te zijn m het pnthud vr het verige verkeer z veel mgelijk te beperken en de drstrming z veel mgelijk te bevrderen.
Bijlage 2 De hes van de verkeersregelaar bestaat uit een flurescerend gele bvenkant en een flurescerend ranje nderkant. Het scheidingsvlak van deze kleuren bevindt zich ter hgte van de nderkant van de armsgaten. Op dit scheidingsvlak is met retr-reflecterend grijs materiaal een rndm drlpende streep van 50 mm breedte aangebracht. Een srtgelijke rndm drlpende streep is k hrizntaal aangebracht p 50 mm bven de nderkant van het ranje deel van de hes. Tussen deze hrizntale strepen zijn, p 50 mm uit het midden van de armsgaten, twee srtgelijke verticale strepen aangebracht, zdat een ranje rechthek ntstaat. In deze rechthek is met hetzelfde grijze materiaal van 50 mm breedte een driehek aangebracht. Deze driehek is z grt mgelijk. De zijden en heken van deze driehek raken de grijze strepen van de rechthek niet. Tussen de rechtheken aan de vr- en achterkant van de hes zijn p de delen nder de armsgaten, p gelijke afstand tussen de hrizntale zijden van de rechthek, twee drlpende hrizntale grijze strepen aangebracht. De vr- en achterkant van de hes zijn gelijk, met dien verstande dat de hes aan de vrzijde een V-hals heeft. Als de hes aan de vrkant een pening heeft, dan zijn de grijze strepen en de driehek niet zichtbaar nderbrken (dr bijvrbeeld een ritssluiting). De hes mag k znder pening aan de vrkant zijn uitgeverd en wrdt in dat geval dus ver het hfd aangetrkken. Op de jas/hes kan links p de brst een lg met de bedrijfsnaam geplaatst wrden ter grtte van maximaal 11 11cm. Dit lg mag geen nderdelen van het retrreflecterende patrn afdekken. De kleuren van de verkeersregelaarskleding bevinden zich binnen de hekpunten van het betreffende gebied in het CIE-kleurendiagram. De cördinaten van deze hekpunten vr de verschillende kleuren zijn weergegeven in tabel 2. De minimale luminantiefactr van het flurescerend ranje bedraagt 0,40 cd/m 2, vr het flurescerend geel 0,70 cd/m 2 en het retrreflecterend grijs 0,10 cd/m 2. De minimale retrreflectiecëfficiënten in cd/(lx.m 2 ) zijn weergegeven in tabel 1. Tabel1 minimale retrreflectie cëfficiënten (cd/(lx.m 2 )): Invalshek/bservatiehek 5 20 30 40 12 330 290 180 65 20 250 200 170 60 1 25 15 12 10 1 30 10 7 5 4 Kleur Tabel 2 cördinaten CIE-kleurendiagram: Cördinaat nr x- cördinaat y-cördinaat Flurescerend ranje 1 0,610 0,390 2 0,544 0,376 3 0,579 0,341 4 0,655 0,344 Flurescerend geel 1 0,387 0,610 2 0,356 0,494 3 0,398 0,452 4 0,460 0,540 Retrreflecterend grijs 1 0,300 0,250
Kleur Tabel 2 cördinaten CIE-kleurendiagram: Cördinaat nr x- cördinaat y-cördinaat 2 0,365 0,325 3 0,330 0,360 4 0,270 0,290 De jas van de verkeersregelaar heeft als rmp de hierbven beschreven hes en heeft muwen in dezelfde flurescerend gele kleur als de bvenkant van de hes. Deze muwen hebben rndm elk minimaal twee retrreflecterende grijze banden van 50 mm breedte, waarvan er zich één p 50 mm bven de nderkant van de muw bevindt. In de hals van de jas mag een kraag zijn gezet. De jas die gebruikt wrdt dr verkeersregelaars die in functie zijn als weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, is vrts vrzien van een hrizntale blauwe band p de brst van 5 cm hg, p het scheidingsvlak van geel en ranje, aan zwel nder- als bvenzijde begrensd dr retrreflecterende banden van 5 cm hg.
Bijlage 3 Onderdeel A: eisen als bedeld in artikel 14, tweede lid 1) Het begeleidingsvertuig heeft ver een lengte van tenminste 2,50 meter een minimale daklijnhgte van 1,75 meter. 2) De kleur van de buitenzijde van het begeleidingsvertuig is geel RAL 1003, 1004 f 1023. 3) Het begeleidingsvertuig is vrzien van geel zwaai- knipper- f flitslicht. Hiernder wrdt verstaan verlichting, bestaande uit een set gele signaalverlichting. De verlichting is zdanig gemnteerd dat het signaal kan wrden waargenmen rndm het vertuig vanaf een afstand van 25 m vanaf het vertuig, gemeten p 1,50 m bven het wegdek. Ter ndersteuning van de set mag aan de vrzijde van het vertuig symmetrisch ten pzichte van de lengteas van het vertuig p een hgte tussen 0,40 m en 1,20 m bven het wegdek een set secundaire gele signaalverlichting zijn aangebracht. De zichthek van de secundaire set is ten hgste 90. De secundaire set is alleen in werking wanneer de primaire signaalverlichting is ingeschakeld. De secundaire set mag separaat uitschakelbaar zijn. 4) Het begeleidingsvertuig is vrzien van een verlichte transparant als bedeld in artikel 1.1 van de Regeling vertuigen, welke zdanig p het vertuig is bevestigd dat deze aan de achterzijde ged zichtbaar is. 5) Opvallende markering van het begeleidingsvertuig Cnturmarkering: Het begeleidingsvertuig is vrzien van vlledige cnturmarkering aan de zijkanten en de achterkant die vldet aan de vlgende eisen: De pvallende markering is z dicht mgelijk bij de rand van het begeleidingsvertuig aangebracht; De pvallende markering wrdt z hrizntaal en verticaal mgelijk aangebracht, aansluitend p de vrm, structuur, cnstructie en het gebruik van het begeleidingsvertuig; De afstand tussen de pvallende markering aan de achterkant en ieder verplicht remlicht met ten minste 200 mm bedragen; De kleur van de pvallende markering is wit f geel aan de zijkanten en rd, wit f geel aan de achterkant; Het materiaal vr de cnturmarkering vldet aan ECE-reglement nr. 104, klasse C, en artikel 127a van bijlage VIII van de Regeling vertuigen. Markering zijkanten: Binnen de cnturmarkering zijn de zijkanten vrzien van een markering uitgeverd als chevrnpijlen die naar de vrzijde van het begeleidingsvertuig zijn gericht, die vldet aan de vlgende eisen: De afmetingen van het ttale gemarkeerde gebied zijn minimaal 1,00 m in de lengterichting van het vertuig en minimaal 0,30 m hg; De breedte van de pijlen is 0,10 m, de kleur is afwisselend rd en geel; Het materiaal vldet aan ECE-reglement nr. 104, klasse E; De markering is zdanig aangebracht dat deze geen nadelige invled heeft p de effectiviteit van de cnturmarkering en de verplichte lichten en retrreflecterende vrzieningen. In ieder geval mgen de retrreflecterende chevrnpijlen niet meer dan 1/3 deel van de ttale ppervlakte binnen de mtrek van de cnturmarkering uitmaken. Markering vrkant: De vrkant is vrzien van een diagnale markering, uitgeverd in rde en witte lijnen, die vldet aan de vlgende eisen: De ppervlakte van het gemarkeerd gebied is minimaal 0,50 m 2 ; De breedte van de lijnen is minimaal 0,10 m en maximaal 0,12 m; De lijnen wijzen, nder een hek van 45 naar bven gericht, symmetrisch naar het verticale mediaanlangsvlak van het vertuig;
Het materiaal vldet aan ECE-reglement nr. 104, klasse E. Markering achterzijde: Binnen de cnturmarkering is de achterzijde vrzien van een diagnale markering uitgeverd in rde en witte lijnen, die vldet aan de vlgende eisen: De ppervlakte van het gemarkeerd gebied is minimaal 0,50 m 2 ; De breedte van de lijnen is minimaal 0,10 m en maximaal 0,12 m; De lijnen wijzen, nder een hek van 45 naar bven gericht, symmetrisch naar het verticale mediaanlangsvlak van het vertuig; Het materiaal vldet aan ECE-reglement nr. 104, klasse E. Overige eisen: Elk afznderlijk deel van het markeringsmateriaal is vrzien van een gedkeuringsmerk als bedeld in bijlage VIII van de Regeling vertuigen. 6) Het begeleidingsvertuig mag aan de beide zijkanten zijn vrzien van een bedrijfsnaam f -lg. Deze aanduiding bedraagt p beide zijden ten hgste 0,40 m bij 0,20 m.de aanduiding is niet retrreflecterend uitgeverd. 7) Het begeleidingsvertuig is aan de vr- en achterkant vrzien van de aanduiding cnvi exceptinnel. De aanduiding heeft een hgte van ten hgste 0,20 m en mag niet breder zijn dan het begeleidingsvertuig. De aanduiding is niet retrreflecterend uitgeverd. Onderdeel B: eisen bedeld als in artikel 15, derde lid In het begeleidingsvertuig zijn tenminste aanwezig: een ingebuwde cmmunicatie-installatie; een mbiel statin vr cmmunicatie tussen de transprtbegeleiders en de chauffeur van het exceptinele transprt; een GSM-telefn; een rlbandmeter van minimaal 20 meter; een hgtemeter van minimaal 5 meter; acht pylnen f zgenaamde klapbakens; rd/wit afzetlint; een zaklantaarn met rde kegel; een EHBO-set; en een ged werkende brandblusser van minimaal 2 kg.