Module Voeding
Colofon Auteur Henriëtte van Grinsven Redactie Linda Kleverlaan, Fundamentaal Beeld Arkamedia Met speciale dank aan Met dank aan: Kong Company Het Ontwikkelcentrum heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Bent u desondanks van mening dat we u hebben benadeeld, dan kunt u contact met ons opnemen. Eerste druk, 2015 2015 Ontwikkelcentrum, Ede, Nederland Email: info@ontwikkelcentrum.nl Internet: www.ontwikkelcentrum.nl Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opname of op enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Ontwikkelcentrum.
Inhoudsopgave Inleiding 4 1 Voedingsstoffen 5 1.1 Oriëntatie 5 1.2 Voedingsstoffen 5 1.3 Water 6 1.4 Eiwitten 6 1.5 Vetten 8 1.6 Koolhydraten 9 1.7 Mineralen 10 1.8 Vitaminen 11 1.9 Opdracht 12 2 Voersoorten 13 2.1 Oriëntatie 13 2.2 Soorten diervoeding 13 2.3 Grondstoffen 16 2.4 Vogelvoeders 18 2.5 Voeding vissen en terrariumdieren 18 2.6 Opdracht 20 3 Voer- en waterbehoefte 21 3.1 Oriëntatie 21 3.2 Het soort voer dat een dier nodig heeft 21 3.3 De hoeveelheid voer dat een dier nodig heeft 24 3.4 Rantsoenberekening 27 3.5 Opdracht 30 4 Welzijn en duurzaam voeren 31 4.1 Oriëntatie 31 4.2 Dierwelzijn 31 4.3 Opdracht 34 5 Voerproductie en verpakking 35 5.1 Oriëntatie 35 5.2 Voerproductie 35 5.3 Verpakking 37 5.4 Opdracht 39 6 Voedselgerelateerde problemen en vergiftigingen 41 6.1 Oriëntatie 41 6.2 Voedselhygiëne 41 6.3 Tekorten of overmaat 42 6.4 Veel voorkomende voedingsfouten 45 6.5 Giftige voedingsstoffen 48 6.6 Opdracht 50 Begrippenlijst 51 3
Inleiding Kwalificatiedossier Dierverzorging De module Voeding is onderdeel van een serie modulen voor het kwalificatiedossier Dierverzorging. Binnen dit kwalificatiedossier sluit de inhoud van deze module aan bij het Basisdeel Kerntaak 1 Zorgdragen voor dieren. Voeding De module bevat zes hoofdstukken met basisinformatie over voeding. Je leert over de verschillende voedingsstoffen, zoals vetten en eiwitten. Ook krijg je informatie aangereikt over soorten voer, over de essentiële verschillen tussen de verschillende soorten voer en over de samenstelling van voeding. Wat verder belangrijk is, is dat je weet wat de behoeften aan voedsel van verschillende dieren is. Ook is er aandacht voor welzijn en duurzaamheid, een onderwerp dat steeds meer in de belangstelling komt. Je vindt informatie over de productiemethoden en verpakkingen. En ten slotte worden de meest voorkomende gezondheidsproblemen behandeld. De module bevat niet alleen informatie over honden- en kattenvoeding, maar ook over voeding voor andere veel voorkomende diersoorten zoals konijnen, knaagdieren, vissen, terrariumdieren en vogels. Na het doorwerken van deze module heb je een goede basis om adviezen te geven over voeding en kun je je klanten helpen een goede keuze te maken uit het enorme aanbod. Verdiepingsstof Sommige onderdelen in deze module hebben een oranje kopje en zijn voorzien van een plusteken. Is dat het geval dan is er sprake van plusstof voor leerlingen die onderwijs volgen op niveau 4. Deze lesstof is in principe alleen voor deze leerlingen bedoeld. Veel leerplezier De auteur Bij dit boek ontvang je een éénjarige licentie op de digitale module. Je vindt de activatiecode op de achterzijde. In deze module vind je computersymbolen. Deze interactieve extra s, waaronder digitale opdrachten, bronnen en hulpmiddelen zijn te vinden in de digitale versie. 4
1 Voedingsstoffen 1.1 Oriëntatie Wat zit er in voeding? Elk levend wezen heeft voeding nodig. Ook een dier. Uit voeding haalt een dier de voedingsstoffen die nodig zijn voor bijvoorbeeld groei, herstel en stofwisseling. Maar wat is goed voer? Dat heeft menig dierenhouder zich wel eens afgevraagd. Om de kwaliteit van voer te kunnen beoordelen moet je weten hoe een goed voer is opgebouwd. Je moet weten wat er allemaal in moet zitten. 1.2 Voedingsstoffen Voedingsstoffen Een volledig voer bestaat in ieder geval uit zes verschillende voedingsstoffen: water, eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen en vitaminen. Je kunt voer opsplitsen in deze voedingsstoffen. Dit gebeurt bij diervoeders met de Weende-analyse. De Weende-analyse is een chemische analyse waarmee de gehaltes aan water, eiwitten, vetten, koolhydraten en mineralen wordt bepaald. De vitaminen kunnen niet apart bepaald worden. Bekijk de afbeelding. Een van de belangrijkste conclusies uit dit schema is dat voer is opgebouwd uit droge stof en water. Er blijft droge stof over, als je het vocht uit de voeding laat verdampen. Die droge stof wordt weer onderverdeeld in organische en anorganische stof. Organische stof komt uit de levende natuur en bestaat uit eiwitten, vetten en koolhydraten. In de analyse spreek je van ruw eiwit en ruw vet. De hoeveelheid ruw eiwit wordt berekend op basis van de hoeveelheid gemeten stikstof (N). Bij ruw vet horen nog andere stoffen, zoals vet oplosbare vitaminen. Dit zijn eigenlijk geen vetten, maar vitaminen die in het vet zijn opgelost. Anorganische stof is niet levend materiaal en bestaat voornamelijk uit mineralen. Na verbranding blijft as over en daarom noem je deze reststof ruwe as. Afb. 1.1 Splitsing van voer met de Weende-analyse. VOEDINGSStoffen 5
1. Welke organische voedingsstoffen zitten er in een voer? A. Koolhydraten, vetten, eiwitten, mineralen, vitaminen en water. B. Koolhydraten, vetten en eiwitten. C. Mineralen, vitaminen en water. D. Alle stoffen in de droge stof. 1.3 Water Het nut van water Water is een onmisbare voedingsstof. De meeste dieren kunnen enkele dagen tot weken zonder voedsel, maar zonder water zullen ze na enkele dagen uitdrogen en sterven. Water is onmisbaar voor belangrijke functies in het lichaam, bijvoorbeeld: als bouwstof van het lichaam (een dier bestaat voor zestig tot zeventig procent uit water); voor transport van voedingsstoffen en afvalstoffen; voor de warmteregulatie; voor melkproductie en groei; voor verschillende andere processen in het lichaam, zoals chemische omzettingen in de cellen. De opname van water Een dier heeft behoefte aan water. Dat krijgt hij op twee manieren binnen. Via het drinkwater en via het voer. Via het drinkwater is dat het gemakkelijkst. De hoeveelheid water in voeding is sterk afhankelijk van het soort voer. Droogvoer bevat meestal ongeveer 10% water, terwijl blikvoer wel 80% water kan bevatten. Een dier dat droogvoer eet zal dus meer drinken dan een dier dat blikvoer eet. Eigenaren denken soms dat veel drinken ligt aan een hoger zoutgehalte in het voer. Dit is meestal onjuist. Je kunt ook zelf water aan voer toevoegen. Maar, pas op! Je kunt een voer ook te waterig maken. Als een voer meer dan 80% water bevat, kan een dier hier onvoldoende van eten. Het maagdarmkanaal zit vol, maar het dier heeft niet genoeg droge stof opgenomen. Dat betekent dat het dier onvoldoende voedingsstoffen binnen heeft gekregen om energie uit te halen. Hierdoor ontstaan tekorten. 2. Op welke manier krijgt een dier water binnen? A. Via drinkwater. B. Via voer C. Via voer en drinkwater. 1.4 Eiwitten Bouwstof Eiwitten worden opgenomen uit de voeding. Ze worden in het lichaam voornamelijk gebruikt als bouwstof. Eiwitten zijn onmisbaar bij groei en herstel van het lichaam, want een dier heeft eiwitten uit voeding nodig om zijn eigen eiwitten mee op te bouwen. Eiwitten zijn bovendien lekker en daarom onmisbaar om een voer smakelijk te maken. Naast leverancier van bouwstoffen, leveren eiwitten ook energie. Dat gebeurt als eiwitten verbrand worden. Dit noem je een vuile brandstof. Na verbranding blijft de afvalstof ureum over en deze moet door de nieren worden uitgescheiden. Op de verpakking van voeding staat in de analyse de hoeveelheid eiwit aangegeven als percentage ruw eiwit. 6 VOEDINGSStoffen