college 4: Kansrekening

Vergelijkbare documenten
Combinatoriek en rekenregels

3.0 Voorkennis. Het complement van de verzameling V is de verzameling Dit zijn alle elementen van de uitkomstenverzameling U die niet in V zitten.

Permutaties Combinaties Binomiaalcoëfficiënt Variaties. Combinatoriek. W. Oele. 27 januari W. Oele Combinatoriek

Hoofdstuk 4 Kansrekening

11.1 Kansberekeningen [1]

Bij het oplossen van een telprobleem zijn de volgende 2 dingen belangrijk: Is de volgorde van de gekozen dingen van belang?

Combinatoriek en rekenregels

7.0 Voorkennis , ,

Combinatoriek en rekenregels

VOOR HET SECUNDAIR ONDERWIJS. Kansrekening voor de derde graad. Werktekst voor de leerling. Prof. dr. Herman Callaert

Faculteit, Binomium van Newton en Driehoek van Pascal

Combinatoriek. Wisnet-hbo. update aug. 2007

Kansrekening en Statistiek

Laplace Experimenteel Intuïtie Axiomatisch. Het kansbegrip. W. Oele. 27 januari W. Oele Het kansbegrip

Medische Statistiek Kansrekening

Overzicht. Statistiek voor Informatica Hoofdstuk 2: Voorwaardelijke kansen. Voorwaardelijke kans. Voorbeeld: Probabilistisch redeneren

Samenvatting Wiskunde B Leerboek 1 examenstof

1 Beginselen kansrekening

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde

Meetkundige Ongelijkheden Groep 2

Paper 2 Bijlage 1: Lesplan (volgens MDA); Wil Baars

Kansrekening en Statistiek

Rekenen met cijfers en letters

Binomiale verdelingen

9.0 Voorkennis. Bij samengestelde kansexperimenten maak je gebruik van de productregel.

Populatie: De gehele groep elementen waarover informatie wordt gewenst.

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde

Kansrekening en Statistiek

3.1 Haakjes wegwerken [1]

Meetkundige ongelijkheden Groep A

1.0 Voorkennis. Getallenverzameling = Verzameling van getallen met een bepaalde eigenschap

4.0 Voorkennis. Bereken het aantal manieren om de functies te verdelen:

Samenvatting Wiskunde A kansen

5.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: In een vaas zitten 10 rode, 5 witte en 6 blauwe knikkers. Er worden 9 knikkers uit de vaas gepakt.

1 Introductie. 2 Oppervlakteformules

7,7. Samenvatting door Manon 1834 woorden 3 mei keer beoordeeld. Wiskunde C theorie CE.

In het vervolg gaan we steeds uit van een verzameling A bestaande uit n verschillende objecten. We geven de elementen van A een naam door ze te

Kansrekenen. Lesbrief kansexperimenten Havo 4 wiskunde A Maart 2012 Versie 3: Dobbelstenen

Paragraaf 4.1 : Kansen

is, dat de zijde met cijfer boven te liggen komt, evenzo als de kans voor de koningin 1 2

METACOGNITIEVE VRAGEN-kaart V4WA MW 10 H3: Telproblemen

Logisch denken over kansen

bijspijkercursus wiskunde voor psychologiestudenten bijeenkomst 8 [PW] appendix D.1: kansrekening extra stof

2.1 Kansen [1] Er geldt nu dat de kans op som is 6 gelijk is aan: P(som is 6) =

Statistiek voor A.I. College 6. Donderdag 27 September

Kansrekening en Statistiek

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

Hoofdstuk 4 Kansen. 4.1 Randomheid

Laat men ook transversalen toe buiten de driehoek, dan behoren bij één waarde van v 1 telkens twee transversalen l 1 en l 2. Men kan ze onderscheiden

Syllabus Verzamelingen en Kansrekening

Paragraaf 7.1 : Het Vaasmodel

5.1 Herleiden [1] Herhaling haakjes wegwerken: a(b + c) = ab + ac (a + b)(c + d) = ac + ad + bc + bd (ab) 2 = a 2 b 2

Kansrekening en Statistiek

Kansrekening en Statistiek

Statistiek = leuk + zinvol

Overzicht voor deze voormiddag. Inleiding Kansrekening en Statistiek: een eigen discipline. Lesmateriaal en ICT ondersteuning: korte info

wiskundeleraar.nl

4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden

4.1 Rekenen met wortels [1]

(iii) Enkel deze bundel afgeven; geen bladen toevoegen, deze worden toch niet gelezen!

3 Kansen vermenigvuldigen

Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters

1 Cartesische coördinaten

Kansrekening en statistiek WI2105IN deel I 4 november 2011, uur

Lesbrief Hypergeometrische verdeling

Uitwerkingen toets 9 juni 2010

Kansrekening en Statistiek

Gezamenlijke kansverdeling van twee stochasten

4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden

Combinatoriek en kansrekening

Kansrekening en Statistiek

Hoe bereken je een kans? Voorbeeld. aantal gunstige uitkomsten aantal mogelijke uitkomsten P(G) =

Wiskunde D Online uitwerking oefenopgaven 4 VWO blok 3 les 1

x 2x x 4x x 1x x 8x x x 12 = 0 G&R vwo B deel 1 1 Vergelijkingen en ongelijkheden C. von Schwartzenberg 1/25

Kansrekening en Statistiek

14.1 Kansberekeningen [1]

Combinatoriek en rekenregels

glas tot aan vloer doorvalveilig (gelaagd) metselwerk: Tilburg (rood gemeleerd) metselwerk: Tilburg (rood) bk. nok 8.

Kansrekening en Statistiek

MXP 5223 DS 1400 E Jetwave MOC 5241 On Cue RFS 511 TS DEC Series RFS 518 TS RCS Series RMS Series RMS Series

Eerste ronde Nederlandse Wiskunde Olympiade

Cabri-werkblad. Driehoeken, rechthoeken en vierkanten. 1. Eerst twee macro's

Samenvatting Statistiek

Definitie: Een enkelvoudige weddenschap is het eenvoudigste type weddenschap. Je doet als het ware een

Uitwerkingen Hst. 10 Kansverdelingen

1.1 Rekenen met letters [1]

Statistiek, gegevens en een kritische houding

13.1 Kansberekeningen [1]

De Cirkel van Apollonius en Isodynamische Punten

Enkel-, Dubbelverhouding en Harmonische Objecten

Matrixalgebra (het rekenen met matrices)

Transcriptie:

college 4: Kansrekening Deelgebied van de statistiek Doel: Kansen berekenen voor het waarnemen van bepaalde uitkomsten

Kansrekening 1. Volgordeproblemen Permutaties Variaties Combinaties 2. Kans 3. Voorwaardelijke Kans 4. Medische Diagnostiek

1. Volgordeproblemen Permutaties of In hoeveel geordende rijtjes (permutaties) kunnen we n (verschillende) objecten plaatsen? n = 2 n = 3 n = 4 observaties AB ABC ABCD BACD CABD DABC BA ACB ABDC BADC CADB DACB BAC ACBD BCAD CBAD DBAC BCA ACDB BCDA CBDA DBCA CAB ADBC BDAC CDAB DCAB CBA ADCB BDCA CDBA DCBA 2 6 24 permutaties

Permutaties In hoeveel geordende rijtjes kunnen we n verschillende objecten plaatsen? (= Hoeveel permutaties van n objecten bestaan er.) In n! = n x (n-1) x (n-2) x (n-3) x... x 2 x 1 permutaties n! wordt uitgesproken als n faculteit afspraak: 0! = 1 1! = 1, 2! = 2, 3! = 6, 4! = 24,...

Variaties Uit een verzameling van n objecten stel je een geordend rijtje van lengte k samen. Hoeveel verschillende keuzes of variaties heb je? n = 4: A B C D k 1 A, B, C of D Aantal mogelijkheden 4 2 3 AB (als eerste A dan B), AC, AD, BA, BC, BD, CA, CB, CD, DA, DB, DC 12 24

Variaties Uit een verzameling van n objecten stel je een geordend rijtje van lengte k samen. Hoeveel verschillende keuzes of variaties heb je? Het aantal variaties van k objecten uit n objecten is n x (n-1) x... x (n-k+1) of n! (n k)! n x (n-1) x... x (n-k+1) x (n-k) x (n-k-1) x... x 2 x 1 n n-k

Combinaties Uit een reeks van n objecten kies je deelverzamelingen van k objecten. Hun volgorde doet er niet toe. Hoeveel combinaties kan je samenstellen? k = 2, n = 4 12 variaties AB AC AD BC BD CD BA CA DA CB DB DC k = 2, n = 4 6 combinaties Alle variaties die dezelfde combinatie van objecten bevatten tellen nu niet meer apart mee. Elk zo n groepje van k objecten kan in k! volgordes voorkomen

Combinaties Uit een reeks van n objecten kies je deelverzamelingen van k objecten. Hun volgorde doet er niet toe. Hoeveel combinaties kan je samenstellen? Het aantal combinaties van k uit n is het aantal variaties van k uit n gedeeld door het aantal permutaties van k objecten. n over k n! k!(n k)! = n k verkorte notatie

Teruglegging Tot nu toe kon een gekozen object niet meer dan een keer in een reeks verschijnen Als dat wel kan spreken we van loten met teruglegging Het aantal volgordes van k objecten uit een totaal van n dat je dan kan krijgen is n k n = 4: A B C D k = 2: AA AB AC AD BA BB BC BD CA CB CC CD DA DB DC DD

2. Kansrekening Kansmodel van een verschijnsel Kansen berekenen van de mogelijke uitkomsten Kansdefinitie van Laplace Hoe definieer je het begrip kans? Experimentele Kansdefinitie Axiomatische Kansdefinitie Subjectief Kansbegrip (met extra voorkennis, waardeoordeel)

Kansdefinitie van Laplace: Alle uitkomsten zijn gelijkwaardig = treden op met dezelfde kans P(gebeurtenis) = aantal gunstige uitkomsten totaal aantal mogelijke uitkomsten P(even worp) = Experimentele Kansdefinitie: Experimentele wet v/d grote aantallen: als het aantal pogingen n toeneemt, stabiliseert de frequentie van elk type gebeurtenis zich: P(gebeurtenis) = lim n aantal gebeurtenissen uit n pogingen n

Axiomatische Kansdefinitie (Kolmogorov) De verzameling van alle mogelijke uitkomsten heet S (Uitkomstenruimte) Deelverzamelingen van S heten gebeurtenissen De elementen van S zijn elementaire gebeurtenissen Deelverzamelingen van meer dan een element heten samengestelde gebeurtenissen 1. P(S) = 1 experiment:1 worp S ={ } A: even aantal ogen A = { } doorsnee 2. 0 P(A) 1 voor elke gebeurtenis A 3. Als A, B, C lege doorsnedes hebben (= losliggend of disjunct zijn), dan is P(A B C...) = P(A) + P(B) + P(C) +... vereniging

Rekenregels voor Kansen P( ) = 0 Complementregel: onmogelijke gebeurtenis (ook lege gebeurtenis genoemd) P(A) = P(niet-A) = 1 - P(A) A niet -A Algemene Optelregel: en = doorsnee De kans op A of B = P(A B) = P(A) + P(B) - P(A B) de kans op A, plus de kans op B, min de kans op A en B P( ) = 1-P( ) P( U ) = P( )

3. Voorwaardelijke Kansen Wat is de kans op een even uitkomst als we al weten dat de worp kleiner dan vijf is? = gebeurtenissen die zowel aan de extra als aan de a priori voorwaarde voldoen gebeurtenissen die aan de a priori voorwaarde voldoen De kans op gebeurtenis A, gegeven gebeurtenis B (onder voorwaarde B) is P(A B) = P(A B) P(B)

Wat is de kans op een uitkomst groter dan vier als we al weten dat de worp kleiner dan drie is? P(A B) = 0 P(A B) = 0 Wat is de kans op een uitkomst groter dan vier als we al weten dat de dobbelsteen in warenhuis V&D is gekocht? Als P(A B) = P(A) zijn gebeurtenissen A en B onafhankelijk Het voorkomen van voorwaarde B zegt niets over de kans op het observeren van gebeurtenis A

Algemene Productregel P(A B) = P(A) P(B A) De kans op een gebeurtenis die voldoet aan twee voorwaarden is de kans dat aan de ene voorwaarde is voldaan de kans dat ook aan de tweede is voldaan, gegeven de eerste Speciale Productregel A en B onafhankelijk P(A B) = P(A) P(B)

Experimenten met en zonder teruglegging 1 Toepassing Productregel Loten: Is de kans op een gebeurtenis in de tweede trekking afhankelijk van de gebeurtenis in de eerste trekking? Met teruglegging: nee Trekkingen zijn onafhankelijke experimenten Alle uitkomsten kunnen in elke trekking met dezelfde kans optreden P(twee keer wit) = P(wit in trekking 1 )P(wit in trekking 2)=(2/3)(2/3) Zonder teruglegging: Ja P(twee keer wit) = P(wit in 1) P(wit in 2 wit in 1) = (2/3)(1/2) 2

Kansbomen Voor een opeenvolging van gebeurtenissen wordt de kans berekend door de kansen langs de takken te vermenigvuldigen Opstaan Ontbijten Pendelen rechterbeen (0.9) wel koffie (0.8) geen koffie (0.2) trein gehaald (0.9) trein gemist (0.1) trein gehaald (0.9) trein gemist (0.1) P(l-,k+,t+)=0.648 P(l-,k+,t-)=0.072 P(l-,k-,t+)=0.162 P(l-,k-,t-)=0.018 linkerbeen (0.1) wel koffie (0.8) trein gehaald (0.3) P(l+,k+,t+)=0.024 trein gemist (0.7) P(l+,k+,t-)=0.056 geen koffie (0.2) trein gemist (1) P(l+,k-,t-)=0.02

P(A B) P(A B) = P(B) De Regel van Bayes bereken voorwaardelijke kans, mits overige kansen gegeven We combineren en tot P(A B) P(B A) = P(A) P( A B) = P(B A) P(A) De Regel van Bayes P(A B) = P(B A) P(A) P(B)

4. Medische Diagnostiek Sensitiviteit: P(test-uitslag positief patient positief) Specificiteit: P(test-uitslag negatief patient negatief) Prevalentie: relative frequentie van positieven in de populatie Ideale test: Sensitiviteit 1, specificiteit 1 In de praktijk: als een nieuwe test de sensitiviteit vergroot, neemt meestal de specificiteit af Positief voorspellende waarde van een test in een gegeven populatie: kans dat iemand met een positieve uitslag ook positief is

Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker (C) prevalentie (tussen 30 en 55 jaar): P(C) = 0.005 Sensitiviteit P(+ C) = 0.95 Specificiteit P(- C) = 0.98 Wat is de kans op een positieve uitslag (+)? P(+) = P(+ C)P(C) + P(+ C)P(C) = 0.95 0.005 + 0.02 0.995 = 0.025

Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker Wat is de kans dat een vrouw met een positieve uitslag (+) werkelijk een cervixcarcinoom (C) heeft? = P(+ C)P(C) P(+ C)P(C) + P(+ C)P(C) positief voorspellende waarde = 0.95 0.005 0.95 0.005 + 0.02 0.995 = 0.19