Paragraaf 7.1 : Het Vaasmodel

Vergelijkbare documenten
11.1 Kansberekeningen [1]

Bij het oplossen van een telprobleem zijn de volgende 2 dingen belangrijk: Is de volgorde van de gekozen dingen van belang?

7.0 Voorkennis , ,

3.1 Het herhalen van kansexperimenten [1]

5.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: In een vaas zitten 10 rode, 5 witte en 6 blauwe knikkers. Er worden 9 knikkers uit de vaas gepakt.

Paragraaf 4.1 : Kansen

6 5 x 4 x x 3 x x x 2 x x x x 1 x x x x x x 5 4 x 3 x 2 x opgave a opgave b opgave c

13.1 Kansberekeningen [1]

Paragraaf 9.1 : De Verwachtingswaarde

Antwoorden Wiskunde Hoofdstuk 1 Rekenen met kansen

14.1 Kansberekeningen [1]

Lesbrief Hypergeometrische verdeling

Uitwerkingen Hst. 10 Kansverdelingen

Paragraaf 9.1 : De Verwachtingswaarde

9.0 Voorkennis. Bij samengestelde kansexperimenten maak je gebruik van de productregel.

bijspijkercursus wiskunde voor psychologiestudenten bijeenkomst 8 [PW] appendix D.1: kansrekening extra stof

Paragraaf 4.1 : Vermenigvuldig- en Somregel

d. P(2 witte kn. ) = P(2 witte kn. en 1 niet witte kn,) = 0, rode, 12 blauwe en 32 witte knikkers ; 6 knikkers pakken zonder terugleggen.

Kern 1 Rekenen met binomiale kansen

VB: De hoeveelheid neemt nu met 12% af. Hoeveel was de oorspronkelijke hoeveelheid? = 1655 oud = 1655 nieuw = 0,88 x 1655 = 1456

2.1 Kansen [1] Er geldt nu dat de kans op som is 6 gelijk is aan: P(som is 6) =

Faculteit, Binomium van Newton en Driehoek van Pascal

H9: Rijen & Reeksen H10: Kansverdelingen H11: Allerlei functies.5-6

Hoe bereken je een kans? Voorbeeld. aantal gunstige uitkomsten aantal mogelijke uitkomsten P(G) =

Combinatoriek en rekenregels

HOOFDSTUK 6: Kansrekening. 6.1 De productregel. Opgave 1: a. 3 van de 4 knikkers zijn rood. P(rood uit II. Opgave 2: a. P(twee wit

In de Theorie worden de begrippen toevalsvariabele, kansverdeling en verwachtingswaarde toegelicht.

Combinatoriek en rekenregels

H10: Allerlei functies H11: Kansverdelingen..6-7

Binomiale verdelingen

Kansberekeningen Hst

Samenvatting Wiskunde A

Hoofdstuk 11: Kansverdelingen 11.1 Kansberekeningen Opgave 1: Opgave 2: Opgave 3: Opgave 4: Opgave 5:

6. Op tafel liggen 10 verschillende boeken. Op hoeveel verschillende manieren kunnen 3 jongens daar ieder 1 boek uit kiezen?

Combinatoriek en rekenregels

Lesbrief hypothesetoetsen

Opgaven voor Kansrekening

Wiskunde D Online uitwerking oefenopgaven 4 VWO blok 3 les 1

Oefeningen statistiek

Opgaven voor Kansrekening

3.0 Voorkennis. Het complement van de verzameling V is de verzameling Dit zijn alle elementen van de uitkomstenverzameling U die niet in V zitten.

Keuze onderwerp: Kansrekening 5VWO-wiskunde B

1 Kansbomen. Verkennen. Uitleg. Theorie en Voorbeelden. Beantwoord de vragen bij Verkennen.

Praktische opdracht Wiskunde A Patience

1BA PSYCH Statistiek 1 Oefeningenreeks 3 1

Samenvatting Wiskunde A kansen

H8: Regelmaat & verandering H9: Kansverdelingen...4-7

Voorbeeld 1: kansverdeling discrete stochast discrete kansverdeling

Kansrekening en Statistiek

Kansrekening en statistiek WI2105IN deel I 4 november 2011, uur

4.0 Voorkennis. Bereken het aantal manieren om de functies te verdelen:

Paragraaf 2.1 : Telproblemen visualiseren

wiskundeleraar.nl

Opgaven voor Kansrekening - Oplossingen

Havo 4, Handig tellen en Kansrekenen.

5 Totaalbeeld. Samenvatten. Achtergronden. Testen

EXAMENTOETS TWEEDE PERIODE 5HAVO MLN/SNO

Hoofdstuk 5 Rekenen met kansen uitwerkingen

Bovenstaand schema kan je helpen bij het bepalen van het soort telprobleem en de berekening van het aantal mogelijkheden 2.

5 keer beoordeeld 4 maart Wiskunde H6, H7, H8 Samenvatting

Tentamen Kansrekening en Statistiek (2WS04), dinsdag 17 juni 2008, van uur.

2.0 Voorkennis (64 36) Haakjes (Stap 1) Volgorde bij berekeningen:

3 Kansen vermenigvuldigen

VOOR HET SECUNDAIR ONDERWIJS. Kansmodellen. 3. Populatie en steekproef. Werktekst voor de leerling. Prof. dr. Herman Callaert

Antwoorden Kans en Stat H4 Discrete verdelingen 1 = 7 = Opg. 3a. aantal kans. P(aantal=10) = aantal kans.

Antwoorden Kans en Stat H3 Discrete verdelingen

Kansrekenen. Lesbrief kansexperimenten Havo 4 wiskunde A Maart 2012 Versie 3: Dobbelstenen

Hoofdstuk 1 Tellen en kans uitwerkingen

Kansrekening en Statistiek

Medische Statistiek Kansrekening

Durft u het risico aan?

2 Kansen optellen en aftrekken

college 4: Kansrekening

Praktische opdracht Wiskunde som van de ogen van drie dobbelstenen

Tentamen Wiskunde A. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

Kansrekening en statistiek wi2105in deel I 29 januari 2010, uur

Paragraaf 10.1 : Populatie en Steekproef

Som 23 kan met 6665 en som 24 met Dus totaal gunstige uitkomsten.

Paper 2 Bijlage 1: Lesplan (volgens MDA); Wil Baars

KANSREKENEN EN VERDELINGEN REEKS 1

Combinatoriek en rekenregels

Combinatoriek. Wisnet-hbo. update aug. 2007

1. De wereld van de kansmodellen.

Tentamen Wiskunde A. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

Tentamenset A. 2. Welke van de volgende beweringen is waar? c. N R N d. R Z R

extra sommen Statistiek en Kans

15.1 Beslissen op grond van een steekproef

Paragraaf 5.1 : Wortelvormen en Breuken

wordt niet verworpen, dus het beïnvloedt de levensduur niet significant

Beslissen op grond van een steekproef Hoofdstuk 15

Statistiek voor A.I. College 6. Donderdag 27 September

Werken met de grafische rekenmachine

Opdrachten Toeval Opdrachten Toeval Opdracht 1.1 (Bestaat toeval) Opdracht 1.2(toeval in de natuur)

wiskunde A vwo 2017-II

Kansrekening en Statistiek

Laplace Experimenteel Intuïtie Axiomatisch. Het kansbegrip. W. Oele. 27 januari W. Oele Het kansbegrip

Eindexamen wiskunde A havo I

Transcriptie:

Hoofdstuk 7 Kansrekening (V4 Wis A) Pagina 1 van 8 Paragraaf 7.1 : Het Vaasmodel Les 1 : Kansen Herhalen kansen berekenen Hoe bereken je de kans als je een aantal keren achter elkaar een experiment uitvoert? Dat kan op twee manieren : (1) P( ) = kans op één rijtje x het aantal verschillende rijtjes (2) Kans = Gunstige uitkomsten Totaal aantal uitkomsten In een vaas zitten 2 blauwe, 5 groene en 8 rode knikkers. Guus pakt knikkers. Bereken de kans dat: a. Hij 2 groene en een blauwe pakt. b. Hij verschillende kleuren heeft. We zullen bij beide vragen beide oplossingen laten zien : a. b. (1) (2) (1) (2) 5 4 2 P( GGB) 0,044 2 14 1 528 2 1 0 10 2 1 P( GGB) 0,044 455 6 8 5 2 P( RGB) 0,176 1 14 1 5 28 1 1 1 P( RGB) 0,176 Voorbeeld 2 Op een training zijn er 4 paarse, witte en 8 rode hesjes. De trainer pakt uit de stapel hesjes Bereken de kans dat: a. hij 2 of rode pakt. b. hij minder dan witte pakt.

Hoofdstuk 7 Kansrekening (V4 Wis A) Pagina 2 van 8 Oplossing 2 a. P(RRR) of P(RRR) = 0 7 8 1 7 2 8 = 0,554 b. P(WWW) of P(WWW) of P(WWW) = 1 12 2 2 12 1 12 0 = 0,998

Hoofdstuk 7 Kansrekening (V4 Wis A) Pagina van 8 Paragraaf 7.2 : De complementregel Les 1 : Complementregel Definitie complementregel De complementregel gebruik je als de kans die je NIET wil berekenen veel makkelijker / korter is dan de kans die je wel wil berekenen. P (A) + P(niet A) = 1 P (A) = 1 - P(niet A) Voorbeelden Je gooit met twee dobbelstenen. Je kijkt naar de som. (1) P ( minstens ) = P() + P(4) + P(5) + P(12) = 1 - P(2) = 1 1 = 5 6 (2) P ( geen ) = P(2) + P(4) + P(5) + P(12) = 1 - P() = 1 2 6 = 4 6 6 Op een extra pupillentraining zijn F-jes, 5 E-tjes en 2 D spelertjes. Voor de eerste oefening kiest de trainer 4 pupillen. Bereken de kans dat : a. Er precies 2 D spelers zitten. b. Minstens 1 F spelers zitten. a. P(NNNN)=P(DDDD) = (2 2 )(8 2 ) = 112 ( 10 4 ) 210 b. P(minstens 1 F) = 1 P(geen F) = 1 P(AAAA) = 1 - ( 0 )(7 4 ) ( 10 4 ) = 5 210 Voorbeeld 2 Bij een loterij zijn 90 loten verkocht. Er is een hoofdprijs van 80 euro en vijf tweede prijzen van 0 euro. Geoffrey heeft voor Michelle 4 loten gekocht. Bereken de kans dat Michelle a. precies één prijs wint. b. minstens één prijs wint.

Hoofdstuk 7 Kansrekening (V4 Wis A) Pagina 4 van 8 Oplossing 2 a. P(PPPP) = 4 90 84 1 6 = 0,224 b. P(minstens één prijs) = P(1) + P(2) + P() + P(4) = = 1 P(0 prijzen) = 1 - P(PPPP) = 4 90 4 84 0 6 1 = 0,245

Hoofdstuk 7 Kansrekening (V4 Wis A) Pagina 5 van 8 Les 2 : Complementregel bij vaste kans Definitie P( meer experimenten) = kans op één rijtje x het aantal verschillende rijtjes Als je weet dat A 25% en B 75% kans heeft om een spel te winnen, dan geldt : P ( AABBB) 0,25 0,25 0,75 0,75 0,75 aantal 0,25 2 0,75 5 2 12% van de meisjes in de bovenbouw rookt. Je vraagt aan 9 meisjes of ze roken. Bereken de kans dat : a. Er precies roken. b. Er precies 2 roken. c. Er hoogstens 8 roken. d. Er minstens 2 roken. a. P(rrrnnnnnn) = ( 9 ) 0,12 0,88 6 = 0,0674 b. P(rrnnnnnnn) = ( 9 2 ) 0,122 0,88 7 = 0,2119 c. P(hoogstens 8) = 1 P(9r) = 1 0,12 9 = 1 d. P(minstens 2) = 1 P(1r) P(0r) = 1-( 9 1 ) 0,121 0,88 8-0,88 9 = 0,2951

Hoofdstuk 7 Kansrekening (V4 Wis A) Pagina 6 van 8 Paragraaf 7. Trekken met of zonder terugleggen Les 1 : Vaste of wisselende kans (Met of zonder terugleggen) Er zijn twee soorten kansen : (1) Vaste kans (met terugleggen) Wanneer Gebruik je als de kans op 1 e rode kans op 2 e rode. Gebruik je als er vaste kans of percentage wordt gegeven. (=binomiale verdeling) P(X = k) = kans op één rijtje x het aantal rijtjes = ( n k )pk (1 p) n k (2) Wisselende kans (zonder terugleggen) Wanneer Gebruik je als de kans op 1 e rode kans op 2 e rode. P(X = k) = ( )( ) ( ) Aan de olympische finale doen Amerikanen, 2 Duitsers, 2 Nederlanders en 1 Fransman mee. Bereken de kans dat in de eerste 4 banen : a. Is dit vaste of wisselende kans? b. 2 Nederlanders zitten c. Minstens 1 Amerikaan. Voorbeeld 2 Willem doet roulette. Er zijn 7 nummers (0 t/m 6). Hij zet altijd in op getal 0. Hij speelt 8 keer. Bereken de kans dat a. Is dit vaste of wisselende kans? b. Hij precies 2 keer wint. c. Hij minstens 1 keer wint.

Hoofdstuk 7 Kansrekening (V4 Wis A) Pagina 7 van 8 a. Wisselend, want P(1 e Duits) P(2 e Duits) b. P(NNNN)= (2 2 )(6 2 ) ( 8 4 ) = 70 c. P(minstens 1 Am) = 1 P(geen Am) = 1 P(AAAA) = 1 - ( 0 )(5 4 ) ( 8 4 ) = 65 70 Oplossing 2 a. Vast, want P(1 e 0) = P(2 e 0) b. P(0 0 nnnnnn) = ( 8 2 ) ( 1 7 )2 ( 6 7 )6 = 0,0174 c. P(minstens 1 keer 0) = 1 P(nnnnnnnn) = 1 ( 6 7 )8 = 0,1968

Hoofdstuk 7 Kansrekening (V4 Wis A) Pagina 8 van 8 Paragraaf 7.4 Toevalsvariabelen Definities Kansverdeling = { Hoe zijn de kansen verdeeld over de mogelijkheden } Stappenplan kansverdeling (1) Schrijf alle mogelijke uitkomsten op. (2) Bereken bij elke mogelijkheid de kans. () Controle : som van alle kansen moet 1 zijn. Zef gooit 2 keer met een dobbelsteen. Hij kijkt naar het aantal zessen. Stel de kansverdeling op. (1) X = { aantal zessen } = 0, 1 of 2. (2) P(X = 0) = P(66) = 5 6 5 6 = 25 6 P(X = 1) = P(66) = 1 6 5 6 2 = 10 P(X = 0) = P(66) = 1 1 = 1 6 6 6 () Controle 25 + 10 + 1 = 1 dus het klopt. 6 6 6 6 Opmerking De letter X heet ook wel de toevalsvariabele.