Inleiding Inleiding In dit document worden de parameters beschreven die verband houden met zichtbaarheid. Het vermeldt alleen de parameters die nuttig worden geacht voor de carrosseriebouwer. De parameters die voor een bepaald voertuig beschikbaar zijn hangen af van de voertuigconfiguratie. Neem contact op met een Scania werkplaats voor complete informatie over huidige parameters. De parameters zijn opgeslagen in verschillende regeleenheden van het voertuig en kunnen worden afgesteld met behulp van SDP3 voor carrosseriebouwers (Scania Diagnos & Programmer 3). SDP3 voor carrosseriebouwers SDP3 heeft verschillende toegangsniveaus. Scania werkplaatsen hebben normaal complete toegang om storingen in parameters te kunnen opsporen en deze te kunnen repareren en afstellen. SDP3 voor carrosseriebouwers heeft een beperkt autorisatieniveau met aangepaste functionaliteit. Voorbeelden van functionaliteit in SDP3 voor carrosseriebouwers: Parameters afstellen. Functies activeren. Laad de BICT-bestanden (Bodywork Interface Configuration Tool) in het voertuig. Scania CV AB 2016, Sweden 1 (9)
Instellingen verlichting overdag Deze parameter bepaalt welke lampen moeten worden gebruikt als verlichting overdag. Zonder: Geen verlichting overdag Dimlicht met positieverlichtinglampen. Dimlicht of mistverlichting met positieverlichtinglampen. Aparte LED. Aparte LED met positieverlichtinglampen. Standaardinstelling: Afhankelijk van voertuigspecificatie overdag in H7-koplampen en LED-koplampen. 376 780 Scania CV AB 2016, Sweden 2 (9)
Regeling verstralers Deze parameter bepaalt welke verstralers gaan branden. Alternatief 1 De verstralers op het dak of in het frontluik worden ingeschakeld, maar nooit tegelijk. Alternatief 2 De verstralers op het dak en in het frontluik worden tegelijk ingeschakeld. Standaardinstelling: Alternatief 1 1 2 376 781 1. Verstralers in dak. 2. Verstralers in frontluik. Scania CV AB 2016, Sweden 3 (9)
Verstralers bij activering van grootlicht op afstand Deze parameter bepaalt of de verstralers worden geactiveerd bij activering van het grootlicht op afstand. Met Zowel de verstralers als het grootlicht worden geactiveerd bij activering van het grootlicht op afstand. Zonder Alleen het grootlicht wordt geactiveerd bij activering van het grootlicht op afstand. Standaardinstelling: Zonder Grootlicht in H7-koplampen en LED-koplampen. 376 782 Type ploegverlichting Deze parameter bepaalt welk type koplampen moet worden gebruikt als ploegverlichting. Lamp met 1 gloeidraad, bv. H1 of H7. Lamp met 2 gloeidraden, bv. H4. Standaardinstelling: Lamp met 2 gloeidraden Scania CV AB 2016, Sweden 4 (9)
Begeleidingsverlichting Deze parameter regelt de begeleidingsverlichting bij geparkeerde voertuigen. Het dimlicht (1) of de parkeerverlichting (2) kan gedurende korte tijd worden ingeschakeld na het parkeren van het voertuig, zie afbeelding. 1 2 1 2 Gedeactiveerd Geactiveerd Standaardinstelling: Geactiveerd Activering De functie wordt geactiveerd met de richtingaanwijzerhendel. Wanneer de bestuurder de contactsleutel naar stand 0 of A draait, is de regeleenheid gedurende 10 seconden actief. Gedurende die tijd kan de functie worden geactiveerd. De functie is 40 seconden actief na de activering, daarna wordt de functie automatisch gedeactiveerd. H7-koplampen en LED-koplampen. 1. Dimlicht. 2. Parkeerverlichting. 376 783 Hendelstanden Richtingaanwijzer, rechts Richtingaanwijzer, links Grootlichtsignaal Lichten Dimlicht Parkeerverlichting Dimlichten en parkeerverlichting N.B.: Als de contactsleutel langer dan 10 seconden in stand 0 of A heeft gestaan, kan de functie niet worden geactiveerd. De functie wordt niet geactiveerd in de parkeerstand of de dimlichtstand. Scania CV AB 2016, Sweden 5 (9)
Werkverlichting Werkverlichting samen met achteruitrijlicht Deze parameter bepaalt of de werkverlichting in combinatie met het achteruitrijlicht moet worden gebruikt. 2 Zonder De werkverlichting en het achteruitrijlicht worden onafhankelijk van elkaar geactiveerd. Met De werkverlichting en het achteruitrijlicht gaan beide branden wanneer de achteruitversnelling wordt ingeschakeld. Deze functie wordt geactiveerd en gedeactiveerd door de werklampschakelaar gedurende 3 seconden ingedrukt te houden. 1 Standaardinstelling: Met Werkverlichting uitschakelen bij een bepaalde snelheid Deze parameter bepaalt of de werkverlichting automatisch uitgaat wanneer het voertuig een bepaalde snelheid overschrijdt. 8-91 km/u in stappen van 1 km/u. Standaardinstelling: 20 km/u 376 784 1. Werkverlichting 2. Achteruitrijlicht. Scania CV AB 2016, Sweden 6 (9)
Indicatie Indicatie Wisselend knipperen met grootlicht en verstralers Deze functie maakt wisselend knipperen met grootlicht en verstralers mogelijk. De functie heeft 2 standen, grootlicht 1 en grootlicht 2, die afzonderlijk kunnen worden geconfigureerd en geactiveerd. Meer informatie over het wisselend knipperen met grootlicht en verstralers vindt u in het document Wisselend knipperen met grootlicht en verstralers. Knipperen met verstralers Deze parameter bepaalt of ook de verstralers gaan knipperen bij activering van het wisselend knipperen met grootlicht. Met Zowel de verstralers als de grootlichten knipperen bij activering van het wisselend knipperen met grootlicht. Zonder Alleen de grootlichten knipperen bij activering van het wisselend knipperen met grootlicht. Standaardinstelling: Zonder voor grootlicht 1 Met voor grootlicht 2 Grootlicht in H7-koplampen en LED-koplampen. 376 782 Scania CV AB 2016, Sweden 7 (9)
Indicatie Knipperfrequentie Deze parameter bepaalt de knipperfrequentie van de grootlichten en eventueel verstralers bij het wisselend knipperen met grootlicht. 1Hz 1,25Hz 2,50Hz 5,00Hz Standaardinstelling: 1,25 Hz voor grootlicht 1 2,50 Hz voor grootlicht 2 Synchronisatie Deze parameter bepaalt of het linker en rechter grootlicht synchroon of afwisselend knipperen. Gesynchroniseerd Afwisselend Standaardinstelling: Gesynchroniseerd voor grootlicht 1 Afwisselend voor grootlicht 2 Scania CV AB 2016, Sweden 8 (9)
Stroomgrens, voorste richtingaanwijzers Deze parameter bepaalt de grenswaarde voor de stroom als het aantal of type richtingaanwijzers verandert. Als een van de voorste richtingaanwijzers defect is, dan wordt dit aangegeven door het doven van de controlelamp voor de richtingaanwijzer in de ICL, Instrument Cluster. De parameter zorgt ervoor dat het controleren van de richtingaanwijzers in de ICL, instrumentengroep, naar behoren werkt. Indicatie U kunt de waarde waarop de parameter moet worden ingesteld vinden door het voertuig aan te sluiten op SDP3 voor carrosseriebouwers en de instructies te volgen. 1 2 3 4 5 6 7 8 Richtingaanwijzers. 376 785 Scania CV AB 2016, Sweden 9 (9)