Combinatoriek groep 1

Vergelijkbare documenten
Combinatoriek groep 2

Combinatoriek groep 1 & 2: Recursie

Combinatoriek groep 1

Algebra groep 2 & 3: Standaardtechnieken kwadratische functies

Discrete Structuren. Piter Dykstra Opleidingsinstituut Informatica en Cognitie

Je hebt twee uur de tijd voor het oplossen van de vraagstukken. µkw uitwerkingen. 12 juni 2015

Uitwerkingen toets 12 juni 2010

PROEFEXAMEN LINEAIRE ALGEBRA donderdag 17 november 2011

1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12

1E HUISWERKOPDRACHT CONTINUE WISKUNDE

Selectietoets vrijdag 21 maart 2014

Complexe eigenwaarden

Geldwisselprobleem van Frobenius

Rekenen aan wortels Werkblad =

Katernen. regionale training. tweede ronde. Nederlandse Wiskunde Olympiade

Volledige inductie. Hoofdstuk 7. Van een deelverzameling V van de verzameling N van alle natuurlijke getallen veronderstellen.

2.0 Voorkennis. Rekenregels machten: 5) a 0 = 1. p p q p q a p q q. p q pq p p p. Willem-Jan van der Zanden

n 2 + 2n + 4 3n 2 n + 4n n + 2n + 12 n=1

1 Eigenwaarden en eigenvectoren

Stoomcursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO ( ) = = ( ) ( ) ( ) = ( ) ( ) = ( ) = = ( )

Finaletraining Wiskunde Olympiade

Examencursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO kan niet korter

Wanneer zijn veelvouden van proniks proniks?

Polynomen. + 5x + 5 \ 3 x 1 = S(x) 2x x. 3x x 3x 2 + 2

Finaletraining Wiskunde Olympiade

III.2 De ordening op R en ongelijkheden

Getaltheorie I. c = c 1 = 1 c (1)

Zomercursus Wiskunde. Module 1 Algebraïsch rekenen (versie 22 augustus 2011)

Eigenschap (Principe van welordening) Elke niet-lege deelverzameling V N bevat een kleinste element.

Toepassingen op differentievergelijkingen

We beginnen met de eigenschappen van de gehele getallen.

Uitwerkingen tentamen lineaire algebra 2 13 januari 2017, 10:00 13:00

Eigenwaarden en Diagonaliseerbaarheid

Complexe e-macht en complexe polynomen

7.0 Voorkennis. Definitie = Een afspraak, die niet bewezen hoeft te worden.

Driehoeksongelijkheid en Ravi (groep 1)

1 Limiet van een rij Het begrip rij Bepaling van een rij Expliciet voorschrift Recursief voorschrift 3

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

Opmerking. TI1300 Redeneren en Logica. Met voorbeelden kun je niks bewijzen. Directe en indirecte bewijzen

Enkele valkuilen om te vermijden

1.1 Rekenen met letters [1]

Tweede huiswerkopdracht Lineaire algebra 1 Uitwerking en opmerkingen

Ongelijkheden groep 1

Deeltentamen I, Ringen en Galoistheorie, , 9-12 uur

Formeel Denken 2014 Uitwerkingen Tentamen

WI1708TH Analyse 2. College 5 24 november Challenge the future

Bekijk nog een keer het stelsel van twee vergelijkingen met twee onbekenden x en y: { De tweede vergelijking van de eerste aftrekken geeft:

Finaletraining Nederlandse Wiskunde Olympiade

Opgaven Sommaties Datastructuren, 8 mei 2019, Werkgroep.

3.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.

Hoofdstuk 3: Tweede orde lineaire differentiaalvergelijkingen

Recursie en inductie i

Examen G0U13 Bewijzen en Redeneren Bachelor 1ste fase Wiskunde. vrijdag 31 januari 2014, 8:30 12:30. Auditorium L.00.07

IMO-selectietoets I donderdag 2 juni 2016

Numerieke aspecten van de vergelijking van Cantor. Opgedragen aan Th. J. Dekker. H. W. Lenstra, Jr.

kwadratische vergelijkingen

OPLOSSINGEN PROEFEXAMEN LINEAIRE ALGEBRA donderdag 18 november 2010

Kettingbreuken. 20 april K + 1 E + 1 T + 1 T + 1 I + 1 N + 1 G + 1 B + 1 R + 1 E + 1 U + 1 K + E + 1 N A + 1 P + 1 R + 1 I + 1

Discrete Wiskunde 2WC15, Lente Jan Draisma

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

Uitwerkingen toets 8 juni 2011

Uitwerkingen toets 9 juni 2012

Aanvulling aansluitingscursus wiskunde. A.C.M. Ran

Wortels met getallen en letters. 2 Voorbeeldenen met de (vierkants)wortel (Tweedemachts wortel)

Studiehandleiding Basiswiskunde cursus

Opgaven Inleiding Analyse

Set 1 Inleveropgaven Kansrekening (2WS20)

8.0 Voorkennis ,93 NIEUW

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

Eigenwaarden en eigenvectoren

1 Recurrente betrekkingen

Lineaire Algebra voor ST

Mededelingen. TI1300: Redeneren en Logica. Waarheidstafels. Waarheidsfunctionele Connectieven

Bestaat er dan toch een wortel uit 1?

Formeel Denken 2013 Uitwerkingen Tentamen

3. Lineaire vergelijkingen

2 n 1. OPGAVEN 1 Hoeveel cijfers heeft het grootste bekende Mersenne-priemgetal? Met dit getal vult men 320 krantenpagina s.

FLIPIT 5. (a i,j + a j,i )d i d j = d j + 0 = e d. i<j

9.1 Recursieve en directe formules [1]

V.4 Eigenschappen van continue functies

Oplossingen Oefeningen Bewijzen en Redeneren

Hoofdstuk 10: Partiële differentiaalvergelijkingen en Fourierreeksen

opgaven formele structuren tellen Opgave 1. Zij A een oneindige verzameling en B een eindige. Dat wil zeggen (zie pagina 6 van het dictaat): 2 a 2.

Lineaire algebra I (wiskundigen)

Aanvullingen bij Hoofdstuk 8

TW2040: Complexe Functietheorie

Convergentie van een rij

Tentamen Lineaire Algebra 1 (Wiskundigen)

Antwoorden. 1. Rekenen met complexe getallen

Eigenwaarden en eigenvectoren in R n

5.1 Lineaire formules [1]

Getallenleer Inleiding op codeertheorie. Cursus voor de vrije ruimte

Transcriptie:

Combinatoriek groep 1 Recursie Trainingsdag 3, 2 april 2009 Getallenrijen We kunnen een rij getallen a 0, a 1, a 2,... op twee manieren definiëren: direct of recursief. Een directe formule geeft a n in termen van n. Bijvoorbeeld: a n = 2 n. Een recursieve definitie geeft aan hoe je elke term a n kunt berekenen uit de vorige termen. Om de rij vast te leggen, moeten er bij een recursieve definitie ook één of meer beginwaarden gegeven zijn. Een voorbeeld van een recursief gedefinieerde rij: a 0 = 1, a 1 = 2, a n+2 = 3a n+1 2a n voor alle n 0. Als je van deze rij a 10 wilt berekenen, dan moet je eerst a 3 berekenen uit a 1 en a 2, dan a 4 uit a 2 en a 3, dan a 5, enzovoorts, totdat je bij a 10 bent. Met wat doorzettingsvermogen lukt dat wel, maar wat als je a 2009 wilt weten? Het is dan handiger om een directe formule te hebben. Vaak kun je uit een recursieve definitie met inductie een directe formule bewijzen. Je moet dan natuurlijk wel eerst een vermoeden hebben wat die directe formule is. Dat vermoeden krijg je door een flink aantal termen van de rij uit te rekenen. In het voorbeeld hierboven krijgen we bijvoorbeeld: a 3 = 3 2 2 1 = 4, a 4 = 3 4 2 2 = 8 en a 5 = 3 8 2 4 = 16. We krijgen het vermoeden dat a n = 2 n voor alle n en dat bewijzen we met inductie. Inductiebasis. Omdat de definitie van de rij twee voorgangers gebruikt, moeten we de inductiebasis voor n = 1 en n = 2 doen. Er geldt a 0 = 1 = 2 0 en a 1 = 2 = 2 1, dus dat klopt. Inductiestap. Zij k 2 en stel dat a n = 2 n voor alle n < k (de inductiehypothese). Dan geldt a k = 3a k 1 2a k 2 (IH) = 3 2 k 1 2 2 k 2 = 2 2 k 1 + 2 k 1 2 k 1 = 2 k. Dat voltooit de inductie. We hebben nu dus de directe formule a n = 2 n bewezen voor deze rij. En dus geldt a 2009 = 2 2009. 1

Een alternatieve manier om te bewijzen dat a n = 2 n aan de recursie voldoet, is door te controleren dat hij aan de recurrente betrekking en de beide beginvoorwaarden voldoen. Zo ja, dan moet het de juiste rij zijn. Er bestaat immers maar één rij die aan de recurrente betrekking en de beginvoorwaarden voldoet, want die leggen samen de hele rij vast. Eigenlijk doe je op deze manier precies hetzelfde als bij inductie, maar dan zonder het inductie te noemen. Rekenkundige en meetkundige rij Twee rijen hebben een speciale naam. De rekenkundige rij kunnen we recursief definiëren door a 0 = a, a n+1 = a n + b voor alle n 0. Hierbij zijn a en b twee gegeven getallen. Een directe formule voor deze rij is a n = a + nb. Ook goed om te onthouden is de somformule voor de eerste n + 1 termen van een rekenkundige rij: n i=0 a n = a + (a + b) + (a + 2b) + + (a + nb) = 1(n + 1)(a 2 0 + a n ) = 1 (n + 1)(2a + nb). 2 De meetkundige rij kunnen we recursief definiëren door a 0 = a, a n+1 = ra n voor alle n 0. Hier zijn a en r 1 weer twee gegeven getallen. Een directe formule voor deze rij is a n = r n a. Ook van de meetkundige rij bestaat een somformule voor de eerste n + 1 termen: n a n = a + ar + ar 2 + + ar n = a rn+1 1 r 1. i=0 Opgave 1 Zij gegeven de rij a 0, a 1, a 2,... die als volgt met recursie is gedefinieerd: a 0 = 2, a 1 = 6, 2

a n+2 = 2a n a n+1 + 12 voor alle n 0. Opgave 2 Zij gegeven de rij a 0, a 1, a 2,... die als volgt met recursie is gedefinieerd: a 0 = 3, a 1 = 4, a n+2 = a 2 n (n + 1)a n+1 voor alle n 0. Opgave 3 Zij gegeven de rij a 0, a 1, a 2,... die als volgt met recursie is gedefinieerd: a 0 = 10, a n+1 = 50 a n voor alle n 0. Opgave 4 Zij gegeven rijen a 0, a 1, a 2,... en b 0, b 1, b 2,... die als volgt met recursie zijn gedefinieerd: a 0 = 2, a n+1 = 3a n voor alle n 0. b 0 = 0, b n+1 = b n + a n voor alle n 0. Geef een directe formule voor b n. Opgave 5 Zij gegeven de rij a 0, a 1, a 2,... die als volgt met recursie is gedefinieerd: a 0 = 0, 3

a n+1 = 2a n + 3 voor alle n 0. Opgave 6 Zij gegeven de rij a 0, a 1, a 2,... die als volgt met recursie is gedefinieerd: a 0 = 10, a n+1 = a n + n voor alle n 0. Lineaire recurrente betrekkingen Voor sommige recursies bestaat er een standaardtechniek om de directe formule te vinden. We gaan dat nu bekijken. De volgende recurrente betrekking noemen we een lineaire homogene recurrente betrekking met constante coëfficiënten A en B: a n+2 = Aa n+1 + Ba n voor alle n 0. (1) Voor gegeven beginwaarden a 0 en a 1 ligt de rij uniek vast, want je kunt dan a 2 berekenen uit a 0 en a 1, en dan ook a 3 uit a 2 en a 1, etc. We bekijken nu eerst de recurrente betrekking zonder beginvoorwaarden en we proberen of een meetkundige rij a n = λ n voldoet voor een zekere λ. Als we deze directe formule in (1) invullen, zien we dat moet gelden: λ n+2 = Aλ n+1 + Bλ n voor alle n 0. (2) We halen alles naar links en vervolgens λ n buiten haakjes: λ n (λ 2 Aλ B) = 0 voor alle n 0. In het bijzonder moet dit voor n = 0 gelden, dus in ieder geval moet λ 2 Aλ B = 0. (3) Als we omgekeerd een λ vinden die aan deze zogenaamde karakteristieke vergelijking (3) voldoet, dan verkrijgen we na vermenigvuldiging met λ n vergelijking (2) weer terug, waaruit volgt dat a n = λ n daadwerkelijk een oplossing is van de oorsponkelijke recurrente betrekking zonder beginvoorwaarden. Het polynoom in (3) heet het karakteristiek polynoom. 4

Door te ontbinden of de abc-formule te gebruiken, vind je over het algemeen twee oplossingen van de karakteristieke vergelijking, zeg λ 1 en λ 2. De meetkundige rijen a n = λ n 1 en a n = λ n 2 voldoen dan allebei aan de recurrente betrekking (1). Maar nu voldoet ook de oplossing a n = Cλ n 1 + Dλ n 2 voor alle constanten C en D. Als we dit invullen voor a n en a n+1, krijgen we namelijk Aa n+1 + Ba n = A(Cλ n+1 1 + Dλ n+1 2 ) + B(Cλ n 1 + Dλ n 2) = C(Aλ n+1 1 + Bλ n 1) + D(Aλ n+1 2 + Bλ n 2) = Cλ n+2 1 + Dλ n+2 2. Nu hebben we oneindig veel oplossingen voor de recurrente betrekking, want we mogen C en D nog vrij kiezen. Zo krijgen we oneindig veel verschillende rijen, maar er is er maar één die ook nog eens voldoet aan de gegeven beginwaarden a 0 en a 1. Je moet dus C en D zo bepalen dat de directe formule de juiste waarden geeft voor a 0 en a 1. Samengevat is dit het stappenplan om een recurrente betrekking van orde 2 op te lossen: Stap 1. Bepaal de karakteristieke vergelijking. Voor een recurrente betrekking van de vorm a n+2 = Aa n+1 + Ba n is dit λ 2 Aλ B = 0. (Maar let op: de recurrente betrekking is niet altijd precies in deze vorm gegeven.) Stap 2. Bepaal de twee oplossingen λ 1 en λ 2 van de karakteristieke vergelijking. Stap 3. Bepaal constanten C en D zodat a 0 = C + D en a 1 = Cλ 1 + Dλ 2. Stap 4. De directe formule is nu a n = Cλ n 1 + Dλ n 2. Stap 5. Controleer je oplossing op rekenfouten door a 2 op twee manieren uit te rekenen: met behulp van de gegeven recurrente betrekking en met behulp van de directe formule die je hebt gevonden. Opmerking: in stap 2 vind je niet altijd twee verschillende reële oplossingen. Verderop kijken we nog even naar wat er gebeurt als er slechts één oplossing is. Maar het kan natuurlijk ook gebeuren dat de vergelijking helemaal geen reële oplossingen heeft. In dat geval heeft de vergelijking twee complexe oplossingen, waarmee je hetzelfde stappenplan kunt uitvoeren. Over het rekenen met complexe getallen leer je meer in de trainingsweek. Dit heb je voor de opgaven hieronder nog niet nodig. Voorbeeld. Zij gegeven de rij a 0, a 1, a 2,... die als volgt met recursie is gedefinieerd: a 0 = 0, a 1 = 1, 5

a n+2 = a n+1 + 2a n voor alle n 0. Oplossing. Er geldt hier A = 1 en B = 2, dus de karakteristieke vergelijking is λ 2 λ 2 = 0. We kunnen deze ontbinden als (λ 2)(λ + 1) = 0. Deze vergelijking heeft twee oplossingen: λ 1 = 2 en λ 2 = 1. De algemene oplossingen van de recurrente betrekking (zonder beginwaarden) zijn dus a n = C 2 n + D ( 1) n. Voor n = 0 moet gelden 0 = a 0 = C + D en voor n = 1 moet gelden 1 = a 1 = 2C D. Als we deze twee vergelijkingen bij elkaar optellen, krijgen we 1 = 3C, dus C = 1. Hieruit volgt D = 1. De directe formule 3 3 voor deze rij is dus a n = 1 3 2n 1 3 ( 1)n voor alle n 0. We controleren nog even of we geen rekenfout hebben gemaakt. Volgens de recurrente betrekking geldt a 2 = a 1 + 2a 0 = 1. Volgens de directe formule geldt a 2 = 1 4 1 1 = 1 3 3 en dat klopt. Opgave 7 Zij gegeven de rij a 0, a 1, a 2,... die als volgt met recursie is gedefinieerd: a 0 = 3, a 1 = 1, a n+2 = 3a n+1 + 10a n voor alle n 0. Opgave 8 Zij gegeven de rij a 0, a 1, a 2,... die als volgt met recursie is gedefinieerd: a 0 = 2, a 1 = 4, a n+2 = 6a n a n+1 voor alle n 0. Opgave 9 Zij gegeven de rij a 0, a 1, a 2,... die als volgt met recursie is gedefinieerd: a 0 = 2, a 1 = 1, 6

a n+2 + 3a n+1 + 2a n = 0 voor alle n 0. Opgave 10 Zij gegeven de rij a 0, a 1, a 2,... die als volgt met recursie is gedefinieerd: a 0 = 2, a 1 = 12, a n+2 9a n = 0 voor alle n 0. Als de karakteristieke vergelijking twee dezelfde oplossingen heeft, dus als λ 1 = λ 2, dan moet je het stappenplan een beetje aanpassen. Behalve de meetkundige rij a n = λ n 1 voldoet dan ook de rij a n = nλ n 1 aan de recurrente betrekking. Dit kunnen we als volgt bewijzen. Schrijf de recurrente betrekking in de vorm a n+2 = Aa n+1 + Ba n. De karakteristieke vergelijking is dan λ 2 Aλ B = 0. Stel dat deze twee dezelfde oplossingen λ = r heeft. Dan kunnen we hem schrijven als (λ r) 2 = 0, oftewel λ 2 2rλ + r 2 = 0. Er geldt dus A = 2r en B = r 2. Nu vullen we in de recurrente betrekking a n+1 = (n + 1)r n+1 en a n = nr n in: a n+2 = 2ra n+1 r 2 a n = 2r(n + 1)r n+1 r 2 nr n = (2(n + 1) n)r n+2 = (n + 2)r n+2. We zien dat a n = nr n aan de recurrente betrekking voldoet. De directe formule die ook aan de beginwaarden voldoet, wordt in dit geval van de vorm a n = Cλ n 1 + Dnλ n 1. Je kunt C en D opnieuw uit de beginwaarden afleiden. Twee stappen van het stappenplan worden dus anders: Stap 3a. Bepaal constanten C en D zodat a 0 = C en a 1 = Cλ 1 + Dλ 1. Stap 4a. De directe formule is nu a n = Cλ n 1 + Dnλ n 1. Opgave 11 Zij gegeven de rij a 0, a 1, a 2,... die als volgt met recursie is gedefinieerd: a 0 = 4, a 1 = 18, a n+2 = 4a n+1 4a n voor alle n 0. 7

Opgave 12 Beschouw de recurrente betrekking a n+2 = 2ra n+1 r 2 a n voor alle n 0, waarbij r een reëel getal is. (a) Zij r = 3. Vind alle paren (a 0, a 1 ) zodat de rij a 0, a 1, a 2,... gegeven door deze beginwaarden en door bovenstaande recurrente betrekking een meetkundige rij is. (b) Bepaal een r, a 0 en a 1 zodat de rij de rij a 0, a 1, a 2,... gegeven door deze beginwaarden en door bovenstaande recurrente betrekking een rekenkundige rij is. Opgave 13 Laat x 1 en x 2 de nulpunten zijn van x 2 6x+1. Bewijs dat voor iedere gehele niet-negatieve n geldt dat x n 1 + x n 2 geheel is en niet deelbaar door 5. 8