SOCIALE VAARDIGHEDEN: contactsleutels We gebruiken op school voor het 4 de, 5 de en 6 de leerjaar de handleiding CONTACTSLEUTELS van uitgeverij De Sleutel. Kenmerken van Contactsleutels: Elk leerjaar beschikt over een werkboekje voor de leerling en een handleiding voor de leerkracht. Het materiaal bevat 10 lessen per leerjaar met telkens lessen over kennis en houding, sociale vaardigheden en persoonlijke vaardigheden. De lessen hebben een vaste basisstructuur. (ontdekken, verbinden, oefenen en toepassen) De handleiding werd ontwikkeld in 1996 en herwerkt in 2006-2007. 1. Leerlijn sociale vaardigheden contactsleutels EINDTERMEN 4 de leerjaar 5 de leerjaar 6 de leerjaar 0.5 Kinderen werken samen. - Niemand uitsluiten. - Anderen helpen. - Afspraken binnen de groep naleven. - Overleggen over groepsopdrachten. - Terugblikken op de manier waarop ze hebben samengewerkt. - Ervaren en uiten dat in een groep taken worden verdeeld. - Regels en een taakverdeling afspreken bij een spel of opdracht. Les 4.5 0 Les 5.1 Les 6.1 Les 6.2 Les 6.3 Les 6.8 0.7 Kinderen kunnen en durven problemen aanpakken. - Een probleem herkennen. - Zich een voorstelling vormen van het probleem. - Een probleem analyseren. - Een strategie bedenken en daarbij verstandige zoekprocedures hanteren zoals een probleem opsplitsen in deelproblemen, een probleem herleiden tot een soortgelijk probleem, een probleem voor zichzelf representeren, een veronderstelling maken en uitproberen, - Hun plan uitvoeren. De gevonden oplossing evalueren. 0 Les 6.1-1 - 3280 Sociale Vaardigheden
2.4 Kinderen kunnen illustreren dat mensen van elkaar verschillen op allerlei gebied. - Ervaren, vaststellen en uiten dat mensen verschillen in uiterlijk, in gezondheid, in taal, in voelen, in waarderen, in handelen, in denken over, in communiceren, in genegenheid betonen, in kennis verzamelen, in humoristisch zijn, in zin geven aan, 2.10 Kinderen denken na over de eigen mogelijkheden en keuzes. - Antwoorden zoeken op vragen als: Wie ben ik? Wat wil ik? Wat kan ik? Hoe ga ik om met? Waarom kies ik voor? - Hoe reageer ik op? Hoe denk ik over? - Kritisch durven zijn over de eigen vooropgestelde waarden. 4.1 Kinderen ontwikkelen een gedifferentieerd beeld van zichzelf. - Kunnen vertellen wie ze zijn. - Ervaren, vaststellen en uiten welke mogelijkheden en beperkingen ze hebben. - Kunnen inschatten welke taken ze aankunnen en met welke taken ze moeilijkheden hebben. - Ervaren en uiten dat het beeld dat ze van zichzelf hebben ontwikkelt en/of verandert. 4.2 Kinderen ontwikkelen vertrouwen in eigen mogelijkheden - Ervaren en uiten dat hun mogelijkheden ontwikkelen. - Ervaren, vaststellen en uiten dat de ontwikkeling van hun eigen mogelijkheden ervoor zorgt dat ze voortdurend minder afhankelijk worden van anderen. - Geloven in wat ze al kunnen. - Doorzetten als ze taken uitvoeren. - Voor eigen beperkingen een constructieve oplossing kunnen bedenken en hanteren. - Iets wat ze nog niet kunnen, zien als een uitdaging om bij te leren. - Eigen mogelijkheden, kenmerken, indrukken, gedachten, gevoelens, wensen, voorkeuren willen uitdrukken. - De bereidheid tonen zich te oefenen in omgangsvaardigheden waarin ze minder sterk zijn. 4.3 Kinderen ontwikkelen een genuanceerde kijk op hun eigen gevoelens en gaan er op een adequate wijze mee om. - 2-3280 Sociale Vaardigheden
- Gevoelens vrijuit tonen tegenover een vertrouwde volwassene. - Gevoelens van angst, blijheid, boosheid, verdriet, vriendschap, bij zichzelf kunnen onderkennen en trachten om te zetten in voor anderen begrijpbaar en aanvaardbaar gedrag. - Hoofdgevoelens correct kunnen benoemen. - In een eenvoudige taal een recent gebeurde situatie waarbij ze betrokken waren in dialoog met een volwassene beschrijven en vertellen hoe ze zich daarbij voelden. - Kunnen beschrijven wat ze voelen en wat ze doen in een concrete situatie. - Aan de hand van eigen ervaringen kunnen illustreren dat zowel hun gedrag als hun gevoelens situatiegebonden zijn. 4.4 Kinderen leven bewust met en genieten van hun lichaam. - Ervaren en uiten dat lichamelijke gewaarwordingen prettige en onprettige gevoelens verschaffen. - Ervaren, vaststellen en uiten dat mensen hun gevoelens voor elkaar vaak uitdrukken in lichaamstaal. 4.5 Kinderen kunnen zich verplaatsen in de gedachten, gevoelens en waarnemingen van anderen en houden daar rekening mee. - Bij anderen gevoelens zoals angst, blijheid, boosheid, verdriet, vriendschap, herkennen en trachten mee te leven in dit gevoel. - In concrete situaties verschillende manieren van omgaan met elkaar kunnen herkennen en erover praten. - Kunnen aangeven hoe verschillende omgangswijzen van mensen op elkaar inspelen. - In hun gedrag rekening kunnen houden met de gevoelens of de wensen van anderen. - Zich kunnen voorstellen wat een ander denkt, voelt, wil of bedoelt. - Weten dat mensen eenzelfde situatie op een verschillende manier kunnen ervaren en er verschillend op kunnen reageren. 4.6 Kinderen kunnen zich als persoon present stellen. - Zich kunnen voorstellen aan een leeftijdsgenoot of bekende volwassene met hun naam en de gemeente waarin ze wonen. - Spontaan iets van zichzelf vertellen - Een eigen mening, waarneming, herinnering kunnen verwoorden tegenover leeftijdsgenoten. - 3-3280 Sociale Vaardigheden
4.7 Kinderen kunnen respect en waardering opbrengen. - Ervaren en vaststellen dat de andere een levenswijze kan hebben die verschilt van de hunne en daar op een discrete wijze rekening mee houden. - Vormen van afwijzend of waarderend gedrag kunnen herkennen en er trachten op in te spelen. 4.9 Kinderen kunnen leiding volgen of meewerken - Het leiderschap van een ander kind kunnen aanvaarden. - Regels en afspraken kunnen nakomen. 4.10 Kinderen kunnen leiding geven - Een voorstel naar voren kunnen brengen. - Verslag kunnen uitbrengen over een taakgroep. - Bij een activiteit of een spel in een kleine groep controleren of de anderen zich aan de regels houden. 4.12 Kinderen kunnen hulp vragen en zorg aanvaarden. - Op een beleefde manier iets kunnen vragen. - Dankbaarheid tonen tegenover ieder die hen helpt. - Zich laten helpen als ze iets niet kunnen. - Durven opkomen voor eigen verlangens. 4.13 Kinderen kunnen constructief kritisch zijn. - Onder woorden kunnen brengen wat ze in de eigen omgeving verkeerd vinden, zodat er over gesproken kan worden. - Op een tactvolle manier een leeftijdsgenoot kunnen confronteren met het effect van zijn gedrag. - Leren maatschappelijke wantoestanden zien en aanklagen. - Op beleefde wijze ouderen duidelijk durven maken wat die volgens hen fout doen. Les 5.1 Les 6.8 4.14 Kinderen kunnen zich op een passende manier weerbaar opstellen 0-4 - 3280 Sociale Vaardigheden
- Een onderscheid kunnen maken tussen een geweldloze en een gewelddadige oplossing voor een conflict. - Zich weten te verdedigen als ze uitgelachen of gepest worden. - Op een gepaste wijze kunnen tussenbeide komen wanneer iemand door een leeftijdsgenoot onheus behandeld wordt. - Bij conflicten met leeftijdsgenoten zoeken naar een geweldloze oplossing. - Voor zichzelf en leeftijdsgenoten kunnen opkomen door (non) verbale signalen te geven die voor anderen begrijpelijk en aanvaardbaar zijn. 4.15 Kinderen kunnen zich discreet opstellen als derden daar niet door benadeeld worden. - Zich op de achtergrond kunnen houden. - Geen roddel rondstrooien. - Iets wat ze over anderen weten voor zichzelf kunnen houden. - Zich onpartijdig kunnen opstellen. 4.16 Kinderen kunnen ongelijk of onmacht toegeven. - Eigen onkunde of mislukking kunnen toegeven. - Zich verontschuldigen na een tekortkoming, fout of ruzie. - Gerechtvaardige kritiek kunnen aanvaarden. 5.8 Kinderen kunnen illustreren dat er een regelgeving is die geldt voor alle mensen. - Met concrete voorbeelden uit hun leefwereld het belang kunnen aantonen van de fundamentele rechten van de mens en de rechten van het kind. 7.15 Kinderen trachten door hun gedrag gezondheidsrisico s te vermijden. - Weten dat ze door de inname van sommige producten en planten ziek kunnen worden. - Gedragingen of situaties bevorderlijk of schadelijk zijn voor hun gezondheid herkennen. Les 5.1 Les 6.1 Les 6.2 Les 6.3-5 - 3280 Sociale Vaardigheden