De drie Decentralisaties in Purmerend Nieuwe verantwoordelijkheden, nieuwe mogelijkheden

Vergelijkbare documenten
De drie Decentralisaties in Purmerend Nieuwe verantwoordelijkheden, nieuwe mogelijkheden

Afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling Team Beleidsontwikkeling Aan de gemeenteraad van Purmerend

Informatieavond Decentralisaties

Informatieavond Decentralisaties

BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET)


Gemeenten krijgen vanaf 2015 veel meer verantwoordelijkheid:

DECENTRALISATIES SOCIAAL DOMEIN. Raadsvoorstellen 2014

presentatie aan de raadscommissie Samenleving van de gemeente Brielle door Pascalevan der Wekken, interim beleidsmedewerker Jeugd op 22 mei 2013

Voorstel voor de Raad

Het sociaal domein. Renate Richters Els van Enckevort

Bijlage 3: Overzicht ontwikkelingen

Regionale visie op welzijn. Brabant Noordoost-oost

Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar Tina Bollin, (t.a.v. Tina Bollin)

Transitieavond Maandag 16 april uur uur. 1.Inleiding 2.Jeugdzorg 3.AWBZ 4.WWNV

De drie decentralisaties, Holland Rijnland en de gemeente Teylingen. Presentatie Commissie Welzijn 5 maart 2012

Inhoud voorstel aan Raad

Sturen op de transformatie van het sociale domein. Samenhangend beleid voor de 3 decentralisaties

Thema 3 D s Zaanstreek Waterland. De lokale inrichtingskeuzes in het sociaal domein

Hervorming Langdurige Zorg. Rian van de Schoot expert wijkgericht werken Vilans

Financiën Sociaal Domein

De bibliotheek actief in het sociale domein. Veranderende wetten en de rol van de bibliotheek daarbij

hoofdlijnennotitie Decentralisatie Jeugdzorg Westelijke Mijnstreek

Kadernota Sociaal Domein. Managementsamenvatting. Kadernota Sociaal Domein. Managementsamenvatting DOEN. wat nodig is. Managementsamenvatting -

Factsheet Wmo Drechtsteden. Met elkaar voor elkaar zorgen. Dichtbij en toegankelijk

Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld het beleidsplan Wmo 2015 en Jeugdwet 2015 en 2016 Samen kan er meer vast te stellen.

Spoorboekje Voorbereiding transities 2013 en 2014

De bibliotheek actief in het sociale domein. Veranderende wetten en de rol van de bibliotheek daarbij

Sturen op de transformatie van het sociale domein. Samenhangend beleid voor de 3 decentralisaties

DECENTRALISATIE STAND VAN ZAKEN BREDE COMMISSIE 26 AUGUSTUS 2013

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT

Stadskanaal: Samen met de burger Integraal beleidskader Sociaal Domein

Strategisch Communicatieplan Meedoen in Alblasserdam Augustus 2013

Visie op de vernieuwing van het sociaal domein in de gemeente Nijkerk. Iedereen telt en doet mee

Proces 3 Decentralisaties Samen optrekken in de Achterhoek

Regeerakkoord bruggen slaan en de transitie AWBZ

Naam opdrachtgever Jeroen Oosterling Status: concept Naam opsteller/projectleider

Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen. Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord. 8 mei 2013

Een hoop nieuwe verantwoordelijkheden. Decentralisaties in het Sociaal Maatschappelijk Domein

Kansrijk opgroeien in Lelystad

1. De hoofdlijnennotitie 'Aanpak transities en herinrichting sociale domein in de gemeente Stein vast te stellen

Wmo 2015 door Tweede Kamer

Visie decentralisatie AWBZ extramurale begeleiding

3D s. Gevolgen van decentralisaties voor gemeenten. Gewestelijke vergadering PvdA Zuid-Holland

Raadsvoorstel. Koers in het sociale domein. Maatschappelijke participatie kaderstelling Koers in het sociale domein

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT

Decentralisaties. Ingangsdatum 1 januari 2015: Jeugdzorg (behandeling in 1e kamer ws in feb 2014) Wmo 2015 / AWBZ. Participatiewet

PAOG nascholing JGZ Integrale Aanpak Jeugdzorg Eerder, sneller, beter en goedkoper

Burgemeester en Wethouders

Transitie AWBZ in regio Brabant Noordoost - Oost

Informatiebijeenkomst Veranderingen in de zorg

Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Wat verandert er in de zorg in 2015

Wethouder Johan Coes Gemeente Hellendoorn. Wethouder Jan Binnenmars Gemeente Twenterand. Wethouder Dianne Span Gemeente Wierden

RAADSVOORSTEL *D * D

Oktober Informatiebijeenkomst Inkoop Langdurige Zorg in Rotterdam

Veranderingen binnen het Sociale Domein. Een forse opgave voor Gouda!!

Hoofdlijnen Transities

Sociaal domein. Decentralisatie AWBZ-Wmo. Hoofdlijnen nieuwe Wmo KIDL H. Leunessen, gem. Landgraaf 1. Wmo / Jeugzorg / Participatiewet

Transitie sociaal domein Haarlem Basisinfrastructuur, subsidies en inkoop

De wereld van het sociaal domein. Raadsbijeenkomst 28 januari 2014 Eerste bespreking beleidsplannen en De Verbinding

Toelichting BenW-adviesnota

Projectvoorstel. 1. Achtergrond en probleemstelling. Datum 24 jan Herformulering opdracht t.b.v. positionering Jeugd en Dorpenteams

Nieuw model voor Maatschappelijke Ondersteuning. Hans Weggemans 12 november 2014

SUBSIDIEBRIEF GEMEENTE PURMEREND

Programma. Samen aan de slag Bijeenkomst voor de gemeenteraden 12 juni Aanleiding - decentraliseren. Doel van deze bijeenkomst

voorstel raad en raadsbesluit gemeente Landgraaf

Visie/Uitgangspunten sociaal domein regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden

Met elkaar voor elkaar

Maatschappelijke ondersteuning

Nieuwe taken naar gemeenten. de mens centraal. 21 mei 2012

Raadsvoorstel. Pagina 1 van 5

Op Eigen Kracht 3 decentralisaties

Raadsvoorstel 26 september 2013 AB RV

INS & OUTS VAN DE WMO ROL VAN GEMEENTEN KANSEN VOOR FYSIOTHERAPEUTEN

Inkoopkader Wmo 2016: Toelating nieuwe aanbieders

AALTEN ACTUEEL. Agenda IN HET KORT... Gewijzigde data afvalinzameling en openingstijden met de feestdagen OPENBARE BEKENDMAKINGEN.

Raadsbesluit Raadsvergadering: 28 mei 2014

Toelichting BenW-adviesnota

*ZE9BA7CFE22* Raadsvergadering d.d. 23 september 2014

Sturen in het sociale domein

Registratienummer: GF Datum collegebesluit: 3 juni 2014 Agendapunt: 3

Op weg naar een inclusief Tynaarlo

De Wmo en de decentralisaties

Presentatie Nuenense buurt- en wijkverenigingen 17 november 2014 Wethouder Paul Weijmans, portefeuillehouder coördinatie Transities

B&W voorstel. Onderwerp. Gebiedsgerichte sturing sociaal domein Zaakid Versie. Auteur. Kummer, M. Gemeentesecretaris. Huykman, B.J.D.

Aan de raad AGENDAPUNT NR. 6. Doetinchem, 20 september 2018 ALDUS VASTGESTELD 27 SEPTEMBER Regionale visie op inkoop Sociaal Domein vanaf 2021

Informerende bijeenkomst Participatiewet. voor gemeenteraadsleden West-Friesland. Woensdag 14 mei 2014 Maandag 26 mei 2014

Raadsstuk. Onderwerp: Beleidskader Opvang, Wonen en Herstel BBVnr: 2016/324154

Presentatie vergadering dorpsraad Gerwen 28 oktober 2014 Wethouder Paul Weijmans, portefeuillehouder coördinatie Transities

De slimste route? Vormgeven toegang

Voorstel aan college b&w van Landsmeer

Wmo beleidsplan 2013 INLEIDING

Raadsinformatiebrief B&W vergadering 13 maart 2012

Expeditie Sociaal Domein Tiel Beeldvormingsavond 26 februari 2014

Voorstelnummer: Houten, 18 maart 2014

Plan van Aanpak. Beleidsplan WMO Jeugd Aanleiding

De transities in vogelvlucht en hoe de toegang tot zorg georganiseerd is. ZorgImpuls maart 2015

Kaders voor continuïteit en vernieuwing op het sociale domein.

De raakvlakken in de drie decentralisaties

Onderwerp Keuzenota's Wmo 2015/Jeugdwet en Participatie/Maatregelen WWB

Transcriptie:

De drie Decentralisaties in Purmerend Nieuwe verantwoordelijkheden, nieuwe mogelijkheden Afdeling Stadsontwikkeling November 2013

Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 1.1 Leeswijzer...3 2 Doel van deze notitie: kaderstellende rol raad, gevraagd besluit, vaststellen visie en programmadoelen en aanpak...4 3 Kaders ten aanzien van de drie transities in het maatschappelijk domein...5 3.1 Visie op de ondersteuning in de Purmerendse samenleving...5 3.2 Vergezicht van een maatschappelijke infrastructuur (stip aan de horizon)...5 3.3 Uitgangspunten ondersteuning...6 3.4 Transformeren via vier verandersporen...7 3.4.1 Huidige ondersteuning...7 3.4.2 Vier verandersporen...7 3.5 Bezuinigingsrichtingen en bekostiging...8 4 Het proces...10 4.1 Werkwijze: programmatisch werken en programmadoelen...10 4.1.1 Projecten in het programma...10 4.1.2 Samenhang met passend onderwijs...10 4.1.3 Programmaopzet...11 4.2 Risicoanalyse...12 4.2.1 Te hoge verwachtingen...12 4.2.2 Tijdsdruk...12 4.2.3 Zorgcontinuïteit...12 4.2.4 Financiële risico s...12 4.2.5 Bestuurlijke risico's...13 4.2.6 Verwachtingen van burgers en klanten...13 5 Schaken op vele borden...14 5.1 De positie van burgers en cliënten...14 5.2 Samenwerking met maatschappelijke partners...14 5.3 Raad en college...14 5.4 Regionale samenwerking...15 6 Bijlage 1: Wat komt er op de gemeente af?...16 6.1 Taken en verantwoordelijkheden...16 6.1.1 AWBZ...16 6.1.2 Jeugdzorg...16 6.1.3 Participatie...17 6.2 Welke nieuwe groepen mensen vallen straks onder onze verantwoordelijkheid?...17 6.2.1 Aantallen en omschrijving nieuwe cliënten als gevolg van AWBZ decentralisatie:...17 6.3 Budgetten en bezuinigingsopgaven...18 7 Bijlage 2: Programmaplan...19 7.1 Programmastructuur...19 7.1.1 Programmadoelen/ambities...19 7.1.2 Fasering van de projecten...19 7.1.3 Programmacapaciteit...20 8 Bijlage 3: Programmabegroting...21 8.1 Beschikbare middelen...21 8.2 Besteding van de middelen...21 9 Bijlage 4: Spoorboekje 2013-2014...22 9.1 Overkoepelend...22 9.2 AWBZ...22 9.3 Jeugdzorg...22 9.4 Participatie...23 2

1 Inleiding De komende jaren gaat er veel veranderen in het maatschappelijke domein. De gemeente Purmerend krijgt er net als andere gemeenten drie grote taken bij; De taken als gevolg van de nieuwe wet Participatie, de begeleiding en de dagbesteding uit de AWBZ en de taken uit de nieuwe Jeugdwet. De reden dat het rijk deze taken decentraliseert is, omdat de verwachting is dat gemeenten in staat zullen zijn deze taken op een goedkopere manier te organiseren. Daarnaast wordt verwacht dat gemeenten deze taken beter op de ondersteuningsbehoeften van hun inwoners kunnen afstemmen door een samenhangend ondersteuningsaanbod (ontschotting) aan te bieden. De taken komen dan ook met een flinke bezuinigingsopgave naar de gemeenten. Er wordt ook gekeken naar een andere decentralisatie die ongeveer gelijktijdig plaatsvindt; met ingang van het schooljaar 2014-2015 wordt het Passend onderwijs naar schoolbesturen gedecentraliseerd. Dat raakt ook het gemeentelijk domein, want de schoolbesturen en gemeenten zullen met elkaar afspraken moeten maken over sluitende zorg in en om school. In Purmerend is met het opstellen van het maatschappelijk beleidskader Purmerend is van ons allemaal in 2011 reeds een overkoepelende visie op het maatschappelijk domein geformuleerd. Dat is al een flinke pré in het nadenken van zowel gemeente als maatschappelijke organisaties over de samenhang die er in het maatschappelijk domein nodig is en te halen valt. De Purmerendse maatschappelijke partners zijn inmiddels al redelijk gewend om samen te werken aan de verschillende maatschappelijke opgaven. Daar komen dan nu wel nieuwe spelers bij uit de AWBZ, jeugdzorg en participatie. Samen met de maatschappelijke partners, de burgers en cliëntengroepen, en collega-gemeenten in de regio werkt de gemeente Purmerend aan de voorbereidingen van de nieuwe verantwoordelijkheden. Wij vinden het als gemeente Purmerend goed dat de nieuwe taken naar de gemeente komen, omdat we hiermee nog meer samenhang en kwaliteit in het aanbod aan onze bewoners kunnen bieden, met oog voor het benodigde maatwerk. Het is echter wel een complexe en omvangrijke uitdaging om het allemaal op tijd geregeld te kunnen hebben en we moeten het ook met minder middelen doen. De verwachting is dat wij dat in samenwerking met elkaar en met oog voor ieders verantwoordelijkheid voor elkaar krijgen. In deze kadernotitie geeft het College van B&W aan hoe zij de opdracht rondom de te decentraliseren taken op het gebied van jeugdzorg, zorg en participatie gaat vormgeven. Tevens schetst zij een vergezicht naar de gewenste ondersteuning in het maatschappelijk domein, de uitgangspunten die daarbij leidend zijn en de verandersporen waarlangs dat vergezicht wordt bereikt. De gemeenteraad stelt de kaders vast. 1.1 Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt het doel en de rol van deze notitie geschetst en wordt aangegeven welk besluit aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. In hoofdstuk 2 presenteert het college haar visie op de veranderingen. Het derde hoofdstuk gaat over de organisatie en werkwijze van het programma: hoe gaan we met de veranderingen aan de slag? In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende betrokken partijen en hun rollen in het samenspel. In de bijlagen staat een programmaplan en een spoorboekje van de bestuurlijke besluitvorming en voortgangsmeldingen 3

2 Doel van deze notitie: kaderstellende rol raad, gevraagd besluit, vaststellen visie en programmadoelen en aanpak Met het opstellen van het maatschappelijk beleidskader in 2011, is een overkoepelend kader opgesteld dat leidend is voor alle taken die in het maatschappelijk domein worden uitgevoerd. Het zou de noodzaak wegnemen om met allerlei aparte kaderstellingen en beleidsnota s naar de raad te moeten. Waarom dan toch een aparte kaderstellende notitie voor de decentralisaties? Gezien de omvang van de taken, de verantwoordelijkheden en de budgetten die op de gemeente afkomen, wil het college van B&W de gemeenteraad in staat stellen om nadere keuzes te maken en te sturen in de voorbereiding. De gestelde kaders in het maatschappelijk beleidskader blijven nog steeds overeind, maar een doorvertaling naar de nieuwe taken die op ons afkomen is nodig. Met de nieuwe taken komt ook een nieuwe verantwoordelijkheid over: we worden ook verantwoordelijk voor de zorg van onze inwoners, waarbij het voorheen vooral ging om ondersteuning. We willen met de komst van de nieuwe taken wel verbeteringen aanbrengen, maar het is een utopie om te denken dat we daarmee alle problemen oplossen. Hoe gaan wij daarmee om in Purmerend als het compleet misloopt? Is de raad eindverantwoordelijk? Hoe reageren we: gaan we op zoek naar wie hier schuld aan heeft of wie of welke instantie heeft gefaald? Of spreken we af met elkaar dat als er zaken mislopen dat we gaan zoeken naar antwoorden op de vragen: wat is er gebeurd en wat kunnen we hiervan leren? Daarover gaat het college graag in gesprek met de raad. Het college van B&W vraagt de gemeenteraad in te stemmen met de kaderstellende uitgangspunten en de programma-aanpak waarmee de implementatie van de gedecentraliseerde taken wordt voorbereid, zoals omschreven in deze notitie. 4

3 Kaders ten aanzien van de drie transities in het maatschappelijk domein 3.1 Visie op de ondersteuning in de Purmerendse samenleving De visie ten aanzien van de Purmerendse samenleving en de ondersteuning die wordt geboden in het maatschappelijk domein staat verwoord in het maatschappelijk beleidskader Purmerend is van ons allemaal (pag. 9 visie en missie): Purmerenders zijn grotendeels prima in staat om zichzelf te redden. De meeste mensen en gezinnen zijn zelfredzaam en als ze een probleem ervaren dan lossen zij dit op. De overheid en instellingen zijn niet de eerst aangewezenen om problemen op te lossen. Om de sociale samenhang te versterken is het nodig hierin te investeren. De gemeente ondersteunt iniatieven uit de samenleving. Soms doet de overheid ook juist minder; te veel overheidsinterventie haalt de kracht uit de sociale netwerken. Daar waar de burger er zelf niet uitkomt, probeert hij dat met ondersteuning van het eigen sociale netwerk, met vrijwilligers en mantelzorgers te doen. Pas als dat ook niet lukt dan komen overheid en instellingen in actie. Zij nemen het probleem en de oplossing niet over, maar ondersteunen burgers om het heft (weer) in eigen handen te nemen. Eventueel kan een beroep worden gedaan op collectieve voorzieningen, In laatste instantie verschaft de gemeente een vangnet van individuele voorzieningen aan burgers die dat (tijdelijk) nodig hebben. Mensen doen naar vermogen mee in Purmerend. Purmerenders worden aangesproken op hun verantwoordelijkheden. 3.2 Vergezicht van een maatschappelijke infrastructuur (stip aan de horizon) Met de komst van de gedecentraliseerde taken doet zich de kans voor om nog meer samenhang aan te brengen in de voorzieningen die ter ondersteuning van de Purmerenders beschikbaar zijn. De gemeente wil deze kans aangrijpen om de maatschappelijke infrastructuur te transformeren. Hieronder volgt een vergezicht naar de gewenste ondersteuning in de Purmerendse samenleving: De ondersteuning is in eerste instantie gericht op het versterken van de sociale samenhang in wijken. Mensen doen zoveel mogelijk zelf en met hun netwerk. Ondersteuning vindt plaats door vraag naar en aanbod van informele zorg in wijken te ondersteunen. Laagdrempelig en dichtbij wordt advies en informatie gegeven. Lichte (nuldelijns) ondersteuning is aanwezig in de buurt, de wijk, de school. Waar mogelijk wordt ondersteuning door vrijwilligers, werklozen en arbeidsgehandicapten geboden, mits passend bij de benodigde ondersteuning en passend bij de mogelijkheden van de betrokkenen. Als er problemen ontstaan die mensen niet zelf, met hun netwerk of met vrijwilligers kunnen oplossen is het heel duidelijk waar mensen zich kunnen melden. Ook als mensen problemen signaleren bij mensen in hun omgeving is duidelijk waar zij hun zorgen kunnen uiten. Ook scholen, huisartsen en andere professionals bv bij woningcorporaties weten waar zij signalen kunnen melden. De professionals die de signalen binnenkrijgen en oppakken kijken eerst wat mensen zelf en met hun omgeving kunnen, of met ondersteuning van vrijwilligers, voordat het medisch circuit wordt ingegaan. 5

Als er meerdere problemen spelen bij een persoon of een gezin dan worden de signalen en meldingen integraal opgepakt. Er is één vaste begeleider die de lijntjes legt naar partijen die nodig zijn om uit specifieke problemen te komen en te blijven op de verschillende leefgebieden. Er is geen doorverwijscultuur; er is sprake van teamwork in het veld. De persoon die of het gezin dat ondersteuning krijgt denkt - voor zover mogelijk - zelf na over wat nodig is om weer de regie over het eigen leven te krijgen. Er wordt een gezamenlijk ondersteuningsplan opgesteld, gericht op het vergroten of ondersteunen van de zelfredzaamheid. Er is niet sprake van standaardoplossingen, maar het is maatwerk. Er wordt creatief naar oplossingen gezocht. Professionals ervaren vrijheid om beslissingen te nemen. Mensen worden gestimuleerd om daar waar mogelijk zelf het heft in handen te nemen. Als de veiligheid in het gedrang is wordt daadkrachtig opgetreden door een klein team van zorgverleners in de wijk. Om problemen op te lossen of om goed mee te kunnen doen als er sprake is van beperkingen, wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van collectieve en groepsgerichte, voorliggende voorzieningen en kortstondige trajecten. Indien het nodig is wordt - met groot kostenbewustzijn - individuele ondersteuning geboden. Deze ondersteuning past bij wat de persoon of het gezin nodig heeft en is kwalitatief goed. Eventueel kan de persoon of het gezin in kwestie zelf ook ondersteuning uitzoeken die goed past, middels een budget dat beschikbaar wordt gesteld of door de kosten ervan te declareren bij de gemeente. 3.3 Uitgangspunten ondersteuning In bovenstaand beeld staan impliciet uitgangspunten t.a.v. de geboden ondersteuning, die hier nog eens apart opgesomd worden: Mens met eigen kracht centraal. We zetten in op het versterken van de sociale samenhang in wijken. We zetten in op het ondersteunen van vraag en aanbod van informele zorg door vrijwilligers, werklozen en arbeidsgehandicapten in de wijk. Advies en informatie is laagdrempelig en dichtbij/digitaal beschikbaar. Ondersteuning is dichtbij beschikbaar. Door dichtbij te zijn worden problemen sneller gesignaleerd en wordt erger voorkomen. Het is voor inwoners duidelijk waar zij zich melden als zij ondersteuning nodig hebben Het is voor inwoners en professionals duidelijk waar zij signalen over anderen kunnen melden. Professionals kijken eerst wat mensen zelf en met elkaar en eventueel met informele zorg kunnen organiseren, voordat voorzieningen worden ingezet. Ondersteuning is op maat en integraal waar nodig. De leefwereld van de betrokken personen staat centraal. Professionals ervaren ruimte, creativiteit en vrijheid om passende oplossingen te bieden. Eén gezin, één plan, één begeleider. Mensen zijn - waar mogelijk - betrokken bij het oplossen van hun problemen. Daar waar de veiligheid in het gedrang is wordt daadkrachtig opgetreden. De kwaliteit van de geboden ondersteuning is goed. Bovenstaand beeld en de opgesomde uitgangspunten vormen een startpunt voor het vormgeven van de nieuwe taken die op de gemeente afkomen, in samenhang met de al aanwezige lokale 6

voorzieningen. De visie laat zien dat het noodzakelijk is dat de nieuwe taken in samenhang met elkaar en met de al aanwezige lokale voorzieningen worden georganiseerd. 3.4 Transformeren via vier verandersporen 3.4.1 Huidige ondersteuning Van oudsher wordt vanuit verschillende deelgebieden ondersteuning geboden. Dit heeft te maken met het feit dat voorzieningen vanuit aparte potjes geld beschikbaar worden gesteld. Sinds de vaststelling van het maatschappelijk beleidskader werken Purmerendse instellingen al meer samen om de maatschappelijke opgaven in Purmerend te bereiken. Op initiatief van de lokale zorg- en welzijnsinstellingen worden inmiddels wijkgerichte samenwerkingsverbanden opgericht. Men tracht daar vanuit verschillende disciplines samen te werken om dichterbij en integraler ondersteuning te bieden. Ook wordt geëxperimenteerd met integrale ondersteuning in twee andere pilots: Pilot jongerenloket vanuit participatie. In deze pilot wordt door het jongerenloket bij de afdeling Werk en welzijn geëxperimenteerd met een andere manier van werken, namelijk: meer gericht op de behoefte van de jongeren, geen standaardoplossingen maar maatwerk, integraal werken; dus op meerdere leefgebieden van de jongere meedenken. Deze pilot levert - door lerend te werken ervaringen met een nieuwe werkwijze op die kan worden doorgetrokken naar andere ondersteuningsloketten en diensten. Pilot decentrale toegang vanuit jeugd. Het doel van deze pilot is tweeledig: o Verhogen effectiviteit hulpverlening; het resultaat voor het gezin telt o In verbinding met andere terreinen/spelers in het sociale domein De Werkwijze is: o Rechtstreeks verwijzen zonder tussenkomst van BJAA o Breed kijken, analyse, direct hulp verlenen, regie houden o Schakelen met andere organisaties; opschalen via pilotteam o De pilot is klein begonnen met beperkt aantal zorgmelders: politie en CJG. Eind 2013 wordt de pilot geëvalueerd. Daarnaast is er nog een door de provincie Noord-Holland gefinancierd experiment genaamd Met lef en vertrouwen waarin consulenten en casemanagers van de gemeente worden getraind in het voeren van gesprekken met cliënten die meer uitgaan van het zoeken naar een passende oplossing voor de problemen die iemand ervaart, dan alleen een standaardvoorziening verstrekken. Er worden dus vanuit de huidige ondersteuning al stappen gezet. 3.4.2 Vier verandersporen Om bij het gedroomde beeld te komen moeten er echter nog intensiever getransformeerd worden, niet alleen in het herinrichten van de huidige lokale voorzieningen, wat dus al in ontwikkeling is gezien voorgenoemde nieuwe samenwerkingsverbanden en pilots. Ook moeten de nieuwe taken georganiseerd worden. We volgen daarvoor vier verandersporen: --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De vier verandersporen in het maatschappelijk domein 1. Het ruimte geven aan de eigen kracht en eigen regie van samenleving en individu of gezin, door versterken van de sociale samenhang in wijken en ondersteunen van vraag en aanbod van informele steun door vrijwilligers, werklozen en arbeidsgehandicapten in de wijk. 2. Het versterken van de basis- en eerstelijns- en collectieve voorzieningen om daarmee duurdere vormen van specialistische en individuele ondersteuning te vermijden. 7

3. Het organiseren van meer integraliteit en de één gezin,één plan, één regisseur gedachte door generalistisch werkende professionals in te zetten 4. Het organiseren van wijkgericht samenwerken: niet als structuur op zich, maar als hulpstructuur die helpt om dichtbij en rondom de klant problemen op te lossen en mensen mee te laten doen. Bij bovengenoemde verandersporen geldt altijd als randvoorwaarde dat er sprake is van maatwerk, dat op het betreffende moment gekeken wordt wat nodig is samen met klant, dat de kwaliteit goed is en dat bij veiligheidskwesties daadkrachtig wordt opgetreden. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Deze vier sporen lopen dwars door de verschillende decentralisaties en ook door het maatschappelijk beleidskader en de daarbij behorende maatschappelijke opgaven heen en zullen een langere doorlooptijd hebben dan 1 januari 2015. Maar voor de hervorming van het maatschappelijk domein in Purmerend zijn dit wel de belangrijkste lijnen waarlangs de stip aan de horizon bereikt kan worden. Met name voor deze sporen zullen experimenten en proeftuinen ingezet gaan worden. Intensieve samenwerking met de maatschappelijke organisaties in de stad en in de wijken is daarbij onontbeerlijk en vindt al intensief plaats. De verandersporen zullen grote gevolgen hebben voor de ondersteuning die Purmerender ontvangen, voor de wijze waarop instellingen en de zorgprofessionals hun ondersteuning verlenen, voor de bekostiging/financiering van de ondersteuning en voor de gemeentelijke werkwijze. 3.5 Bezuinigingsrichtingen en bekostiging Het rijk decentraliseert taken aan de gemeente en hevelt daartoe een budget over dat lager wordt dan nu aan die taken wordt uitgegeven. De gemeente zal binnen de beschikbare budgetten de taken opvangen. Om de bezuiniging op de budgetten op te vangen willen we samen met de organisaties die de ondersteuning leveren op de volgende bezuinigingsmogelijkheden inzetten: Meer afvangen in de (goedkopere) basis- en voorliggende voorzieningen, waardoor minder vaak dure individuele trajecten hoeven worden ingezet. Dit mag echter niet ten koste gaan van de kwaliteit van de ondersteuning. Nabije, integrale en passende ondersteuning tot stand brengen waardoor mensen beter en sneller geholpen worden. Goedkopere zorg, door bijvoorbeeld met meerdere gemeenten gezamenlijk in te kopen Innovatie in de zorg en in de ondersteuningsarrangementen waardoor hulp effectiever en efficiënter wordt. Denk bijvoorbeeld aan inzet sociale media voor ondersteuning op afstand. De korting op de budgetten die van het rijk naar de gemeente komen valt tegelijkertijd samen met een taakstelling op de maatschappelijke subsidies die de gemeente Purmerend verstrekt. Per 1 januari 2017 moet daar een structurele bezuiniging van 600.000,- worden gerealiseerd. Om deze taakstelling te realiseren wordt met de maatschappelijke organisaties gekeken of de kosten in de overhead kunnen worden teruggebracht en of er in het kader van de gedecentraliseerde taken mogelijkheden zijn om het aanbod goedkoper te maken. De gemeenteraad heeft t.a.v. deze taakstelling uitgesproken dat er geen versobering komt van activiteiten of hulpverlening als gevolg van deze taakstelling. Wanneer het college in gesprek gaat met organisaties over het wijzigen van het aanbod aan activiteiten of hulpverlening, wordt eerst een voorstel aan de raad voorgelegd. De budgetten worden straks door de gemeente verdeeld. Gemeentes buigen zich over de vraag of de bekostiging via subsidie of inkoopcontractering moet gaan verlopen. Gelet op alle onzekerheden die 8

er zijn t.a.v. de omvang van de budgetten en de wijze waarop we de nieuwe taken willen organiseren, kiest de gemeente Purmerend er op dit moment voor om in principe geen langdurige afspraken en contracten aan te gaan, tenzij volstrekt duidelijk is dat het wel mogelijk is. Het standpunt is: we kiezen de meest passende en minst bureaucratische manier om de ondersteuning te financieren. Dat kan subsidie zijn in situaties dat het wenselijk is om te kunnen schuiven tussen voorzieningen en instanties, omdat daarmee beter passende ondersteuning kan worden geleverd. En in sommige gevallen kan dat inkoop zijn, bijvoorbeeld bij zeer specialistische zorg, samen met andere gemeenten 9

4 Het proces 4.1 Werkwijze: programmatisch werken en programmadoelen Voor de voorbereiding van de decentralisaties is een programma genaamd 3 D s in Purmerend in het leven geroepen. Met het programma wordt het volgende doel nagestreefd: ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Zoveel mogelijk mensen participeren in de samenleving in Purmerend, in de wijk, in werk. Als daarbij ondersteuning nodig is, is deze ondersteuning aanvullend op de eigen kracht en op de kracht van de omgeving en is deze op maat, integraal en doeltreffend. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- In bijlage 2 en 3 staan het programmaplan en de programmabegroting weergegeven. Daarin staat beschreven hoe de programmastructuur is opgezet, hoe de fasering verloopt en hoeveel financiële middelen in het programma omgaan. 4.1.1 Projecten in het programma Onder de vlag van het programma worden 3 projecten uitgevoerd. Het betreft de projecten Project transitie AWBZ naar de Wmo Project transitie jeugdzorg Project participatie (Passend Onderwijs) In deze projecten worden de voorbereidingen voor de transities gedaan. Per project is het resultaat dat: 1. op 1 januari 2015 de organisatie van de nieuwe taken tijdig afgerond is, zodat ondersteuning op het gebied van zorg, jeugdzorg en participatie beschikbaar is. 2. deze ondersteuning volgens de verandersporen georganiseerd is. 3. dit samen met cliënten en betrokken professionals tot stand is gebracht. 4. gemeente, samen met betrokken instellingen voor bestaande cliënten een passend overgangsarrangement heeft georganiseerd. 5. dat binnen de beschikbare financiële middelen is gelukt. Daar wordt op gestuurd door de verantwoordelijke projectleiders. In de programmaopzet stemmen zij de voortgang en onderlinge samenhang af en wordt afgestemd in hoeverre in de individuele projecten in lijn zijn met de programmadoelen en -lijnen. De voortgang is mede afhankelijk van wetgeving en duidelijkheid over budgetten vanuit het rijk. 4.1.2 Samenhang met passend onderwijs De ontwikkeling van het passend onderwijs hangt samen met de drie decentralisaties richting de gemeente. Het passend onderwijs gaat over de zorgplicht voor kinderen dat aan het onderwijs wordt overgedragen. Het organiseren van passend onderwijs is een taak die onder de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen valt. De scholen dienen straks voor leerlingen een passende onderwijsplek te bieden met eventueel ondersteuning. Het valt dus niet direct onder de verantwoordelijkheidsstructuur van dit programma maar heeft wel belangrijke verbindingen met het programma. Het plan waarin staat beschreven hoe het basis- en voortgezet onderwijs het passend onderwijs vormgeven wordt, wordt wel ter goedkeuring aan de gemeente voorgelegd. Duidelijk is echter wel dat het organiseren van 10

ondersteuning in het onderwijs samenhangt met de wijze waarop de gemeente haar ondersteuning t.a.v. de nieuwe taken organiseert. Daarom is het belangrijk om hierin gezamenlijk op te trekken. Het gaat tenslotte om samenhangende ondersteuning in de Purmerendse samenleving. 4.1.3 Programmaopzet Tabel 1. Overzicht van individuele projecten en programmalijnen Projecten -> Programmalijnen AWBZ Jeugdzorg Participatie (passend onderwijs) Verantwoordelijke Borgen samenhang in de voorbereidende fase Programmamanager Borgen samenhang bestaande en nieuwe taken en voorzieningen Communicatie en betrokkenheid raad/ instellingen/ bewoners en cliënten Wijkgericht samenwerken Integraal werkende professional/ daadkrachtige en effectieve ondersteuning/ 1 begeleider of regisseur Programmamanager Programmamanager Deelprogramma verantwoordelijke/ maatschappelijke organisaties Deelprogramma verantwoordelijke/ maatschappelijke organisaties Het ruimte geven aan de eigen kracht en eigen regie van samenleving en individu of gezin. Sociale cohesie en vraag en aanbod informele steun faciliteren. Deelprogramma verantwoordelijke/ maatschappelijke organisaties Meer afvangen in de basis- en eerstelijns- en collectieve voorzieningen Bovenlokale samenwerking t.a.v. de transities Verantwoordelijke Project leider Project leider Project leider Ambtelijk contactper soon voor schoolbest uren Deelprogramma verantwoordelijke/ maatschappelijke organisaties Deelprogramma verantwoordelijke 11

In bovenstaande matrix zijn de individuele projecten verwerkt en de programmalijnen waaraan in het programma wordt gewerkt. De programmalijnen zijn de processen die ingezet worden om het programma te organiseren en om de veranderagenda in het maatschappelijke domein te realiseren. De programmamanager en deelprogrammaverantwoordelijken werken deze processen uit. Deze programmalijnen zijn intensief verbonden met de opgaven uit het maatschappelijk beleidskader, waar vele maatschappelijke instanties ook samen aan werken. We gaan daar als gemeente en instellingen dan ook samen in optrekken. Het betreft ook veelal de werkwijze van instellingen en hun professionals. Door het als programmadoelen en lijnen te benoemen worden de activiteiten die op al deze gebieden plaatsvinden (want dat gebeurt zeker al) meer gecoördineerd en doelbewuster nagestreefd. De projectleiders voeren hun projecten uit en zijn verantwoordelijk voor de resultaten van hun individuele projecten en zorgen ervoor dat hun projecten in de pas blijven lopen met het de verandersporen. De inhoudelijke vernieuwing staat daarbij als prioriteit voorop. 4.2 Risicoanalyse De taken die op de gemeenten afkomen brengen omvangrijke bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid en risico s met zich mee. De volgende risico s zijn in beeld: 4.2.1 Te hoge verwachtingen De wens is om niet alleen de transities te organiseren, maar ook om een transformatie in het maatschappelijk domein te realiseren. Dit is een ingewikkelde en complexe opgave die we wellicht niet op tijd gerealiseerd hebben. Ook wordt hierbij uitgegaan van de aanwezigheid van sociale samenhang in de stad. Het kan zijn dat die samenhang er minder is dan wij hebben aangenomen. We moeten op tijd een basis aan voorzieningen georganiseerd hebben, waarmee we deze risico s kunnen ondervangen. 4.2.2 Tijdsdruk We hebben het zorg- en ondersteuningsaanbod niet op tijd op orde, waardoor nieuwe gebruikers niet de noodzakelijke ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Kwetsbare mensen in Purmerend zullen dan gevaar lopen. Er zijn planningen opgesteld door transitieureaus bij het rijk en de VNG die wij proberen te volgen om zeker te weten dat we de zaken op tijd geregeld hebben. 4.2.3 Zorgcontinuïteit De continuïteit van de zorgverlening aan bestaande gebruikers kan niet geleverd worden, omdat we de nieuwe taken niet op tijd of onvoldoende hebben georganiseerd. Er wordt regionaal samengewerkt en opgetrokken om gezamenlijk te zorgen voor overgangsregelingen. 4.2.4 Financiële risico s We hebben onvoldoende dekking voor de kosten van de zorg. We hebben de financieringssystematiek niet goed georganiseerd waardoor betaling aan zorgen ondersteuningsverleners niet goed verloopt en zij in financiële problemen kunnen komen. De financiële risico s voor de individuele gemeente zijn groot. Op regionaal niveau wordt samengewerkt aan het onderzoeken hoe de financiële risico s beperkt en afgedekt kunnen worden. 12

4.2.5 Bestuurlijke risico's Met de komst van de nieuwe taken proberen we de ondersteuning beter op elkaar en op de vraag van de inwoners van Purmerend af te stemmen, maar dat betekent niet dat er nooit iets mis zal gaan. Het is onduidelijk wat de bestuurlijke risico s zijn als het mis gaat. Het college en de gemeenteraad dienen zich hierover te beraden. 4.2.6 Verwachtingen van burgers en klanten Met de taakoverheveling naar gemeenten wordt gelijk ook een fundamentele verandering doorgevoerd in het stelsel rond de ondersteuning van jeugd en gezinnen. Recht op zorg is niet meer vanzelfsprekend. De burgers en klanten moeten over deze omslag geïnformeerd worden, zodat ze weten wat ze kunnen verwachten van de gemeente Purmerend. Eenduidige communicatie die ook terecht komt bij de mensen om wie het gaat is vooral van groot belang. De strategie zal in samenwerking met de afdeling Communicatie worden bepaald. Burgers en cliënten gaan meedenken over de vormgeving van het het zorgstelsel en de invulling van het zorgpakket. Het managen van deze risico s zal in samenwerking met collega-gemeenten georganiseerd worden. We willen daarbij van elkaar leren en gezamenlijk optrekken. 13

5 Schaken op vele borden 5.1 De positie van burgers en cliënten Burgers en cliënten staan centraal in de veranderstrategieën en in het anders organiseren van de hulpverlening en ondersteuning. Het gaat erom dat zij uiteindelijk naar vermogen kunnen participeren in de maatschappij. Het is daarom noodzakelijk hen te betrekken bij het totstandbrengingproces, bij de proeftuinen en de experimenten. Een aanpak van cocreatie en samen leren zijn hier van toepassing. Het zal met onzekerheid en met het leren van fouten gepaard gaan. Inzet is dat we lerend toewerken naar een nieuw samenspel in het maatschappelijk domein. Daarbij is het wel belangrijk dat burgers en cliënten weten wat ze wel en niet mogen verwachten van de gemeente en instanties. Communicatie is daarom een belangrijk instrument in de aanloop naar de datum waarop de nieuwe taken naar de gemeente komen. Het is ook van belang dat burgers en cliënten ergens terecht kunnen met hun zorgen en vragen. 5.2 Samenwerking met maatschappelijke partners De gemeente Purmerend en de maatschappelijke organisaties (subsidiepartners, vrijwilligersorganisaties, woningcorporaties, bewonersvertegenwoordigers) werken al sinds 2011 intensief samen aan het innoveren van hun aanbod en de rolverdeling in het maatschappelijk domein. Er is een transformatie geweest van een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie naar een vorm van partnerschap met gesubsidieerde instellingen. De gemeente organiseert de totstandkoming van de kaders en het samenbrengen van partijen. De maatschappelijke organisaties hebben hun onderlinge samenwerking georganiseerd in de maatschappelijke opgaven en vullen gezamenlijk hun onderling afgestemde aanbod per opgave in. Het partnerschap ontwikkelt zich door, omdat aan beide kanten deze rolverdeling goed bevalt. De rol van de overheid wordt bescheidener, de rol van de maatschappelijke organisaties wordt groter. T.a.v. de decentralisaties zijn de maatschappelijke partners cocreëerder: ze zijn de partner van de gemeente bij de visie- en beleidsontwikkeling, ze nemen initiatieven rondom innovatietrajecten en nemen deel aan experimenten en proeftuinen. De gemeente voert gesprekken met de organisaties over hoe we de budgetten gaan verdelen. De gemeente werkt toe naar het verlenen van subsidie per opgave, en niet meer op individueel organisatieniveau. Er komen als gevolg van de decentralisaties nieuwe spelers in het bestaande samenspel in het Purmerends maatschappelijk domein. Dit is wennen, maar het belang van de Purmerendse inwoners en de zorg en ondersteuning die zij moeten krijgen gaat vóór de individuele organisatiebelangen. Dat is het streven, en ook een voorwaarde van de gemeente voor samenwerking met organisaties in Purmerend. Het kan zijn dat als gevolg van de decentralisaties de maatschappelijke opgaven herijkt moeten gaan worden. Dit zal iets voor de nieuwe collegeperiode zijn. Dit zal dan in samenspraak met de maatschappelijke partners gaan. 5.3 Raad en college Het college wordt vertegenwoordigd door de twee wethouders die als bestuurlijk opdrachtgever fungeren voor het programma. Het college wordt daarnaast regelmatig bijgepraat en krijgt voorstellen voorgelegd. Het college is verantwoordelijk voor de realisatie van de decentralisaties en de wijze waarop dit gebeurt. De gemeenteraad stelt de visie en de beleidskaders voor de decentralisaties vast. Daartoe is betrokkenheid van de raad vereist. Om die reden informeert en consulteert het college de raad over de ontwikkelingen die op de gemeente afkomen. Dit gebeurt ook middels voortgangsrapportages. 14

College en raad starten de komende tijd een dialoog op naar aanleiding van deze kadernotitie over de vraag wat de nieuwe taken, budgetten en verantwoordelijkheden voor de governance van de gemeente betekenen. 5.4 Regionale samenwerking Er is vanuit het Rijk en VNG een oproep gedaan aan gemeenten om gezamenlijk voldoende uitvoeringskracht te organiseren. De gemeente Purmerend gaat samenwerken met de gemeenten in de regio Zaanstreek/Waterland in de voorbereidende fase en in de uitvoering van de nieuwe taken. Al voor deze oproep waren de regiogemeenten in Zaanstreek/Waterland gezamenlijk bezig met de voorbereiding op de decentralisatie. Zaanstreek/ Waterland is een regio met negen gemeenten (Landsmeer, Edam-Volendam, Beemster, Wormerland, Oostzaan, Waterland, Zaandam, Zeevang en Purmerend. Deze negen gemeenten van Zaanstreek-Waterland vormen een samenhangende regio met ruim 320.000 inwoners. Ze werken reeds lange tijd samen in het sociale domein en rond veiligheid. Voor deze samenwerking is een notitie Zaanstreek Waterland: Lokaal maatwerk in regionaal verband. Regionale samenwerking in het sociale domein opgesteld die op 16 mei 2013 o.a. naar de VNG en minister Plasterk is gestuurd. In deze notitie staat dat het uitgangspunt bij het maken van de keuze voor het lokaal of bovenlokaal organiseren is, dat taken zo laag mogelijk belegd worden: Lokaal waar dat kan, samen waar dat beter is. In de notitie staat dat de gemeenten gestart zijn met het maken van een analyse van de verschillende taken en functies in de te decentraliseren onderwerpen, te weten Wmo, jeugdzorg en participatie. Deze notitie vormt de basis voor verdere regionale samenwerking. De regionale samenwerking zal met name gaan over samenwerking rond de gezamenlijke inkoop. Naar aanleiding daarvan wordt een aantal mogelijke vormen van samenwerking uitgewerkt. Op een later moment kan dan een bestuurlijke voorkeur bepaald worden. Het is de bedoeling dat de regionale samenwerking per 1 januari 2014 operationeel is. Besluitvorming over de juridische vorm vindt plaats in de afzonderlijke gemeenteraden. Ten aanzien van de voorbereidingsfase geldt dat het veel ambtelijke capaciteit vergt om de voorbereidingen tijdig afgerond te krijgen. Daarom is het noodzakelijk om slim samen te werken; met elkaar binnen de transities maar ook door daar waar mogelijk bovenlokaal samen te werken en taken te verdelen in de regio Zaanstreek/Waterland. Bovendien kunnen gemeenten veel van elkaar leren. Ten aanzien van planningen, ontwikkeling van formats, protocollen en verordeningen wordt aangesloten op wat er door de landelijke transitiebureaus wordt aangereikt 15

6 Bijlage 1: Wat komt er op de gemeente af? 6.1 Taken en verantwoordelijkheden 6.1.1 AWBZ In het regeerakkoord is opgenomen dat de volgende taken overkomen naar de gemeente met een verminderd budget, te weten: Gemeenten: ondersteuning, begeleiding en verzorging De functies begeleiding, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf gaan van de AWBZ over naar de gemeenten. De dienstverlening wordt meer gericht op waar ze het hardste nodig is en gaat vallen onder de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De gemeenten wordt een ruime beleidsvrijheid gegeven met betrekking tot de concrete invulling van deze gedecentraliseerde voorzieningen. Extramuraliseren Zorgzwaartepakketten Met deze maatregel wordt beoogd dat cliënten met een lichtere zorgvraag die voorheen in een intramurale setting zorg zouden ontvangen, voortaan de zorg in de eigen omgeving krijgen (scheiden wonen en zorg). Vanaf 2013 speelt dit al met een afbouw in drie tot vijf jaar. Huishoudelijke hulp inkomensafhankelijk beperken Het beroep op de bestaande huishoudelijke hulp in de Wmo wordt voor nieuwe cliënten in 2015 beëindigd. Gemeenten behouden 60% van het budget voor een maatwerkvoorziening. Maatwerkvoorziening tegemoetkoming inkomens chronisch zieken en gehandicapten Deze maatregelen betekenen concreet dat toelagen worden geschrapt, verdwijnt de belastingaftrek van ziektekosten en gaan de eigen bijdragen omhoog. Naast deze maatregelen vindt intensivering plaats van de wijkverpleging en de sociale wijkteams en worden de middelen voor cliëntondersteuning (MEE) overgeheveld naar gemeenten. 6.1.2 Jeugdzorg In het nieuwe jeugdstelsel worden gemeenten verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De verantwoordelijkheid voor de gemeente omvat: 1. het voorzien in een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod; 2. het opstellen van een beleidsplan voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg bij opgroei en opvoedingsproblemen en psychische problemen en stoornissen en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering; 3. het treffen van een voorziening op het gebied van jeugdhulp (jeugdhulpplicht, vergelijkbaar met de compensatieplicht Wmo), als jeugdigen en hun ouders het niet op eigen kracht redden; 4. de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 5. het voorzien in maatregelen ter voorkoming van kindermishandeling; 6. de regie over de gehele jeugdketen en de afstemming met overige diensten op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen, sport en veiligheid; 7. het voorzien in vertrouwenspersonen voor jeugdigen, hun ouders, pleegouders of netwerkpleegouders die te maken hebben met hulpverleners. 16

6.1.3 Participatie Gemeenten worden per 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Concreet betekent dit de verantwoordelijkheid voor een bredere doelgroep. De Wet sociale werkvoorziening (Wsw) wordt afgesloten voor nieuwe werknemers. Daarnaast is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Tot slot maakt de ons al bekende Wet werk en bijstand (WWB) straks onderdeel uit van de Participatiewet. Het doel van de nieuwe Participatiewet is dat iedereen waar mogelijk mee doet. Dit ongeacht leeftijd, geslacht, etniciteit en beperking. De gemeenten hebben hierbij de taak om het beleid en de uitvoering zo vorm te geven dat dit doel gehaald wordt. De komst van de Participatiewet gaat gepaard met grote bezuinigingen en dus minder budget. Meer mensen aan het werk met minder geld, is de opdracht die de gemeenten met de Participatiewet op hun bordje krijgen. Mensen die nu nog aan de kant staan, moeten meer kansen krijgen om mee te doen en waar mogelijk zelf in hun levensonderhoud te voorzien. Nu is de regelgeving versnipperd. Met de invoering van één regeling via de Participatiewet wil het huidige kabinet mensen die nu aan de kant staan meer kansen bieden. Meer kansen op (regulier) werk of, als dat (nog) niet kan, meer kansen op andere vormen van participatie. Wat dit betekent voor Purmerend en hoe dat 'anders' eruit kan zien staat al beschreven in de notitie participatie en re-integratie welke in juni 2013 ter meningsvorming in de commissie Samenleving is behandeld. Vanuit die geest wordt momenteel al geanticipeerd op de Participatiewet: 6.2 Welke nieuwe groepen mensen vallen straks onder onze verantwoordelijkheid? 6.2.1 Aantallen en omschrijving nieuwe cliënten als gevolg van AWBZ decentralisatie: In gemeente Purmerend waren er op 1 januari 2013 1.830 cliënten met een extramurale indicatie. De grootste groep extramurale cliënten in gemeente Purmerend op 1 januari 2013 werd gevormd door de cliëntgroep Somatisch 75 jaar en ouder. Er waren 905 cliënten met een indicatie voor de functie Begeleiding. Dit betekent dat 49 procent van de cliënten met een extramurale indicatie (ook) aanspraak op Begeleiding had. De grootste groep cliënten met Begeleiding op 1 januari 2013 viel binnen de cliëntgroep Psychiatrisch 18 jaar en ouder. In gemeente Purmerend waren er op 1 januari 2013 1.710 cliënten met een intramurale indicatie. De grootste groep intramurale cliënten in gemeente Purmerend op 1 januari 2013 werd gevormd door de cliëntgroep Verstandelijk Gehandicapt 18 jaar en ouder. Tabel 2. Overzicht aantal kinderen in de jeugdzorg en totaal aantal kinderen in Purmerend (2011) Soort jeugdzorg Aantal AWBZ jeugdzorg (= langdurige zorg) 265 Zorgverzekeringswet jeugdzorg (kortdurende 1225 (in 2010) zorg bij psychische problemen) Door de provincie gefinancierde jeugdzorg 570 (geïndiceerde zorg) Gebruikers jeugd opvoedhulp 385 Aanspraken jeugdbescherming 185 Jeugdreclassering 105 Totaal aantal kinderen in Purmerend 16.835 17

Tabel 3. Overzicht van het aantal nieuwe cliënten door decentralisatie participatie (zie nota participatiebeleid 2014-2017, juni 2013 behandeld in de gemeenteraad Purmerend) Schatting meerjarig bestand Participatiewet (excl. SW) Purmerend Jaar 2014 2015 2016 2017 2018 Totaal landelijk Nieuwe doelgroepen 4000 13000 23000 32000 Purmerend WWB 1410 1410 1410 1410 1410 Nieuwe doelgroepen 45 146 258 358 Totaal 1410 1455 1556 1668 1768 De nieuwe doelgroepen die in de WWB gaan instromen, komen voort uit het feit dat andere wetgeving voor hen gesloten wordt (Wajong en SW). Het zal voornamelijk gaan om mensen met een fysieke of mentale arbeidsbeperking. Het grootste deel van hen zal een mentale beperking hebben, zoals autismestoornis, ADHD, psychische stoornis, laag IQ, etc. Een belangrijk deel van deze groep zal ook te maken hebben met voorzieningen als AWBZ-begeleiding of dagbesteding, Wmo-voorzieningen of jeugdzorg. 6.3 Budgetten en bezuinigingsopgaven De feitelijke budgetten van de voorgenomen te decentraliseren taken zijn nog niet bekend. Voor Purmerend is daarom een globale inschatting gemaakt. De opgenomen bedragen geven een beeld van de budgetten die na decentralisering op ons afkomen en de bezuinigingsopgaven die de gemeente dient te realiseren. Tabel 4. Overzicht van de geschatte budgetten na de decentralisering Taken Geschat Budget vanuit Percentage bezuiniging gemeentefonds per 2015 AWBZ Wordt bekend in de septembercirculaire 2013 (circa 20 miljoen is de verwachting) 25% op begeleiding, persoonlijke verzorging (40% op hulp bij het huishouden in huidige Wmo) Participatie budget excl. 8,3 miljoen aflopend naar 7,3 miljoen in 2017 SW Jeugdzorg 17,3 miljoen 15% (oplopende doelmatigheidskorting 18

7 Bijlage 2: Programmaplan 7.1 Programmastructuur De programmaorganisatie is als volgt opgezet: Bestuurlijke opdrachtgevers: de twee wethouders belast met de portefeuilles Participatie, onderwijs, jeugdzorg, zorg en welzijn Wmo Ambtelijk opdrachtgever is de stuurgroep 3 D's bestaande uit: Directeur, Afdelingshoofden Stadsontwikkeling en Werk & Welzijn, programmamanager decentralisaties. Ambtelijk opdrachtnemer is de programmamanager decentralisaties. De programmamanager bewaakt de samenhang en voortgang en de programmadoelen. De drie deelprojecten uit het programma worden geleid door drie projectleiders met een projectwerkgroep per decentralisatie. Hier vindt het feitelijke implementatiewerk plaats. De projectleiders stellen aparte deelprojectgroepen in op onderdelen die nader uitgewerkt worden. Er is een programmaoverleg waarin naast de programmanager en de drie projectleiders, een controller van de afdeling bedrijfsondersteuning, een communicatieadviseur en projectondersteuner vast zitting hebben. Ook de ambtelijke contactpersoon voor passend onderwijs neemt deel aan dit overleg Om de interne voorbereiding van de organisatie te realiseren is in 2014 aanvullende ondersteuning van de afdeling bedrijfsvoering nodig op de onderdelen financieringssystematiek, inkoop en informatiesystemen. 7.1.1 Programmadoelen/ambities 1. Borgen van de samenhang in de voorbereidingen van de voorzieningen die in de verschillende transities georganiseerd worden. 2. Borgen van de samenhang tussen de bestaande lokale voorzieningen en de nieuwe taken die naar de gemeente toekomen. 3. Het organiseren van de bovenlokale samenwerking rondom de voorbereiding en uitvoering van de decentralisaties. 4. Het verzorgen van de communicatie over en betrokkenheid bij de decentralisaties naar raad, maatschappelijke organisaties, bewoners en cliëntenvertegenwoordigers. 5. Het realiseren van de verandersporen op de langere termijn. 7.1.2 Fasering van de projecten Voor de projecten AWBZ en Jeugdzorg zijn er parallellen te vinden in het voorbereidingsproces: Fase 1: 2012-eerste helft 2013: observatie, inventarisatiefase: welke nieuwe cliënten komen straks bij ons, welke voorzieningen zijn er nu voor hen Fase 2: tweede helft 2013: kaderstellende en visievormende fase: de raad aan zet, samen met maatschappelijke organisaties en cliëntenvertegenwoordigers. Fase 3: 1e kwartaal/ 2e kwartaal 2014 voorbereidingen van de implementatie Fase 4: 2e/3e/4e kwartaal 2014: implementatie, opdrachtverstrekking, contractering, communicatie aan bewoners en cliënten. 1 januari 2015: ingangsdatum voor de nieuwe taken op het gebied van jeugdzorg, Wmo en participatie. Na januari 2015: monitoring, bijsturing en vervolgtrajecten. 19

Voor het project participatie ziet het er allemaal wat anders uit. De gemeente voert al langer participatietaken uit. Daar komt een uitbreiding van doelgroepen bij en enkele wijzigingen in bestaande voorzieningen. Wel wordt waar mogelijk de samenhang met de andere transities gezocht. 7.1.3 Programmacapaciteit De voorbereiding van de transities en de programmadoelen vergt veel ambtelijke capaciteit. Daarom is het noodzakelijk om slim samen te werken; met elkaar binnen de transities maar ook door daar waar mogelijk bovenlokaal samen te werken en taken te verdelen in de regio Zaanstreek/Waterland. Ten aanzien van planningen,ontwikkeling van formats, protocollen en verordeningen wordt aangesloten op wat er door de landelijke transitiebureaus wordt aangereikt. Een flink deel van het voorbereidende werk wordt georganiseerd binnen de bestaande formatie. Daarnaast zijn tijdelijke mensen aangetrokken om het programma te realiseren en te ondersteunen en wordt bijgedragen aan regionale ingehuurde capaciteit. Gezien de hoeveelheid werk in 2014 is in de programmabegroting een bedrag aangevraagd voor extra ambtelijke capaciteit voor een bedrag van 150.000,- om de voorbereidingen op tijd af te kunnen ronden. 20

8 Bijlage 3: Programmabegroting 8.1 Beschikbare middelen Vanuit het gemeentefonds, de stadsregio Amsterdam en de provincie worden voor de voorbereiding van de decentralisaties invoeringsbudgetten beschikbaar gesteld. Voor Jeugdzorg is dat voor 2013 (inclusief restant budget van 2012) 280.326 en voor 2014 aanvullend nog 30.259. Voor de transitie AWBZ is dat voor 2013 158.521 en voor 2014 155.177. Omdat een groot deel van de implementatievoorbereiding in 2014 plaatsvindt, kan het nodig zijn om een deel van het budget van 2013 door te schuiven naar 2014. Daarvoor wordt toestemming gevraagd aan het college van B&W. In de concept programmabegroting 2014-2017 is - zoals hierboven omschreven - een extra voorbereidingsbudget van 150.000 aangevraagd uit de algemene reserve. 8.2 Besteding van de middelen De middelen worden in het algemeen besteed aan extra ambtelijke capaciteit (ook regionaal) en kosten van onderzoek, pilots en proeftuinen, bijeenkomsten, communicatie, ICT voorzieningen en opleiding. 21

9 Bijlage 4: Spoorboekje 2013-2014 9.1 Overkoepelend Kadernotitie uitgangspunten overkoepelend 3 D s gereed inclusief programma-aanpak decentralisaties: o 13 november in commissie samenleving o 28 november in de raad 3 Bouwsessies organiseren: gemeente met maatschappelijke partners en cliëntenvertegenwoordigers over overkoepelende sociale infrastructuur op basis van maatschappelijk beleidskader en uitgangspuntennotitie 3 D s + ervaringen uit pilots en experimenten. Voorgestelde data met externen: o Donderdag 29 augustus van 4 tot 6 uur o Donderdag 5 september van 4 tot 6 uur o Donderdag 31 oktober van 4 tot 6 uur Raadsbesluit over juridische vorm bovenlokale samenwerking Zaanstreek/Waterland. o Februari 2014 vindt besluitvorming in de negen gemeenteraden plaats over de juridische vorm van de bovenlokale samenwerking (indien mogelijk eerder) o aansluitend start de implementatie; o Maart 2014 vindt besluitvorming in de negen gemeenteraden plaats over de inhoud van de Regeling zonder meer (indien mogelijk eerder); Financieel overzicht inclusief risico-analyse en risicobeheersing. o Juni 2014 in de raad Voortgangsrapportages aan de raad in maart, juli, oktober, december 2014 9.2 AWBZ Beleidsplan AWBZ transitie gereed o 06 Februari 2014 in de raad (indien mogelijk eerder) o 6 maart 2014 in de raad Februari: Verzoek aan instellingen om met voorstel te komen tot invulling AWBZ-opgaven. Februari: Start inkoop/aanbesteding/subsidie Maart: Implementatieplannen AWBZ gereed. Vastgesteld door B&W. Raad wordt geïnformeerd. Maart: Start voorbereiding operationalisatie. College van B&W en raad worden geïnformeerd over voortgang. 9.3 Jeugdzorg Regionaal Transitie Arrangement Zaanstreek/Waterland o 30 oktober ter kennisname aan de raad o 13 november in de commissie samenleving (instemmen met 5 hoofdbewegingen als besluitpunt bij vaststelling kaderstellende notitie) o 28 november in de raad (als besluitpunt kaderstellende notitie) Eindevaluatie Pilot jeugdzorg naar B&W in januari 2014 o 06 Februari 2014 in de raad (indien mogelijk eerder) o 6 maart 2014 in de raad Beleidsplan jeugdzorg Purmerend o 06 Februari 2014 in de raad (indien mogelijk eerder) o 6 maart 2014 in de raad Februari start inkoopproces 22