Evaluatieformulieren
EVALUATIEFORMULIER 1 leidinggevenden niveau A, B en C 4
EVAFORM 1 1) collegialiteit 1. werkt samen (in team) aan de uitvoering van het gehele takenpakket van de organisatie, de dienst, Dit betekent : elkaar helpen en spontaan bijspringen, communiceren met elkaar 2. leert uit gemaakte fouten en geeft hierover feedback aan mekaar 3. is bereid afspraken te maken en zich daar ook aan te houden 4. werkt mee aan de positieve sfeer, werkt vanuit een positieve ingesteldheid 2) loyauteit mede werker 1. aanvaardt en respecteert de figuur van leidinggevende 2. formuleert tijdig kritische bedenkingen op een opbouwende wijze, die de werking kunnen verbeteren 3. bewaart de objectiviteit bij de behandeling van dossiers en kan afstand nemen van eigen persoonlijke overtuigingen 4. blijft loyaal of trouw aan zijn uitgesproken intenties 5. neemt zijn verantwoordelijkheid op in de organisatie en naar zijn dienst 6. is discreet en kan omgaan met deze vertrouwelijke informatie
EVAFORM 1 3) inzet 1. is bereid tot het leveren van extra prestaties 2. is bereid zich in te werken in nieuwe taken of andere taken op te nemen 3. levert voortdurende inspanningen voor de functie-uitoefening 4. toont interesse en aandacht en is leergierig 5. ziet werk en pakt het aan 6. is bereid zich bij te scholen 4) kwaliteit en deskundigheid 1. levert een dossier/document of dienstverlening af op een kwaliteitsvolle wijze en met respect voor de aanwezige procedure en timing 2. geeft een adequaat antwoord op de gestelde vraag (is to the point, met kennis van zaken) 3. documenteert zichzelf omtrent de correctheid en de aanpak van de taakuitvoering 4. beheerst de toepasselijke wetgeving en context 5. levert correcte gegevens af 6. heeft een verzorgd voorkomen 5) efficiëntie 1. maakt gebruik van moderne burotica en informatica nodig bij de taakuitvoering en informatie-vergaring 2. werkt tijdsbewust en legt prioriteiten bij de aanpak van het werk 3. zoekt en ontwerpt efficiënte methodes om informatiedoorstroom optimaal te realiseren naar collega s of andere (stads)diensten 4. hanteert een gezond kosten-baten principe bij de taakuitvoering van de dienst
EVAFORM 1 6) leidinggeven 1. staat open voor een actieve inbreng van medewerkers en stimuleert hen hierbij 2. is luisterbereid en tracht tot e en correcte oplossingen te komen in samenspraak met de medewerker 3. delegeert taken en opdrachten, geeft correcte, volledige en duidelijke informatie en ondersteunt de medewerker bij de taakuitvoering ervan 4. is consequent in zijn stijl van leidinggeven 5. past het evaluatiesysteem toe volgens de geest en intenties van de werkgroep 6. streeft naar een continue kwaliteitsverbetering via het geven van feedback en het voeren van functioneringsgesprekken met de medewerkers 7) organisatie en planning Deze medewerker: 1. ontwerpt klare en duidelijke procedures en vermijdt de overbodige procedures 2. overlegt regelmatig met medewerkers of met collega s en levert hierbij een actieve inbreng 3. werkt mee aan de formulering en uitwerking van een visie of beleidsadvies 4. stuurt tijdig bij naargelang externe veranderingen of wijzigingen zich voordoen 5. stemt het eigen beleid op de dienst voortdurend af op dit van de organisatie 6. komt gemaakte afspraken (in samenspraak met de burger /collega of leidinggevende) ook na
EVALUATIEFORMULIER 2 administratieve functies niveau C en D
EVAFORM 2 1) collegialiteit 1. neemt taken over van collega s en informeert de collega over de uitvoering ervan 2. werkt samen (in team) aan de uitvoering van het gehele takenpakket van de organisatie, de dienst, dit betekent elkaar helpen en spontaan bijspringen, communiceren met elkaar 3. leert uit gemaakte fouten en geeft hierover feedback aan mekaar 4. is bereid afspraken te maken en zich daar ook aan te houden 5. informeert tijdig de leidinggevende in geval van plotse afwezigheid 6. werkt mee aan de positieve sfeer in de groep, werkt vanuit een positieve ingesteldheid 2) loyauteit mede werker 1. aanvaardt en respecteert de figuur van de leidinggevende 2. formuleert tijdig kritische bedenkingen op een opbouwende wijze, die de werking kunnen verbeteren 3. bewaakt de objectiviteit bij de behandeling van dossiers en kan afstand nemen van eigen persoonlijke overtuigingen 4. blijft loyaal of trouw aan zijn uitgesproken intenties
EVAFORM 2 3) inzet 1. is bereid tot het leveren van extra prestaties 2. is bereid zich in te werken in nieuwe taken of andere taken op te nemen 3. levert voortdurende inspanningen voor de functie-uitoefening 4. toont interesse en aandacht en is leergierig m.b.t. de eigen taken 5. neemt initiatief en informeert hierover de leidinggevende 6. stelt, bij problemen, zelf oplossingen voor 7. tracht de afwezigheid op het werk tot een minimum te beperken 8. is bereid zich bij te scholen 9. ziet werk en pakt het aan 4) kwaliteit 1. werkt verzorgd het toegewezen takenpakket uit 2. heeft aandacht voor een nette vormgeving van documenten, rapporten 3. levert correcte gegevens af (controleert zichzelf op fouten) 4. werkt de taken zorgvuldig uit en werkt ze af binnen de vooropgestelde termijn 5. hanteert een ordelijk en voor iedereen toegankelijk klassement 6. documenteert zichzelf omtrent de correctheid en de aanpak van de taakuitvoering
EVAFORM 2 5) efficiëntie 1. werkt snel en zelfstandig het toegewezen takenpakket uit 2. werkt tijdsbewust en legt prioriteiten bij de aanpak van het werk 3. gebruikt optimaal de mogelijkheden die worden geboden via burotica en informatica 4. kent en gebruikt de toepasselijke wetgeving of context nodig voor de uitoefening van de functie 6) externe communicatie 1. is luisterbereid en tracht naar e en correcte oplossingen te zoeken in samenspraak met de burger/klant 2. onthaalt de klant vriendelijk en verwijst eventueel door op een juiste wijze 3. is toegankelijk en past het taalgebruik aan aan de burger 4. heeft een verzorgd taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk 5. is discreet en kan omgaan met deze vertrouwelijke informatie 6. komt gemaakte afspraken (in samenspraak met de burger) ook na
EVALUATIEFORMULIER 2bis buitenschoolse kinderopvang niveau C en D
EVAFORM 2bis 1) collegialiteit 1. neemt taken over van collega s en informeert de collega over de uitvoering ervan 2. werkt samen (in team) aan de uitvoering van het gehele takenpakket van de organisatie, de dienst, dit betekent elkaar helpen en spontaan bijspringen, communiceren met elkaar 3. leert uit gemaakte fouten en geeft hierover feedback aan mekaar 4. is bereid afspraken te maken en zich daar ook aan te houden 5. informeert tijdig de leidinggevende in geval van plotse afwezigheid 6. werkt mee aan de positieve sfeer in de groep, werkt vanuit een positieve ingesteldheid 2) loyauteit mede werker 1. aanvaardt en respecteert de figuur van de leidinggevende 2. formuleert tijdig kritische bedenkingen op een opbouwende wijze, die de werking kunnen verbeteren 3. bewaakt de objectiviteit en kan afstand nemen van eigen persoonlijke overtuigingen 4. blijft loyaal of trouw aan zijn uitgesproken intenties
EVAFORM 2bis 3) inzet 1. is bereid tot het leveren van extra prestaties 2. is bereid zich in te werken in nieuwe taken of andere taken op te nemen 3. levert voortdurende inspanningen voor de functie-uitoefening 4. toont interesse en aandacht en is leergierig m.b.t. de eigen taken 5. neemt initiatief en informeert hierover de leidinggevende 6. stelt, bij problemen, zelf oplossingen voor 7. tracht de afwezigheid op het werk tot een minimum te beperken 8. is bereid zich bij te scholen 9. ziet werk en pakt het aan 4) kwaliteit 1. werkt verzorgd het toegewezen takenpakket uit 2. heeft aandacht voor een nette omgeving en laat de lokalen net achter 3. werkt de taken zorgvuldig uit en werkt ze af binnen de vooropgestelde termijn 4. documenteert zichzelf omtrent de correctheid en de aanpak van de taakuitvoering
EVAFORM 2bis 5) efficiëntie 1. werkt snel en zelfstandig het toegewezen takenpakket uit 2. werkt tijdsbewust en legt prioriteiten bij de aanpak van het werk 6) externe communicatie 1. is luisterbereid en tracht naar e en correcte oplossingen te zoeken in samenspraak met de klant 2. onthaalt de klant vriendelijk en verwijst eventueel door op een juiste wijze 3. is toegankelijk en past het taalgebruik aan aan de klant 4. heeft een verzorgd taalgebruik 5. is discreet en kan omgaan met vertrouwelijke informatie 6. komt gemaakte afspraken (in samenspraak met de klant) ook na
EVALUATIEFORMULIER 3 specialistische functies niveau A en B
EVAFORM 3 1) collegialiteit 1. werkt samen (in team) aan de uitvoering van het gehele takenpakket van de organisatie, de dienst, Dit betekent : elkaar helpen en spontaan bijspringen, communiceren met elkaar 2. leert uit gemaakte fouten en geeft hierover feedback aan mekaar 3. is bereid afspraken te maken en zich daar ook aan te houden 4. werkt mee aan de positieve sfeer, werkt vanuit een positieve ingesteldheid 2) loyauteit mede werker 1. aanvaardt en respecteert de figuur van leidinggevende 2. formuleert tijdig kritische bedenkingen op een opbouwende wijze, die de werking kunnen verbeteren 3. bewaart de objectiviteit bij de behandeling van dossiers en kan afstand nemen van eigen persoonlijke overtuigingen 4. blijft loyaal of trouw aan zijn uitgesproken intenties 5. neemt zijn verantwoordelijkheid op in de organisatie en naar zijn dienst 6. is discreet en kan omgaan met deze vertrouwelijke informatie
EVAFORM 3 3) inzet 1. is bereid tot het leveren van extra prestaties 2. is bereid zich in te werken in nieuwe taken of andere taken op te nemen 3. levert voortdurende inspanningen voor de functie-uitoefening 4. toont interesse en aandacht en is leergierig 5. ziet werk en pakt het aan 6. is bereid zich bij te scholen 4) kwaliteit en deskundigheid 1. levert een dossier/document of dienstverlening af op een kwaliteitsvolle wijze en met respect voor de aanwezige procedure en timing 2. geeft een adequaat antwoord op de gestelde vraag (is to the point, met kennis van zaken) 3. documenteert zichzelf omtrent de correctheid en de aanpak van de taakuitvoering 4. beheerst de toepasselijke wetgeving en context 5. levert correcte gegevens af 6. heeft een verzorgd voorkomen
EVAFORM 3 5) efficiëntie 1. maakt gebruik van moderne burotica en informatica nodig bij de taakuitvoering en informatie-vergaring 2. werkt tijdsbewust en legt prioriteiten bij de aanpak van het werk 3. zoekt en ontwerpt efficiënte methodes om informatiedoorstroom optimaal te realiseren naar collega s of andere (stads)diensten 4. hanteert een gezond kosten-baten principe bij de taakuitvoering van de dienst 6) organisatie en planning Deze medewerker: 1. ontwerpt klare en duidelijke procedures en vermijdt de overbodige procedures 2. overlegt regelmatig met medewerkers of met collega s en levert hierbij een actieve inbreng 3. werkt mee aan de formulering en uitwerking van een visie of beleidsadvies 4. stuurt tijdig bij naargelang externe veranderingen of wijzigingen zich voordoen 5. stemt het eigen beleid op de dienst voortdurend af op dit van de organisatie 6. komt gemaakte afspraken (in samenspraak met de burger /collega of leidinggevende) ook na
EVALUATIEFORMULIER 4 specialistische functies niveau C PB 2bis PB 3
EVAFORM 4 1) kwaliteit werk 1. voert de opdrachten volledig en zelfstandig uit en registreert ze op een correcte wijze 2. informeert de leidinggevende bij eventuele problemen en zoekt samen naar oplossingen 3. levert verzorgd werk af; dit betekent o.a. een nette werkplek achterlaten, het juist opbergen van de werkbons 4. neemt verantwoordelijkheid op voor de uit te voeren werkopdrachten, ook als het eens wat moeilijker gaat 5. is bereid zich in te werken in nieuwe of andere werkopdrachten 2) veiligheid 1. verzorgt zichzelf (voorkomen, kledij, fysieke conditie) 2. plaatst de materialen, machines of voertuigen terug op de daarvoor voorziene plaats 3. verzorgt en onderhoudt het gebruikte materiaal en/of machines en/of voertuigen als een e huisvader/huismoeder 4. zorgt voor een nette werkplek en voor het in stand houden van de magazijnen, werkplaatsen en sanitaire ruimtes 5. respecteert de veiligheidsvoorschriften bij de uitvoering van de werkopdrachten 3) omgang 1. overlegt met het diensthoofd over de uitvoering van de werkopdrachten 2. springt bij en helpt de andere 3. is beleefd in de omgang met de burger, de collega en het diensthoofd 4. toont respect voor elkaars eigenheid en afgeleverd werk
EVAFORM 4 4) stiptheid 1. is tijdig op het werk en respecteert de uurregeling 2. levert het werk op tijd af 3. maakt duidelijke afspraken en houdt zich aan gemaakte afspraken 5) kwantiteit 1. werkt zijn opdrachten af en meldt zich voor een nieuwe opdracht 6) kwaliteit en deskundigheid 1. levert een dossier/document of dienstverlening af op een kwaliteitsvolle wijze en met respect voor de aanwezige procedure en timing 2. geeft een adequaat antwoord op de gestelde vraag (is to the point, met kennis van zaken) 3. documenteert zichzelf omtrent de correctheid en de aanpak van de taakuitvoering 4. beheerst de toepasselijke wetgeving en context 5. levert correcte gegevens af 6. heeft een verzorgd voorkomen 7) efficiëntie 1. maakt gebruik van moderne burotica en informatica nodig bij de taakuitvoering en informatie-vergaring
EVALUATIEFORMULIER 5 technisch leidinggevende niveau D4
EVAFORM 5 1) kwaliteit werk 1. voert de opdrachten volledig en zelfstandig uit en registreert ze op een correcte wijze 2. informeert de leidinggevende bij eventuele problemen en zoekt samen naar oplossingen 3. levert verzorgd werk af; dit betekent o.a. een nette werkplek achterlaten, het juist opbergen van de werkbons 4. neemt verantwoordelijkheid op voor de uit te voeren werkopdrachten, ook als het eens wat moeilijker gaat 5. is bereid zich in te werken in nieuwe of andere werkopdrachten 2) veiligheid 1. verzorgt zichzelf (voorkomen, kledij, fysieke conditie) 2. plaatst de materialen, machines of voertuigen terug op de daarvoor voorziene plaats 3. verzorgt en onderhoudt het gebruikte materiaal en/of machines en/of voertuigen als een e huisvader/huismoeder 4. zorgt voor een nette werkplek en voor het in stand houden van de magazijnen, werkplaatsen en sanitaire ruimtes 5. respecteert de veiligheidsvoorschriften bij de uitvoering van de werkopdrachten
EVAFORM 5 3) omgang 1. overlegt met het diensthoofd over de uitvoering van de werkopdrachten 2. springt bij en helpt de andere 3. is beleefd in de omgang met de burger, de collega en het diensthoofd 4. toont respect voor elkaars eigenheid en afgeleverd werk 4) stiptheid 1. is tijdig op het werk en respecteert de uurregeling 2. levert het werk op tijd af 3. maakt duidelijke afspraken en houdt zich aan gemaakte afspraken 5) kwantiteit 1. werkt zijn opdrachten af en meldt zich voor een nieuwe opdracht 2. benut de volledige werktijd op een optimale wijze (of ziet werk en pakt het aan)
EVAFORM 5 6) leidinggeven 1. uit waardering voor de prestaties van zijn medewerkers 2. is evenwichtig en consequent in het leidinggeven 3. delegeert takenpakketten in functie van de mogelijkheden van de medewerkers 4. volgt de prestaties van medewerkers op en geeft daarbij de gepaste feedback 5. voert functioneringsgesprekken met de medewerkers en peilt naar vormingsbehoeften 6. past het evaluatiesysteem en correct toe
EVALUATIEFORMULIER 6 technische functies niveau D en E
EVAFORM 6 1) kwaliteit werk 1. voert de opdrachten volledig en zelfstandig uit en registreert ze op een correcte wijze 2. informeert de leidinggevende bij eventuele problemen en zoekt samen naar oplossingen 3. levert verzorgd werk af; dit betekent o.a. een nette werkplek achterlaten, het juist opbergen van de werkbons 4. neemt verantwoordelijkheid op voor de uit te voeren werkopdrachten, ook als het eens wat moeilijker gaat 5. is bereid zich in te werken in nieuwe of andere werkopdrachten 2) veiligheid 1. verzorgt zichzelf (voorkomen, kledij, fysieke conditie) 2. plaatst de materialen, machines of voertuigen terug op de daarvoor voorziene plaats 3. verzorgt en onderhoudt het gebruikte materiaal en/of machines en/of voertuigen als een e huisvader/huismoeder 4. zorgt voor een nette werkplek en voor het in stand houden van de magazijnen, werkplaatsen en sanitaire ruimtes 5. respecteert de veiligheidsvoorschriften bij de uitvoering van de werkopdrachten
EVAFORM 6 3) omgang 1. overlegt met het diensthoofd over de uitvoering van de werkopdrachten 2. springt bij en helpt de andere 3. is beleefd in de omgang met de burger, de collega en het diensthoofd 4. toont respect voor elkaars eigenheid en afgeleverd werk 4) stiptheid 1. is tijdig op het werk en respecteert de uurregeling 2. levert het werk op tijd af 3. maakt duidelijke afspraken en houdt zich aan gemaakte afspraken 5) kwantiteit 1. werkt zijn opdrachten af en meldt zich voor een nieuwe opdracht 2. benut de volledige werktijd op een optimale wijze (of ziet werk en pakt het aan)
EVALUATIEFORMULIER leidinggevende brandweer (officieren)
EVAFORM LEIBRAND 1) Brandweer-vaardigheden en kennis 1. is stressbestendig en beheerst de emoties van de werkplek 2. hanteert een verzorgd taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk 3. is bereid om zich bij te scholen 4. heeft een e kennis van de toepasselijke wetgeving en interpreteert of gebruikt deze op een correcte wijze 5. zoekt naar de juiste kanalen om informatieoverdracht zo effectief mogelijk te realiseren 2) Houding 1. is luisterbereid en toont interesse voor het gestelde probleem (verbaal / non-verbaal) 2. informeert de klant met respect voor het beroepsgeheim 3. is discreet en kan omgaan met vertrouwelijke informatie 4. stelt zich neutraal op en stelt consequent gedrag 5. heeft een verzorgd voorkomen (net uniform, verzorgd uiterlijk) en geeft het e voorbeeld
EVAFORM LEIBRAND 3) Innoverend vermogen 1. is creatief in het zoeken naar oplossingen voor problemen op de werkplek 2. is actief aanwezig 3. verzorgt zichzelf en zijn conditie en tracht zijn afwezigheid tot een minimum te beperken 4. inspireert en stimuleert de actieve inbreng van elke medewerker 5. maakt regelmatig tijd om samen met de groep situaties, interventies, te herkaderen of (vernieuwende) acties op te zetten 6. draagt de doelstellingen van de organisatie uit en staat open voor de actualisering ervan 7. neemt initiatief om op de hoogte te blijven van de concrete taakuitvoering en sfeer op de werkvloer 4) Verantwoordelijkheidszin 1. neemt de verantwoordelijkheid op, ook in moeilijke omstandigheden 2. interpreteert signalen van medewerkers op een gepaste wijze en gebruikt deze om de positieve sfeer in de groep te bestendigen 3. geeft feedback op een juiste wijze (onder vier ogen, opbouwend geformuleerd, onmiddellijk, )
EVAFORM LEIBRAND 5) Motiveren van de medewerker 1. moedigt aan en toont appreciatie voor het werk 2. zoekt samen met de medewerker naar de optimale samenstelling van het takenpakket en creëert hierbij mogelijkheden tot afwisseling 3. respecteert ieders eigenheid en tracht iedereen gelijk te behandelen 6) Collegialiteit 1. stelt zich open voor de vragen of problemen van collega s en informeert collega s spontaan omtrent werkzaamheden op de werkplek 2. geeft tijdig informatie omtrent afwezigheden 3. kan omgaan met negatieve feedback van medewerkers of collega s 4. werkt aan het vertrouwen om tijdens interventies gezamenlijk de situatie aan te pakken 7) Coördinatie of organisatievermogen 1. delegeert taken aan medewerkers, maakt hierbij duidelijke afspraken qua afbakening, ondersteuning en bijsturing 2. controleert de e taakuitvoering en de naleving van gemaakte afspraken