Dag van de zorgverbreding Workshops in het vierde Inleiding Laat de school op de eerste plaats een plek zijn waar jonge mensen samen leven en werken, waar ze groeien en zich ontplooien, waar ze gewaardeerd worden om wie ze zijn en waar ze succes ervaren. In zo n school komt de wereld binnen, zijn ouders en leerkrachten partners. Zo n school sluit zich niet af van de gemeenschap, maar probeert vanuit een eigenheid een bijdrage te leveren tot meer samenhorigheid en verbondenheid. Verbondenheid betekent dat je iets betekent voor de ander. (Uit: De genietbare school, Marc van Gils en Marc Mathyssen, uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn, 2003 www.garant.be) Hét sleutelwoord dat hoort bij onze workshops hebben we deze maand gelezen in Klasse: impliciet leren. Dat is leren zonder dat je de bedoeling hebt om te leren. Prof. Eric Soetens legt het in Klasse mooi en duidelijk uit: Hoe doe je dat? Simpel: al doende. En wat leer je zoals impliciet? Sociale interactie, motorische vaardigheden, talen en rekenkundige bewerkingen. Als leraar zoek je dus een context en een werkvorm waarin moeilijke leerstof vervat zit, zonder dat je ze expliciet aanbrengt of uitlegt. Leerlingen leren impliciet via concrete, actieve opdrachten, vervolgens raapt de leraar samen met hen de eindjes bij elkaar. Terwijl je leert leggen je hersenen verbindingen. Bots je later op een probleem dat je impliciet al eens in een gelijkaardige situatie hebt opgelost, dan vind je sneller een oplossing. Hoe meer input je in het leven en op school krijgt, hoe meer verbindingen je hersenen maken en hoe groter je kennisnetwerk wordt. Lees het hele artikel in Klasse nr 159, pagina 10-13
1* Achtergrondinfo We geven de workshops dus niet louter om het plezier van de leerlingen. Hierbij geven we een aantal voor ons belangrijke bedenkingen: 1. Meervoudige intelligentie * Begin jaren tachtig omschreef de Amerikaanse hoogleraar Howard Gardner zijn theorie van de meervoudige intelligentie. Intelligentie is voor hem de bekwaamheid om problemen op te lossen of om iets bestaands aan te passen aan veranderde omstandigheden. Hij omschrijft 9 intelligenties. Deze zijn bij elke persoon aanwezig, maar de mate waarin ze onderling aan sterkte, mogelijkheden en samenwerking variëren, verschilt van mens tot mens. Het komt er dus in het onderwijs op aan de verschillende soorten intelligentie te stimuleren en rekening te houden met verschillen tussen leerlingen. 2. De wilscholing * De wilscholing is bij veel kinderen niet meer aanwezig van thuis uit, het ontbreekt aan scheppende activiteit. (passiviteit van computer en tv ) Je moet dus steeds proberen om interesse te wekken, zodat de kinderen actief bezig zijn zonder ergens bij stil te staan = werken en leren zonder dat ze het goed weten. Zo activeer je de wilscholing = dingen doen die je graag doet. Dat geeft meer vreugde, het heeft meer waarde als je de dingen zelf doet. Als de wilscholing onvoldoende voeding, krijgt wordt het kind nerveus, en is er slechte concentratie. 3. Houding * Tegenwoordig hebben kinderen dikwijls te weinig houding, zowel innerlijk als uiterlijk. Daardoor krijgen ze last van concentratiemoeilijkheden, onrust, moeheid,.. Oorzaken hiervan zijn o.a. kinderen krijgen te weinig structuur en orde; ze krijgen teveel vrijheid; ze krijgen teveel afgewerkte producten in handen waardoor ze te weinig scheppend creatief kunnen zijn. Zo hebben ze er geen bewuste aandacht meer bij. Als kinderen niet verbonden zijn met de stof, vergeten ze dit snel 4. Realiteitsonderwijs * Het is belangrijk te weten dat kinderen best niet abstract of verstandelijk benaderd worden. Maar dat we de dingen die we hen aanbrengen laten gewaarworden, en dat deze stammen vanuit de realiteit.
5. Geen prestatiedrang * Voor een lagere-schoolkind is het heel belastend om geconfronteerd te worden met een sterke prestatiedrang. Dat zorgt voor schuldgevoelens en angsten Kinderen moeten zich speels kunnen ontplooien en ontwikkelen. Daardoor leeft een diepe kracht voor later -> ze kunnen meer onbezorgd door het leven gaan, ze zijn zelfzekerder. 6. Sturing en structuur * Ook een tekort aan sturing en structuur werkt negatief in op de concentratie. Kinderen vragen duidelijkheid en bescherming. Ze vragen een overzichtelijke dagindeling, regelmaat, gestructureerd lesverloop, consequente afspraken en een rustgevende omgeving. Zo weten ze wat van hen wordt verwacht en als ze daarin slagen, kunnen ze tevreden zijn over zichzelf. 7. Respect * Kinderen moeten de volwassenen ook blijven respecteren; de volwassene moet een autoriteit zijn waaraan het kind zich kan spiegelen. De volwassene is steeds de sturende factor. Het kind kijkt daar naar op. Het kind trekt zich daar aan op. 8. Behoefte aan persoonlijke aandacht * Elk kind heeft bovendien behoefte aan persoonlijk contact en persoonlijke aandacht. In de workshops heb je als leerkracht de mogelijkheid om met je leerlingen exclusiever bezig te zijn en ze beter te observeren doordat je slechts een klein groepje begeleidt. De (groot)ouders die de workshops begeleiden zijn mensen vol enthousiasme die met plezier een middag komen workshoppen. Ze staan heel open voor de kinderen en waarderen en helpen de kinderen steeds. (klas-kunnen speelt hierbij geen rol)
Met de workshops willen we de kinderen hun houding en motoriek verbeteren; hun creativiteit, wilskracht, zelfvertrouwen en positief zelfbeeld bevorderen; én hen een deel van de leerstof aanbieden op een leuke manier. En als we verder lezen in De genietbare school zien we dit staan: Laevers schrijft over het belang van de betrokkenheid van kinderen om tot fundamenteel leren te komen: betrokkenheid verwijst naar de intensiteit van de activiteit, concentratie, opgeslorpt zijn, voluit gaan in, gedreven zijn, plezier beleven aan, exploreren, waarbij het kind zich aan de grens van het kunnen beweegt. Betrokkenheid is met al deze eigenschappen de indicator bij uitstek voor ontwikkelingsprocessen. Nog scherper stelt hij: Kinderen die niet betrokken zijn, zijn niet in ontwikkeling. Hoe bevorderen we de betrokkenheid van kinderen? door het zelfstandig werken aan te moedigen door kinderen zelf keuzes te laten maken door af en toe een duwtje te geven, te waarderen en aan te moedigen door voor een uitdagende leeromgeving te zorgen.
2* Dus Workshops De workshops zijn een doorgedachte manier voor het aanbrengen en inoefenen van praktische leerstof. praktische kant van metend rekenen, begrijpend lezen en streefdoelen wero - Een les metend rekenen over inhoud: om alle leerlingen te kunnen laten ervaren doe je het in groepjes, maar dan heb je veel materiaal nodig, moet je heel wat organiseren en kan je de groepjes nooit optimaal begeleiden. - Begrijpend lezen in je taalmethode: elk jaar dezelfde teksten, en dikwijls zijn de leerlingen niet erg geïnteresseerd in wat ze lezen. De inhoud is ook niet praktisch bruikbaar. - Leerplan wero bevat een massa praktische doelen, maar in een vierde kunnen je leerlingen zo n dingen nog niet alleen aanpakken, ze hebben nood aan begeleiding. denken aan doelen Doelen voor onze workshops halen we steeds uit onze leerplannen van het C R K L O. Elke workshop heeft een zeer uitgebreide doelenfiche. We maakten er ons werk van omdat we onze ideeën goed wilden onderbouwen. Het opzoeken van de doelen heeft ons anderzijds ook geïnspireerd om bepaalde dingen aan workshops toe te voegen. (Bv. werodoel 8.7 Kinderen kunnen een planning maken in de tijd en er zich aan houden. We laten kinderen de tijd mee in het oog houden, en leren hen er rekening mee te houden dat iets dan af of opgeruimd moet zijn.) Naar de begeleiders toe heeft de doelenfiche een goede waarde. Zij zien in dat achter de activiteit heel wat leerinhouden zitten. We leggen die begeleiders ook steeds uit op welke doelen we met hun workshop nadruk willen leggen. We verwachten eigenlijk ook wel van hen dat ze deze doelen dan nastreven. Wie een workshop spel spelen komt geven zal steeds eerst spelafspraken moeten maken met de groep, en de spelregels lezend doornemen (begrijpend lezen). Wie een kookworkshop geeft, zal ook maten koppelen aan natuurlijke maateenheden, maakt tijdschattingen, en geeft achtergrondinfo aan de kinderen zoals bijvoorbeeld rond de voedingsdriehoek, of rond smaken, rond suikers,enz. Bij een technische workshop komt er heel wat woordenschat kijken. De begeleider leert de juiste benamingen aan. Hij zorgt er ook voor dat de kinderen handleidingen leren lezen en correct uitvoeren.
welbevinden en motivatie van de leerlingen Belangrijk in alles wat kinderen leren, is dat ze er zich door aangetrokken voelen, en dat ze het DOEN. Omdat ze hun workshops mogen kiezen, zijn ze meer gemotiveerd en voelen ze er zich goed bij. kleine groepen Zo kan je de kinderen beter begeleiden, en haal je veel meer uit een lesuur dan gewoon in je klas. talenten van de ouders We spreken ouders aan en laten hun in de mate van het mogelijke kiezen welke workshop ze willen leiden. Zo kunnen ze een workshop geven vanuit hun eigen talent, en zijn ze dikwijls supergemotiveerd. Dit enthousiasme geven ze gewoon door aan de kinderen! Tenslotte zijn we als leerkracht niet in alles even goed, of gemotiveerd, en deze (groot)ouders ondervangen dat helemaal. ouders vinden/aanspreken Doen we aan de hand van een brief, en een mondelinge oproep via de kinderen. We hebben weinig of geen problemen om voldoende mensen te vinden hiervoor. Sommigen gaan nu voor het derde jaar meedraaien, sommigen komen slechts voor 1 keer af, sommigen nemen er gewoon een halve dag congé voor! Het is voor ouders ook heel waardevol om met hun talent de kinderen te kunnen motiveren of hen iets bij te leren. medewerking en steun directeur Is voor ons heel belangrijk gebleken, want enkel op die manier konden onze workshops groeien tot wat ze nu zijn. Ook voor de aankoop van een deel van het materiaal kunnen we op hem en ons oudercomité rekenen.
3* Twee workshops in praktijk A. In de workshop ruimtelijke oriëntatie oefenen we begrippen als vooraanzicht, zijaanzicht enz. In eurobasis 4 A staat die oefening met enkele foto s van gebouwen die de kinderen niet kennen. In de workshop gaan we uit van een fotobundel met foto s genomen in onze school. De kinderen onderzoeken aan de hand van die foto s de verschillende aanzichten. Ze zoeken ook de plaats waar de fotograaf stond. Aansluitend gaan we die plaatsen aanduiden op het plan van de school dat we eerst oriënteren aan de hand van de windroos op de speelplaats. Foto s ordenen van ver naar dicht is ook leuker als je op de foto-trek-plaats kan gaan staan, en als het voorwerp op de foto iets is dat je goed kent. Door hiervoor in een kleine strak begeleide groep te werken, nemen de leerlingen veel informatie op in korte tijd én kunnen ze heel veel zelf doen en gaan onderzoeken.
Doelenfiche Workshop Foto s zoeken! Opzet: De leerlingen krijgen een bundel met foto s die genomen zijn in de school. Ze moeten de foto s lokaliseren en bepalen van op welk punt de foto s genomen zijn. Begrippen over de verschillende aanzichten moeten gebruikt en toegepast worden. De opdrachten worden gekoppeld aan het plan van de school dat tussendoor wordt besproken. Dit plan dient georiënteerd te worden aan de hand van een windroos die we dan ook uitleggen. Materiaal: Foto s in bundel, kijker, windroos, plan van de school Doelen: W.O. : overkoepelende doelen: 0.5 Kinderen werken samen 0.7 Durven problemen aanpakken 0.8 Kinderen ontwikkelen tot autonome leerders 0.12 Uit een aantal vaststellingen zelf conclusies trekken mens en medemens: 4.2 Vertrouwen ontwikkelen in eigen mogelijkheden 4.9 Leiding kunnen volgen of meewerken in een taakgroepje. 4.10 Leiding kunnen geven in een taakgroepje. 4.11 Anderen helpen door zich dienstbaar op te stellen. 4.12 Hulp kunnen vragen, en zorg aanvaarden mens en samenleving: 5.6 Kinderen zien in dat samenleven het naleven van allerhande omgangsvormen, leefregels en afspraken veronderstelt en ze kunnen zich daaraan houden. mens en ruimte: 9.8 Zich vlot in de ruimte oriënteren: zelfstandig je weg vinden in een vertrouwde omgeving; plaats bepalen van zichzelf en van voorwerpen. 9.9 Gebruik maken van diverse voorstellingen van de ruimte: vertrouwde plaatsen op foto herkennen en benoemen.
Wiskunde: ruimtelijke oriëntatie: MK 5 Plaats precies bepalen vanuit een referentiepunt. MK 6 Verkennen en verwoorden wat men ziet vanuit andere gezichtspunten als men zich werkelijk verplaatst in de ruimte. MK 7 Relatie leggen tussen driedimensionale situaties en hun voorstellingen om zich te oriënteren in de ruimte met foto s. Moedertaal: luisteren: 168 Handelingen afleiden 172 Volgorde van handelingen afleiden 262 Gedachtegang van een spreker voortzetten 266 Een opdracht, een taak uitvoeren spreken: 223 Een gesprek voeren, al dan niet olv de leerkracht 225 Gespreksregels respecteren 235 Passende vragen stellen in verschillende situaties Na de workshop mogen de kinderen hun evaluatie maken erover. Hieronder een selectie van de reacties na de workshops van september-oktober 2005: Het was makkelijk zo! We moesten foto s zoeken en op de juiste plaatsen gaan staan, en aankruisen op het plan van de school. Het was een zoekspel en dat vond ik leuk. Zo weten wij waar de fotograaf stond. Het is een beetje wo en daar ben ik wel goed in. Ik vond het heel, heel leuk! Juf heeft mij geleerd om beter naar de achtergrond te kijken. Die workshop was niet echt iets voor mij omdat ik veel fouten maakte en moest ook veel te veel nadenken. En over de clics-workshop lazen we Deze techniek is iets voor mij omdat ik thuis ook clics heb. Ik heb het al vaak gedaan maar nog nooit een olifant! De begeleider is erg handig en werkt ook rap! Wij vinden het belangrijk dat de kinderen de begeleiders ook evalueren. Ze leren dat ze een mening mogen hebben, maar ze worden wel aangespoord dit op een goeie manier
te verwoorden.
B. In de workshop messen en snijden willen we de leerlingen voorbereiden op het
De vuistbijl Voortaak messen en snijden De eerste mens werkte uitsluitend met de handen. Al snel ontdekte hij dat het makkelijker was met een stok vruchten te pletten of het vlees van een bot te schrapen. Omdat stokken niet zo stevig waren, vervaardigde hij een stevig werktuig uit steen: de vuistbijl. Bewerken van stenen De natuurlijke vorm van een steen is meestal afgerond. Zo n afgeronde vorm is onbruikbaar als werktuig. Om stenen als werktuigen te kunnen gebruiken was het noodzakelijk deze te bewerken tot ze de gewenste vorm hadden. De stenen dienden scherp gemaakt te worden. De mens deed dit door er stukken af te slaan. Aan één kant of aan meerdere kanten. Hoe meer een steen bewerkt was, hoe meer de mens ermee kon aanvangen. Men gebruikte vooral silex. Deze steensoort had het voordeel erg hard te zijn en je kon er makkelijk stukken afslaan. De eerste vuistbijlen werden vooral gebruikt om dieren te doden, vlees in brokken te snijden, botten te breken, wortels op te graven, Werktuigen en wapens Meer en meer evolueerde de mens van een planten- naar een vleeseter.hij maakte vooral jacht op rendieren. Die lieten zich niet zomaar vangen met stokken of vuistbijlen. Daarom vond de mens de speer en de hakbijl uit. De speer Op een bepaald ogenblik moet de mens ontdekt hebben dat een stok met een scherp uiteinde een doeltreffend wapen was. Door op een onbuigzaam stuk dierenbeen een klein en scherp stukje vuursteen te plaatsen, maakte hij een nieuw en handig wapen : de speer. Dit wapen maakte de mens ook minder kwetsbaar, want nu kon hij doden van op afstand.
De hakbijl Met een vuursteen in de hand verrichtte de mens heel wat werk. Later ontdekte hij dat er heel wat meer kracht kon ontwikkeld worden wanneer een vuistbijl aan een stuk rendiergewei werd vastgemaakt. Zo ontstond de hakbijl.
Enkele data 500 000 v.chr. Eerste bewerkte vuurstenen 100 000 v.chr. De eerste speerpunten Enkele oefeningen : 1. Lees de tekst minstens 2 x. 2. Duid minstens 10 sleutelwoorden aan in fluo. 3. Vraag thuis eens na welke soorten snijmateriaal jullie in huis hebben en ook waarvoor jullie dit materiaal gebruiken en noteer dit hieronder. soorten snijmateriaal 1. 2. 3. 4.. doel van het snijmateriaal 1. 2.. 3.. 4..
Doelenfiche Workshop Vlijmscherp! Opzet : Verschillend snijmateriaal leren kennen en verantwoord kunnen omgaan met een keukenmes, een aardappelmesje en een scherp mes met tandjes. (De leerlingen hebben vooraf reeds de informatieve tekst De vuistbijl gelezen.) Materiaal : een keukenschort, een klein snijplankje,een stuk keukenrol verschillende soorten messen/scharen/en ander snijmateriaal dat in de keuken gebruikt wordt (o.a. dunschillers, appelboor, snijmes voor deeg, snijmes voor kruiden, hakbijltje voor vlees en groenten, snijmesje voor kaas, vormpjes om figuren uit groenten te snijden,speciaal mesje om een komkommer te snijden ) materiaal om de messen te wetten : een wetsteen/een wetmes 2 komkommers ( vaste) / appels vlgs. het aantal lln. in de groep / radijzen /dikke winterwortelen aardappelmesjes en dunschillers, snijplanken scherpe messen met tanden (assortiment om te tonen) 2 brochettestokken per leerling Doelen : Nederlands : lezen Boodschappen decoderen,begrijpen en interpreteren :( blz.50 en 51) 74.Signaalwoorden begrijpen ( ten eerste, ten slotte, vervolgens, dus, eerst, dan, daarna, )* 89. Volgorde van gebeurtenissen herkennen en reproduceren 101. Handelingen afleiden 106.Bedoelingen afleiden Boodschappen verwerken : Beoordelen en integreren ( blz.51) 207.Allerlei taken en opdrachten uitvoeren 208.Vragen beantwoorden Boodschappen decoderen, begrijpen en interpreteren 83.Gebeurtenissen herkennen en reproduceren (blz.83) 91.Bedoelingen herkennen en reproduceren. 242.Plezier beleven(blz.85)
Taalbeschouwing : D.1.2 Kunnen nadenken over Wat is de boodschap? D.1.3 Kunnen nadenken over Waarover gaat de boodschap? D.1.8.11 Weten welke tekstsoort dit is. Weten waaraan dit te zien is. Weten waarvoor je de tekst kunt aanwenden, waarvoor deze tekst dient. D.2.3.5.4 Visuele aspecten van de tekststructuur : functie, belang, doeltreffendheid van titels, alinea s, tussenkopjes, cursiveringen, vette drukletters,bladspiegel Luisteren (blz.63) 5.2.2. Talige boodschappen decoderen,begrijpen en interpreteren 5.2.3.Communicatieve elementen begrijpen en interpreteren Spreken : (blz.135) 9.3.Communicatieve vaardigheden ontwikkelen en beheersen Enkele gespreksregels respecteren : - elkaar laten uitpraten, niet in de rede vallen maar één kind aan het woord laten bij het onderwerp blijven aansluiten bij de vorige spreker niet te lang zelf aan het woord blijven de bijdrage van andere kinderen respecteren en waarderen Vragen durven stellen Wereldoriëntatie: Overkoepelende doelen(blz.34) 0.5 Kinderen werken samen. 0.7 Kinderen kunnen en durven problemen aanpakken. 0.8 Kinderen ontwikkelen tot autonome leerders. 0.11 Kinderen kunnen kwalitatief en kwantitatief vergelijken. 0.12 Kinderen kunnen uit een aantal vaststellingen zelf conclusies trekken. 0.15 Kinderen kunnen verslag uitbrengen over hun bevindingen. Mens en levensonderhoud (blz.42) 1.3 Kinderen beseffen dat samenwerking met anderen nodig is om een aantal arbeidstaken zo goed mogelijk te kunnen verrichten. Mens en techniek (blz.88) 6.1 Kinderen zien in dat courante producten gemaakt zijn uit welbepaalde grondstoffen. Dat houdt in dat ze van voorwerpen uit hun omgeving kunnen aangeven dat ze gemaakt zijn van ijzer, steen, hout, plastiek. 6.4 Kinderen zien in dat veel voorwerpen in hun omgeving een aanvulling of verbetering zijn van menselijke functies en maken er functioneel gebruik van.dat houdt in dat ze gebruik kunnen maken van instrumenten zoals een dunschiller, een aardappelmes, een scherp mes om de eigen functies te verbeteren en/of aan te vullen. 6.5 Kinderen zien in dat instrumenten evolueren en dat ze bij het eigen lichaam ontstaan zijn.dat houdt in dat ze in de evolutie een vervolgrelatie zien van gevonden naar uitgevonden of gemaakt, van eenvoudig naar complex, van ruw tot precies afgewerkt. 6.6 Kinderen zien in dat producten worden gemaakt volgens bepaalde technische principes. Dat houdt in dat ze ontdekken dat de aard en de kwaliteit van verbindingen en hechtingen in een constructie de stevigheid en de bruikbaarheid ervan bepalen.
6.9 Kinderen weten dat mensen steeds nieuwe systemen, instrumenten en producten hebben uitgevonden en zullen uitvinden om hun werk aangenamer, beter, vaardiger, preciezer, sneller te maken. 6.12 Kinderen kunnen hun materialenkennis en hun kennis van bewegingsprincipes gebruiken bij het ontwerpen van een bereiding.dat houdt in dat ze bij het voornemen om voedingswaren te schillen rekening houden met de werking van verschillende snijmaterialen. 6.13 Kinderen kunnen een bereiding correct uitvoeren en tonen zich bereid om veilig om te gaan met materialen en gereedschap van de klas en van zichzelf. 6.14 Kinderen kunnen gebruik maken van hun kennis over en vaardigheid in techniek om een bereiding te maken. Dat houdt in dat ze : -geschikt gereedschap kiezen -kunnen bevestigen, verdelen,snijden en afwerken -hun materialenkennis en hun kennis van constructie- en bewegingsprincipes functioneel kunnen toepassen,* -zich bereid tonen nauwkeurig, veilig en hygiënisch te werken * * zie ook leerplan Muzische opvoeding, deelleerplan Beeldopvoeding. 6.15 Kinderen kijken kritisch naar een zelfgemaakt product Dat houdt in dat ze : -controleren of een zelfgemaakt product voldoet aan de zelf vooropgestelde eisen Mens en natuur(blz.98) 7.17 Kinderen beseffen dat de aarde bron is van energie en van grondstoffen.dat houdt in dat ze zich ervan bewust zijn dat voor hen bekende gebruiksgoederen maar geproduceerd kunnen worden dankzij elementen van de aarde. 7.20 Kinderen kunnen een verband leggen tussen de eigenschappen van een aantal materialen en het gebruik dat er van gemaakt wordt. Dat houdt in dat ze kunnen uitleggen dat ijzer gebruikt wordt voor snijmateriaal omwille van de stevigheid en de degelijkheid. Mens en tijd ( blz.109) 8.12 Kinderen zien in dat mensen, objecten, opvattingen,structuren,evolueren in de tijd.dat houdt in dat ze met voorbeelden kunnen aantonen hoe dagelijkse gebruiksvoorwerpen in de tijd evolueren.dat ze kunnen vaststellen en uiten dat mensen nu andere gewoonten en gebruiken hebben dan vroeger.dat ze inzien dat de gebruiksvoorwerpen die er nu zijn, niet altijd waren. Dat ze weten dat door de evolutie van de techniek het leven van mensen verandert. Dat ze een aannemelijke verklaring kunnen geven voor vastgestelde evoluties. Mens en medemens (blz.68) 4.2 Kinderen ontwikkelen vertrouwen in eigen mogelijkheden. 4.9 Kinderen kunnen leiding volgen of meewerken. 4.11 Kinderen kunnen een ander helpen door zich dienstbaar op te stellen. 4.12 Kinderen kunnen hulp vragen en zorg aanvaarden. Mens en samenleving (blz.78) 5.6 Kinderen zien in dat samenleven het naleven van allerhande omgangsvormen, leefregels en afspraken veronderstelt en kunnen zich daaraan houden.
Soorten messen : stappenplan voor de begeleider 1) Uitleggen dat een mes een functie heeft om te snijden en verwijzen naar de prehistorie waarbij de mens gebruik maakte van botte stenen. 2) Uitleggen en illustreren met verschillend snijmateriaal dat er in elk beroep gebruik wordt gemaakt van snijmateriaal. bv. om af te snijden, om uit te snijden 3) Tonen dat de mens ook materiaal heeft om dat snijmateriaal te wetten. bv. een wetsteen/een wetmes 4) A.h.v. concreet materiaal de verschillende soorten messen verbinden met het doel. 5) Samen met de lln. zoeken hoe alle snijmateriaal heel functioneel kan gebruikt worden en de lln. tonen hoe ze een appel veilig moeten schillen. Dit vervolgens door de lln. laten uitvoeren met verschillend snijmateriaal om te ontdekken welk snijmateriaal nu het meest functioneel is bij welk doel. 6) De lln nu een wortel laten schillen en de wortel vervolgens met het aangepaste snijmateriaal in schijfjes snijden. Vermelden of tonen dat met kleine vormpjes figuurtjes uit de wortel kunnen worden gesneden om bv. als garnituur bij groentjes of een koude schotel te gebruiken. 7) De lln. tonen hoe ze met een radijzenschiller radijsjes in een mooie vorm kunnen schillen en dit vervolgens eens laten uitvoeren door enkele lln. 8) Idem andere groenten zoals bv. een komkommer 9) Uitleggen aan de lln. dat er ook virtuele messen bestaan bv. het knippen op de computer
4* De praktijk: We organiseren telkens de derde dinsdag van de maand onze workshops, behalve in de proefwerkmaanden. Dus 8 keer per jaar. Elke namiddag gaan de 8 workshops drie keer na elkaar door. Wij leerkrachten zorgen voor elke workshop voor een volledige voorbereiding. We willen dat er in de workshops serieus wat bijgeleerd wordt, dus werken we alles goed uit. Ook voor alle materiaal zorgen wij zelf. Begeleiders hoeven enkel die namiddag af te komen en zich er thuis uiteraard goed op voor te bereiden aan de hand van de bundel over hun workshop die ze van ons krijgen. NB De begeleiders kunnen ons contacteren via e-mail, telefoon of persoonlijk na of voor de schooluren bij eventuele verdere vragen. Wij kiezen per 2 namiddagen 8 workshops uit het pakket. Ondertussen is dit onze keuze: (vetjes gedrukt de verplichte workshops) September oktober Constructie Keuken Techniek Spel Met.rek. Ruimtelijke oriëntatie Crea November - januari Constructie Keuken Techniek Spel Met.rek. Wero Crea Maart - april Constructie Keuken Wero Techniek Spel Met.rek. Ruimtelijke oriëntatie Crea Mei Constructie Keuken Techniek Spel Met.rek. Wero Clics Messen en snijden Cocktails Spectro-elektro Blokkenspelen als rummikub, tri-ominos,yahtzee Gieten Speelplaats, foto s zoeken Papiernaaien Mu-zee-um Pompoensoep Appeltaart Tangram Kaartspel als Solo (UNO), Party Animals,Coloretto.. Wegen Sterke staaltjes Sjabloneren op stof Quadro / meccano Koekjes Het weer Weefplank Theaterspel Oppervlakte Bruine blokken Vriendschapsbandjes K nex Flensjes Fruitsla + memory Fiets herstellen Buitenspel Winkelen Fietsbehendigheid
Crea Schilderijtje
Daarvan zijn er voor alle leerlingen dus 2 of 3 verplicht per 8. Dat zijn de workshops die leerstof bevatten die niet op een ander moment in klas aan bod komt. Uit de overige 5 of 6 workshops kiezen de leerlingen er dan nog bij tot ze 6 keuzes hebben. (er zijn dus steeds 2 workshops die ze bewust niet gaan doen) Keuzeblad workshops September - oktober Zet nog 3 kruisjes voor de workshops die je graag wil doen! De vetjes gedrukte workshops moet iedereen doen, uit de andere kan je vrij kiezen! X Gieten Praktische oefeningen met water. X Snijden met messen Messenkennis in de keuken, en hoe gebruik je die messen? X Foto-oriëntatie Waar stond de fotograaf? Kan je je oriënteren? Bouwen met Clics Borduur een kaart Gezonde cocktails Spectro-electro Blokkenspel Maak een constructie met Clics aan de hand van een bouwplan. Mooie kaarten naaien in papier. Een fruitcocktail bereiden volgens recept. Werken met elektriciteit We spelen Rummikub, Tri-ominos, Yahtzee We laten de kinderen hun keuzes anderhalve week op voorhand maken na een korte uitleg van ons. Dan verwerken we hun keuzes in een database en dat vergt wel even tijd. We stellen groepjes van kinderen samen op basis van hun keuzes, de kinderen kunnen dus niet kiezen om bij een bepaald vriendje in een groep te zitten. De groepjes worden samengesteld met prioriteiten : geen groepjes van meer dan 8 voor de kookworkshop niet meer dan 6 leerlingen geen grote groepen voor ouders Na het uitziften van de database krijgt elk kind een blad met daarop een
overzichtsstrookje met welke workshop op welk lesuur in welk lokaal ze moeten gaan volgen en welk materiaal ze daarvoor eventueel zelf moeten meebrengen. Zo hebben de kinderen een duidelijk overzicht over hun namiddag. Dit blad krijgen ze nog voor het weekend mee. Samen met het overzichtsblad krijgen de kinderen ook de bijhorende voortaken mee. Enerzijds willen we de leerlingen hiermee voorbereiden op de workshops die ze gaan volgen, anderzijds is het ideaal om bepaalde leerinhouden als voortaak bij een workshop te koppelen omdat de kinderen op dat moment echt geïnteresseerd zijn in de inhoud. De voortaken dienen uiteraard gemaakt te zijn voor de workshopnamiddag. We controleren dit ook in klas. Soms bespreken we een voortaak klassikaal. De leerlingen hebben voor de workshops steeds een stevige zak mee, met daarin minstens hun workshopmap en iets om te schrijven. Net voor de middag bespreken we nog even met de kinderen de algemene gang van zaken: hoe doorschuiven, hoe gedragen, Die derde dinsdag zetten wij over de middag op 8 plaatsen het benodigde materiaal klaar, dikwijls met de hulp van enkele leerlingen. We zorgen dat we hiermee ongeveer een kwartier voor beltijd klaar zijn, zodat we de begeleidende (groot)ouders even kunnen aanspreken als ze toekomen en eventueel begeleiden naar hun lokaal. De acht lokalen vullen we met enige fantasie in. We gebruiken daarbij onder andere: onze eigen klassen, de keuken, de refter, het opvanglokaal, de zolder, soms werken we buiten voor een workshop, of in de knutselklas als die die namiddag vrij is, of soms laten we twee rustige workshops in hetzelfde lokaal doorgaan. Vanaf het middagbelsignaal werken we met de 8 begeleiders uitsluitend aan onze eigen workshop. De leerlingen schuiven van de ene workshop naar de volgende, en volgen daarbij goed hun overzichtsblad. Tijdens de pauze nodigen we alle begeleiders steeds uit in de refter (niet in de studio) voor een kopje koffie met een koekje. We vinden het belangrijk om deze mensen goed in de watten te leggen, want ze zijn van onschatbare waarde voor onze workshops. Na de workshops hebben we natuurlijk nog wel wat opruimwerk, maar we merken dat de meeste begeleiders vlot hun eigen workshop opruimen, en het materiaal in onze klassen terugbezorgen. De leerlingen krijgen als huistaak: het maken van een evaluatie van hun namiddag. De begeleiders krijgen ook steeds een huistaak mee: ook aan hen vragen we om
vertrouwelijk op papier de workshop te evalueren. Vooral in het begin hebben we op die manier veel goeie tips gekregen om onze workshops te verbeteren! Op het einde van het schooljaar verrassen we onze begeleiders met een gezellig avondje. Met de leerlingen maken we een namiddag hapjes klaar. (voordeel is dat ze dat tegen dan zonder begeleiding kunnen aan de hand van een volgkaart met recept!) In de zaal stallen we werkjes uit die in het voorbije jaar gemaakt werden in de verschillende workshops, zo zien de begeleiders ook eens wat de anderen deden of maakten. En we zorgen voor een aandenken voor de begeleiders. We maken een placemat waarop we een persoonlijke selectie van reacties uit de leerlingenevaluaties kleven. Elke begeleider leest dan wat kinderen over hem en de door hem begeleide workshop schrijven.
Hoe heb je het gedaan? Leg goed uit! workshop 1 Evaluatieblad voor de leerlingen Is deze techniek iets voor jou? Waarom wel/niet? Wat vond je van deze workshop en zijn begeleiders? Wat heb je allemaal moeten doen? workshop 2 Is deze techniek iets voor jou? Waarom wel/niet? Wat vond je leuk aan workshop en zijn begeleiders? workshop 3 Leg eens uit hoe je dit hebt gemaakt? Is deze techniek iets voor jou? Waarom wel/niet? Wat vond je het minst toffe aan deze workshop?
Evaluatieblad voor de begeleiders De kinderen evalueren nadien telkens hun workshops Graag willen we ook van u een evaluatie! Wil u ons dit briefje onder gesloten envelop terugbezorgen? Dank! Naam: Houdt u van de workshop die u heeft geleid? Wat was goed, wat minder goed? Was alle materiaal in orde? Had u dingen tekort? Wat vond u van het gedrag van de kinderen tijdens de workshop? Waren er problemen? (geef ons gerust namen, de bedoeling is dat we die leerlingen dan persoonlijk aanspreken over hun gedrag en hen beter trachten te sturen naar volgende workshops toe)
Bedankt voor uw inzet en hulp!
Wil je nog meer weten? Wil je het allemaal nog even doorlezen? Surf naar onze klaswebsite: www.vierdelj.tk Via onze site kan je bij workshops doorklikken naar de doelenfiches, werkblaadjes en co van al onze 40 workshops. Veel plezier ermee! Heb je nadien nog vragen? Via de klaswebsite mag je ons gerust mailen! Cathérine en Mieke
Materialenlijst : Hieronder een overzicht van de materialen die we in onze workshops gebruiken, zodat je weet waar je ernaar op zoek kan gaan. Veel plezier ermee! Clics Clics blokken (gewoon in de speelgoedhandel) www.clicstoys.com Clics werkkaarten (via nv Baert www.baert.com) Messen en snijden Messen en wetsteen uit onze eigen keuken. Plankjes, dunschillers en kleine messen hebben we ondertussen op school. Cocktails Het recept komt uit de werkbak Doe-pakket experimenteren = leren van Stichting Flanders Technology (rode doos) Spectro We gebruiken de heel interessante dozen Spektro1: www.productief.nl/spektro Rummikub, tri-ominos,yahtzee Gieten Verkrijgbaar in de gewone speelgoedhandel (of op rommelmarkten!) We sprokkelen een heleboel maatbekers uit alle klassen bij elkaar Foto s zoeken Digitale foto s genomen in de school, verwerkt tot een bundel. Borduur een kaart Boekje: Tijd voor borduren!, knutselen met kinderen, Marjolein van der Stoep, uitg. The House of Books, Vianen, Antwerpen ISBN 90 443 0589 1, pagina 24 Museum bouwen We gaan tijdens W.O. op leeruitstap BeZOEKboek, een activiteit van Mu-zee-um te Oostende. (www.mu-zee-um.be) Bij die activiteit krijgt elke leerling een bouwpakket voor een kartonnen museum. Dat zetten we samen in elkaar. Pompoensoep Zie recept op onze website Appeltaart Zie recept op onze website. Tangram We laten triplex +/- 5 mm zagen in vierkanten van 20x20 cm in een doe-het-zelfzaak. Een voorbeeldenboekje kopiëren we voor de lln. www.creativepuzzels.nl/spel/speel1/tangram.htm Kaartspel als Solo (soort UNO), Beestenboel, Party Animals,.. Kaartspellen te koop in de betere speelgoedzaak. Het mag ook eens wat anders zijn dan wat de lln kennen! www.999games.nl Wegen Materiaal uit eigen keuken, weegschalen vezameld uit verschillende klassen, Sterke staaltjes Boek: Sterke staaltjes
Koekjes set mini-quadro bij! Meccano junior met bouwplannen Zie recept op de website Het weer Meettoestellen brengen we mee van thuis: barometers, thermometers,.. Anemometer lenen we bij de provincie Windvlag maken we zelf Weefplank Hamers laten we meebrengen, en we brengen zelf extra s mee. Planken laten we zagen in de doe-het-zelfzaak Theaterspel Theaterspeldoos van Het Paleis www.hetpaleis.be/educatie/02.html Deze is in veel gemeenten beschikbaar! (of bij de provincie) Oppervlakte Eigen materialen Bruine blokken Massa houten vierkante blokken, gezaagd door een collega. Gemengde houten blokkenset van thuis. Vriendschapsbandjes Boekje: Eigentijds macramé, Margriet Kors en Gina Lambers (Cantecleer hobbytopper) ISBN 90 213 3201 9 Boekje: Fantasievolle macraméjuwelen, Sadler Judy-Ann, Deltas. (dit zetten we na de workshop in de klasbib voor de kinderen die er graag mee doorgaan) K nex We hebben 2 blauwe dozen met plannenboeken, die we tweedehands hebben kunnen aankopen. Flensjes Fotorecept uit een oud kookboek. Fruitsla + memory Milieu-memory: Ravensburger 1993 (spel nr 24 153 8) Fiets herstellen Meestal brengen de begeleidende ouders/ grootouders hiervoor een hoop materiaal mee. Wij halen een demonstrateiwiel+ band (in bruikleen) bij de fietsenhandelaar. Buitenspel Eenvoudige spellen met weing materiaal. Materiaal en spelbundel kunnen na de workshop uitgeleend worden voor op de speelplaats. (tot einde schooljaar) Winkelen Eigen materiaal, of door leerlingen meegebracht (kassa s). Fietsbehendigheid Elke leerling brengt eigen fiets + helm mee. Schilderijtje Vilt, dik restkarton dat we versnijden, boekbinderslijm om het vilt op te spannen op karton. Boekje: Tijd voor borduren!, knutselen met kinderen, Marjolein van der Stoep, uitg. The House of Books, Vianen, Antwerpen ISBN 90 443 0589 1, pagina 28