Gebruik van werkbladen Begeleiding aardrijkskunde GEBRUIK VAN WERKBLADEN Begeleiding aardrijkskunde 1 Vaststellingen Het gebruik van werkbladen in lessen aardrijkskunde situeert zich vooral in de eerste en tweede graad van het SO. Ze zijn vaak het verlengstuk van het handboek andere zijn van eigen makelij. Werkbladen bieden kansen om aardrijkskundige thema s op een dynamische manier, ondersteund door vaardigheden, aan te pakken. De begeleiding aardrijkskunde en de docenten uit de lerarenopleidingen stellen echter vast dat het gebruik van werkbladen niet altijd garant staat voor goed aardrijkskundeonderwijs. Vooral de wijze waarop werkbladen ingeschakeld worden in het leerproces bepaalt of ze al dan niet goede instrumenten zijn. Zo constateert men vaak dat werkbladen op een slaafse wijze worden gevolgd door de leraren en een evenwichtige afwisseling inzake werkvormen afremmen. We kunnen het gebruik van werkbladen vanuit vier invalshoeken bekijken: 1. de leerplandoelstellingen Gaan de werkbladen voldoende uit van de concrete leerplandoelen of focussen ze eerder op items die niet essentieel zijn in het leerplan? 2. de leerlingen Zijn de werkbladen een werkmiddel voor de leerlingen waardoor kansen geboden worden tot motivatie via zelfstandig werken aardrijkskundig denken aardrijkskundige vaardigheden of zijn ze een werklast waarbij het invullen van woordjes de essentie vormt? 3. de informatiebronnen Geven de aangeboden bronnen voldoende aanleiding tot onderzoekend leren of zijn het eerder alleenstaande info s die het gebruik van handboek, atlas, Pc, actualiteit niet aanmoedigen? Worden de leerlingen bij het studeren thuis niet verkeerdelijk gefocust op het memoriserend leren van de ingevulde werkbladen, waarbij het onderzoeken van bronnen uit handboek en atlas terzijde worden gelaten? 4. de leraar Bieden de werkbladen de kans om het leerproces bij de individuele leerling beter te begeleiden of vormen ze een keurslijf die de creativiteit van de leraar fnuikt? Om de leraren en vakwerkgroepen te ondersteunen om kritisch met werkbladen om te gaan, heeft de begeleiding aardrijkskunde een kijkwijzer ontworpen. De kijkwijzer is opgebouwd uit vijf delen: leer-plandoelen werkvormen werkbladen informatiebronnen technieken en vaardigheden. Voor elk deel zijn een aantal didactische wenken uitgeschreven. In de rubriek en wordt ingegaan op de kansen maar ook de gevaren van werkbladen in het didactisch proces. Op een evaluatieschaal kan aangestipt worden welk niveau het werkblad haalt voor het onderdeel.
2 werkgroep/doc/5/01 2 Kijkwijzer 2.1 Leerplan en jaarplanning Het leerplan en niet het handboek en de werkbladen is het uitgangspunt in het aardrijkskundeonderwijs. De leerinhouden in het leerplan werden geschreven vanuit leerplandoelstellingen die op hun beurt uit de eindtermen werden afgeleid. De werkwoorden in de leerplandoelen zijn essentieel. Zo vind je vaak de woorden analyseren situeren afleiden beschrijven onderzoeken verklaren in relatie brengen toepassen terug. Goed aardrijkskundeonderwijs vertrekt inderdaad vanuit de waarneming en stelt vragen zoals wat, waar en waarom daar? Goede werkbladen bieden de kans om de leerplandoelen optimaal te realiseren, ze geven aanleiding om geografische vaardigheden aan te leren en om onderzoekend te leren. Zijn de werkbladen voldoende gebaseerd op de leerplandoelen? (vertrekken ze m.a.w. vanuit de werkwoorden in de doelstellingen?) Komen alle leerplandoelen aan bod en klopt dit met een realistische timing? Zijn de doelstellingen voor leerlingen en leraren voldoende duidelijk? Kan de leraar voldoende vrij kiezen uit het aanbod van oefeningen en informatiebronnen om bepaalde leerplandoelen te realiseren? Komt de realisatie van de jaarplanning in het gedrang door het gebruik van te uitvoerige werkbladen, les na les? Staan de werkbladen het inoefenen van geografische vaardigheden en het onderzoekend leren in de weg? Bepaalt het geleid invullen van de werkbladen het trage lestempo? Leerplandoelen zijn weinig herkenbaar in de werkbladen. Werkbladen zijn vanuit de leerplandoelen opgesteld. 2.2 Leerproces Werkbladen kunnen op diverse wijzen worden ingeschakeld in het leerproces nl.: Om leerinhouden te verwerven Naast de infobronnen bieden de werkbladen die dit doel nastreven werkkaarten, werk- en denkschema s aan om het leerproces bij de leerling op gang te brengen en te ondersteunen.
3 Om leerinhouden of vaardigheden toe te passen in te oefenen. Deze werkbladen waarbij voldoende ruimte is voorzien om grafieken, diagrammen of kaarten en dergelijke meer te tekenen of te bewerken zijn erop gericht om de leerling de leerinhouden en of vaardigheden in een gewijzigde context te laten toepassen. Om leerinhouden vast te zetten Een synthese is het resultaat van het leerproces. Een werkblad evenals een bordschema kan via relatieschema s waarin begrippen en relatiepijlen gehanteerd worden hierin een rol spelen. Het is klaar dat in een dynamisch lesgebeuren deze drie vormen niet steeds gescheiden zijn. Zo kan de leerinhoud in verschillende deeltjes worden ingedeeld. Het verwerven van de leerinhoud gebeurt dan gefaseerd en wisselt af met de opbouw van deelsyntheses. Leerinhouden verwerven Focust het werkblad vooral op het proces? Stimuleert het werkblad het aardrijkskundig denken bij de leerlingen? Leerinhouden vaardigheden toepassen Stimuleert het werkblad de toepassing van aardrijkskundige vaardigheden? Biedt het werkblad een andere context aan om leerinhouden en vaardigheden toe te passen? Leerinhouden vastzetten Neemt het werkblad de plaats in van een cursus waarin de leerlingen woordjes noteren in de opengelaten ruimten in de tekst? (kaas met gaatjes) Focust het werkblad vooral op het product in plaats van op het proces? Kunnen de leerlingen thuis de werkbladen- cursus instuderen zonderen gebruik te maken van het handboek? Kunnen de leerlingen thuis de vaardigheden niet meer inoefenen omdat alle oefeningen in de werkbladen in de klas werden ingevuld? Is er een synthese die de verschillende stappen in de opbouw van de leerinhoud verduidelijkt? Is het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken voldoende duidelijk? Leren de leerlingen ook nog eens notities te nemen op een afzonderlijk blad? Werkbladen gericht op het product vanuit de visie van de invuldidactiek. Werkbladen gericht op het proces, het analyseren en het synthetiseren.
4 werkgroep/doc/5/01 3 Werkvormen Onder werkvormen verstaan we de mogelijke methodieken om leerinhouden of vaardigheden aan te brengen. Een onderwijs-leergesprek, doceren, hoekenwerk, groepswerk, projectmatig werken, begeleid zelfstandig leren, spelvormen, zijn er voorbeelden van. De motivatie van de leerling voor het vak aardrijkskunde wordt in grote mate bepaald door de variatie in werkvormen die de leraar hanteert. Een werkvorm, hoe interessant ook, gaat al gauw vervelen wanneer die te veel uitgemolken wordt. VARIATIE = MOTIVATIE. Bieden de werkbladen voldoende gevarieerde werkvormen aan? Is er afwisseling inzake werkvormen in de loop van een trimester? Is er afwisseling inzake werkvormen tijdens één les? Zijn de opdrachten/oefeningen uitdagend en motiverend? Sluiten ze met andere woorden voldoende aan met de actualiteit en de leefwereld van de leerlingen? Zijn ze levensecht? Blijven er wel eens enkele hoofdstukken van de werkbladen of werkboek niet ingevuld, als resultaat van alternatieve werkvormen? Is de belangrijkste activiteit het invullen van ontbrekende woordjes? Biedt de aangeboden info op het werkblad enkel aanleiding tot een klasgesprek? Kunnen de leerlingen (2 de graad) thuis alleen maar studeren met de werkbladen en kunnen ze niet studeren met notities en handboek? Weinig of geen variatie in werkvormen, meestal een klasgesprek. Voldoende variatie aan werkvormen met uitdagende opdrachten. 4 Informatiebronnen Het aardrijkskundeonderwijs dient levensecht en actueel te zijn. Dorre theorieën, abstracte redeneringen en overbodige systematiek zijn uit den boze. Inzicht, het leggen van relaties en het verwerven van vaardigheden zijn daarentegen essentieel. Een aardrijkskundig onderwerp wordt bestudeerd aan de hand van terreinwaarnemingen, beeldmateriaal, kaarten, teksten, grafieken, tabellen. Via bronnen worden leerlingen een onderzoekende houding aangeleerd waarbij waarnemen beschrijven situeren relaties leggen verklaren heel belangrijk zijn. Het is van belang dat de leerlingen thuis, naast goed gestructureerde werkbladen, ook over bronnen in kleur kunnen beschikken. Een handboek kan op dit vlak een meerwaarde bieden.
5 Indien er bronnen voorkomen, geven ze dan in de werkbladen (of in andere dragers zoals het handboek of de atlas) aanleiding tot een onderzoekende houding? Bieden de werkbladen voldoende ruimte en middelen om de opdrachten te verwerken? Wordt er naar de herkomst van de bronnen verwezen? Zijn de bronnen geactualiseerd? Komen er in de werkbladen onvoldoende verwijzingen naar gevarieerde bronnen voor? Beschikken de leerlingen thuis naast de werkbladen niet over bronnen in kleur? Staan de bronnen in de werkbladen op zichzelf en moedigen ze het gebruik van handboek, atlas, Pc, actualiteit niet aan? Weinig en vaak op zichzelf staande bronnen. Gevarieerd bronnenmateriaal als uitgangspunt voor onderzoekend leren. 5 Technieken en vaardigheden Bij het observeren, beschrijven, verklaren en vastzetten worden verschillende aardrijkskundige technieken aangeleerd en ingeoefend. Langzaam maar zeker dienen de vaardigheden en technieken te evolueren tot verworvenheden die van groot belang zijn voor het verdiepen en verbreden van de leerinhouden. We geven een opsomming van vaardigheden die in de leerplannen aardrijkskunde voorkomen. Eerste graad een reëel landschap en beelden ervan met elementaire geografische termen beschrijven en deze op een overeenstemmende kaart aanwijzen. kaarten en plattegronden lezen door gebruik te maken van legende, schaal en oriëntatie. een kaart en een aardrijkskundig element in een atlas vinden en lokaliseren aan de hand van de inhoudstafel en het namenregister. spontaan de passende kaart raadplegen. enkele gesteenten op monsters benoemen op basis van proefondervindelijke waarnemingen. in een landschap en op beeld de belangrijkste elementen van het reliëf aanwijzen alsook reliëfvormen herkennen en benoemen. op kaarten hoogten en hoogtezones aflezen aan de hand van hoogtepunten, hoogtelijnen en
6 werkgroep/doc/5/01 kleuren. gegevens over weer en klimaat van een gebied uit cijfers, grafische voorstellingen en kaarten aflezen. Tweede graad Naast het verder inoefenen van verworvenheden uit de eerste graad, aandacht voor volgende nieuwe vaardigheden: de lokalisatie van verschijnselen, ruimtelijke gegevens en aardrijkskundig relevante gebeurtenissen uit de actualiteit opzoeken. aan de hand van verschillende informatiebronnen aardrijkskundige informatie over de belangrijkste natuurlijke en menselijke kenmerken van een gebied opzoeken en creatief verwerken. aardrijkskundige entiteiten afbakenen op basis van verschillen en gelijkenissen van enkele natuurlijke of menselijke aardrijkskundige kenmerken. op een eenvoudige manier aardrijkskundige gegevens cartografisch voorstellen. zelfstandig een aangepast en beperkt aardrijkskundig onderzoek uitvoeren met aandacht voor: analyse van een aardrijkskundig verschijnsel zoeken en selecteren van relevante informatie een samenhangende presentatie van een aantal bevindingen het formuleren van een eigen standpunt rond mogelijke bevindingen. Derde graad Naast het verder inoefenen van verworvenheden uit de eerste en tweede graad, aandacht voor volgende nieuwe vaardigheden: aardrijkskundige gegevens opzoeken, ordenen en op een eenvoudige manier verwerken, gebruik makend van beschikbare, hedendaagse informatiebronnen en -technieken. een kaartvoorstelling kiezen in functie van het gebruik. een standplaats op aarde bepalen door middel van beschikbare, hedendaagse technieken en methodes. een landschap analyseren, de elementen ordenen tot een structuur en hieruit de eigenheid van het landschap bepalen. Komen verschillende aardrijkskundige technieken en vaardigheden aan bod in de werkbladen? Is er een progressie in leerlijnen over de graden heen? Is er progressie van eenvoudige gesloten vragen naar complexere open opdrachten Staan de opdrachten los van elkaar, beogen ze met andere woorden geen structurele opbouw van technieken en vaardigheden? Is er geen duidelijke opbouw over de graden heen van moeilijkheidsgraad inzake technieken en vaardigheden doorheen de opdrachten in de werkbladen?
7 over de leerjaren heen in de werkbladen? Bieden de werkbladen die progressie inzake leerlijnen niet aan? 5 Weinig inoefening van technieken en vaardigheden. Technieken en vaardigheden zijn structureel aanwezig met een duidelijke leerlijn.