Fiscale Handboeken HANDBOEK VENNOOTSCHAPSBELASTING 2008-2009 Prof. Dr. PAUL BEGHIN Prof. Dr. INGE VAN DE WOESTEYNE VOLLEDIG GEACTUALISEERD TOT 30 JUNI 2008 intersentia Antwerpen - Oxford
INHOUD WOORD VOORAF vii HOOFDSTUK 1. HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING 1 I. Principe 1 II. Rechtspersoonlijkheid 1 A. Belgische vennootschappen 1 B. Buitenlandse vennootschappen 3 C. Fiscale draagwijdte van de rechtspersoonlijkheid 3 1. Vennootschappen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid. 3 2. Vennootschappen en verenigingen met rechtspersoonlijkheid 3 3. Nietigheid van de rechtspersoonlijkheid 4 4. Doorbraak van de rechtspersoonlijkheid 5 5. Preconstitutieve verrichtingen 5 6. Retroactiviteitsclausule 6 III. Fiscale woonplaats in belgië 6 IV. Exploitatie van een onderneming of verrichtingen van winstgevende aard.. 8 A. Begrippen 8 B. Verenigingen zonder winstoogmerk 9 HOOFDSTUK 2. DE JURIDISCHE GRONDSLAG VAN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING. 11 I. De bronnen van de vennootschapsbelasting 11 A. Het legaliteitsbeginsel 11 B. De interpretatie van de belastingwet 11 C. belastingontduiking en belastingontwijking 12 D. De keuze van de minst belaste weg 12 E. Het realiteitsbeginsel 13 1. Juridische versus economische werkelijkheid 13 2. Werkelijkheid tegenover schijn 14 a. Simulatie of veinzing 14 b. Wetsontduiking oifraus legis 14 3. Geoorloofde versus ongeoorloofde verrichtingen 15 F. Non bis in idem 15 Intersentia X1
xn Inhoud G. De algemene antirechtsmisbruikmaatregel 15 1. De objectieve benadering 16 2. De subjectieve benadering 16 3. De klassieke interpretatie 17 H. Verhouding met het boekhoudrecht 17 1. De primauteit van het boekhoudrecht 17 2. Defiscaleneutraliteit van het boekhoudrecht 18 3. De bindende kracht van de jaarrekening 18 II. De kenmerken van de vennootschapsbelasting 19 A. Het beroepskarakter van de verrichtingen 19 B. Een globaalfiscaalresultaat 20 1. Nettoactiefbenadering: balanswinst 20 2. Dynamische benadering: bedrijfswinst 21 C. Het entiteitsbeginsel 21 D. Het tijdsperspectief 22 1. Belastbaar tijdperk en aanslagjaar 22 2. De aangifte 23 3. De aanslag 23 III. De bepaling van de belastbare grondslag 24 A. Het begrip 'fiscaal resultaat' 24 1. Bestanddelen 24 2. Bestemming van de winst 24 3. Extracomptabel bestanddeel: verworpen uitgaven 25 B. Tweede bewerking: omdeling van de winst volgens oorsprong 25 C. Derde bewerking: vrijstelling van buitenlandse winsten uit een land met verdrag en aftrek van sommige niet-belastbare bestanddelen 27 1. Aftrek van bij verdrag vrijgestelde winst 27 2. Aftrek van niet-belastbare bestanddelen 27 D. Vierde bewerking: aftrek van definitief belaste inkomsten (D.B.I.) en van vrijgestelde roerende inkomsten (V.R.I.) 28 E. Bijzondere bewerkingen 28 1. Aftrek van octrooi-inkomsten 28 2. Aftrek voor risicokapitaal 28 F. Vijfde bewerking: aftrek van vorige verliezen 28 G. Zesde bewerking: aftrek van de investeringsaftrek 28 H. Winst uit zeescheepvaart, vastgesteld op basis van de tonnage 29 I. Opsplitsing naar tarief 29 J. Voorbeeld 29
HOOFDSTUK 3. DE INKOMSTEN VAN VENNOOTSCHAPPEN 35 I. Inleiding 35 II. Het realisatieprincipe 35 A. Algemeen principe 35 B. Overeenkomst onder ontbindende voorwaarde 36 C. Overeenkomst onder opschortende voorwaarde 36 D. Overeenkomst voor een éénmalige prijs 36 1. Te innen opbrengsten en verkregen opbrengsten 37 2. Over te dragen opbrengsten 37 E. Overeenstemming boekhouding - btw-aangiften 38 III. Inkomsten uit onroerende goederen 38 A. Belgische onroerende goederen 38 1. Algemeen 38 2. Vestiging of overdracht van een vruchtgebruik, recht van erfpacht of recht van opstal 39 a. Verkoop van het recht 39 b. Bezwaring van de volle eigendom 40 c. Probleemgebieden 40 3. Onroerende voorheffing 41 B. Buitenlandse onroerende goederen 43 IV. Inkomsten van roerende goederen en kapitalen 44 A. Inkomsten uit aandelen 44 1. Bedoelde inkomsten 44 2. Belastbaar bedrag 45 a. Principe 45 b. Tarief van de roerende voorheffing op dividenden 45 c. Moeder-dochterdividenden 49 d. Verrekening 50 e. Verwerking 50 3. Definitief belaste inkomsten 50 4. Vrijgestelde roerende inkomsten 51 5. Dividenden van buitenlandse oorsprong 51 a. Belastbare grondslag 51 b. Forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting 52 B. Interesten 52 1. Bedoelde inkomsten 52 2. Belastbaar bedrag 52 3. Tarief van de roerende voorheffing op interesten 53 4. Leasingcontracten 54 Intersentia Xlll
XIV Inhoud 5. Vrijgestelde roerende inkomsten 55 6. Buitenlandse inkomsten 55 a. Belastbare grondslag 55 b. Het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting 56 C. Inkomsten uit de verhuring van roerende goederen 60 V. Beroepsinkomsten 62 A. Exploitatieverrichtingen 62 B. Bijzondere gevallen 62 1. Disconto van langlopende vorderingen c.q. schulden 62 a. Toepassingsgebied 62 b. Discontotarief 63 c. Bedrag 64 2. Subsidies (art. 362 W.I.B.) 67 a. Omschrijving 67 b. Taxatieregime van kapitaalsubsidies 67 3. Abnormale of goedgunstige voordelen (art. 26 W.I.B.) 69 a. Toepassingsvoorwaarden 69 b. Aard van het voordeel 69 c. Ontsnappingsclausule (art. 26, lid 1 infinew.i.b.) 71 d. Draagwijdte 72 e. Voordelen aan niet-inwoners 74 f. Vaststelling van het abnormaal of goedgunstig voordeel 75 g. Defiscalebehandeling van een abnormaal of goedgunstig voordeel 76 h. Mogelijkheid tot een voorafgaand akkoord 76 i. Abnormale of goedgunstige voordelen i.h.v. de genieter 77 C. Meerwaarden 77 1. Taxatieregime 77 a. Algemeen 77 b. Onaantastbaarheidsvoorwaarde (art. 190, lid 2 W.I.B.) 78 2. Verwezenlijkte meerwaarden 79 a. Definitie 79 b. Uitgestelde en gespreide belasting van verwezenlijkte meerwaarden op immateriële en materiële vaste activa (art. 47 W.I.B.) 79 c. Overgangsregime m.b.t. vastrentende effecten 86 3. Vrijgestelde meerwaarden 87 a. Niet-uitgedrukte, niet-verwezenlijkte meerwaarden 87 b. Uitgedrukte, niet-verwezenlijkte meerwaarden 87 c. Het monetaire gedeelte van verwezenlijkte meerwaarden 90 d. Verwezenlijkte meerwaarden op aandelen en delen 92
e. Meerwaarden die voortkomen van de terugbetaling of van de ruil van aandelen 94 f. Meerwaarden naar aanleiding van de inbreng van één of meer takken van werkzaamheid of van de inbreng van een algemeenheid van goederen 95 g. Verwezenlijkte meerwaarden op personenwagens 96 h. Meerwaarden op bedrijfsvoertuigen 96 D. Verdoken reserves 96 1. Begrip 96 2. Tijdstip van belastbaarheid 97 3. Activa verkregen tegen bezwarende titel 98 4. Activa verkregen om niet 99 a. Eigenlijke verkrijging om niet 99 b. Gedeeltelijke verkrijging om niet 99 5. Verdoken reserves: voorbeeld 100 E. Vrijgestelde investeringsreserve 102 1. Toepassingsgebied 102 2. Bedrag van de vrijstelling 102 a. Gereserveerde belastbare resultaat 102 b. Maximumgrens 103 3. Beperking tot een aangroeisituatie 103 4. Voorwaarden voor het behoud van de vrijstelling 104 a. Investeringsverplichting 104 b. Onaantastbaarheidsvoorwaarde (art. 194quater, 2, lid 4 W.I.B.) 105 5. Weerslag op de zes bewerkingen 105 6. Niet-naleving der voorwaarden 105 F. Vrijstelling voor 'audiovisuele' vennootschappen 106 G. Forfaitaire winstbepaling in de zeescheepvaartsector 106 H. Vrijstelling van de meerwaarden gerealiseerd op binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart (art. 44ter W.I.B.) 107 a. Binnenschepen bestemd voor commerciële vaart 107 b. Herbeleggingsverplichting 107 c. Herbeleggingstermijn 107 d. Formele verplichtingen 108 I. Vrijstelling van kosten van collectief vervoer 108 VI. Verworpen uitgaven 108 VII. Uitgekeerde dividenden 108 Intersentia XV
xvi Inhoud HOOFDSTUK 4. VASTSTELLING VAN DE NETTOWINST 109 I. Inleiding 109 II. Waardeverminderingen op handelsvorderingen 110 A. Situering 110 B. Voorwaarden van vrijstelling 110 1. Afbakening 110 2. Voorwaarden m.b.t. de aard van de waarschijnlijke verliezen... 111 3. Formele voorwaarden 112 C. Onvermogen of faillissement van de klant 113 1. Vorderingen op niet-handelaars 113 2. Failliet verklaarde ondernemingen 113 3. Afstand van vorderingen 115 a. Afstand onder voorbehoud van terugkeer naar betere toestand 115 b. Kwijtschelding naar aanleiding van een gerechtelijk akkoord 115 D. Bijzonderheden 116 1. Btw 116 2. Boekhoudkundige verwerking 116 a. Vorderingen waarvan de inning onzeker is 116 b. Vorderingen die definitief verloren zijn 117 c. Voorbeeld 117 III. Voorzieningen voor risico's en kosten 118 A. Principe 118 1. Boekhoudrecht 118 2. Fiscaal recht 118 B. Voorwaarden van vrijstelling 119 1. Voorwaarden m.b.t. de aard van de kosten en verliezen 119 a. Beroepskost of beroepsverlies 119 b. Scherpe omschrijving 119 c. Oorsprong 120 d. Bedrag 120 e. Illustraties 121 2. Formele voorwaarden 125 3. Voorbeeld 125 IV. Beroepskosten 126 A. Voorwaarden van aftrekbaarheid 126 1. De kost moet tijdens het belastbaar tijdperk zijn gedaan of gedragen 126
a. Tijdstip van aftrekbaarheid 127 b. Over te dragen kosten 128 c. Toe te rekenen kosten 129 d. Onderscheid tussen een kost en een investering 129 2. De kost moet zijn gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen ofte behouden 130 a. Beroepsmatig karakter 130 b. Opportuniteit 131 c. Realiteit 131 d. Onredelijkheid 132 3. De echtheid en omvang van de kost moet worden bewezen 132 a. Bewijsmiddelen 132 b. Individueel akkoord 133 c. Redelijk bedrag 134 B. Kosten m.b.t. onroerende goederen 134 1. Huur en huurlasten (art. 52,1 W.I.B.) 134 a. Aftrek 134 b. Doorwerking naar de personenbelasting 135 2. Kosten van onderhoud, verwarming, verlichting e.d.m 138 3. Onroerende voorheffing 139 4. Erfpacht- en opstalvergoedingen en gelijkaardige lasten 139 5. Blote eigendom en vruchtgebruik 139 C. Interesten van leningen 139 1. Aftrekbare interesten (art. 52,2 W.I.B.) 139 2. Beperking inzake de aftrekbaarheid van interesten (art. 55 W.I.B.) 140 a. Marktrente 140 b. Bewijslast 140 c. Volledige aftrek 141 3. Herkwalificatie van interesten van rentegevende voorschotten in dividenden 141 a. Draagwijdte 141 b. Begrip 'voorschotten' 141 c. Grenzen 142 4. Interesten betaald aan buitenlandse personen 146 a. Toepassing 146 b. Bewijslast 147 5. Interesten die een abnormaal en goedgunstig voordeel zijn 148 6. Niet-aftrekbare interesten 148 D. Commissies, erelonen en vergoedingen aan niet-personeelsleden... 148 1. Beginsel 148 Intersentia
2. Voorwaarden van aftrekbaarheid 149 a. Toepassingsgebied 149 b. Afwijkingen 149 c. Gevolgen van het niet-indienen van defichesen opgaven... 150 3. Vergoedingen aan niet-inwoners 152 4. Royalty's, commissies en andere vergoedingen betaald aan buitenlandse personen 152 5. Toegelaten geheime commissielonen 153 E. Bezoldigingen van het personeel 154 1. Aftrekbare bezoldigingen 154 2. Sociale voordelen 155 a. Omschrijving 155 b. Aftrekbaarheid 155 3. Verantwoording van de bezoldigingen 158 F. Sociale lasten en werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering van werknemers 159 1. Sociale lasten (art. 52,3, a W.I.B.) 159 2. Werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom, vroegtijdige dood en de aanvullende verzekeringen (art. 52,3, b en 59 W.I.B.) 160 a. Algemeen 160 b. Aftrekbaarheid van de werkgeversbijdragen voor extralegale pensioenen 162 c. Begrenzing van de aftrek 163 d. Streefdoelplan versus Plan met vaste bijdrage 169 e. Voorschotten 170 f. Indexering van de lopende renten 170 g. Voorbeelden 170 h. Begrenzing van de aftrekbaarheid van sociale pensioenen en aanvullende verzekeringen 172 G. Pensioenen aan personeelsleden 172 H. Bezoldigingen en pensioenen aan bedrijfsleiders, bestuurders en werkende vennoten 173 1. Het begrip bedrijfsleider 173 2. Aftrekbaarheid der bezoldigingen 174 a. Het attractiebeginsel 175 b. Sociale voordelen 176 3. Formele voorwaarden 176 4. Stortingen voor pensioenvorming 176 a. Individuele pensioentoezegging 176 b. Extralegale pensioenen 177
c. Bijdragen inzake inkomensvervangende toezeggingen, medische kosten en afhankelijkheid 179 5. Pensioenen 180 I. Management fees betaald aan managementvennootschappen 180 J. Afschrijvingen 181 1. Definitie 181 2. Afschrijfbare bestanddelen 182 a. Oprichtingskosten 182 b. Immateriële vaste activa 182 c. Materiële vaste activa. 182 3. Afschrijfbare grondslag 183 a. Aanschaffingswaarde 183 b. Vervaardigingsprijs 189 c. Inbrengwaarde 190 d. Geherwaardeerde activa 190 4. Afschrijvingsritme 191 a. Lineaire methode 191 b. Degressieve methode 196 c. Stelsel van de dubbele lineaire afschrijving 199 d. Bijzondere gevallen 199 e. Afschrijvingsmodaliteiten 202 f. Afschrijvingsexcedenten 204 K. Minderwaarden en waardeverminderingen 205 1. Minderwaarden 205 2. Waardeverminderingen 205 a. Omschrijving 205 b. Waardeverminderingen op gronden 206 c. Waardeverminderingen op voorraden en goederen in bewerking 207 d. Waardeverminderingen op bestellingen in uitvoering 207 e. Waardeverminderingen en minderwaarden op vorderingen 208 L. Andere uitgaven en kosten 209 M. Niet-bewezen kosten of uitgaven 209 HOOFDSTUK 5. DE MET-AFTREKBARE BEROEPSKOSTEN 211 I. Niet-aftrekbare belastingen (art. 198, lid 1,1, 2 en 3 W.I.B.) en gewestelijke belastingen, heffingen en retributies (art. 198, lid 1,5 W.I.B.) 211 Intersentia
XX Tntprcpntiü Inhoud A. Principe 211 B. Aftrekbare belastingen en voorheffingen 213 C. Bijzondere gevallen 214 1. Buitenlandse belastingen 214 2. Terugbetaling en regularisatie van vroeger betaalde of ten laste genomen belastingen 214 3. Niet-geboekte verrekenbare bestanddelen 216 4. Aansluiting met de boekhouding - de belastingcyclus 216 a. Terug te vorderen belastingen 216 b. Betaalde of gedragen belastingen 216 c. Geraamde belastingschulden 217 d. Voorziening voor belastingen 218 II. Geldboeten, verbeurdverklaringen en straffen van alle aard (art. 53,6 W.I.B.) 218 A. Fiscale sancties 218 1. Beginsel 218 2. Afwijkingen 218 B. Andere sancties 219 C. Schadevergoedingen 220 D. Terugbetaling van boeten 221 III. Niet-aftrekbare pensioenen, kapitalen, werkgeversbijdragen en -premies. 221 IV. Beperkingen inzake de aftrekbaarheid van bepaalde beroepskosten 222 A. Autokosten (art. 66 W.I.B.) 222 1. Bedoelde autovoertuigen 223 2. Beoogde autokosten 224 a. Draagwijdte 224 b. Kosten aan derden terugbetaald 226 c. Kosten eigen aan de werkgever 226 d. Bijzondere gevallen 227 3. Niet-beoogde kosten 227 a. Wettelijke uitsluitingen 227 b. Privégebruik 228 4. Meer- en minderwaarden 229 5. Voorbeeld 229 B. Receptiekosten en kosten van onthaal (art. 53,8 W.I.B.) 230 1. Beoogde kosten 230 2. Niet-beoogde kosten 231 C. Relatiegeschenken (art. 53,8 W.I.B.) 232 1. Beoogde kosten 232 2. Niet-beoogde kosten 233
D. Restaurantkosten (art. 53,8 bis W.I.B.) 233 1. Beoogde kosten 233 2. Niet-beoogde kosten 234 a. Wettelijke uitsluiting 234 b. Administratieve richtlijnen 234 c. Doorrekening van kosten 236 E. Beroepskledij (art. 53,7 W.I.B.) 237 V. Overdreven interesten 237 VI. Interesten in de mate dat de D.B.I.-vrijstelling wordt verkregen m.b.t. bepaalde dividenden 239 VII. Interesten betaald aan een Verdachte' kredietverstrekker in geval van 'onderkapitalisatie' 240 A. Hoedanigheid van de kredietverstrekker 240 B. Mate van niet-aftrekbaarheid 241 C. Voorbeeld 241 VIII. Abnormale of goedgunstige voordelen 242 IX. Commissielonen, makelaarslonen e.d.m. verstrekt in het kader van omkoping 242 X. Sociale voordelen 243 A. Beginsel 243 B. Sociale voordelen die in het geheel niet aftrekbaar zijn 243 1. Maaltijd- of restaurantcheques 245 a. Sociaal voordeel 245 b. Aftrek in hoofde van de vennootschap 246 2. Maaltijdtickets 247 3. De verzekeringen voor hospitalisatie, ernstige ziekten, afhankelijkheid en andere persoonsverzekeringen 248 C. Sociale voordelen die volledig aftrekbaar zijn 249 D. Sociale voordelen die gedeeltelijk aftrekbaar zijn 249 1. Bedrijfsrestaurant 250 2. Combinatie bedrijfsrestaurant en maaltijdcheques 251 3. Middagmaal bestaande uit soep en boterhammen 251 XI. Liberaliteiten 251 XII. Waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen 253 A. Beginsel 253 B. Uitzonderingen 254 1. Verlies aan kapitaal 254 2. Voorafgaandelijke waardevermindering 255 3. Aanzuivering van verliezen 256 XIII. Terugneming van vroegere vrijstellingen 257 Intersentia
xxn Inhoud XIV. Werknemersparticipatie 258 A. Situering 258 B. Inkomstenbelastingen in hoofde van de vennootschap-werkgever... 259 XV. Vergoeding ontbrekende coupon 259 A. Situering 259 B. Niet aftrekbaar gedeelte van de vergoeding voor ontbrekende coupon (art. 198 lid 1,13 W.I.B.) 260 XVI. Tax shelter erkende audiovisuele werken 260 XVII. Andere verworpen uitgaven 261 A. Algemene beschouwingen 261 B. Kosten met betrekking tot de jacht, de visvangst, jachten, pleziervaartuigen en lusthuizen (art. 53,9 W.I.B.) 261 C. Overdreven uitgaven (art. 53,10 W.I.B.) 262 HOOFDSTUK 6. BEPALING VAN DE BELASTBARE GRONDSLAG 263 I. Bepaling van de belastbare grondslag 263 II. Eerste bewerking: bepaling van het fiscaal resultaat 263 A. Belastbare gereserveerde winst 263 1. Basisregels 263 a. Bepaalde boekhoudkundige reserves of voorzieningen zijn niet belastbaar en worden niet onder de belastbare reserves opgenomen 264 b. Bepaalde vermogensbestanddelen komen in de boekhouding niet als reserves voor, maar worden fiscaal als belastbare reserves behandeld 264 2. Correcties aan de begintoestand der reserves 267 a. Aanpassingen in méér van de begintoestand der reserves... 267 b. Aanpassingen in min van de begintoestand der reserves 272 3. Globale aangroei der reserves 272 4. Voorbeeld 273 B. Verworpen uitgaven 277 C. Uitgekeerde dividenden 277 1. Algemeen 277 2. Het belastbaar bedrag 278 III. Tweede bewerking: omdeling van de winst naar oorsprong 280 A. Algemene regel 280 B. Vaststelling van het resultaat van elke inrichting 281
C. Verliescompensatie 283 1. Huidige verliezen 283 2. Vorige verliezen 285 3. Compensatie in een buitenlandse vaste inrichting van haar verliezen met haar winsten uit een voorafgaand belastbaar tijdperk 286 IV. Derde bewerking: aftrek van vrijgestelde en niet-belastbare bestanddelen 287 A. Aftrekvanbij verdrag vrijgestelde winst 287 B. Aftrek van niet-belastbare bestanddelen 287 1. Vrijgestelde giften 288 2. Vrijstelling aanvullend personeel voor wetenschappelijk onderzoek en uitvoer 288 a. Principe 288 b. Wetenschappelijk personeel 289 c. Bijkomend aantal personeelsleden 290 d. Terugneming van de vrijstelling 290 e. Formaliteiten 290 3. Vrijstelling bijkomend personeel met laag loon in een KMO 291 a. Toepassingsgebied 291 b. Berekening van de vrijstelling 292 c. Terugneming van de vrijstelling 294 4. Vrijstelling van stagebonus 294 5. Meerwaarden op ongebouwde onroerende goederen verwezenlijkt door vennootschappen van huisvestingskrediet 295 6. Meerwaarden op bepaalde effecten, andere dan aandelen of delen (art. 513 W.I.B.) 295 a. In aanmerking komende meerwaarden 295 b. Aard van de vrijstelling 295 c. Voorwaarde van herbelegging 296 d. Voorbeeld 296 7. Aftrek van het totaalbedrag en aftrekbeperkingen 296 V. Vierde bewerking: definitief belaste inkomsten en vrijgestelde roerende inkomsten 297 A. Ratio legis 297 B. Definitief belaste inkomsten 297 1. Omschrijving 297 2. In aanmerking komende inkomsten 298 a. Dividenden (art. 202,1 W.I.B.) 298 b. Liquidatie- en verkrijgingsboni (art. 202,2 W.I.B.) 298 c. Inkomsten van certificaten van beleggingsfondsen 299 Intersentia XXlll
3. De taxatievereiste 299 4. De uitsluitingen 300 a. Uitsluiting wegens gunstigerfiscaalregime 300 b. Uitsluiting vanfinancierings-,thesaurie-, of beleggingsvennootschappen 303 c. Uitsluiting wegens 'offshore' activiteiten 307 d. Uitsluiting van 'offshore' vaste inrichtingen 308 e. Uitsluiting van intermediaire vennootschappen 310 f. Uitsluiting van vergoedingen van ontbrekende coupon 313 g. Uitsluiting van dividenden van intercommunales aan elektriciteitsproducenten 314 5. De participatie- en permanentievereisten 314 a. Minimum participatiedrempel 314 b. Permanentievoorwaarde 314 c. Aard vanfinanciëlevaste activa 315 6. Bedrag van de vrijstelling en aftrekbeperking 315 a. Dividenden 315 b. Liquidatie- en verkrijgingsboni 316 c. Aftrek ten belope van 95 % 316 d. Beperkingen van de aftrek 317 7. Voorbeeld 320 C. Vrijgestelde roerende inkomsten 321 1. Omschrijving 321 2. Limitatieve opsomming 322 3. Bedrag van de vrijstelling 322 VI. Bijzondere bewerkingen 323 A. Aftrek voor octrooi-inkomsten 323 1. Toepassing van de aftrek 323 2. Octrooien 323 3. Octrooi-inkomsten 324 4. Basisbedrag van octrooi-inkomsten 324 5. Vaststelling van de aftrek 325 6. Formele voorwaarden 325 B. Aftrek voor risicokapitaal 325 1. Toepassing van de aftrek 325 2. Basisbedrag van het risicokapitaal 326 3. Verminderingen van het basisbedrag 326 a. Deelnemingen (art. 205ter, 1 W.I.B.) 326 b. Vaste inrichtingen (art. 205fer, 2 W.I.B.) 326 c. Buitenlandse onroerende goederen (art. 2O5ter, 3 W.I.B.).. 327 d. Andere verminderingen (art. 205ter, 4 W.I.B.) 327
4. Wijzigingen tijdens belastbaar tijdperk 327 5. Vaststelling van de aftrek 328 6. Overdracht van de aftrek (art. 205quinquies W.I.B.) 328 7. Optiestelsel voor KMO-vennootschappen 329 a. Investeringsreserve gevolgd door aftrek risicokapitaal 329 b. Aftrek risicokapitaal gevolgd door investeringsreserve 329 9. Formele verplichtingen (art. 205septies W.I.B.) 329 VII. Vijfde bewerking: aftrek van vorige verliezen 329 A. Bedoelde verliezen 329 B. Principes 330 1. Volledige en onbeperkte recupereerbaarheid 330 2. Principe van de identiteit 330 3. Bewijs van de vorige verliezen 331 4. Uitzonderingen 331 a. Verliesrecuperatie in geval van controleverwerving of -wijziging 331 b. Aftrekbeperking bij belastingvrije fusie en inbreng 332 C. Aftrekverbod 333 D. Toepassing van de aftrek 334 E. Bewijs van vorige verliezen 334 VIII. Zesde bewerking: de investeringsaftrek 335 A. Begrip 335 B. In aanmerking komende investeringen 335 1. Materiële en immateriële vaste activa 335 2. Nieuwe vaste activa 336 3. Afschrijfbare activa 337 4. Uitsluitend voor beroepsdoeleinden gebruikt 337 5. Gebruikin België 338 C. Berekening van de investeringsaftrek 338 1. Grondslag 338 a. Aanschaffingswaarde 338 b. Bijkomende kosten 339 2. Categorieën van investeringen 339 3. De eenmalige investeringsaftrek 340 a. Principe 340 b. KMO en niet-kmo-vennootschappen 340 c. Percentage van de investeringsaftrek. 341 d. Overzicht van de eenmalige investeringsaftrek (aj. 2007)... 343 4. De gespreide investeringsaftrek 344 a. Toepassingsgebied 344 b. Percentages van de gespreide investeringsaftrek 344 Intersentia XXV
c. Overzicht van de gespreide investeringsaftrek (aj. 2007) 345 D. Toepassing van de aftrek en beperkingen 346 E. Formaliteiten 347 HOOFDSTUK 7. BEREKENING VAN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING 349 I. Basistarief 349 A. Vanaf aanslagjaar 2004 349 B. Vóór aanslagjaar 2004 350 II. Verlaagd basistarief. 350 A. Begrip 350 1. Vanaf aanslagjaar 2004 350 2. Vóór aanslagjaar 2004 351 B. Bedoelde ondernemingen 351 1. Het belastbaar inkomen van de vennootschap mag vanaf het aanslagjaar 2004 niet meer bedragen dan 322 500 EUR (art. 215, lid 2 W.I.B.) 351 2. Ze mag geenfinanciëlevennootschap zijn (art. 215, lid 3, 1 W.I.B.) 352 a. Definitie 352 b. Beleggingswaarde 352 3. De aandelen van de vennootschap mogen niet voor ten minste de helft in het bezit zijn van één of meer andere vennootschappen (art. 215, lid 3,2 W.I.B.) 354 a. Bezitcriterium 354 b. Bewijs 355 4. De dividenden die de vennootschap uitkeert, mogen niet hoger zijn dan 13 % van het gestort kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk (art. 215, lid 3, 3 W.I.B.) 355 5. De vennootschap moet vanaf het aanslagjaar 2004 ten laste van het resultaat van het belastbaar tijdperk aan ten minste één van haar bedrijfsleiders een bezoldiging hebben toegekend die gelijk is aan of hoger is dan haar belastbare inkomen wanneer die bezoldiging minder bedraagt dan 24 500 EUR (art. 215, lid 3,4 W.I.B.) 356 6. De vennootschap mag geen deel uitmaken van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoort (art. 215, lid 3,5 W.I.B.)... 359 7. Vennootschappen met eenfiscaalgunstregime 359
8. Beleggingsvennootschappen en organismen voor de financiering van pensioenen 359 III. Bijzondere tarieven 359 IV. Verminderd tarief voor bepaalde inkomsten van buitenlandse oorsprong 360 IV. Afzonderlijke aanslag op niet-verantwoorde kosten 361 A. Niet-bewezen kosten en verdoken meerwinsten 361 a. Niet-toepassing van de bijzondere aanvullende aanslag 361 b. Toepassing van de bijzondere aanvullende aanslag 361 B. Modaliteiten van de bijzondere aanslag 364 C. Geheime commissielonen ter bevordering van de export 365 V. Terugneming van vrijgestelde reserves 365 VI. Aanvullende crisisbijdrage 366 VII. Belastingkrediet 366 A. Vanaf aanslagjaar 2007 366 1. Belastingkrediet a rato van de toename van het eigen vermogen 366 2. Belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling 367 a. Keuzestelsel 367 b. Eenmalig belastingkrediet voor octrooien en onderzoek en ontwikkeling 367 c. Gespreid belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling 368 d. Latere meer- en minderwaarden 368 e. Formaliteiten 369 f. Invloed op de berekeningsbasis voor de 'aftrek voor risicokapitaal' 369 B. Vóór aanslagjaar 2007 369 1. Toepassingsgebied 369 2. Omvang 370 3. Uitzondering 370 4. Formaliteiten 371 VIII. De verrekening van de voorheffingen en het belastingkrediet 371 A. Onroerende voorheffing 371 B. HetF.B.B 372 1. Principe 372 2. Verrekenbaar bedrag 372 3. Beperkingen 373 C. Belastingkrediet 374 1. Vanaf aanslagjaar 2007: Belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling 374 Intersentia XXV11
IX. 2. Vóór aanslagjaar 2007: Belastingkrediet a rato van de toename van het eigen vermogen: afgeschaft 375 D. Roerende voorheffing 376 1. Algemeen 376 2. Beperkingen 376 a. Beperkingen m.b.t. inkomsten van roerende goederen en kapitalen, andere dan dividenden 376 b. Beperkingen m.b.t. dividenden 377 E. Fictieve roerende voorheffing 378 F. Enkele praktische modaliteiten van de verrekening 379 1. De niet-terugbetaalbare voorheffingen 379 2. De terugbetaalbare voorheffingen 379 Vermeerdering van de vennootschapsbelasting bij gebrek aan voldoende voorafbetalingen 380 A. Principe 380 B. Aantal, bedrag en vervaldata van de voorafbetalingen 381 C. Vaststelling van de vermeerdering - principe 381 D. Berekening van de vermeerdering 383 E. Bijzondere gevallen 384 1. Algemeen 384 2. Het boekjaar telt 12 maanden maar valt niet samen met het kalenderjaar (art. 66, 2 KB W.I.B.) 384 3. Het boekjaar loopt over meer dan 12 maanden (art. 66, 3 KB W.I.B.) 385 4. Het boekjaar bedraagt minder dan 12 maanden wegens de ontbinding of afsluiting van de vereffening (art. 66, 4, lid 1 KB W.I.B.) 385 a. Vennootschappen die hun boekhouding per kalenderjaar voeren 385 b. Vennootschappen die hun boekhouding niet per kalenderjaar voeren 386 c. Berekening van de vermeerdering 386 5. Het boekjaar bedraagt minder dan 12 maanden ingevolge een wijziging van de afsluitdatum van het boekjaar (art. 66, 4, lid 2 KB W.I.B.) 386 6. Het boekjaar bedraagt minder dan 12 maanden wegens aanvang van de activiteit (art. 66, 5 KB W.I.B.) 386 a. Vennootschappen die hun boekhouding per kalenderjaar voeren 386 b. Vennootschappen die hun boekhouding niet per kalenderjaar voeren 387
c. Berekening van de vermeerdering 387 F. Praktische uitvoering (art. 67 e.v. KB W.I.B.) 387 G. Wijzigingen van de bestemming 388 1. Rechtzetting van materiële vergissingen (art. 70,1 KB W.I.B.).. 388 2. Terugbetaling, overdracht naar het volgend belastbaar tijdperk of andere aanwending (art. 70,2 KB W.I.B.) 388 X. Belastingverhoging 389 XI. Berekening van de vennootschapsbelasting - schema 390 OEFENINGENREEKS 391 BIJLAGEN 405 FORMULIERENBOEK 413 TREFWOORDENREGISTER 483 Intersentia XXIX