training:
>Inhoud > Over deze training 3 > Aanleiding 6 > Vraagstelling 10 > Onderzoeksvragen 13 > Onderzoek 16 > Uitkomsten van het onderzoek 18 > Bronnenlijst 21 > Theoriebron 1: Brainstormen 23 > Theoriebron 2: Vraagstelling 25 > Theoriebron 3: Bronnenonderzoek 26 > Werkmodel: Mindmap 28 > Werkmodel: Onderzoeksprotocol 29 > Beoordeling 31 Colofon Uitgeverij Edu Actief b.v. Meppel Postbus 1056 7940 KB Meppel Tel.: 0522-235235 Fax: 0522-235222 E-mail: info@edu-actief.nl Internet: www.edu-actief.nl Nienke Koopman-Reuselaars en ROC Mondriaan Auteurs Titel Vormgeving Binnenwerk: DBD design/ruurd de Boer, omslag: Tekst in Beeld/Hubi de Gast ISBN 978 90 3720 9419 Copyright 2011 Uitgeverij Edu Actief b.v. Eerste druk/eerste oplage Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb. 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (Postbus 3060, 2130 KB) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
>Over deze training Eindelijk is het dan zover: je mag een scriptie gaan schrijven! Sommige studenten zien hier erg tegen op, omdat daarvoor veel nieuwe vaardigheden gevraagd worden en langere tijd aan de scriptie gewerkt wordt. Het leuke van een scriptie schrijven is dat je zelf een onderwerp mag kiezen, iets wat je leuk vindt of waarover je altijd al meer wilde weten. Een scriptie schrijven is een creatief proces en kan een heel leuke en leerzame opdracht zijn! Doelstellingen Je kunt een scriptie schrijven met een goede opbouw. Je kunt een scriptie schrijven in goed Nederlands. Je kunt een scriptie schrijven met voldoende diepgang. Je kunt hoofd- en deelvragen onderscheiden. Je kunt literatuuronderzoek verrichten. Je kunt praktijkonderzoek verrichten. Je kunt werken aan deskundigheidsbevordering. Je kunt evalueren en rapporteren. Je toekomstige collega Naam: Leeftijd: Werkzaam als: Medewerkers: Soort werkzaamheden: Belangrijkste tool in haar werk: Uitdaging in haar werk: Grootste moeilijkheid: Wat er moet veranderen: Grootste blunder: Waaraan je wilt werken: Linda Hoogerwaard 24 jaar Onderwijsassistente bij SBO De Ridder Het team van De Ridder bestaat uit 59 medewerkers. Op de school werken een directeur, een logopediste, een orthopedagoog, leerkrachten en onderwijsassistenten. De meeste medewerkers werken parttime en in duobanen. Kinderen begeleiden, de leerkracht ondersteunen en het lokaal schoonhouden. Goed kunnen omgaan met kinderen. Leuke activiteiten bedenken die goed aansluiten bij de behoeften van de kinderen. Omgaan met kritiek van ouders. Meer tijd om activiteiten goed te kunnen voorbereiden. Een vader kwam zijn kind ophalen en toen riep ik het verkeerde kind! Ik zou graag wat assertiever willen zijn. Uitgeverij Edu Actief b.v. 3
Beoordeling Je oefent tijdens de training veel. In welke mate je vooruit bent gegaan en hoe je meer inzicht hebt verworven in de theorie en praktijk, wordt als volgt beoordeeld: 1. jouw actieve deelname tijdens de lessen 2. een persoonlijk verslag met daarin: het trainingslogboek een reflectie van de training volgens de STARR-methode. 3. een demonstratie van jouw scriptie. Persoonlijk verslag Het persoonlijk verslag inleveren voor: In het persoonlijk verslag houd je bij wat je hebt gedaan en geleerd. Het persoonlijk verslag bestaat uit een trainingslogboek en een reflectie volgens de STARR-methode. Het trainingslogboek bestaat uit een schrift of snelhechter waarin je notities bewaart. Voor elke opdracht of oefening noteer je de antwoorden op de vragen. Na elke oefening leg je ook de reflecties vast op papier. Het trainingslogboek werk je netjes uit. De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het einde van de training. Je kiest, met behulp van je trainingslogboek, een aantal voor jou belangrijke opdrachten en oefeningen uit. Deze verwerk je in een STARR. Hieronder staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Werkmodel: Logboek op www.factor-e.nl Werkmodel: Studieplanning op www.factor-e.nl Actie en Resultaat Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken. Demonstratie: Scriptie Deze demonstratie doe je op: 1. Casus Je schrijft een scriptie die betrekking heeft op de doelgroep van je opleiding. Op grond van een duidelijke vraagstelling voer je literatuur- en praktijkonderzoek uit, zoals een interview of een enquête. De uitkomsten hiervan verwerk je in een aantal conclusies en aanbevelingen. De scriptie kan bijvoorbeeld gaan over leer- of gedragsproblematiek, sociale problematiek of een bepaalde onderwijsvisie. 2. Bijzonderheden Je presenteert jouw scriptie aan de groep. Je vertelt wat het onderwerp en de vraagstelling van jouw scriptie zijn, hoe je onderzoek hebt gedaan en tot welke conclusies en aanbevelingen je bent gekomen. Tijdsindicatie: de demonstratie duurt maximaal 30 minuten. 4
3. Voorbereiding Oefen van tevoren de presentatie, zodat je weet of de presentatie niet te kort of te lang is. Denk van tevoren ook goed na over de vragen die medestudenten of docenten kunnen gaan stellen, zodat je je hierop vast kunt voorbereiden. 4. Uitvoering Het is belangrijk dat je medestudenten een goed beeld hebben van jouw onderzoek. Zorg daarom voor een logische opbouw in je verhaal. Zorg er ook voor dat je taal gebruikt die voor iedereen begrijpelijk is. Verduidelijk eventuele lastige termen, zodat iedereen voor wie het onderwerp nieuw is jouw verhaal ook goed kan volgen. 5. Beoordeling De punten waarop je wordt beoordeeld tijdens je demonstratie, kun je achter in dit boek vinden in het hoofdstuk Beoordeling. Taal Taal Taal Taal Neem deze training door en onderstreep de woorden die je niet kent. Neem deze woorden over in je woordenlijst en zet de betekenis erbij. Nieuwe onbekende woorden die je tegenkomt tijdens deze training, voeg je toe aan de woordenlijst. Na afloop van de training neem je dit overzicht op in je taalportfolio. Werkmodel: Woordenlijst op www.factor-e.nl Uitgeverij Edu Actief b.v. 5
>Aanleiding Voordat je kunt beginnen met het schrijven van een scriptie, heb je een onderwerp nodig om over te kunnen schrijven. Het leuke aan het schrijven van een scriptie is dat je een onderwerp kunt kiezen dat je zelf leuk vindt. Maar dit kan het ook lastig maken, omdat je niet zomaar een onderwerp kunt kiezen. Het onderwerp moet wel geschikt zijn voor onderzoek en moet passen bij je opleiding. Doelstellingen Je kunt verschillende brainstormtechnieken benoemen. Je kunt een mindmap maken naar aanleiding van een onderwerp. 1. Opdracht: Brainstormen Voordat je een onderwerp kiest, is het goed om te weten wat jou interesseert. Beantwoord daarom eerst de volgende vragen: Wat zijn jouw hobby s? Wat is jouw favoriete vak op school? 6
Over welke onderwerpen praat je met vrienden en vriendinnen? Welke nieuwsberichten lees je meestal eerst in de krant? Over welk onderwerp weet je niets, maar zou je graag meer willen weten? 2. Oefening: Brainstormtechnieken Brainstormen is het verzamelen van associaties over een bepaalde vraag of een bepaald thema. Het doel is om een ideeënstroom op gang te brengen die je verder kan helpen. Brainstormen wordt vaak toegepast in de oriëntatiefase van een project of opdracht. Theoriebron 1: Brainstormen Voorbereiding Maak groepjes van twee studenten. Zorg ervoor dat je beschikt over een computer met internet. Uitvoering Ga op internet op zoek naar informatie over brainstormen. Probeer zoveel mogelijk verschillende technieken voor brainstormen te vinden. Kies gezamenlijk drie verschillende technieken uit. Probeer deze drie technieken uit door samen na te denken over mogelijke onderwerpen voor jouw scriptie. Lees theoriebron 1. Controle Welke verschillende brainstormtechnieken hebben jullie gevonden? Welke brainstormtechnieken hebben jullie uitgeprobeerd? Naar welke brainstormtechniek gaat jullie voorkeur uit en waarom? Reflectie Hebben jullie elkaar kunnen helpen met een idee voor een onderwerp? Heeft het brainstormen je geholpen om een onderwerp te vinden voor je scriptie? Beschrijf het proces en jouw ervaringen in je trainingslogboek. Uitgeverij Edu Actief b.v. 7
3. Opdracht: Sociale netwerk Schakel je vrienden en familie in. Dit kan soms tot verrassende onderwerpen leiden! Verzamel zoveel mogelijk informatie van mensen uit je omgeving en kijk of je hierdoor op een idee voor een geschikt onderwerp kunt komen. Informeer bij mensen die jou goed kennen naar onderwerpen die zij goed bij jou vinden passen. Wat houdt jou volgens hen bezig en wat zijn de dingen waarin jij volgens hen goed bent? 4. Oefening: Mindmappen Mindmappen is een visuele techniek om creativiteit te stimuleren. Een mindmap maken is een manier om ideeën heel snel op papier te zetten en je komt daardoor vaak sneller en makkelijker op nieuwe ideeën. Voorbereiding Maak groepjes van twee studenten. Zorg ervoor dat je allebei een wit vel papier hebt en minimaal drie verschillende kleuren pen, stift of potlood om mee te schrijven. Gebruik het werkmodel Mindmap. Werkmodel: Mindmap Uitvoering Leg het vel papier liggend voor je en zet in het midden een onderwerp dat jou interesseert en dat past bij je opleiding. Schets een plaatje dat past bij het onderwerp dat je opgeschreven hebt. Trek lijnen vanuit het midden en zet daarbij belangrijke begrippen die met het onderwerp te maken hebben. Geef met lijnen de relatie tussen bepaalde ideeën aan. Maak zoveel mogelijk gebruik van schetsen en tekeningen en gebruik kleuren om soortgelijke ideeën te markeren. Stel jezelf vragen bij een idee: waarom, wat, wie, hoe, waar, wanneer? Als jullie klaar zijn, bekijk je elkaars mindmap en kijk of je elkaars mindmap kunt aanvullen met nog meer nieuwe ideeën. Controle Zijn jullie door het maken van een mindmap op nieuwe ideeën gekomen voor een onderwerp? Welke techniek heeft jullie tot nu toe de meeste informatie opgeleverd? Welke techniek zou je iemand anders aanraden en waarom? 8
Reflectie Welke ideeën voor een onderwerp zijn door het mindmappen ontstaan? Heeft de mindmap je geholpen een onderwerp te vinden voor je scriptie? Zo ja, welk onderwerp? Beschrijf het proces en jouw ervaringen in je trainingslogboek. 5. Opdracht: Onderwerp Na het brainstormen en het maken van een mindmap is het nu tijd om een definitieve keuze te maken voor een onderwerp waarover je jouw scriptie wilt gaan schrijven. Over welk onderwerp wil je jouw scriptie gaan schrijven? En waarom heb je voor dit onderwerp gekozen? Voldoet het onderwerp aan de eisen van de opleiding? Zo ja, waarom? Waar kun je informatie vinden over het door jou gekozen onderwerp? Laat het onderwerp voor je scriptie goedkeuren door je docent voordat je verder gaat. Uitgeverij Edu Actief b.v. 9
>Theoriebron 1: Brainstormen Brainstormen Brainstormen is een methode om snel op veel nieuwe ideeën te komen over een onderwerp. Je kunt dit alleen doen of met een groep mensen. Er wordt vaak in groepsverband gebrainstormd, omdat dan gebruikgemaakt kan worden van elkaars creativiteit. Tijdens een brainstormsessie wordt gebruikgemaakt van associaties, connecties en combinaties van verschillende afzonderlijke ideeën om nieuwe ideeën te genereren. Bij brainstormen worden willekeurige invallen gespuid en verzameld en naderhand worden deze geanalyseerd op hun bruikbaarheid. In de eerste fase is het belangrijkste doel om ideeën te genereren. In de tweede fase worden de ideeën uit de eerste fase verder geanalyseerd. In de eerste fase gaat het om zaken als intuïtie, visueel denken en fantasie, in de tweede fase gaat het meer om logisch denken en praktisch inzicht. Om het maximale uit een brainstormsessie te halen, kunnen de volgende regels gehanteerd worden: Het onderwerp van de brainstormsessie moet voor iedereen duidelijk zijn. Het is belangrijk dat iedereen met hetzelfde onderwerp bezig is. Na de afstemming en verduidelijking van het onderwerp kan de groep nieuwe ideeën over het probleem spuien. Brainstormen vraagt van alle deelnemers gelijkwaardige deelname. Dit is vaak pas mogelijk als iemand de brainstormsessie in goede banen leidt. Het is aan te bevelen om duidelijke afspraken te maken over de leiding van de bijeenkomst. Kwantiteit is belangrijker dan kwaliteit! Het is belangrijk om veel gevarieerde ideeën te produceren en uiteindelijk een paar goede over te houden. Tijdens de eerste fase van de brainstormsessie mag niemand kritiek leveren. Hierdoor kan namelijk het spontaan uiten van ideeën belemmerd worden. Na afloop van de brainstormsessie kan geselecteerd worden op goede en minder goede ideeën. Laat iemand alle ideeën zonder oordeel opschrijven op een bord. Hierdoor kan iedereen af en toe de lijst met ideeën voor zichzelf doornemen. Dit kan soms weer tot nieuwe ideeën leiden. Alle ideeën zijn goed! Door de 'gekke' ideeën van de een kan een andere deelnemer weer gestimuleerd worden. Uitgeverij Edu Actief b.v. 23
Beëindig de brainstormsessie niet te snel en geef deelnemers de tijd om nieuwe ideeën te laten rijpen. Ga net zo lang door met de brainstormsessie totdat er echt geen nieuwe ideeën meer naar voren komen. Uit alle ideeën die naar voren zijn gekomen tijdens de brainstormsessie, moeten de meest bruikbare ideeën geselecteerd worden. Daarnaast moeten afspraken gemaakt worden over het verder uitwerken van de ideeën. Belangrijke aandachtspunten: Geef tussentijds geen oordeel over elkaars ideeën. Maak pas aan het einde van een brainstormsessie een scheiding tussen goede en minder goede ideeën. Zorg voor openheid binnen de groep en zorg ervoor dat ingebrachte ideeën binnen de groep blijven. Zorg ervoor dat de sfeer tijdens de brainstormsessie ontspannen is; een informele sfeer kan het creatieve proces stimuleren. Het is aan te bevelen om eerst te oefenen met brainstormsessies. Hierdoor zullen de resultaten beter zijn. 24
>Werkmodel: Mindmap Inleiding Af en toe heb je creatieve en nieuwe ideeën nodig. Dit kan voor een opdracht van school zijn of bijvoorbeeld voor het organiseren van activiteiten voor een (verjaardags)feest. Om aan creatieve ideeën te komen, heb je verschillende hulpmiddelen die je hiervoor kunt gebruiken. Een van deze hulpmiddelen is de mindmap. Informatie die al in je hoofd zit, kun je met behulp van een mindmap overzichtelijk op papier zetten. Deze techniek geeft je de mogelijkheid om verder te denken dan je normaal zou doen. Je ziet nieuwe verbanden en kunt creatieve oplossingen bedenken. Het is niet erg moeilijk om een mindmap te maken. Een mindmap maken doe je aan de hand van de onderstaande stappen. Stappenplan voor de mindmap 1. Start met een centraal onderwerp. Schrijf in het midden van een groot papier het onderwerp op dat centraal staat. Van dit onderwerp maak je ook een kleine tekening. Zorg dat je gebruikmaakt van kleuren als je bezig bent met de mindmap. 2. Verbind takken aan het onderwerp. Teken met een gekleurde stift een tak van de middelste afbeelding naar buiten. Bij deze tak schrijf je een woord dat te maken heeft met het centrale onderwerp. Gebruik één woord per tak. Zorg dat je bij elke tak die je tekent maar één woord plaatst. Doordat je één woord per taak gebruikt, houd je de mindmap overzichtelijk. Verder zorg je dat alle takken het middelste beeld raken (het centrale onderwerp). 3. Verbind de subtakken. Nu verbind je subtakken aan de grote takken. Met deze subtakken borduur je verder op het door jou gekozen onderwerp. 4. Blijf plaatjes tekenen. Probeer zoveel mogelijk afbeeldingen en plaatjes te tekenen bij de subtakken. Door te werken met plaatjes en tekeningen blijft de informatie beter in je geheugen hangen. Afbeeldingen helpen namelijk je fantasieën te prikkelen. Probeer eens alle woorden te vervangen door afbeeldingen. 5. Vul je mindmap regelmatig aan. Nadat je de eerste opzet voor je mindmap hebt afgerond, zul je waarschijnlijk merken dat dagen later nog steeds ideeën in je blijven opkomen. Zorg dat je de mindmap blijft aanvullen met deze nieuwe ideeën. 6. Gebruik de mindmap! Een mindmap kan je helpen om jouw gedachten op orde te krijgen. Verder zorgt een mindmap dat je over alle aspecten van het onderwerp nadenkt. 7. De meest eenvoudige manier om een mindmap te maken, is op papier. Dat kan iedereen en overal. Alleen beperkt dit wel de mogelijkheden voor rangschikken en herordenen. Er zijn ook computerprogramma s om mindmaps mee te maken. Do's Maak gebruik van kleuren, bijvoorbeeld door kleurpotloden of viltstiften te gebruiken. Vaak kun je kleuren beter onthouden, waardoor de mindmap nog beter blijft hangen. Zorg dat je de mindmap altijd bij de hand hebt. Zo kun je de mindmap op elk gewenst moment aanpassen. Neem de tijd voor het maken van je mindmap. Zorg dat je hem niet snel afraffelt. 28
>Beoordeling Naam deelnemer: Namen groepsleden: Groep: Docent: Blok/Periode: Onderwerp: Onderdeel Criteria Voldoende Onvoldoend e Actieve deelname Persoonlijk verslag De student was voldoende aanwezig. De student leverde een positieve bijdrage in zijn groepje. De student leverde een actieve bijdrage in de les. Persoonlijk verslag Het persoonlijk verslag bevat alle gevraagde onderdelen. Trainingslogboek Het trainingslogboek is goed bijgehouden. Het trainingslogboek is netjes en verzorgd. STARR Er is van meer opdrachten een reflectie volgens de STARR-methode gemaakt. De reflectie volgens de STARR-methode bevat de onderdelen: situatie, taak, actie, resultaat en reflectie. De reflectie volgens de STARR-methode geeft aanleiding tot verbeterpunten. Uitgeverij Edu Actief b.v. 31
Onderdeel Criteria Voldoende Onvoldoend e Demonstratie Mondeling en schriftelijk taalgebruik De scriptie heeft een duidelijke opbouw. De scriptie heeft voldoende diepgang. De scriptie bevat een duidelijke vraagstelling. De scriptie bevat duidelijke onderzoeksvragen. De scriptie bevat een verslag van literatuur- en praktijkonderzoek. De scriptie bevat conclusies en aanbevelingen. De scriptie bevat een duidelijke samenvatting. De student geeft blijk van voldoende theoretische achtergrond. De presentatie van de scriptie is niet langer dan 30 minuten en is duidelijk voor de medestudenten. Mondeling taalgebruik Schriftelijk taalgebruik De schriftelijke producten zijn in correct Nederlands geschreven. Overig Eindbeoordeling Onvoldoende Voldoende Goed > Datum:... Paraaf docent: Paraaf deelnemer: 32