PROJECTHANDLEIDING Het beste idee van SAW

Vergelijkbare documenten
PROJECTFORMULIER het beste idee BOL Niv.3/4 verdiepingsfase

PROJECTHANDLEIDING Het beste idee van SAW

Workshophandleiding Thematisch werken BBL PW, niveau 4

WORKSHOP 1: Persoonlijke verzorging PROJECTHANDLEIDING

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

WORKSHOP: Plan van Aanpak

SCW BOL 2 / 3. Project MY PLACE

PROJECTHANDLEIDING BBL PW

VOORTGANGSRAPPORTAGE Pedagogisch Werk Jeugdzorg BOL Leerjaar 2 Praktijk

WORKSHOPHANDLEIDING Het Verbeterplan

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

BOL OPLEIDINGEN MAATSCHAPPELIJKE ZORG AVENTUS APELDOORN / DEVENTER STUDIEWIJZER

Beoordelingseenheid B Proeve van Bekwaamheid. Planmatig werken. Crebonummer: 92620

Goed voorbereid! Je onderzoekt of de twee activiteiten passen binnen het beleid van de instelling.

Informatie opleidingsstandaard voor de EVC procedure. Pedagogisch Werk

gestructureerd activiteitenprogramma, zodat dit goed leesbaar en hanteerbaar is.

Pedagogisch medewerker kinderopvang niveau 3 & 4. Een schematisch overzicht van de beroepsprestaties, werkprocessen en bijbehorende thema s per boek.

SCW BOL 2 / 3. Project De Wijk Nemen

Oriëntatie: Samen Scholen Beeldende Kunsteducatie. Helma Molenaars en Grada Buren.

PRAKTIJKKAART Pedagogisch Werker niveau 4 jeugdzorg Verdiepingsfase Kwalificatiedossier 2011

HANDLEIDING Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen BOL MZ, niv.3

Pedagogisch medewerker jeugdzorg niveau 3 & 4. Een schematisch overzicht van de beroepsprestaties, werkprocessen en bijbehorende thema s per boek.

OPDRACHTEN BIJ THEMA 7 PROFESSIONELE GESPREKKEN

VOORTGANGSRAPPORTAGE PRAKTIJK KINDEROPVANG BBL vlg het Kwalificatiedossier 2011

Inzoomen op de cliënt en zijn omgeving

C.1 Delen en deelnemen

Documentaire. Voorbereiding op het documentaire project

Creatief Denken. Een huis vol verhalen Groep 1 en Groep 2

onderwijs en kinderopvang

DEEL B EXPRESSIEF TALENT KWARTIEL 11: DE CENTRALE UITDAGING. Expressief talent ZORG & WELZIJN ONTWIKKELAAR: MARLOT GIJSBERS 1

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg

Het Sectorwerkstuk

Spelenderwijs begeleiden bij ingrijpende levensgebeurtenissen

PRAKTIJKKAART Pedagogisch Werker niveau 3 en 4 KIO Verdiepingsfase Kwalificatiedossier 2012 en 2013

PROJECTHANDLEIDING. Deel 3 Bedrijf onder de loep Het verbeterplan BBL-PW4

Project Verwenmorgen voor ouderen organiseren Groepen van 5 leerlingen Totaal: 560 minuten

Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk

Handleiding Hulpvraagverduidelijking BOL-MZ

Gelderland. Dit is een uitgave van de samenwerkingsverbanden. Gelderland en Oost-Overijssel/Twente en is mede mogelijk gemaakt door BKK.

Handleiding Plannen van Zorg BBL-CombiCare Gehandicaptenzorg Verzorgende-IG/Medewerker Maatschappelijke Zorg

Beoordeling: Het belangrijkste is altijd je argumentatie. Denk ook aan bronvermelding. Daarnaast let je op je Nederlandse spelling en vormgeving.

E-book. Met 10 waardevolle tips om een presentatie te maken

Leer- en Ontwikkelingsspel

Presenteren. Oriëntatie

Lesbrief: Dagje uit Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen?

1. Opstellen van een activiteitenprogramma en een plan van aanpak

HANDLEIDING Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen BOL-MZ, niveau 4

Schema opleiding PW ¾ kinderopvang ROC Aventus

vaardigheden - 21st century skills

Reflectiegesprekken met kinderen

Gehandicaptenzorg, woonbegeleiding, activiteitenbegeleiding, zorgcoördinatie.

Pedagogisch beleid in Brede School de Waterlelie, Prinsenhof te Leidschendam

6Het voorbereidingsdraaiboek

De workshop Elevator pitch wordt incompany gegeven en op maat aangeboden.

In je kracht. Werkboek voor deelnemers

Handleiding voor de leerling

Draaiboek voor een gastles

COMMUNICEREN VANUIT JE KERN

Visie (Pedagogisch werkplan)

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W

PRAKTIJKOPDRACHT 3 DE VRAAG SIGNALEREN

Rapportage deel 1 van de Ontwikkelscan kitty mooring

Maatschappelijke Zorg niveau 3 & 4. Een schematisch overzicht van de beroepsprestaties, werkprocessen en bijbehorende thema s per boek.

LE-7 PRESENTATIE & PROMOTIE

Consortium Beroepsonderwijs

DURVEN, ZIEN, ERVAREN & DELEN HET CREATIEF PROCES IN HET BASISONDERWIJS

PROJECTHANDLEIDING. Maatschappelijke Zorg On Handleiding. your site Begeleidingsmethodieken Periode 3,

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

Creatief Denken. Ideeën Werkplaats Groep 3 Groep 4 Groep 5

BPV wijzer leerjaar 3 GHZ. VP BOL breed KD 2016 Branche GHZ

Handleiding Palliatieve Zorg

Drie video-opnames van gesprekken, met tips over het omgaan met interculturele misverstanden.

Beeldcoaching in de. kinderopvang. Visie In Beeld. Leren coachen met video

PROJECTHANDLEIDING Oudercontacten. On your site BOL PW, niveau 4

Inhoudsopgave. Stages. Het zoeken van een stageplaats Stappenplan

OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER SPECIFIEKE DOELGROEPEN OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER GEHANDICAPTENZORG

Ons pedagogisch handelen buitenschoolse opvang De Zevensprong, Weezenhof 30

Let s Ynnovate! Let s Ynnovate! LET S YNNOVATE! OVER FLEUR & ESTHER FLEUR PULLEN & ESTHER VAN DER STORM

Professionaliseringsaanbod

Een verslag van coachende begeleidingsgesprekken met een klasgenoot over de leerdoelen en leerpunten tijdens de stage.

Een uitvinding hoeft niet alleen je eigen leven een stukje makkelijker te maken, denk ook aan de wereldproblemen

Business Ondernemingsplan opstellen en uitvoeren. Inleiding

Je creëert en produceert zelfstandig en in opdracht. Je stelt doelen, neemt de verantwoordelijkheid en streeft naar het beste resultaat

DEEL 1. WERKBOEK 5 Eigen keuze Monique van Dam YOU: De keuze is aan jou!

Begaafde leerlingen komen er vanzelf... Implementatie van een verandering van de pedagogische beroepspraktijk op basis van praktijkgericht onderzoek.

EXAMENPLAN CGO 2012 DELTION COLLEGE

Functieprofiel. Leraar. op OBS Het Toverkruid LA, 1,0 FTE. Aanstelling voor een jaar welke bij goed functioneren kan leiden tot een vaste aanstelling.

Stagewerkmap leerjaar 4

Lesbrief: Bewust sociaal Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen?

Sectorproject op De Dijk: leren door te doen! Inleiding: Situatiebeschrijving 3 VMBO-TL: Situatiebeschrijving 4 VMBO-TL:

SW-B-K1-W2 (C) Maakt een plan van aanpak. Oefenopdracht C Niveau 4 Crebo: Cohort: Geldig vanaf

Handleiding Kwaliteitszorg BOL, tweede jaar, periode 3

Transcriptie:

1 PROJECTHANDLEIDING Het beste idee van SAW Pedagogisch werker niv. 3 & 4 Kerntaak 1: Opstellen van een activiteitenprogramma en plan van aanpak Werkprocessen: 1.1 inventariseert de situatie en wensen van het kind/de jongere 1.2 stelt een activiteitenprogramma op 1.3 maakt een plan van aanpak Kerntaak 2: Opvoeden en ontwikkelen van het kind/de jongere Werkprocessen: 2.4 biedt het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aan Kerntaak 3: uitvoeren van organisatie- en professiegebonden taken Werkprocessen: 3.2 Werkt aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg 3.3 stemt de werkzaamheden af met berokkenen 3.8 evalueert de werkzaamheden Pedagogisch werker niv. 4 Kerntaak 3: uitvoeren van organisatie- en professiegebonden taken Werkprocessen: 3.4: voert coördinerende taken uit 3.6: voert beleidsmatige taken uit Stel; je loopt stage op een kinderdagverblijf. Je bent goed op de hoogte van de gang van zaken op je werkplek. Je hebt al een routine gevonden in de dingen die je dagelijks doet. Er zitten leuke kinderen in je groep, het oudercontact gaat ook prima en zelfs met alle collega s kun je door één deur. De kinderen draaien hun dagelijkse programma, jij volgt je schema, maar toch ontbreekt er iets. Er mag wel weer eens leven in de brouwerij komen. Je wil de dagelijkse sleur doorbreken, met iets origineels, unieks en vernieuwends! Maar hoe?! Opeens heb je het. Je kent dat wel: dat moment van 'pling', 'wauw ik heb een goed idee' of 'ik heb het licht gezien! Ik moet er nu iets mee doen!' Het is zojuist geboren: het beste idee van SAW. Je wil een chocoladefestijnochtend organiseren en denkt aan allerlei leuke activiteiten. Het smeltlied bijvoorbeeld, de film 'Sjakie en de chocoladefabriek', vingerverven met chocolade en een chocolade driegangen diner. Je legt je idee voor aan je coördinator. Ze waardeert je enthousiasme, maar keurt je idee helaas op een aantal punten af. Zo zijn er een aantal kinderen allergisch voor chocolade, is de film veel te spannend voor peuters en sluit het thema niet aan op de visie van de instelling: 'een gezond lichaam is een gezond leven'. Het idee belandt in de prullenbak Als jong en enthousiast SAW er laat je je hierdoor natuurlijk niet van de kaart brengen. Je begint je brainstorm gewoon weer opnieuw. Je bent ervan overtuigd; er moet een leuke ochtend/middag komen die de kinderen uitdaagt en de vlam weer aanwakkert. Dit is de kans om je als kinderdagverblijf te onderscheiden en jouw kans om te schitteren! Je wordt wakker. In een droom zag je het opeens voor je: de Ieniemieniedag! Alles draait om het thema 'klein' en Ieniemienie uit Sesamstraat is de centrale figuur die de activitieteitenochtend aan elkaar praat. Je coördinator is razend enthousiast. Het sluit perfect aan bij de pegagogische visie van het kinderdagverblijf: respect

2 hebben voor alles wat klein is. Ook de creatieve muziek-, knutsel- en dramaactiviteiten wekken bij iedereen enthousiasme op. Een maand later: je Ieniemienieochtend was een groot succes. De kinderen, ouders en collega s hebben genoten! Je bent zelfs benaderd door een collegainstelling van jullie stichting. Ze zijn geïnteresseerd in je product en hebben je gevraagd om het te komen presenteren. Jouw idee is goud waard. Jouw idee, het beste idee van SAW?! Prestatie: Bedenk een passende activiteitenmiddag/-ochtend voor jouw doelgroep. Voer hem uit, neem het op en 'verkoop' jouw product tijdens de 'Het beste idee van SAW'-dag. Je werkt in een groepje van vier personen aan de prestatie. Je voert je activiteitenmiddag/-ochtend uit aan de hand van je voorbereiding en draaiboek. Tijdens de uitvoering leg je belangrijke momenten vast op film. Tijdens de 'Het beste idee van SAW'-dag brengen jullie je product aan de man met een zogeheten pitch en laat je een gemonteerde versie van je video zien. Naar aanleiding van je presentatie kan het publiek fictief geld bieden. Valt jullie product in de smaak? Hebben jullie de zaal overtuigd? Krijgen jullie je product verkocht? Het groepje waarop het meeste fictieve geld is geboden door het publiek wint de hoofdprijs! Prestatie-eisen: Deel 1 - het idee: de ontwikkeling van je product (de activiteitenmiddag/-ochtend) heb je schriftelijk vastgelegd in: Een uitgeschreven activiteitenprogramma, binnen een bepaald thema, volgens het format: het activiteitenprogramma. (zie bijlage 1) Het draaiboek, uitgeschreven volgens het format: het draaiboek (zie bijlage 2). Een doelgroepomschrijving volgens het format: de doelgroepomschrijving (zie bijlage 3). Je hebt beschreven waarom jullie product, de activiteitenmiddag/-ochtend, aansluit op de pedagogische visie van de instelling. Minimaal een half A4tje, lettertype Arial 12. Een beschrijving van de risi33cofactoren. Denk aan veiligheid, hygiëne, allergieën, plan B als het regent, ongelukjes, EHBO, etc. Minimaal een half A4tje, lettertype Arial 12. Een beschrijving van jouw specialisme (affiniteit). In welk creatief onderdeel blink jij uit? Je hebt uitgelegd waarom en op welke manier je daarin uitblikt. Minimaal een half A4tje, lettertype Arial 12. Ter voorbereiding op de pitch heb je in de laatste workshopweek, in de laatste les van de workshop verkooptechnieken door een willekeurig product aan de klas te verkopen de geleerde verkooptechnieken aangetoond. Deze presentatie duurt minimaal 2 minuten. Deel 2 - de uitvoering: tijdens de uitvoering heb je belangrijke momenten vastgelegd op film. De film voldoet aan de volgende eisen: Je hebt je videofragmenten gemonteerd in Nero, Moviemaker of Moviemax. De fragmenten duren samen maximaal 5 minuten. Op de film is te zien dat het product (de activiteiten) aansluit bij de doelgroep. Ieder groepslid is op de video in actie te zien met de doelgroep en heeft een evenredig aandeel gehad in de uitvoering.

3 Iedere activiteit is voor een deel vastgelegd, waarbij in ieder geval jullie uitleg en de reactie van de kinderen op film staat. Het enthousiasme van ieder groepslid is goed in beeld gebracht. De film bevat een reactie van een werknemer van de organisatie waar de activiteitenmiddag/- ochtend heeft plaatsgevonden. Hij/zij heeft jullie in actie gezien. Hij/zij heeft feedback gegeven aan de hand van de evaluatievragen (zie bijlage 4). Wanneer mensen niet in beeld willen komen, neem je alleen de stem op. Ter voorbereiding op de pitch is in de laatste les van de workshop methodiek de gemonteerde film gecheckt op de beamer van school en werkt deze naar behoren. Deel 3 - de pitch: Je presentatie voldoet aan de volgende eisen: Je hebt naast het tonen van de video, gebruik gemaakt van demonstratiemateriaal dat je verhaal ondersteunt en zet dit effectief in tijdens de pitch. Je toont een actieve en betrokken houding en neemt het woord tijdens de presentatie. Je hebt het publiek om feedback gevraagd en vraagt door. De totale presentatie, je pitch (inclusief film) had een duur van minimaal 7 en maximaal 12 minuten. Aanvullende prestatie niv. 4 De activiteitenmiddag/ochtend die door jouw groepje wordt georganiseerd, moet dus aansluiten op de pedagogische visie van de instelling waar jullie activiteiten plaats gaan vinden. Dat betekent dat je hier in de voorbereiding en begeleiding van je activiteit rekening mee moet houden. Vindt kinderdagverblijf ukkepuk het bijvoorbeeld belangrijk dat kinderen zoveel mogelijk eigen keuzes maken, dan kies je in plaats van een door jou bedachte kleurplaat, voor een schilderopdracht waarbij je zoveel mogelijk de fantasie van het kind prikkelt. Als niveau 4 leerling kun je de kwaliteit van de begeleiding en zorg o.a. bewaken door op onderzoek uit te gaan. Daarnaast kan er als niveau 4 werknemer aanspraak gemaakt worden op je coördinerende vaardigheden. Heb jij overzicht en kun jij daar waar nodig verantwoorde knopen doorhakken en gemaakte keuzes beargumenteren? Prestatie-eisen niv 4: Herschrijf jullie activiteitenprogramma naar een andere pedagogische visie. Dus: wat moet er in je activiteiten veranderen als je deze herschrijft, uitgaande van een andere pedagogische visie. Maak een analyse waarin je voor- en nadelen beschrijft. Denk ook aan wat er moet veranderen in de voorbereiding, wijze van begeleiding, materiaalkeuze etc. Onderbouw je mening. Totaal (minimaal) 1,5 A4tje, lettertype Arial 12 In de laatste les verkooptechnieken breng je geen product aan de man, maar verkoop je jezelf. Waarom zou jij coördinerende taken kunnen uitvoeren, wat heb jij daarvoor in huis en welke coördinerende taken heb jij in het project uitgevoerd? Toon dit aan. Bereid de presentatie d.m.v. een verslag aan de hand van thema 2 van de professionele pedagogische medewerker, waarin voorbeelden beschreven zijn die verwijzen naar jouw kernkwaliteiten en competenties. 1 A4, lettertype Arial.

4 Feedback: Je krijgt feedback op alle onderdelen van je prestatie. Daarnaast zal je feedback krijgen op al jullie schriftelijke werk. De prijswinnaars worden pas bekendgemaakt als het materiaal door de docenten is nagekeken. Literatuur en materialen: Om de workshops goed te kunnen volgen dien je ten minste de volgende literatuur te hebben: De professionele pedagogische medewerker Aanbieden van activiteiten in het pedagogisch werk Opvoeden en begeleiden van kinderen Methodisch werken in kinderopvang en jeugdzorg Plan van Aanpak Deel 1: In overleg met de lbb er vorm je een groepje van maximaal 4 personen. Beslis wat voor activiteiten jullie willen gaan uitvoeren en op welke instelling dit gaat plaatsvinden. Dit moet een praktijkinstelling zijn van iemand uit je groepje. Maak een begin aan je activiteitenprogramma (zie bijlage 1), je draaiboek (zie bijlage 2) en de doelgroepanalyse (zie bijlage 3). Beschrijf waarom de activiteiten aansluiten op de visie van de instelling. Beschrijf ook wat de risicofactoren kunnen zijn tijdens de uitvoering van je activiteit. Let op! Zorg er voor dat de activiteiten op een logische wijze bij elkaar en in het thema van het activiteitenprogramma passen. Het programma mag dus niet uit een aantal op zichzelf staande activiteiten bestaan. Check bij de instelling waar jullie activiteitenmiddag/-ochtend plaats gaat vinden of er zonder toestemming gefilmd mag worden. Is dit niet het geval, vraag dan tijdig alle betrokkenen schriftelijk om toestemming. Als bepaalde kinderen niet in beeld mogen komen moet hier tijdens het filmen rekening mee gehouden worden. Geef de datum van de uitvoering tijdig door aan je eigen praktijkinstelling, zodat zij op de hoogte zijn van je afwezigheid op die betreffende ochtend of middag. Deel 2: Voer je activiteiten uit volgens je schriftelijke voorbereidingen en leg deze vast op film. Zorg ervoor dat van alle activiteiten in ieder geval een deel ervan wordt vastgelegd. Ook moet de reactie van de doelgroep te zien zijn. Zorg ervoor dat iedereen een evenredig aandeel heeft tijdens de uitvoering van jullie activiteiten en dat jullie enthousiasme te zien is. Deel 3: Bereid je presentatie voor. Monteer de gemaakte opnames in Nero, Moviemaker of Moviemax. Deze fragmenten duren samen maximaal 5 minuten. Ze vormen een ondersteuning van je verhaal. Bedenk dus ook wat

5 je er omheen gaat vertellen en laten zien. Kies een verkooptechniek en denk na over het demonstratiemateriaal dat je gaat inzetten naast de video. Zorg dat iedereen een evenredig aandeel heeft tijdens de presentatie. Lever al je (schriftelijke) stukken in op de inleverdag en voer de opdrachten uit ter voorbereiding op de pitch. Groepsgrootte Maximaal vier personen per groep Plaats van presentatie Klaslokaal met beamer/smartboard

6 WORKSHOP: Introductie Om een prestatie te kunnen leveren moet je weten wat je precies moet doen. De volgende vraag staat in deze workshop dan ook centraal: begrijp ik wat er in dit project van mij wordt verwacht? Je krijgt informatie over het project en de prestatie die je moet leveren. De opstart voor het project Het beste idee van SAW ziet er als volgt uit: 1. Inleiding door de projectleider in de congreszaal met alle deelnemers. 2. Je krijgt met je eigen klas nadere informatie over het project Het beste idee van SAW. De projectbegeleider neemt de projecthandleiding met je door. Resultaat: Je bent op de hoogte van de inhoud van het project. Je bent op de hoogte van de inhouden van de workshops. WORKSHOP 1 (BKCO): (Bestaat uit 1a en 1b) 1a: Organiseren & Samenwerken Je hebt een goed idee, wat nu Soms kunnen de beste ideeën leiden tot niets. De ene keer is iedereen enthousiast en overtuigd, de andere keer loopt het vanaf de eerste samenwerking al stroef. Om externen te kunnen overtuigen, moet je eerst intern draagvlak creëren voor jouw idee. Met andere woorden: alle groepsleden moeten overtuigd zijn van het idee en iedereen moet elkaar volledig begrijpen. Daarnaast moet er een duidelijke taakverdeling met bijbehorende planning zijn. Ook moet je de instelling kennen waar jullie je idee in de praktijk gaan brengen. Wie zijn je aanspreekpunten, wat is er wel en niet mogelijk? Buiten dit alles moet je er ook voor zorgen dat je intern je zaakjes op orde houdt. Zo kun je het idee uiteindelijk succesvol in de praktijk tot uitvoering brengen. In deze workshop leer je verschillende samenwerkingssystemen en ga je aan de slag met conflicthantering. Ook ga je je verdiepen in planmatig werken en de communicatie van organisaties. Inhoud: Werken als professional Werken in een team Werken voor een pw-organisatie Werken met plannen Werken binnen de regels Communicatie van organisaties Conflicthantering

7 Literatuur: de professionele pedagogische medewerker: thema 1 opvoeden en begeleiden van kinderen: thema 4 Resultaat: Je weet welke verschillende vormen van samenwerken er zijn. Je weet wat er nodig is om effectief samen te kunnen werken. Je bent bekend met het verschil tussen gezag en macht. Je weet wat je hiërarchische positie is binnen een organisatie. Je hebt kennis van de regels en het werken met (beleida)plannen binnen het agogisch werk. Je hebt kennis van conflicthantering. 1b: Verkooptechnieken Wat trekt jouw aandacht als jij door een winkelstraat loopt? Wat is er nodig om jou te overtuigen? Is het de muziek die door luidsprekers galmt, zijn het de reclameborden, is het de mooie verkoper/ster of word je aan de praat gehouden en durf je geen nee meer te zeggen? Een boodschap verkopen is een vak apart. In deze workshop zul je leren hoe je op verschillende manieren een product kan verkopen. Als je iets moet presenteren wil je natuurlijk een goede indruk maken. Je wilt de mensen het vertrouwen en het gevoel geven dat je weet waarover je het hebt. Hoe beter jij je product verkoopt hoe eerder ze met jou in zee zullen gaan. Er zijn verschillende factoren van belang; kleding, opstelling, omgangsvormen en overtuiging. In feite leer je om reclame te maken voor je eigen product en daarin speelt creativiteit een belangrijke rol. Inhoud: Presentatie technieken (intro, kern en slot) Overtuigend verkopen Hulpmiddelen (mondeling, audio, visueel of actief) Informeren, overtuigen en amuseren Techniek afstemmen per doelgroep Resultaat: Je weet hoe je je product en jezelf moet presenteren. Je weet hoe je je stem het beste kan inzetten. Je bent je bewust van je lichaamshouding. Je weet iemand te overtuigen. Je hebt kennis van verschillende manieren van presenteren. Je kan je product verkopen. Je kan jezelf verkopen (niveau 4) Literatuur: De professionele pedagogische medewerker: thema 2 (niveau 4) Duur van workshop 1 (1a & 1b): 8 x 2 uur

8 WORKSHOP 2: (ACTM) (Bestaat uit 2a en 2b) 2a: Methodiek Kinderen en spel zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Met spel leren kinderen zichzelf en anderen kennen. Jij kent er ook vast nog wel een aantal uit jouw kindertijd. Deze spellen waren vaak betekenisvoller dan jij misschien wel denkt. Om een spel goed te kunnen leiden, moet je hebben nagedacht over de opbouw en jouw stijl van begeleiden. Ook moet je weten waar jouw creatieve kwaliteiten liggen, zodat je een juiste vorm kan kiezen. Daarnaast moet het natuurlijk aansluiten op de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van je doelgroep. In deze workshop maak je kennis met verschillende spelvormen, ontdek je waar jouw affiniteit ligt ten aanzien van creatieve activiteiten en denk je na over jouw stijl van begeleiden. Inhoud: Activiteiten in het agogisch werk Ontwikkelingsgerichte activiteiten Vrije activiteiten Aanbodgerichte activiteiten Waar ligt jouw affiniteit? Begeleidingsstijlen Draaiboek Activiteitenprogramma Literatuur: Aanbieden van activiteiten in het pedagogisch werk: thema 1 t/m 5 Resultaat: Je hebt kennis van verschillende methodes om een activiteit te organiseren. Door ervaring weet je welke methode jou het best bevalt. Je kan beschrijven welke ontwikkeling het kind door gaat tijdens het spel. Je bent bekend met proces- en productbegeleiding. Je weet welke functie jouw activiteit heeft. Je beschikt over de kennis die nodig is om het activiteitenplan uit te schrijven. Je beschikt over de kennis om spelen en leren te kunnen steunen en stimuleren Je weet hoe je optimaal gebruik kan maken van het materiaal dat tot je beschikking staat. Je weet met welke factoren je rekening moet houden wanneer je een activiteit organiseert. Denk hierbij met name aan de risicofactoren Je weet hoe je een activiteitendoel moet stellen en het hoofddoel van het subdoel kan onderscheiden.

9 2b: Monteren Tijdens je presentatie laat je verschillende videofragmenten zien. Het is erg belangrijk dat je beelden monteert waaruit blijkt dat jullie idee een enorm succes is. Dit kunnen beelden zijn waar een klas uit z n bol gaat, maar juist ook beelden van een begeleider die oog heeft voor een kind die nog extra uitleg nodig heeft en hierop actie onderneemt. Ook zal je een werknemer in beeld moeten brengen die reageert op jullie activiteit. In deze workshop zul je het programma 'Moviemaker' ontdekken. Je leert welke beelden je het beste kunt selecteren om jouw activiteitenochtend/-middag eruit te laten springen. Tevens leer je de meerwaarde van ondersteunend geluid en aanvullende tekst. Inhoud: Monteren Nero Moviemaker Resultaat: Je bent in staat om je eigen video te bewerken en te zorgen dat deze professioneel oogt. Je bent bekend met het programma Moviemaker en weet welke opties dit programma je kan geven. Je weet hoe je in de video bepaalde fragmenten het beste naar voren kan laten komen. Je bent in staat dit op een dvd te zetten Duur van workshop 2 (2a & 2b): 8 x 2 uur

10 WORKSHOP 3: (BKCB) 3: Beleid & Visie Mogen 9-jarige kinderen op een naschoolse opvang altijd eigen keuzes maken? Of weten volwassenen wat beter is voor een kind? Moeten kinderen altijd wat leren op een kinderdag verblijf? Of is het juist belangrijk dat ze plezier hebben? Leren komt tenslotte later wel Wat vind jij? Bovenstaande voorbeelden hebben alles te maken met visie en pedagogisch beleid. Ook hiermee zul je rekening moeten houden wanneer jullie je product aan het ontwikkelen zijn. Er zijn christelijke basisscholen waar een Harry Potterfeest verboden werd omdat de strenge grondslag van de scholen hekserij en tovenarij verbiedt. Stel je voor: al dat werk voor niets gedaan.. In deze workshop verdiep je je in visie, beleid en organisatie. Je maakt kennis met bepaalde gewoontes en gebruiken van instellingen. Ook verdiep je je in het pedagogisch beleidsplan van de organisatie waar jullie je activiteit gaan uitvoeren. Inhoud: Leer- en leefklimaat Visie, beleid en organisatie De groep en veiligheid Initiatief en eigen inbreng Beleid afstemmen Methodisch werken Resultaat: Je hebt basiskennis van de verschillende soorten beleid en visies. Je weet waar je eigen voorkeuren liggen; je weet wat jij belangrijk vindt. Je weet met welke beleidsvisies je rekening moet houden tijdens het ontwikkelen van je activiteit. Je weet hoe je een eigen visie moet vormen. Je hebt kennis van het beleidsplan van de organisatie. Je weet methodisch werken inhoudt Literatuur: Methodisch werken in de kinderopvang en jeugdzorg: thema 2 Duur: 8 x 2 uur

11 Bijlage 1: Het Activiteitenprogramma Op bladzijde 17 en 18 van aanbieden van activiteiten in het Pedagogisch werk wordt beschreven hoe potentiële activiteiten vertaald kunnen worden naar een compleet programma. De vragen en tips op bladzijde 18 helpen je bij het maken van je eigen activiteitenprogramma. Wanneer je gekozen hebt voor een reeks activiteiten (minimaal 1 activiteit per groepslid) werk je deze activiteiten uit volgens het schema: kleine activiteit. Deze activiteiten verwerk je beknopt in een schema als op bladzijde 17 en 18. Dit schema noemen we een programma. Activiteitenschema: de kleine activiteit Vraag je loopbaanbegeleider dit format naar je te mailen zodat je het in Word kunt bewerken. Naam activiteit Soort activiteit Doelgroep Tijdsduur Beginsituatie Aantal deelnemers Doel van de activiteit Koppeling visie instelling Cognitief Lichamelijk Sociaal Emotioneel Plaats Uitvoering Materiaal Opstelling Opbouw Planning Inleiding Uitleg Voorbeeld

12 Afronding met doelgroep Veiligheid Knelpunten Inschatting doelgroep Doelen Evaluatie Middelen Organisatie Begeleiding Evaluatie met Doelgroep

13 Bijlage 2: Het Draaiboek Model draaiboek: Onderwerp onderdeel Wie? Wanneer? Hoe? Ruimte Vaststellen keuze Vastleggen Inrichten Bemensen tijdens evenement Garderobe Enz. Programma bedenken uitwerken onderdelen a. b. samenvoegen onderdelen uitschrijven programmaboekje enz. Middelen geluid beeld stands in te schakelen professionals enz. Medewerkers personeel vrijwilligers technici enz. Overleg bestuur werkgroepen a. b. enz. Publiciteit krant radio/tv affiches folders brieven enz. Financiën begroting sponsoren entreegelden / kaartjes deelnemers enz. Evaluatie wijze waarop betrokkenen uitnodigen enz.

14 Bijlage 3: Het Draaiboek Doelgroepomschrijving Vraag je loopbaanbegeleider dit format naar je te mailen zodat je het in Word kunt bewerken. 1. Hoeveel cliënten maken gebruik van de instelling? 2. Waarom bezoeken de cliënten de instelling? 3. Wat is de gezins- en/of leefsituatie van de doelgroep? 4. Wat zijn de religieuze en/of culturele achtergronden van de doelgroep? 5. Omschrijf de lichamelijke aspecten van de doelgroep. Denk daarbij aan: lichamelijke groei of achteruitgang; motorische ontwikkeling en zintuiglijke ontwikkeling. Is er sprake van medicijn gebruik/bijzondere voeding? 6. Omschrijf de cognitieve aspecten van de doelgroep. Denk daarbij aan hun verstandelijke ontwikkeling; taalontwikkeling; ontwikkeling van denken en geheugen; magisch en animistisch denken. 7. Omschrijf de sociale kenmerken van de leden van de doelgroep. Denk daarbij aan de ontwikkeling van de omgang met anderen; ontwikkeling van acceptatie van anderen; de ontwikkeling van geweten en het sociale gedrag. 8. Omschrijf de persoonlijkheidskenmerken van de doelgroep. Denk daarbij aan vorming van eigen identiteit, imago, ontwikkeling van de eigen wil; de eigen opvattingen en de ontwikkeling van jongens- en meisjesgedrag. 9. Omschrijf de emotionele kenmerken van de doelgroep. Denk daarbij aan ontwikkeling van gevoelens, van basisvertrouwen en veiligheid. 10. Omschrijf de seksuele ontwikkeling van je doelgroep. Denk daarbij aan de ontwikkeling van seksueel gedrag. De ontwikkeling van lichaam- en lustbeleving en de ontwikkeling van waardering voor eigen lichaam. 11. Omschrijf de kenmerken van het spel van kinderen. Denk daarbij aan individueel spel, parallelspel en samenspel, de voorkeur voor bepaald spel en of speelgoed.

15 Bijlage 4: Evaluatievragen voor de begeleider 1. Vond u dat de activiteiten aansloten op de belevingswereld van de doelgroep? 2. Vond u dat de activiteiten qua tijd goed waren ingedeeld? 3. Hoe was de interactie tussen de begeleider en de groep? 4. Had u de indruk dat de activiteitenochtend/middag goed was voorbereid? Waarom wel/niet? 5. Hoe typeert u de begeleidingsstijl van de verschillende deelnemers 6. Past deze activiteitenochtend/middag binnen de visie van uw instelling? 7. Wat zou er eventueel beter kunnen? 8. Wat vond u erg goed gaan?