2.1 Gelijkvormige driehoeken[1]

Vergelijkbare documenten
4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden

4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden

Goniometrische verhoudingen

Samenvatting VWO wiskunde B H04 Meetkunde

Goniometrische verhoudingen.

5.1 Punten, lijnen en vlakken [1]

Inleiding goniometrie

4.1 Rekenen met wortels [1]

Deze stelling zegt dat je iedere rechthoekige driehoek kunt maken door drie vierkanten met de hoeken tegen elkaar aan te leggen.

Paragraaf 4.1 : Gelijkvormigheid

Hoofdstuk 4: Meetkunde

6 A: = 26 m 2 B: = 20 m 2 C:

de Wageningse Methode Antwoorden H17 PYTHAGORAS VWO 1

P is nu het punt waarvan de x-coördinaat gelijk is aan die van het punt X en waarvan de y-coördinaat gelijk is aan AB (inclusief het teken).

d = 8 cm 2 6 A: = 26 m 2 B: = 20 m 2 C: = 18 m 2 D: 20 m 2 E: 26 m 2

6.1 Rechthoekige driehoeken [1]

Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren

H24 GONIOMETRIE VWO. Dus PQ = 24.0 INTRO. 1 a 6 km : = 12 cm b. 5 a 24.1 HOOGTE EN AFSTAND BEPALEN. 2 a factor = 3

klas 3 havo Checklist HAVO klas 3.pdf

Let op: Indien van toepassing: schrijf berekeningen bij de opdrachten. Gebruik bij de tekeningen een passer en geodriehoek/hoekmeter.

Deel 3 havo. Docentenhandleiding havo deel 3 CB

Oefenopgaven Stelling van Pythagoras.

Antwoordmodel - Vlakke figuren

Noorderpoortcollege School voor MBO Stadskanaal. Reader. Wiskunde MBO Niveau 4 Periode M. van der Pijl.

1 Cartesische coördinaten

Samenvatting Wiskunde Aantal onderwerpen

Hoofdstuk 10 Meetkundige berekeningen

14.0 Voorkennis. sin sin sin. Sinusregel: In elke ABC geldt de sinusregel:

Eindexamen vmbo gl/tl wiskunde I

1. INLEIDING: DE KOERS VAN EEN BOOT

Noorderpoortcollege School voor MBO Stadskanaal. Reader. Wiskunde MBO Niveau 4 Periode 8. M. van der Pijl. Transfer Database

werkschrift driehoeken

Noordhoff Uitgevers bv

2.1 Cirkel en middelloodlijn [1]

Hoofdstuk 2 Oppervlakte en inhoud

Een bekende eigenschap van de middens van de zijden van een driehoek is de volgende.

Vlakke Meetkunde. Les 1 Congruentie en gelijkvormig

werkschrift passen en meten

Hoofdstuk 7 Goniometrie

1 Coördinaten in het vlak

44 De stelling van Pythagoras

7.1 Symmetrie[1] Willem-Jan van der Zanden

VOORBEREIDINGSWEEK BASISOPDRACHTEN

1 a. Hoeveel hoekpunten heeft figuur 1 hieronder? b. Hoeveel hoekpunten heeft figuur 2 hieronder? c. Hoeveel hoekpunten heeft figuur 3 hieronder?

CURSUS ATELIERONDERSTEUNING WISKUNDE/WETENSCHAPPEN 5 INHOUD

3.1 Soorten hoeken [1]

Wiskunde oefentoets hoofdstuk 10: Meetkundige berekeningen

Atheneum Wispelberg - Wispelbergstraat Gent Bijlage - Leerfiche (3 e jaar 5u wiskunde): Meetkunde overzicht

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde

Bijlage 1 Rekenen met wortels

7 a. 8 a. de Wageningse Methode Antwoorden H24 GONIOMETRIE HAVO 1

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:


Practicum hoogtemeting 3 e klas havo/vwo

Cijfers en letters 1 niveau 1 en 2

Vraag Antwoord Scores. 1 maximumscore 3 Er zijn 7 gouden medailles in Dit is 44(%) (of 43,8(%) of 43,75(%)) 1

Wiskunde Opdrachten Pythagoras

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

7 a. 8 a. de Wageningse Methode Antwoorden H24 GONIOMETRIE HAVO 1

Blok 6B - Vaardigheden

Voorbereiding : examen meetkunde juni - 1 -

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde B. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

STELLINGEN & BEWIJZEN 5VWO wiskunde B 1 e versie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: goniometrie en meetkunde. 22 juli dr. Brenda Casteleyn

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

klas 3 havo Checklist HAVO klas 3.pdf

Samenvatting Moderne wiskunde - editie 8

16.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op in 2x + 3i = 5x + 6i -3x = 3i x = -i

15 a De rechthoeken zijn 1 bij 6 lucifers, of 2 bij 5 lucifers, of 3 bij 4 lucifers. Zie figuur: Hoofdstuk 21 OPPERVLAKTE HAVO 21.

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

Samenvatting wiskunde havo 4 hoofdstuk 5,7,8 en vaardigheden 3 en 4 en havo 5 hoofdstuk 3 en 5 Hoofdstuk 5 afstanden en hoeken Voorkennis Stelling van

4 A: = 10 B: 4 C: 8 D: 8

Vlakke meetkunde en geogebra

Voorbereidende sessie toelatingsexamen

PQS en PRS PS is de bissectrice van ˆP

Noordhoff Uitgevers bv

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

16 a. b a. b 6a. de Wageningse Methode Antwoorden H21 OPPERVLAKTE HAVO 1

de Wageningse Methode Antwoorden H24 GONIOMETRIE VWO 1

6.1 Kijkhoeken[1] Willem-Jan van der Zanden

Opgave 1 Bestudeer de Uitleg, pagina 1. Laat zien dat ook voor punten buiten lijnstuk AB maar wel op lijn AB geldt: x + 3y = 5

Een bol die raakt aan de zijden van een scheve vierhoek

E = mc². E = mc² E = mc² E = mc². E = mc² E = mc² E = mc²

Meetkunde. MBO Wiskunde Niveau 4 - Leerjaar 1, periode 3

Voorbereidende sessie toelatingsexamen

Cabri-werkblad. Driehoeken, rechthoeken en vierkanten. 1. Eerst twee macro's

Hoofdstuk 3: De stelling van Pythagoras

1.1 Rekenen met letters [1]

Meetkunde. Trainingsweekend januari Gerichte hoeken. gerichte hoeken, driehoeksongelijkheid, Ravi

5.1 Lineaire formules [1]

n: x y = 0 x 0 2 x 0 1 x 0 1 x 0 4 y -6 0 y 1 0 y 0 1 y 2 0 p =. C. von Schwartzenberg 1/10

2010-I. A heeft de coördinaten (4 a, 4a a 2 ). Vraag 1. Toon dit aan. Gelijkstellen: y= 4x x 2 A. y= ax

Dossier 4 VECTOREN. Dr. Luc Gheysens. bouwstenen van de lineaire algebra

tan c b + a c c b HOOFDSTUK 8 DRIEHOEKSMETING IN EEN RECHTHOEKIGE DRIEHOEK EXTRA OEFENINGEN

wiskunde B Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Tweepuntsperspectief I

Transcriptie:

2.1 Gelijkvormige driehoeken[1] 5 25 50 100 25 125 250 x Hierboven staat een verhoudingstabel. Kruiselings vermenigvuldigen van de getallen geeft: 5 x 125 = 25 x 25 (= 625) 5 x 250 = 25 x 50 (= 1250) 25 x 250 = 50 x 125 (= 6250) Bij een verhoudingstabel zijn de kruisproducten altijd gelijk. 5 x = 25 100 25 100 2500 x 500 5 5 1

2.1 Gelijkvormige driehoeken[2] ABC is twee keer zo groot als DEF. Beide driehoeken hebben dezelfde vorm. ABC is gelijkvormig met DEF ( ABC DEF) De overeenkomstige hoeken van beide driehoeken zijn nu gelijk: A = D B = E C = F 2

2.1 Gelijkvormige driehoeken[2] ABC en ADE zijn gelijkvormig. Bereken AD en DE Stap 1: Noteer welke driehoeken gelijkvormig zijn (Dit moet je soms aflezen) ABC ADE Stap 2: Maak een algemene verhoudingstabel. Zet de overeenkomstige zijden onder elkaar: ABC AB BC AC ADE AD DE AE 3

2.1 Gelijkvormige driehoeken[2] ABC en ADE zijn gelijkvormig. Bereken AD en DE Stap 3: Maak een verhoudingstabel met de bekende waarden: 6 3 4 AD DE 2 Stap 4: Bereken de zijden AD en DE; 3x2 1 DE 1 4 2 6x2 AD 3 4 4

2.1 Gelijkvormige driehoeken[3] De zijden AB en DE zijn evenwijdig. Bereken DE. Stap 1: Laat zien dat de twee driehoeken in de figuur gelijkvormig zijn. ABC heeft drie hoeken: A, B en C. DEC heeft drie hoeken: D, E en C. B = E (F-hoeken) A = D (F-hoeken) Twee driehoeken zijn gelijkvormig als ze twee paar gelijke hoeken hebben. Er geldt nu: ABC DEC. [Let op de juiste volgorde van de letters] 5

2.1 Gelijkvormige driehoeken[3] De zijden AB en DE zijn evenwijdig. Bereken DE. Stap 2: Maak een algemene verhoudingstabel: ABC AB BC AC DEC DE EC DC Stap 3: Maak een verhoudingstabel met de bekende waarden: 14 10 2/3 8 (3+5) DE 6 2/3 5 6

2.1 Gelijkvormige driehoeken[3] De zijden AB en DE zijn evenwijdig. Bereken DE. Stap 4: Bereken DE: 14x5 70 3 DE 8 8 8 4 7

2.2 Snavel- en zandloperfiguren[1] In de snavelfiguur zitten F-hoeken. In de zandloperfiguur zitten Z-hoeken. 8

2.2 Snavel- en zandloperfiguren[1] Gegeven is de rechthoek ABCD. Bereken BP. BPQ en APD vormen een snavelfiguur. BP AP BQ AD BP 1,5 AP 4 Met behulp van de snavelfiguur is BP niet op deze manier te berekenen. BPQ en CDQ vormen een zandloperfiguur. BP BQ BP 1,5 CS CQ 7 2,5 7x1,5 BP 4,2 2,5 9

2.2 Snavel- en zandloperfiguren[2] Gegeven is de rechthoek ABCD. Bereken BP. BPQ en APD vormen een snavelfiguur. BP AP BQ AD x 1,5 x+7 4 We noemen het stuk BP nu x. Nu is met behulp van de snavelfiguur BP te berekenen. Kruislings vermenigvuldigen geeft: x 4 = 1,5 (x + 7) 4x = 1,5x + 10,5 2,5x = 10,5 x = 4,2 10

2.2 Snavel- en zandloperfiguren[3] Stap 2: Bereken CI: CI 2 + CH 2 = HI 2 CI 2 + 4 2 = 6 2 CI 2 + 16 = 36 CI 2 = 20 CI = 20 In het plaatje hiernaast is een kubus getekend. Bereken AI. Stap 1: Zoek een snavel- of zandloperfiguur en teken deze apart. 11

2.2 Snavel- en zandloperfiguren[3] In het plaatje hiernaast is een kubus getekend. Bereken AI. Stap 3: Bereken AI via een snavelfiguur: CI AI CH AF 20 4 AI 10 AI = 20 10 1 1 2 20 2 4 5 5 5 4 2 2 12

2.3 Hellingsgetal [1] Hellingsgetal = verticale verplaat sing horizontale verplaat sing Bereken het hellingsgetal. Hellingsgetal = 5 13 Bij een horizontale verplaatsing van 13 meter, hoort een stijging van 5 meter. Bij een horizontale verplaatsing van 1 meter, hoort een stijging van 5/13 meter. Bij een horizontale verplaatsing van 300 meter, hoort een stijging van 300 x 5/13 115,4 meter. (Of via een verhoudingstabel) 13

2.4 De tangens [1] In de hiernaast getekende rechthoekige driehoek kun je de hoek tussen de blauwe en de rode zijde uitrekenen. Dit doe je met de tangens: Tangens = overstaande rechthoekzijde aanliggende rechthoekzijde 5 13 Algemeen: Sinus ( A) = Overstaande rechthoekzijde BC Schuine zijde AC Cosinus ( A) = Tangens ( A) = Aanliggende rechthoekzijde Schuine zijde Overstaande rechthoekzijde Aanliggende rechthoekzijde Ezelsbruggetje: SOS CAS TOA 14

2.4 De tangens[2] Gegeven is de driehoek ABC met B = 31 en AB = 6 cm. Bereken AC. tan( B) = tan(31 ) overstaande rechthoekzijde AC aanliggende rechthoekzijde AB AC 6 AC = 6 x tan(31 ) 3,61 cm. Rekenmachine: 31 15

Opgave 50A: BC tan ( A) = AB BC tan 70 = 16, 75 BC = 16,75 tan 70 46 m Opgave 50 [Zet de onafgeronde uitkomst in je geheugen en reken hier mee door] Opgave 50B: AC 2 = AB 2 + BC 2 AC 2 = (16,75) 2 + (46,..) 2 2398,43 AC 48,97. m Afstand 48,97 48,97 /44 4006,94 Tijd 44 1 3600 In 3600 seconden (1 uur) wordt 4006,94 m (4,0 km) afgelegd. 16

2.4 De tangens[3] Gegeven is de driehoek ABC Met AB = 10 cm en AC = 6 cm. Bereken B. tan( B) = AC AB 6 10 Met de inverse tangens (tan -1 ) kun je nu B uitrekenen. ( 31 ) Rekenmachine: 6 10 17

2.5 Berekeningen met de tangens [1] Gegeven is de driehoek ABC. tan( B) = overstaande rechthoekzijde aanliggende rechthoekzijde AC AB tan( A) = overstaande rechthoekzijde AB aanliggende rechthoekzijde AC 18

2.5 Berekeningen met de tangens [1] Gegeven is de driehoek ABC met AC = 3, BC = 10 en C = 90. Bereken A en B. tan( A) = BC AC 10 3 A = 1 10 tan 73, 3 3 ( -som ABC) B = 180 - A - C = 180-73,3-90 = 16,7 19

2.5 Berekeningen met de tangens [2] Gegeven is de driehoek ABC met BC = 10 m, B = 20 en C = 90. Bereken AC. tan( B) = tan(20 ) = AC BC AC 10 AC = 10 tan(20 ) 3,64 m 20