Gepersonaliseerd Leren Afsluiting 2013/2014 Knelpuntregio IJssel/Veluwe 24/6/2014 Isendoorn College
Onderzoek Ontwerpgericht onderzoek: aanpak gebaseerd op de principes van ontwerponderzoek (Van den Akker, 2006). De onderzoeker: - Observeert het innovatieproces van docenten - Verzamelt data (interviews, vragenlijsten, etc.) - Geeft op gerichte momenten feedback Onderzoek in het kader van de knelpuntregio.
Uitvoer experimenten Tussen januari en mei hebben experimenten plaatsgevonden Duur: enkele weken (+/-2 tot +/- 7) 1 of 2 klassen per experiment Wiskunde, Engels en aardrijkskunde Regelmatig contact tussen docenten, PulseOn en de onderzoeker
Conclusies Procesverloop (wat werkt er goed en wat werkt er minder goed?) Opbrengsten van het proces
Conclusies: procesverloop Samenwerking tussen docenten van zowel dezelfde als andere scholen wordt als prettig en belangrijk ervaren. Samenwerking met andere scholen kwam volgens sommigen onvoldoende van de grond. Kies een experimentklas die open staat voor vernieuwingen. Test de techniek aan de start van een experiment. Nauwe betrokkenheid en ondersteuning van PulseOn is zeer prettig. Het is van belang dat het geschetste beeld van de te gebruiken ICT en het proces realistisch is. Docenten hebben behoefte aan zicht op de te investeren tijd. Betrokkenheid van de school is van belang om uit te breiden. Experimenteren leidt tot aanpassingen in het ontwerp. Duur van de pilots beïnvloedt zichtbaarheid rolverandering leerling en docent. In een vast (computer)lokaal is techniek het beste te controleren.
Conclusies: opbrengsten proces Conclusies die betrekking hebben op (het werk van) docenten: Het concept PulseOn spreekt docenten aan. In een bepaalde mate meer differentiatie. In bepaalde mate een beter leerlingenoverzicht (PulseOn). Leerlingen kunnen zelfstandig werken, dit levert de docent tijdwinst op. Het werk van een docent verandert door gebruikt van ICT (VO-content). Het werken met techniek stelt andere eisen aan werkruimte (VO-content). Het werken met techniek kan het aanbieden van herhaling zowel vergemakkelijken als bemoeilijken. ICT kan een aanvulling zijn op het gebruikelijke werken (VO-content). Het project stelde docenten voor weinig uitdagende onderzoeksvragen. Het verschilt per docent in hoeverre men openstaat voor een vervolg.
Conclusies: opbrengsten proces Conclusies die betrekking hebben op het leren van leerlingen en het ervaren van het leren: Geen opvallende veranderingen in leerprestatie. De gedachte dat de docent de leerlingen kan volgen motiveert leerlingen. Leerlingen worden afgeleid door de fouten in materiaal (exp. PulseOn): Sommige leerlingen geven aan liever (ook) met het schrift te werken. Leerlingen vinden het vervelend niet terug te kunnen bladeren in opdrachten. Leerlingen reageren kritisch op gebruiksonvriendelijke aspecten van digitaal leermateriaal.
Conclusies: opbrengsten proces Conclusies die betrekking hebben op het leren van leerlingen en het ervaren van het leren: De aangebrachte onderverdeling in niveaus (groen, oranje, rood) in de content van Math4All blijkt te grof voor de leerlingen. Sommige leerlingen vinden het werken met de tablet/laptop prettig, omdat het eens iets anders is. Leerlingen maken weinig gebruik van extra materiaal in PulseOn, dat zij naar eigen inzicht al dan niet kunnen gebruiken (instructie docent) Leerlingen werken zelfstandig binnen de kaders van de opdrachten. Leerlingen denken andere vaardigheden en kennis te ontwikkelen door te werken met ICT. Sommige leerlingen vinden het prettig om video s te bekijken.
Conclusies: opbrengsten proces Conclusies die specifiek betrekking hebben op de techniek en content die gebruikt is gedurende de experimenten. De ontwikkeling van PulseOn en de onderwijsinnovatie gaan hand in hand: de experimenten geven voeding aan verdere ontwikkeling van het platform en de content. De content is op dit moment niet rijk genoeg om optimaal gebruik te kunnen maken van bepaalde functionaliteiten van PulseOn. De content beschikbaar voor PulseOn leent zicht op dit moment met name voor vrij korte experimenten (dit verschilt per vak). De content is op dit moment soms nog te beperkt om goed aan te sluiten op behoeftes van leerlingen. De content bevat technische fouten of onhandigheden, waardoor het leren bemoeilijkt wordt.