Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A



Vergelijkbare documenten
Inhoud. Gedaan an en OK?

Bij de volgende vragen Bij een regelmatige veelhoek kun je het gemakkelijkst eerst de buitenhoeken berekenen en daarna pas de binnenhoeken.

2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen ( 15 x 3 = 45

Rekentijger - Groep 6 Tips bij werkboekje A

2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen ( 15 x 3 = 45

Sterrenwerk. Rekenen. voor 9-11 jaar. combineren en visualiseren 2

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

De teller geeft hoeveel stukken er zijn en de noemer zegt wat de 5. naam is van die stukken: 6 taart geeft dus aan dat de taart in 6

Groep 7 Tips bij werkboekje B

Onthoudboekje rekenen

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12

WISKUNDE-ESTAFETTE KUN Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 500

WISKUNDE-ESTAFETTE Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 500

W i s k u n d e. voor de eerste klas van het gymnasium UITWERKINGEN AUTEUR: JOHANNES SUPIT

PG blok 4 werkboek bijeenkomst 4 en 5

kun je op verschillende manieren opschrijven of uitspreken: XX Daarnaast kun je een breuk ook opschrijven als een decimaal getal.

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

Basisvaardigheden algebra. Willem van Ravenstein Den Haag

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

2. E Het getal is 38: 24 = 3 x 8. Tel je de cijfers op, dan krijg je = 11.

x x x

Noordhoff Uitgevers bv

Deel C. Breuken. vermenigvuldigen en delen

2.5 Regelmatige veelhoeken

rekentrainer jaargroep 6 Vul de maatbekers. Kleur. Zwijsen naam:

A. B. C. D. Opgave 3. In een groot vierkant is een kleiner vierkant getekend. Wat is de oppervlakte van het kleine vierkant? A. B. C. D.

ZESDE KLAS MEETKUNDE

1. Het getal = 1800 is even. De andere antwoorden zijn oneven: 2009, = 11, = 191, = 209.

De tiendeligheid van ons getalsysteem

REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS

1. REGELS VAN DEELBAARHEID.

rekentrainer jaargroep 6 Vul de maatbekers. Kleur. Zwijsen naam:

OP WEG NAAR WISKUNDE. Plusboek uit de serie Het Grote Rekenboek Uitgeverij ScalaLeukerLeren.nl

Lereniseenmakkie Werkboek Zelf rijden en pech onderweg - 1

Drie Gelijkbenige driehoeken De gelijkbenige driehoek hieronder is verdeeld in twee gelijkbenige driehoeken. Hoe groot is de tophoek van de driehoek?

Estafette. ABCD is een vierkant met zijden van lengte 1. Γ is de cirkel met straal 1 en middelpunt C. P is het snijpunt van lijnstuk AC met Γ. ?

Memoriseren: Een getal is deelbaar door 10 als het laatste cijfer een 0 is. Of: Een getal is deelbaar door 10 als het eindigt op 0.

Taak na blok 1 startles 8

Ruitjes vertellen de waarheid

Opgaven Kangoeroe vrijdag 17 maart 2000

1.1 Rekenen met letters [1]

Hoofdstuk 1 KENNISMAKEN 1.0 INTRO

6 Breuken VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote rekenboek - overzicht - Hoofdstuk Breuken

Wat is de som van de getallen binnen een cirkel? Geef alle mogelijke sommen!

2. Optellen en aftrekken van gelijknamige breuken

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

Instructie voor Docenten. Hoofdstuk 13 OMTREK EN OPPERVLAKTE

Uitwerkingen wizprof D = = B 6 ronden duren 6 minuten en 66 seconden, dus 7 minuten en 6 seconden.

Dit instructieboek is een kopie van het echte NK. Alleen de puzzels zijn verwijderd.

Estafette. 36 < b < 121. Omdat b een kwadraat is, is b een van de getallen 49, 64, 81 en 100. Aangezien a ook een kwadraat is, en

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

1 Hele getallen. Rekenen en wiskunde uitgelegd Kennisbasis voor leerkrachten basisonderwijs. Uitwerkingen van de opgaven bij de basisvaardigheden

toetswijzer wiskunde curriculumdifferentiatie 6de leerjaar *De waarde van natuurlijke getallen en kommagetallen, bv = 8 D + 5 H + 6 T + 0 E

1 Rekenen met gehele getallen

1.5.1 Natuurlijke, gehele en rationale getallen

0,6 = 6 / 10 0,36 = 36 / 100 0,05 = 5 /100 2,02 = 2 gehelen en 2 / 100

Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar

Hoofdstuk 4: Meetkunde

BLAD 21: AAN DE OPPERVLAKTE

Willem van Ravenstein

De jury beslist of een inzending geldig is. Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. WCPN Nederlands Kampioenschap 2014

Deze stelling zegt dat je iedere rechthoekige driehoek kunt maken door drie vierkanten met de hoeken tegen elkaar aan te leggen.

rekentrainer jaargroep 5 Timo loopt steeds verder weg. Teken Timo bij de kruisjes op de weg en maak de tekening af. Zwijsen naam:

Taak na blok 5 les 1 TAAK 33

5.1 Lineaire formules [1]

Optellen van twee getallen onder de 10

rekentrainer jaargroep 5 Timo loopt steeds verder weg. Teken Timo bij de kruisjes op de weg en maak de tekening af. Zwijsen naam:

Deel A. Breuken vergelijken

Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen.

START WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2007 Je hebt 60 minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 600.

MNEMOTECHNISCHE MIDDELTJES WISKUNDE. 2de 3de graad

Practicum hoogtemeting 3 e klas havo/vwo

SMART-finale Ronde 1: 5-keuzevragen

werkschrift driehoeken

1. C De derde zijde moet meer dan 5-2=3 zijn en minder dan 5+2=7 (anders heb je geen driehoek).

Samenvatting Wiskunde Aantal onderwerpen

Oefening: Markeer de getallen die een priemgetal zijn.

Noordhoff Uitgevers bv

TVE TIEN VRAGEN EXTENSIE LVS - VCLB WISKUNDE Midden 1ste leerjaar INSTRUCTIE BIJ VRAGEN Wiskunde Midden 1 ste leerjaar

Deel B. Breuken. optellen en aftrekken

2003 De Wageningse Methode. Foto s De Wageningse Methode. Druk/Verkoop Tamminga bv, Postbus 176, 6920 AD Duiven

deel B Vergroten en oppervlakte

ANTWOORDEN blz. 1. d = 1013; = ; = ; =

oefenbundeltje voor het vijfde leerjaar

7 a patroonnummer a patroonnummer a h = z

Extra oefeningen hoofdstuk 4: Deelbaarheid

WISKUNDE-ESTAFETTE 2015 Uitwerkingen

Biljarten op een ellips. Lab kist voor 3-4 vwo

Extra oefeningen hoofdstuk 12: Omtrek - Oppervlakte - Inhoud

percent = procent per cent betekent per 100.

1 Wiskunde, zeker. 1, 2, 3, 5, 6, 7. 8, 10, 11, 12 en 13 eurocent. duimstok Timmerman Hoe lang iets is.

Blok 1 GB les 2 K1: cijfers 2 en 3 overtrekken en zelf schrijven

3.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

2 Meten Kaarten Materialen en technieken Meten en schetsen Praktijkopdrachten 2.16

2 BBL. Oppervlakte. 5.1 Eenheden van oppervlakte

Overzicht rekenstrategieën

handleiding ontbinden

Transcriptie:

Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A Omtrek en oppervlakte (1) Werkblad 1 Van een rechthoek die mooi in het rooster past zijn lengte en breedte hele getallen. Lengte en breedte zijn samen gelijk aan de halve omtrek. Bij de eerste vraag: De getekende rechthoek past bij 10 = 3 + 7, maar je kunt 10 ook nog op vier andere manieren splitsen in twee hele getallen. Omtrek en oppervlakte (2) Werkblad 2 Bij de eerste vraag: Dit is echt een beetje puzzelen, want je kunt niet bij elke splitsing van 18 in zes getallen een zeshoek tekenen. Als je op de vorm van de twee voorbeelden let, helpt dat wel om er een paar te vinden. Volgorde van bewerkingen (1) Werkblad 3 Let erop, dat je je houdt aan de regels voor de volgorde van bewerkingen. Eerst reken je uit wat tussen haakjes staat. Dan alle vermenigvuldigingen en delingen in de opgave, en pas daarna maak je optellingen en aftrekkingen met de nieuwe uitkomsten. Werk zorgvuldig. Bijvoorbeeld bij de opgave 8+32:4x8. Je mag dus niet van links naar rechts rekenen en eerst 8+32=40 uitrekenen, en dan 40:4= 10, enzovoort. Dit is, omdat vermenigvuldigen en delen vóór optellen en aftrekken gaan. Volgorde van bewerkingen (2) Werkblad 4 Werk heel nauwkeurig en schrijf al je tussenoplossingen op. Houd je aan de regels voor de

Getallen construeren Werkblad 4 volgorde van bewerkingen. Let erop dat je je houdt aan de regels voor volgorde, zoals ze op blad 3 vermeld staan. Zorg er ook voor dat je de getallen in volgorde van klein naar groot gebruikt in de bewerking. Als je geen bewerking kunt vinden bij een getal, dan kan het helpen om naar het vorige getal te kijken. Kun je uit dat getal een bewerking afleiden die als uitkomst een getal heeft dat één groter is? Bijvoorbeeld door er vooraan 1+ te noteren, als je nog geen 1 gebruikt hebt? Moet je dan nog haakjes zetten? Voorbeeld: 20=4x5. Hoe kun je dan voor 21 makkelijk een bewerking vinden? Hier gebleven Zeeslag Werkblad 5 Kleur alvast waterhokjes waarvan je zeker weet dat daar niets ligt. Bijvoorbeeld in een rij/kolom met '0' scheepsdelen of tegen de zijkanten van scheepsdelen die er al liggen. Soms zie je aan de vorm van de getekende scheepsdelen al, of er nog delen naast liggen. Zo weet je dat een vierkantje altijd tussen twee andere delen ligt. Welke schepen moeten wel in de bovenste rij liggen? Er is maar een kolom/rij, waar het grootste schip kan liggen. Welke is dat?

Kijk eens naar de derde rij. Je kunt beredeneren waar water is en waar een scheepsdeel moet liggen. Wat voor een schip moet wel rechts onder in de hoek liggen in de laatste kolom? Er is maar één mogelijkheid. Priemgetallen en priemontbinding Werkblad 6 Hoe vind je ook al weer de priemontbinding van een getal? Kijk steeds of je de vermenigvuldiging die je hebt gevonden, nog verder kunt opdelen in kleinere getallen. Bijvoorbeeld 2x3x6 kun je toch weer verder opdelen, want 6 kun je weer splitsen in 2x6. Dus wordt het 2x3x2x3. Je gebruikt dan je kennis van de tafels. Als je niet verder kunt opdelen, heb je de priemontbinding. Je moet dan alleen nog de getallen in volgorde van klein naar groot zetten: 2x2x3x3. Bij de laatste vraag 210 = 10 x 21. - 10 kun je schrijven als 2x5 (priemontbinding van 10) - 21 kun je schrijven als 3x7 (priemontbinding van 21) - dus 10x21= (2x5) x (3x7) 210 = 6 x 35. - 6 kun je schrijven als 2x3 (priemontbinding van 6) - 35 kun je schrijven als 5x7 (priemontbinding van 35) - dus 6x35 = (2x3) x (5x7) 210 = 5 x 42-5 is al een priemgetal - 42 kun je schrijven als 2x3x7 (priemontbinding van 42) - dus 5x42 = 5 x (2x3x7) Je ziet steeds dezelfde priemgetallen, welke vermenigvuldiging met uitkomst 210, je ook neemt.

Lijnontwerpen (1) Werkblad 7 Bij de laatste vraag Hoe nauwkeuriger je tekent, hoe beter de kromme te zien is. Werk nauwkeurig met liniaal en een scherp potlood. Staan de letters bij de goede streepjes? Wat verandert er aan de kromme als de lijnen in meer stukken zijn verdeeld? En hoe komt dit dan? Lijnontwerpen (2) Werkblad 8 Denk aan de figuren van blad 7. Stel je voor dat je de 2 grote lijnen naar elkaar toe duwt of uit elkaar trekt. Wat gebeurt er met de verbindingslijnen als je dit doet? Spel: Vijfslag Werkblad 9 Bij het spel Werk heel nauwkeurig! Als je raak 'schiet', dan weet je de vorm van de pentomino die in dat hokje ligt. Maar je weet niet hoe die pentomino ligt. Zoek dan uit hoe de pentomino kan liggen, want niet alle manieren zijn mogelijk. Kies tactisch een nieuw hokje om te raken, zodat je zoveel mogelijk informatie krijgt over hoe de pentomino kan liggen. Streep zo veel mogelijk hokjes weg, waarin de pentomino('s) niet kan/kunnen liggen, bijvoorbeeld tegen elkaar aan. Dit doe je net zoals bij Zeeslag waar je het water tekent. Latijns vierkant Werkblad 10 Zoek eerst eens uit waar op elke rij/kolom de 3 moet staan. Begin bijvoorbeeld op de bovenste rij. Er is maar één hokje waar de 3 kan staan. Waar is dat?

Gebroken Latijns vierkant Werkblad 10 Op elke rij en elke kolom moeten de getallen 1 tot en met 9 komen te staan. Je ziet de pentomino van vijf hokjes onder elkaar. Dan weet je al vijf van de negen cijfers in die kolom: 9, 2, 6, 8 en 1. Welke cijfers ontbreken daar nog? Zie je (enkele van) die ontbrekende cijfers op een andere pentomino onder elkaar staan? Hoeken op de klok (1) Werkblad 11 Bij de tweede vraag: De hoek om 2 uur is precies twee keer zo groot als de hoek om 1 uur. Bij de voorlaatste vraag: Waar staat de kleine wijzer precies om half 12? Hoeveel graden gaat er van de gestrekte hoek af? Hoeken op de klok (2) Werkblad 12 Bij de voorlaatste vraag Hoeveel graden draait de kleine wijzer in één uur? En hoe groot zou de hoek zijn als de kleine wijzer op de 10 stond en de grote op de 2? De grootste gemene deler (GGD) Werkblad 13 Bij de laatste vragen Bereken de GGD van (330, 770) Priemontbinding van 330 = 2 x 3 x 5 x 11. Priemontbinding van 770 = 2 x 5 x 7 x 11. De delers van 330 hebben in hun priemontbinding alleen de priemgetallen 2, 3, 5 en 11. De delers van 770 hebben in hun priemontbinding alleen de priemgetallen 2, 5, 7 en 11. Een getal dat een deler is van zowel 330 als 770 is dus een vermenigvuldiging van één of meer van de priemgetallen 2, 5 en 11. Wat is dan een zo groot mogelijk getal dat je kunt maken door 2, 5 en/of 11 te vermenigvuldigen waarbij je elke getal maar 1 keer mag gebruiken?

Het kleinste gemene veelvoud (KGV) Werkblad 14 Bij de laatste vragen Bereken het KGV van (6, 15) De priemontbinding van 6 = 2 x 3. De priemontbinding van 15 = 3 x 5. Het KGV van 6 en 15 moet deelbaar zijn door de delers van 6 én de delers van 15. Dat zijn dus 2, 3 en 5. Dus KGV(6, 15) = 2 x 3 x 5 = 30. Probeer nu zelf de andere vragen op dezelfde manier te berekenen. Tentje-boompje Werkblad 15 Streep eerst de vakjes weg die niet aan een vakje met een boom liggen. Streep de regels met nul weg. Kijk naar de boom in de eerste kolom in de vierde rij. Het tentje kan daar maar op één plaats. Welke plaats is dat? Kijk nu of je de eerste kolom kunt afmaken. Waarom kunnen de tenten die bij de bomen op de tweede regel staan, niet in de derde regel staan? Waar komen de tentjes op de derde regel dan? De deskundoloog Werkblad 15 Vul eerst de dingen in die je zeker weet, bijvoorbeeld waar staat de S? Waar staat in elke rij de O? Er is maar één plaats in rij A waar de O kan staan.

Hoeken in een driehoek (1) Werkblad 16 Bij de eerste vraag: Bij het neerleggen van de gradenboog (of geodriehoek) moet het middelpunt van de gradenboog precies op het hoekpunt liggen. Let er ook op dat de lijn op de gradenboog die naar 0 loopt, precies langs een zijde valt. Bij de voorlaatste vraag: Ga in gedachten tussen twee opvolgende lantaarnpalen staan, met je gezicht naar een van de twee palen. Je draait je om zodat je nu recht naar de andere paal kijkt. Hoeveel graden ben je gedraaid? Driehoeksgetallen Werkblad 17 Algemeen Bij de tweede vraag 1 + 2 + 3 + + 33 + 34 + 35 35 + 34 + 33 + + 3 + 2 + 1 + 36 + 36 + 36 + + 36 + 36 + 36 =. Hoe vaak krijg je een optelling van 36? Gauss 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + + 96 + 97 + 98 + 99 + 100 Hoe kwam Gauss aan 101? En waarom 50 x 101? De omtrek van een cirkel (1) Werkblad 19 Bij de eerste vraag Bij de laatste 2 vragen Kijk goed door welke figuur je kunt zien dat de omtrek kleiner dan 8 is. En kijk ook door welke figuur je kunt zien dat de omtrek groter dan 6 is. Het is belangrijk dat je heel nauwkeurig de omtrek en diameter meet. Als je nauwkeurig werkt zal je meer aan de uitkomsten van de laatste vraag opvallen. De omtrek van een cirkel (2) Werkblad 20 Bij de tweede vraag Bij de derde vraag Probeer met de formule te werken en kijk welke dingen uit de formule je al weet. Hoe groot kan de diameter maximaal worden voordat de cirkel uit het A4-vel gaat?

Bij de voorlaatste vraag Bij de laatste vraag De spelers staan natuurlijk even ver uit elkaar. Hoeveel meter ruimte heeft iedere speler? Er staan 7 mensen op de lijn, wat gebeurt er dan met de tussenruimte? Tangram van het gebroken hart Werkblad 21 Bij het maken van het hart Bij de extra figuren De jonge kunstenaars Werkblad 22 - Volg de instructies heel nauwkeurig. - Werk met liniaal en potlood. Kijk goed naar de vormen van de figuren. Probeer eerst uitstekende vormen te leggen die maar met één stukje gelegd kunnen worden. Vul eerst de dingen in die je al zeker weet. Zet een plusje bij wat klopt. Bij de dingen die niet kloppen moet dus een minnetje staan. Vul ook in wat zeker niet kan en zet daar een minnetje. Zo weet je dat Lottie niet Piraten heeft gemaakt. Zoek eerst uit waar het kunstwerk van Lottie hangt. Raad mijn code Werkblad 23 Bij het eerste vierkant Bij het tweede vierkant Bij het derde vierkant Wat is het totaal van de getallen op elke regel? A3 + B3 + C3 = 9. Hoeveel is D3 dan? D2 komt 2 keer voor in de aanwijzingen. Wat kun je daar mee doen? Wat is het totaal van de getallen per kolom? Welk getal moet in A1 staan? Van kolom C heb je al veel informatie, wat kun je hier mee doen? Wat is het totaal van de getallen per rij? Zoek eerst uit wat A6 moet zijn. F6 en D4 zijn ook niet moeilijk achter te komen.

Hoeken in en driehoek (2) Werkblad 24 Bij de tweede vraag: Bij de voorlaatste vraag: Rekenen met pi Werkblad 25 Bij de tweede vraag Bij de vijfde vraag Bij de voorlaatste vraag Bij de laatste vraag Gebroken hart Werkblad 26 Eerste vraag Laatste vraag Gebruik bij een van de twee manieren wat je op werkblad 16 hent ontdekt over de binnenhoeken van een driehoek. In een driehoekige sterpunt is een hoek 36. De andere twee binnehoeken van de sterpunt zijn aan elkaar gelijk. Je kunt nu uitrekenen hoe groot die andere twee binnenhoeken zijn. Bij de laatste vraag: Kijk naar een lijn die binnen de vijfhoek van hoekpunt naar hoekpunt loopt. Die vormt met twee zijden van de vijfhoek een driehoek, waarvan je één hoek al bij de vorige vraag hebt berekend. Je kunt nu ook uitrekenen hoe groot de twee andere hoeken van die driehoek zijn. Probeer jezelf voor te stellen wat er met de diameter gebeurt en bepaal dan hoeveel meer touw nodig is. Kijk of je de hardloopbaan in stukken kan opdelen die makkelijker te berekenen zijn. Bedenk op welke stukken de hardloper meer loopt. Stel je voor dat de lopers in baan 1 en 2 allebei op F zouden starten. Bereken hoe groot het verschil in afstand tussen de twee rondjes zou zijn. Kijk goed naar de vormen van de figuren. Probeer eerst uitstekende vormen te leggen die maar met één stukje gelegd kunnen worden. Je weet de totale oppervlakte van het tangram. En je kunt de oppervlakte van stukje 1 t/m 4 uitrekenen. Wat is dan de totale oppervlakte van stukje 5 t/m 9? Gebruik voor het uitrekenen van de ronde gedeeltes van stukje 5 t/m 9 de formule voor de omtrek van een cirkel.

Spel: Raad mijn code Werkblad 27 Zes boten in de haven Werkblad 28 Let er op dat het totaal van elke rij en elke kolom altijd 21 is. Kijk steeds welke mogelijkheden open blijven voor vakjes waar je nog niets over gevraagd hebt. Schrijf op wat je vraagt en wat het antwoord is. Het is handig om dat te doen zoals op blad 23. Vul eerst de dingen in die je al zeker weet. Zet een plusje bij wat klopt. Zo weet je dat boot D een roeiboot is. Vul ook in wat zeker niet kan en zet daar een minnetje. Omdat boot D een roeiboot is, kun je voor boot D alle andere soorten boten afstrepen. Driehoeksgetallen gebruiken Werkblad 29 Bij de opgave over snijpunten Let op dat je de hoek tussen de lijnen niet te groot Bij de 4 e vraag Bij de laatste vraag maakt. Kijk nog eens naar blad 17 over driehoeksgetallen. Hoeveel touwtjes moeten er vanaf het eerste kind worden gespannen? En hoeveel vanaf het tweede kind? En vanaf het laatste kind? Valt je iets op aan het verschil tussen het aantal touwtjes dat er moet worden gespannen? Zweedse puzzel Werkblad 30 Bij de eerste puzzel Bij de tweede puzzel Probeer eerst de getallen op te lossen waar maar 1 of 2 cijfercombinaties mogelijk zijn. Rechtsonder bijvoorbeeld moeten 2 horizontale vakjes samen 17 zijn, dat kan alleen door 9 + 8. Als 9 in het laatste vakje zou staan dan zouden de drie vakjes erboven samen 5 moeten zijn (9 + 5 = 14), maar dat kan niet, drie getallen samen zijn minimaal 6. In de laatste kolom moeten 2 getallen samen 16 zijn, dit kan maar op één manier (9 + 7). Horizontaal moet het bovenste getal samen met nog een getal 14 zijn. Waarom kan de 7 niet het bovenste getal zijn?