Het onderzoeksverslag De verdediging



Vergelijkbare documenten
Vaste structuren voor de meest voorkomende tekstsoorten

WORKSHOP ARGUMENTEREN IN DE DAGELIJKSE LESPRAKTIJK EN EXAMINERING 3F

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:

PRESENTEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

structureren onderzoeksverslag terugkombijeenkomst

Het informatieve doel: Een zender verstrekt gegevens over een gebeurtenis of situatie. Hij onthoudt zich van een eigen beoordeling van die gegevens.

GROTE PRAKTISCHE OPDRACHT

en zelfbeeld Lichamelijke ontwikkeling Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht

GROTE PRAKTISCHE OPDRACHT

Afasie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Sectorwerkstuk. Theoretische Leerweg. Klas 4 TL/M

Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen. Introductiefase bij de eerste les:

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

Hoofdstuk 4 - oefening 20 Extra Schrijfoefeningen

Een sterk CV en motivatie

VMBO-T / Nederlands / 2011 / tijdvak 1

Competentiescan Klant exemplaar

1. Luister naar het gesprek. 2. Lees de zinnen. 3. Welke informatie hoort u? Kruis aan: JA of NEE.

Samenvatting onderzoek naar banenruil in Nederland bij werknemers en werkgevers. Multiscope Banenruil.nl April 2014

Deel je kennis.

werkbladen thema 7 DE BASISSCHOOL

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport

Aanmelden vooreen cursus Ik meld me aan voor een (wijk)activiteit, bijvoorbeeld een cursus, feest of bijeenkomst.

In een sollicitatiebrief zijn drie gedeelten te onderscheiden: 1. De inleiding 2. Het middenstuk 3. De afsluiting

( Wat? ) Deze opdracht kan je helpen om je goede voornemens in praktijk te brengen.

CV en motivatiebrief. 1. Kop Curriculum Vitae, eventueel je naam

TAAL IS LEUK. Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren

Monitoraat op Maat Academisch Nederlands 1

Persoonlijke competenties Sociale competenties Leer (school) competenties

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

Help, ik moet een werkstuk maken!

Uitleg boekverslag en boekbespreking

Lesbrief 35. AOW aanvragen.

Hoofdstuk 1- oefening 21 Extra schrijfoefeningen. Temposchrijven - 5 schrijfopdrachten in 11 minuten. Opdracht 1:

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding

2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde

Leerjaar 4: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

De presentatie: basisprincipes

Een overtuigende tekst schrijven

Weekschema maken. Je gaat praten over de dingen die jij in één week doet. Deze activiteiten ga je in een schema op de computer uitwerken.

Voordoen (modelen, hardop denken)

Handleiding Sollicitatiebrief

EEN E MAIL STUREN NAAR EEN DOCENT

4.1 Wanneer schrijf je een aanbiedingsbrief? Wat is het tekstdoel van een aanbiedingsbrief? Hoe bouw je een aanbiedingsbrief op?

Gedocumenteerd schrijven Schrijfopdracht klas 2. Brainstorm maak hieronder je brainstorm inzichtelijk

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel

Mijn digitale leesrugzak

Rubrics voor de algemene vaardigheden - invulblad. 1. Zelfstandig leren Het kunnen sturen van het leerproces en daarop reflecteren.

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Jezus vertelt, dat God onze Vader is

Met welk werk kunnen kinderen uit groep 5-6 thuiskomen en hoe kunt u uw kind thuis helpen?

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. Meer mensen moeite met taal

een functioneringsgesprek verschilt naar aard en doel van een evaluatie of beoordelingsgesprek

ogen en oren open! Luister je wel?

Als u iets wilt verbeteren, doe dit dan zo duidelijk mogelijk. Streep wat fout is duidelijk door. Hoofdstuk 3 - oefening 19 - Extra oefening

Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek

Opdracht Soorten plannen

Verdeel de tijd goed over de dertien opdrachten. U moet voor de eerste 10 opdrachten ongeveer 20 minuten reserveren.

inhoud Hoofdstuk 3 Ik, de ontvanger Luisteren Non-verbaal luistergedrag Verbaal luistergedrag Kritiek ontvangen 43

FEEDBACK VOLGENS DE REGELS VAN DE KUNST. Verzamelde 0ps&tricks door Koen Ma=heeuws & Saskia Vandepu=e

Schrijfwijzer. Wij schrijven...

Randvoorwaarden In les 2 hebben leerlingen individueel een computer met internet nodig. Alternatief: leerling voert les 2 thuis uit.

Draaiboek voor een gastles

Bijlagen Projectenboek Groen

Spreken. Les 4: Wat zeg je? In een kledingzaak OPDRACHTKAART.

Je spreekt thuis verschillende talen? Dat is goed voor je kind!

VMBO-T / Nederlands / 2011 / tijdvak 2

Hoe geef ik een toolbox?

Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.

Oefenen 1 punt verdienen Onderwerpen van de presentaties

Herinrichting Schoolplein mavo 3

Voorwoord. Martin Sykes

OnzeLes Samen met leerlingen elke dag een beetje beter Mei 2016

2.1 Een bouwplan De elementen van een bouwplan Wanneer is een bouwplan handig? Een bouwplan maken: de hoofdlijnen 00

Sollicitatiebrief. De 10 Stappen. Op zoek naar werk? Wij maken jou sterk!

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 6. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen

Lesbrief bij Mijn broer is een boef van Netty van Kaathoven voor groep 7 en 8

Welkom bij Sociaal Succesvol Ondernemen. Week 2: je bedrijf op orde Les 2: een goed businessmodel

Educatief programma Feiten & meningen

Ik geloof, geloof ik. Levensbeschouwelijk dossier Griftland college Bovenbouw. Mijn naam en klas:

Waar groeit mijn eten? handleiding afsluitende les

Antwoorden Nederlands Afdeling C Leestekens

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd vanaf 4 jaar

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema.

71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t.

EEN ZAKELIJKE BRIEF SCHRIJVEN NEDERLANDS

werkblad Scheldeberoep verkennen Veel beroepen hebben met de Schelde te maken. Welk beroep zou jij verder willen verkennen?

Les 2: Voorspellen Tekst: Veilig in het verkeer. Introductiefase: 2. Vraag: "Kan iemand zich nog herinneren wat de bedoeling was bij het voorspellen?

1. morgen krijgen we duitsers op bezoek. 2. in onze klas zitten ook kinderen uit irak, somalië en marokko. 3. ik doe boodschappen bij de aldi.

U maakt 3 lange opdrachten. U hebt totaal 60 minuten om de 3 lange opdrachten te maken.

Voorbeeld: Ik werk het liefst met een tweetal.

Procedure Contact:

Begeleiding van studievaardigheden in het Mentoraat. Frans Ottenhof

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

Transcriptie:

Het onderzoeksverslag De verdediging

De meest gemaakte fouten in teksten en PowerPointpresentaties 1. Geachte mevrouw Van der Wagen, Daar waar de naam begint een hoofdletter. Voorbeeld: mevrouw Van der Wagen mevrouw D. van der Wagen 2. Niet met Maar, En, Of een zin beginnen, dit zijn namelijk voegwoorden. Voorbeeld: fout: Maar dit zijn niet de dingen, die heel vaak fout gaan tijdens een tentamen. goed: Dit zijn niet de dingen, die heel vaak fout gaan tijdens een tentamen. 3. Nooit een komma voor en of of plaatsen, dat is dubbelop. 4. De cijfers tot en met twintig moeten voluit geschreven worden met uitzondering van data natuurlijk. Let wel: Ik zie je over veertien weken! Ik zie je in week 14! Voor een zelfstandig naamwoord voluit, na een zelfstandig naamwoord in cijfers. 5. Alleen de directe rede schrijf je tussen dubbele aanhalingstekens, alle overige vormen tussen enkele!! Voorbeeld: Hij zei: Ik vind je erg aardig. We eten vanavond bij De vier seizoenen. De laatste fout wordt zelfs door docenten veel gemaakt. Hier is wel een verklaring voor. De toets van de dubbele aanhalingstekens is makkelijker te bedienen op het toetsenbord (zonder shift-toets). Om de enkele aanhalingstekens te krijgen moet je een handeling meer verrichten. 6. Symmetriefout In een opsomming moeten de delen in gelijke vorm zijn. Fout: Het merk Laundry Industry stelt de volgende eisen aan zijn distributeurs: a) de voorkeur gaat uit naar toonbankwinkels; b) goed gemotiveerd personeel; c) dat de winkel niet goedkoop mag aandoen. Goed: Het merk Laundry Industry stelt de volgende eisen aan zijn distributeurs: a) de voorkeur gaat uit naar toonbankwinkels; b) het personeel moet goed gemotiveerd zijn; c) de winkel mag niet goedkoop aandoen. Nog een voorbeeld: Fout: Mijn positieve eigenschappen: flexibel, kan goed met mensen omgaan en punctueel. Goed: Mijn positieve eigenschappen zijn, dat ik flexibel, sociaal en punctueel ben.

7. Wel of niet een puntkomma bij opsommingen? Goed: Het voordeel van een wat zwaardere motor: - dat uw auto sneller optrekt; - dat u geen problemen ondervindt bij inhaalmanoeuvres; - dat u in de auto minder lawaai hoort. Let erop, dat in dit soort opsommingen elk onderdeel begint met een kleine letter en niet met een hoofdletter en dat achter het laatste deel een punt staat. Opsommingen die uit (enkele) woorden bestaan (i.p.v. zinnen), krijgen geen puntkomma. De belegger dient bij de beoordeling van een aandeel te letten op: - de koers/winst-verhouding - de intrinsieke waarde - de winstmogelijkheden De punt achter het laatste deel van de opsomming kan hier achterwege blijven. 8. Alleen achter een zin een punt! Goed: De burkini draagt naar mijn mening toe bij de integratie van de moslima in de Nederlandse maatschappij. De burkini en de integratie van de moslima in de Nederlandse maatschappij(geen punt) 9. Let op een juiste werkwoordsspelling!

De presentatie Hoe stel je de presentatie samen? 1. informatie verzamelen 2. analyse doel en publiek 3. inhoud en vorm bepalen (bouwplan/spreekschema) 4. lengte 5. afwerking

Doel bepalen kennis overdragen vaardigheden bijbrengen overtuigen van iets aansporen tot iets Analyse publiek Wat weet mijn publiek? Wat kan mijn publiek? Wat vindt mijn publiek? Wat doet mijn publiek?

Structuur presentatie Inleiding bepaal of het publiek bereid is te luisteren interesse wekken/aandacht trekken onderwerp introduceren aanleiding vertellen, belang benadrukken, voorbeelden geven structuur aangeven (relevante feiten vermelden) Kern volg de (vaste) structuur Slot conclusie/samenvatting aanbevelingen degenen bedanken die van bijzondere hulp zijn geweest afsluiting Eventueel toe te voegen: juridische dilemma s meevallers leerpunten

Formuleringen spreektaal, geen schrijftaal halfvrij formuleren niet uit het hoofd leren niet voorlezen gebruik spreekschema

Bouwplannen De probleemstructuur Thema (= een probleem, een ongewenste situatie) Wat is het probleem precies? Waarom is het een probleem? Wat zijn er de oorzaken van? Wat is ertegen te doen? De maatregelstructuur Thema (= een maatregel, een actie, een voorstel) Wat is de maatregel precies? Waarom is de maatregel nodig? Hoe wordt de maatregel uitgevoerd? Wat zijn de effecten van de maatregel? De evaluatiestructuur Thema (= datgene wat beoordeeld wordt) Wat zijn de relevante eigenschappen ervan? Wat zijn de positieve aspecten? Wat zijn de negatieve aspecten? Hoe luidt het totaaloordeel? De handelingsstructuur Thema (= een handeling) Wat is het doel van de handeling? Wat zijn de voorwaarden ervoor? Hoe verloopt de handeling in grote lijnen? Hoe worden de deelhandelingen uitgevoerd? Hoe wordt de uitkomst van de handeling gecontroleerd?

De ontwerpstructuur Thema (= een ontwerp) Waartoe dient het? Aan welke eisen moet het voldoen? Welke middelen worden er gekozen? Hoe ziet het ontwerp eruit? Wat is de waarde van het ontwerp? De onderzoeksstructuur Thema (= een onderzoeksobject) Wat wordt er precies onderzocht? Volgens welke methode verloopt het onderzoek? Wat zijn de resultaten van het onderzoek? Wat zijn de conclusies uit het onderzoek?

Tips bij gebruik hulpmiddelen: hulpmiddelen ondersteunen de presentatie laat hulpmiddelen lang genoeg zien geef goede uitleg richt je op je toehoorders laat niet te veel tegelijk zien