Geïntegreerde tripsbestrijding in chrysant 2006 en 2007

Vergelijkbare documenten
26 oktober 2016 V O O R A G R A R I S C H E D E S K U N D I G H E I D I N R & D T R A J E C T E N

Screening van middelen ter bestrijding van Phytophthora infestans in tomaat

Keuze van het lagertype

14 Effectevaluatie van de Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV)

Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Het bepalen van een evenwichtstoedeling met behulp van het 1 e principe van Wardrop is equivalent aan het oplossen van een minimaliserings-probleem.

Mytylschool De Trappenberg Peter van Sparrentak

Algemeen. Restweefsel voor medischwetenschappelijk onderzoek

Praktische opdracht Optimaliseren van verpakkingen Inleidende opgaven

Z- ß- ßr!2f int tçotg

PROCEDURE SCHADEMELDING - VASTGOED -

fonts: achtergrond PostScript Fonts op computers?

Functiebeschrijving en -waardering Stichting Promes, Meppel

Een flexibel samenwerkingsverband

Rapportage Enquête ondergrondse afvalinzameling Zaltbommel

Functiebeschrijving en -waardering Stichting Promes, Meppel

abcdefg Nieuwsbrief 1 11 september 2013

Inleiding Natuurwetenschappen

Bijlage agendapunt 7: Inhoudelijke planning overlegtafels 2015

Adiameris. Beleggersprofiel

Functiebeschrijving en -waardering Stichting Promes, Meppel. Stichting Promes, onderdeel Schoolmanagement

Urologie. Blaasaugmentatie

Een CVA (beroerte) kan uw leven drastisch veranderen! 2009 Een uitgave van de Nederlandse CVA-vereniging

HANDLEIDING FOKWAARDEN Informatie & Inspiratie document Met uitleg over het hoe en waarom van de fokwaarden

Hoofdstuk 0: algebraïsche formules

INFORMATIE. hart. verwennend WEEKEND EEN LANG WEEKEND OP EEN TOPLOCATIE VOOR BALANS EN VITALITEIT

Datum 23 november 2004 Nr.: 04-64

MARKETING / PR / COMMUNICATIEMEDEWERKER

Voorbereidende opgaven Kerstvakantiecursus

BIS BenW adviezen JOIN Til-s 1122 E P to. akkoord. W \ I w bespreken \ Vergader ng B&W van 24-1-l tr Niet akkoord tr Gewijzigde versie

Staaroperatie (klinisch)

Functiebeschrijving en -waardering Stichting Promes, Meppel. Verlenen van hand- en spandiensten Beheren/beveiligen van goederen, gebouwen en personen

notitie luchtkwaliteit Trompenburg te Lisse LIS16-2 LIS16-2/akkr/027 ir. R.J.A. Groen drs. M.J.Schilt 1. INLEIDING

Op zoek naar talent en ambitie!

Iepen en iepziekte. Gemeente Den Haag Dienst Stadsbeheer. Colofon. Uitgave Gemeente Den Haag Dienst Stadsbeheer Postbus DP Den Haag

Artikel 06a Maatregelen bij in- en uitrijden werkvakken

Route F - Desert. kangoeroerat

Beslissing B&W: datum indiening: 26 januari datum/agendapunt B&Wvergaderi. afdeling. Onderwerp: Wmo klanttevredenheidsonderzoek over 201 4

A. Organisatiebeschrijving academische functie van de school

Werken aan resultaat, altijd en overal

Oogheelkunde. Vitamine A therapie bij retinitis pigmentosa

Trendanalyse huurwoningmarkt Verkorten inschrijfduur en leegstandtijd

Voorbereidende opgaven Herkansingscursus. Rekenregels voor vereenvoudigen

1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 en 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening het

abcdefg Nieuwsbrief 5 27 november 2012

Wat maak jij. morgen mee MBO. Loonwerk (Groen, grond en infra)

Op weg naar een betrouwbare beoordeling a

Armoedemonitor Sociaal en Cultureel Planbureau Centraal Bureau voor de Statistiek

t4 akkoord Y Behandeling uiterlijk in college van 4 november 2OL4 *y W PS o l to >tr feo GEMEENTE vveert tl- I I ^ LO lq \ % bespreken n N et akkoord

Tips voor optimaal profijt van uw multifocale brillenglazen

Vraag 2. a) Geef in een schema weer uit welke onderdelen CCS bestaat. b) Met welke term wordt onderstaande processchema aangeduid.

Profijt van de gemeentelijke overheid

Anti-Spyware Enterprise Module software

OSR-Standaardlijst jaarverslag kwaliteit opleiden Pagina 1 van 13

Opdrachten bij hoofdstuk 2

Nieuwbouw Erasmus MC

Hoofdstuk 8 Beslissen onder risico en onzekerheid

Boek 2, hoofdstuk 7, allerlei formules..

Artikel 06b Maatregelen bij tijdelijke bouwuitritten

Checklist. Aanvulling ondersteuningsplan. integratie LWOO en PrO in passend onderwijs. 11 mei [Typ hier]

abcdefg Nieuwsbrief 1 9 september 2014

Staaroperatie (dagbehandeling)

JUL ZOi: ismeerite Waterland. 17 jut. no C1VI s ;

Examen VWO. wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

abcdefg Nieuwsbrief 4 6 november 2012

b,^.c/ -í w-t S t><-h.scl

INTERVIEWEN 1 SITUATIE

WIS TALENT MANAGER HANDLEIDING DEELNEMER. Versie: WIS Talent Manager 4.7. WIS Services B.V. verbinden en versnellen

DE KNIEARTROSE INJECTIE STUDIE. Onderzoek naar de behandeling van knieartrose met corticosteroïden injectie in de huisartsenpraktijk

Begroting 2014 en meerjarenbegroting 2015 t/m 2017

9,1. KindereN. GeVen een CijFER. Schilderen5. sarah zegt. Volwassenenpagina6-7

Nee heb je, ja kun je krijgen DE EFFECTIVITEIT VAN FONDSENWERVINGS- EN REKRUTERINGSSTRATEGIEËN VAN MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES

Crossculturele psychologie

Nieuw Fusarium in iris

lesboek groep 6 blok 1

Effect van bladsnijregiem bij Anthurium andreanum op productie en kwaliteit.

Volledige asbestinventarisatie t.b.v. sloop/verbouwing

Erasmus MC Junior Med School

ELEKTRICITEIT GELIJKSTROOMMOTOREN Technisch Instituut Sint-Jozef Wijerstraat 28, B-3740 Bilzen Versie:19/10/2005

energiedeskundige berekend energieverbruik (kwh/rn Dit certiflcaat is geldig tot en met 1 november 2021 softwareversie 1.33

Hoe plan je een grote taak?

Activiteitenplan 2015

Rekenregels van machten

Verschillenanalyse methodewijziging bouwvergunningen

provinci renthe 1. De aanvraag 1.1. Datering en inhoud van de aanvraag

Inhoudsopgave. Paraaf Qpdrachtnemer: Paraaf Opdrachtgever: 2 - Pagjna 2 van 6 De Staat der Nederlanden - Nederland By. Internettoegang.

Voorwoord. Moesten er nog vragen zijn, de leiding staat altijd klaar om u te helpen. Onze contactgegevens vinden jullie achteraan deze maandschors.

Eigenwaarden en eigenvectoren

3 Onderfunderingen en funderingen Verhardingen Wanneer proeven uit te voeren? Plaatproeven Proctorproeven...

Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2013

Deze les krijgen de leerlingen een introductie over ongelijke breuken. Dit met name gericht op het vergelijken met een bemiddelende grootheid.

Lineaire formules.

NOTA GRONDBELEID 20L4. vtleert GEMEENTE. Vastgesteld in de gemeenteraadsvergadering van...

Economische Topper 4 Evaluatievragen thema 3

Werkkaarten GIGO 1184 Elektriciteit Set

Bijlage bij hoofdstuk Bijlage bij hoofdstuk Bijlage bij hoofdstuk Bijlage bij hoofdstuk

Rassenonderzoek aardbeien vollegrond

Privacyverklaring Nieuwbouw (huur of koop)

Gehele getallen: vermenigvuldiging en deling

HANDLEIDING FOKWAARDEN Informatie & Inspiratie document Met uitleg over het hoe en waarom van de fokwaarden

Transcriptie:

Geïntegreerde tripsbestrijding in chrysnt 2006 en 2007 Prktijkonderzoek op vijf chrysntenbedrijven & Effectiviteitproeven met roofmijten en biologische middelen Ellen Beerling, Rent vn Holstein, Anton vn der Linden, Jn Stolk, Mrtin Zuijderwijk & Croline vn den Hoek Not 559 PT-nummer: 12479

Geïntegreerde tripsbestrijding in chrysnt 2006 en 2007 Prktijkonderzoek op vijf chrysntenbedrijven & Effectiviteitproeven met roofmijten en biologische middelen Ellen Beerling 1, Rent vn Holstein 1, Anton vn der Linden 1, Jn Stolk 2, Mrtin Zuijderwijk 3 & Croline vn den Hoek 3 1 2 3 Wgeningen UR Glstuinbouw Vn Iperen BV Syngent Bioline Wgeningen UR Glstuinbouw, Bleiswijk Not 559 Augustus 2008 PT-nummer: 12479

2008 Wgeningen, Wgeningen UR Glstuinbouw Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgve mg worden verveelvoudigd, opgeslgen in een geutomtiseerd gegevensbestnd, of openbr gemkt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechnisch, door fotokopieën, opnmen of enige ndere mnier zonder voorfgnde schriftelijke toestemming vn Wgeningen UR Glstuinbouw Projectnummer: 3241212110 PT-nummer: 12479 Wgeningen UR Glstuinbouw, Bleiswijk Adres : Violierenweg 1, 2665 MV Bleiswijk : Postbus 20, 2665 ZG Bleiswijk Tel. : 0317-48 56 06 Fx : 010-522 51 93 E-mil : glstuinbouw@wur.nl Internet : www.glstuinbouw.wur.nl

Inhoudsopgve pgin Publiekssmenvtting 1 1 Algemene inleiding 3 1.1 Probleemschets 3 1.2 Doelstelling 4 1.3 Pln vn npk 5 2 Prktijkonderzoek tripsbestrijding chrysnt 7 2.1 Voorwoord 7 2.2 Inleiding prktijkonderzoek 7 2.3 Proefopzet 9 2.4 Resultten 12 2.4.1 Bedrijf 1 tripsgevoelig soort. 12 2.4.2 Bedrijf 2 tripsgevoelig soort 13 2.4.3 Bedrijf 3 tripsgevoelig soort 14 2.4.4 Bedrijf 4 zeer tripsgevoelig soort 15 2.4.5 Bedrijf 5 minder tripsgevoelig soort 16 2.4.6 Bedrijf 6 tripsgevoelig soort 17 2.5 Conclusies 18 2.6 Anbevelingen 18 3 Demo-onderzoek door Syngent Bioline 21 3.1 Inleiding 21 3.2 Exhibitline sf 21 3.2.1 Doel 21 3.2.2 Opzet 21 3.2.3 Resultten 22 3.2.4 Conclusie 22 3.3 Amblyline Gemini-kweekzkjes en strooien A. swirskii 23 3.3.1 Doel 23 3.3.2 Opzet 23 3.3.3 Resultten 24 3.3.4 Conclusie 24 3.4 Gemini-lint 25 3.4.1 Doel 25 3.4.2 Opzet 25 3.4.3 Resultten 26 3.4.4 Conclusie 26 3.5 Swirskiline s 26 3.5.1 Doel 27 3.5.2 Opzet 27 3.5.3 Resultten 27 3.5.4 Conclusie 28

pgin 4 Roofmijtenproeven 29 4.1 Inleiding 29 4.2 Proefophzet 29 4.2.1 Roofmijtenproef 2006 29 4.2.2 Roofmijtenproef 2007 32 4.3 Resultten en discussie 34 4.3.1 Roofmijtenproef 2006 34 4.3.2 Roofmijtenproef 2007 37 4.4 Conclusies en nbevelingen 39 5 Proef met biologische middelen 41 5.1 Inleiding 41 5.2 Pln vn npk 42 5.2.1 Proefks 42 5.2.2 Behndelingen 42 5.2.3 Beoordelingen 43 5.3 Resultten 43 5.3.1 Signlplten 43 5.3.2 Gewsmonsters 44 5.4 Discussie 45 Bijlge I. Demo-onderzoek door Syngent-bioline 2 pp. Bijlge II. Grfieken roofmijtenproef 2007 3 pp.

1 Publiekssmenvtting De fgelopen jren is zowel in de prktijk ls door het onderzoek intensief gewerkt n de ontwikkeling vn geïntegreerde bestrijding vn chrysnt. Dit heeft geresulteerd in een flinke toenme in chrysntenbedrijven wrbij een geïntegreerde bestrijdingsstrtegie wordt toegepst en een fnme in fhnkelijkheid vn chemische gewsbescherming. Het is voorl de geïntegreerde spintbestrijding die succesvol is; de tripsbestrijding bleek nog steeds een vn de belngrijkste knelpunten voor de (geïntegreerde) chrysntenteelt te zijn. Voor de Subcommissie gewsbescherming vn de Lndelijke Commissie chrysnt ws dit nleiding om Wgeningen UR Glstuinbouw, vn Iperen BV en Syngent Bioline te vrgen onderzoek uit te voeren dt duidelijkheid moest geven: 1) onder welke omstndigheden trips met de beschikbre ntuurlijke vijnden en biologische middelen onder controle kn worden gehouden, en 2) of er betere lterntieven zijn voor de tripsbestrijding dn de gngbre roofmijten. Dit heeft in 2006 geleid tot prktijk- en demo-onderzoek in smenwerking met 6 chrysntenbedrijven door vn Iperen en Syngent Bioline (i.s.m. Allince en SVO Consultnts). Wgeningen UR Glstuinbouw heeft in 2006 en 2007 detilonderzoek met roofmijten en biologische middelen in proefkssen uitgevoerd. Prktijkonderzoek vn Iperen e.. Uit het prktijkonderzoek dt op 6 verschillende chrysntenbedrijven is uitgevoerd, blijkt dt het succes vn de tripsbestrijding voor een belngrijk deel wordt bepld door het chrysntenrs. Dit leidt tot drie verschillende strtegieën, fhnkelijk vn de mte vn tripsgevoeligheid. Geen vn de biologische producten is onder lle omstndigheden 100% fdoende of in stt lle trips op te ruimen. Beheersen vn de tripspopultie is het mximl hlbre. Vn de beschikbre producten is met Amblyseius cucumeris Gemini-kweekzkje het beste resultt bereikt. Als de tripsdruk niet hoog is, kn deze bovendien spint bestrijden. Op tripsgevoelige soorten blijken de biologische middelen Botnigrd, Mycotl en Exhibitline (Steinernem feltie) niet in stt trips fdoende te bestrijden. Op norml- en minder-tripsgevoelige soorten wel. Met Orius levigtus en Amblyseius swirskii is geen goede tripsbestrijding bereikt, mr dr kn een suboptimle proefopzet debet n zijn geweest. Omdt een gews wrschijnlijk nooit tripsvrij is wordt een preventiestrtegie nbevolen met voor- en f te spuiten. Strten bij zeer lge tripsdruk is essentieel om resultt te kunnen boeken. Indien de nvngspopultie vn trips reeds te hoog is, zijn de geïntegreerde lterntieven niet in stt de tripspopultie op te ruimen, omdt deze voorl jonge tripslrven bestrijden. Een goede nti-resistentiestrtegie loont: synthetische middelen werkten het meest betrouwbr op de bedrijven die het minst intensief met deze middelen hebben gecorrigeerd. Demo-onderzoek vn Syngent bioline Op verschillende prktijkbedrijven is wt meer in detil gekeken nr de effectiviteit vn een ntl biologische producten ls tripsbestrijder. Het ltje S. feltie gf bij lge tripsntllen het beste effect; bij hoge tripsntllen ws het ltje onvoldoende in stt trips onder controle te krijgen. Er is geen verschil in effectiviteit gevonden tussen het toedienen vi de spuitboom of vi de regenleiding.

2 Het Gemini-kweekzkje met de roofmijt Amblyseius cucumeris gf gemiddeld 5 tot 8 keer zoveel roofmijten per tk ten opzichte vn het uitstrooien vn Amblyseius swirskii (5x250 roofmijten/m 2 ). Bovendien wren bij het kweekzkje per week een toenemend ntl roofmijten in het gews te vinden, terwijl dit bij het strooien vn A. swirskii niet het gevl ws. Met het Gemini-lint worden vergelijkbre resultten ls met losse kweekzkjes behld. Op twee bedrijven is A. swirskii getoetst door twee of drie keer 200 roofmijten/m 2 te strooien. Op geen vn de bedrijven ws trips door de roofmijten onder controle gebrcht en ws er sprke vn tripsschde. De roofmijten zijn nuwelijks in het gews teruggevonden. Onderzoek in proefkssen door Wgeningen UR Glstuinbouw In proefkssen in Nldwijk en Bleiswijk zijn in 2006 en 2007 proeven met Amblyseius cucumeris en A. swirskii en in 2006 een proef met biologische middelen uitgevoerd. Er zijn hiervoor een tripsgevoelig rs (Euro) en een minder tripsgevoelig rs (Woodpecker) gebruikt. De spintgevoeligheid vn deze rssen lg precies ndersom. Bij nwezigheid vn lleen spint in een chrysntengews, hdden zowel A. cucumeris ls A. swirskii een nzienlijk effect op spint. Herhlde introductie vn deze roofmijten in chrysnt heeft dus wrschijnlijk een remmend of voorkomend effect op spint. Bij nwezigheid vn spint en trips verliep de tripsbestrijding met A. cucumeris en A. swirskii beter ls tegelijkertijd Phytoseiulus persimilis tegen spint wordt uitgezet. Bij gelijke ntllen roofmijten hd A. swirskii in het chrysntengews met lleen spint een iets sterker effect op spint dn A. cucumeris (lleen in Woodpecker). Op het rs Woodpecker met lleen spint en het rs Euro met voornmelijk trips lijkt A. swirskii zich beter te ontwikkelen dn A. cucumeris. Op het rs Euro met zowel trips ls spint ontwikkelde A. cucumeris zich juist beter. De effectiviteit vn de roofmijten lijkt dus ook f te hngen vn het geteelde rs en vn de nwezige plgen. Proeven op individu-niveu zijn nodig om te beplen of het verschil tussen beide roofmijtensoorten in respons op nwezigheid vn trips en/of spint het gevolg is vn ndere voorkeuren of dieetbehoeften. Rskeuze vindt plts op bsis vn mrktfctoren. Binnen die grenzen is er echter soms wel een keuze mogelijk. Kiezen voor een minder gevoelig rs kn een belngrijk onderdeel zijn vn een geïntegreerde bestrijdingsstrtegie. Er kn echter sprke zijn vn tegenstrijdige gevoeligheden, zols bij de hier gebruikte rssen voor spint en trips. Voorkeur verdient dn te kijken welke ziekte of plg het grootste bestrijdingsknelpunt vormt en dn de rskeuze - indien er een keuze is binnen de mogelijkheden vn de mrkt - hierop f te stemmen. A. cucumeris noch A. swirskii verspreidden zich ver in het chrysntengews en bij prktijkconforme plgdichtheden is er nuwelijks sprke vn een popultieopbouw in het gews. Uit dit onderzoek en eerdere proeven blijkt dt chrysnt eigenlijk niet zo n geschikt gews is voor deze roofmijtensoorten. Dit pleit voor het gebruik vn zkjes in hoge dichtheden (1 per m 2 ), uitgngsmteril vn hogere dichtheid of het wekelijks strooien vn roofmijten in reltief hoge ntllen om gedurende de teelt voldoende roofmijten in het gews te hebben. Een op termijn mogelijk goedkoper lterntief is het zoeken nr predtoren die zich beter thuisvoelen in het gews chrysnt. Zes opeenvolgende behndelingen met de biologische middelen Mycotl, Botnigrd, Preferl of Steinernem feltie hebben geen of een verwrloosbr ntoonbr effect gehd op trips of spint. Anbevolen wordt (een ntl vn) deze producten terug te hlen nr het lbortorium voor nder onderzoek onder beter controleerbre omstndigheden.

3 1 Algemene inleiding 1.1 Probleemschets De fgelopen jren is zowel in de prktijk ls door het onderzoek intensief gewerkt n de ontwikkeling vn geïntegreerde bestrijding vn chrysnt. Dit heeft geresulteerd in een flinke toenme in chrysntenbedrijven wrbij een geïntegreerde bestrijdingsstrtegie wordt toegepst en een fnme in fhnkelijkheid vn chemische gewsbescherming. Het is voorl de geïntegreerde spintbestrijding die succesvol is; de tripsbestrijding blijkt nog steeds een vn de belngrijkste knelpunten voor de (geïntegreerde) chrysntenteelt te zijn (subcommissie gewsbescherming en LC chrysnt, dec. 2005). Het knelpunt trips wordt door meerdere fctoren veroorzkt. Ten eerste worden de tripsroofmijten (Amblyseius cucumeris zkjes) te duur en rbeidsintensief gevonden. Ten tweede blijkt A. cucumeris niet ltijd trips fdoende te bestrijden. Ten derde is er nog veel onduidelijkheid over hoe de beschikbre micro-biologische middelen (met nme Steinernem feltie - bijv. Nemsys F of Exhibitline SF -, Mycotl, Botnigrd, Preferl) optiml ingezet kunnen worden. Ten vierde zijn er geen selectieve synthetische correctiemiddelen beschikbr voor trips in deze grondgebonden teelt. Ten slotte is er met nme bij een chemische gewsbeschermingstrtegie een reëel risico op ontstn vn resistentie tegen de toegepste synthetische middelen. De onduidelijkheid over de toepssing vn beschermingsmiddelen tegen trips drgt het risico met zich mee dt kwekers terugvllen op een chemische gewsbeschermingstrtegie. De prktijkproef vn Vn Iperen/Syngent Bioline lt zien dt één plgclmiteit (bijvoorbeeld trips) het totle geïntegreerde concept kn lten flen. Uit de evlutie vn de prktijkproef geïntegreerde gewsbescherming Chrysnt uitgevoerd door Vn Iperen/ Syngent Bioline blijkt dt voor de betrokken telers geïntegreerde gewsbescherming een serieus lterntief is voor de chemische bescherming, mr dt dit wel fhnkelijk is vn mte vn plgdruk, ssortiment, loctie, tijdstip in het jr etc. Trips speelt hierin een belngrijke rol en geconcludeerd is dt voor de tripbestrijding nog geen goede en betrouwbre geïntegreerde beschermingsstrtegie beschikbr is. Tripsschde in chrysnt (links: zilverschde, rechts: groeischde).

4 1.2 Doelstelling 1) Onderzoek in proefkssen (Wgeningen UR Glstuinbouw) Onderzoeken of er voor chrysnt ntuurlijke vijnden zijn die effectiever zijn ls tripsbestrijder dn A. cucumeris; Onderzoeken wt de effectiviteit vn de toegelten biologische middelen is op trips en hoe deze middelen optiml ingezet kunnen worden, l dn niet in combintie met de ntuurlijke vijnden; Effecten op spint worden wr mogelijk meegenomen; Onderzoek zl pltsvinden in een tripsgevoelig en een minder tripsgevoelig rs. 2) Prktijkonderzoek (v Iperen/Syngent bioline) Op prktijkschl (5 kwekers; 18,5 h, gedurende een drietl teeltronden) ontwikkelen vn een effectieve beschermingsstrtegie gericht op tripsbestrijding door middel vn biologische middelen met ls rndvoorwrde dt deze de overige beschermingsmiddelen en gewskwliteit in tct lt; Informtie die beschikbr komt uit het onderzoek in de proefkssen wordt, indien zinvol en mogelijk, geïntegreerd in de strtegieën op de bedrijven; Per kweker worden verschillende gewsbeschermingstrtegieën onderzocht, die mede bepld worden door de tripsgevoeligheid vn de geteelde rssen en de tripsdruk op het bedrijf; De gewsbeschermingstrtegieën zullen met nme gericht zijn op het lg houden vn de plgdruk middels preventiestrtegie, middels vroeg inzetten, beproeving vn diverse biologische beschermingsmiddelen en -correctiemiddelen in verschillende groeifsen en toepssing vn verschillende doseringen en spuitfrequenties; Het uiteindelijke doel is het stimuleren vn de doptie vn geïntegreerde gewsbeschermingstechnologie. Te bereiken resultten 1) Onderzoek in proefkssen (Wgeningen UR Glstuinbouw) Duidelijkheid welke vn de roofmijten A. cucumeris, A. swirskii en A. ndersoni, ngeleverd in kweekzkjes de meest geschikte tripsbestrijder is; Duidelijkheid wt het effect vn deze roofmijten is op spint; Duidelijkheid over de effectiviteit vn de toegelten biologische middelen ls tripsbestrijdingsmiddel en hoe deze middelen optiml ingezet kunnen worden; Duidelijkheid over de invloed vn rsgevoeligheid voor trips op effectiviteit roofmijten en biologische middelen bij chrysnt; Cultivrfhnkelijk dvies over zinvolle geïntegreerde tripsbestrijdingsstrtegieën. 2) Prktijkonderzoek (v Iperen/Syngent bioline) Indictie hoe roofmijten onder prktijkomstndigheden kunnen functioneren; Indictie over de effectiviteit vn de toegelten biologische middelen ls tripsbestrijdingsmiddel zijn onder prktijkomstndigheden en hoe deze middelen optiml ingezet kunnen worden; Indictie over de invloed vn rsgevoeligheid voor trips op effectiviteit roofmijten en biologische middelen bij chrysnt; Meer kennis over hoe een op mt gesneden dvies over een zinvolle geïntegreerde tripsbestrijdingsstrtegie n chrysntenbedrijven kn worden gegeven.

5 1.3 Pln vn npk Het onderzoek bestt uit twee onderdelen: 1) implementtieonderzoek op 6 prktijkbedrijven in 2006 en 2) detilonderzoek in proefkssen in 2006 en 2007. Het implementtieonderzoek, dt door vn Iperen in 2006 op 6 prktijkbedrijven is uitgevoerd, is beschreven in hoofdstuk 2, en de nvullende demo-proeven door Syngent bioline stn beschreven in hoofdstuk 3. Vervolgens vindt u ook het verslg vn de proeven die in 2006 en 2007 zijn uitgevoerd door Wgeningen UR Glstuinbouw en medegefinncierd zijn door het ministerie vn LNV. Dit betreft de twee roofmijtenproeven vn 2006 en 2007, wrbij Amblyseius swirskii en A. cucumeris zijn getoetst (hoofdstuk 4), een GNO-proef met Botnigrd, Mycotl en Nemsys F in hoofdstuk 5. Het onderzoek is begeleid door een overkoepelende BCO die mndelijks met de betrokken kwekers en onderzoekers bijeenkwm. Doel vn deze bijeenkomsten is een mximle uitwisseling en eventueel bijstelling vn de verschillende projectonderdelen door het delen vn nieuwe kennis, ervringen, knelpunten en onderzoeksbehoeften.

6

7 2 Prktijkonderzoek tripsbestrijding chrysnt Jn Stolk, Vn Iperen B.V., Westms 2.1 Voorwoord Voor u ligt het verslg vn de prktijkproef tripsbestrijding in chrysnt. Grg wil ik de volgende personen hrtelijk bednken voor hun inzet en deelnme: De betrokken kwekers Ron, Pul, Mrcel, Nico en Andre. Zonder kwekers die mee willen denken en werken nieuwe ontwikkelingen te beproeven en zodoende hun nek uitsteken, komt de sector niet vooruit. Hrtelijk dnk voor jullie inzet. De betrokken begeleiders Jn en Arie. Mede dnk zij jullie zijn we weer een stp verder. Mrius voor de verslglegging vn de bijeenkomsten, de kritische noten en lle ndere zken die je wel hebt gedn mr die ik hier niet zl noemen. Ellen voor je inbreng vnuit Wgeningen UR. Jc en Piet die nmens de begeleidingscommissie lle vergderingen hebben bijgewoond en indien nodig, jullie inbreng hebt gegeven. Mrtin en Croline voor de begeleiding vnuit Syngent Bioline. Mede dnkzij de inzet vn de betrokkenen zijn we weer een stpje verder gekomen in de ontwikkeling vn een betrouwbr geïntegreerd bestrijdingsprogrmm voor de chrysntenteelt. 2.2 Inleiding prktijkonderzoek Bij deelnemende kwekers zijn in drie teeltronden diverse geïntegreerde bestrijdingstrtegieën beproefd. Deze strtegieën werden smen met de kweker gekozen en zijn o.. gebseerd op tuinhistorie, plgdruk, rs, kleur. Per ronde vond zo nodig en mogelijk een npssing vn de gewsbeschermingstrtegie plts. De strtegie per kweker is begeleid door gewsbeschermingdeskundigen vn Vn Iperen of Allince. Het gewsbeschermingsprotocol is ontwikkeld door Syngent Bioline smen met vn Iperen (en Allince bij bedrijf uit Bommelerwrd). De prktijkproef bevt vijf kenmerken wr het onderzoek zich op richt: ) In diverse fsen vn de teelt worden biologische beschermingsmiddelen toegepst, wrbij rekening wordt gehouden met de tripshistorie (hoge/lge plgdruk ls tuinkenmerk), zo vroeg mogelijk gestrt wordt met inzet vn biologische beschermingsmiddelen om de plgdruk zo lg mogelijk te houden en uitbrk te voorkomen, lsmede zo lng mogelijk de biologische beschermingsmiddelen in tct te lten ls gevolg vn de toegepste correctiemiddelen. b) Dr wr dit onvoldoende effectief zou zijn dient tijdig met synthetische middelen ingegrepen te worden. c) Het tripsferomoon wordt bij lle bedrijven ingezet met ls doel over een eerder en betere plgsignleringssysteem te beschikken, op bsis wrvn tijdig biologische beschermingsmiddelen in gezet kunnen worden. d) Vergelijking vn ntuurlijke vijnden, zols A. cucumeris, A. swirskii en Orius. De werking vn Amblyseius ndersoni is niet onderzocht omdt deze roofmijt om productietechnische redenen niet beschikbr ws. e) Vergelijking vn diverse correctiemiddelen (Conserve, Botnigrd, Mycotl, e.d.), die de uitgezette biologische beschermingsmiddelen zo veel mogelijk in tct lten. Deze ltste twee punten (d en e) vormen de kern vn de verschillen tussen de verschillende strtegieën die, fhnkelijk vn de tripsdruk, vriëren vn lleen roofmijten uitzetten, roofmijten en Orius uitzetten, nr lleen biologische middelen toepssen of een combintie vn biologische middelen en roofmijten toepssen. De preventieve strtegie

8 bestt in hoofdlijnen uit het strooien vn roofmijten bij de strt vn de teelt en preventief (vroegtijdig) toepssen vn biologische middelen en ntuurlijke vijnden. Met betrekking tot gebruik vn het tripsferomoon op lle bedrijven wordt hierbij vermeld dt in overleg met de kwekers is fgeweken vn het oorspronkelijke pln om dit feromoon te gebruiken. Omdt interprettie vn vngplttellingen met het voorgnde jr wrin niet met het feromoon is gewerkt niet goed mogelijk is, is besloten vn het gebruik f te zien. Tevens is bij een kweker besloten om niet volvelds te werken met Exhibitline SF, mr dit toe te pssen op een deel vn het bedrijf ls proef, omdt de betreffende kweker onvoldoende vertrouwen in dit systeem hd. In verbnd met te hoge tripsdruk hebben de kwekers vn bedrijf 1, 4 en 6 niet de volledige drie teeltronden geïntegreerde bestrijding conform protocol kunnen toepssen, mr zijn n het begin of in de loop vn de derde teeltronde overgeschkeld op synthetische middelen. Ervringen en opgebouwde kennis zijn per mnd teruggekoppeld en besproken in de excursiegroep/bco (begeleidingscommissie), wrin lle betrokkenen deelnmen. Er is gekozen voor continuering vn het onderzoek met de vijf bedrijven uit de prktijkproef vn 2004-2005 en dit met één bedrijf uit te breiden, om zodoende mximl te profiteren vn de kennis in de eerdere proef opgedn en vn de ontstne hechte groep wrin ook ruimte is voor uitwisseling vn tegenvllende prestties.

9 2.3 Proefopzet Voor de uitvoering vn de prktijkproef is onderstnde projectorgnistie gevormd (Figuur 1). PT Wgeningen UR Glstuinbouw Begeleidingscommissie (dviseurs PT) Onderzoek proefkssen Wgeningen UR Prktijkonderzoek Vn Iperen (projectleiding) Syngent Bioline (kennisdrger) SVO Consultnts (ondersteuning projectmngement) Kwekersgroep Excursiegroep Specilisten geïntegreerde gewsbescherming Kweker 1 Kweker 2 Kweker 3 Kweker 4 Kweker 5 Kweker 6 Figuur 1. Projectorgnistie voor prktijkproef tripsbestrijding chrysnt. Op verzoek en in overleg met de kwekers is uiteindelijk tot een protocol gekomen (Tbel 1). Dit protocol is tot stnd gekomen vnwege specifieke omstndigheden op de kwekerijen (tripsdruk, goede ervringen vn kwekers met een beplde npk). Drnst is ervoor gekozen om beplde proeven (Amblyseius swirskii, Exhibitline SF, etc.) niet grootschlig op 1 beplde kwekerij, mr kleinschlig op een ntl vkken toe te pssen.

10 Tbel 1. Protocol voor geïntegreerde tripsbestrijding per bedrijf in prktijkonderzoek 2006. Protocol bedrijf 1 Protocol bedrijf 2 Protocol bedrijf 3 Protocol bedrijf 4 Protocol bedrijf 5 Protocol bedrijf 6 Week Ronde 1 Trips Trips Trips Trips Trips Trips 1 5 dgen n plnten Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose 2 10 dgen n (indien nodig) Abmectine+Lofructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose 3 5 d. n ltste bespuiting Amblyline 1 zkje/m 2 Amblyline 1 zkje/m 2 Amblyline 1 zkje/m 2 Oriline 0,5/m 2 4 Botnigrd Mycotl Oriline 0,5/m 2 5 Botnigrd Mycotl 6 Botnigrd Mycotl 7 Botnigrd Mycotl 8 9 14 dgen voor de oogst Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose 10 5 dgen voor de oogst Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose 11 Oogst Oogst Oogst Oogst Oogst Oogst Week Ronde 2 Trips Trips Trips Trips Trips Trips 1 5 dgen n plnten Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose 2 10 dgen n plnten Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose 3 5 d. n ltste bespuiting Botnigrd Amblyline 1 zkje/m 2 Amblyline 1 zkje/m 2 Botnigrd 4 Botnigrd Botnigrd Mycotl Botnigrd 5 Botnigrd Botnigrd Mycotl Botnigrd 6 Botnigrd Botnigrd Mycotl Botnigrd 7 Conserve Conserve Botnigrd Mycotl Conserve 8 14 dgen voor de oogst Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose 9 5 dgen voor de oogst Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose 10 Oogst Oogst Oogst Oogst Oogst Oogst

11 Protocol bedrijf 1 Protocol bedrijf 2 Protocol bedrijf 3 Protocol bedrijf 4 Protocol bedrijf 5 Protocol bedrijf 6 Week Ronde 3 Trips Trips Trips Trips Trips Trips 1 5 dgen n plnten Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose 2 10 dgen n plnten Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose Abmectine+Lokfructose 3 5 d. n ltste bespuiting Botnigrd Amblyline 1 zkje/m 2 Amblyline 1 zkje/m 2 Actr 4 Botnigrd Botnigrd Mycotl Conserve 5 Botnigrd Neemzl Botnigrd Mycotl Actr 6 Botnigrd Neemzl Botnigrd Mycotl Conserve 7 Conserve Conserve Botnigrd Mycotl Actr 8 14 dgen voor de oogst Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose 9 5 dgen voor de oogst Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose Curter+Lokfructose 10 Oogst Oogst Oogst Oogst Oogst Oogst

2.4 Resultten 2.4.1 Bedrijf 1 tripsgevoelig soort Amblyseius c CRS Gemini 1/m 2 Botnigrd Phytoline lngs pd Phytoline volvelds Volvelds synthetisch Figuur 2. Gemiddelde tripsdruk in 2006 op bedrijf 1. De volgende wrnemingen Bedrijf 1 is de prktijkproef tripsvrij begonnen. In week 10 is de hele tuin met Actr behndeld tegen luis en trips en in week 12 is de hele tuin met Conserve behndeld tegen trips, zodt door toepssing vn preventiestrtegie ngenoeg tripsvrij gestrt kn worden. In week 13 is begonnen met de inzet vn Amblyline Gemini; 1 zkje per m 2. In week 19 wordt gemeld dt de trips goed bestreden wordt door de ingezette tripsroofmijt Amblyseius cucumeris. In week 20 is de tripsdruk toegenomen, mr bleef lg in de vkken wr tripsroofmijt is ingezet. In week 21 neemt ook in roofmijtvkken de tripsdruk toe, gedviseerd wordt om ook Botnigrd te spuiten, dit is toegepst. Tot en met week 22 is niet volvelds gewerkt met Phytoseiulus persimilis tegen spint, de spintdruk is door A. cucumeris lg gebleven. Deze roofmijten werden regelmtig op spintplekjes wrgenomen. Tot en met week 22 werden wel wekelijks 2 kokers Phytoline lngs betonpd en gevel ingezet ls ondersteuning vn Amblyseius cucumeris. In de 1e ronde vnf week 10 is het A. cucumeris protocol gevolgd en dt werkte goed. Ook dient vermeld te worden dt spint onder controle is gehouden door de werking vn A. cucumeris. In week 21 wordt gestrt met het Botnigrdprotocol. In week 26 wordt gemeld dt de wisselende tripsdruk redelijk onder controle is. Men spuit op tijd f met Curter en tegen de oogst is het gews schoon. Tot week 29 blijft de tripsdruk stbiel, hoewel de tripsdruk wel hoger is geworden t.o.v. de periode dt gewerkt werd met A. cucumeris. Volgens betreffende kweker kn dit effect niet n Botnigrd worden toegeschreven, mr heeft het te mken met het seizoensmtige krkter vn tripsontwikkeling. In week 30 loopt de tripsdruk te sterk op, gedviseerd wordt om 3 weken voor de oogst te gn fspuiten. In week 30 wordt een vk behndeld met Amblyseius swirskii; 100 st/m 2. De tripsdruk wordt echter dermte hoog, wrschijnlijk door het extreem wrme weer, dt Amblyseius swirskii de tripspopultie niet voldoende kn bestrijden,

hoewel is gemeld dt het met Amblyseius swirskii behndelde gews wt schoner oogde. Uit uitgevoerde tellingen is hiervn echter geen bevestiging gevonden. In week 32 wordt besloten over te gn op synthetische bestrijding omdt de tripsdruk oncceptbel hoog is geworden. 2.4.2 Bedrijf 2 tripsgevoelig soort Amblyseius c CRS Gemini 1/m 2 Botnigrd Phytoline lngs pd Synthetisch Figuur 3. Gemiddelde tripsdruk in 2006 op bedrijf 2. De volgende wrnemingen De proef is begonnen in een ngenoeg tripsvrije situtie ndt in jnuri nog fors is bestreden tegen trips met synthetische middelen. Vnf week 10 wordt wekelijks Amblyline Gemini (1 zkje per m 2 ) ingezet. In week 13 wordt gemeld dt in de chemische vkken regelmtig spint wordt wrgenomen, mr in de geïntegreerde vkken wordt Amblyseius cucumeris wrgenomen op de spintplekjes. De spintdruk is hier lger. Lngs het pd en de gevel is wekelijks Phytoline tegen spint uitgezet. In week 16 wordt op een ntl vngplten 14 en tripsen per week geteld. Op de jonge nplnt wordt in verbnd met tripsdruk Vertimec, Conserve en Lokfruktose gespoten. In week 25 wordt gemeld dt de combintie A. cucumeris en Conserve goed heeft gewerkt, de tripsdruk is fgenomen. In week 26 wordt erg veel ctiviteit gezien vn A. cucumeris in het gews. In week 29 wordt wt meer spintdruk gezien en fgespoten met Milbeknock (erg wrm weer). Vnf week 32 neemt de tripsdruk verder toe en wordt gedviseerd in de tussenfse een ntl Botnigrdbehndelingen toe te pssen ter correctie. Vermeld moet worden dt deze tripsdruk een zeer lokle ngelegenheid ws (1 kp wr een wterleiding is vervngen). Tevens wordt gemeld dt de vngplt bluw ws in plts vn geel. Deze gecombineerde toepssing vn A. cucumeris en Botnigrd lt de tripsdruk uiteindelijk dlen. Omstreeks week 40 wordt door de kweker overgeschkeld op synthetische bestrijding. Het toegepste systeem heeft voor het derde chtereenvolgende jr nr tevredenheid vn de kweker gefunctioneerd.

2.4.3 Bedrijf 3 tripsgevoelig soort Amblyseius c CRS Gemini 1/m 2 Phytoline volvelds Synthetisch Correctie Neemzl Figuur 4. Gemiddelde tripsdruk in 2006 op bedrijf 3. De volgende wrnemingen Met Amblyline cucumeris Gemini (1 zkje per m 2 ) wordt gestrt bij een zeer lge tripsdruk. Omdt de kweker zeer snel n Vertimec bespuiting inzet wordt ook Phytoline volvelds tegen spint ingezet. Omstreeks week 14 wordt gemeld dt Amblyseius cucumeris de spint niet fdoende bestrijdt, gedviseerd wordt om te corrigeren tegen spint (eindfse), in week 16 gt het weer beter. In week 22 wordt gemeld dt het bestrijdingssysteem de tripsdruk controleert. In week 26 wordt gemeld dt spintbestrijding niet fdoende functioneert vnwege toenemende tripsdruk. A. cucumeris richt zich dn met nme op trips. In week 27 wordt gemeld dt de tripsdruk op de vngplten tegen de oogst hoog zijn, hier is echter nog niet met Curter fgespoten. In week 32 wordt besloten ook Neemzl te gn gebruiken ls correctiemiddel vn trips. Dit wordt 10 dgen n inzet vn A. cucumeris toegepst. In week 34 wordt trips ls een probleem ervren, voorl de hoge tripsdruk vlk voor de oogst. Er wordt voorgespoten met Neemzl mr er is geen duidelijk fnme vn de plgdruk. A. cucumeris kn de tripsdruk niet n. Dit is te verklren vnwege het feit dt deze roofmijt zich richt op jonge tripslrven. Uitgevoerde tkspoelingen tonen n dt er reltief weinig tripslrven in het gews worden gevonden. Correcties met Conserve vnf week 30 geven wisselende resultten. In week 35 wordt besloten met synthetische middelen de trips te gn bestrijden. Ook deze npk gf niet direct fdoende resultt. Vermeld moet worden dt de tripstellingen op bovengenoemde kwekerij met bluwe vngplten zijn uitgevoerd. Echter, in de grfiek zijn de vermelde tripsntllen gecorrigeerd nr gele vngplten (omstreeks fctor 5 lger bij hoge tripsdruk, bij lge tripsdruk geen groot verschil).

2.4.4 Bedrijf 4 zeer tripsgevoelig soort Botnigrd Phytoline volvelds Synthetisch Proef Exhibitline SF Figuur 5. Gemiddelde tripsdruk in 2006 op bedrijf 4. De volgende wrnemingen: Reeds voor nvng vn de officiële proef (week 8) is reeds conform protocol gewerkt met wekelijkse Botnigrd bespuitingen. Bij nvng vn de proef ws de tripsdruk redelijk lg, mr beslist niet schoon. Dit betrof echter een beperkt gedeelte vn het bedrijf. Op dit gedeelte is men niet meer schoon kunnen komen vn trips. In week 5 is 2 x gecorrigeerd met Conserve, tripsdruk is nzienlijk gedld. In week 11 wordt gemeld dt de correctiemiddelen (Curter, Conserve en Actr) tegen trips nuwelijks effectief zijn. In week 15 wordt gemeld dt er forse gewsschde veroorzkt door trips optreedt. Regelmtig wordt gecorrigeerd met Actr, Conserve, vroegtijdig fgespoten met Curter met weinig effect. In week 17 tot week 21 wordt een proef met Exhibitline SF toegepst tegen trips (zie verslglegging Syngent Bioline). Tevens wordt in deze weken gecorrigeerd met o.. Conserve en Actr. In week 23 wordt gemeld dt het gevolgde protocol onvoldoende functioneert. In week 26 wordt gemeld dt op 1/4 deel vn het bedrijf trips een groot probleem is en op 3/4 deel vn het bedrijf geen probleem. In week 27 wordt gestoomd, de verwchting is dt de tripsdruk zl dlen In week 30 wordt gemeld dt proefvkken met Amblyseius swirskii er schoner uitzien. Wellicht wordt dit mede veroorzkt door het effect vn stomen. In week 40 wordt gemeld dt de proef met A. swirskii is mislukt (week 32). De indruk is dt ingezette roofmijten snel doodgn en derhlve het effect beperkt is. Er worden mr weinig vn de ingezette roofmijten teruggevonden in de tkspoelingen. De omstndigheden in de ks zijn gunstig voor toepssing vn Botnigrd, omdt nvullend luchtbevochtiging wordt toegepst. Toch lten de resultten zeer te wensen over. Wrschijnlijk is de chrysntensoort zo gevoelig voor trips, dt de bestrijdende werking vn Botnigrd niet fdoende is.

2.4.5 Bedrijf 5 minder tripsgevoelig soort Mycotl Phytoline volvelds Synthetisch Conserve op 1 tripsvk Figuur 6. Gemiddelde tripsdruk in 2006 op bedrijf 5. De volgende wrnemingen In week 10 is gestrt bij een lge tripsdruk op het bedrijf met toepssing vn Mycotl. Tot week 17 wordt 1 vk ngemerkt met een extr hoge tripsdruk, in week 18 is besloten om op dit vk nvullend Amblyseius cucumeris Gemini in te zetten. In week 27 wordt gemeld dt ook deze tripsplek onder controle is gekomen door curtieve correctie en inzet tripsroofmijt lsmede toepssing Mycotl. Mycotl is consequent zonder uitvloeier Addit toegepst. De omstndigheden in de ks zijn gunstig voor toepssing vn Mycotl omdt nvullend luchtbevochtiging wordt toegepst. De toepssing vn Mycotl heeft trips fdoende bestreden. Dit wordt voornmelijk veroorzkt door het feit dt de geteelde vriëteit niet zo gevoelig is voor trips.

2.4.6 Bedrijf 6 tripsgevoelig soort Phytoline volvelds Orius levigtus Synthetisch Figuur 7. Gemiddelde tripsdruk in 2006 op bedrijf 6. De volgende wrnemingen Vnf week 9 is begonnen met toepssing vn Orius levigtus (2 x 0.5/m 2 ). De tripspopultie bij nvng vn de proef ws lg. Tot week 20 wordt Orius levigtus wekelijks toegepst, mr de tripstoenme blijkt niet te stoppen. Vnf week 21 is besloten trips met synthetische middelen te bestrijden. In week 21 wordt gestrt met 2 x Vertimec/Actr. In week 25 is een proef gedn met Amblyseius swirskii (3 x 100/m 2 ). Vnwege de enorme toenme vn trips vnf week 27 is besloten te stoppen met toepssing vn dit protocol. Noot: vnwege uitbreiding vn de kwekerij (nieuwbouw) is de proef niet optiml verlopen. Het kwm voor dt 3/4 deel vn de kwekerij onbeteeld ws. De klimtologische omstndigheden zijn voor de teelt dn suboptiml. Drnst wordt in dergelijke situties vk wrgenomen dt de plgdruk zich gt concentreren op het nog beteelde deel vn het bedrijf. Tevens zijn een ntl tellingen ls gevolg vn een computercrsh verloren gegn. Ontbrekende gegevens zijn voor een deel gescht door de begeleider.

2.5 Conclusies Het is niet mogelijk om hrde conclusies te trekken uit de prktijkproeven die zijn uitgevoerd, o.. vnwege de volgende redenen: Er is geen onbehndelde behndeling opgenomen in de proef. Deelnemende bedrijven zijn gesitueerd in verschillende teeltgebieden, hebben verschillende kssen, omstndigheden, vriëteiten, plgdruk, etc. Voortdurend wordt geoogst en geplnt, bestreden en ingezet wrdoor er nogl wt vribelen vn toepssing zijn. Toch zijn wel beplde lijnen uit de proeven te trekken. De belngrijkste conclusies betreffende geïntegreerde tripsnpk zijn ls volgt: Toepssing vn Amblyseius cucumeris Gemini is superieur t.o.v. lle ndere geïntegreerde lterntieven. Geen enkel geïntegreerd lterntief is een onder lle omstndigheden betrouwbr lterntief. De mte vn tripsgevoeligheid vn een chrysntenrs beplt in grote mte of geïntegreerde tripsbestrijding slgt of niet. Strten bij zeer lge tripsdruk is essentieel om resultt te kunnen boeken. Indien de nvngspopultie vn trips reeds te hoog is, zijn de geïntegreerde lterntieven niet in stt de tripspopultie op te ruimen, omdt voorl jonge tripslrven worden bestreden. De synthetische middelen bestrijden veell oudere tripslrven en/of dulten. Synthetische middelen werken het meest betrouwbr op de bedrijven die het minst intensief met deze middelen hebben gecorrigeerd. Antiresistentie strtegie loont dus. Op tripsgevoelige soorten zijn GNO s niet in stt trips fdoende te bestrijden. Indien de tripsdruk niet hoog is, is Amblyseius cucumeris Gemini in stt de spint te bestrijden. Orius levigtus is niet in stt gebleken trips fdoende te bestrijden. Toch kn niet geconcludeerd worden dt Orius niet toepsbr is in chrysnt, omdt de proef suboptiml is verlopen. Amblyseius swirskii is niet in stt gebleken trips fdoende te bestrijden. Voor- en fspuiten is voorwrde om succesvol trips te bestrijden. Je weet nooit of je tripsvrij bent en wrschijnlijk ben je dt nooit, drom wordt ltijd een preventiestrtegie nbevolen. Geen enkele biologische oplossing is in stt lle trips op te ruimen. Beheersen vn de tripspopultie is het mximl te bereiken resultt. 2.6 Anbevelingen Uit de uitgevoerde prktijkproeven is te concluderen dt onderscheid gemkt dient te worden tussen weinig tripsgevoelige, tripsgevoelig en zeer tripsgevoelige rssen. Per onderscheiden klsse is dn de volgende bluwdruk te onderscheiden: In de winterperiode synthetische middelen gebruiken om schoon vn trips en mineervlieg te komen (indien noodzkelijk). In voorjr kn dn gestrt worden met geïntegreerde gewsbescherming. De geïntegreerde gewsbescherming kn, technisch gezien, worden onderverdeeld in 3 klssen: weinig tripsgevoelig rs tripsgevoelig rs zeer tripsgevoelig rs

Bij weinig tripsgevoelige rssen wk 1 Voorspuiten o Indien tripsdruk lg geïntegreerde bescherming toepssen o Indien tripsdruk hoog synthetische bescherming of protocol tripsgevoelige rssen wk 3 t/m7 Biologische bescherming o Inzet Mycotl/Botnigrd o Indien nodig bij hoge lokle plgdruk corrigeren met synthetische middelen wk 9 en 10 Afspuiten Bij tripsgevoelige rssen wk 1 Voorspuiten in combintie met tripsferomoon o Indien tripsdruk lg geïntegreerde bescherming strten o Indien tripsdruk hoog: Vertimec plus lokfruktose of protocol tripsgevoelige rssen wk 3 Biologische bescherming o Phytoseiulus persimilis (volvelds indien spintgevoeligheid hoog; lngs pden/gevels indien spintgevoeligheid norml; niet inzetten indien spintgevoeligheid lg) o Vijf dgen n ltste bespuiting Amblyseius cucumeris Gemini inzetten o Indien nodig corrigeren met Botnigrd of Mycotl o Indien nodig biologische bescherming stoppen en overstppen op synthetische bescherming (eventueel tripsferomoon toepssen om effect corrigeren te verhogen) wk 9 en 10 Afspuiten in combintie met tripsferomoon Bij zeer tripsgevoelige gewssen wk 1 Voorspuiten o Tripsferomoon toepssen om plgdruk zo vroeg mogelijk vst te stellen o Indien geen plgdruk lleen Vertimec, Lokfructose o Indien tripsdruk lg nst Vertimec, Lokfructose geïntegreerde bescherming toepssen o Indien tripsdruk hoog synthetische bestrijding (Conserve of Actr toepssen, lsmede Vertimec plus lokfructose) wk 3 Biologische bescherming o Phytoseiulus persimilis (volvelds indien spintgevoeligheid hoog; lngs pden/gevels indien spintgevoeligheid norml) o Vijf dgen n ltste bespuiting Amblyseius cucumeris Gemini inzetten (te overwegen is om vnf strt hogere inzet concentrtie toe te pssen en dit richting de zomer ls de plgdruk/ ontwikkelingssnelheid verder toeneemt de inzet concentrtie vn Amblyseius cucumeris verder te verhogen) o Indien plgdruk op gt lopen direct corrigeren met Botnigrd of Mycotl o Indien nodig biologische bescherming stoppen en overstppen op synthetische bescherming (eventueel tripsferomoon toepssen om effect corrigeren te verhogen). wk 9 en 10 Afspuiten in combintie met tripsferomoon Drnst zijn de volgende overwegingen te mken: Het lijkt steeds belngrijker te worden om je ook technisch te beschermen tegen invlieg vn trips, omdt op de meeste bedrijven trips een (te) groot probleem is. Technisch gezien is het opruimen vn trips niet goed mogelijk, dus het mximl hlbre resultt is de tripsdruk te beheersen. Hierbij pst de technische mogelijkheid om luchtrmen f te gzen, omdt op deze mnier de nvngspopultie lger blijft. Het is opvllend dt vk in de plntvkken tegenover de geoogste vkken ls eerste nieuwe trips ontwikkelt. Wellicht is het mogelijk om op de oogstmchine ook (op de hoek teeltbed/hoofdpd) meer vngplten te hngen om trips zo weg te vngen. Het is een probleem dt in één ks lle teeltfses door elkr lopen (nplnt, groeifse en eindefse). Hierdoor kun je niet ltijd optiml gebruik mken vn de synthetische en geïntegreerde middelen. Technisch gezien lijkt het beter om per teeltfse prte comprtimenten te hebben, wrin optiml bestreden (synthetisch of geïntegreerd) kn worden. Wellicht wordt in de mobiele chrysntenteelt, die wordt opgezet, reeds geleerd of genoemde veronderstelling juist is.

In de chrysntenteelt wordt lgemeen gedcht dt toepssing vn geïntegreerde bestrijding zonder plgdruk verspilling vn geld is. Het is in deze nuttig te leren vn de groenteteelt (pprik, komkommer) wr het zeer gebruikelijk is om bij nvng vn de teelt lle trips op te ruimen met synthetische middelen en direct hiern reeds te beginnen met toepssing vn roofmijten tegen trips, hoewel het bedrijf tripsvrij is. Men heeft geleerd dt roofmijten slechts een zinvolle bijdrge kunnen leveren, wnneer ze mssl nwezig zijn en de tripsdruk lg is. Met ndere woorden vroeg beginnen met roofmijten bij lge tripsdruk is zeer zinvol en meestl goedkoper dn chterf een (te) hoge tripsdruk corrigeren. Om rbeidstechnische redenen is het vn belng dt de rbeidsintensieve kweekzkjes worden vervngen voor een rbeidsvriendelijker methode wrmee ook op een snelle en doeltreffende mnier veel roofmijten in het gews gebrcht kunnen worden. Syngent Bioline heeft inmiddels proeven gedn met kweekzkjes n een lint bevestigd. Gedviseerd wordt om in deze introductiemethodiek de verdere ontwikkelingen te zoeken. Interessnt is welk mechnisme in een chrysnt verntwoordelijk is voor het meer of minder ntrekkelijk zijn voor trips. Wellicht kn de veredeling hier een ntwoord op geven. Het wordt nbevolen om de werking vn Amblyseius swirskii in chrysnt nder te toetsen. Met nme de werking op trips door de seizoenen heen (niet lleen in de zomer) dient nder onderzocht te worden.

21 3 Demo-onderzoek door Syngent Bioline Mrtin Zuijderwijk & Croline Hoek, Syngent Bioline 3.1 Inleiding Tijdens het project zijn verschillende demo-onderzoeken gedn om de mogelijkheden voor de bestrijding vn trips in chrysnt te optimliseren. Hierbij is gekeken nr de bestnde lterntieven en eventuele nieuwe mogelijkheden, met in ogenschouw genomen dt het rendement technisch en economisch hlbr dient te zijn. Alle onderzoeken zijn op prktijkbedrijven uitgevoerd met ls gevolg dt controle behndelingen niet ltijd mogelijk zijn. De resultten vn de demo-onderzoeken dienen meer ls indictie beschouwd worden. Achtereenvolgens worden de demo-onderzoeken besproken met Exhibitline sf, Amblyline Gemini-kweekzkjes, Gemini-lint en Swirskiline s. 3.2 Exhibitline sf Exhibitline sf bevt het insectenprsitire ltje Steinernem feltie. Afgelopen jren is er op diverse prktijkbedrijven enige ervring met het toepssen vn ltjes opgedn. Om inzichtelijk te mken wt het ddwerkelijke effect vn het gebruik vn ltjes tegen trips is, is dit in het onderzoek vn het project opgenomen. 3.2.1 Doel Wt is de werking vn het ltje Steinernem feltie op trips in chrysnt en is er verschil in werking bij verschillende toepssingsmethodes? Een gewsbehndeling vi de regenleiding is vergeleken met een gewsbehndeling met behulp vn de spuitboom. 3.2.2 Opzet Toepssen vi spuitboom: spuiten met Exhibitline sf in teeltweek 3-4-5-6, met een dosering vn 250.000 ltjes per m 2. Toepssen vi de regenleiding: inregenen met Exhibitline sf in teeltweek 3-4-5-6, met een dosering vn 500.000 ltjes per m 2. Altjes worden s ochtends ingeregend. Er wordt eerst 10 liter wter/m 2 geregend om de bodem goed te bevochtigen. Vervolgens worden ltjes met een gietbeurt vn 2 liter/m 2 toegediend. Vnwege de prktijksitutie is er geen onbehndeld vk en kn hiermee dus niet vergeleken worden. De resultten zijn dus een indictie vn wt een behndeling met Exhibitline sf kn doen. Gezien de verwchte levenscyclus vn trips wordt verwcht dt in bovengenoemde teeltweken de meeste tripslrven in het gews nwezig zijn. Indien deze succesvol bestreden worden, zl de ontwikkeling vn de tweede genertie minder zijn.

22 3.2.3 Resultten AALTJES VERNEVELEN 4 KEER 250.000/M2 TRIPS PER PLAAT 80 70 60 50 40 30 20 10 PLANTDATUM WEEK 15/16 OOGST WEEK 24/25 = TOEPASSING AALTJES AFSPUITEN 0 wk 18 wk 19 wk 20 wk 21 wk 22 wk 23 wk 24 Figuur 8. Antl trips per vngplt wnneer Exhibitline vier keer vi de regenleiding wordt toegediend. AALTJES SPUITEN 3 KEER 250.000/M2 50 45 40 PLANTDATUM WEEK 17 OOGST WEEK 25/26 = TOEPASSING AALTJES AFSPUITEN 35 TRIPS PER PLAAT 30 25 20 15 VAK 1 VAK 2 10 5 0 WK 19 WK 20 WK 21 WK 22 WK 23 WK 24 WK 25 Figuur 9. Antl trips per vngplt wnneer Exhibitline drie keer vi de spuitboom wordt toegediend. 3.2.4 Conclusie Het beste effect vn ltjes is zichtbr ls de ntllen trips lg zijn. Bij hoge ntllen trips zorgen ltjes voor een remmend effect op de popultie-ontwikkeling, mr trips ontwikkelt zich wel lngzm door. Altjes hebben geen lnge nwerking. Zodr het gews opgedroogd is, is de werking over. Geen ntoonbre verschillen in werking tussen de twee gebruikte toepssingsmethoden. Lngs het betonpd zijn over het lgemeen hogere ntllen trips gevonden dn verder in de kp.

23 3.3 Amblyline Gemini-kweekzkjes en strooien A. swirskii Amblyline cu CRS WP (verder in tekst genoemd ls Gemini-kweekzkje ) stt voor het wterbestendige kweekzkje met Amblyseius cucumeris. Dit geptenteerde product zou op bsis vn het vooronderzoek de fundtie moeten zijn voor het geïntegreerd telen in chrysnt. Vndr dt dit product in verschillende onderzoeken ls stndrd vergelijk is genomen. Deze onderzoeken zijn mede ngedrgen door de projectgroep. In deze proef is de toepssing vn Gemini -kweekzkjes vergeleken met het uitstrooien vn Amblyseius swirskii. Amblyline cu CRS WP Gemini -kweekzkje (foto: Syngent Bioline). 3.3.1 Doel Vergelijken hoe de roofmijtbezetting in het gews is bij gebruik vn het Gemini -kweekzkje (1 kweekzkje/m 2 ) ten opzichte vn het gebruik vn Amblyseius swirskii los mteril hetgeen 5 keer wekelijks hndmtig wordt uitgestrooid over het gews (dosering 250/m 2 ). 3.3.2 Opzet Vnf een week n introductie vn de Gemini -kweekzkjes zijn er wekelijks tot de oogst 15 tkken verzmeld en gespoeld in een 66% lcoholoplossing. Ook voor het vk wr A. swirskii uitgestrooid wordt, geldt dt er wekelijks tot de oogst 15 tkken verzmeld en gespoeld worden. De bemonsterde tkken zijn bewust over het bed gekozen om een zo goed mogelijke vergelijking tussen de twee behndelingen te kunnen mken. Een schemtische voorstelling is terug te vinden in Bijlge I. De resultten in de grfiek geven een gemiddeld ntl roofmijten per tk per week n. De gevonden wrden zijn fzonderlijke wrden per week.

24 3.3.3 Resultten De gemiddelde ntllen roofmijten per tk vn het Gemini -kweekzkje komen overeen met de resultten uit vorige onderzoeken (zie verslg Prktijkonderzoek geïntegreerde gewsbescherming in chrysnt, mrt 2006). Het Gemini -kweekzkje vertoont een opbouwende trend in de gemiddelde ntllen roofmijten per tk met ls mximle wrde 24,7 roofmijten per tk vlk voor de oogst. Met het los uitstrooien vn Amblyseius swirskii worden echter mr zeer lge ntllen terug gevonden in het gews. Er is nuwelijks een opbouw in ntllen roofmijt. De mximle gevonden wrde in A. swirskii behndeling is 3,1 roofmijt per tk. Amblyline cu Gemini versus Swirskiline strooimteril juni 2006 Antl roofmijt per plnt 28 24 20 16 12 8 4 0 Introductie Amblyline cu Gemini, 1 zkje/m2 Introductie Sw irskiline s strooien, 5* 250 mijten/m2 1 2 3 4 5 Week A cuc, Gemini A. swirskii, los Figuur 10. Antl roofmijten per tk bij behndeling met Gemini -kweekzkjes of Amblyseius swirskii. 3.3.4 Conclusie Het Gemini -kweekzkje met de roofmijt Amblyseius cucumeris geeft gemiddeld 5 tot 8 keer zoveel roofmijten per tk ten opzichte vn het uitstrooien vn Amblyseius swirskii. Bij het Gemini -kweekzkje zijn per week een toenemend ntl roofmijten in het gews te vinden, terwijl dit bij het uitstrooien vn A. swirskii nuwelijks n de orde is.

25 3.4 Gemini-lint Het Gemini-lint bestt uit een neenschkeling vn het l eerder genoemde wterbestendige Gemini -kweekzkje en bevt de roofmijt Amblyseius cucumeris. Dit geptenteerde product zou op bsis vn de ervring met het stndrd Amblyline cu CRS-WP (Gemini-kweekzkje) product een enorme toegevoegde wrde voor de geïntegreerde chrysntenteelt kunnen betekenen. Niet lleen in de zin vn een rbeidsbespring mr ook een mogelijk snellere en betere verdeling vn de roofmijten over het gews. Toepssing vn het Gemini-lint en de Gemini -kweekzkjes zijn met elkr vergeleken. Gemini-lint (foto: Syngent Bioline). 3.4.1 Doel Zkjes in de vorm vn een lint zijn mkkelijker in het gews in te zetten dn losse zkjes in het verbnd ophngen. Is er nst het rbeidsvoordeel nog een technisch voordeel ls we kijken nr de spreiding vn de roofmijten over het gews? 3.4.2 Opzet Met een dosering vn 1 zkje per m 2 zijn in één kp de Gemini -kweekzkjes in het verbnd (voorheen bewezen de meest optimle uitzetmethode vn losse kweekzkjes) ingezet en in één ndere kp is het Gemini-lint tussen het gews gelegd. Een schemtische voorstelling kunt u terugvinden in Bijlge II. Gedurende 5 weken vnf uithngen zijn er wekelijks 15 tkken per vk bemonsterd. Dit is gedn door de plnten te spoelen in een 66% lcoholoplossing. Om een goed beeld te krijgen hoe de roofmijt popultie zich door het gews verspreid, is gekeken nr de nwezigheid vn roofmijten op de verste fstnd vn de kweekzkjes. Bij het Gemini-lint ws de fstnd die de roofmijten mximl moesten overbruggen ± 70 cm en bij de in verbnd opgehngen Gemini -kweekzkjes ws dit ± 77 cm. De gevonden wrden zijn fzonderlijke wrden per week.

26 3.4.3 Resultten Een lnge tijd is er tussen de losse Gemini -kweekzkjes en Gemini-lint geen verschil te zien, mr in de 5 e week is een forse stijging in de Gemini-lint behndeling wr te nemen. Oorzk is hier niet voor te geven. De mximle wrde ws uiteindelijk 11,7 roofmijten per tk vlk voor de oogst, terwijl de mximle wrde bij het Gemini -kweekzkje bleef steken op 3,3 roofmijt per tk. In zowel het Gemini -kweekzkje ls in de cellen vn het Gemini-lint ws n 5 weken nog volop roofmijt ctiviteit wr te nemen. Ook ws er nuwelijks sprke vn vochtig geworden kweekcellen. Gemini lint versus Amblyline cu Gemini september 2006 12 Introductie Amblyline cu Gemini, 1 zkje per m2 Introductie Gemini lint, 1 lint per bed 9 ntl roofmijt per tk 6 3 0 1 2 3 4 5 week line 6e ms loose schets Figuur 11. Antl roofmijten per tk bij toepssing vn Gemini -kweekzkjes en Gemini-lint. 3.4.4 Conclusie Er worden met het Gemini lint vergelijkbre resultten behld op de verste tkken ls met Amblyline cu Gemini kweekzkje. Per week zien we een toenemend ntl roofmijten per tk. De inhoud vn de kweekcellen zijn droog gebleven. Anbeveling: Het lint niet tegen de CO2-leiding te leggen om vocht in de kweekcellen te voorkomen. Het uitleggen vn het lint geeft een enorme rbeidsbespring. 3.5 Swirskiline s Swirskiline s bevt de roofmijt Amblyseius swirskii. Deze roofmijt zou mogelijk een bijdrge kunnen leveren in de tripsbestrijding in chrysnt. In een eerdere proef (zie 3.2) is een vergelijk gemkt in de roofmijtbezetting per plnt tussen Amblyline cu Gemini en Swirskiline s ls los mteril. Om de mogelijkheden vn de roofmijt A. swirskii verder te onderzoeken is er nu gekeken nr de mogelijke bijdrge vn A. swirskii in de tripsbestrijding.

27 3.5.1 Doel Wt is de invloed vn het los uitstrooien vn Swirskiline s op de tripsbestrijding in chrysnt? 3.5.2 Opzet De proeven zijn uitgevoerd op twee bedrijven. Op bedrijf 1 (rs Anstsi ) is op een oppervlkte vn 3200 m 2 drieml Swirskiline s los mteril hndmtig in gestrooid in de 2e, 4e en 5e week vn de teelt. De gebruikte dosering vn Swirskiline s is 200 roofmijten per m 2 geweest. Op bedrijf 2 (rssen Ktink, Woodpecker en Wodk ) is op een oppervlkte vn 3000 m 2 tweeml Swirskiline s hndmtig in gestrooid in de 3e en 5e week vn de teelt. Vnwege de snelle groei vn het gews ws het niet mogelijk om nog een 3e introductie te doen. De gebruikte dosering vn Swirskiline s is op dit bedrijf 200 roofmijten per m 2 geweest. Om inzicht te krijgen in het trips verloop in het gews zijn er wekelijks bluwe vngplten opgehngen en geteld. De gevonden wrden zijn de gemiddelden vn de vngplten per week. 3.5.3 Resultten Swirskiline s 3*200/m2 (1) juli 2006 120 Introduction A. swirskii 200/m2: 4-7, 18-7 en 25-7 100 gemiddeld ntl trips per plt 80 60 40 20 0 13-7 20-7 27-7 3-8 hoofdpd Figuur 12. Gemiddeld ntl trips per plt in chrysnt met toepssing vn Swirskiline op bedrijf 1.

28 Swirskiline s 2*200/m2 (2) juli 2006 140 120 Introduction A. swirskii 200/m2: vk 1: 4-7 en 18-7 vk 2: 11-7 en 25-7 gemiddeld ntl trips per plt 100 80 60 40 20 0 14-7-2006 21-7-2006 28-7-2006 4-8-2006 11-8-2006 vk 1 hoofdpd vk 1 delttie vk 2 hoofdpd vk 2 delttie Figuur 13. Gemiddeld ntl trips per plt in chrysnt met toepssing vn Swirskiline op bedrijf 2. De telling vn de vngplten kon ps nvngen ndt de eerste keer Swirskiline s uitgestrooid is. Een week n de tweede introductie is op beide bedrijven een monsternme willekeurig uit het gews genomen om de nwezigheid vn de roofmijt vst te stellen. Op bedrijf 1 werden gemiddeld 5 roofmijten per tk terug gevonden en op bedrijf 2 1,7 roofmijt per tk. Tijdens de proef zien we tripsntllen snel toenemen en ook zuigschde veroorzkt door trips in het gews ontstn. 3.5.4 Conclusie Tripsntllen op de vngplt blijven toenemen ondnks de inzet vn de roofmijt Amblyseius swirskii. Er is zelfs sprke vn tripsschde in het gews. In monsternmes worden zeer lge ntllen roofmijten per plnt terug gevonden. Er lijkt geen ontwikkeling/ overleving vn de roofmijt A. swirskii in het gews plts te vinden ls er met los strooimteril wordt gewerkt. Uitstrooien vn A. swirskii roofmijten is onvoldoende gebleken om trips onder controle te houden.

29 4 Roofmijtenproeven Ellen Beerling, Rent vn Holstein & Anton vn der Linden, Wgeningen UR Glstuinbouw 4.1 Inleiding In 2003-2005 is in het LNV-project Nieuwe bestrijders voor trips, in smenwerking met het PT-project Geïntegreerde bestrijding in chrysnt, onderzocht of er betere tripsroofmijten zijn dn de gngbre Amblyseius cucumeris. Uit deze proeven zijn twee soorten roofmijten (A. swirskii en A. ndersoni) nr voren gekomen die mogelijk even goed ls of beter dn A. cucumeris trips kunnen bestrijden. Dit zijn lle drie generlistische roofmijtensoorten, die nst trips ook spint kunnen eten. In welke mte dit in chrysnt pltsvindt, is nog onvoldoende onderzocht. In 2006 en 2007 zijn met A. swirskii en A. cucumeris ksproeven uitgevoerd om de effectiviteit vn deze roofmijten ls tripsbestrijder onder verschillende omstndigheden te onderzoeken. Omdt in de prktijk de situtie zich vk voordoet dt zowel trips ls spint in de ks nwezig zijn, is de eerste proef (2006) uitgevoerd in nwezigheid vn beide plgen. Om het effect vn rs op effectiviteit vn de roofmijten te kunnen onderzoeken, zijn in deze proef twee rssen meegenomen die verschillen in tripsgevoeligheid (Euro Sunny en Woodpecker). Bij de tweede proef (2007) is onderzocht hoe effectief A. swirskii en A. cucumeris zijn ls tripsbestrijder in n- en fwezigheid vn spint. Hierbij zijn niet lleen de roofmijtensoorten met elkr vergeleken, mr ook in combintie met de huidige introductiemethoden: lint met A. cucumeris (Bugline, Syngent Bioline) of strooien vn A. swirskii (Koppert). A. swirskii A. cucumeris 4.2 Proefopzet 4.2.1 Roofmijtenproef 2006 4.2.1.1 Proefks In een proefks vn 240 m 2 (netto 125 m 2 ) zijn op 10 plntbedden de chrysntenrssen Woodpecker en Euro Sunny geplnt (een hlf bed per rs). De keuze vn deze rssen is gebseerd op het verschil in tripsgevoeligheid tussen deze rssen, wrbij Euro ls meer tripsgevoelig dn Woodpecker bekend stt. N een dg zijn verspreid over lle plntenbedden spint en trips geïntroduceerd om een gelijkmtige verspreiding vn deze plgen over de proefvkken te krijgen. De proef is uitgevoerd in 2006 in week 12 tot week 22.

30 4.2.1.2 Introductie roofmijten en npssingen in proefpln Volgens proefpln zou twee weken n plnten kweekzkjes met drie verschillende soorten roofmijten (A. swirskii, A. cucumeris, A. ndersoni, 1/m 2 ) in het gews geïntroduceerd worden. Voorfgnd n de introductie is een steekproef genomen om de zkjes te controleren op kwliteit (soort roofmijt, conditie zkje) en kwntiteit (ntllen roofmijten). Op dt moment bleek dt de hoeveelheid levende A. ndersoni in de zkjes te veel te lg wren. Omdt dit probleem niet op korte termijn door de leverncier kon worden opgelost, werd A. ndersoni uit de proef geschrpt. In het ngepste proefpln worden A. cucumeris zkjes vergeleken met A. swirskii zkjes in twee verschillende dichtheden (nmelijk 1:1 en 3:1 = A. swirskii : A. cucumeris zkjes). Volgens de producent vn de zkjes zitten nmelijk in een A. cucumeris zkje ongeveer drie zoveel roofmijten ls in een A. swirskii zkje. Bij de gekozen doseringen werd dus zowel voldn n de biologisch-wetenschppelijke vrg (vergelijking gelijke ntllen) ls n de economische (vergelijking op bsis vn gelijke kostprijs). In de derde week n plnten zijn ldus de roofmijten geïntroduceerd. De roofmijtsoorten wren vn twee verschillende producenten fkomstig. In de twee weken volgend op de introductie zijn de zkjes in de ks steekproefsgewijs gecontroleerd. Uit deze steekproeven bleek dt de vritie tussen de zkjes groot ws. Hierbij viel met nme op dt de ntllen levende A. swirskii die in de zkjes werden ngetroffen erg lg wren, en bovendien liepen die ntllen n een week nog verder terug (nr enkelen tot nul per zkje). Bij de A. cucumeris zkjes vielen de grote verschillen in ntllen roofmijten tussen de zkjes onderling op. Bij een proef is het vn groot belng de vritie binnen één proeffctor zo klein mogelijk te houden, omdt verschillen tussen proeffctoren nders niet meer sttistisch hrd te mken zijn. Grote verschillen tussen roofmijtenzkjes vn één soort zijn niet wenselijk omdt dit ook grote verschillen in plgntllen zl opleveren, wrdoor het onderscheidende vermogen sterk fneemt. Op dt moment ws het echter ook niet meer mogelijk om een zinvol vergelijk te mken tussen de roofmijtensoorten, gezien de lge ntllen in de A. swirskii zkjes in vergelijking tot die in de A. cucumeris zkjes. Met de proef worden zo lleen kwliteitsverschillen tussen zkjes ngetoond en dt is voorl een momentopnme. De proef zols hierboven beschreven is drom in de vijfde week n plnten fgebroken. In overleg met de producenten is toen besloten de resterende weken vn de teelt te besteden n vergelijking vn strooimteril vn beide roofmijten. Omdt de tripsntllen inmiddels erg hoog wren opgelopen, en om eventuele effecten vn chtergebleven roofmijten te neutrliseren, is eenmlig met Conserve gespoten (vijfde week n plnten, eind week 17). Vervolgens zijn in de zesde, zevende, chtste en negende week n plnten de roofmijten in de bedden gestrooid (respectievelijk week 18, 19, 20 en 21). Om de ntllen die uit de kweekzkjes lopen te benderen en om in de korte resterende tijd toch duidelijke verschillen te kunnen krijgen, zijn de gestrooide ntllen veel hoger dn wt momenteel in de prktijk gebruikelijk is. Elke behndeling is in twee verschillende rssen uitgevoerd en in 3 herhlingen. De behndelingen zijn over de bedden verloot, wrbij elk bed één herhling vn één behndeling bevt (in twee rssen). Ook ws er een controlebed wrin geen roofmijten zijn uitgezet. Vn beide roofmijtensoorten is telkens voor het uitzetten onderzocht wt de concentrtie roofmijten in de flessen met strooimteril ws. An de hnd vn deze telling is bepld hoeveel strooimteril per m 2 moest worden toegediend. In Tbel 2 zijn schemtisch de behndelingen weergegeven.

31 Proefks (2006) met fwisselend hlf plntbed Euro Sunny (geel) en hlf bed Woodpecker (ornje). Tbel 2. Antl uitgezette roofmijten/m 2 in de behndelingen A. cucumeris, A. swirskii, A. swirskii 1/3 en Controle. Teeltweek A. cucumeris A. swirskii A. swirskii 1/3 Controle 6e 1000 1000 300 0 7e 1000 1000 300 0 8e 500 500 150 0 9e 500 500 150 0 Totl 3000 3000 900 0 4.2.1.3 Beoordelingen Boven lle proefvkken hingen vnf drie weken n de strt vn de teelt signlplten (1 plt/vk) die wekelijks zijn beoordeeld. An het eind vn de teelt, n 10 weken, zijn lle vkken bemonsterd. Uit elk vk zijn, gelijkmtig verdeeld over het vk, 16 volledige tkken gehld en gespoeld in lcohol. Alle in de monsters nwezige insecten en mijten zijn geteld. Vn de volwssen roofmijten zijn microscoop preprten gemkt wrmee de roofmijten zijn gedetermineerd op soort. In een ntl proefvkken is Phytoseiulus persimilis ngetroffen (spontn opgetreden). Omdt deze spintroofmijten niet gelijk over de behndelingen verdeeld wren, hebben ze vermoedelijk de spintntllen in de vkken verschillend onderdrukt. Hiervoor is een sttistische correctie uitgevoerd, wrbij de nnme is gedn dt het ntl P. persimilis zich lineir verhoudt tot het ntl spint. De tellingen zijn sttistisch genlyseerd met de Wld-test.

32 Tbel 3. Schemtische weergve vn de uitvoering vn de roofmijtenproef 2006. week 12 plnten trips en spint uitzetten week 13 1 e week n plnten week 14 2 e week n plnten geleverde roofmijtenzkjes beoordeeld en fgekeurd week 15 3 e week n plnten introductie roofmijtenzkjes week 16 4 e week n plnten week 17 5 e week n plnten conserve bespuiting week 18 6 e week n plnten losse roofmijten uitzetten week 19 7 e week n plnten losse roofmijten uitzetten week 20 8 e week n plnten losse roofmijten uitzetten week 21 9 e week n plnten losse roofmijten uitzetten week 22 10 e week n plnten (oogst) bemonstering 4.2.2 Roofmijtenproef 2007 4.2.2.1 Proefkssen In twee proefkssen vn elk 144 m 2 is op 6 plntbedden chrysntenstek (Euro white) geplnt. De bedden wren c. 13 m lng en 1 m breed, en elk bed ws opgedeeld in drie proefvkken vn c. 3 m x 1 m. In elke ks wren telkens twee bedden met elk twee proefvkken voor A. cucumeris Bugline, twee bedden voor A. cucumeris strooien en twee bedden voor A. swirskii strooien. De twee proefvkken op een bed wren vn elkr gescheiden door een proefvk wrin geen roofmijten wren uitgezet. In Figuur 14 is dit schemtisch weergegeven. N een dg is verspreid over lle plntenbedden, in beide kssen, trips geïntroduceerd. In één vn de twee kssen is drnst ook spint geïntroduceerd. Deze plgintroducties zijn een week lter herhld. De proef is uitgevoerd in 2007 in week 18 tot week 28. 4.2.2.2 Introductie roofmijten In beide proefkssen zijn in week 20 de roofmijten in de proefvkken geïntroduceerd. Bugline (A. cucumeris lint) is eenmlig ingebrcht, het introduceren vn het strooimteril (A. cucumeris en A. swirskii; 100 roofmijten per m 2 ) is 6 keer met telkens een intervl vn een week uitgevoerd (zie Tbel 4). Bij de tweede bemonstering in week 24 werd in de ks wr lleen trips ws uitgezet toch spint ngetroffen. Drom is in week 24 en 25 een overdosis (165 roofmijten/m 2 per week) vn de specilistische spintroofmijt Phytoseiulus persimilis uitgezet.

33 ks 1 = trips ks 2 = trips + spint geen roofmijten A. cuc lint A. swirskii strooien A. cuc strooien Figuur 14. Ksschem roofmijtenproef 2008. Tbel 4. Schemtische weergve vn de uitvoering vn de roofmijtenproef 2007. 2008 Ks 1: trips Ks 2: trips + spint week 18 plnten trips uitzetten trips en spint uitzetten week 19 trips uitzetten trips en spint uitzetten week 20 introductie roofmijtenzkjes & strooien roofmijten (100/m 2 ) introductie roofmijtenzkjes & strooien roofmijten (100/m 2 ) week 21 strooien roofmijten (100/m 2 ) strooien roofmijten (100/m 2 ) week 22 bemonsteren strooien roofmijten (100/m 2 ) strooien roofmijten (100/m 2 ) week 23 strooien roofmijten (100/m 2 ) strooien roofmijten (100/m 2 ) week 24 bemonsteren strooien roofmijten (100/m 2 ); volvelds strooien roofmijten (100/m 2 ) P. persimilis uitzetten (165/m 2 ) week 25 strooien roofmijten (100/m 2 ); volvelds strooien roofmijten (100/m 2 ) P. persimilis uitzetten (165/m 2 ) week 26 bemonsteren week 27 week 28 oogst 4.2.2.3 Beoordelingen Beide kssen zijn in week 22, week 24 en week 26 bemonsterd, dt is respectievelijk twee, vier en zes weken n de eerste introductie vn de roofmijten (zie ook Tbel 4). Uit lle proefvkken zijn, gelijkmtig verdeeld over het vk, 16 volledige tkken gehld en gespoeld in lcohol. Alle in de monsters nwezige insecten en mijten zijn geteld. Vn de volwssen roofmijten zijn microscopische preprten gemkt wrmee de roofmijten zijn gedetermineerd op soort.

34 4.3 Resultten en discussie 4.3.1 Roofmijtenproef 2006 4.3.1.1 Trips Het ntl trips dt in de chrysntentkken bij oogst werden ngetroffen ws zeer lg, ook in de controle zonder roofmijten, met gemiddelden onder de 1 per tk. De verschillen tussen de behndelingen (zie Figuur 15) zijn niet sttistisch significnt en berusten op toevl. In Figuur 16 zijn de signlpltgegevens weergegeven. Omdt signlplten lleen volwssen tripsen registreren, geven zij slechts een indirect en in elk gevl vertrgd beeld vn de predtiedruk door roofmijten, die immers lleen lrven eten. Bovendien is de trips op een plt niet noodzkelijkerwijs fkomstig uit het onderliggende vk. Uit de verschillen tussen de plten in het eerste deel vn de teelt (voor de Conservebehndeling eind week 17) kn geen conclusie worden getrokken, gezien de kwliteitsproblemen met de geleverde roofmijtenzkjes (zie 4.2.2). De tellingen n de Conservebehndeling (eind week 17) weerspiegelen de tripsntllen enkele weken drvoor en kunnen niet meer beïnvloed zijn door de gestrooide roofmijten. Trips 10.0 euro woodpecker 8.0 Gem.ntl gem. ntl trips spint per per tk tk 6.0 4.0 2.0 - A.cucumeris (3000/m2) A.sw irskii (3000/m2) A.sw irskii (1000/m2) Controle Figuur 15. Gemiddeld ntl trips per tk bij oogst (10 weken n plnten) in de verschillende behndelingen, in de rssen Euro en Woodpecker. De s geven n dt de verschillen sttistisch getoetst zijn en dt de ntllen niet significnt verschillend zijn.

35 140 120 100 80 Antl trips op signlplt Euro A. cucumeris T.swirskii T.swirskii 1/3 Controle 140 120 100 80 Antl trips op signlplt Woodpecker A. cucumeris T.swirskii T.swirskii 1/3 Controle 60 40 Conserve 60 40 Conserve 20 20 0 16 17 18 19 20 21 weeknr in 2007 0 16 17 18 19 20 21 weeknr in 2007 Figuur 16. Gemiddeld ntl trips op signlplten boven de verschillende behndelingen, in de rssen Euro en Woodpecker. Net voor week 18 heeft in lle vkken een Conservebespuiting pltsgevonden. Roofmijten zijn gestrooid in week 19, 20 en 21. 4.3.1.2 Spint De gemiddelde spintntllen in de tkken met roofmijten ws nzienlijk lger dn die in de tkken zonder roofmijten (zie Figuur 17). In Woodpecker wren de spintntllen voor lle behndelingen hoger dn in Euro. Met nme in de controlevkken zonder roofmijten ws dit duidelijk: bijn 400 spint per tk in Euro tegen meer dn 1200 spint per tk in Woodpecker. A. swirskii uitgezet in de hoge dosering (totl 3000/m 2 ) blijkt significnt het grootste effect op spint te hebben (Figuur 17). In vergelijking tot de plnten wrin geen roofmijten zijn uitgezet, werd er 20 keer minder spint ngetroffen. Tussen A. cucumeris (3000/m 2 ) en A. swirskii in de lge dosering (900/m 2 ) zt sttistisch gezien geen verschil (beide b ). Met deze behndelingen werd circ 10 keer minder spint ngetroffen dn in de onbehndelde plnten. Uit deze resultten blijkt dt zowel A. cucumeris ls A. swirskii een significnt bestrijdend effect op spint heeft. In deze proef lijkt bovendien A. swirskii bij gelijke ntllen een sterker effect te hebben op spint dn A. cucumeris.

36 1,200 euro Spint woodpecker c gem. ntl spint per tk 900 600 300 b b - A.cucumeris (3000/m2) A.sw irskii (3000/m2) A.sw irskii (1000/m2) Controle Figuur 17. Gemiddeld ntl spint per tk bij oogst (10 weken n plnten) in de verschillende behndelingen, in de rssen Euro en Woodpecker. De letters, b en c geven n dt de verschillen tussen de behndelingen sttistisch getoetst zijn. De ntllen bij zijn significnt lger dn die bij b, en zowel ls b zijn significnt kleiner dn c. Blkjes met dezelfde letter zijn niet significnt verschillend vn elkr. Roofmijten (A.cucumeris of A.swirskii) 30 euro woodpecker gem. Gem.ntl roofmijten spint per per tk tk 24 18 12 6 c bc b - A.cucumeris (3000/m2) A.sw irskii (3000/m2) A.sw irskii (1000/m2) Controle Figuur 18. Gemiddeld ntl roofmijten per tk bij oogst (10 weken n plnten) in de verschillende behndelingen en rssen (Euro, Woodpecker). De letters, b en c geven n dt de verschillen sttistisch getoetst zijn en dt de ntllen bij significnt lger zijn dn die bij b, en dt en b significnt kleiner zijn dn c. Het blkje met de letters bc is niet significnt verschillend vn b of c.

37 4.3.1.3 Roofmijten De determinties toonden n dt de roofmijtensoorten bijn uitsluitend werden ngetroffen in plntvkken wr ze wren uitgezet. Dit lt zien (net ls in eerdere proeven) dt A. cucumeris noch A. swirskii zich ver in het chrysntengews verspreiden. Het ntl roofmijten dt bij oogst per plnt is geteld, ws lger dn het ntl dt gedurende de vier weken in totl per plnt ws uitgezet. 3000/m 2 komt overeen met circ 50 roofmijten per plnt uitgezet, terwijl gemiddeld 7 tot 17 roofmijten per plnt zijn geteld. Bij de lge dosering (900/m 2 ) zijn circ 15 roofmijten per plnt uitgezet en zijn 4 tot 10 roofmijten per plnt geteld. Een deel vn de roofmijten lijkt dus verloren te zijn gegn. De Conservebespuiting kn hierbij een rol hebben gespeeld en remmend hebben gewerkt op de eerste twee introducties (nwerking 1 tot 2 weken volgens neveneffectendtbse Koppert). Wt verder opvlt, is dt gelijke tellingen vn roofmijten in het gews (A. cucumeris en A. swirskii, zelfde dosering) wel hebben geleid tot significnte verschillen in ntllen spint. Met ndere woorden, de verschillende spintniveus in de A. cucumeris en A. swirskii vkken (zie 4.3.2) zijn het gevolg vn een effectievere predtie vn A. swirskii en niet vn een snellere popultieopbouw vn deze roofmijt. Dit verschil tussen de roofmijten is echter klein in verhouding tot het effect dt beide roofmijtensoorten hebben op spint (vergelijking met controle). 4.3.1.4 Rseffect Als er nuwkeuriger wordt gekeken nr de ntllen roofmijten en spint in de twee verschillende rssen, dn blijkt dt het tripsgevoelige rs Euro juist minder gevoelig is voor spint dn het minder-tripsgevoelige Woodpecker (Figuur 17). Als gevolg vn de betere spintontwikkeling zien we op Woodpecker meer roofmijten dn op Euro (Figuur 18, niet sttistisch significnt). Wt vervolgens opvlt is dt dit in veel grotere mte voor A. swirskii lijkt te gelden dn voor A. cucumeris, wnt op Woodpecker doet A. swirskii het bij gelijke ntllen beter dn A. cucumeris en op Euro juist (iets) slechter. A. swirskii lijkt zich dus op Woodpecker-spint beter te ontwikkelen dn Euro-spint. Dit heeft zich echter in deze - kortlopende - proef niet vertld in een slechtere spintbestrijding door A. swirskii op Euro. 4.3.2 Roofmijtenproef 2007 4.3.2.1 Invloed nwezigheid spint op tripsbestrijding In de ks wr geen spint is uitgezet, mr wel wt spint werd ngetroffen, wren de spintntllen bij oogst zeer lg, wt n de introductie vn P. persimilis toegeschreven kn worden. In de ks wr trips en spint wren uitgezet, ws n het eind vn de teelt nzienlijk meer trips nwezig dn in de ks wr lleen trips en geen spint ws uitgezet (Figuur 19). In beide kssen wren wel evenveel roofmijten (A. cucumeris en A. swirskii) uitgezet. Een knttekening bij dit resultt is dt de proeffctor prooi (lleen trips of trips en spint) niet in herhling is getoetst, wrdoor gevonden verschillen ook op een toevllig verschil in de strtpopulties kn berusten. Hiervoor zijn echter geen nwijzingen gevonden. Bij de eerste beoordeling werd iets meer trips ngetroffen in de ks wrin ook spint ws uitgezet, mr bij de tweede beoordeling ws dit juist iets minder (zie Bijlge II). Een verklring voor het gevonden verschil is dt de hoeveelheid trips meer is dn de uitgezette Amblyseius roofmijten nkn, omdt deze nu ook spint eten. Een ndere verklring is dt door de nwezigheid vn spint, trips beter n de rovers kn ontsnppen en trips zich beter kn ontwikkelen met spinteitjes ls lterntief voedsel. De hoeveelheid spint in het gews ws overigens niet vn dien rd dt er web ws gevormd wrin trips zich zou kunnen verschuilen. De tripsbestrijding in de ks met trips en spint hd verbeterd kunnen worden door de hoeveelheid roofmijten beter f te stemmen op de hoeveelheid prooi, dus door hogere ntllen roofmijten uit te zetten. De ks wrin lleen trips is uitgezet lt zien dt P. persimilis tegen spint uitzetten ook een effectieve npk kn zijn om de tripsbestrijding te verbeteren.

38 Antllen bij oogst (3e beoordeling) trips spint roofmijten 100 80 gem. ntl / tk 60 40 20 - ks met trips ks met trips + spint Figuur 19. Gemiddelde ntllen trips, spint en roofmijten per tk in ks wrin lleen trips of in ks wrin trips en spint zijn uitgezet. Vkken met verschillende behndelingen zijn gemiddeld. 4.3.2.2 Invloed introductiemethode voor roofmijten De vergelijking vn de vkken wr A. cucumeris in het gews is geïntroduceerd ls Bugline, met de vkken wrin A. cucumeris gedurende zes weken is gestrooid, levert informtie op over de effectiviteit vn beide methodieken. Bij de eerste beoordeling (Bijlge II, beoordeling 1) zien we nuwelijks verschil in ntllen trips of spint tussen beide behndelingen. Wel zijn er significnt meer A. cucumeris in het gews met Bugline nwezig. Bij de tweede beoordeling (Bijlge II, beoordeling 2) zien we echter meer trips en meer spint in de Buglinevkken, mr ongeveer evenveel roofmijten ls in de A. cucumeris strooivkken. Bij de derde beoordeling (Bijlge II, beoordeling 3) zijn met nme in de ks met de hoge trips- en spintntllen, nzienlijk meer trips en spint ngetroffen in de Buglinevkken, dn in de A. cucumeris strooivkken. Hieruit kn geconcludeerd worden dt het strooien vn A. cucumeris (6 x 100/m 2 ) in deze proef effectiever is geweest dn de Bugline. Hier moet echter een knttekening bij worden gepltst. In de ks met weinig prooi (lleen trips uitgezet) zijn de ntllen roofmijten in de Buglinevkken (met nme bij tweede en derde bemonstering) verrssend lg (Bijlge II). Dit duidt op niet goedwerkende zkjes. In de ks met veel prooi (trips en spint) worden met nme bij de derde beoordeling wel veel roofmijten in de Buglinevkken (19/plnt) en in de A. cucumeris strooivkken (15/plnt) ngetroffen. In de strooivkken duidt dit op een numerieke respons op de hoge proointllen, wnt op dt tijdstip zijn in totl 9,6 roofmijten per plnt uitgezet terwijl er 15 per plnt worden teruggevonden. Verwcht mg worden dt roofmijten in de Buglinevkken ook een numerieke respons lten zien. Er is geen reden om n te nemen dt de zkjes in deze ks beter hebben gewerkt dn in de ks met lge prooidichtheid. In de Buglinevkken is meer trips en spint ngetroffen dn in de A. cucumeris strooivkken, terwijl in de monsters uit Buglinevkken iets meer roofmijten werden geteld (Bijlge II, beoordeling 3). Een nnemelijke verklring hiervoor is dt de verdeling vn de roofmijten in de Buglinevkken minder goed is dn bij het strooien, wrdoor de trips en spint n de rnden vn het vk meer kns krijgen zich te ontwikkelen. Dit trekt het gemiddelde dn onevenredig omhoog. Vnwege het vermoeden dt de zkjes niet goed hebben gewerkt, kn uit deze proef geen conclusie worden getrokken over welke introductiemethode het meest effectief is.

39 4.3.2.3 A. cucumeris of A. swirskii Om de effectiviteit vn A. cucumeris en A. swirskii ls tripsbestrijders met elkr te vergelijken, zijn beide roofmijten in gelijke ntllen in verschillende proefvkken gestrooid (6 x 100 roofmijten/vk). Bij de eerste twee beoordelingen zijn de verschillen tussen de vkken in ntllen trips, spint en roofmijten verwrloosbr (Bijlge II, beoordeling 1 en 2). Bij de derde beoordeling (zes weken n de eerste en een week n de zesde roofmijtenintroductie) zien we echter in de ks met veel prooi veel meer A. cucumeris terug dn A. swirskii (resp. 15 en 4 roofmijten/tk). Op dt tijdstip wren gemiddeld 9,6 roofmijten per plnt uitgezet. Een verklring kn zijn dt A. cucumeris wel, en A. swirskii geen numerieke respons heeft vertoond. Het ntl trips is in de A. cucumeris vkken nvennt lger dn in de A. swirskii vkken. Dit resultt is tot op zekere hoogte in lijn met het resultt uit de roofmijtenproef vn 2006, wrbij op hetzelfde rs (Euro) A. swirskii zich minder goed ontwikkelt op spint dn A. cucumeris. In de proef vn 2006 wordt echter wel een significnt effect op spint wrgenomen (zie 4.3.1). In de proef vn 2007, wrbij er nst spint ook trips nwezig is, wordt geen significnt effect vn A. swirskii op trips of spint gevonden, mr er is bij de derde beoordeling geen goed vergelijk meer mogelijk met de controle, omdt in die vkken inmiddels net zoveel roofmijten nwezig zijn ls in de A. swirskii vkken. Met A. cucumeris zijn er wel significnte effecten op spint en trips wrgenomen; ook de roofmijtenntllen wren nzienlijk hoger dn in de controle vkken (Bijlge II, beoordeling 3). In de ks met lleen trips zijn de A. swirskii ntllen ongeveer gelijk n, mr zijn de A. cucumeris ntllen nzienlijk lger dn die in de ks met trips en spint. Dit kn veroorzkt zijn doordt A. cucumeris zich beter ontwikkelt op een dieet vn trips en spint dn lleen trips. Onderzoek uitgevoerd op komkommer lt zien dt A. swirskii wittevlieg beter kn bestrijden ls er ook trips in het gews nwezig is. Bovendien ontwikkelt de roofmijt zich beter bij een gevrieerd voedselnbod (Messelink, Onder Gls 3, mrt 2008, p20-21). We suggereren hier dt in chrysnt het verschil tussen beide roofmijtensoorten in respons op nwezigheid vn trips en/of spint het gevolg is vn ndere voorkeuren of dieetbehoeften. Dit zl nder onderbouwd moeten worden met proeven op lbortoriumschl. 4.4 Conclusies en nbevelingen Er is een duidelijk verschil in trips- en spintgevoeligheid tussen de rssen Euro en Woodpecker wrgenomen. Euro is gevoeliger voor trips, mr Woodpecker is gevoeliger voor spint. Bij nwezigheid vn lleen spint in een chrysntengews, hdden zowel Amblyseius cucumeris ls A. swirskii een nzienlijk effect op spint. (NB. In eerder onderzoek is er geen effect vn Amblyseius cucumeris op spint gevonden. Bij die proef ws er echter nzienlijk meer trips dn spint in het gews nwezig.) Herhlde introductie vn deze roofmijten in chrysnt heeft dus wrschijnlijk een remmend of voorkomend effect op spint. Bij nwezigheid vn spint en trips verloopt de tripsbestrijding met Amblyseius cucumeris en A. swirskii beter ls tegelijkertijd Phytoseiulus persimilis tegen spint wordt uitgezet. Bij gelijke ntllen roofmijten hd A. swirskii in het chrysntengews met lleen spint een iets sterker effect op spint dn A. cucumeris (lleen in Woodpecker). Op het rs Woodpecker met lleen spint en het rs Euro met voornmelijk trips lijkt A. swirskii zich beter te ontwikkelen dn A. cucumeris. Op het rs Euro met zowel trips ls spint ontwikkelde A. cucumeris zich juist beter. De effectiviteit vn de roofmijten lijkt dus ook f te hngen vn het geteelde rs en vn de nwezige plgen. Proeven op individu-niveu zijn nodig om te beplen of het verschil tussen beide roofmijtensoorten in respons op nwezigheid vn trips en/of spint het gevolg is vn ndere voorkeuren of dieetbehoeften.

40 Rskeuze vindt plts op bsis vn mrktfctoren. Binnen die grenzen is er echter soms wel een keuze mogelijk. Kiezen voor een minder gevoelig rs kn een belngrijk onderdeel zijn vn een geïntegreerde bestrijdingsstrtegie. Er kn echter sprke zijn vn tegenstrijdige gevoeligheden, zols bij de hier gebruikte rssen voor spint en trips. Voorkeur verdient dn te kijken welke ziekte of plg het grootste bestrijdingsknelpunt vormt en dn de rskeuze - indien er een keuze is binnen de mogelijkheden vn de mrkt - hierop f te stemmen. A. cucumeris noch A. swirskii verspreidden zich ver in het chrysntengews en bij prktijkconforme plgdichtheden is er nuwelijks sprke vn een popultieopbouw in het gews. Uit deze proef en eerdere proeven blijkt dt chrysnt eigenlijk niet zo n geschikt gews is voor deze roofmijtensoorten. Dit pleit voor het gebruik vn zkjes in hoge dichtheden (1 per m 2 ), uitgngsmteril vn hogere dichtheid of het wekelijks strooien vn roofmijten in reltief hoge ntllen om gedurende de teelt voldoende roofmijten in het gews te hebben. Een op termijn mogelijk goedkoper lterntief is het zoeken nr predtoren die zich beter thuisvoelen in het gews chrysnt.

41 5 Proef met biologische middelen Ellen Beerling & Rent vn Holstein, Wgeningen UR Glstuinbouw 5.1 Inleiding Recent hebben twee nieuwe biologische middelen op bsis vn een insectendodende schimmel een toelting gekregen in Nederlnd voor de wittevliegbestrijding. Het betreft Botnigrd, op bsis vn Beuveri bssin, en Preferl, met Pecilomyces fumosoroseus ls ctief ingrediënt. Deze middelen hebben net ls Mycotl (Verticillium lecnii) een effect op trips, mr hoe groot de effectiviteit is vn deze middelen ls tripsbestrijder in chrysnt, is niet bekend. Uit onderzoek blijkt dt Mycotl een goede tripsbestrijding kn geven (90% doding) mr dt dit resultt lng niet ltijd wordt bereikt. In een proef in chrysnt werd gevonden dt de bij Mycotl geleverde Addit wrschijnlijk een licht negtief effect heeft op roofmijten. Wt het effect is vn de olie-formulering vn Botnigrd op roofmijten, is nog onduidelijk. Met het insectendodende ltje Steinernem feltie (bijv. in product Nemsys F, Exhibitline SF of Entonem) zijn goede resultten geboekt, zowel in proefkssen (75% reductie vn trips) ls in prktijkproeven (vergelijkbr resultt ls chemisch). Geïntegreerd met Amblyseius cucumeris zkjes kn zelfs een tripsreductie vn 95% worden bereikt. Vnuit het onderzoek zijn er echter vrgen of een gewsbespuiting met deze tripsdodende ltjes de meest effectieve toedieningswijze is. Uit Cndees onderzoek blijkt nmelijk dt tripspoppen veel gevoeliger zijn voor de len dn de bldbewonende stdi (lrven en dulten). Angezien de kostprijs vn het product een belngrijk obstkel is voor brede toepssing in de prktijk, zou een efficiëntere toediening, bijvoorbeeld minder bespuitingen of lgere doseringen, zeer welkom zijn. Boven de proefvkken hngen signlplten.

42 5.2 Pln vn npk 5.2.1 Proefks In een proefks vn 240 m 2 (netto 125 m 2 ) zijn op 10 plntbedden de chrysntenrssen Woodpecker en Euro geplnt (een hlf bed per rs). N een dg zijn verspreid over lle plntenbedden spint en trips geïntroduceerd om een gelijkmtige verspreiding vn deze plgen over de proefvkken te krijgen. Elk plntbed bestond uit twee helften met drop de twee rssen. In elk hlf bed wren in drie proefvkken vn elk circ 1,5 m 2 fgezet. Dit resulteerde in 30 proefvkken in Woodpecker en 30 proefvkken in Euro. Tussen de vkken bevonden zich bufferzones vn zes mzen (75 cm) breed. Over deze proefvkken zijn in drie herhlingen 10 verschillende behndelingen geloot. De proef is uitgevoerd in week 12 t/m week 21, vn 20 mrt t/m 26 mei 2006. Voor het bemonsteren op trips worden tkken volledig uit het gews verwijderd. 5.2.2 Behndelingen De volgende behndelingen zijn uitgevoerd: 1) Nemsys F (ltjes) - plntbespuiting; preventieve dosering 2) Nemsys F (ltjes) - bodembespuiting; preventieve dosering? 3) Mycotl + stndrd dosering Addit 4) Mycotl + 30% vn stndrd dosering Addit 5) Mycotl (zonder Addit) 6) Botnigrd; stndrd dosering (of 2x?) 7) Preferl; stndrd dosering 8) Wter - plntbespuiting 9) Wter - bodembespuiting 10) Onbehndeld De bespuitingen hebben zes keer pltsgevonden met een week intervl tussen de toepssingen.