HANDLEIDING FME
INHOUD 1 ALGEMEEN...3 1.1 INLEIDING...3 1.2 BEGRIPPEN...3 1.2.1 Mapping Files...3 1.2.2 Datasets...3 2 UNIVERSAL TRANSLATOR...4 2.1 OVERZICHT...4 2.2 TOOLBAR...4 2.3 DATA TRANSFORMEREN...5 2.4 VOORBEELD...6 3 WORKBENCH...7 3.1 OVERZICHT...7 3.1.1 Opstartscherm...7 3.1.2 Workspace Wizard...8 3.1.3 Blank Workspace...11 3.1.4 Workspace Dialog...11 3.2 TOOLBARS...12 3.3 UITZICHT VAN DE WORKBENCH...13 3.3.1 Navigator...14 3.3.1.1 Personaliseren input... 14 3.3.1.2 Output Dataset Lokaliseren... 15 3.3.1.3 Personaliseren Output... 15 3.3.1.4 Aanpassen Attributen... 16 3.3.2 Het logvenster...17 3.3.3 Het Main-venster...17 3.3.3.1 Opvragen van de input-en outputparameters... 18 3.3.3.2 Aanpassen attributen... 18 3.3.3.3 Constante waarden... 19 3.4 GALLERY...21 3.4.1 Joiner...21 3.4.2 AttributeCreator...28 3.4.3 AttributeFilter...29 3.4.4 Tester...33 3.4.5 Listconcatenator...34 3.4.6 DuplicateRemover...34 3.4.7 GeometryCoercer...35 3.4.8 PointConnector...35 3.4.9 AttributeSplitter...36 3.4.10 NeighborFinder...37 4 UNIVERSAL VIEWER...38 4.1 OVERZICHT...38 4.2 TOOLBARS...38 4.3 DATA VIEWEN...39 4.4 UITZICHT VAN DE VIEWER...40 4.4.1 viewspace...40 4.4.2 Informatie tool...40 4.5 VOORBEELD...41 5 BIJLAGEN...42 5.1 LIJST MET FIGUREN...42 2
1 Algemeen 1.1 Inleiding FME (Feature Manipulation Engine) is een verzameling van Spatial ETL (Extract, Transform en Load) tools voor data transformatie en vertaling. Figuur 1 - Overzicht FME - FME Universal Translator Eenvoudig en snel transformeren van een bepaalde dataset naar een formaat naar keuze. - FME Universal Viewer Bekijken van verschillende types grafische bestanden (dxf, dgn, gml, ), ook mogelijkheid deze op te roepen vanuit de FME Workbench om een tussenresultaat te bekijken tijdens een transformatie. - FME Workbench Transformeren van data naar een ander formaat met de mogelijkheid om de data te filteren, aan te passen, Een uitgebreide Universal Translator 1.2 Begrippen 1.2.1 Mapping Files In een mapping file wordt beschreven hoe attributen uit verschillende type datasets aan elkaar moeten worden gelinkt. 1.2.2 Datasets Een verzameling van data van hetzelfde type, dit kan zowel een shape, gml, als databank bestand zijn. Een source dataset is de dataset waarvan wordt vertrokken, dit kunnen ook meerdere datasets zijn die worden samengevoegd. Een output (of destination) dataset is de dataset waarin de uiteindelijke data terechtkomt. 3
2 Universal Translator 2.1 Overzicht De Universal Translator wordt gebruikt om een standaard input dataset te transformeren naar een standaard output dataset. Er is geen manier om de datasets aan te passen naar eigen vorm, tenzij een custom mapping file (aangemaakt via de Workbench) beschikbaar is en geselecteerd wordt. 2.2 Toolbar De toolbar van de universal translator, is een snelle link naar de mogelijkheden van de translator. Genereer Mapping File Log doorzoeken Start Workbench Mapping opnieuw uitvoeren Log bewaren Window Word Wrap Data transformeren Stop transformeren Beheer Mapping Files Log kopiëren Log verder doorzoeken Figuur 2 - Universal Translator: Werkbalk Start Universal Viewer 4
2.3 Data Transformeren kies voor file translate (of klik op het logo translate data) het volgende venster bevat twee belangrijke onderdelen, de source en de destination. Hierin zullen alle instellingen van de te transformeren data, en de einddata ingesteld worden. selecteer het gewenste formaat van de te tranformeren data (format) selecteer de te transformeren data (Dataset) selecteer het geschikte coördinatensysteem (coordinate system) selecteer het gewenste formaat van de einddata (format) selecteer het doelbestand (Dataset) selecteer het geschikte coördinatensysteem (coordinate system) (of kies same as source) klik op ok om de transformatie te starten. Complexere transformaties, zullen uitgevoerd worden met de FME Workbench Formaat input dataset Input dataset Coordinaten Systeem Formaat output dataset Output dataset Coordinaten Systeem Figuur 3 - Universal Translater: Translate Data Workbench opstarten Mapping files Transformatie starten 5
2.4 Voorbeeld In onderstaand voorbeeld werd een ESRI shape-bestand omgezet naar een CAD-bestand met de universal translator. Bij deze omzetting worden de polygonen uit de shape automatisch omgezet naar polylijnen in het CAD-bestand. De bijhorende informatie (hoofdgebouw/bijgebouw) raakt verloren bij de omzetting Figuur 4 - Universal Translator: van ESRI shape naar autocad DWG 6
3 Workbench 3.1 Overzicht De universal translator wordt gebruikt voor snelle tranformaties van het ene formaat naar het andere. Deze gebeuren zo goed als automatisch. Wanneer echter ook de structuur of de geometrie van de data aangepast moet worden, is het noodzakelijk om de workbench te gebruiken. 3.1.1 Opstartscherm Bij het opstarten van de FME Workbench verschijnt standaard een keuzevenster met een aantal opties, zoals hiernaast getoond. De gebruiker krijgt de keuze tussen - create a blank workspace - use the workspace wizard - open the workspace dialog - open an existing workspace In vorige versies van FME (vb FME 2005), zijn er nog extra keuzemogelijkheden, zoals - create a custom format - create a custom tranformer maar deze zijn in de laatste versie van FME (FME 2007) verdwenen. Figuur 5 - Workbench Startscherm 2006 7
3.1.2 Workspace Wizard Om te transformeren data eenvoudig in te voegen wordt gekozen om de workspace wizard te gebruiken en zo eenvoudig een nieuwe workspace aan te maken. In volgend voorbeeld zal een ESRI Shapes als input dataset fungeren en een GML als output dataset. selecteer het formaat van het basisbestand hierbij krijg je de laatst gekozen formaten, door op het v-knopje te klikken, of alle mogelijke formaten door op het -knopje te klikken. kies voor next Reeds gebruikte formaten Meer formaten Figuur 6 - Selecteer Input Formaat 8
selecteer het basisbestand, door op het -knopje te klikken kies voor next Bestand selecteren Figuur 7 - Selecteer Input Dataset selecteer het formaat van het outputbestand hierbij krijg je de laatst gekozen formaten, door op het v-knopje te klikken, of alle mogelijke formaten door op het -knopje te klikken. kies voor next Reeds gebruikte formaten Meer formaten Figuur 8 - Selecteer Output Formaat 9
klik op finish om de workspace aan te maken. Figuur 9 - Maak Workspace Aan De workspace is nu voorgesteld in de workbench. Figuur 10 - Workbench Wizard Resultaat 10
3.1.3 Blank Workspace Deze optie maakt een lege workspace aan waarin de gebruiker zelf nog alle instellingen manueel moet doen. Er zijn hier dus ook geen dialoogvensters zoals bij de Workspace Wizard en Workspace Dialog die de gebruiker begeleidt met het instellen van de source en output datasets. 3.1.4 Workspace Dialog Indien voor deze optie wordt gekozen bij het opstarten, kan men het formaat en de dataset van het basisbestand instellen, en het formaat van het output-bestand. Deze werkwijze is vergelijkbaar met de workspace wizard, maar zonder uitleg bij elke stap. Figuur 11 - Workspace Dialog: Dialoog voor het inladen van datasets ingevuld Input settings instellen: Door het input-formaat te selecteren, worden er extra mogelijkheden vrijgegeven. Deze zijn te vinden onder settings. Bij settings kan onder andere ingesteld worden, - Of de input types per layer name, per geometry, of volgens een attribute schema opgesplitst moeten worden, - Of blocks geexplodeerd moeten worden of niet - Of zichtbare attribuutwaarden moeten omgezet worde naar tekstvelden, - Enz. Dit is dus zeker een heel belangrijke instelling, voor de input-bestanden. Figuur 12 - Input Settings 11
3.2 Toolbars Binnen de workbench zijn onmiddellijk een aantal toolbars te zien. Hierdoor zijn de meest gebruikte functies snel ter beschikking Bewaren workspace Object knippen Actie opnieuw doen Zoom Uit Nieuwe workspace Transformatie starten Object plakken Pan Feature Count tonen Open workspace Printen workspace Transformatie stoppen Object kopiëren Actie ongedaan maken Muispointer Zoom In Zoom Extend Destination Definitie toevoegen Auto layout Source Dataset toevoegen Visualiser toevoegen Ouput Dataset toevoegen Bookmark toevoegen Commentaar toevoegen Figuur 13 - Workbench Werkbalken 12
3.3 Uitzicht van de workbench Een workbench is steeds op dezelfde manier opgebouwd Links bevindt zich de navigator. Onder de navigator, bevindt zich de transformergallery, met de verschillende transformers. Rechts bevindt zich het main-venster, waarin de transformatie grafisch wordt voorgesteld. Helemaal onderaan, staat het logvenster, waarin alle foutmeldingen en acties tijdens het transformeren worden weergegeven. Door op de +-tekens te klikken, wordt alle extra informatie van de input- en output zichtbaar. Dit geldt zowel in de navigator, als in het mainvenster. Figuur 14 - Workspace Dialog: Ingeladen Datasets 13
3.3.1 Navigator In de navigator zijn verschillende componenten terug te vinden. - input datasets - output datasets - gebruikte transformers - published parameters - workspace settings Figuur 15 - Navigator 3.3.1.1 Personaliseren input Eens een input-bestand werd geselecteerd, kunnen de gegevens in de workbench zelf, opgevraagd en aangepast worden. Dit gebeurt in het navigatievenster. De gegevens instellingen worden opgesplitst in drie delen, - het coördinatensysteem. Dit moet ingevuld zijn, om een transformatie te kunnen laten uitvoeren. - de parameters. Door een dubbelklik op de parameterwaarden kunnen deze worden aangepast. Deze omschrijven ook de settings, die bij het input-formaat kunnen worden meegegeven. - de feature types: per feature type kunnen er verschillende attribuutwaarden meegegeven worden. Zo zal bij een block (of cell) de blocknaam belangrijk zijn, en bij een tekst, de inhoud van het tekstveld, Figuur 16 - Personaliseren Van De Input 14
3.3.1.2 Output Dataset Lokaliseren Bij het doorlopen van de wizard werd nog geen output dataset opgegeven, dit gebeurt door een dubbelklik op Destination GML Dataset uit te voeren en de output file te selecteren en het gml bestand waarin de output komt aan te geven. De output dataset (hier een gml bestand) moet dus reeds aangemaakt zijn. Figuur 17 - Lokaliseren Output Dataset 3.3.1.3 Personaliseren Output Ook bij de output, zijn de mogelijkheden aanwezig om parameters, featuretypes en coordinate system in te stellen. Figuur 18 - Workbench: Personaliseren Output 15
3.3.1.4 Aanpassen Attributen klik de feature types van de input of de output-bestanden open. klik rechts op de naam van het attribuut in de boomstructuur pas de naam van de attributen aan, of het datatype Pas actief indien attribuut niet verbonden is of wanneer Disconnect Attribute werd uitgevoerd. Aanpassen naam Aanpassen datatype Figuur 19 - Workbench: Aanpassen Attributen 16
3.3.2 Het logvenster Hierin worden alle foutmeldingen en acties tijdens het transformeren weergegeven. Figuur 20 - Het Logvenster 3.3.3 Het Main-venster In het mainvenster wordt de transformatie grafisch voorgesteld. - Links de source-types, bepaald door de input-data - Rechts de destination-types, bepaald door de output data - Er tussenin de data-flow. Deze zorgt voor de eigenlijke transformatie. Figuur 21 - Het Mainvenster 17
3.3.3.1 Opvragen van de input-en outputparameters klik op het -teken bij de inputdata of outputdata. De verschillende parameters van de data worden getoond, in aparte tabbladen. Figuur 22 - Opvragen Van Input- En Outputparameters 3.3.3.2 Aanpassen attributen klik op het +-teken bij de inputdata of de outputdata. De attributen worden uitgeklapt. klik rechts op het attribuut Figuur 23 - Aanpassen Van De Attributen 18
3.3.3.3 Constante waarden Maak een attribuut aan bij de output datasource. Figuur 24 - Aanmaken Van Een Nieuw Attribuut Nieuw attribuut Klik rechts op het net aangemaakt attribuut en kies voor Set to Constant Value. Figuur 25 - Omzetten Naar Constante Waarde 19
Tik de gewenste waarde in en druk op enter. Figuur 26 - Invoegen Van De Constante Waarde Figuur 27 - Eindresultaat Constante Waarde 20
3.4 Gallery Alle mogelijke transformers die in FME beschikbaar zijn, zijn terug te vinden in de Gallery. Deze is zo opgebouwd, dat je snel een onderscheid kan maken tussen: - all: alle transformers - categorized: gesorteerd per type - recent: recent gebruikte transformers onderin het grijze gedeelte, vind je steeds een korte omschrijving, wat de transformer doet. Standaard bevat FME een aantal voorgedefinieerde transformers die taken kunnen uitvoeren zoals het samenvoegen van data, aanmaken van extra attributen, tellen van de entiteiten, filteren van entiteiten,... Deze transformers kunnen als grafische component op de workspace gesleept worden. Figuur 28 - De Attribuut-Gallery 3.4.1 Joiner Haalt waarden uit een databank en linkt deze via een gemeenschappelijke sleutel aan waarden uit een andere dataset. Er zijn verschillende types databanken die kunnen gebruikt worden: - Access MDB - ODBC connectoren - Oracle 7 en 8 attribuut tabbellen - dbase II bestanden - CSV (Comma Seperated Values) - PostgreSQL / PostGIS tabellen - XLS - DB2 - Microsoft SQL Server In dit voorbeeld wordt een databank (*.mdb) gelinkt aan de grafische data uit een ESRI Shape file. Figuur 29 - Joiner - Algemeen Zorg ervoor dat de joiner aan een input dataset is gekoppeld, deze dataset moet dan worden samengevoegd met data uit een databank aan de hand van een overeenkomende sleutel tussen de tabel uit de databank en de features uit de dataset. 21
Figuur 30 - Joiner Openingsvenster Figuur 31 - Joiner: Selecteren Databank 22
Figuur 32 - Joiner: Selecteren Tabel Figuur 33 - Joiner: Primair Sleutel Geselecteerde Tabel Aanduiden 23
Figuur 34 - Joiner: Sleutel Dataset Aanduiden En Koppelen Met Deze Van Tabel Figuur 35 - Joiner: Selecteer Kolommen Die Moeten Beschikbaar Zijn 24
Keuze A Keuze B Keuze C Keuze D Figuur 36 - Joiner: Relatie Tussen Key Bepalen In bovenstaand voorbeeld kan worden bepaald hoe de relaties tussen de aangeduide sleutels moeten worden behandeld: - Keuze A Er is geen of juist één feature dat overeenkomt met een rij uit de databank. Indien dit niet het geval is, zal er een fout worden gegenereerd. - Keuze B Elke feature zal worden gelinkt aan de eerste rij uit de tabel die overeenkomt. Er kunnen dus geen, één of meerdere rijen uit de tabel gelinkt worden aan de overeenkomende rij, maar enkel de eerste overeenkomst die wordt gevonden zal worden gelinkt. - Keuze C Elke feature moet overeenkomen met juist één rij uit de database, indien dit niet het geval is wordt een fout gegenereerd. - Keuze D Elke feature kan worden gekoppeld aan x aantal overeenkomstige rijen uit de tabel. 25
Mag blanco blijven of gelijk welke waarde hebben (geen speciale tekens zoals spaties!) Figuur 37 - Joiner: Prefix Aan Attribuutnamen Uit Databank Spaties in sleutelwaardes Geen spaties in sleutelwaardes Figuur 38 - Joiner: Spaties Verwijderen Uit Sleutelwaarden 26
Standaardwaarde laten staan Figuur 39 - Joiner: Gebruikte Chache Grootte Mag blanco blijven Figuur 40 - Workbench: Joiner In Actie De databank hoeft niet apart te worden toegevoegd als source dataset, de samenvoeging van de data gebeurd volledig via de joiner. 27
3.4.2 AttributeCreator Een AttributeCreator voegt een attribuut met een constante waarde toe aan een feature. Naam attribuut Waarde attribuut Figuur 41 - Attributecreator Algemeen En Detail Bij de output dataset worden ook attributen bijgevoegd die daarna gekoppeld worden met de attributen die door de AttributeCreator werden aangemaakt. Figuur 42 - Attributecreator - Output 28
3.4.3 AttributeFilter Afhankelijk van de waarde van een bepaald attribuut wordt de output naar een apart kanaal doorgegeven. De output van deze filter wordt dus ingedeeld volgens de waardes die het opgegeven attribuut kan bevatten en daarna apart worden behandeld door bijvoorbeeld extra attributen of attributen met andere waardes toe te voegen vooraleer het resultaat naar de output dataset gaat. Figuur 43 - Attributefilter Algemeen Zorg er steeds voor dat de AttributeFilter verbonden is met een source dataset. Figuur 44 - AttributeFilter: Selecteren Van Dataset 29
Figuur 45 - AttributeFilter: Selecteren Feature Types Figuur 46 - AttributeFilter: Selecteren Van Het Te Scannen Attribuut 30
Figuur 47 - AttributeFilter: Aangeven Van Het Resultaat Figuur 48 - AttributeFilter: Overzicht Gevonden Waarden Volgens Aangegeven Attribuut 31
Figuur 49 - AttributeFilter: Resultaat Van Het Uitvoeren Voor elke verschillende waarde die werd gevonden wordt een aparte output gemaakt. Elke waarde kan dus worden apart behandeld en bijvoorbeeld gecombineerd worden met een AttributeCreator die voor die specieke output een attribuut met een bepaald waarde creëert en bij de uiteindelijke output voegt. 32
3.4.4 Tester Deze transformer voert een test uit. Afhankelijk van de resultaten van de test (passed of failed) kan een andere output gekozen worden. Voorwaarde die getest zal worden. Figuur 50 - Tester - Algemeen En Detail 33
3.4.5 Listconcatenator Deze transformer plakt alle waarden uit een lijst, in één attribuut. De naam van het attribuut kan meegegeven worden, alsook het teken, waarmee de velden gesplitst moeten worden. Deze transformer is nuttig, voor bvb alle attributen uit één cell, samen voor te stellen. attributen die samengevoegd zullen worden teken waardoor de waarden gescheiden worden nieuw attribuut, waarin de waarden opgeslagen zullen worden Figuur 51 - Listconcatenator Algemeen En Detail 3.4.6 DuplicateRemover. Deze transformer zoekt objecten die identiek zijn aan elkaar. Er wordt als output een onderscheid gemaakt, tussen de unieke objecten, en de dubbele objecten. In het detailvenster kan weergegeven worden, op basis van welk attibuut moet gechecked worden, of een object een duplicate is van een ander object. Figuur 52 - Duplicate Remover Algemeen En Detail 34
3.4.7 GeometryCoercer Deze transformer verandert objecten van basisuitzicht. Zo kunnen van polygonen lijnen gemaakt worden, van lijnen punten, etc. In het detailvenster kan ingegeven worden, naar welke geometrie een object moet omgezet worden. Figuur 53 - GeometryCoercer Algemeen En Detail 3.4.8 PointConnector Deze transformer verbindt punten met elkaar tot lijnen of polygonen. Als er maar één punt gevonden wordt, blijft het type een punt. Worden er meerdere gevonden, vormen ze een lijn. Wordt het eindpunt en het beginpunt als hetzelfde gevonden, dan vormen ze een gesloten polygoon. Figuur 54 - PointConnector - Algemeen In het detailvenster kan aangegeven worden, op basis van welk veld, er een mogelijke splitsing van de aaneenschakeling van lijnen moet gebeuren. In dit voorbeeld zal dit gebeuren op basis van het veld waarde. Alle punten met dezelfde waarde worden nu verbonden. Figuur 55 - PointConnector - Detail 35
3.4.9 AttributeSplitter Deze transformer splitst de waarden van een bepaald attribuut, op basis van een scheidingsteken. Het eindresultaat is een list. Attribuutwaarde die gesplitst zal worden Scheidingsteken Naam van de list, waarin gesplitst wordt Figuur 56 - AttributeSplitter Algemeen En Detail De output van deze transformer is een list. Elke waarde uit de list kan nu als apart attribuut aangeroepen worden. Uit deze functie ontstaan twee listwaarden. Elke waarde op zich, kan nu als apart attribuut gebruikt worden, bij de output. Figuur 57 - AttributeSplitter - Output 36
3.4.10 NeighborFinder Deze functie wordt gebruikt, om gegevens van een object te koppelen aan een ander object, dat zich in de buurt bevindt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de base, het object waaraan gegevens gekoppeld worden, en de candidate, object dat het dichtst bij het base object ligt, en dat attributen doorgeeft. In het voorbeeld hieronder, wordt de straatnaam, die als tekst op de tekening staat, gekoppeld aan de lijn, as van de weg. Gebroeders desmetstraat Tekst = candidate lijn = base De output bevat informatie over de candidate, maar de geometrie van de base. Base zonder candidate, of Wegas zonder straatnaam Candidate zonder base, of straatnaam zonder wegas De maximale afstand waarop een candidate wordt gezocht Creëren van lists, met alle attributen van de geteste, en dichtst bijzijnde candidaten Figuur 58 - Neighborfinder - Algemeen En Detail Opmerking: deze transformer levert niet altijd het gewenste resultaat. 3.0 3.5 bij beide maten zal de waarde 3.0 toegevoegd worden. Omdat deze het dichtst bij de beide maatpijlen staat. Toch zouden we als resultaat bij de ene maat 3.0 willen toegevoegd zien, bij de andere maat 3.5. 37
4 Universal Viewer 4.1 Overzicht De Universal Viewer kan allerlei dataformaten inlezen en tonen, data uit verschillende formaten samen voorstellen, en exporteren. Ook is er mogelijkheid om de attributen die aan de grafische informatie kunnen hangen te tonen. 4.2 Toolbars Binnen de viewer zijn onmiddellijk een aantal toolbars te zien. Hierdoor zijn de meest gebruikte functies snel ter beschikking Toevoegen dataset Printen Hernieuwen View Opslaan Viewspace Printen Meten Inladen dataset Opslaan View View Openen View Sluiten Printen Info feature Pan Zoom gemarkeerde Zoom Uit Undo Stop tekenen Dynamische Attributen Zoom In Zoom Extend Locatie Markeren Zoom Redo selectie Figuur 59 - Universal Viewer: Werkbalk 38
4.3 Data viewen open de universal viewer kies voor file open dataset selecteer het gewenste formaat selecteer de te viewen dataset kies een mogelijk coordinatensysteem voor projectie klik OK - Geeft de laatst gekozen formaten weer - Selecteer andere formaten - Selecteer de te viewen dataset - Geeft de laatst gekozen coordinatensystemen weer - selecteer andere coordinatensystemen Figuur 60 - Universal Viewer: Inladen Data 39
4.4 Uitzicht van de viewer coordinatensysteem scrollpijltjes Ingeladen data (view) Data grafisch voorgesteld Geselecteerde data Figuur 61 - Universal Viewer: Data Ingeladen (GML In Voorbeeld) Attributen geselecteerde data Meer grafische informatie informatie 4.4.1 viewspace In de Viewspace bestaat de mogelijkheid om - meerdere views te maken. - Meerdere datasets toe te voegen aan eenzelfde view - Meerdere layers toe te voegen aan één dataset. Deze worden dan allemaal boven elkaar getoond in dezelfde view, indien ze over hetzelfde coordinatensysteem beschikken. 4.4.2 Informatie tool In de information tool vind je alle informatie terug over de geselecteerde data. Informatie opvragen gebeurt met de information-feature. Als meerdere objecten geselecteerd zijn, kan met de scrollpijltjes van het ene object naar het andere gesprongen worden. Alle ingevulde attribuutwaarden zijn hier terug te vinden. Meer info over het coördinatensysteem, kan gevonden worden door op de te klikken. 40
4.5 Voorbeeld In onderstaand voorbeeld wordt data in verschillende formaten ingeladen, uit hetzelfde gebied. - GEOtiff, orthofoto in zwartwit - DGN, kabel en leidinginformatie van electriciteit, laagspanning - SHP, de gebouwen (GBG) uit het GRB Zonder iets te moeten doen, worden bovenstaande formaten mooi boven elkaar gelegd in de viewer. In de legende kan ook het uitzicht verder bepaald worden. Figuur 62 - Universal Viewer: combinatie van verschillende formaten 41
5 BIJLAGEN 5.1 Lijst met figuren Figuur 1 - Overzicht FME...3 Figuur 2 - Universal Translator: Werkbalk...4 Figuur 3 - Universal Translater: Translate Data...5 Figuur 4 - Universal Translator: van ESRI shape naar autocad DWG...6 Figuur 5 - Workbench Startscherm 2006...7 Figuur 6 - Selecteer Input Formaat...8 Figuur 7 - Selecteer Input Dataset...9 Figuur 8 - Selecteer Output Formaat...9 Figuur 9 - Maak Workspace Aan...10 Figuur 10 - Workbench Wizard Resultaat...10 Figuur 11 - Workspace Dialog: Dialoog voor het inladen van datasets ingevuld...11 Figuur 12 - Input Settings...11 Figuur 13 - Workbench Werkbalken...12 Figuur 14 - Workspace Dialog: Ingeladen Datasets...13 Figuur 15 - Navigator...14 Figuur 16 - Personaliseren Van De Input...14 Figuur 17 - Lokaliseren Output Dataset...15 Figuur 18 - Workbench: Personaliseren Output...15 Figuur 19 - Workbench: Aanpassen Attributen...16 Figuur 20 - Het Logvenster...17 Figuur 21 - Het Mainvenster...17 Figuur 22 - Opvragen Van Input- En Outputparameters...18 Figuur 23 - Aanpassen Van De Attributen...18 Figuur 24 - Aanmaken Van Een Nieuw Attribuut...19 Figuur 25 - Omzetten Naar Constante Waarde...19 Figuur 26 - Invoegen Van De Constante Waarde...20 Figuur 27 - Eindresultaat Constante Waarde...20 Figuur 28 - De Attribuut-Gallery...21 Figuur 29 - Joiner - Algemeen...21 Figuur 30 - Joiner Openingsvenster...22 Figuur 31 - Joiner: Selecteren Databank...22 Figuur 32 - Joiner: Selecteren Tabel...23 Figuur 33 - Joiner: Primair Sleutel Geselecteerde Tabel Aanduiden...23 Figuur 34 - Joiner: Sleutel Dataset Aanduiden En Koppelen Met Deze Van Tabel...24 Figuur 35 - Joiner: Selecteer Kolommen Die Moeten Beschikbaar Zijn...24 Figuur 36 - Joiner: Relatie Tussen Key Bepalen...25 Figuur 37 - Joiner: Prefix Aan Attribuutnamen Uit Databank...26 Figuur 38 - Joiner: Spaties Verwijderen Uit Sleutelwaarden...26 Figuur 39 - Joiner: Gebruikte Chache Grootte...27 Figuur 40 - Workbench: Joiner In Actie...27 Figuur 41 - Attributecreator Algemeen En Detail...28 Figuur 42 - Attributecreator - Output...28 Figuur 43 - Attributefilter Algemeen...29 Figuur 44 - AttributeFilter: Selecteren Van Dataset...29 Figuur 45 - AttributeFilter: Selecteren Feature Types...30 Figuur 46 - AttributeFilter: Selecteren Van Het Te Scannen Attribuut...30 Figuur 47 - AttributeFilter: Aangeven Van Het Resultaat...31 Figuur 48 - AttributeFilter: Overzicht Gevonden Waarden Volgens Aangegeven Attribuut...31 42
Figuur 49 - AttributeFilter: Resultaat Van Het Uitvoeren...32 Figuur 50 - Tester - Algemeen En Detail...33 Figuur 51 - Listconcatenator Algemeen En Detail...34 Figuur 52 - Duplicate Remover Algemeen En Detail...34 Figuur 53 - GeometryCoercer Algemeen En Detail...35 Figuur 54 - PointConnector - Algemeen...35 Figuur 55 - PointConnector - Detail...35 Figuur 56 - AttributeSplitter Algemeen En Detail...36 Figuur 57 - AttributeSplitter - Output...36 Figuur 58 - Neighborfinder - Algemeen En Detail...37 Figuur 59 - Universal Viewer: Werkbalk...38 Figuur 60 - Universal Viewer: Inladen Data...39 Figuur 61 - Universal Viewer: Data Ingeladen (GML In Voorbeeld)...40 Figuur 62 - Universal Viewer: combinatie van verschillende formaten...41 43