Naam: Studierichting: Naam assistent:

Vergelijkbare documenten
(Assistenten zijn Sofie Burggraeve, Bart Jacobs, Annelies Jaspers, Nele Lejon, Daan Michiels, Michael Moreels, Berdien Peeters en Pieter Segaert).

Tussentijdse Toets Wiskunde 2 1ste bachelor Biochemie & Biotechnologie, Chemie, Geografie, Geologie en Informatica april 2011

Examen G0O17E Wiskunde II (3sp) maandag 10 juni 2013, 8:30-11:30 uur. Bachelor Geografie en Bachelor Informatica

Tentamen Calculus 2 25 januari 2010, 9:00-12:00 uur

Radboud Universiteit Nijmegen Tentamen Calculus 1 NWI-NP003B 4 januari 2013,

UNIVERSITEIT TWENTE Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

8. Differentiaal- en integraalrekening

== Uitwerkingen Tentamen Analyse 1, WI1600 == Maandag 10 januari 2011, u

Examen G0U13 Bewijzen en Redeneren Bachelor 1ste fase Wiskunde. vrijdag 31 januari 2014, 8:30 12:30. Auditorium L.00.07

== Tentamen Analyse 1 == Maandag 12 januari 2009, u

Functies van één veranderlijke

1. (a) Gegeven z = 2 2i, w = 1 i 3. Bereken z w. (b) Bepaal alle complexe getallen z die voldoen aan z 3 8i = 0.

dx; (ii) * Bewijs dat voor elke f, continu ondersteld in [0, a]: dx te berekenen.(oef cursus) Gegeven is de bepaalde integraal I n = π

Definitie: Een functie f heeft een absoluut maximum f(x 0 ) in het punt. x 1 Domein(f) als voor alle x Domein(f) geldt:

TENTAMEN ANALYSE 1. dinsdag 3 april 2007,

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Uitwerking Tentamen Calculus, 2DM10, maandag 22 januari 2007

Paragraaf 2.1 : Snelheden (en helling)

Paragraaf 2.1 : Snelheden (en helling)

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde B. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

UNIVERSITEIT TWENTE Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

Technische Universiteit Delft Tentamen Calculus TI1106M - Uitwerkingen. 2. Geef berekeningen en beargumenteer je antwoorden.

Wiskunde met (bedrijfs)economische toepassingen

Tentamen Functies en Reeksen

Reeksnr.: Naam: t 2. arcsin x f(t) = 2 dx. 1 x

Aanvullingen van de Wiskunde

11.0 Voorkennis. Optellen alleen bij gelijknamige termen: 3a 3 + 4a 3 = 7a 3. Bij macht van een macht exponenten vermenigvuldigen: (a 5 ) 4 = a 20

Tentamen Wiskundige Technieken 1 Ma 6 nov 2017 Uitwerkingen

integreren is het omgekeerde van differentiëren

Uitwerkingen tentamen Wiskunde B 16 januari 2015

7.1 De afgeleide van gebroken functies [1]

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak. Veronderstel dat een kromme in het vlak gegeven is door een parametervoorstelling

Studiewijzer Calculus 1 voor Bouwkunde (2DB80), cursus 2008/2009

Inhoud college 5 Basiswiskunde Taylorpolynomen

Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Tentamen 4 november 2013

ax + 2 dx con- vergent? n ln(n) ln(ln(n)), n=3 (d) y(x) = e 1 2 x2 e 1 2 t2 +t dt + 2

UNIVERSITEIT TWENTE Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

18.I.2010 Wiskundige Analyse I, theorie (= 60% van de punten)

Voorbeeldtentamen Wiskunde B

Examen G0U13 Bewijzen en Redeneren Bachelor of Science Fysica en Wiskunde. vrijdag 3 februari 2012, 8:30 12:30

Centrale Commissie Voortentamen Wiskunde Uitwerkingen Voortentamen Wiskunde B 11 juni 2012

Analyse I. 2. Formuleer en bewijs de formule van Taylor voor een functie f : R R. Stel de formules op voor de resttermen van Lagrange en Liouville.

Analyse I. 1ste Bachelor Ingenieurswetenschappen Academiejaar ste semester 12 januari 2010

Calculus I, 23/11/2015

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak

Toets 3 Calculus 1 voor MST, 4501CALC1Y donderdag 20 oktober 2016; 13:30-15:30 uur


UNIVERSITEIT TWENTE Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

Functies van één veranderlijke

Korte handleiding Maple, bestemd voor gebruik bij de cursus Wiskunde

UNIVERSITEIT TWENTE Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

Oefenexamen 2 H1 t/m H13.2 uitwerkingen. A. Smit BSc

Wiskunde 2 september 2008 versie Dit is een greep (combinatie) van 3 uit 32. De volgorde is niet van belang omdat de drie

(g 0 en n een heel getal) Voor het rekenen met machten geldt ook - (p q) a = p a q a

A = b c. (b) Bereken de oppervlakte van het parallellogram dat opgespannen wordt door b en c. Voor welke p is deze oppervlakte minimaal?

10.0 Voorkennis. Herhaling van rekenregels voor machten: a als a a 1 0[5] [6] Voorbeeld 1: Schrijf als macht van a:

Wiskundige Technieken

Wiskunde: Voortgezette Analyse

Examenvragen Wiskundige Analyse I, 1ste examenperiode

13.0 Voorkennis. Links is de grafiek van de functie f(x) = 5x 4 + 2x 3 6x 2 5 getekend op het interval [-2, 2]; Deze grafiek heeft drie toppen.

Hertentamen Calculus 1 voor MST, 4051CALC1Y vrijdag 6 november 2015; uur

Voorbeeldtentamen Wiskunde B

1.1 Differentiëren, geknipt voor jou

Samenvatting Wiskunde B

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Calculus C (2WCB1) op zaterdag 25 januari 2014, 9:00 12:00 uur

15.0 Voorkennis. Herhaling rekenregels voor differentiëren: (somregel) (productregel) (quotiëntregel) n( x) ( n( x))

Centrale Commissie Voortentamen Wiskunde Uitwerkingen Voortentamen Wiskunde B 28 januari 2013

Radboud Universiteit Nijmegen Tentamen Analyse 1 WP001B 26 augustus 2010, , Examenzaal

Oefenexamen Wiskunde Semester

Inhoud. Aan de student. Studiewijzer. Aan de docent. Over de auteurs. Hoofdstuk 0 Basiswiskunde 1

Inhoud college 4 Basiswiskunde. 2.6 Hogere afgeleiden 2.8 Middelwaardestelling 2.9 Impliciet differentiëren 4.9 Linearisatie

V.4 Eigenschappen van continue functies

Basiskennistoets wiskunde

Paragraaf 2.1 Toenamediagram

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

1. (a) Formuleer het Cauchy criterium voor de convergentie van een reeks

== Hertentamen Analyse 1 == Dinsdag 25 maart 2008, u

Toegepaste Wiskunde. voor het hoger beroepsonderwijs. Correcties en aanvullingen (mei 2009) HBuitgevers, Baarn

2.0 Voorkennis. Herhaling merkwaardige producten: (A + B) 2 = A 2 + 2AB + B 2 (A B) 2 = A 2 2AB + B 2 (A + B)(A B) = A 2 B 2

Zelftest wiskunde voor Wiskunde, Fysica en Sterrenkunde

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde A. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

Functies van één veranderlijke

6.0 Differentiëren Met het differentiequotiënt bereken je de gemiddelde verandering per tijdseenheid.

Examen G0U13 - Bewijzen en Redeneren,

CALCULUS 2. najaar Wieb Bosma (naar aantekeningen van Arno van den Essen) Radboud Universiteit Nijmegen

1e bachelor ingenieurswetenschappen Modeloplossing examen oefeningen analyse I, januari y = u sin(vt) dt. wordt voorgesteld door de matrix

college 6: limieten en l Hôpital

Transcriptie:

Naam: Tussentijdse Toets Wiskunde I ste bachelor Biochemie & Biotechnologie, Chemie, Geografie, Geologie, Informatica, Schakelprogramma Master Toegepaste Informatica, Master Chemie donderdag 4 november 3, 8:3-: uur in auditoria K..7 en L..7 Studierichting: Naam assistent: (Assistenten zijn: Emmanuel Bultot, Sander Devriendt, Maciej Haneczok, Hilde Hoegaerts, Jonas Kaerts, Tristan Kuijpers, Nele Lejon, Berdien Peeters, Céline Pringels, Jasper Van Hirtum en Sofie Van Thielen). Deze toets is bedoeld om u vertrouwd te maken met de wijze van ondervraging op het examen en om te testen of u de stof die tot nu toe behandeld is voldoende beheerst. Alle vragen tellen even zwaar mee. U mag gebruik maken van de cursus Wiskunde I en van een rekenmachine (grafisch is toegestaan, een symbolisch niet). Schrijf de antwoorden duidelijk leesbaar op in goede Nederlandse zinnen. Begin het antwoord op elke vraag op een nieuw blad. Vermeld uw naam op elk blad. Vermeld op dit blad ook de naam van uw assistent. Succes!

Naam: Studierichting: Vraag Neem p R met p > en f(x) = ( + x) p voor x. 3pt (a) Bereken de raaklijn aan de grafiek van f in het punt (a, f(a)) als a. Bereken ook de snijpunten van de raaklijn met de coördinaatassen. 4pt (b) Het volume van het omwentelingslichaam dat ontstaat door de grafiek van f te wentelen rond de x-as is [f(x)] dx. Voor welke p > is de oneigenlijke integraal convergent? Bereken het volume voor die waarden van p. 3pt (c) Stel een integraal op voor het volume van het omwentelingslichaam dat ontstaat door de grafiek van f rond de y-as te wentelen. U hoeft deze integraal niet uit te rekenen. (a) Antwoord: De afgeleide is f p (x) =. Voor x = a geldt ( + x) p+ f(a) = en f p (a) = ( + a) p ( + a). p+ De vergelijking van de raaklijn is in het algemeen en dat wordt dus in dit geval y = y = f(a) + f (a)(x a) ( + a) p (x a). () p ( + a) p+ Het snijpunt met de y-as krijgen we door x = in te vullen. Dit levert y = ( + a) p + a + ap ( a) = p ( + a) p+ ( + a). p+

Het snijpunt met de y-as is dus (, +a+ap ) (+a) p+ Het snijpunt met de x-as krijgen we door y = in te vullen in (). Dan is = ( + a) p (x a) p ( + a) p+ oftewel p ( + a) (x a) = p+ ( + a). p Als we dit oplossen naar x vinden we x = a + ( + a)p+ p ( + a) = a + + a p p Het snijpunt met de x-as is bijgevolg ( +a+ap p, ) = + a + ap. p (b) De integraal wordt dx () ( + x) p hetgeen een oneigenlijke integraal is. We nemen b > en berekenen eerst de integraal over het interval [, b]. De onbepaalde integraal is { ( + x) p p dx = ( + x) p + C als p, ln( + x) + C als p =. Bijgevolg is b [ ] b dx = ( + x) p ( + x) p p = ( ( + b) p ) als p p en b ( + x) p dx = [ln( + x)]b (3) = ln( + b) als p =. (4) 3

Voor de oneigenlijke integraal moeten we de limiet nemen voor b +. Er geldt lim ln( + b) = + en dus volgt uit (4) dat de integraal divergent b + is voor p =. Verder geldt lim ( + b b) p = { + als p >, d.w.z. als p <, als p <, d.w.z. als p >. Uit (3) volgt dus dat de integraal divergent is voor p < en convergent is voor p > met waarde ( dx = lim ( + x) p ( + b) p ) b p = ( ) p = p als p >. Merk op dat dit strikt positief is omdat p >. In () is er nog een factor, zodat het eindantwoord is dx = ( + x) p p en de integraal is divergent als p. als p > (c) Als y = f(x) = dan is = ( + (+x) p y x)p en = + x. Dit betekent y /p dat x =. y/p Als x varieert van tot, dan daalt y van naar. De grafiek van f wordt dus ook beschreven door x =, < y. y/p Als we de grafiek wentelen rond de y-as bekomen we de inhoud [ ] y dy /p hetgeen dezelfde formule is als gegeven in de opgave, maar nu met de rollen van x en y verwisseld. 4

Vraag Naam aan dat a, a, a, een rij van getallen is waarvoor geldt a = en a n = ( a n + ) (5) a n voor n. Bewijs met volledige inductie dat a n geldt voor elke n N. Zoals elk bewijs met volledige inductie moet het bewijs bestaan uit (3pt) Basisstap (6pt) Inductiestap (pt) Conclusie Antwoord: Basisstap: Voor n = is gegeven dat a = en het is dan duidelijk dat a n juist is voor n =. Inductiestap: Neem k N en veronderstel dat de bewering juist is voor n = k. Dus we veronderstellen dat a k juist is. We bekijken k +. De formule (5) is geldig voor n = k + want k +. Dus a k+ = ) (a k + ak = a k + (6) a k Omdat a k, geldt a k en a k. Dus beide getallen a k en a k liggen tussen en. Dan ligt hun som tussen en. Met andere woorden a k + a k. Vanwege (6) kunnen we concluderen dat a k+ en we hebben laten zien dat de bewering juist is voor n = k +. 5

Conclusie: Omdat de basisstap en de inductiestap allebei bewezen zijn is de bewering juist voor elke n N, vanwege het principe van volledige inductie. 6

Vraag 3 Beschouw de functie f(x) = x ( t) + t cos(t) dt 4pt (a) Toon aan dat f een lokaal minimum aanneemt in x =. 3pt (b) Benader de waarde van het lokale minimum met behulp van de trapeziumregel T 4. 3pt (c) Bereken de tweedegraads Taylorveelterm van f(x) rond het punt x =. Antwoord: (a) Vanwege de hoofdstelling van de integraalrekening geldt f (x) = x + x cos(x). Het is duidelijk dat f () =. De afgeleide is ook als cos(x) en dit gebeurt voor x = en x = 3 (en ook voor elk getal van de vorm x = +k met k Z, maar we zijn nu alleen geïnteresseerd in het gedrag rond x = ) Door geschikte waarden voor x in te vullen vinden we het volgende tekenverloop voor f (x) tussen x = en x = 3. 3 x f (x) + De afgeleide is negatief op het interval [, ] en bijgevolg daalt f op dat interval. De afgeleide is positief op het interval [, 3 ], zodat f stijgt op dat interval. In x = gaat de functie over van dalen naar stijgen en f bereikt bijgevolg in x = een lokaal minimum. Opmerking: Je mag dit ook doen met de tweede afgeleide test. De tweede afgeleide is f (x) = ( + x) cos(x) x + x sin(x) en voor x = is dit (want cos() = en sin() = ) f () = 4 ( ) =. De tweede afgeleide is strikt positief en bijgevolg is er in x = een lokaal minimum. 7

(b) We willen de volgende integraal benaderen t cos(t) dt. + t We stellen g(t) = t + t cos(t). De benadering met de trapeziumregel T 4 wordt dan We berekenen T 4 = 8 [ g() + g( 4 ) + g( ) + g( 3 4 ) + g()]. (7) g() = cos() = g( 4 ) = 4 + 4 cos( 4 ) = 3 5 g( ) = + cos( ) = 3 = g( 3) = 3 4 4 + 3 cos( 3) = 4 7 4 g() = 3 = ( ) = 4 Dit gebruiken we in (7) en er volgt T 4 = [ + 3 ] + + 8 5 7 = [ + 6 ] 8 35 = 8 + 35. Opmerking: De benadering T 4 is gelijk aan T 4 =.58, hetgeen een redelijke benadering is voor de echte waarde van de integraal t cos(t) dt =.9457476 + t 8

(c) In (a) hadden we al gezien dat f (x) = x cos(x) (8) + x De tweede afgeleide kunnen we dan ook uitrekenen. We gebruiken de productregel en de quotiëntregel voor afgeleiden en we bekomen na enig rekenwerk f (x) = ( + x) cos(x) x sin(x) (9) + x Nu gaan we x = invullen. Als we x = invullen in de functie f(x) zelf, dan krijgen we een integraal van naar, die gelijk is aan. Dus f() =. Als we x = invullen in (8) en (9) dan volgt omdat cos() = en sin() = dat f () = en f () = De gevraagde Taylorveelterm van graad wordt nu f() + f ()x + f () x = + x + x = x x. 9