WORKSHOP PRENTENBOEKEN Begrijpend Luisteren in de onderbouw van de basisschool
Doel Een theoretische verdieping en praktische voorbereiding om een prentenboek interactief voor te kunnen lezen.
Begrijpend luisteren Als voorloper op en voorspeller voor begrijpend lezen: Stimuleert de denkvaardigheid van kinderen Zorgt voor vergroting van de woordenschat Zorgt voor kennisuitbreiding
Luisterstrategieën (1) Luisterdoel bepalen: wat wil ik weten? Voorkennis activeren: wat weet ik er al van? Gebruik maken van de context: let op gezichtsuitdrukking, gebaren, houding, intonatie en volume van de verteller of voorlezer Verbanden en relaties in de tekst afleiden: wiewat-waarom-vragen De hoofdgedachte vinden: welk idee staat in de tekst centraal?
Luisterstrategieën (2) Samenvatten: kun je kort vertellen waar de tekst over gaat? De tekst op zijn waarde beoordelen: wat vind je van deze tekst? Reflecteren op het luisterproces: weet je nu wat je wilde weten?
Werkwijze Interactief voorlezen
Uitgangspunten Meerdere keren en op verschillende manieren voorlezen waardoor ze meer inzicht krijgen in de verhaalstructuur, de gebeurtenissen, de verbanden, meer woorden leren Afwisselend boek in kleine en grote groepen voorlezen Naast het voorlezen ook verwerkingsactiviteiten bij het boek Ongeveer 30 minuten
De rol van teksten Door teksten voor te lezen, te praten over teksten en door de inhoud van teksten na te laten vertellen en te laten verwerken, beginnen kinderen te ontdekken dat deze voorspelbare elementen bevatten, zoals karakters, situaties, problemen en het oplossen van problemen. Verder ontdekken kinderen dat de volgorde in een verhaal niet iets toevalligs is, maar met het tijdsverloop van het verhaal te maken heeft. Deze kennis helpt kinderen later met begrijpend lezen.
Verhaalstappen De kop Het probleem De spanning De climax De staart
verhaalstap 1: de kop De schrijver/illustrator/verteller neemt de lezer/kijker/luisteraar mee naar zijn of haar wereld. Die wereld kan een herkenbare werkelijkheid zijn (bv. Jip en Janneke) of een bedachte wereld (bv. de verhalen van Kikker) of een sprookjeswereld (bv. Roodkapje). Als het verhaal begint, wordt beschreven hoe de wereld er uit ziet. Dan zijn er veel details te zien, want de lezer moet zich in kunnen leven. verhaalstap 2: het probleem Er is iets aan de hand, er gaat wat gebeuren! Daar zit de reden waarom het verhaal is gemaakt. verhaalstap 3: de spanning De spanning wordt opgevoerd: hoe zal het aflopen? Er zijn allerlei verwikkelingen. verhaalstap 4: de climax De ontknoping vormt het hoogtepunt van het verhaal: de adem inhouden, zal het goed komen? verhaalstap 5: de staart Het verhaal kantelt: de rust keert weer terug aan de staart van het verhaal.
Fasen interactief voorlezen Voorbereiding: - Kiezen van een geschikt boek net iets boven het taalniveau van de kinderen - Aansluiten bij het thema - Een boek met een goed plot helpt - Probleem oplossingen in het verhaal - Selecteren van moeilijke woorden - Voorbereiden van geschikte denkvragen/ luistervraag
Leerkracht als model Hardop denkend voordoen hoe je een verhaal begrijpt. Voorspellen: Ik zie op de voorkant een uiltje, waar denk ik dat het boek over zal gaan? Voorkennis: Wat weet ik eigenlijk al over uilen. Voorspellen: Kleine uil zegt, mama is heel groot, zooo groot. Zou Eekhoorn het nu echt weten? Ik ga verder lezen om te kijken of het zo is.
Voor het lezen Interesse voor het boek opwekken bij de kinderen Ophalen van de voorkennis aan de hand van de titel en de plaatjes Voorspelling waar het boek over zal gaan aan de hand van de platen Denk eerst zelf hardop, maar daag de kinderen ook uit om zelf ook hardop mee te denken Stel een luistervraag Bedenk een luistervraag bij je boek.
Tijdens het voorlezen Stel een aantal vragen om samen te vatten en/of te voorspellen (doe dit hardop voor) Voorlezen met enthousiasme en expressie
Na het lezen Samenvattende vragen stellen: - Wat was de titel van het boek? - Wie deden er mee in het verhaal? - Wat gebeurde er allemaal? - Kwam de voorspelling uit? Bespreken van de luistervraag Navertellen van het verhaal met of zonder gebruik van platen Individuele kinderen laten reageren om verschillende meningen te horen Nagaan hoe kinderen tegen het verhaal aankeken (stimuleren van kritische houding)
Zelf hardop denken Zoek in je eigen prentenboek naar momenten waarop je een luisterstrategie hardop denkend zou kunnen voorlezen. Denk aan: - Voorspellen - Vragen stellen om de tekst beter begrijpen - Verbanden zoeken - Visualiseren - Samenvatten - Afleiden (tussen de regels doorlezen)
Verwerkingsactiviteiten Verteltafel maken om het verhaal mee uit te spelen Verhaallijn naleggen met platen uit het boek (groep 1) Verhaallijn navertellen met picto s (groep 1/2) Digitaal prentenboek inzetten Laten tekenen Verhaalschema invullen
Digitale prentenboeken Voorbeeld
Picto s
Wie doen er mee in het verhaal?
Waar speelt het verhaal zich af?
Waar gaat het over? Wat gebeurt er? Wat nog meer? Hoe begon het? Hoe eindigt het?
Wat is het probleem?
Wat is de oplossing?
Welke woorden zijn belangrijk voor het verhaalbegrip? Welke strategieën wil je met de leerlingen oefenen? Welke luistervraag wil je aan de kinderen stellen? Bedenk samen verwerkingsactiviteiten bij het boek.
Is het doel van vanmiddag bereikt? Een theoretische verdieping en praktische voorbereiding om een prentenboek interactief voor te kunnen lezen. appris@ziggo.nl www.appris.nl @FransWinkels