Beoordelen in het HBO Eef Nijhuis Saxion Joke van der Meer HAN RIZO 12 maart 2013
Competentiegericht leren Competenties bepalen de inhoud van leren en toetsen Leren en beoordeling zijn gericht op effectief gedrag in beroepssituaties Een competentie beschrijft alle kennis, vaardigheden en beroepshouding die nodig is om beroepstaken professioneel uit te voeren in de beroepspraktijk Kennis, vaardigheden en houding worden in onderlinge samenhang (aan)geleerd en beoordeeld Het aanleren en beoordelen van competenties gebeurt zoveel mogelijk op dezelfde manier zoals het in de beroepspraktijk voorkomt
5 rollen: Zorgverlener, Regisseur, Ontwerper, Coach en Beroepsbeoefenaar 12 competenties -> (kaarten) met indicatoren 3 niveau s: beginner leerjaar 1 gevorderd leerjaar 2/3 competent (startbekwaam) leerjaar 4
Bovendien 5 hbo-competenties SAXION Dublin descriptoren HAN analytisch vermogen kennis en inzicht probleemoplossend vermogen toepassen kennis en inzicht coöperatief vermogen oordeelsvorming communicatief vermogen communicatie sturend vermogen leervaardigheden Criteria verwerkt in alle toetsen
SAXION Kom verder. Saxion. Toetsvormen om competenties te beoordelen Kennistoetsen, voor elk niveau. Producttoetsen, 12 x voor elk niveau (totaal 36 x). HAN Ieder theoretisch blok een kennistoets + ieder jaar een voortgangstoets Ieder theoretisch blok een of meer beroepsproducten Performance assessment, 3 x voor elk niveau. Meerdere performance toetsen (AGZ, GGZ, MGZ) Portfolio-assessment, 3 x voor elk niveau Voor objectiviteit -Veel toetsen -Verschillende toetsen -Veel verschillende beoordelaars -Veel verschillende werkvormen 3 x in de opleiding een integrale toets
WHW (Wet op het Hoger en Wetenschappelijk onderwijs) Opleiding is eindverantwoordelijk Examinatoren (zowel intern als extern) moeten worden aangewezen door de examencommissie
Voorbeeld van een competentiekaart Kerncompetentie 6: Om verpleegkundige deskundigheid te waarborgen in een integrale aanpak van zorg, behandeling en voorlichting werkt de hbo-verpleegkundige mee aan de ontwikkeling en vaststelling van nieuwe zorgprogramma s. Beoordelingsaspecten 6.1 Meewerken aan de ontwikkeling en vaststelling van een nieuw zorgprogramma of onderdelen/modules daarvan (gedrag), in een multidisciplinaire samenwerking (conditie), zodat de te verlenen zorg doelmatiger wordt en doeltreffender wordt uitgevoerd en organisaties en professionals opener en flexibeler kunnen opereren (criterium). Indicatoren 6.1.1 De verpleegkundige inventariseert de zorgvragen van een vastgestelde doelgroep patiënten (gedrag), vanuit eigen en multidisciplinaire expertise (conditie), zodat de complexiteit en zwaarte van de zorgvragen systematisch en volledig beschreven zijn (criterium). 6.1.2 De verpleegkundige werkt mee aan het formuleren van doelstellingen (gedrag), afgestemd op de doelgroep (conditie), zodat de te verlenen zorg doelmatiger wordt (criterium). 6.1.3 De verpleegkundige werkt mee aan de ontwikkeling van onderdelen/modules van een nieuw zorgprogramma (gedrag), multidisciplinair en binnen de randvoorwaarden (conditie), zodat de zorg voor de doelgroep logisch op elkaar aansluit, doelmatiger en doeltreffender wordt (criterium). 6.1.4 De verpleegkundige werkt mee aan de implementatie van onderdelen/modules van het nieuwe zorgprogramma (gedrag), multidisciplinair en binnen de randvoorwaarden (conditie), zodat het zorgprogramma daadwerkelijk in de beroepspraktijk gebruikt wordt (criterium). 6.1.5 De verpleegkundige werkt mee aan de evaluatie van onderdelen/modules van het nieuwe zorgprogramma (gedrag), multidisciplinair (conditie), zodat vastgesteld wordt of de werkwijze (proces) doelmatig is geweest en de beoogde resultaten (product) zijn bereikt (criterium).
Competentiekaarten Domeinen-rollen-Kerncompetenties Performance assessment Portfolio assessment Volledigheid/ representativiteit: werkveld/ docenten 1 beoordelingsaspect per competentie Producttoetsen Kennistoetsen 5 indicatoren per beoordelingsaspect Effectiviteit van gedrag wordt beoordeeld met vastgelegde indicatoren Toetsing
Kennispiramide van Miller 4 Does 3 Shows 2 Knows how 1 Knows Performance assessment en producttoets Portfolio, performance assessment, producttoets Kennistoets en producttoets Kennistoets
Functies van de 4 toetsvormen Grondvorm Functie Varianten Beoordelaars Diagnostisch/ Kennistoets Toetsing van voorwaardelijke kennis en de toepassing daarvan Kennistoets Voortgangstoets Casustoets Overall toets Expert selectief Diagnostisch/ Selectief Productttoets Toetsing van hele Verslag Expert, en co-, Diagnostisch leertaken/ werkstuk peer-, self selectief (beroeps)producten Presentatie assessment Videoband Performance- Integraal toetsen Performance in Expert, Diagnostisch/ assessment van competent stage. Selectief handelen Portfolio Integraal toetsen Portfolio Expert Selectief assessment van competenties assessment op niveau
Beoordelingsniveaus Per niveau wordt: de inhoud en aantal taken groter en complexer het beroepsmatig handelen meer *zelfstandig, *verantwoordelijk * van toepassen (reproductief) zelf bedenken (pro-actief vernieuwend (innovatief), het gedrag doeltreffender (effectiever) door gebruik van professionele standaarden en wetenschappelijke inzichten (evidence)
Wat zijn rubrics? beschrijven concreet het gedrag dat student moet laten zien meestal in 4 schalen/rubrieken, verdeeld in de mate van beheersing: zeer onvoldoende onvoldoende Voldoende goed
Toelichting waardering - - = Zeer onvoldoende 1-2 - 3 - = Onvoldoende 4-5 + = Voldoende 6-7 ++ = Goed 8-9 - 10
Voorbeeld van rubric Indicatoren 1 2 3 4 Score 1,2,3 of 1.1.1: De student verzamelt bij opname gegevens, met of van een zorgvrager en zo nodig met diens naaste(n), zodat de zorgvragen systematisch worden verhelderd en eenduidig worden vastgesteld. 1.1.1a Verzamelt, deels met hulp van begeleiding, op basis van richtlijnen en regels, waarvan zonodig beargumenteerd afgeweken wordt, bij opname: weinig gegevens sommige gegevens de meeste gegevens alle gegevens 4 1 1.1.1b Doet dit in een midden complexe, deels bekende zorgsituatie: zelden met of van een zorgvrager en/of diens naaste(n). soms met of van een zorgvrager en/of diens naaste(n). m eestal met of van een zorgvrager en/of diens naaste(n). altijd met of van een zorgvrager en/of diens naaste(n). 1.1.1c Met gebruik van relevante professionele standaarden worden de zorgvragen: nauwelijks eenduidig vastgesteld. m atig eenduidig vastgesteld. voornamelijk eenduidig vastgesteld. zeer eenduidig vastgesteld.
Wat heb je aan rubrics? rubrics helpen om objectiever te beoordelen rubrics bieden houvast bij het beoordelen met rubrics kun je een beoordeling duidelijk naar studenten verantwoorden studenten werken/leren gerichter met rubrics omdat ze duidelijker weten waarop ze beoordeeld worden
Wat is een cesuur? de grens / knip tussen slagen (voldoende) en zakken (onvoldoende) bij de beoordeling van een toets of assessment vooraf vastgesteld door inhoudsdeskundigen = absolute cesuur achteraf vastgesteld door inhoudsdeskundigen = relatieve cesuur