Kwaliteitsplan promotieopleiding
|
|
|
- Monique van Wijk
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 UNIVERSITEIT UTRECHT Kwaliteitsplan promotieopleiding Graduate School of Natural Sciences Definitieve versie december
2 De volgende personen hebben elk individueel een substantiële bijdrage geleverd in de totstandkoming van dit kwaliteitsplan: Prof. Dr. Ieke Moerdijk, Dr. Ir. Twan Maintz en Jaap Eldering MSc. Het plan zelf is meerdere malen besproken in de Board of Studies, het Bèta-promovendioverleg, P&O en ter advies voorgelegd aan de onderzoeksdirecteuren van de Graduate School of Natural Sciences. Dr. Annik Van Keer, Onderwijs- en studentenzaken, Faculteit Bètawetenschappen Utrecht, 23 december
3 Inhoud Voorwoord... 5 Deel 1: De kwaliteitsaspecten van de onderwijscomponent in de promotieopleiding en de begeleiding van promovendi De minimale kwaliteitsvereisten Toelichting bij veel gebruikte termen Eindtermen van de PhD-opleiding Inhoudelijke en procedurele regelingen Aanmeldings- en toelatingstraject Registratie Stroomschema aanmelding, selectie en toelating Begeleiding Mentor Duur promotie Beoordeling van het proefschrift Medezeggenschap Overzicht van uit te voeren acties Kwaliteit van de opleiding en begeleiding Kwaliteit van de begeleiding Kwaliteit van het opleidingstraject PDCA-cyclus voor de onderwijscomponent en de begeleiding Jaarlijkse rapportages Verantwoordelijkheden en taken Deel 2: Appendices Appendix 1: Evaluatieprotocol opleidingsaanbod
4 Appendix 2: Generiek opleidingsaanbod Appendix 3: Training- and Supervision agreement (Opleidings- en begeleidingsplan) Appendix 4: Rechtspositie Universiteit Utrecht en promovendi bij verschillende financieringsstelsels Appendix 5: Reglement promotieopleiding Appendix 6: Inhoudelijke beschrijvingen van de PhD-programma s
5 Voorwoord Waar tot voor kort aan de Nederlandse universiteiten een promovendibeleid heerste met als voornaamste toetselement de kwaliteit van de promovendus, is gaandeweg een shift opgetreden naar promotiebeleid 1. Kwaliteit is een samenspel geworden van de promovendus, begeleiding (promotor en dagelijkse begeleider) en de facilitaire randvoorwaarden waaronder het scholingsaanbod. Graduate Schools spelen een belangrijke rol in de organisatorische inbedding en kwaliteit van deze scholingsprogramma s binnen het promotietraject. Een bredere aandacht voor de kwaliteitszorg van promotietrajecten is sinds een aantal jaren in de organisatie van de Universiteit Utrecht ingedaald, maar is pas in 2010 uitgekristalliseerd. Een kort overzicht van de ontwikkelingen in het promotiebeleid met betrekking tot de kwaliteitszorg, kunt u hieronder lezen. Vanaf 2005 stelt het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht de Graduate Schools verantwoordelijk voor de bewaking van de kwaliteit van de opleiding én de begeleiding van de promotietrajecten. Een start werd gemaakt met de Opleidings- en begeleidingsplannen voor promovendi met een aanstelling aan de Universiteit Utrecht en de registratie in metis (Hora Est) van alle promovendi. Op 27 oktober 2009 werd in de Board of Studies-vergadering van de Graduate School of Natural Sciences vastgelegd dat er één PhD-opleiding bestaat welke is onderverdeeld in één programma per onderzoeksinstituut. De programmaleiding berust bij de wetenschappelijk directeur van het betrokken onderzoeksinstituut. Op 8 juli zette het College van Bestuur bij alle voorzitters van de Graduate Schools de vraag uit om een kwaliteitsplan voor de PhD-opleiding op te stellen en voor te leggen aan de rector vóór 1 januari De minimale vereisten waaraan het kwaliteitsplan moet voldoen werden met alle decanen besproken en in maart 2010 voorgelegd door de rector aan alle Graduate Schools voorzitters. Op 29 april 2010 zijn alle onderzoeksdirecteuren van de Graduate School of Natural Sciences op de hoogte gebracht van bovenstaande ontwikkelingen en gevraagd om vóór 1 juli 2010 een beknopte beschrijving op te stellen van hun PhD-programma. Op 9 december 2010 heeft de Board of Studies van de Graduate School of Natural Sciences, na uitgebreid advies te hebben gegeven in een vorige vergadering, het kwaliteitsplan goedgekeurd. Op de volgende pagina s ligt dus voor u het Kwaliteitszorgplan van de promotieopleiding binnen de Graduate School of Natural Sciences. Dit plan is gebaseerd op de minimale uitgangspunten van het College van Bestuur, de gegevens die vanuit de onderzoeksinstituten per PhD-programma aangereikt werden en een aantal kwaliteitsplannen die een aantal onderzoeksinstituten 3 4 binnen de Faculteit Bètawetenschappen op individuele basis een aantal jaren geleden opgesteld hadden. Doel van al deze verzamelde gegevens is om 1 HORA EST! Vernieuwing in het Nederlands promotiestelsel. Position Paper, 2004, VSNU. 2 Corsanummer O&O/ Bijvoet Graduate Research School for Biomolecular Chemistry. 4 Kwaliteitsplan voor promovendi, Debye Instituut,
6 tot een plan te komen waarin een werkwijze beschreven staat die in lijn is met wat in de praktijk binnen de vigerende onderzoeksinstituten gebruikelijk is. richtlijnen te geven voor de verdeling van verantwoordelijkheden die de promovendi, de Graduate School, de onderzoeksinstituten, de promotores, de promovendimentoren, de programmacoördinatoren, P&O en de decaan van de faculteit hebben ten aanzien van de promotieopleiding. de kwaliteit van de promotieopleiding zichtbaar te maken voor allerlei instanties: Board of Studies van de Graduate School, College van Bestuur, accrediterende instanties. De concrete uitvoering van de opleidings- en begeleidingsaspecten blijft in hoofdzaak een taak van de directeuren van de onderzoeksinstituten. Het kwaliteitsplan is bestemd voor alle promovendi, met en zonder een aanstelling aan de Universiteit Utrecht. Aspecten met betrekking op de onderwijstaken van promovendi met een aanstelling aan de Universiteit Utrecht komen in dit plan niet aan bod. Indirect zal er over de belasting van deze onderwijstaken gewaakt worden via het Opleidings- en begeleidingsplan en de jaarlijkse Beoordelings-en ontwikkelingsgesprekken. Het kwaliteitsplan bestaat uit twee delen. In deel 1 wordt een uitwerking gegeven van het raamwerk dat het College van Bestuur alle Graduate Schools toegestuurd heeft. De meeste aspecten uit dit raamwerk zijn waargenomen binnen de organisatie. Echter twee taken zullen voor iedereen nieuw zijn, namelijk: a) de terugkoppeling van de kwaliteit van alle cursussen (zowel generiek als vakspecifiek) naar de Board of Studies. Een lijst van door promovendi en onderzoeksdirecteuren aanbevolen cursussen kan dan vervolgens op de website van de Graduate School gepubliceerd worden. b) een kort jaarverslag bestaande uit kengetalgegevens. In deel 1 zijn een aantal tabellen opgenomen die een overzicht geven van het kwaliteitsraamwerk. In tabel 1 staan activiteiten per maand weergegeven die tijdens een promotie-traject aan bod komen zoals dit momenteel gangbaar is. In tabel 2 staat de plan-do-check-act-cyclus uitgeschreven die betrekking heeft op de uitvoering van de kwaliteit van de onderwijscomponent en de begeleiding. Tabel 3 geeft de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen weer. Deel 2 is de Appendix bij het kwaliteitsplan. Daarin staan o.a. voorbeelden van generieke cursussen die momenteel gevolgd kunnen worden door promovendi van de Bètafaculteit, het meest recente Training and Supervision Agreement (het Opleidings- en begeleidingsplan), de programmabeschrijvingen per onderzoeksinstituut, het Reglement van de promotieopleiding dat in wezen een zeer beknopte samenvatting is van dit kwaliteitsplan. Tot slot, is dit kwaliteitszorgplan voorafgaand aan zijn definitieve vorm voor advies voorgelegd aan de Board of Studies, P&O, de onderzoeksdirecteuren en het Bèta-promovendi overleg. 6
7 Deel 1: De kwaliteitsaspecten van de onderwijscomponent in de promotieopleiding en de begeleiding van promovendi. 7
8 1. De minimale kwaliteitsvereisten De notitie van het College van Bestuur van 8 juli 2010 vermeldt [... Voor het waarborgen van de kwaliteit van de promotieopleiding is het van belang dat er in iedere graduate school een cyclisch kwaliteitszorgsysteem is dat de BoS in staat stelt tijdig te signaleren als er iets mis dreigt te gaan. Om de kwaliteit van de promotieopleiding op een redelijk uniforme manier te kunnen waarborgen, is het wel noodzakelijk dat het college van bestuur de minimale vereisten van het kwaliteitszorgsysteem vaststelt. ]. De minimale vereisten conform dit schrijven en tevens geïmplementeerd in dit kwaliteitszorgplan handelen over: Toelating/selectie Registratie Standaard Evaluatieprotocol (SEP) Opleidings- en begeleidingsplan Evaluatie cursussen Beoordelings- en ontwikkelingsgesprekken Duur promotie/verdediging Eindtermen De criteria uit de SEP evaluatie met betrekking tot de PhD-training zijn verwerkt in dit document. De resultaten van de uitvoering van dit kwaliteitsplan zullen daarom een belangrijke input leveren voor de onderwijs- en onderzoeksvisitaties. 2. Toelichting bij veel gebruikte termen Een lijst met verantwoordelijkheden van betrokken actoren staat in paragraaf 6. Hieronder wordt een aantal termen toegelicht. Begeleider: eerste aanspreekpunt van de promovendus, begeleidt de promovendus in het tot stand komen van het proefschrift en zorgt ervoor dat regelmatig overleg plaatsvindt. BoS: Board of Studies. Buitenpromovendus: een promovendus zonder aanstelling aan de Universiteit Utrecht die een promotieonderzoek uitvoert met een promotor. College voor Promoties: College dat de graad Doctor toekent op grond van de promotie. Decaan: hoofd van de Faculteit Bètawetenschappen. Hora Est: administratief systeem waarin de registratie, toelating, aanvaarding van het manuscript, samenstelling beoordelingscommissie, e.d. van de promovendus geregistreerd wordt. Zie Mentor: een vertrouwenspersoon die niet rechtstreeks betrokken is bij het onderzoek van de promovendus. Hij/zij kan wel deel uitmaken van hetzelfde onderzoeksinstituut. 8
9 OBP=TSA: Opleidings- en begeleidingsplan of ook Training and Supervision Agreement is opgesteld door de BoS. Het beschrijft het onderwijsprogramma voor de promovendus. Reglement PhD-opleiding: document dat een aantal regelgevingen m.b.t. allerhande aspecten van de promotieopleiding beschrijft. Onderzoeksdirecteur: leidt een onderzoeksinstituut, hier in de rol van programmaleider. PhD-Council Natural Sciences: medezeggenschapsorgaan van promovendi op Schoolniveau. PhD-opleiding/PhD-programma: de Graduate School of Natural Sciences biedt één opleiding aan die is onderverdeeld in één PhD-programma per gecertificeerd onderzoeksinstituut. Het betreft het doen van onderzoek met een promotor voor een periode van maximaal vier jaar bij een voltijdse aanstelling. In deze opleiding zit een onderwijscomponent van minimaal 20 ECTS waarvan minimaal 16 ECTS toegekend worden aan vakspecifieke opleidingselementen en minimaal 4 ECTS aan generieke cursussen/trainingen. Programmacommissie: commissie ingesteld door het onderzoeksinstituut, voorgezeten door de programmaleider. Zij bepaalt de inhoud van het PhD-programma en voert een aantal taken uit in opdracht van de School. De programmacommissie is verantwoordelijk voor een evenredige vertegenwoordiging van alle onderdelen van het onderzoeksinstituut. Programmacoördinator: lid van het wetenschappelijk personeel (WP) die de programmaleider ondersteunt, tevens lid van de programmacommissie. Programmaleider: hoofd van het PhD-programma, tevens onderzoeksdirecteur van het gelieerde onderzoeksinstituut. Promotor: een hoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht, een andere Nederlandse universiteit dan wel buitenlandse instelling van wetenschappelijk onderwijs. De promotor is eindverantwoordelijk voor het proefschrift en kan tevens de begeleider zijn. Promovendi klankbordgroep: klankbordgroep van promovendi per onderzoeksinstituut. Promovendus: persoon al dan niet op basis van een aanstelling aan de UU, die werkt aan een promotieonderzoek binnen één van de onderzoeksinstituten van de School. P&O: de personeelsafdeling van de Faculteit Bètawetenschappen. School: Graduate School of Natural Sciences UU: Universiteit Utrecht Voorzitter: voorzitter van de School. 9
10 3. Eindtermen van de PhD-opleiding De generieke eindtermen, aangepast voor het domein van de Natural Sciences, zijn vastgesteld door het College voor Promoties. Ze worden hieronder weergegeven. Zij dienen enerzijds als kader voor de beoordeling van de promovendus, c.q. het proefschrift en anderzijds als kader voor de basis waarop het kwaliteitssysteem opgebouwd wordt. Promovendi die het promotietraject van de School met goed gevolg doorlopen hebben zijn in ieder geval in staat om: een oorspronkelijke bijdrage te leveren aan wetenschappelijk onderzoek in het domein van de natural sciences die de in Nederland gebruikelijke kwaliteitstoetsing door peers kan doorstaan; zelfstandig de wetenschappelijke methoden te gebruiken in de ontwikkeling, interpretatie en toepassing van nieuwe kennis op het terrein van de natural sciences; een substantiële body of knowledge te hanteren, welke in ieder geval de principes en methoden van de internationale wetenschapsbeoefening en de theorievorming van het desbetreffende vakgebied omvat; een project voor de ontwikkeling van nieuwe kennis te ontwerpen en te implementeren; inhoudelijke en methodologische kennis op relevante terreinen in het gebied van natural sciences adequaat over te dragen in publicaties in wetenschappelijke peer-reviewed tijdschriften en presentaties van resultaten in wetenschappelijke fora; maatschappelijk verantwoordelijkheid te dragen ten aanzien van het uitvoeren, toepassen en benutten van het eigen onderzoek. Daarnaast zijn er programmaspecifieke eindtermen die elk onderzoeksinstituut aan deze generieke eindtermen kan toevoegen. Ze staan beschreven in Appendix 6. Het College voor Promoties toetst of de kandidaat aan alle eindtermen voldoet. Betrokken actoren: College voor promoties Programmaleider 4. Inhoudelijke en procedurele regelingen 4.1. Aanmeldings- en toelatingstraject Alle aanmeldingen en toelatingen verlopen via de onderzoeksinstituten. Elk onderzoeksinstituut is verantwoordelijk voor zijn eigen werving en stelt specifieke wervingsprocedures en toelatingscriteria op. Elke kandidaat wordt getoetst waarbij rekening gehouden wordt met een aantal toelatingseisen bepaald door de School: De wettelijke opleidingseisen en uitzonderingen hierop zoals vastgelegd in het Promotiereglement paragraaf 2 en art 7.18 lid 2 WHW. 10
11 Specifieke, heldere toelatingseisen die te maken hebben met de eigenheid van het programma. Een sollicitatiegesprek waarin getoetst wordt of een kandidaat over de nodige kennis, vaardigheden en attitudes beschikt zodat een inschatting kan gemaakt worden of de promovendus in staat zal zijn om het proefschrift binnen de beoogde termijn te voltooien rekening houdende met de geformuleerde eindtermen. Voor kandidaten die niet ingeschreven waren in het masterprogramma dat de inhoudelijke programmatische lijn van het onderzoeksinstituut volgt, kan het opvragen en nagaan van referenties deel uitmaken van de sollicitatieprocedure. Met attitudes en vaardigheden kunnen o.a. worden bedoeld: creativiteit, toewijding, ambitie, zichzelf in voldoende mate kunnen sturen, doorzettingsvermogen, het zelfstandig en in teamverband kunnen werken, mondelinge en schriftelijke vaardigheden waarvan het laatste kan blijken uit een scriptie en/of publicatie. Een schriftelijk aanmeldverzoek van de kandidaat via Hora Est. Het nagaan van de financiële draagkracht van de kandidaat in het geval het promotietraject zonder een aanstelling conform de CAO-NU verloopt opdat met redelijke waarschijnlijkheid kan worden ingeschat dat de financiële positie van de kandidaat geen belemmering vormt in het promotietraject. Het nagaan van de rechtspositionele gevolgen van de Universiteit Utrecht in het geval de kandidaat financiële steun voor het doen van promotieonderzoek ontvangt en het zorgdragen voor een wetmatige imbedding van die steun. Een stroomschema van de rechtspositie van de Universiteit Utrecht en de promovendus staat in Appendix 4. Zowel de wervingsprocedure als de toelatingseisen worden door elk onderzoeksinstituut gepubliceerd. De School ziet er op toe dat deze informatie toegankelijk is voor toekomstige promovendi. Toegelaten kandidaten worden door de onderzoeksdirecteur op de hoogte gebracht van de beslissing met een copie naar P&O, uiterlijk 1 maand nadat het sollicitatiegesprek plaats gevonden heeft. Het College voor Promoties controleert bij toelating tot het promotietraject de kwaliteit van de promovendus, de promotor en de co-promotoren, conform het promotiereglement. De goedkeuring van het College voor Promoties op het verzoek door de kandidaat tot toelating tot de promotie wordt bewaard door P&O met een copie naar de onderzoeksdirecteur en de promovendus. Betrokken actoren: Programmaleider Promotor/co-promotor School 11
12 4.2. Registratie College voor Promoties Het onderzoeksinstituut is verantwoordelijk om samen met de kandidaat 5 de Hora Est procedure op te starten, bij voorkeur binnen een maand en uiterlijk drie maanden na de aanstelling van de promovendus. De programmaleider stuurt het Formulier Verzoek tot ontheffing en toelating tot de promotie (formulier 1 uit Hora Est) samen met het door onderzoeksdirecteur en departementsvoorzitter ondertekende Opleidings- en begeleidingsplan (OBP, zie verder) naar P&O met een copie naar de (co)promotor(es) en kandidaat. P&O toetst of het OBP volledig is ingevuld. Betrokken actoren: programmaleider Promotor/co-promotor, voorzitter departement, promovendus P&O 4.3. Stroomschema aanmelding, selectie en toelating Aanmelding kandidaat bij het onderzoeksinstituut Kandidaat wordt positief ingeschat Toelatingstraject met sollicitatiegesprek Aanmelding wordt afgewezen Afhandeling door onderzoeksinstituut Toelating wordt afgewezen Toelating succesvol Start promotietraject Indien niet in orde Hora Est-form1 /OBP opstellen Afhandeling P&O 4.4. Begeleiding Conform het Promotiereglement wordt aan elke promovendus minimaal één promotor toegekend. Indien de promotor niet de dagelijkse begeleider is, wordt een WP-lid als begeleider aangesteld. De kwaliteit van deze stafleden wordt getoetst, zoals eerder vermeld in dit document door het College 5 Alle promovendi ook zonder aanstelling of bezoldiging registreren zich in Hora Est. 12
13 voor Promoties. Deze stafleden leggen samen met de promovendus afspraken over begeleiding maar ook opleiding schriftelijk vast in een door de School aangereikt Opleidings- en begeleidingsplan (OBP). In een gesprek wordt duidelijk gemaakt welke rol de promotor en de begeleider innemen in het begeleidingsproces Het Opleidings- en begeleidingsplan (OBP) De minimale criteria waaruit dit plan opgebouwd wordt, zijn vastgelegd door het College van Bestuur en zijn opgenomen in een te hanteren format. Het OBP beschrijft op compacte wijze wat van de promovendus en diens begeleiders/promotores verwacht wordt tijdens het promotietraject. Het OBP-format wordt door de School aangereikt en staat in Appendix 3. In uitzonderlijke gevallen kan de School vrijstellingen voor bepaalde elementen van het OBP verlenen. Voor promovendi met een UU aanstelling wordt in principe geen vrijstelling verleend. De School legt in samenspraak met P&O de koppeling vast van het OBP met de jaarlijkse beoordelings- en ontwikkelingsgesprekken. P&O ziet er tevens op toe dat het OBP-format gehanteerd wordt. Het OBP wordt ingevuld door de promotor(es), de begeleider en de promovendus, uiterlijk 3 maanden na de start van het promotietraject en van de nodige handtekeningen voorzien. Het OBP wordt zolang de module in Hora Est nog niet ontwikkeld is, bewaard door P&O met een copie voor de onderzoeksdirecteur, (co)promotor(es) en promovendus. Betrokken actoren: School Programmaleider, promotor, co-promotor, departementshoofd, promovendus P&O Begeleiding voor buitenpromovendi Bovenstaande regelingen zijn ook van toepassing voor buitenpromovendi Onderzoeksplan Als bijlage bij het OBP wordt een door promovendus, dagelijkse begeleider en promotor ondertekend onderzoeksplan toegevoegd. Dit plan vormt het uitgangspunt van de jaarlijkse terugkerende schriftelijke rapportages als voorbereiding op het B&O-gesprek. Wijzigingen aan het onderzoeksplan worden geëvalueerd en bijgesteld middels dit gesprek en vastgelegd in de hieruit resulterende verslaglegging Beoordelings- en ontwikkelingsgesprek (B&O) voor promovendi met een UU aanstelling. De promovendus publiceert, houdt presentaties en neemt deel aan de opleidingscomponent van het programma. De opleidingscomponent wordt uitgebreider toegelicht in paragraaf 5.2. en Appendix 2. De voortgang van deze activiteiten wordt gebruikt voor een jaarlijks B&O-gesprek gehouden door promovendus, dagelijkse begeleider en (co)promotor(es). De promovendus bereidt jaarlijks een rapport voor waarin de resultaten van zijn/haar onderzoek beschreven worden, het gevolgde opleidingsaanbod en de onderwijsopdrachten. Dit rapport vormt de basis voor het gesprek. Ook de (dagelijkse) begeleiding wordt geëvalueerd. De verdere ontwikkeling van de promovendus wordt besproken wat aanleiding kan geven tot het bijstellen van 13
14 het onderzoeksplan. De promotor spreekt zich uit over de voortgang van het onderzoek en onderwijs zoals weergegeven door het OBP en gaat na of in alle redelijkheid verwacht kan worden dat de academische promotie van de promovendus gehaald kan worden binnen de afgesproken termijn. Dit gesprek wordt schriftelijk vastgelegd en ondertekend door promovendus, dagelijkse begeleider en promotor. De promotor is verantwoordelijk voor de planning, inhoud en uitvoering van deze gesprekken. P&O controleert voor iedere promovendus met een UU-aanstelling of deze gesprekken jaarlijks gehouden worden en bewaart een copie van het verslag in het dossier van de promovendus. Go/No Go Elke promovendus heeft uiterlijk één jaar na aanvang van het promotietraject een beoordelingsmoment gehad met de promotor. De promotor stuurt de schriftelijk vastgelegde beoordeling naar de promovendus met een copie naar de programmaleider en P&O. Bij een negatieve beoordeling worden de geijkte procedures gevolgd van het ontslagrecht conform de CAO- NU. Voor buitenpromovendi in geval van een negatieve beoordeling geldt dat promotor en programmaleider een op alle redelijkheid gebaseerd oordeel vellen voorzien van de nodige argumentaties. Betrokken actoren: Promovendus, (co)promotor(es), dagelijkse begeleider Programmaleider P&O Beoordelings- en ontwikkelingsgesprek voor buitenpromovendi Voor buitenpromovendi geldt mutatis mutandis hetzelfde stramien als voor promovendi aangesteld aan de UU. De arbeidsrechtelijke aspecten van een B&O-gesprek zijn daarbij niet van toepassing Mentor Elke promovendus krijgt een mentor toegewezen. Deze wordt toegekend door de programmaleider en genoemd in het OBP. De mentor is niet betrokken bij het onderzoek van de promotor, geen lid van de onderzoeksgroep waaronder de promovendus valt, maar kan wel staflid zijn van het vigerende onderzoeksinstituut. De rol van de mentor is die van onafhankelijk vertrouwenspersoon, bemiddelend wanneer de werkrelatie tussen promovendus en begeleider verstoord dreigt te worden. De mentor kan de B&O-rapportages opvragen bij P&O voorafgaand aan een bemiddelingsprocedure. De mentor verwijst in ernstige gevallen van conflict voor bemiddeling door naar de decaan. In geval van geschillen gelden onverminderd de artikelen 26 en 27 uit het promotiereglement. Aan het einde van het promotietraject voert de mentor een exitgesprek met de promovendus en rapporteert hierover aan de programmaleider met een copie aan P&O. Betrokken actor: 14
15 Programmaleider Mentor Promovendus 4.6. Duur promotie Een aanstelling van een promovendus aan de UU is meestal voltijds (1,0 fte) en geldt voor een periode van maximaal vier jaar. De minimale omvang van de aanstelling is 0,8 fte in welk geval het promotietraject maximaal 5 jaar omvat. Het promotietraject kan voortijdig gestopt worden zowel door de promovendus, alsmede op vraag van de promotor wanneer niet voldaan is aan de eisen van het wetenschappelijk onderzoek volgens artikel 8 van het promotiereglement. Het beëindigen van een promotie gebeurt schriftelijk. De promovendus ontvangt een bewijs van de behaalde resultaten uit het onderwijsprogramma zoals opgenomen in het OBP uiterlijk één maand na de officiële voortijdige beëindiging van het promotietraject. Verlenging kan in uitzonderlijke omstandigheden 6 toegestaan worden. Een beargumenteerd verzoek wordt door de promotor als de promovendus uiterlijk één jaar voor de beoogde einddatum van het promotieonderzoek schriftelijk voorgelegd aan de programmaleider van het vigerende onderzoeksinstituut die een beslissing neemt over het verzoek uiterlijk één maand nadat het verzoek ingediend werd. De programmaleider brengt bij voortijdige beëindigingen als verlengingen de School en P&O schriftelijk op de hoogte. Betrokken actoren: Programmaleider Promotor 4.7. Beoordeling van het proefschrift Het proces van beoordeling van het proefschrift, de verdediging van dit proefschrift en de promotie wordt beschreven in het promotiereglement van de Universiteit Utrecht. De uitvoering geschiedt onder verantwoordelijkheid van het College voor Promoties Medezeggenschap Alle promovendi hebben recht op medezeggenschap. De structuur van het medezeggenschap wordt door de School bepaald en hieronder beschreven. Elk onderzoeksinstituut faciliteert de inrichting van 6 Deze bijzondere omstandigheden zijn door het College van Bestuur verwoord voor promovendi met een aanstelling aan de Universiteit in de brief O&O/ dd ; in dit reglement zijn de genoemde omstandigheden overgenomen voor promovendi in de School die geen aanstelling als AIO aan de Universiteit hebben. 15
16 een promovendi-klankbordgroep. Dit orgaan adviseert de programmaleider over zaken met betrekking tot het promotietraject. De programmaleider neemt het initiatief om op periodieke basis een gesprek te houden. Promovendi zijn tevens leden van de School. Zij worden vertegenwoordigd door een promovendus in de Board of Studies van de School. De School heeft een PhD-Council Natural Sciences waarvoor ieder onderzoeksinstituut één of meerdere promovendi aflevert. Zij levert de BoS gevraagd en ongevraagd advies. Betrokken actoren: Promovendi Programmaleider School 4.9. Overzicht van uit te voeren acties Tabel 1: Overzicht van uit te voeren acties m.b.t. aanstelling, Beoordelings- en ontwikkelingsgesprekken en promotie uitgedrukt in een tijdschaal (maand). Tijd Actie Actor Maand 0 Aanstelling P&O Maand 0-3 Onderzoeksplan opstellen, vastleggen OBP, Hora Est form 1 promovendus/promotor/begeleider Maand 0-3 OBP met bijlagen (onderzoeksplan, Hora Est form 1) versturen naar P&O OBP archiveren promotor P&O Maand Rapportering als voorbereiding op B&O promovendus Maand 11 Oproep eerste B&O-gesprek P&O Maand 12 Eerste B&O-gesprek met toetsing aan OBP gevolgd door Go/No Go oordeel. promovendus /promotor/begeleider Maand 21 Signalisatie van tweede B&O gesprek P&O Maand 23 Rapportering als voorbereiding op B&O-gesprek Promovendus Maand 24 B&O-gesprek met toetsing aan OBP promovendus /promotor/begeleider Maand 33 Signalisatie van derde B&O gesprek P&O Maand 35 Rapportering als voorbereiding op B&O-gesprek Promovendus Maand 36 B&O-gesprek met toetsing aan OBP promovendus /promotor/begeleider Maand 40+ Promotiedatum vastleggen. Hora Est Form 2 promovendus 16
17 Tijd Actie Actor Maand 40+tot maand 48 Tijdschema promovendi volgen. Hora Est Form 3 en 4. promovendi Maand 48+ Thesis verdediging promovendus/promotor Maand 48+ Exitgesprek promovendus/mentor 5. Kwaliteit van de opleiding en begeleiding 5.1. Kwaliteit van de begeleiding Een stimulerende promotieomgeving wordt in grote mate gedragen door een systeem waarin actieve begeleiding door (co)promotor(es), dagelijkse begeleider en mentor voorop staan. Afspraken om een prikkelende onderzoeksbiotoop te garanderen staan in het OBP. De BoS laat controleren of het OBP volledig is, tijdig ingevuld is en het plan volgens afspraak ook uitgevoerd wordt. De inhoudelijke controle berust bij de BoS. Naast deze controle is het wenselijk om nog een aantal andere factoren tegen het licht te houden m.b.t. de begeleiding. Elementen met betrekking tot de kwaliteit van de begeleiding zijn: Volledigheid van de Hora Est-registratie binnen de voorziene tijd Nagaan of elke promovendi een onderzoeksplan heeft en er jaarlijkse verslaglegging is Voortgang monitoren bij de individuele promotietrajecten a.d.h.v. de administratie van de B&O-gesprekken Rendementen van de PhD opleiding t.o.v gewenst streefcijfer in termen van aantallen starters, succesvolle promoties, stakers, gemiddelde promotieduur, etc. per programma Gemiddeld aantal promovendi per promotor Link met PhD-council Natural Sciences als responsgroep Nagaan of gesignaleerde knelpunten in de begeleiding aangepakt worden a.d.h.v exit-evaluatiegesprekken. P&O en de programmaleiders reiken de BoS de hierboven gewenste informatie aan. Betrokken actoren: BoS P&O, programmaleiders 17
18 Proces evaluatie cursusaanbod 5.2. Kwaliteit van het opleidingstraject De onderwijscomponent van het opleidingstraject van de promovendus bestaat uit twee onderdelen. Een vakinhoudelijk aanbod van minimaal 16 ECTS bepaald door het onderzoeksinstituut en een aanbod van minimaal 4 ECTS met aandacht voor generieke vaardigheden die de promovendus faciliteert in zijn/haar onderzoek en/of voorbereidt op zijn/haar toekomstige loopbaan. De School publiceert een generiek trainingsaanbod op haar website waaruit de promovendus in overleg met de promotor kiest. De School is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het volledige opleidingsgerelateerde aanbod. Zij kijkt toe of de verschillende programma s een gelijkaardig aanbod hebben en invulling geven aan de eindtermen. Het generieke aanbod wordt met de nodige vakinhoudelijke beschrijvingen en andere concrete verwijzingen op de website van de School gepubliceerd. Deze cursussen worden aangeboden door zowel interne als externe organisaties. Er wordt gedacht aan volgende onderwerpen: Writing Academic English, verwerven van subsidies en schrijven van grants, projectmanagement, leadership training, presenteren en spreken in het Engels voor een specialistisch en niet-specialistisch publiek. De op de website gepubliceerde lijst is afhankelijk van de resultaten van de evaluaties en wordt jaarlijks herbekeken. Het totale aanbod van 20 ECTS wordt jaarlijks geëvalueerd door de onderzoeksinstituten. Het evaluatieprotocol wordt door de School opgesteld en staat in de volgende paragraaf. De programmacommissies van de onderzoeksinstituten en hun respectievelijke promovendiklankbordgroepen krijgen een rol toebedeeld in dit evaluatieproces. Betrokken actoren: School Programmacommissie, promovendi-medezeggenschapsorgaan 5.3. PDCA-cyclus voor de onderwijscomponent en de begeleiding Tabel 2: Plan-do-check-act-cyclus van de onderwijscomponent en de begeleiding van de promovendus. Te evalueren proces: PDCAcyclus Uitwerking proces Actor Tijdspad Plan Opstellen van evaluatiecriteria en vastleggen wie wat precies zal doen BoS Voorjaar 2011 Do Plan voorleggen aan programmaleider/coördinator en proces opstarten BoS Voorjaar 2011 Check Controleren bij programmacommissie of trainings/cursusaanbod geëvalueerd wordt via het jaarlijks verslag BoS In de loop van
19 Evaluatie programmacom-ponent van minimaal 20 ECTS Begeleiding Te evalueren proces: PDCAcyclus Uitwerking proces Actor Tijdspad Act Proces evalueren en bijstellen. Publicatie van generieke cursussen op website bijstellen a.d.h.v. de conclusies in de jaarrapportages BoS Najaar 2011 en verder jaarlijks Plan Regelen dat elke promovendus het trainings/cursusaanbod evalueert Programmacoordi natoren continue Do Enquêtes analyseren en gesprekken voeren met het promovendi medezeggenschapsorgaan Programmacomm issies continue Check Controleren of aanbod aan kwaliteitscriteria voldoet Programmacomm issies continue Act 1.Opnieuw vastleggen van cursusaanbod met eventuele nieuw aanbod van cursussen. 2.Rapporteren in jaarverslag aan BoS 1.Programmacom missies 2.Programmacoör dinator Najaar 2011, jaarlijks herzien Plan Do Vastleggen van een kader om de begeleiding te kunnen beoordelen. Uitzetten van het kader bij de programmaleiders en P&O BoS Najaar 2010 BoS Najaar 2010 Check Act Controleren of de begeleidingsaspecten die in het kader vastgelegd zijn, uitgevoerd worden Plan bijstellen en nieuwe afspraken uitzetten met programmaleiders en P&O BoS Najaar 2011 BoS Najaar Jaarlijkse rapportages De programmaleiders rapporteren jaarlijks aan de BoS. Voornaamste doel van deze jaarlijkse rapportages is de School informatie aan te reiken opdat zij inzicht kan houden op de werving en selectie van promovendi, studievoortgang, kwaliteitsbewaking van de PhD-opleiding en mede op basis van deze gegevens eventuele verbeteringen kunnen suggereren. De School bepaalt het format van dit verslag (aantallen aanmeldingen, toelatingen, statuut promovendus, rendementen, aantal publicaties, aantallen go/no go s, samenvatting relevante elementen uit exitgesprekken, etc.). De programmaleiders worden ondersteund door P&O die per onderzoeksinstituut de nodige administratieve gegevens aanreikt en controles uitvoert op de B&Ogesprekken, jaarlijkse verslaglegging van de promovendus, OBP en onderzoeksverslag. 19
20 School Programmalei der Betrokken actoren: School Programmaleider P&O 7. Verantwoordelijkheden en taken Tabel 3: Verantwoordelijkheden en taken voor alle actoren betrokken bij de promotie-opleiding. De kolom Acties zijn een verfijning en een toelichting van de verantwoordlijkheden toegekend per actor. Actor Verantwoordelijkheden Acties Tijdspad Verantwoordelijk voor de kwaliteit en borging van de opleidingscomponent van 20 ECTS Vastleggen van generieke cursussen (4 ECTS), overzicht verwerven van de programmaspecifieke opleidingscomponenten en publiceren op website. Relatie vastleggen met eindtermen Vaststellen programmaspecifieke eindtermen Evaluatieprotocol opstellen Herbekijken of procesgangen m.b.t. de opleidingscomponent aanpassingen behoeven jaarlijks Verantwoordelijk voor de kwaliteit van de begeleiding van de individuele promotietrajecten Format OBP vastleggen Format Jaarverslag vastleggen Vastleggen van een kader om de begeleiding te kunnen beoordelen. Vastleggen toelatingstraject. Afspraken regelen met P&O over uit te voeren taken Reglement PhD opleiding opstellen Herbekijken of procesgangen m.b.t. kwaliteit aanpassingen behoeven jaarlijks Is de rechtstreekse gesprekspartner van de BoS. Verleent de BoS alle noodzakelijke informatie over de kwaliteitsaspecten van het PhD programma. Middels het jaarverslag. Jaarlijks december 20
21 Programmaleider Programmaleider Promotor Actor Verantwoordelijkheden Acties Tijdspad Voorzitter van de programmacommissie. Bepaalt de inhoud van het vakspecifieke opleidingsgedeelte en draagt ervoor zorg dat elke promovendus voor minimaal 4 ECTS generieke cursussen kan volgen. jaarlijks Verantwoordelijk voor wervings-, selectie-, en beëindigingsprocedures. Verantwoordelijk voor een goede omkadering van de begeleiding van elke promovendus. Verantwoordelijk voor een snelle registratie in Hora Est en een efficiënte invulling en afhandeling van het OBP. Heeft het recht om de B&Ogesprekken in te zien. Implementeert de wettelijke en instituutsspecifieke opleidingseisen, volgt de wervingsprocedure van de School. Maakt duidelijke afspraken met promotores. Hanteert de dead-lines van de School doorlopend doorlopend doorlopend Stelt voor elke promovendus een mentor aan. Regelt het periodieke overleg met de promovendi klankbordgroep. Draagt ervoor zorg dat de mentor niet uit dezelfde onderzoeksgroep komt. Praat met promovendi over het onderwijsprogramma en andere zaken van belang voor promovendi; evaluatie van het gevolgde programma is één van de componenten. Bij begin aanstelling Een paar keer per jaar Rapporteert jaarlijks aan de BoS Conform format. Jaarlijks december Doet voorstel om een promovendus aan te stellen en start de selectieprocedure op. Zorgt dat de begeleiding van de promovendus adequaat is. Wijst een begeleider aan en maakt duidelijke afspraken. doorlopend doorlopend Regelt een snelle registratie in Hora Est. Geeft informatie over het kwaliteitsplan, de verwachtingen die hij/zij heeft over de promovendus en wat de promovendus kan verwachten van een promotor, begeleider en mentor. Te regelen vanaf de aanstelling. Uiterlijk 3 maanden na aanstelling Bij begin aanstelling 21
22 Promotor Begeleider Actor Verantwoordelijkheden Acties Tijdspad Stimuleert de promovendus in het uitvoeren van creatief onderzoek. doorlopend Draagt ervoor zorgt dat de promovendus op regelmatige tijdstippen zijn/haar onderzoek kan presenteren. Regelt het tijdstip van de B&O-gesprekken uiterlijk 12 maanden na de aanstelling en van dan af aan elk jaar gedurende de aanstelling. Regelt een soortgelijk gesprek met buitenpromovendi, rekening houdende met afspraken die gemaakt werden bij de aanvang van het promotietraject. Meerdere keren per jaar jaarlijks Verbetert, bediscussieert manuscripten/publicaties die de promovendus indient. Adviseert de promovendus met carrièreperspectieven. Geeft informatie over symposia, congressen, summerschools in Nederland als in het buitenland waarin de promovendus kan participeren. Een aantal keren tijdens de opleiding Begeleidt de promovendus. Regelt het tot laten stand komen van een goede invulling van het OBP, ondertekent mee. Zorgt ervoor dat de promovendus voldoende instructies krijgt op vlak van theorie en indien van toepassing praktijk. OBP wordt uiterlijk 3 maanden na de aanstelling naar P&O gestuurd. Bij aanstelling Draagt ervoor zorg dat er een onderzoeksplan ligt voor de duur van het gehele traject. Bij aanstelling. Volgt de voortgang van de promovendus en ziet erop toe dat manuscripten tijdig tot stand komen. Ziet de promovendus op frequente basis, discussieert over de wetenschappelijke inhoud, voorziet in een snelle correctie van manuscriptversies. 22
23 Begeleider promovendus Actor Verantwoordelijkheden Acties Tijdspad Stimuleert een wetenschappelijke kritische attitude. Geeft feed-back op de voorbereiding van presentaties (zowel mondeling als middels een poster), wetenschappelijke publicaties. Ziet erop toe dat de promovendus de afgesproken cursussen volgt. Ziet de promovendus op frequente basis, discussieert over de wetenschappelijke inhoud, voorziet in een snelle correctie van manuscriptversies. Let op de inhoud en de didactische kwaliteiten bij de voorbereiding van een presentatie. Neemt deel aan de jaarlijkse B&O- gesprekken en stelt het rapport op van deze gesprekken. Ziet toe dat de promovendus met een UUaanstelling onderwijs geeft. Verstrekt algemene informatie hoe de financiële zaken met betrekking tot cursussen en reizen geregeld zijn. Is tevens een mental coach Verricht onderzoek. Regelt alle aanstellingsbescheiden met P&O, registratie in Hora Est. Volgt het onderwijsprogramma beschreven in het OBP dat in overleg met de promotor/begeleider tot stand gekomen. Stelt een onderzoeksplan op voor de duur van de aanstelling en ook wanneer er geen aanstelling bij de UU is. Draagt ervoor zorg dat alle betrokken partijen hun handtekening plaatsen en zorgt ervoor dat dit document bij P&O gearchiveerd wordt. Registratie in Hora Est vanaf de aanmelding. Jaarlijks Bij aanstelling Vanaf de aanstelling Vanaf aanstelling Bespreekt regelmatig de onderzoeksresultaten met begeleider/promotor. Neemt actief deel aan werkbesprekingen als toehoorder en als presentator. Neemt actief deel aan activiteiten georganiseerd door de onderzoeksschool. Stelt jaarlijks een rapport op als voorbereiding op het B&O-gesprek. In deze rapportage komen aan bod: Vooruitgang en behaalde resultaten van het onderzoek Jaarlijks 23
24 promovendus Mentor Voorzitter Departem ent Decaan P&O Actor Verantwoordelijkheden Acties Tijdspad Het gevolgde onderwijsprogramma en een korte evaluatie ervan De onderwijstaak Stelt eventueel het onderzoeksplan bij op basis van de uitkomsten van het B&O-gesprek. Verzorgt onderwijs zoals vastgelegd in het OBP. Schrijft een proefschrift en verdedigt dit openbaar. jaarlijks Uiterlijk 4 jaar na aanstelling Ondertekent het OBP Uiterlijk 3 maanden na aanstelling promovendus Fungeert zo nodig als mediator wanneer de begeleiding niet naar behoren functioneert tussen de promovendus en zijn/haar begeleider/promotor. Wanneer nodig Verwijst door naar de decaan bij aanhoudend conflict of wanneer conflict te ernstig is. Houdt exitgesprekken met promovendi. Rapporteert de bevindingen van de exitgesprekken aan de programmaleider Wanneer nodig Ondertekent het OBP en de Hora Est formulieren per promovendus Geeft toestemming bij een aantal processen die horen bij de verdediging van het proefschrift Hora Est 2 en 3 formulieren Bemiddeld bij geschillen Art. 26 uit het promotiereglement Universiteit Utrecht Wanneer nodig Regelt de aanstelling van promovendi met een contract aan de UU. Houdt een gesprek met promovendi en wijst hen op de voor hen geldende universitaire en facultaire arbeidsvoorwaarden. Bewaakt het proces van OBP, onderzoeksplannen, B&O-rapportages en Hora Est binnen de voorziene tijd. Gaat na of de OBP s volledig zijn en elke promovendus een onderzoeksplan heeft. 24
25 P&O Programmacommissie Programmacoördinator Promovendi klankbordgroep Actor Verantwoordelijkheden Acties Tijdspad Bewaart de afspraken die gemaakt worden tussen buitenpromovendi en promotor. Het signaleren van de jaarlijks te houden B&O-gesprekken. jaarlijks Op verzoek aanwezig zijn bij de B&Ogesprekken. Op verzoek Ondersteunt de BoS en de programmaleiders bij het aanreiken van informatie voor de jaarlijkse verslaglegging. Hieronder vallen: rendementen PhD opleiding in termen van aantallen starters, succesvolle promoties, stakers, gemiddelde promotieduur, etc per programma, verhouding aantal promovendi per promotor, aantallen Go/No Go s, terugkoppeling naar de BoS over de gemonitorde individuele promotietrajecten in termen van afwijkingen van het normale tijdspad, aantallen toegekende verlengingen, aantallen promoties in deeltijd, aantallen promovendi onderverdeeld naar met en zonder aanstelling aan de UU. Jaarlijks Bepaalt de onderwijscomponent van de opleiding voor minimaal 20 ECTS. Eenmalig, jaarlijks herzien Kan op vraag van de programmaleider ondersteunen bij de werving en selectie van promovendi. Wanneer nodig Bekijkt jaarlijks het onderwijsaanbod en stelt bij a.d.h.v. de resultaten van de cursusevaluaties. Is nauw betrokken bij het periodieke overleg met de promovendi klankbordgroep. jaarlijks Organiseert cursusevaluaties en rapporteert bevindingen aan de programmaleider/programmacommissie die op basis hiervan het nieuwe aanbod vastlegt. In nauwe samenwerking met de promovendi klankbordgroep. Legt zelf de contacten voor de Schoolbrede PhD-councilafvaardiging. Is gesprekspartner van de programmaleider/programmacommissie voor allerhande PhD-aangelegenheden. 25
26 Deel 2: Appendices Appendix 1: Evaluatieprotocol opleidingsaanbod Appendix 2: Generiek opleidingsaanbod Appendix 3: Training- and Supervision agreement (Opleidings- en begeleidingsplan) Appendix 4: Rechtspositie Universiteit Utrecht en promovendi bij verschillende financieringsstelsels. Appendix 5: Reglement promotieopleiding Appendix 6: Inhoudelijke beschrijvingen van de PhD-programma s 26
Kwaliteitsplan promotieopleiding
UNIVERSITEIT UTRECHT Kwaliteitsplan promotieopleiding Graduate School of Natural Sciences Definitieve versie december 2010 http://www.uu.nl/science/naturalsciences 1 De volgende personen hebben elk individueel
Opleidingsreglement van de PhD-opleiding Graduate School of Natural Sciences Faculteit Bètawetenschappen, Universiteit Utrecht
Opleidingsreglement van de PhD-opleiding Graduate School of Natural Sciences Faculteit Bètawetenschappen, Universiteit Utrecht Versie 6 10 juli 2007 PARAGRAAF 1. ALGEMENE BEPALINGEN art. 1.1 - Toepasselijkheid
De promovendus. De promovendus
De promovendus. Doel van de functie. 1. Aanstelling 2. Profiel en competenties 3. Inschaling 4. Het verrichten van onderwijstaken 5. Het Opleiding en Begeleidingsplan (OBP) 6. Begeleiding van de promovendus
Procedureoverzicht Promotietraject Faculteit der Geesteswetenschappen (Promotiereglement 2015)
Procedureoverzicht Promotietraject Faculteit der Geesteswetenschappen (Promotiereglement 2015) Hieronder volgt een overzicht van de stappen in de formele procedure die uiteindelijk wordt afgesloten door
Procedureoverzicht Promotietraject (Promotiereglement 2015)
overzicht Promotietraject (Promotiereglement 2015) Hieronder volgt een overzicht van de stappen in de formele procedure die uiteindelijk wordt afgesloten door de openbare verdediging van het proefschrift.
Inleiding Introductie
Inleiding Introductie Hora Finita: PhD management software ondersteunt de processen faciliteert onderlinge verschillen Graduate Schools op basis van input van gebruikers maatwerk mogelijk 2 Inleiding Opbouw
De Graduate School of Science
13-05-2014 1 De Graduate School of Science 13 Mei 2014 13-05-2014 2 Inhoud van deze presentatie 1. De GSS: geschiedenis, opdracht en rol 2. Wie doet wat bij de GSS (ook Hora Finita) 3. Actuele kwesties
Hoofdstuk 1. Algemeen
REGLEMENT VAN HET WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT LEIDEN UNIVERSITY CENTRE FOR THE ARTS IN SOCIETY (LUCAS) Hoofdstuk 1. Algemeen Artikel 1. Naam van het instituut Het instituut draagt de naam Leiden University
De CAO Nederlandse Universiteiten 2007-2010, artikel 6.8 vormt de basis voor het model Opleidingsen begeleidingsplan voor promovendi:
Open Universiteit Nederland Opleidings- en Begeleidingsplan voor Promovendi De CAO Nederlandse Universiteiten 2007-2010, artikel 6.8 vormt de basis voor het model Opleidingsen begeleidingsplan voor promovendi:
REGISTRATIE-EISEN VOOR WETENSCHAPPELIJK VOEDINGSKUNDIGE A en B
Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen REGISTRATIE-EISEN VOOR WETENSCHAPPELIJK VOEDINGSKUNDIGE A en B Opgesteld door de Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen d.d.: 20 januari 2010 versie:
FORMAT OPLEIDINGS- EN BEGELEIDINGSPLAN PROMOVENDUS. Naam promovendus:.. Datum indiensttreding: Leerstoelgroep:
FORMAT OPLEIDINGS- EN BEGELEIDINGSPLAN PROMOVENDUS Naam promovendus:.. Datum indiensttreding: Leerstoelgroep: Beoogde totale duur promovendusaanstelling: jaar Het dienstverband als promovendus bestaat
Richtlijn Promotietrajecten Universiteit Leiden
Richtlijn Promotietrajecten Universiteit Leiden Deze richtlijn is van toepassing op promovendi van de Universiteit Leiden die vallen in de VSNUcategorieën 1 (werknemer-promovendus) en 3 (contractpromovendus).
Algemeen. Onderwijs. Promovendus. Titel project. Vraagstelling. Indien deeltijd, factor. Start aanstelling. Einde aanstelling. Promotor Promotor 2
Opleidings en begeleidingsplan promovendus UL Faculteit der Letteren Instituut Pallas P.N. van Eyckhof 3/geb. 11651 e etage Postbus 9515, 2300 RA Leiden De werkgever ziet er op toe dat een op de promovendus
Formulier 31-05-2012. 1. Persoonlijke gegevens
Nederlandse Onderzoekschool voor Theologie en Religiewetenschap Netherlands School for Advanced Studies in Theology and Religion (NOSTER) Aanmeldingsformulier promovendi Promovendi die verbonden zijn aan
Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303
Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303 Doel (Mede)zorgdragen voor de vormgeving en door het geven van adviezen bijdragen aan de uitvoering van het beleid binnen de Hogeschool Utrecht kaders en de ter
Show & Share 2008 Promoveren bij Hogeschool INHOLLAND Ad van Blokland, coördinator Promotieonderzoek Institute of Advanced Studies and Applied
Show & Share 2008 Promoveren bij Hogeschool INHOLLAND Ad van Blokland, coördinator Promotieonderzoek Institute of Advanced Studies and Applied Research 1 Inhoud presentatie Waarom aandacht voor promoveren
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ONDERZOEKSCHOOL Huizinga Instituut 2012-2016
De Colleges van Bestuur van: GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ONDERZOEKSCHOOL Huizinga Instituut 2012-2016 de Erasmus Universiteit Rotterdam; de Radboud Universiteit Nijmegen; de Rijksuniversiteit Groningen;
Promoveren binnen de William James Graduate School
Promoveren binnen de William James Graduate School Pre-ambule Vanaf 1 september 2010 promoveren alle (buiten)promovendi, bij de Faculteit de Psychologie en Pedagogiek (FPP), ongeacht de aanstelling, binnen
Protocol Onderzoeksevaluatie Vrije Universiteit Amsterdam
Protocol Onderzoeksevaluatie 2015-2021 Vrije Universiteit Amsterdam OKTOBER 2014 BUREAU BESTUURSZAKEN 2/11 3/11 1. Standaard Evaluatie Protocol 2015-2021 (SEP) De beoordeling van het onderzoek van de Vrije
Bijlage C behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio
Bijlage C behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio Supplement f. Functie procesmanager multidisciplinair oefenen Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub f Besluit personeel
interne regeling Bijlage 3 Opleidings-en begeleidingsplan OIO Naam: Afdeling: Titel promotietraject: Plan voor de periode:
Trainee Research Assistents ingangsdatum 18 juni 2008 Bijlage 3 Opleidings-en begeleidingsplan OIO Naam: Afdeling: Titel promotietraject: Plan voor de periode: Toelating tot de promotie op basis van: Overige
Rapport ad hoc-commissie Wetenschappelijke Integriteit Tilburg University
Rapport ad hoc-commissie Wetenschappelijke Integriteit Tilburg University Prof. Dr. Ton Hol, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht (voorzitter) Prof. Dr. em. Léon de Caluwé (VU) (tevens consultant) Dr.
OPLEIDINGS- EN BEGELEIDINGSPLAN
OPLEIDINGS- EN BEGELEIDINGSPLAN VOOR PROMOVENDI DIE AANGESTELD ZIJN OP DE FACULTEIT DER RECHTSGELEERDHEID VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN * (zoals bedoeld in artikel 6.8 van de CAO Nederlandse Universiteiten
Medewerker mobiliteit
Medewerker mobiliteit Doel (Mede)ontwikkelen van mobiliteitsbeleid, uitvoeren van mobiliteitstrajecten en geven van individueel loopbaanadvies, uitgaande van het mobiliteits-/ personeelsbeleid op instellings-
In aanvulling op bovenstaande voorwaarden gelden de volgende aanvullende toelatingsvoorwaarden per track:
Opleidingsspecifieke deel OER, 2017-2018 De opleiding Kunst- en cultuurwetenschappen Arts and Culture bestaat uit de programma s: Gender Studies (see English EER) Arts & Society (voorheen Kunstbeleid en
Doel. Context VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE ONDERWIJS- & ONDERZOEKSONDERSTEUNING VAARDIGHEIDSDOCENT VERSIE 3 APRIL 2017
Vaardigheidsdocent Doel Ontwikkelen en verzorgen van buiten de kaders van de wetenschappelijke onderwijsonderdelen maar binnen de kaders van het beleid van de instelling, faculteit, opleidingsinstituut,
Taakomschrijvingen en procedures omtrent inleveren, beoordelen en archiveren afstudeeronderzoek
Taakomschrijvingen en procedures omtrent inleveren, beoordelen en archiveren afstudeeronderzoek Opgesteld 4 oktober 2013 Besproken in het MT-ILS 9 oktober 2013 Versie 20 november 13 Ter bespreking in DB
Belangrijkste informatie uit het actuele Promotiereglement. Basis Het promotietraject valt binnen de Graduate School FGB.
Belangrijkste informatie uit het actuele Promotiereglement Basis Het promotietraject valt binnen de Graduate School FGB. Betreffende formulier I Bij aanvang van het PhD-traject dient door het formulier
Doctoraatsreglement van de FPPW
FACULTEIT PSYCHOLOGIE EN PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN Doctoraatsreglement van de FPPW Unaniem goedgekeurd door de Faculteitsraad op 17 september 2014 1. Inleiding Dit reglement bevat faculteitsspecifieke
: Afstudeerproject BSc KI : Bachelor Kunstmatige Intelligentie Studiejaar, Semester, Periode : semester 2, periode 5 en 6
Studiewijzer BACHELOR OPLEIDING KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE Vak : Afstudeerproject BSc KI Opleiding : Bachelor Kunstmatige Intelligentie Studiejaar, Semester, Periode : 2015-2016 semester 2, periode 5 en
Docent. Doel. College van van Bestuur. Decaan. Voorzitter Capaciteitsgroep. Dir. Dir. Onderzoeksinstituut. Hoogleraar UHD UD UD. Onderzoeker.
Docent Doel College van van Bestuur Ontwikkelen en verzorgen van toegewezen wetenschappelijke, uitgaande van het facultaire, teneinde de leerdoelen behorende bij de eindtermen van de ten aanzien van kennis,
COR visie op aanpak promotierendement
COR visie op aanpak promotierendement Doel van dit document In de loop van 2012 zal de Adviescommissie Organisatie en Personeelsbeleid (ACOP) starten. Een CORlid zal uitgenodigd worden om zitting te nemen
Artikel 4 1. Het proefschrift kan door één persoon dan wel door twee personen tezamen worden geschreven.
Promotiereglement van de Open Universiteit Nederland Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 In dit reglement wordt verstaan onder: Wet : de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW)
Conferentie Promoveren en promotietrajecten. VU Amsterdam, 15 mei 2013
Conferentie Promoveren en promotietrajecten VU Amsterdam, 15 mei 2013 Heden en toekomst van promoveren Prof. Martin Kropff, rector Wageningen University Promoveren: wat is onveranderd? Kern: het (leren)
Planning en Evaluatie gespreksverslagen
Promotietraject RU / FNWI Inleiding Planning en Evaluatie gespreksverslagen Plannings en evaluatiegesprekken (minimaal 1 x per jaar) helpen begeleider en promovendus bij het doelgericht werken en plannen.
P&O-adviseur. Context. Doel
P&O-adviseur Doel (Mede)zorgdragen voor de vormgeving en/of de uitvoering van het personeel- en organisatiebeleid voor faculteit(en), dienst(en) of de instelling, binnen de kaders van, wettelijke bepalingen
Ius promovendi UHD. Universiteit Twente-HR In opdracht van het College van Promoties 6 december 2017 Versie 5 CvP 2017/1098
Ius promovendi UHD Universiteit Twente-HR In opdracht van het College van Promoties 6 december 2017 Versie 5 CvP 2017/1098 1 Verruiming ius promovendi Universiteit Twente Samenvatting In september 2017
Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs
universitair onderwijscentrum groningen hoger onderwijs Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs 2008-2009 september 2008 Basiskwalificatie onderwijs 2 Wat is de basiskwalificatie onderwijs (BKO)? De basiskwalificatie
2. Selectie van studenten geschiedt op basis van een oordeel over de volgende kerncompetenties van belangstellenden:
Opleidingsspecifieke deel OER, 2017-2018 Opleiding / programma: Theologie en Religiewetenschappen Programma: Religie en Samenleving Artikel Tekst 2.1 Toelatingseisen opleiding 1. Voor toelating tot de
Reglement remuneratiecommissie Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Stromenland
Reglement remuneratiecommissie Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Stromenland HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Doel en reikwijdte reglement 1. Dit reglement geeft nadere invulling van samenstelling
P&O-adviseur. Context. Doel
P&O-adviseur Doel (Mede)zorgdragen voor de vormgeving en/of de uitvoering van het personeel- en organisatiebeleid voor faculteit(en), diensten of de instelling, binnen de kaders van, wettelijke bepalingen
WERKPLUS WAREGEM FUNCTIE- EN COMPETENTIEPROFIEL ADJUNCT - DIRECTEUR
WERKPLUS WAREGEM FUNCTIE- EN COMPETENTIEPROFIEL ADJUNCT - DIRECTEUR 2/6 FUNCTIEBESCHRIJVING: Adjunct - Directeur Datum opmaak: 22-01-2012 Door: Nancy Cantens (Mentor consult) Datum bijwerking: Door: Reden
Kootstra Talent Fellowship 2011
Kootstra Talent Fellowship 2011 Inleiding De Raad van Bestuur Maastricht UMC + heeft voor 2011 middelen ter beschikking gesteld voor talentontwikkeling onder jong wetenschappelijk talent. Deze middelen
Taak- en functieomschrijving teamleider kinderopvang
Pagina 1 van 5 Taak- en functieomschrijving teamleider kinderopvang Doel Het vastleggen van taken, verantwoordelijkheden van een functionaris, met inbegrip van opleidingseisen en salarisindicatie. Van
Deel B van de onderwijs- en examenregeling voor de duale masteropleiding Communicatie- en informatiewetenschappen, 90 EC, 2014-2015
Deel B van de onderwijs- en examenregeling voor de duale masteropleiding Communicatie- en informatiewetenschappen, 90 EC, 2014-2015 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Toepasselijkheid van de regeling Deze
Artikel 4 1. Het proefschrift kan door één persoon dan wel door twee personen worden geschreven.
U2017/01484/ROF Promotiereglement van de Open Universiteit Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 In dit reglement wordt verstaan onder: Wet: de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek
Reglement van de Raad van Toezicht
Van de besluit gelet op richtlijn 23 van de Code Goed Onderwijsbestuur VO d.d. 4 juni 2015 en artikel 11 lid 4 van de statuten van de stichting tot vaststelling van het onderstaande Reglement van de Raad
ONDERZOEK & ONTWIKKELING
1. DOEL & TOEPASSINGSGEBIED In deze procedure wordt de werkwijze omschreven, die gehanteerd wordt bij de ontwikkeling van nieuwe diensten bij.. voor wat betreft de sector Kinderopvang. De beheersing van
Onderwijsregeling VI Keuzeonderwijs Bacheloropleiding Geneeskunde Curius+
Onderwijsregeling VI Keuzeonderwijs Bacheloropleiding Geneeskunde Curius+ juli 2014 ingangsdatum 1 september 2014 Algemeen Het verplichte keuzeonderwijs beslaat 10 ec in studiejaar 2 (keuzevakken) en 10
Bestuursreglement. Woningstichting Heteren
Bestuursreglement Woningstichting Heteren Status: Definitief, 11 februari 2014 Bestuursreglement Woningstichting Heteren 1 Doel en reikwijdte 1. Dit reglement is vastgesteld door het bestuur op 4 februari
DEMOCRATISCHE SCHOOL UTRECHT VOOR PRIMAIR ONDERWIJS
BIJLAGE 2: UITKOMST ONDERZOEK DEMOCRATISCHE SCHOOL UTRECHT VOOR PRIMAIR ONDERWIJS TE UTRECHT INHOUD Uitkomst onderzoek Democratische School Utrecht te Utrecht 3 2 en oordelen per onderliggende onderzoeksvraag
(De grijs gedrukte teksten zijn artikelen uit de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW))
PROMOTIEREGLEMENT UNIVERSITEIT UTRECHT (De grijs gedrukte teksten zijn artikelen uit de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)) Artikel 7.19 WHW Promotiereglement; eredoctoraat
Promotiereglement van de
Promotiereglement van de Open Universiteit Open Universiteit www.ou.nl 6117235 6117235ENG Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 In dit reglement wordt verstaan onder: Wet: de Wet op het Hoger onderwijs
De Universiteit Antwerpen wenst een positief en geïntegreerd personeelsbeleid te voeren. Dit personeelsbeleid is gericht op de ontwikkeling en de
De Universiteit Antwerpen wenst een positief en geïntegreerd personeelsbeleid te voeren. Dit personeelsbeleid is gericht op de ontwikkeling en de groei van alle medewerkers van de Universiteit Antwerpen,
Samenvatting. onderzoek kortheidshalve aan met de term aangestelde promovendi.
Samenvatting Introductie Negen jaar geleden vroeg de Universiteit Utrecht haar promovendi om een oordeel over een aantal aspecten van hun promotietraject. Lagen ze op schema, welke steun kregen internationale
Directeur onderzoeksinstituut
Directeur onderzoeks Doel College van van Bestuur Zorgdragen voor de ontwikkeling van het van het en uitvoering en organisatie van onderzoek en onderzoeksondersteuning binnen het, uitgaande van het faculteitsplan
B. OPLEIDINGSSPECIFIEK DEEL VAN DE ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING VAN DE DUALE PROGRAMMA NEDERLANDS ALS TWEEDE TAAL FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN
B. OPLEIDINGSSPECIFIEK DEEL VAN DE ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING VAN DE DUALE MASTEROPLEIDING TAALWETENSCHAPPEN 90 EC PROGRAMMA NEDERLANDS ALS TWEEDE TAAL FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN 2015-201 Deel
Instituutsreglement OPLEIDINGSINSTITUUT IGT
Instituutsreglement OPLEIDINGSINSTITUUT IGT HOOFDSTUK A Artikelen bij het Kaderbesluit CHVG en het Besluit IGT Artikel 1 Opleiding bij erkende specialisten, profielartsen en instellingen Bij artikel B.1
Handleiding voor leidinggevenden
Handleiding voor leidinggevenden Inleiding Waarom R&O-gesprekken Het startgesprek Het R&O-gesprek Voorbereiding algemeen Het voeren van het gesprek Verslaglegging met behulp van het formulier Het voortgangsgesprek
rendement van talent aanbevelingen voor motiverend en stimulerend loopbaanbeleid advies
de jonge akademie rendement van talent aanbevelingen voor motiverend en stimulerend loopbaanbeleid advies samenvatting De afgelopen jaren hebben de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW),
4. Bij voorkeur zal de raad van toezicht van Stichting P60 bij de werving van nieuwe toezichthouders buiten het eigen netwerk zoeken.
REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT Opgesteld door de voorzitter op 25.03.2013 Vastgesteld door de raad van toezicht op: 27.05.2013 te Amstelveen HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit
REGLEMENT BEOORDELING AANVRAGEN TOT EEN BIJDRAGE UIT HET NATIONAAL RAMPENFONDS
REGLEMENT BEOORDELING AANVRAGEN TOT EEN BIJDRAGE UIT HET NATIONAAL RAMPENFONDS van de stichting NATIONAAL RAMPENFONDS gevestigd te 's-gravenhage zoals vastgesteld in de vergadering van het Bestuur d.d.
Voorbeeld van een Uitvoeringsplan Schakelpunt Landelijke Werkgevers Werving en Plaatsing [functie] tussen Werkgever Y en arbeidsmarktregio X
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met het Schakelpunt Landelijke Werkgevers: https://www.samenvoordeklant.nl/schakelpunt-landelijke-werkgevers LOGO S Voorbeeld van een Uitvoeringsplan Schakelpunt
LEERCOACH IN DE NETWERKSCHOOL. Verantwoordelijkheden
Leercoaches begeleiden studenten in hun leertraject, studievoortgang en ieontwikkeling binnen de Netwerkschool ROC Nijmegen. Deze notitie uit 2013 beschrijft de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en kerntaken
FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA. ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar 2008-2009
UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar 2008-2009 DE MASTEROPLEIDING BIOMEDICAL
Opleidingsspecifieke deel OER, Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences
Opleidingsspecifieke deel OER, 2017-2018 Opleiding / programma: Artikel Tekst 2.3 Colloquium doctum Het toelatingsonderzoek, bedoeld in art. 7.29 van de wet, heeft betrekking op de volgende vakken op het
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE VERPLEEGHUISARTSOPLEIDING
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE VERPLEEGHUISARTSOPLEIDING Goedgekeurd door de HVRC 1 maart 2007 Voorwoord Conform artikel B3 lid 2 van het Kaderbesluit CHVG (hierna: Kaderbesluit), in werking getreden
van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut
Opleidingsmanager Doel Ontwikkelen van programma( s) van wetenschappenlijk onderwijs en (laten) uitvoeren en organiseren van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande van een faculteitsplan
Medewerker onderwijsontwikkeling
Medewerker onderwijsontwikkeling Doel Ontwikkelen van en adviseren over het onderwijsbeleid en ondersteunen bij de implementatie en toepassing ervan, uitgaande van de geformuleerde strategie van de instelling/faculteit
Planmatige aanpak contracteren en evalueren. Menzis, AnderZorg en Azivo
Planmatige aanpak contracteren en evalueren Menzis, AnderZorg en Azivo Versie definitief 05 oktober 2012 Ook in 2013 en 2014 wil Menzis gerichter en frequenter monitoren in hoeverre de doelstellingen,
Bestuurlijke hantering onderzoeksbeoordelingen aan de UvT 2009-2015
Bestuurlijke hantering onderzoeksbeoordelingen aan de UvT 2009-2015 In het najaar van 2007 hebben de besturen van VSNU, NWO en KNAW besloten tot aanpassing van het Standard Evaluation Protocol (SEP) 1.
FORMULIER FUNCTIEPROFIEL
FORMULIER FUNCTIEPROFIEL Basisgegevens Datum 9-6-2015 Naam van de functie: HR Manager Plaats in de organisatie Rapporteert aan of werkt onder leiding van: directie Geeft leiding aan: afdeling P&O Doel
Reglement intern toezicht
Reglement intern toezicht De raad van toezicht van de Stichting Scala College en Coenecoop College besluit gelet op richtlijn 23 van de Code Goed Onderwijsbestuur VO d.d. 4 juni 2015 en artikel 2 lid 1
Topstructuur Faculteit Bètawetenschappen
Faculteitsraad Bètafaculteit ingekomen 15 mrt 2005 FRBF 05-014 Topstructuur Faculteit Bètawetenschappen Vastgesteld in gezamenlijk overleg tussen het college van bestuur en het federatiebestuur. 15 maart
Functieprofiel: Docent Functiecode: 0104
Functieprofiel: Docent Functiecode: 0104 Doel Voorbereiden en uitvoeren van ontwikkelde onderwijsonderdelen en participeren in uitvoering van onderwijsevaluaties en ontwikkeling en/of onder begeleiding
Directiestatuut CSG. Artikel 1. Taakverdeling en structuur
Directiestatuut CSG Artikel 1. Taakverdeling en structuur 1. De directeur-bestuurder oefent in de rol van bestuur van de stichting de hem bij of krachtens wettelijk voorschrift, statuten of het Reglement
Hoofdlijnen van beleid management onderzoeksdata Universiteit voor Humanistiek
1 november 2016 Hoofdlijnen van beleid management onderzoeksdata Universiteit voor Humanistiek Preambule In deze notitie wordt op hoofdlijnen vastgelegd hoe onderzoeksdata moet worden beheerd. Het is van
Richtlijn beoordeling onderzoeksmasters vanaf 1 september 2015. 23 april 2015
Richtlijn beoordeling onderzoeksmasters vanaf 1 september 2015 23 april 2015 Parkstraat 28 Postbus 85498 2508 CD Den Haag P.O. Box 85498 2508 CD The Hague The Netherlands T +31 (0)70 312 2300 [email protected]
Studentendecaan. Context. Doel
Studentendecaan Doel Vormgeven en uitvoeren van begeleiding en advisering van studenten, alsmede opstellen/actualiseren van voorlichtingsmateriaal, beleidsvoorstellen en procedurenaslagwerken/- handboeken,
Korte beschrijving van promotietrajecten UT N.a.v. het herziene Promotiereglement, het PhD Charter en promovendivolgsysteem ProDoc.
Korte beschrijving van promotietrajecten UT N.a.v. het herziene Promotiereglement, het PhD Charter en promovendivolgsysteem ProDoc. Algemeen: Het doel van het nieuwe promovendibeleid is verbetering van
DOE040 VOORTGEZET ONDERWIJS
BIJLAGE 2: UITKOMST ONDERZOEK DOE040 VOORTGEZET ONDERWIJS TE EINDHOVEN INHOUD Uitkomst onderzoek DOE040 VO te Eindhoven 3 2 en oordelen per onderliggende onderzoeksvraag 4 3 Samenvattend oordeel 10 Bijlage
Kootstra Talent Fellowship 2015
Kootstra Talent Fellowship 2015 Inleiding De Raad van Bestuur Maastricht UMC + heeft voor 2015 middelen ter beschikking gesteld voor talentontwikkeling onder jong wetenschappelijk talent. Deze middelen
Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences. Artikel Tekst 2.3 Colloquium doctum
Opleidingsspecifieke deel OER, 2018-2019 Opleiding / programma: Artikel Tekst 2.3 Colloquium doctum Het toelatingsonderzoek, bedoeld in art. 7.29 van de wet, heeft betrekking op de volgende vakken op het
