Toepassen van Adjusted Present Value
|
|
|
- Elisabeth Bogaert
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Toepassen van Adjusted Present Value Blz. 1 van 8 In deze bijdrage wordt ingegaan op het berekenen van economische waarde. Naast de bekende discounted cash flow (DCF) methode wordt ook wel gebruik gemaakt van de adjusted present value (APV). De achtergronden van deze benaderingen worden tegen het licht gehouden. Verder wordt aangetoond dat onder gelijke veronderstellingen geen verschil bestaat tussen DCF en APV. Aan het eind van deze bijdrage maken wij ook nog kennis met de waardering op basis van flows to equity (geldstromen voor het eigen vermogen). Deze methode wordt vaak toegepast bij het waarderen van financiële instellingen. Verder wordt ingegaan op de vraag of het belastingvoordeel contant gemaakt moet worden tegen de kostenvoet voor het vreemd vermogen of de kostenvoet voor het eigen vermogen. Als laatste wordt getoond hoe de waarde van een fiscaal compensabel verlies wordt bepaald. Auteur: Jan Vis; adjunct-professor Business Valuation (Rotterdam School of Management) en directeur Talanton Corporate Finance B.V. ( [email protected]) Literatuur: Copeland, Koller en Murrin: Valuation (3rd edition), Wiley, New York. Bij het waarderen onder APV geldt dat de waarde wordt berekend op basis van de veronderstelling dat alleen met eigen vermogen wordt gefinancierd. Financieren met vreemd vermogen heeft geen ander voordeel dan het belastingeffect indien de betaalde rente in mindering kan worden gebracht op de te belasten winst. Als nu met een combinatie van eigen en vreemd vermogen wordt gefinancierd kan de waarde op twee manieren worden bepaald. De gebruikelijke DCF-methode waarbij de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet wordt gebruikt als kostenvoet van het gecombineerde vermogen. De vermogensverhouding staat dan vast. Deze laatste veronderstelling is niet altijd praktisch en dan biedt de APV-methode uitkomst. De waarde komt dan tot stand door het berekenen van de waarde op basis van de kostenvoet eigen vermogen (onder de fictie dat alleen met eigen vermogen wordt gefinancierd) en daarbij wordt de waarde van het tax shield (TS) opgeteld. Het tax shield bestaat uit de bespaarde belasting. Deze besparingen worden contant gemaakt tegen de kostenvoet eigen vermogen (onder de fictie dat alleen met eigen vermogen wordt gefinancierd). In de literatuur komt men ook wel tegen dat als vermogenskostenvoet gebruik wordt gemaakt van de kosten van vreemd vermogen. Het argument is dan dat het tax shield verbonden is aan het gebruik van vreemd vermogen en dat dan ook die kostenvoet zou moeten worden gebruikt. Later komen wij op deze zaak terug. Wij zullen de twee opvattingen ook in een casus verwerken. Het volgende voorbeeld kan de zaak verduidelijken. Wij nemen aan dat de kostenvoet eigen vermogen (ke) 12 procent bedraagt. Het betreft hier de kostenvoet indien alleen met eigen vermogen wordt gefinancierd (all equity). Het te waarderen bedrijf heeft een operationele geldstroom van 50. Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 30 procent. Wat is de waarde van de onderneming? De vrije geldstroom, na belasting, bedraagt onder deze veronderstelling 35 (0,70 x 50) en de vermogenskostenvoet is 12 procent. De waarde komt dan op: 35/0,12 = 291 2/3. Nu veronderstellen wij dat wordt gefinancierd met een combinatie van eigen en vreemd vermogen. De vermogensverhouding bedraagt 75/25 (EV/VV). Het vreemd vermogen kost 5 procent per jaar. De betaalde rente kan niet in mindering worden gebracht op de te belasten winst. Wat is onder deze veronderstellingen de waarde van de onderneming?
2 Blz. 2 van 8 Indien de hypothese van Miller-Modigliani (MM) van kracht is maakt de vermogensverhouding niets uit voor de waarde van onderneming. Het enige effect is dat het eigen vermogen lager uitvalt omdat er vreemd vermogen is bijgekomen. Daar de belastingheffing hier geen invloed heeft op de rente betalingen kan er verder niets gebeuren. De consequentie van deze redenering is natuurlijk dat de kostenvoet van het eigen vermogen omhoog zal gaan. Dit kan als volgt worden verklaard. De risico s voor de verschaffers van het eigen vermogen zijn toegenomen door het aantrekken van vreemd vermogen (insolventie). De berekening verloopt als volgt: De gewogen gemiddeld vermogenskostenvoet moet op 12 procent uitkomen. Zowel de waarde van de onderneming als de vrije geldstroom blijven gelijk. Wij weten dat 25 procent van het totale vermogen uit vreemd vermogen bestaat en dat dit vermogen 5 procent op jaarbasis kost. De gewogen kostenvoet is dan te berekenen. Daar wij weten dat de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet op12 procent moet uitkomen is door te salderen vast te stellen wat het gewogen percentage moet bedragen. Daar ook het gewicht (75) is gegeven kan op simpele wijze de kostenvoet van het eigen vermogen (op basis van EV/VV financiering) worden vastgesteld. WACC: 0,75 x ke = 0,1075 0,25 x 0,05 = 0,0125 Totaal = 0,1200 ke = 0, De waarde wordt nu als volgt vastgesteld: 35/0,12 = 291 2/3. Waarde en betaalde vermogenskosten: EV: 0,75 x 291 2/3 = 218, tegen 14,3333% = 31, VV: 0,25 x 291 2/3 = 72, tegen 5% = 3, Wat wordt nu de waarde indien wij uitgaan van de veronderstelling dat de betaalde rente in mindering mag worden gebracht op de te betalen vennootschapsbelasting? Deze veronderstelling zal leiden tot een vermindering van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet. Deze wordt lager omdat het netto bedrag van de rente door de belastingsubsidie omlaag gaat. De netto kostenvoet van het vreemd vermogen wordt als volgt berekend: (1 t) x kv = (1 0,30) x 0,05 = 0,035. Doordat de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet daalt gaat, onder gelijkblijvende omstandigheden, de waarde omhoog. Door deze gestegen waarde, die per onmiddellijk (T0) wordt gecreëerd, vallen het eigen en vreemd vermogen hoger uit (de vermogensverhouding was immers een gegeven). De kostenvoeten zijn bepaald door de vermogensverhouding en niet door de absolute waarde. Rekenkundig komt het er dan als volgt uit te zien. Gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet: EV: 0,75 x 0, = 0, VV: 0,25 x {(1-0,3)x0,05)} = 0, Totale WACC = 0, De waarde wordt nu: 35/0, = 301, Waarde en betaalde vermogenskosten: EV: 0,75 x 301, = 225, tegen 14,3333% = 32, VV: 0,25 x 301, = 75, tegen 3,500% = 2, Wat is nu het belastingeffect (tax shield)? Onder het tax shield wordt verstaan het bedrag dat aan subsidie wordt ontvangen door de vermindering van de te betalen vennootschaps-belasting. In ons
3 Blz. 3 van 8 geval valt dat te becijferen op: 0,05 x 75, = 3, (te betalen rente voor belasting). Op dit bedrag wordt het belastingpercentage (30%) in mindering gebracht. De besparing (TS) bedraagt dan 0,30 x 3, = 1, Wat is dan de waarde van het tax shield? Onder de hier geldende voorwaarden wordt het bespaarde bedrag contant gemaakt tegen de kostenvoet van het eigen vermogen. Let wel, de kostenvoet van het eigen vermogen op basis van een geheel met eigen vermogen gefinancierde onderneming. In ons geval de eerst genoemde 12 procent. Dit is te verklaren door de MM hypothese. Vermogensverhoudingen maken niets uit voor de waarde, alleen het eventuele tax shield heeft een waardecomponent. Men betaalt alleen belasting bij positieve geldstromen, voor het berekenen van de waarde zijn de operationele geldstromen maatgevend. Operationele geldstromen zijn per definitie onzekere geldstromen en daarom wordt hier contant gemaakt tegen de vermogenskostenvoet die behoort bij onzekere geldstromen. Dit betekent dat de waarde van het tax shield vastgesteld kan worden op: 1,129032/0,12 = 9, De waarde op basis van een APV berekening zou dan zijn: Waarde all equity = 291 2/3 Waarde tax shield = 9, Totale waarde = 301, Deze waarde komt overeen met hetgeen hierboven op basis van de conventionele DCF-methode was berekend. Ook dit is verklaarbaar. De gebruikte methode van waardering kan geen invloed uitoefenen op de uitkomst indien de bepalende parameters (vrije geldstroom en vermogenskostenvoet) niet veranderen. Bij Copeland (blz. 148) vinden wij twee vergelijkingen die nuttig kunnen zijn bij APV-berekeningen. ku = wacc + kb x {(B)/(B + S)} x T Waarin: ku : unlevered kostenvoet eigen vermogen (all equity) wacc : gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet kb : kostenvoet vreemd vermogen (voor belasting) B : marktwaarde vreemd vermogen (gewicht of bedrag) S : marktwaarde eigen vermogen (gewicht of bedrag) T :(marginale) belastingvoet Het bovenstaande kan worden herschreven in: Wacc = ku kb x {(B)/(B + S)} x T Toegepast op ons voorbeeld: Ku = 0,12 = 0, ,05 (25/100)0,3 Wacc = 0, = 0,12 0,05(25/100)0,3
4 Blz. 4 van 8 Wij kunnen dus concluderen dat de conventionele DCF-methode hetzelfde antwoord geeft als de APV methode. Naast deze twee benaderingen bestaat nog een derde benadering. Deze wordt niet veel toegepast omdat de praktische toepasbaarheid niet zo groot is. De methode staat bekend onder de namen the equity DCF Model of flows-to-equity-approach. Deze methode is vooral nuttig bij het waarderen van financiële in stellingen. Als antwoord wordt direct de economische waarde van het eigen vermogen verkregen. Toegepast op ons voorbeeld verloopt de redenering als volgt: 1. Bepaal de cash flows die toevallen aan het eigen vermogen (indien ook vreemd vermogen aanwezig is). Wij weten dat de vrije geldstroom 35 bedraagt.. Uit het voorgaande kennen wij de verdeling van deze geldstroom over de verschillende vermogensvermogen (blz. 2), namelijk 32, en 2, Bepaal de kostenvoet eigen vermogen indien ook met vreemd vermogen wordt gefinancierd. Wij kunnen hier gebruik maken van de volgende vergelijking (zie ook Copeland, blz. 151): kl = ku + (ku kv) x (VV/EV). Toegepast op ons voorbeeld levert dit de ons reeds bekende 0, op. 3. De laatste stap bestaat uit het contant maken van de geldstroom voor eigen vermogen met de vermogenskostenvoet die behoort bij de onderhavige vermogensstructuur. In ons geval: 32,365591/0, = 225, Zoals wij hier zien levert deze benadering niets nieuws op. In het voorgaande was de berekening in feite al gemaakt. In bovenstaand voorbeeld stond de vermogensverhouding vast. In de praktijk is daar niet altijd sprake van. Hieronder laten wij een voorbeeld volgen hoe te werk kan worden gegaan indien de omvang van het vreemd vermogen gegeven is. Nieuw voorbeeld: Een onderneming verwacht (eeuwigdurend) een winst voor rente en belasting van De belasting bedraagt 34%. De kostenvoet van het eigen vermogen (all equity) is 20 procent. De onderneming heeft een lening uitstaan van 5 miljoen (zonder aflossing) tegen een rente van 10 procent. 1. Wat is de waarde volgens APV indien het belastingvoordeel contant wordt gemaakt tegen de kostenvoet van het eigen vermogen? Antwoord: Eerst wordt de waarde berekend tegen de kostenvoet eigen vermogen (all equity). Deze komt uit op: /0,20 = 10 miljoen. Vervolgens wordt de waarde van het tax shield berekend. Aan rente wordt betaald, na 34% belasting resteert een netto rentelast van De besparing is derhalve per jaar, contant gemaakt tegen de kostenvoet eigen vermogen (all equity) levert dit op: /0,20 = De waarde wordt dan: = De vergoeding voor het eigen vermogen bedraagt onder deze veronderstelling: ( ) / = 0, Wat is de waarde volgens APV indien het belastingvoordeel contant wordt gemaakt tegen de kostenvoet van het vreemd vermogen? Antwoord: Nu wordt de besparing van contant gemaakt tegen 10 procent. De waarde wordt dan en de totale waarde wordt dan: = De vergoeding voor het eigen vermogen bedraagt onder deze veronderstelling: / = 0,
5 Blz. 5 van 8 3. Wat is de waarde volgens de conventionele DCF-methode? Antwoord: Uit het hierboven gegeven antwoord blijkt dat twee vermogensverhoudingen kunnen bestaan. Onder (1) is die verhouding: 5,85 : 5,00 (EV : VV) en onder (2) luidt de verhouding: 6,7 : 5. Wij kunnen nu de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet bepalen. EV = 5,85/10,85 x 0, = 0, VV = 5/10,85 x {(1-034) x 0,10)} = 0, WACC = 0, Waarde : / 0, = EV = 6,7/11,7 x 0, = 0, VV = 5/11,7 x {(1-0,34) x 0,10)} = 0, WACC = 0, Waarde: / 0, = Wat is de waarde volgens de flow to equity -methode? Antwoord: Ook hier krijgen wij twee benaderingen. Uit het voorgaande hebben wij reeds de kostenvoeten voor het eigen vermogen vastgesteld. Ook weten wij dat de cash flow voor het eigen vermogen bedraagt. De waarden van het eigen vermogen zijn dan eenvoudig vast te stellen: / 0, = / 0, = Ook hier blijken de antwoorden overeen te komen. Adjusted Present Value (compensabel verlies) Wat gebeurt er nu indien sprake is van compensabele verliezen? Dit compliceert de zaak omdat de vermogenskostenvoet zal veranderen in de jaren waarin het belastingeffect van het financieren met vreemd vermogen niet meegewogen wordt. Daardoor zal ook de waarde gaan veranderen. Het is goed ons eerst te realiseren wat belasting met de waarde van een onderneming doet. Het is natuurlijk niet verrassend dat belasting de waarde zal doen dalen. Voorbeeld: Een onderneming is alleen met eigen vermogen gefinancierd (ke = 0,10). Voor de eerste vier jaren verwacht men een geldstroom van respectievelijk: 10; 20; 25 en 30. In de restperiode zal de geldstroom 32 bedragen. De waarde van deze onderneming is dan te berekenen op: 64,8931 (scenario) plus 218,5643 (restwaarde) = 283, FCF n n 1 (1 0,10) = 64, (dit is de waarde van de scenario periode
6 FCF n n 5 (1 0,10) = 0,10 X 1,10 = 320 X 0, = 218, Blz. 6 van 8 Indien belasting betaald moet worden tegen een tarief van 30 procent dalen de geldstromen tot respectievelijk: 7; 14; 17,5 en 21. In de restperiode zal dan een geldstroom van 22,4 ontstaan. Indien de waarde na belasting wordt berekend komt men op basis van de DCF-methode op 198, Dit is natuurlijk gelijk aan: 0,7 x 283,4574. N.B. deze benadering gaat alleen op als de onderneming in een stabiele situatie verkeert; de groeiende geldstromen uit het begin worden dan kennelijk veroorzaakt door toenemende vraag die gekoppeld wordt aan een vaste productiecapaciteit. Indien sprake is van aanloopverliezen ontstaat het volgende beeld. De geldstromen zijn naar verwachting: -10; -5; +15; +30. Gedurende de restperiode is de geldstroom 32. Bij een kostenvoet (ke = 0,10). Wordt de waarde van de onderneming nu: 237, (DCF-methode). Indien belasting betaald moet worden (t=0,30) en er is geen sprake van verlies compensatie worden de geldstromen respectievelijk: -10; -5; +10,5; +21. Gedurende de restwaarde is de geldstroom dan 22,4. De waarde laat zich nu becijferen op: 162, Stel vervolgens dat wel verliescompensatie mogelijk is. De geldstromen worden dan respectievelijk: -10; -5; +15; +21. In de restperiode is de geldstroom 22,4. De waarde komt nu uit op: 165, De waarde van de verliescompensatie is dan: 165, , = 3, Dit kan ook als volgt gevonden worden. Door de verliescompensatie wordt in het derde jaar belasting bespaard. Zonder verliescompensatie zou men moeten betalen: 0,3 x 15 = 4,5. In werkelijkheid wordt niets betaald. De waarde van deze besparing op moment T0 bedraagt: 4,5/1,10 3 = 3, Algemeen: belasting doet de waarde dalen. Indien sprake is van verliescompensatie ontstaat een positief verschil met de situatie waarin geen sprake is van verliescompensatie. Dit verschil wordt, enigszins misleidend, aangeduid met de term: de waarde van de verliescompensatie. Deze valt als volgt te becijferen: de contante waarde van de door verliescompensatie ontstane belastingbesparingen. Let op: in deze situatie is het niet zo dat het verschil in waarde tussen een situatie zonder belasting (237,101291) en een situatie met belasting en verliescompensatie (165,384878) precies 30 procent bedraagt. Immers: 0,7 x 237, = 165, Dit verschil heeft de volgende achtergrond. Er is namelijk nog een andere oplossing denkbaar. Indien tijdens verliesjaren belasting wordt teruggegeven krijgen wij een totaal ander beeld. De geldstromen worden dan respectievelijk: -7; -3,5; +10,5 en 21. Tijdens de restperiode wordt de geldstroom 22,4. Indien dit wordt gewaardeerd ontstaat een waarde van 165,97094 en dat is exact gelijk aan de waarde zonder belasting minus de 30 procent belasting. Wij keren nu terug tot ons eerdere voorbeeld. Wij gaan uit van een onderneming die wordt gefinancierd met eigen vermogen; de kostenvoet bedraagt 12 procent (all equity). De onderneming heeft een scenarioperiode van vijf jaar met de volgende verwachte geldstromen: -50; -50; 50; 50; 50. De belasting bedraagt 30 procent en er is sprake van verliescompensatie. De contant te maken geldstromen zijn dan respectievelijk: -50; -50; +50; +50 en +35. Voor de restwaarde wordt uitgegaan van dezelfde situatie als in jaar vijf. De waarde op basis van all equity bedraagt dan: 2, (scenarioperiode) plus 165, (restwaarde) = 168, De oorspronkelijke waarde was 35/0,12 = 291 2/3. Het verschil met de huidige waarde (168,221805) bedraagt 123, Dit verschil ontstaat uit de contante waarde van de verschillen (Δ) tussen de situatie met en zonder belasting. Deze verschillen bedragen: -85; -85; +15 en +15. De contante waarde daarvan (tegen 12 procent) is precies 123,44862.
7 Blz. 7 van 8 De waarde van de onderneming is door het introduceren van belasting behoorlijk gedaald. De vermogensverhouding blijft echter, zoals in het voorgaande opgemerkt, constant op de verhouding 75/25 (EV/VV). Indien nu de waarden en de vermogenskosten worden bepaald ontstaat het volgende beeld: EV: 0,75 x 168, = 126, tegen 14,3333% = 18, VV: 0,25 x 168, = 42, tegen 3,5% = 1, Totaal = 19, Uit het voorgaande weten wij de gemiddelde vermogenskostenvoet, namelijk: 0, Indien de vrije geldstroom (19, ) contant wordt gemaakt tegen deze wacc krijgen wij uiteraard weer de ons bekende 168, De waarde van de onderneming wordt nu bepaald door de vrije geldstroom van 19, Indien alleen met eigen vermogen wordt gefinancierd, zou de waarde bedragen: 19,555785/0,12 = 162, Wij hebben echter een waarde verkregen van 168, Het verschil bedraagt dan 5, Dit zou gelijk moeten zijn aan de waarde van het tax shield. Dit valt als volgt te controleren: VV: 42, tegen 5%=2,102773; besparing 30% = 0, De contante waarde van dit voordeel is: 0,630832/0,12 = 5, Wij sluiten af met een laatste voorbeeld: Stel dat een joint-venture een levensduur kent van 3 jaren. Gedurende die jaren zal, naar verwachting, de volgende situatie ontstaan: Jaar totaal EbIT Interest EbT Tax 30% E De kostenvoet voor het eigen vermogen bedraagt (unlevered) 12 procent (=keu). De kostenvoet voor het vreemd vermogen bedraagt 10 procent (=kv). De lening heeft aan het begin van jaar 1 een waarde van 200 en aan het begin van jaar 2 is de waarde 100. Vervolgens wordt het restant van de lening afgelost. Gevraagd: bereken de waarde van de onderneming. Wij volgen hier de adjusted present value methode. Volgens die aanpak kunnen wij de waarde bepalen door eerst te waarderen op grond van de fictie dat geheel met eigen vermogen is gefinancierd. Wij nemen aan dat op de hierboven beschreven wijze belasting wordt betaald en dat derhalve compensatie wordt toegepast. Dit bespaart de onderneming een belastingafdracht van 30 in jaar 2. Deze wordt contant gemaakt tegen 12 procent (voor twee jaar) en levert dan op: 30/1,12 2 = 23, De waarde zonder belastingcompensatie zou zijn: de contante waarde (tegen 12 procent) van de volgende geldstromen (-100; +70 en +35) = 215, Indien wij de waarde van het compensabel verlies meenemen wordt dit dus: 215, , = 239, Dit laatste bedrag komt uiteraard overeen met de contante waarde van de volgende geldstromen (inclusief compensabel verlies) (-100; +100; +350). Volgens de APV benadering moet nu de waarde van het belastingeffect (tax shield) worden berekend. Dit gaat als volgt: in de jaren 1 en 2 wordt geen belasting betaald, dit betekent dat het tax
8 Blz. 8 van 8 shield van die jaren ((0,3 x 20) + (0,30 x 10)) = 9, wordt ontvangen in het jaar 3. In dat jaar wordt immers belasting betaald op het operationeel resultaat (0,30 x 500 = 150) en wordt aan subsidie ontvangen de zojuist berekende 9 hetgeen resulteert in: 150-9=141. De contante waarde van deze 9 bedraagt (tegen keu): 9/1,12 3 = 6, De waarde van de onderneming is dan: 239, , = 245, Dit valt als volgt te controleren: T0 = 245, EV=45, tegen 20,702693% 1) = 9, VV=200 tegen 10,00% =20,00 Vk = 29, = 275, CF1 = 100,00+ T1 = 375, EV=275, tegen 12, ) = 35, VV=100 tegen 10,00% = 10,00 Vk = 45, = 420, CF2 = 100,00- T2 = 320, EV=320,53714 tegen 12,00% = 38, Vk = 38, = 359,00 CF3 = 359,00- T3 = 0 1) 1) 0,12 + (0,12 0,10) x 200/45, = 0, ) 2) 0,12 + (0,12 0,10) x 100/275,478316=0, ) 3) 0,12 + (0,12 0,10) x 0/320, =0, Ook hier geldt dat de wacc in elk jaar 12 procent bedraagt maar dat de samenstelling van het vermogen en derhalve de kostenvoet van het eigen vermogen steeds zal veranderen. Als controle laten wij de wacc over jaar 1 zien. WACC: EV: 45,962782/245, x 20, = 3, VV: 200/245, x 10,00 = 8, =12,00000 Naar de site
BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V.
BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V. VERONDERSTELLINGEN Vraagprijs 2.500.000 (pand en inventaris). Inkomsten: In totaal 40 kamers; Bezetting kamers: T1 45%, T2 52%, T3 63%, vanaf T4 en verder 68%;
Economische waarde voor de waardering van de onderneming
Economische waarde voor de waardering van de onderneming Kort geleden werd het volgende artikel gepubliceerd: Waardebepaling rammelt aan alle kanten. Een Registeraccountant had in het kader van een geschillenwaardering
De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur
Hoofdstuk 5 De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur 5.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken hebben we het vreemd vermogen en het eigen vermogen van een onderneming besproken. De partijen
Waarde en prijs bij een overname
28-33_Jan Vis_11_2005 21-10-2005 15:41 Pagina 28 WAARDERING Prof.drs. J. Vis MBA is directeur bij Talanton Corporate Finance BV en als adjunct-professor business valuation verbonden aan de RSM Erasmus
DCFA themabijeenkomst
DCFA themabijeenkomst 25 april 2013 Waarderen in crisistijd José de Wit RA RV Programma Introductie Prijs / waarde Invloed crisis op waarderen? Valkuilen bij waarderen Prijs Transactie onderhandelen over
PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging. Waarom winst. waardemaatstaf kan zijn. 38 Nummer 2 april 2013 www.pe-bedrijfsopvolging.
PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Waarom winst waardemaatstaf kan zijn 38 Nummer 2 april 2013 www.pe-bedrijfsopvolging.nl Financieel PE-artikel geen Punten FFP: zie PER Samenvatting In deze bijdrage
Oefenopgaven Hoofdstuk 8
Oefenopgaven Hoofdstuk 8 Opgave 1 Hazelkoning Onderneming Hazelkoning NV heeft 7 jaar geleden een obligatielening uitgegeven met een oorspronkelijke looptijd van 30 jaar. De couponrente van de lening bedraagt
Welkom. RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering. ValuePro - RB Studiekring 1
Welkom RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering 1 Voorstellen drs. Chris Denneboom RV RAB [email protected] Master in Business Valuation Register Valuator Register adviseur bedrijfsopvolging Gerechtelijk
Impairment op basis van economische waarde
22-26_Jan Vis_10_2005 19-09-2005 09:01 Pagina 22 THEMA IFRS Prof.drs. J. Vis MBA is directeur bij Talanton Corporate Finance B.V. tevens is hij als adjunct-professor business valuation en value based management
Dorssport bedrijfswaardering basis concept jaarrekening 2017
Dorssport bedrijfswaardering basis concept jaarrekening 2017 Bedrijfsnaam: Dorssports Vestigingsplaats: Heiloo Pagina 2 van 12 1. Uitkomsten 1. 1. Waarde eigen vermogen Basisscenario Waarde eigen vermogen
Discounted Cashflow methode Achtergronden en aandachtspunten
3 Discounted Cashflow methode Achtergronden en aandachtspunten Peter Schuitmaker Breda, juni 2017 Copyright 2017: BBO&F Breda Auteur: Peter Schuitmaker Uitgeverij: BBO&F BREDA Druk en bindwerk: Pro-book
Agenda. Wie is De Hooge Waerder?
1 Agenda 1. Wie is De Hooge Waerder? 2. Wat is mijn bedrijf waard? 3. Is uw bedrijf verkoopklaar? Vestigingen Wie is De Hooge Waerder? 2 Wie is De Hooge Waerder? Divisies: op alle vestigingen zijn alle
Waarderen is het rangschikken van mogelijkheden
32-37_Jan Vis_9_2005 25-08-2005 13:46 Pagina 32 WAARDERING Jan Vis ([email protected]) is directeur bij Talanton Corporate Finance B.V. en als adjunct-professor Business Valuation verbonden aan de RSM
Waardering van een Onderneming
Waardering Congres Financieele Dagblad: Private Equity in de Praktijk 6 april 2006 Dr Michel van Bremen Partner First Dutch Capital B.V. Waardering, essentie: Res tantum valet quantum vendi potest Iets
Wanneer gaat het fout met de financieringshefboom?
Wanneer gaat het fout met de financieringshefboom? In tijden dat de verwachtingen voor toekomstige vrije geldstromen ieder jaar uitkomen werkt de financieringshefboom in het voordeel van de eigen vermogen
Rendementseis preferente aandelen bij bedrijfsopvolging
Jaarcongres Overname Adviseurs Rendementseis preferente aandelen bij bedrijfsopvolging [email protected] Voorstellen Voorstellen Register Valuator Master in Business Valuation Register adviseur bedrijfsopvolging
2. De waarderingsmethode
PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging opdrachten voor waarderingsdeskundigen onduidelijk geformuleerd lijken of de waardeerder in zijn uitoefening van zijn vak beperkt. 2. De waarderingsmethode Wanneer
Syllabus Business Valuation
VASTGOEDCERT Syllabus Business Valuation Economische Waarde Dr. J. Vis MBA CMC RV FRICS Zomer 2013 Theoretische achtergronden van het begrip economische waarde; toegelicht met behulp van enkele voorbeelden.
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 58700 25 oktober 2017 Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 9 oktober 2017, nr. IENM/BSK-2017/216399,
1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30)
Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Naam: Studentnummer: Tentamen Financiering voor Vastgoedkunde Antwoordsuggesties 1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30) Omcirkel het meest juiste antwoord bij de Multiple
InhouseManagement BV. Het bepalen van de ondernemingswaarde
InhouseManagement BV Het bepalen van de ondernemingswaarde WAT IS BEDRIJFSWAARDERING? Een waarde toekennen aan een onderneming in het economische verkeer vanuit het gezichtspunt van de verkoper en koper
Terminal Value: Inventarisation in the literature of the methods of measurement of terminal values in DCF and APV methods.
Terminal Value: Inventarisation in the literature of the methods of measurement of terminal values in DCF and APV methods. Samenvatting Van de vele methoden die gebruikt worden als waarderingsmodellen
Werkkapitaal, Equity cashflow, Entity cashflow en Discretionary Cashflow
Werkkapitaal, Equity cashflow, Entity cashflow en Discretionary Cashflow Er is al heel wat gezegd en geschreven over het onderwerp Cash Flows. Wat ons blijft verbazen is hoe onvolledig deze publicaties
Hoofdstuk 7: Basis van kapitaal budgettering
Hoofdstuk 7: Basis van kapitaal budgettering Een belangrijke verantwoordelijkheid van de financiële managers van een corporatie is het vaststellen, welke projecten of investeringen een bedrijf moet ondernemen.
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 29303 29 oktober 2013 Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 28 oktober 2013, nr. IENM/BSK-2013/239467,
VALUEPLAN Corporate Finance Business Planning Bedrijfswaardering Winstoptimalisatie Herstructureringen. Waardering van Ondernemingen
LEARNING OBJECTIVES - slides/handouts op www.valueplan.me 1. Waardering van ondernemingen OF Waarde creatie van ondernemingen 2 2. Beperkingen van het waarderen 4 3. Betekenis van waarderen 6 4. Boekhoudkundige
19 mei 2008. Wat is de waarde van een bedrijf?
19 mei 2008 Wat is de waarde van een bedrijf? Wat is de waarde van een bedrijf? P.P.C. Buijsrogge RV Register Valuator Makelaar in bedrijfsbelangen www.corporatesearch.nl [email protected]
HOFAM - Financieel Management Module 3B
HOFAM - Financieel Management Module 3B 1-1 Algemeen Gele planbladen geven het programma weer Sheets zijn niet meer dan een ondersteuning Examen: Open boek 1 uur en 30 minuten Meestal 3 vragen 60 % sommen,
Business Valuation : groeiend belang
Business Valuation : groeiend belang Inleiding Vandaag de dag worden we steeds vaker geconfronteerd met de vraag hoeveel een onderneming waard is en of ze gelet op de huidige crisis financieel gezond is.
onroerend goed bij een bedrijfswaardering
PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Hoe om te gaan met in een bedrijfs 1 uur nettoonderwijs Chris Denneboom Drs. C. Denneboom RV RAB is partner bij ValuePro bedrijfswaardering & advies. Hij is gespecialiseerd
Ondergetekenden richten zich tot u, met het verzoek om een gesprek te plannen over de normatieve huisvestingscomponent (NHC).
NZa t.a.v. mw. dr. M.J. Kaljouw, voorzitter RvB Postbus 3017 3502 GA Utrecht Datum 11 mei 2017 Ons kenmerk 20170511FM Onderwerp NHC-onderhoud en de aanpassing van het tarief van de NHC per 2018 in relatie
Als we geld lenen noemen we dat vreemd vermogen.
www.jooplengkeek.nl Enkelvoudige interest Als we geld lenen noemen we dat vreemd vermogen. Voor een lange periode (lang krediet) of een korte periode (kort krediet), maar het is altijd tijdelijk. We moeten
Financiën en risicomanagement
Financiën en risicomanagement Leergang Bedrijfskunde voor de Agribusiness Miranda Meuwissen, Alfons Oude Lansink Bedrijfseconomie, Wageningen Universiteit Inhoud Risico-identificatie & stress test (Miranda)
ZEEËN VAN KANSEN FINANCIEEL MANAGEMENT
ZEEËN VAN KANSEN FINANCIEEL MANAGEMENT (Innovatieve) projecten Financiële haalbaarheid Welke kennis is essentieel Bedrijfsplan Investeringsselectie Inkoopmarkt Bedrijf Verkoopmarkt Productiemiddelen Gelduitgaven
Small Firm Premium feiten en fabels. F&O Jaarcongres 6 december 2018
Small Firm Premium feiten en fabels F&O Jaarcongres 6 december 2018 Voorstellen drs. Chris Denneboom [email protected] Register Valuator Register adviseur bedrijfsopvolging Gerechtelijk deskundige
Financial Management BDK A. Kapitaalkosten
A. Kapitaalkosten In dit hoofdstuk wordt onderzocht hoeveel procent van elke bron van geld (eigen vermogen of vreemd vermogen) gebruikt moet worden om een bedrijf te financieren. Kapitaalkosten Kapitaalkosten
Begrippenlijst Corporate Finance
Begrippenlijst Corporate Finance Aandeelhouderswaarde: Ondernemingswaarde verminderd met het rentedragend vreemd vermogen en vermeerderd met zelfstandige vruchtdragers. Adjusted Present Value (APV): Een
Hoe verkoop ik mijn onderneming: het verkoopproces. Whitepaper van de Jong & Laan corporate finance. Bel 038-7779807 of kijk op www.jonglaan.
Hoe verkoop ik mijn onderneming: het verkoopproces Whitepaper van de Jong & Laan corporate finance Inhoudsopgave Inleiding 3 Verkooptraject 4 Waardebepaling 5 Over de Jong & Laan corporate finance 6 1.
Hoofdstuk 9: Waarderen van aandelen
Hoofdstuk 9: Waarderen van aandelen Om een aandeel te waarderen, moeten we de verwachte cash flows kennen die een investeerder zal ontvangen, en de geschikte kosten van het kapitaal waarmee deze cash flows
Examen PC 2 vak Cash Management
Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 6 onderdeel: CAS datum: 19 december 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Aanwijzingen:
VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!)
VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!) VRAAG 1 WELKE VAN DE VOLGENDE UITSPRAKEN ZIJN JUIST? 1) IRR HOUDT GEEN REKENING MET DE GROOTTE VAN DE INVESTERING. 2) INDIEN EEN ONDERNEMING PROJECTEN DOORVOERT
4 Goodwill en overige immateriële vaste activa Het verloop van de goodwill en de overige immateriële vaste activa is opgenomen in de volgende tabel.
J A A R V E R S L A G 2 0 1 3 3 Acquisities In het verslagjaar 2013 heeft Q-Park 'control' verkregen over de Nederlandse vennootschap Q-Park Heerlen BV (voorheen: Parkeer Heerlen BV) waarvan Q-Park 49%
Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie
Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie Mr A. van Dijk RBA 1 Inleiding Wat zijn obligaties? Kenmerken Rendement Risico Obligatiesoorten 2 Kenmerken van Obligaties Vordering Vaste
Hoofdstuk 14: Kapitaalstructuur in een perfecte markt.
Hoofdstuk 14: Kapitaalstructuur in een perfecte markt Bedrijven gebruiken bonden om investeringen te financieren of om fondsen te collecteren om schulden mee af te betalen Wat voor soort bonden zouden
Welkom bij Aeternus. De vooruitkijkspiegel
Welkom bij Aeternus De vooruitkijkspiegel Wat doen we? Werkgebieden en internationale netwerken Aeternus heeft lokale kennis en is een relevante partij in haar netwerken en bezit een kwalitatief internationaal
Value Management. S.P.P. (Bas) van Soest RV & Drs. M.J.M. (Maurice) Koopmans
Value Management 2017 S.P.P. (Bas) van Soest RV & Drs. M.J.M. (Maurice) Koopmans Fields of Expertise Bedrijfswaardering Aan- en verkoop Debt Advisory Value Management Facts & Figures Aeternus Oprichting
BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT
Nederlandse Mededingingsautoriteit BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT Nummer: 101847-57 Betreft: Bijlage B bij het besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering
Welkom. RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering Deel 2. ValuePro - RB Studiekring 1
Welkom RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering Deel 2 1 Agenda Technische analyse -Verschillende waarderingsmethoden -Rendementseis -Build up en CAPM -Vrije geldstroom analyse -Kwalitatieve analyse
Examen PC 2 Financiële Rekenkunde
Examen PC 2 Financiële Rekenkunde Instructieblad Examen : Professional Controller 2 leergang 8 Vak : Financiële Rekenkunde Datum : 18 december 2014 Tijd : 14.00 15.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor
Forensisch waardeerder in opmars
WAARDERING Prof.drs. J. Vis MBA is directeur bij Talanton Corporate Finance BV en als adjunct-professor business valuation verbonden aan de RSM Erasmus Universiteit. Forensic valuation: waardering van
Aannames Energie-U/ Kema/ECN/BvLW Energie U Kema/ECN BvLW Eenheid. Nordex N100 Nordex N100
Vergelijking aannames Energie-U, Bosch & van Rijn, BvLW Aannames Energie-U/ Kema/ECN/BvLW Energie U Kema/ECN BvLW Eenheid Windturbine type Nordex N100 Nordex N100 Nordex N100 Vermogen 2,5 2,5 2,5 MW Aantal
Waarde versus Prijs De Golfbaan Case. Han Dieperink register valuator
Waarde versus Prijs De Golfbaan Case Han Dieperink register valuator Drie manieren om prijs te bepalen Gelijkwaardig vraag & aanbod Dominante vrager of bieder Fairness Drie manieren om waarde te bepalen
Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 4 opgaven en omvat 25 vragen.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave TREASURY MANAGEMENT WOENSDAG 16 DECEMBER 2015 12.15-14.45 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen
Oefenopgaven Hoofdstuk 4
Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Opgave 1 De NV Red Mobile verkoopt smartphones in Nederland en heeft de volgende aandeelhouders: KPN NV heeft 35% van de 10 miljoen gewone aandelen, France Telecom 30% van de aandelen
informatie- en communicatietechologie Is de prijs van TomTom
informatie- en communicatietechologie 30 Is de prijs van TomTom te begrijpen? Het lijkt de laatste tijd wat levendiger te zijn op de markt voor corporate control. Er komen weer wat meer transacties. Of
Algemene informatie hypotheken (starter)
Algemene informatie hypotheken (starter) Wij zetten de belangrijkste begrippen voor u op een rijtje: Hypotheekvormen... 2 Annuïteitenhypotheek... 2 Lineaire hypotheek... 2 Leningvormen... 2 Doorlopend
OEFENINGEN HOOFDSTUK 2
OEFENINGEN HOOFDSTUK 2 1 2 OEFENING 1 DE ONDERNEMING DATSUN N.V. MAAKT AIRCONDITIONING SYSTEMEN. OMWILLE VAN DE STERKE GROEI VAN DIE MARKT, IS DE HUIDIGE PRODUCTIECAPACITEIT NIET LANGER TOEREIKEND. DATSUN
Betaalbaarheid van de woonlasten
Betaalbaarheid van de woonlasten De betaalbaarheid van de woonlasten is tussen 2009 en 2014 flink toegenomen: afhankelijk van het type woning is de consument netto tussen de 18,8% en 23,1% minder aan zijn
Bijlage bij opgave 3 tentamen juni 2014. Jaarrekening 2012 Sligro Food Group NV
Bijlage bij opgave 3 tentamen juni 2014 Jaarrekening 2012 Sligro Food Group NV 1 2 3 4 Uit de grondslagen van de geconsolideerde jaarrekening: a. Algemeen Sligro Food Group N.V. is gevestigd te Veghel,
Toelichting theorie van Een Business case wind en burgerparticipatie
Toelichting theorie van Een Business case wind en burgerparticipatie Datum 28 juni 2012 Status Definitief Rebel in opdracht van Agentschap NL Pagina 1 van 1 Definitief Theorie van een busisness case wind
BALANS PER 31 DECEMBER 2013 (na resultaatbestemming) ====================== IMMATERIËLE VASTE ACTIVA 9.875 16.651 MATERIËLE VASTE ACTIVA 49.425 46.
JAARREKENING 2013 BALANS PER 31 DECEMBER 2013 (na resultaatbestemming) ====================== 31-12-2013 ---------------- 31-12-2012 ---------------- activa: IMMATERIËLE VASTE ACTIVA 9.875 16.651 MATERIËLE
9e PUG symposium PRINCE2, The Next Generation. Is sturen op budget voldoende?
9e PUG symposium PRINCE2, The Next Generation Is sturen op budget voldoende? Nieuwe ontwikkelingen om de resultaten te volgen! Nicole Claassen Gianni Piazza Performanagement Introductie Performanagement
Deze examenopgave bestaat uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 4 opgaven en omvat 19 vragen.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave TREASURY MANAGEMENT VRIJDAG 16 DECEMBER 2016 12.15-14.45 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat
Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur
Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 30 meerkeuzevragen (maximaal
Strategisch Financieel Management Herstructureringen & M&A Strategieën
Strategisch Financieel Management Herstructureringen & M&A Strategieën (Prof. N. Dewaelheyns) Voorbeeld-examenvragen Voorbeeld waar/vals stellingen Leg kort uit waarom de volgende stellingen waar of niet
BALANS PER 31 DECEMBER 2011 (na resultaatbestemming) ====================== IMMATERIËLE VASTE ACTIVA 27.196 37.741
JAARREKENING 2011 BALANS PER 31 DECEMBER 2011 (na resultaatbestemming) ====================== 31-12-2011 31-12-2010 activa: IMMATERIËLE VASTE ACTIVA 27.196 37.741 MATERIËLE VASTE ACTIVA 62.018 26.274 FINANCIËLE
Hieronder de vergelijking tussen de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek.
Hieronder de vergelijking tussen de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek. Inleiding: De genoemde vormen zijn voor starters de enige vormen die sinds 01-01-2013 leiden tot renteaftrek. Andere vormen,
EEN ANDERE KIJK OP INVESTERINGSPROJECTEN
EEN ANDERE KIJK OP INVESTERINGSPROJECTEN Themadag van het stoomplatform Efficiency in stoomsystemen Duiven, 13 mei 2009 Franka Morssink PROGRAMMA Introductie Dynamiek Begrippen Investeringsvoorbeeld Gegevens
HET RENDEMENT. De aankoopprijs en huurinkomsten geven een Bruto Aanvangsrendement (BAR = huuropbrengst/totale aankoopprijs) van 5.42%.
HET RENDEMENT 23-5-2015 www.hetrendement.be [email protected] 0476/941477 BTW-BE 0598.805.645 IBAN BE77 1430 9238 6642 Ezelstraat 71, 8000 Brugge De woning staat te koop voor 630.000 bij vastgoed Acasa,
Eindexamen havo economie 2012 - I
Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 3 bij (1) substitueerbaar voor bij (2) stijging
Gevolgen CBb-uitspraak en update WACC 1. Rebel: Draft report The WACC for the Dutch TSO s and DSO s 2. Rebel: Memo Resultaten actualisatie WACC
Notitie WACC Onderwerp Bijlagen Gevolgen CBb-uitspraak en update WACC 1. Rebel: Draft report The WACC for the Dutch TSO s and DSO s 2. Rebel: Memo Resultaten actualisatie WACC Aanleiding Op 28 september
OEFENINGEN HOOFDSTUK 4
OEFENINGEN HOOFDSTUK 4 1 2 OEFENING 1 NA HET LEZEN VAN EEN ARTIKEL IN DE TIJD RAAKT DE ONDERNEMING FLUXUS GEÏNTERESSEERD IN HET VERSCHIL TUSSEN MARKTWAARDE EN BOEKWAARDE. HET MANAGEMENT, DAT ER ALTIJD
Bijlage I: Woningmarktcijfers 4 e kwartaal 2007
Bijlage I: Woningmarktcijfers 4 e kwartaal 2007 De prijs van de gemiddelde verkochte woning stijgt met 1,2% in het 4 e kwartaal van 2007. De stijging van de prijs per m 2 is met 0,3% veel lager. De stijging
BALANS PER 31 DECEMBER 2014 (na resultaatbestemming) ====================== IMMATERIËLE VASTE ACTIVA 8.375 9.875 MATERIËLE VASTE ACTIVA 36.339 49.
JAARREKENING 2014 BALANS PER 31 DECEMBER 2014 (na resultaatbestemming) ====================== 31-12-2014 ---------------- 31-12-2013 ---------------- activa: IMMATERIËLE VASTE ACTIVA 8.375 9.875 MATERIËLE
Financieel Management
Financieel Management Beoordeling financieel Financiële kengetallen Activiteitskengetallen Rentabiliteitskengetallen Liquiditeitskengetallen Solvabiliteitskengetallen Productiviteitskengetallen Beleggingskengetallen
1. Inleiding en richtlijnen
NOTITIE RENTE 2017 1. Inleiding en richtlijnen 1.1 Inleiding Bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) voor de lagere overheden
Uitwerking opgaven Brugboek 18.5 t/m 18.8 en 18.12 t/m 18.16
Uitwerking opgaven Brugboek 18.5 t/m 18.8 en 18.12 t/m 18.16 Opgave 18.5 In deze opgave interestberekeningen. A. Bereken de interest voor 2016 Je kunt een aflossingschema per jaar maken, maar het kan sneller.
Inhoud. Voorwoord. Handboek Corporate Finance & Treasury Een verantwoording 15
Inhoud Voorwoord Handboek Corporate Finance & Treasury Een verantwoording 15 deel a De interne en externe omgeving van Corporate Finance en Treasury 17 deel b Vermogenskosten 18 deel c Selectie van bedrijfsactiviteiten
Waarderingstool bedrijfsoverdracht: een inkijk in de achterliggende methodieken Hoe wordt de waarde van een onderneming bepaald?
Webinar 24 februari 2017: Waarderingstool bedrijfsoverdracht: een inkijk in de achterliggende methodieken Hoe wordt de waarde van een onderneming bepaald? Prof.dr. Eddy Laveren Universiteit Antwerpen &
Waardering van vastgoedbeleggingen in de balans, ofwel: hoe goed wilt u zich voordoen? :25
Waardering van vastgoedbeleggingen in de balans, ofwel: hoe goed wilt u zich voordoen? 11-09-2018 07:25 Een vennootschap die bij het waarderen van een vastgoedbelegging een keuze maakt uit drie waarderingsstelsels
Financieel Management
Financieel Management Vorige week Introductie financieel management Investeringsplan, financieringsplan en exploitatiebegroting Balans Liquiditeitsbegroting (meer in week 6) Berekening inkomen en vermogen
KWARTAALRAPPORTAGE Q VASTGOED FUNDAMENT FONDS N.V.
KWARTAALRAPPORTAGE Q4 2017 VASTGOED FUNDAMENT FONDS N.V. 12 JANUARI 2018 Inhoud 1. Management samenvatting... 2 2. Financiële rapportage: 4 e kwartaal 2017... 3 3. Verklarende begrippen en definities...
Investerings- en financieel statuut
Investerings- en financieel statuut Inleiding Het belang van financiële sturing is in de afgelopen jaren toegenomen. Wijzigingen in de wettelijke regels, waaronder de scheiding van DAEB en niet-daeb activiteiten
Hoofdstuk 6: Beoordelen
Hoofdstuk 6: Beoordelen M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H6: Beoordelen Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting
Informatiedocument De Erfpachter BV
Informatiedocument De Erfpachter BV U staat op het punt om een woning te kopen. De Erfpachter BV. wil u via dit Informatieboek informeren over De Erfpachter BV. Hieronder zetten we graag voor u uiteen
BEDRIJFSWETENSCHAPPEN. 2. De investeringsbeslissing en de verantwoording ervan
BEDRIJFSWETENSCHAPPEN Hoofdstuk 2: INVESTERINGSANALYSE 1. Toepasbare beoordelingsmethodes 1.1. Pay-back 1.2. Return on investment 1.3. Internal rate of return 1.4. Net present value 2. De investeringsbeslissing
De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht
De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht In publicaties betreffende waarderingen van ondernemingen worden we vaak geconfronteerd met diverse Engelse termen, al dan niet eenvoudig te plaatsen
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel FINANCE & RISKMANAGEMENT 6 OKTOBER UUR. SPD Bedrijfsadministratie B / 7
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel FINANCE & RISKMANAGEMENT 6 OKTOBER 2015 08.45 11.15 UUR SPD Bedrijfsadministratie B / 7 Opgave 1 (40 punten) 1. Een voorbeeld van een goed antwoord: De interest
