2. De waarderingsmethode
|
|
|
- Erna van Dam
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1
2 PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging opdrachten voor waarderingsdeskundigen onduidelijk geformuleerd lijken of de waardeerder in zijn uitoefening van zijn vak beperkt. 2. De waarderingsmethode Wanneer mensen die zich regelmatig met bedrijfswaardering bezighouden het hebben over waarde bedoelen ze bijna altijd economische waarde. Deze wordt berekend door toekomstige rendementen of geldstromen te disconteren ofwel een vorm van discounted cash flow-berekening toe te passen. Wanneer buitenstaanders van het vak het hebben over waarde dan is er een heel scala aan termen die de waarde uitdrukken. Begripsverwarring ligt op de loer en met een sausje emotie en doelredenering wordt de discussie ineens heel complex. Ik zal de meest gebruikte termen nader uitleggen. Rentabiliteitswaarde Veelal wordt er gemakshalve bij een waardering bij echtscheiding uitgegaan van het winstbegrip en de rentabiliteitswaardemethode. Dit is een eenvoudige methode die ook te volgen is door niet-specialisten en je kan de inputvariabelen aflezen uit de jaarrekening. Het winstbegrip is in principe een foute grondslag, immers winst is vooral fiscaal gedreven. Het wordt beïnvloed door afschrijvingen die geen uitgaven zijn. De hoogte van de afschrijvingen is daarnaast doorgaans een fiscale keuze en kan bovendien van jaar tot jaar wisselen. Daarnaast kunnen voorzieningen op de balans zorgen dat de winst beïnvloed wordt zonder dat er echt geld stroomt. Meestal worden deze effecten in een waardering op basis van rentabiliteitswaarde gecorrigeerd door normalisaties in de winst toe te passen. Het volgende bezwaar van de rentabiliteitswaardeberekening is dat er maar één geldstroom beschouwd wordt voor de waardering. In de procedure wordt dit soms als een voordeel gezien omdat de discussie van een prognose vermeden kan worden. Vaak wordt dan een historisch genormaliseerd gemiddelde gehanteerd. Reële groei of krimp van de onderneming wordt, door deze methode te hanteren, niet in ogenschouw genomen. Anders gezegd: men veronderstelt dat de onderneming een stabiel rendement maakt waarbij investeringen en afschrijvingen gelijk zijn en dat er geen mutatie in werkkapitaal is. Dit zal zeker niet altijd het geval zijn maar soms ook wel. Wanneer dit het geval is dan begint de berekening erg te lijken op de restwaardeberekening van een discounted cash flow-waardering. Disconteringsvoet De disconteringsvoet is het percentage waartegen toekomstige geldstromen contant worden gemaakt. In dit percentage zit de tijdvoorkeur voor geld en het aanwezige risico verwerkt. Bij de rentabiliteitswaarde wordt de waarde van het eigen vermogen uitgerekend. De rendementseis in de berekening dient dan ook de rendementseis op het eigen vermogen te zijn en niet de gemiddelde kostenvoet van het totaal vermogen, ook wel eens de WACC 1 genoemd. Om meer specifiek te zijn: het dient de rendementseis op het eigen vermogen levered te zijn. Anders gezegd: rekening houdend met de inbreng van vreemd vermogen. De kostenvoet eigen vermogen levered laat zich via de volgende formule uitrekenen: Kel = Keu + (Keu -/- Kv) x VV/EV Kel = kostenvoet eigen vermogen levered Keu = kostenvoet eigen vermogen unlevered (zonder inbreng van vreemd vermogen) VV = vreemd vermogen EV = eigen vermogen De berekende Kel geeft uitdrukking aan het rendement op het eigen vermogen door de inbreng van vreemd vermogen. Volgens de gangbare waarderingstheorie is de wijze van financiering niet van invloed op de waarde van een onderneming. Slechts het belastingvoordeel op de renteaftrek van vreemd vermogen zorgt voor een (beperkte) waarde toename in de vorm van een tax shield. 2 In formulevorm is dat: V l = V u + T c x D V l = value levered, ondernemingswaarde met inbreng van vreemd vermogen V u = value unlevered, ondernemingswaarde zonder de inbreng van vreemd vermogen T c = tax, belastingtarief D = debt, waarde van het vreemd vermogen Wanneer vervolgens de winst na belasting gedeeld wordt door de Kel dan krijg je de waarde van het eigen vermogen. Deze berekening is alléén juist als de eerdere aannames van toepassing zijn, namelijk: dat de onderneming in een stabiele situatie verkeert en er dus geen reële groei of krimp aanwezig is, dat de investeringen en de afschrijvingen gelijk zijn en er geen mutatie werkkapitaal is. Tevens dient ook nog te gelden dat de verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen niet meer wijzigt. Als dit van toepassing is dan is de rentabiliteitswaarde gelijk aan een cash to equityberekening wat weer een vorm van DCF-waardering is. Met bovenstaande berekening zijn we er echter nog niet. Ik gaf aan dat er geen reële groei aanwezig is maar er is bijna altijd wel sprake van nominale groei ofwel het in de pas blijven lopen met de economische groei of inflatie. Om dit tot uiting te laten komen dient inflatie aan de berekening te worden toegevoegd. In plaats van de winst gaan we uit van de verwachte winst na één jaar ofwel winst vermeerderd met de inflatie. W 1 = W 0 x (1 + inflatie) En in plaats van te delen door de Kel delen we door de Kel -/- de inflatie. De formule om de waarde van het eigen vermogen uit te rekenen wordt dan als volgt: 34 Nummer 1 januari
3 Financieel PE-artikel = W 1 (Kel infl) Voor de berekening van de Kel is de verhouding eigen vermogen en vreemd vermogen nodig. Bij deze verhouding wordt niet de boekhoudkundige waarde bedoeld, maar de berekende economische waarde van het eigen vermogen in de bovenstaande formule in relatie tot het aanwezige vreemd vermogen. Doorgaans wordt de boekhoudkundige waarde van het vreemd vermogen gelijk gesteld aan de economische waarde van het vreemd vermogen. Dit is echter alleen het geval wanneer de geldende contractrente van het vreemd vermogen gelijk is aan de marktrente. Is dit niet zo dan wijkt de economische waarde van het vreemd vermogen af. Wanneer de contractrente hoger is dan de marktrente dan is de economische waarde van het vreemd vermogen hoger dan de boekhoudkundige waarde en wanneer de contractrente lager is dan is de economische waarde van de schulden lager dan de boekhoudkundige waarde. Het verschil kan uitgerekend worden door de rente en aflossing contant te maken tegen de marktrente. Een hogere economische waarde van het vreemd vermogen betekent een lagere economische waarde van het eigen vermogen. Verbeterde rentabiliteitswaarde Vaak wordt er onder het mom van de verbeterde rentabiliteitswaarde nog een correctie uitgevoerd voor oversolvabiliteit. Daarmee wordt bedoeld dat de boekhoudkundige waarde van het eigen vermogen hoger is dan doorgaans in de branche gebruikelijk is. Het verschil zou uitgekeerd kunnen worden en bij de waarde opgeteld moeten worden. Hier dreigt het gevaar dat boekhoudkundige principes en economische principes door elkaar heen gaan lopen. We berekenen de economische waarde van het eigen vermogen. Het verschil tussen de economische waarde van het eigen vermogen en de boekhoudkundige waarde van het eigen vermogen is de boekhoudkundige goodwill. In de waardering is al rekening gehouden met de verhouding vreemd en eigen vermogen in de Kelberekening. Deze correctie die veelvuldig gedaan wordt is dus niet terecht en onjuist. Wat echter wel het geval kan zijn is dat er liquide middelen of andere niet-operationele activa op de balans kunnen staan. Niet-operationele activa zijn activa die niet dienstbaar zijn aan de exploitatie en onttrokken kunnen worden aan de balans zonder dat het invloed heeft op de exploitatie. De waarde van de nietoperationele activa wordt wel bij de berekende waarde van het eigen vermogen opgeteld. Ik zal het geheel duidelijk maken aan de hand van een rekenvoorbeeld (zie ook de balans onderaan deze pagina). Jaar 2013 Omzet Inkoopwaarde Brutowinst Personeelskosten Bedrijfskosten Afschrijvingen Totale kosten Bedrijfsresultaat Rente baten/lasten Winst voor belasting Belasting Winst na belasting FCF Als we de waarde uitrekenen volgens de rentabiliteits waardemethode dan gaan we uit van het resultaat na belasting op W 1. Dat is het resultaat in 2013 vermeerderd met inflatie. Echter, de rentelasten dienen niet voor inflatie gecorrigeerd te worden. Bij het waarderen gaan we uit van de jaarconventie. Dat wil zeggen dat verondersteld wordt dat alle geldstromen één keer per jaar stromen en wel per einde boekjaar. Voor het vreemd vermogen betekent dat dus dat de rente berekend wordt over de stand van het vorige boekjaar omdat eventuele aflossing pas plaatsvindt per einde boekjaar. In het cijfervoorbeeld was er geen aflossing in 2013 vandaar dat de rentelast in 2013 en 2014 (W 1 ) gelijk zullen zijn. We krijgen dan bij een inflatie van 2% de volgende rekensom: * (1 + 2%) = bedrijfsresultaat rente = resultaat voor belasting belasting = resultaat na belasting Balans Balans Vaste activa Aandelen kapitaal Voorraden Winstreserve Debiteuren Vreemd vermogen Overige vlottende activa Crediteuren Liquide middelen Overige passiva Totaal Nummer 1 januari
4 PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging De inflatie over het vreemd vermogen dient echter ook nog in de berekening meegenomen te worden omdat we veronderstellen dat de vermogensverhouding gelijk blijft. We tellen daarom bij het resultaat na belasting nog op de inflatie op het vreemd vermogen (2% x = 6.360) = ,28 = W 3 1 In onze berekening gaan we uit van Keu = 16% Kv = 6% Belasting = 20% Inflatie = 2% De rentabiliteitswaarde is: W 1 = (Kel infl) Kel = Keu + (Keu Kv) x VV/ We zien dat de onderste formule afhankelijk is van de uitkomst van de bovenste formule. Als we dit in Excel als formules bouwen en we zetten iteratie aan dan is de uitkomst van Kel = 20,43757% en als we W 1 delen door Kel minus inflatie dan krijgen we: ,28 = 20,43757% - 2% = Als we uitgaan van een discounted cash flow-waardering volgens de APV-methode 4 dan maken we de vrije geldstroom (FCF) op t=1 contant tegen Keu minus inflatie en vervolgens maken we de renteaftrek op het vreemd vermogen contant tegen Keu minus inflatie. Dit levert samen de ondernemingswaarde op x 1.02 / (16% - 2%) = x 20% / (16% - 2%) = Ondernemingswaarde = Als we daar vervolgens de waarde van het vreemd vermogen van aftrekken dan krijgen we de waarde van het eigen vermogen = Bovenstaande toont aan dat de berekening gelijk is aan de eerdere rentabiliteitswaardeberekening. Rekenkundig geven beide methodes dezelfde uitkomst. Echter om hiertoe te komen hebben we een aantal uitgangs punten gehanteerd waarvan het de vraag is of zij juist zijn. We hebben de investeringen aan de afschrijvingen gelijk verondersteld en de werkkapitaalmutatie op nul, waardoor het bedrijfsresultaat na belasting gelijk is aan de vrije geldstroom. Als we echter naar de balans kijken dan zien we het netto werkkapitaal in 2013 toenemen van naar De berekende vrije geldstroom is dus te hoog. Onze veronderstelling van geen werkkapitaalmutatie klopt dus niet. Ook wanneer een onderneming zich in een stabiele fase bevindt dan groeit het werkkapitaal mee met de inflatie. Een juiste DCF-waardering zou dus een lagere uitkomst hebben gehad als we de werkkapitaalmutatie wel meegenomen zouden hebben. Het verschil bedraagt: (2.863 x 1.02) / (16% - 2%) = Daarnaast is de vraag gerechtvaardigd of het vreemd vermogen in een vaste verhouding meegroeit met de waarde van de onderneming. Logisch zou zijn dat het vreemd vermogen stabiel blijft op een bepaald bedrag of zelfs daalt naar de toekomst door aflossingen. Door de aflossingen buiten beschouwing te laten wordt de waarde van de tax shield overschat. Als we naar het onderdeel verbeterde rentabiliteitswaardemethode kijken dan zien we dat in boekhoudkundige termen de solvabiliteit 50% bedraagt. Wanneer de boekhoudkundige streefwaarde van 30% als norm gehanteerd zou worden dan betekent het dat we winst zouden kunnen uitkeren. Het eigen vermogen zou dan bedragen op een balanstotaal van De verbeterde rentabiliteitswaarde zou dan uitkomen op Kijken we echter naar de economische waarde, dan is alleen maar de vraag van belang hoeveel van de aanwezige liquide middelen dienstbaar is aan de onderneming en hoeveel er onttrokken zou kunnen worden aan de onderneming zonder dat de exploitatie van de onderneming daar hinder van ondervindt. Als we zouden uitgaan van het feit dat de liquide middelen volledig onttrokken zouden kunnen worden en derhalve niet operationeel zijn dan zou de economische waarde van het eigen vermogen met toenemen. Hierdoor zou de economische waarde van het eigen vermogen uitkomen op hetgeen hoger is dan de berekende verbeterde rentabiliteitswaarde. De liquide middelen zouden ook aangewend kunnen worden om het vreemd vermogen met af te lossen. De uitkomst zou in dat geval hetzelfde zijn met dat verschil dat het toekomstige vreemd vermogen lager is en dus ook de tax shield berekend moet worden over dit lagere bedrag. De uitkomst zou in dit geval bedragen. De volgende balans toont dezelfde balans als hiervoor maar dan zijn voor de waardering de liquide middelen aangewend voor het aflossen van de schuld. Als we dan de verbeterde rentabiliteitsmethode toepassen: 36 Nummer 1 januari
5 Financieel PE-artikel Balans Balans Vaste activa Aandelen kapitaal Voorraden Winstreserve Debiteuren Vreemd vermogen Overige vlottende activa Crediteuren Liquide middelen Overige passiva Totaal Totaal * 1.02 = bedrijfsresultaat rente = resultaat voor belasting belasting = ,28 resultaat na belasting ,28 + (2% x ) = (16,18165% - 2%) = De winst wordt aangepast met een lagere toekomstige rentelast. Daarnaast berekenen we de inflatie over de lagere schuld. De Kel daalt omdat de hoeveelheid vreemd vermogen minder wordt. Volgens de traditionele verbeterde rentabiliteits waardemethode zou nog een forse oversolvabiliteit bestaan. Omdat er nu geen liquide middelen meer zijn krijgen we geen balansverkorting meer. Afromen van de solvabiliteit zal gaan in de vorm van substitutie van eigen vermogen voor vreemd vermogen. De norm was 30%. Dat betekent dat het eigen vermogen 30% van moet bedragen wat neerkomt op een bedrag van en een correctie op de waarde van waardoor de totale waarde van het eigen vermogen op uit zou komen. Deze uitkomst is absoluut verkeerd. De juiste methode is om de balanswaarden te verwerken met de veronderstelde vermogensverhouding en de berekening opnieuw te maken. We krijgen dan als uitkomst een waarde van , als we dit vermeerderen met de uitgekeerde solvabiliteit van komen we op een totaal van wat gelijk is aan de berekende waarde volgens de APV bij deze financieringsstructuur. Dit voorbeeld illustreert ook hoe belangrijk het is om voor de rentabiliteitswaardeberekening uit te gaan van de Kel en de daarbij behorende vermogensverhouding. Niet zelden zie ik dat er een vermogenskostenvoet of disconteringsvoet bepaald wordt die niet aangepast wordt aan de leverage hetgeen tot onjuiste uitkomsten leidt en tot grote afwijkingen met de economische waarde. Moraal van het verhaal is dat de rentabiliteitswaardemethode een hoop paralellen heeft met discounted cash flow-methodes. Worden de uitgangspunten en de systematiek consistent en juist gevolgd dan geeft deze eenzelfde uitkomst als bij een DCF-waardering. Echter, door subtiele interpretatiefouten van de methodiek of de uitgangspunten kan de uitkomst volledig van de werkelijkheid gaan afwijken. Intrinsieke waarde De intrinsieke waarde van de aandelen is de zichtbare waarde van eigen vermogen op de balans. De jaarrekening wordt opgesteld op boekhoudkundige principes dus de intrinsieke waarde geeft geen beeld van de economische waarde. Vaak wordt bij een waardering van aandelen in het kader van echtscheiding gevraagd naar de intrinsieke waarde van de aandelen en de aanwezige goodwill. Als we uitgaan van de economische waarde van een onderneming als enige juiste maatstaf dan dient bovenstaande vertaald te worden. Het verschil tussen de economische waarde van een onderneming en de boekhoudkundige waarde is weergegeven in onderstaande schematische balans. Economische balans Stille reserves Economische Economische waarde EV Goodwill waarde Economische waarde VV Boekwaarde activa Werkkapitaal Boekwaarde Niet-operationele activa Ondernemingswaarde Ondernemingswaarde De boekhoudkundige waarde van de activa, het werkkapitaal en de niet-operationele activa vormen samen de boekhoudkundige ondernemingswaarde ofwel het balanstotaal. Gaan we naar de economische waarde dan verschilt dat met de hoogte van eventuele aanwezige stille reserves en goodwill. De ondernemingswaarde is onder te verdelen in eigen vermogen en vreemd vermogen. Bij de economische waarde gaan we ervan uit dat alleen rentedragende schulden tot het vreemd vermogen behoren. Overige kortlopende schulden worden beschouwd als werkkapitaal. De boekhoudkundige waarde van de schulden kan afwijken van de economische waarde zoals eerder besproken. Dit leidt in economische zin tot een directe aanpassing in de economische waarde van het eigen vermogen. Dit principe dient goed in ogenschouw genomen te worden als men beoogt met de intrinsieke waarde de economische waarde van het eigen vermogen weer te geven. We zullen het een en ander weer duidelijk maken met een cijfervoorbeeld. De volgende balans is de balans van de holding van de heer Aalbers. Ten behoeve van zijn echtscheiding dienen de aandelen gewaardeerd te worden. Gevraagd wordt de intrinsieke waarde van de aandelen vermeerderd met eventueel aanwezige stille reserves en goodwill. In de Nummer 1 januari
6 PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Balans Balans Vaste activa Aandelenkapitaal Deelneming Winstreserve Lening u/g dga Pensioenvoorziening Effecten Rekening-courant dga Liquide middelen Kortlopende schulden Totaal Totaal holding vindt geen andere activiteit plaats dan het verlonen van de heer Aalbers. De exploitatie toont het volgende beeld: Holding Omzet Managementfee salaris pensioen-dotatie overige kosten Bedrijfsresultaat Rentebaten Rentelasten Winst voor belasting Belasting Deelnemingsresultaat Winst na belasting Bij de waardering van de aandelen van de holding is een DCF-waardering mogelijk maar we dienen ons wel te realiseren dat binnen de holding diverse activiteiten aanwezig zijn die allen een eigen risicoprofiel kennen en dus ook een dienovereenkomstige rendementseis vergen. Het is daarom praktisch om de economische waarde van de onderdelen apart te bepalen rekening houdend met het eigen risicoprofiel. Bij echtscheidingen maar ook bij andere geschillen komt het bovendien nog wel eens voor dat partijen per onderdeel uitgangspunten ter discussie stellen. Dit is nog een reden om de onderdelen individueel te waarderen. Hierbij dient het vennootschappelijk resultaat van de holding en de diverse onderdelen op de balans gewaardeerd te worden. We laten het vennootschappelijk resultaat vooralsnog buiten beschouwing. Hieronder lopen we de balans stap voor stap door. 3. De uitgangspunten Waardering deelneming Als eerste zien we de deelneming. Dat is de deelneming die we eerder gewaardeerd hebben op afgerond 1 mio. De vraag is of het klopt dat het resultaat en de cashflow van de deelneming over 2013 representatief zijn voor de toekomst. Als dit niet zo is dan kan er per definitie niet meer met de rentabiliteitswaarde gewerkt worden maar dient er een tweefasenwaardering volgens het discounted cash flowprincipe gemaakt te worden. Een scenarioperiode en een restwaardeperiode. 5 In dit geval gaat het erom hoe tot een redelijke prognose gekomen kan worden wanneer partijen van mening verschillen. Kijken we naar het deelnemingsresultaat 2012 dan zien we dat dit 1/3 lager is dan Dit is al een indicatie dat de stabiele situatie mogelijk niet aan de orde is. De heer Aalbers heeft als belang dat de aandelen zo laag mogelijk gewaardeerd worden en zijn exvrouw heeft een tegenovergesteld belang. De heer Aalbers bepleit dan ook dat het resultaat 2013 incidenteel hoog was. Zijn ex-vrouw geeft aan dat dit resultaat verre van incidenteel was en dat de groei nog verder door zal zetten. Om tot een juiste waardering te komen dient de waardeerder dus een reële prognose te maken. Om dit te doen zal hij zich moeten verdiepen in de onderneming en in de markt waarin de onderneming opereert. Daarnaast zal hij zowel de heer Aalbers als zijn ex-vrouw horen over hun argumenten voor hun respectievelijke toekomstverwachtingen. Op basis van deze informatie dient de waardeerder een prognose op te stellen die in lijn ligt met de marktontwikkelingen, de concurrentiepositie en de capaciteiten van de onderneming. Ook dient er een consistente prognosebalans opgesteld te worden waarin de benodigde investeringen en werkkapitaalmutaties zijn verwerkt. Wij gaan er in ons verdere voorbeeld vanuit dat partijen het eens zijn dat 2013 representatief is voor de toekomstige resultaten. Waardering lening u/g De ex-vrouw van de heer Aalbers bepleit dat de lening aan privé onzakelijk is omdat een te lage rente wordt gerekend. Hierdoor zijn de rentelasten te laag en zijn de aandelen te laag gewaardeerd. 38 Nummer 1 januari
7 Financieel PE-artikel De lening dient bezien te worden als een belegging, vergelijk het met een obligatie. Als een obligatie op de beurs genoteerd staat en de rente stijgt dan daalt de waarde van de obligatie en omgekeerd. Om vast te stellen of de lening al dan niet zakelijk is dient de overeengekomen rente vergeleken te worden met de geldende marktrente op het moment dat de overeenkomst gesloten werd. Als de marktrente voor leningen met een vergelijkbaar risico op het moment van de overeenkomst inderdaad hoger was dan is de lening inderdaad onzakelijk in economische zin. 6 In dit geval kan worden uitgegaan van de boekwaarde van de lening. Immers, de boekwaarde en de economische waarde zijn aan elkaar gelijk als het rendement op de lening gelijk is aan de marktrente. Door uit te gaan van de boekwaarde repareren we dus de vermeende onzakelijkheid. Als de rente op het moment van de overeenkomst wel zakelijk is vastgesteld maar de huidige marktrente is hoger, betekent het dat de waarde van de lening lager is dan de boekwaarde. Het verschil laat zich uitrekenen door de contante waarden van de rente en aflossingen uit te rekenen. Het verschil dient gecorrigeerd te worden op de intrinsieke waarde van de aandelen. Waardering effecten De effecten op de balans staan conform de grondslagen in de jaarrekening tegen de historische verkrijgingsprijs. De werkelijke waarde van de effecten is conform de opgave van de bank per balansdatum hoger dan de verkrijgingsprijs. De intrinsieke waarde dient aangepast te worden met het verschil tussen de boekwaarde en de werkelijke waarde minus het belastingeffect over de winst of het verlies. Rekening-courant dga en liquide middelen Bij de rekening-courant met de dga en de liquide middelen zijn de boekwaarde en de economische waarde gelijk waarbij we veronderstellen dat beide dagelijks opeisbaar zijn en dat de rente gelijk is aan de marktrente. Daarnaast gaan we ervan uit dat de liquide middelen in de holding onttrokken kunnen worden zonder dat de bedrijfsvoering daar hinder van ondervindt. Waardering pensioenvoorziening Aan de passiefzijde van de balans zien we de pensioenvoorziening. Een pensioenvoorziening is vreemd vermogen. Net zoals bij alle vreemd vermogen dienen we uit te gaan van de economische waarde van het vreemd vermogen. De pensioenvoorziening staat tegen de fiscale waarde op de balans. Herrekening naar economische waarde of in pensioentermen, commerciële waarde, kan het beste gedaan worden door een pensioenspecialist. Het verschil in boekwaarde en economische waarde wordt vervolgens weer, rekening houdend met het belastingeffect, gecorrigeerd op het eigen vermogen. Voor ons voorbeeld gaan we uit van een commerciële waarde van het pensioen van per balansdatum. Resumerend zouden de waarde van de aandelen van de holding als volgt berekend worden: Aandelen van de Holding Deelneming Economische waarde Boekwaarde Effecten Economische waarde Boekwaarde Belasting over winsteffecten Pensioen Boekwaarde Economische waarde Belasting over extra pensioendotatie Totaal mutatie eigen vermogen Boekhoudkundige waarde eigen vermogen Economische waarde eigen vermogen Waarde economisch verkeer of economische waarde? Deze begrippen worden nogal eens met elkaar verward. Wij zijn tot nu toe uitgegaan van de economische waarde. Dat lijkt het meest logische omdat we bij een echtscheiding de subjectieve waarde willen weten van de geldstromen die een partij gaat missen door de scheiding. De waarde economisch verkeer is iets anders. Dat is het bedrag dat een zaak zou opbrengen als deze zou zijn verkocht op de vrije markt. We hebben het hier dus over de prijs die door onderhandeling tot stand zou zijn gekomen. Waarde en prijs zijn twee verschillende begrippen en kunnen flink van elkaar verschillen. Soms wordt bij echtscheidingen in de discussie betrokken wat de prijs zou moeten zijn voor 50%. Vaak is bij een mkb-onderneming 50% nagenoeg onverkoopbaar en dus ook nagenoeg waardeloos. Soms kan de prijs ook hoger zijn dan de stand alone waarde als synergetische waarde wordt toegevoegd door een strategische koper. Als er al uitgegaan zou moeten worden van een prijs, dan zou het de prijs moeten zijn voor 100% van de aandelen die vervolgens pro rato toegekend wordt aan het belang in de boedel van de ex-echtgenote. De gedachte hierachter is dat de prijs van het totaal binnen de gemeenschappelijke boedel valt en deze verdeeld dient te worden. Wanneer de echtelieden ieder 50% van de aandelen zouden hebben en er is geen gemeenschap dan is het een ander verhaal. De prijs is dan het beste bod in de vrije markt. De vraag is of dit redelijk en billijk is. Deze afweging is echter niet aan de waarde rings deskundige maar aan de rechter. Afstemmen vooraf over wat de grondslag voor de waardering is, is dus noodzakelijk om niet verstrikt te raken in een opdracht waarvan het consistente antwoord niet het antwoord is dat partijen bedoelen. Nummer 1 januari
8 PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Waarde en alimentatie Een dga heeft de vrijheid om de hoogte van het inkomen, binnen bepaalde kaders, zelf te bepalen. De hoogte van dit inkomen is van invloed op het rendement van de onderneming. In ons voorbeeld is dit een samenstelling van doorberekende management fee aan de werkmaatschappij en het loon in de holding. Om tot een juiste waardering te komen dient de management fee op het niveau gesteld te worden zodat deze overeenstemt met een gebruikelijke fee voor de aard en omvang van de onderneming afgezet tegen objectieve marktgegevens. Hierbij dient in ogenschouw genomen te worden een normale arbeidsbeloning voor de dga in de holding, in overeenstemming wat in de markt gebruikelijk is vermeerderd met de overige kosten die via de holding lopen. Wanneer het vennootschappelijke rendement positief of negatief is dient bezien te worden waar dit positieve of negatieve rendement aan toe te schrijven is. In ons voorbeeld is er een klein positief bedrijfsresultaat van Omdat de operationele activiteiten in de deelneming zijn ondergebracht dienen we door de balans heen te kijken en dit resultaat eigenlijk toe te schrijven aan de deelneming en tegen de rendementseis van de deelneming contant te maken. Een alternatief kan zijn om de management fee fictief aan te passen zodat het bedrijfsresultaat op nul loopt in de holding. Wanneer de dga echter een wezenlijk deel van zijn tijd besteed aan het beheren van de beleggingen in de holding dan zou de management fee vanuit de werkmaatschappij alleen toereikend moeten zijn voor het deel van de tijd dat de dga aan de werkmaatschappij besteed. Het resterende deel zou gedekt moeten worden uit de rendementen van de beheerde beleggingen. De aanpassingen van het inkomen voor de waardebepaling zijn eveneens van invloed op de draagkrachtberekening voor de alimentatie. Een hoger inkomen leidt tot een lager rendement en dus een lagere ondernemingswaarde en vice versa. Vaak wordt de hoogte van het inkomen ten behoeve van een alimentatieberekening apart behandeld van de waarde van de aandelen. De waardeerder dient hier rekening mee te houden zodat de er geen dubbeltellingen ontstaan in inkomen en waarde. 4. Conclusies Bij het waarderen van een onderneming bij echtscheiding krijgt een waardeerder te maken met emoties en spraakverwarring over waarderingstechnieken en uitgangspunten. Deze worden vaak gedreven door doelargumentatie van partijen. Het toepassen van de juiste methodiek is van essentieel belang. De DCF-methodiek is altijd juist, de rentabiliteitswaarde kan een juiste uitkomst geven, mits goed toegepast en wanneer voldaan wordt aan een aantal uitgangspunten. De uitgangspunten worden per definitie gedreven door subjectieve aannames. Wanneer partijen lijnrecht tegenover elkaar staan dient de waardeerder op basis van relevante gegevens en hoor en wederhoor zijn eigen aannames te doen en te verantwoorden. Bij de waardering van de onderneming is het ondernemers inkomen een variabele die de hoogte van de waardering beïnvloedt. Dit inkomen is ook de grondslag voor de draagkrachtberekening voor alimentatie. Vaak worden deze aspecten in afzonderlijke procedures behandeld. De waardeerder dient alert te zijn op inconsistenties en dubbeltellingen. Noten 1 WACC = Weighted Average Cost of Capital in het Nederlands gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet. 2 Miller & Modigliani, Feitelijk is de hier berekende winst W 1 al geen winst meer maar een cashflow. 4 Adjusted Present Value. 5 In deze bijdrage sta ik verder niet stil bij de uitwerking van de DCF-waardering. 6 Ik doe geen uitspraak over de zakelijkheid in fiscale zin. 40 Nummer 1 januari
Welkom. RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering. ValuePro - RB Studiekring 1
Welkom RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering 1 Voorstellen drs. Chris Denneboom RV RAB [email protected] Master in Business Valuation Register Valuator Register adviseur bedrijfsopvolging Gerechtelijk
Rendementseis preferente aandelen bij bedrijfsopvolging
Jaarcongres Overname Adviseurs Rendementseis preferente aandelen bij bedrijfsopvolging [email protected] Voorstellen Voorstellen Register Valuator Master in Business Valuation Register adviseur bedrijfsopvolging
Economische waarde voor de waardering van de onderneming
Economische waarde voor de waardering van de onderneming Kort geleden werd het volgende artikel gepubliceerd: Waardebepaling rammelt aan alle kanten. Een Registeraccountant had in het kader van een geschillenwaardering
Agenda. Wie is De Hooge Waerder?
1 Agenda 1. Wie is De Hooge Waerder? 2. Wat is mijn bedrijf waard? 3. Is uw bedrijf verkoopklaar? Vestigingen Wie is De Hooge Waerder? 2 Wie is De Hooge Waerder? Divisies: op alle vestigingen zijn alle
BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V.
BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V. VERONDERSTELLINGEN Vraagprijs 2.500.000 (pand en inventaris). Inkomsten: In totaal 40 kamers; Bezetting kamers: T1 45%, T2 52%, T3 63%, vanaf T4 en verder 68%;
DCFA themabijeenkomst
DCFA themabijeenkomst 25 april 2013 Waarderen in crisistijd José de Wit RA RV Programma Introductie Prijs / waarde Invloed crisis op waarderen? Valkuilen bij waarderen Prijs Transactie onderhandelen over
19 mei 2008. Wat is de waarde van een bedrijf?
19 mei 2008 Wat is de waarde van een bedrijf? Wat is de waarde van een bedrijf? P.P.C. Buijsrogge RV Register Valuator Makelaar in bedrijfsbelangen www.corporatesearch.nl [email protected]
Toepassen van Adjusted Present Value
Toepassen van Adjusted Present Value Blz. 1 van 8 In deze bijdrage wordt ingegaan op het berekenen van economische waarde. Naast de bekende discounted cash flow (DCF) methode wordt ook wel gebruik gemaakt
a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT?
TOETS JAARREKENINGLEZEN BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR VOORJAARSSCYCLUS 2012 EN INHALERS 11 OKTOBER 2012 (12.00 13.15 UUR) Naam :..... Cursusgroep :..... a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET
Dorssport bedrijfswaardering basis concept jaarrekening 2017
Dorssport bedrijfswaardering basis concept jaarrekening 2017 Bedrijfsnaam: Dorssports Vestigingsplaats: Heiloo Pagina 2 van 12 1. Uitkomsten 1. 1. Waarde eigen vermogen Basisscenario Waarde eigen vermogen
onroerend goed bij een bedrijfswaardering
PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Hoe om te gaan met in een bedrijfs 1 uur nettoonderwijs Chris Denneboom Drs. C. Denneboom RV RAB is partner bij ValuePro bedrijfswaardering & advies. Hij is gespecialiseerd
De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur
Hoofdstuk 5 De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur 5.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken hebben we het vreemd vermogen en het eigen vermogen van een onderneming besproken. De partijen
Discounted Cashflow methode Achtergronden en aandachtspunten
3 Discounted Cashflow methode Achtergronden en aandachtspunten Peter Schuitmaker Breda, juni 2017 Copyright 2017: BBO&F Breda Auteur: Peter Schuitmaker Uitgeverij: BBO&F BREDA Druk en bindwerk: Pro-book
Oefenopgave 1. Oefenopgave 1. Crediteuren 600 EV 600. Debiteuren 400. Gebouwen 300 EV. Voorraden 200 Crediteuren. Kas 300
Oefenopgave 1 Oefenopgave 1 Balans 1-1-2001 (x 1.000 euro) Gebouwen 300 EV Voorraden 200 Crediteuren Debiteuren 400 Kas 300 EV 600 Crediteuren 600 300 1200 1200 - Inkopen 600.000 euro (helft rekening,
acties ondernemingen PE-artikel Financieel
PE-artikel ondernemingen acties Financieel kostenvoet van het eigen vermogen unlevered (keu) en het fiscale renteaftrekvoordeel van het vreemd vermogen (tax shield) separaat contant wordt gemaakt. Als
Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013
Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2013 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen
Waardering van een Onderneming
Waardering Congres Financieele Dagblad: Private Equity in de Praktijk 6 april 2006 Dr Michel van Bremen Partner First Dutch Capital B.V. Waardering, essentie: Res tantum valet quantum vendi potest Iets
Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22
Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 T/m 19.12 zijn activiteitskengetallen. Vanaf 19.13 Rentabiliteitskengetallen Opgave 19.3 A. Bereken de gemiddelde voorraad over 2013 Q1 1-1
VOORBEELD JAARREKENING B.V. TE HOOFDDORP. Rapport inzake jaarstukken 2010
VOORBEELD JAARREKENING B.V. TE HOOFDDORP Rapport inzake jaarstukken 2010 INHOUDSOPGAVE Pagina RAPPORT 1 Opdracht 3 2 Samenstellingsrapport 3 3 Resultaat 4 4 Financiële positie 6 JAARREKENING 1 Balans per
Jaarbericht. Weller Vastgoed Ontwikkeling Secundus BV
Jaarbericht Weller Vastgoed Ontwikkeling Secundus BV 2014 Inhoudsopgave 1. Algemeen 2 2. Jaarrekening 3 2.1 Balans per 31-12-2014 (voor winstbestemming) 3 2.2 Winst en verliesrekening over 2014 4 2.3 Kasstroomoverzicht
Bijlagen. Bijlage 1: Resultaat 2005
Jaarrekening 25 Koetser CV 1. Balans per 31 december 25 2. Winst- en verliesrekening over 25 3. Toelichting op algemene zaken 4. Toelichting op de balans 5. Toelichting winst- en verliesrekening Bijlagen
TA3290 Life-Cycle Modeling and Economic Evaluation 2009-2010
TA3290 Life-Cycle Modeling and Economic Evaluation 2009-2010 CiTG, minor Mining and Resource Engineering Economie college 1: Grip op Geldstromen Dr.ir. Gerard P.J. Dijkema Energy & Industry Group December
Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2015
Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2015 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 1. Algemeen... 2 2. Jaarrekening... 3 2.1 Balans per 31 12 2015 (voor winstbestemming)... 3 2.2 Winst en verliesrekening over 2015...
Stichting Kringloopcentrum Spullenhulp, SOEST inzake de jaarrekening 2012
, SOEST inzake de jaarrekening 2012 INHOUDSOPGAVE Pagina JAARREKENING Balans per 31 december 2012 2 Winst- en verliesrekening over 2012 4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling 5 Toelichting op
Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2014
Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2014 Inhoudsopgave 1. Algemeen 2 2. Jaarrekening 3 2.1 Balans per 31-12-2014 (voor winstbestemming) 3 2.2 Winst en verliesrekening over 2014 4 2.3 Kasstroomoverzicht
Jaarrekeninglezen voor non-financials. Ruitenburg University 15 november 2016
Jaarrekeninglezen voor non-financials Ruitenburg University 15 november 2016 Introductie Welkom Voorstelronde sprekers Doel Eerst even dit! Inhoud Waarom een jaarrekening? Onderdelen van de jaarrekening
1. Algemeen 1 2. Bestuur 1 3. Resultaat 1 4. Fiscale positie 2
Jaarrekening 2015 van : Samenwerkend U.A., Inhoudsopgave Pagina 1. Algemeen 1 2. Bestuur 1 3. Resultaat 1 4. Fiscale positie 2 Jaarrekening 2015 I: Balans per 31 december 2015 3 II: Winst- en verliesrekening
IBUS ASSET MANAGEMENT UK B.V. JAARREKENING 2006. Polarisavenue 85 - Postbus 2007-2130 GE Hoofddorp Telefoon 023-5685800 - Fax 023-5685806
IBUS ASSET MANAGEMENT UK B.V. JAARREKENING 2006 Polarisavenue 85 - Postbus 2007-2130 GE Hoofddorp Telefoon 023-5685800 - Fax 023-5685806 INHOUDSOPGAVE Vennootschappelijke Balans 3 Vennootschappelijke Winst-
Aantal werknemers * Het resultaat na belasting en het eigen vermogen zijn gedeeld door aandelen.
Persbericht N.V. Bever Holding heeft over het eerste halfjaar 2015 een negatief resultaat voor belastingen behaald van 1.412.000 als gevolg van een negatieve exploitatie uit vastgoed van 188.000, netto
Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014
Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2014 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen
IBUS ASSET MANAGEMENT UK B.V. HALFJAARVERSLAG 2007. Krijgsman 6 - Postbus 8010-1180 LA Amstelveen Telefoon 020-7559000 - Fax 020-7559090
IBUS ASSET MANAGEMENT UK B.V. HALFJAARVERSLAG 2007 Krijgsman 6 - Postbus 8010-1180 LA Amstelveen Telefoon 020-7559000 - Fax 020-7559090 INHOUDSOPGAVE Vennootschappelijke Balans 3 Vennootschappelijke Winst-
InhouseManagement BV. Het bepalen van de ondernemingswaarde
InhouseManagement BV Het bepalen van de ondernemingswaarde WAT IS BEDRIJFSWAARDERING? Een waarde toekennen aan een onderneming in het economische verkeer vanuit het gezichtspunt van de verkoper en koper
Aurington. Administratie en Advies
Aurington Administratie en Advies Let op de houdbaarheidsdatum! Mei 5 Pincode 6 7 8 Boetes Dit jaar Deze maand De balans Tandorine B.V. Debet Activa Bezittingen Wat heb ik? Credit Passiva Vermogen Hoe
JAARVERSLAG 2014 2011 EV HAARLEM. Haarlem, 7 april 2015 - 1 - STICHTING DE WERELD KINDERTHEATER Gasthuisvest 47
JAARVERSLAG 2014 STICHTING DE WERELD KINDERTHEATER Gasthuisvest 47 2011 EV HAARLEM Haarlem, 7 april 2015-1 - INHOUDSOPGAVE Pagina RAPPORT 1 Opdracht 3 2 Resultaat 4 3 Financiële positie 5 4 Kengetallen
Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur
Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 30 meerkeuzevragen (maximaal
www.boekhouder.be Wat is de waarde van een onderneming?... 4 De Discounted Cash Flow-methode (DFC)... 6
door Inhoud Over omzet, nettowinst, ebit, ebitda,...... 1 Omzet... 1 Brutowinst... 1 Ebitda... 2 EBITDA... 2 Ebit... 3 Winst voor belastingen... 3 Nettowinst... 3 En toen was er ook nog de r...... 3 Wat
Vinc Vastgoed Management I B.V. gevestigd te Rotterdam
#ORG=saa#VES=rdm#PAP=vbl Vinc Vastgoed Management I B.V. gevestigd te Rotterdam Financieel verslag over het boekjaar 1-1-2014 / 30-6-2014 #ORG=saa#VES=rdm#PAP=vlg Vinc Vastgoed Management I B.V., Rotterdam
Financieel verslag Stichting Wasven Boerderij Eindhoven
Financieel verslag 2016 Stichting Wasven Boerderij Eindhoven 2.1 Balans per 31 december 2016 (Na resultaatbestemming) 31 december 2016 31 december 2015 A C T I V A Vaste activa Materiële vaste activa 272
Financiële ratio s met CASH!
Inleiding Het is belangrijk dat je als ondernemer weet hoe je onderneming er financieel voor staat. Hier kan je financiële ratio's goed voor gebruiken. Maar wat zijn ze en wat doe je ermee? Om de financiële
Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2015
Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2015 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Fiscale positie
Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2016
Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2016 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 1. Algemeen... 2 2. Jaarrekening (x 1.000)... 3 2.1 Balans per 31 12 2016 (voor winstbestemming)... 3 2.2 Winst en verliesrekening
Kerngegevens 30-jun dec jun-17. Bedrijfsresultaat (x 1.000) Netto resultaat (x 1.000)
Persbericht N.V. Bever Holding heeft over het eerste halfjaar 2018 een positief resultaat voor belastingen behaald van 1.067.415 hetgeen toe te rekenen is aan een verkoopresultaat vastgoed 2.423.871, een
Jaarrekening. Stichting Nederlands Museum voor de Pluimveehouderij Barneveld
Jaarrekening Balans per 31 december 2014 Staat van baten en lasten over 2014 Toelichting op de balans en de staat van baten en lasten 1 Balans per 31 december 2014 (na verwerking resultaat) 31.12.2014
Examen PC 2 vak Cash Management
Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 6 onderdeel: CAS datum: 19 december 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Aanwijzingen:
Stichting Omroep Landgraaf
Stichting Omroep Landgraaf T.a.v. Het Bestuur Felix Ruttenstraat 16 6372KV Landgraaf KvK-nummer: 4172374 RAPPORT INZAKE DE JAARSTUKKEN 215 Inhoud JAARREKENING Financiële positie JAARSTUKKEN 215 JAARREKENING
Module 4 Inzicht in cijfers
Geleerd in vorige presentaties Module 4 Inzicht in cijfers Les 3. Begrijp de balans en stuur op kengetallen 1. Winst- en verliesrekening 2. Balans 3. Kasstroomoverzicht 4. Winst en belasting Les 3 Maak
Werkkapitaal, Equity cashflow, Entity cashflow en Discretionary Cashflow
Werkkapitaal, Equity cashflow, Entity cashflow en Discretionary Cashflow Er is al heel wat gezegd en geschreven over het onderwerp Cash Flows. Wat ons blijft verbazen is hoe onvolledig deze publicaties
Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken.
Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Informal investors: informele investeerders, bv particulieren Gebruiken is vast. Verbruiken is vlot. Materieel: tastbaar Immaterieel:
Examen AA. Financial Accounting 2 / EV2
Examen AA Financial Accounting 2 / EV2 DATUM: 9 januari 2018 TIJD: 13.30 15.30 uur Belangrijke informatie: Dit examen bestaat uit 3 opgaven van 6 pagina s inclusief voorblad. Controleer of dit examen compleet
Value Management. S.P.P. (Bas) van Soest RV & Drs. M.J.M. (Maurice) Koopmans
Value Management 2017 S.P.P. (Bas) van Soest RV & Drs. M.J.M. (Maurice) Koopmans Fields of Expertise Bedrijfswaardering Aan- en verkoop Debt Advisory Value Management Facts & Figures Aeternus Oprichting
1. JAARREKENING Stichting Beeldende Kunst Noord-Kennemerland mei 2016
1. JAARREKENING Stichting Beeldende Kunst Noord-Kennemerland - 1-3 mei 2016 1.1 Balans per 31 december 2015 (Na resultaatbestemming) 31 december 2015 31 december 2014 ACTIVA Vaste activa Materiële vaste
J A A R STUKKEN 2014. Pertax BV Ede
J A A R STUKKEN 2014 Pertax BV Ede Opmaakdatum: 21 mei 2015 Jaarstukken 2014 - Jaarrekening - Overige gegevens Opmaakdatum: 21 mei 2015 1 Jaarrekening - Balans - Winst-en-verliesrekening - Toelichting
Rotterdams Vastgoedfonds I C.V. gevestigd to Rotterdam. Financieel verslag over het boekjaar /
Rotterdams Vastgoedfonds I C.V. gevestigd to Rotterdam Financieel verslag over het boekjaar 1-1-2013 / 30-6-2013 Rotterdams Vastgoedfonds I C.V., Rotterdam Inhoudsopgave Pagina Jaarrekening Balans per
RJ-Uiting : Richtlijn Pensioenvoorziening en oudedags- verplichting directeuren-grootaandeelhouder
RJ-Uiting 2017-8: Richtlijn Pensioenvoorziening en oudedags- verplichting directeuren-grootaandeelhouder Algemeen Met RJ-Uiting 2017-3 ontwerp-richtlijn Pensioenvoorziening en oudedagsverplichting directeuren-grootaandeelhouder
Jaarrekening Stichting Vrije Christelijke School Westerlee Galgeweg MT 's-gravenzande
Jaarrekening 2013 Stichting Vrije Christelijke School Westerlee Galgeweg 57 2671MT Voorblad 0 Inhoud Opdracht 2 Resultaatvergelijk 3 Financiele positie 5 Grondslagen 7 Balans 9 V en W 11 Materiele activa
Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.
Financiering niveau 4 Examenopgaven voorbeeldexamen Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen
AEFIDES INSPIRATIS I BV TE GRONINGEN. Jaarverslag 2011 25 april 2012
AEFIDES INSPIRATIS I BV TE GRONINGEN Jaarverslag 2011 INHOUDSOPGAVE Pagina JAARVERSLAG 1 Opdracht 2 2 Algemeen 3 3 Resultaat 4 4 Financiële positie 5 5 Directieverslag 6 JAARREKENING 1 Balans per 31 december
2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10
Financiering niveau 4 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de
Inmaxxa BV te Naarden Halfjaarbericht 2010 28 juli 2010
Inmaxxa BV te Naarden Halfjaarbericht 2010 28 juli 2010 Inmaxxa BV Halfjaarbericht 2010 1 Inhoudsopgave Algemeen 3 Jaarverslag van de directie 4 Halfjaarbericht over de periode 1 januari 2010 tot en met
SynVest RealEstate Fund N.V.
Financiële berichten SynVest RealEstate Fund N.V. 1e kwartaalcijfers 2015 SynVest. Ondernemend vermogen. INHOUDSOPGAVE EERSTE KWARTAAL 2015 Pagina 1 Analyse Bedrijfsresultaat 2 2 Intrinsieke waarde 2 3
Stichting Kringloopcentrum Spullenhulp, SOEST inzake de jaarrekening 2011
, SOEST inzake de jaarrekening 2011 INHOUDSOPGAVE Pagina JAARREKENING Balans per 31 december 2011 2 Winst- en verliesrekening over 2011 4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling 5 Toelichting op
1. JAARREKENING Stichting Beeldende Kunst Noord-Kennemerland mei 2017
1. JAARREKENING Stichting Beeldende Kunst Noord-Kennemerland - 1-22 mei 2017 1.1 Balans per 31 december 2016 (Na resultaatbestemming) 31 december 2016 31 december 2015 ACTIVA Vaste activa Immateriële vaste
1 Het kasstroomoverzicht
Oefeningen Kasstroomoverzicht 1 Het kasstroomoverzicht De gegevens van een bedrijf zijn: Balans per 31 december 2011 en 2012 dec-12 dec-11 dec-12 dec-11 Vaste Activa 1.000.000 1.200.000 Eigen Vermogen
JAARSTUKKEN 2017 ROM-D CAPITAL BV
JAARSTUKKEN 2017 ROM-D CAPITAL BV Datum: 10 april 2018 Spuiboulevard 298 Postbus 310 3300 AH Dordrecht T (078) 770 80 95 E [email protected] JAARSTUKKEN ROM-D CAPITAL BV 2017 - BLADZIJDE 2 INHOUDSOPGAVE 1.
Q1 Q2 Q3 Q4. Liquide middelen begin kwartaal 290.000 1.011.500 1.012.000 947.500. Verkopen 1.140.000 880.000 1.020.000 1.435.000
Uitwerkingen opgaven Brugboek hoofdstuk 20 Opgaven 20.2 t/m 20.4 en 20.7 t/m 20.9 Opgave 20.2 Liquiditeitsbegroting 2013 gesplitst per kwartaal Onderdeel Q1 Q2 Q3 Q4 Liquide middelen begin kwartaal 290.000
SynVest Fund Management B.V. Hogehilweg 5 1101 CA AMSTERDAM. Publicatiebalans 2014
Hogehilweg 5 1101 CA AMSTERDAM Publicatiebalans 2014 Vastgesteld door de Algemene Vergadering d.d. 15-07-2015. Hogehilweg 5 1101 CA AMSTERDAM Publicatiebalans 2014 Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
Rotterdams Vastgoed Fonds III C.V. gevestigd to Rotterdam. Financieel verslag over het boekjaar 1-1-2013 / 30-6-2013
Rotterdams Vastgoed Fonds III C.V. gevestigd to Rotterdam Financieel verslag over het boekjaar 1-1-2013 / 30-6-2013 Rotterdams Vastgoed Fonds III C.V., Rotterdam Inhoudsopgave Pagina Jaarrekening Balans
Stichting Twente Hart Safe t.a.v. het bestuur Theo Wolvecampstraat ZZ HENGELO. Jaarrekening 2013
Stichting Twente Hart Safe t.a.v. het bestuur Theo Wolvecampstraat 7 7556 ZZ HENGELO Jaarrekening 2013 Stichting Twente Hart Safe t.a.v. het bestuur Theo Wolvecampstraat 7 7556 ZZ HENGELO Jaarrekening
JAARREKENING 2014. thuis ENERGIE B.V.
JAARREKENING 2014 thuis ENERGIE B.V. Inhoudsopgave 1. DOELSTELLING 5 2. BALANS PER 31 DECEMBER 2014 6 3. WINST- EN VERLIESREKENING OVER 2014 8 4. WAARDERINGSGRONDSLAGEN 9 5. TOELICHTING OP DE BALANS 10
Financieel verslag 2011/2012. Mixed Hockeyclub Voorbeeld Sportpark Hoefslag 12 2342 KM Vlissingen
Financieel verslag 2011/2012 Mixed Hockeyclub Voorbeeld Sportpark Hoefslag 12 2342 KM Voorblad 0 Inhoud Bestuursverslag 2 Algemeen 3 Resultaatvergelijk 4 Financiele positie 5 Jaarrekening 7 Balans 8 Staat
JAARREKENING 2014. thuis VASTGOED BV
JAARREKENING 2014 thuis VASTGOED BV Inhoudsopgave 1. DOELSTELLING 5 2. BALANS PER 31 DECEMBER 2014 6 3. WINST- EN VERLIESREKENING 2014 8 4. WAARDERINGSGRONDSLAGEN 9 5. TOELICHTING OP DE BALANS 10 6. TOELICHTING
Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2011
Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 30 juni 2011 25 augustus 2011 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 30 juni 2011 2 Winst- en verliesrekening over
Module 4 Inzicht in cijfers
Geleerd in vorige presentaties Module 4 Inzicht in cijfers 1. Balans in detail 2. Kengetallen Les 4. Vergelijk je resultaten op 4 manieren + maak goede investeringsbeslissingen Les 4 Vergelijk je resultaten
SynVest Fund Management B.V. Hogehilweg 5-Z 1101 CA AMSTERDAM. Publicatiebalans 2015
Hogehilweg 5-Z 1101 CA AMSTERDAM Publicatiebalans 2015 Vastgesteld door de Algemene Vergadering d.d. 29 juni 2016. Hogehilweg 5-Z 1101 CA AMSTERDAM Publicatiebalans 2015 Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
Moyee Nederland B.V. te Amsterdam. Rapport inzake de balans en winst-en-verliesrekening over de periode van tot en met
te Rapport inzake de balans en winst-en-verliesrekening over de periode van 01-01-2017 tot en met 31-12-2017 Inhoudsopgave Pagina Balans per 31 december 2017 3 Winst-en-verliesrekening over 2017 5 Grondslagen
UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 8
HOOFDSTUK 8 Opgave 1 a. Wat geeft de liquiditeit van een onderneming aan? De liquiditeit geeft aan in welke mate een onderneming aan haar lopende betalingsverplichtingen kan voldoen. b. Wat is het verschil
TOETSVRAGEN ONDERDEEL JAARREKENINGLEZEN VAN DE BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR. 18 februari UUR NAJAARSCYCLUS 2010 EN INHALERS
TOETSVRAGEN ONDERDEEL JAARREKENINGLEZEN VAN DE BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR 18 februari 2011 12.00 13.00 UUR NAJAARSCYCLUS 2010 EN INHALERS Naam :..... Cursusgroep :..... a: U hebt voor deze toets 60 minuten
Welkom. RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering Deel 2. ValuePro - RB Studiekring 1
Welkom RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering Deel 2 1 Agenda Technische analyse -Verschillende waarderingsmethoden -Rendementseis -Build up en CAPM -Vrije geldstroom analyse -Kwalitatieve analyse
Hoofdstuk 17 Financiële verslaggeving
Hoofdstuk 17 Financiële verslaggeving 17.1 Geef van elke uitspraak aan of hij juist of onjuist is. a b c d e f g h i Publicatie van de jaarrekening is verplicht voor alle ondernemingen. Het jaarverslag
9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2
Docentenhandleiding Hoofdstuk 25 9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2 a Per november 2008 wordt aan huur vooruitontvangen: 400 3 650 = 780.. b Per december wordt achteraf ontvangen: 25 3 720 = 270..
JAARREKENING 2014. thuis HOLDING BV
JAARREKENING 2014 thuis HOLDING BV INHOUDSOPGAVE 1. DOELSTELLING 4 2. BALANS PER 31 DECEMBER 2014 5 3. WINST- EN VERLIESREKENING 2014 7 4. WAARDERINGSGRONDSLAGEN 8 5. TOELICHTING OP DE BALANS 10 6. TOELICHTING
PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging. Waarom winst. waardemaatstaf kan zijn. 38 Nummer 2 april 2013 www.pe-bedrijfsopvolging.
PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Waarom winst waardemaatstaf kan zijn 38 Nummer 2 april 2013 www.pe-bedrijfsopvolging.nl Financieel PE-artikel geen Punten FFP: zie PER Samenvatting In deze bijdrage
Financieel halfjaarverslag Alpha Based Capital Fund Management B.V.
Financieel halfjaarverslag 2017 Alpha Based Capital Fund Management B.V. Utrecht Juli 2017 Inhoudsopgave Pagina Balans per 30 juni 2017 2 Winst en verliesrekening van 1 januari 2017 tot en met 30 juni
