BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT
|
|
|
- Juliana van den Berg
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Nederlandse Mededingingsautoriteit BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT Nummer: Betreft: Bijlage B bij het besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering ingevolge artikel 82, lid 4, Gaswet, voor Gas Transport Services (hierna: GTS), voor de periode 2006 tot en met Inleiding 1. In bijlage B bij het methodebesluit is neergelegd dat de parameters die de hoogte van de gewogen gemiddelde kapitaalskostenvergoeding (hierna: WACC) bepalen in het x-factorbesluit worden vastgesteld. 2. In deze bijlage worden achtereenvolgens de kostenvoet van het vreemd vermogen, de gearing, de belastingvoet en de kostenvoet van het eigen vermogen bepaald. Bij het vaststellen van deze parameters houdt de Raad rekening met de aanbevelingen die Frontier Economics neerlegt in zijn rapport The cost of capital for GTS. 3. Tevens wordt in deze bijlage de verwachte relatieve wijziging van de consumentenprijsindex (hierna: CPI) voor de periode 2005 tot en met 2009 vastgesteld. 2 Kostenvoet vreemd vermogen 4. De kostenvoet van het vreemd vermogen wordt berekend door de risicovrije rente en de rente-opslag voor Gas Transport Services te bepalen. Risicovrije rente 5. In het methodebesluit is neergelegd dat de risicovrije rente wordt bepaald door het gemiddeld geëiste rendement door beleggers in de 10-jaars Nederlandse staatsobligatie te bepalen gedurende een representatief geachte periode voorafgaand aan de maand waarin het ontwerp x-factorbesluit wordt genomen. 1
2 6. De Raad acht een periode van 2 tot 5 jaar representatief. Hierbij overweegt de Raad dat de rente historisch gezien op een zeer laag niveau staat. Het bepalen van de risicovrije rente op basis van een recente, korte periode (enkele maanden tot een jaar) kan daarmee leiden tot een onderschatting van de werkelijke risicovrije rente in de komende reguleringsperiode. 7. Het toepassen van een periode van 2 tot 5 jaar leidt weliswaar tot het vaststellen van een risicovrije rente die hoger ligt dan het huidige niveau, maar deze periode is representatiever voor de toekomstige risicovrije rente dan het rendement dat momenteel op de 10-jaars Nederlandse staatsobligatie wordt geëist door beleggers. 8. De Raad stelt de risicovrije rente vast in de vorm van een bandbreedte. Het gemiddeld geëiste rendement op de 10-jaars Nederlandse staatsobligatie gedurende twee jaar voorafgaand aan het ontwerp x-factorbesluit (juli 2003 tot en met juni 2005) dient als ondergrens van de band. Als bovengrens van de band wordt gehanteerd het gemiddeld geëiste rendement gedurende vijf jaar voorafgaand aan het ontwerp x-factorbesluit (juli 2000 tot en met juni 2005). 9. De bandbreedte van de risicovrije rente wordt vastgesteld op 4,0 procent tot 4,5 procent. Rente-opslag 10. De rente-opslag voor GTS wordt bepaald door de rente-opslagen van ondernemingen die qua activiteiten en kredietwaardigheid vergelijkbaar zijn met GTS in ogenschouw te nemen. Om de renteopslag te bepalen worden obligaties van bedrijven met een A rating 1 en een looptijd van 10 jaar als uitgangspunt genomen. 11. De Raad stelt de rente-opslag vast op 0,8 procent (80 basispunten). Deze rente-opslag is gebaseerd op de gemiddelde rente-opslag op obligaties met een A rating in de afgelopen jaren. 3 Gearing 12. Gearing betreft de mate waarin een onderneming met vreemd vermogen is gefinancierd. In het methodebesluit is neergelegd dat de uitgangspunten bij het vaststellen van de gearing zijn het behouden van een gezonde solvabiliteitspositie voor GTS en het geven van een prikkel om een efficiënte financieringsstructuur te bewerkstelligen. 13. Gegeven het lage risicoprofiel van GTS en van de sector waarin deze onderneming zich bevindt, heeft de Raad de verhouding vreemd vermogen versus eigen vermogen voor de regulering vastgesteld op 60/40. De gearing is derhalve 60 procent. 1 De Raad baseert zich op de schaal die credit rating agency Standard & Poor s hanteert. 2
3 4 Belastingvoet 14. De belastingvoet betreft de gedurende de tweede reguleringsperiode geldende tarief voor vennootschapsbelasting voor Nederlandse ondernemingen. Deze belastingvoet is nu nog niet bekend en wordt derhalve nagecalculeerd. Ter berekening van de x-factor wordt de belastingvoet geschat. 15. De Raad schat de belastingvoet op 30 procent. Dit percentage is gebaseerd op de tarieven voor vennootschapsbelasting zoals opgenomen in het Belastingplan Kostenvoet eigen vermogen 16. De kostenvoet van het eigen vermogen wordt berekend door de bèta te vermenigvuldigen met de marktrisicopremie en de risicovrije rente hierbij op te tellen. Marktrisicopremie 17. In het methodebesluit is neergelegd dat de marktrisicopremie wordt bepaald door gebruik te maken van een bandbreedte. Resultaten van onderzoeken naar de hoogte van de marktrisicopremie lopen sterk uiteen, mede afhankelijk van de methode waarop de schatting is gebaseerd. Gegeven deze onzekerheid ten aanzien van de hoogte van de marktrisicopremie hanteert de Raad een bandbreedte. 18. De bandbreedte van de risicovrije rente wordt vastgesteld op 4 tot 6 procent. Berekening bèta 19. Om de parameter bèta van GTS te berekenen dienen te worden bepaald: 1. De equity bèta van beursgenoteerde ondernemingen wier activiteiten vergelijkbaar zijn met de activiteiten van GTS (hierna: de vergelijkingsgroep); 2. De asset bèta van de vergelijkingsgroep; en 3. De equity bèta van GTS. Ad 1) bepalen van de equity bèta van de vergelijkingsgroep 20. De equity bèta van de ondernemingen in de vergelijkingsgroep wordt bepaald door te kijken naar de correlatie tussen het rendement op de aandelen van ondernemingen in de vergelijkingsgroep en het rendement op de marktindex waar het aandeel is genoteerd. Voor het berekenen van deze correlatie is gekozen voor het gebruik van twee berekeningsmethoden: a. wekelijkse rendementen gedurende de afgelopen vijf jaar; en b. dagelijkse rendementen gedurende de afgelopen twee jaar. 2 Het belastingplan 2005 is gepubliceerd in de Staatsblad van 23 december 2004, nr
4 21. Het gebruik van twee berekeningsmethoden leidt ertoe dat de berekening van de bèta robuust wordt. Bovendien wordt de betrouwbaarheid van de data vergroot door de bèta s aan te passen al naar gelang de schattingsfout van de bèta groter is De bèta is een maat voor het risico dat wordt gelopen bij uitoefening van de activiteiten van een onderneming. Het belangrijkste criterium bij het samenstellen van de vergelijkingsgroep heeft dan ook betrekking op het risicoprofiel van de ondernemingen. De vergelijkingsgroep dient te bestaan uit ondernemingen wier activiteiten zoveel mogelijk overeenkomen met de activiteiten van GTS waarvan in onderhavig besluit de bèta wordt vastgesteld, zodat daarmee het risicoprofiel vergelijkbaar is 4. Indien ondernemingen in de vergelijkingsgroep ook andere activiteiten ontplooien, dient het risicoprofiel van deze activiteiten hiervan niet significant af te wijken. 23. Vervolgens wordt beoordeeld of de aandelen van ondernemingen die zijn geselecteerd in de vergelijkingsgroep in redelijke mate verhandelbaar (liquide) zijn. Indien dit niet het geval is, kan dit de betrouwbaarheid van de schatting beïnvloeden en wordt de betreffende onderneming geschrapt uit de vergelijkingsgroep. 24. Tevens wordt beoordeeld of de reguleringssystematiek die voor de geselecteerde ondernemingen geldt enige gelijkenis toont met de regulering die voor GTS geldt 5. Indien dit niet het geval is, of indien er geen informatie beschikbaar is ten aanzien van de wijze van regulering, wordt de betreffende onderneming geschrapt uit de vergelijkingsgroep. 25. Op basis van bovenstaande stappen is de vergelijkingsgroep als volgt samengesteld: Land Onderneming Australië Australian Pipeline Trust België Fluxys Canada Terasen Canada TransCanada Italië Snam Rete Gas Spanje Enagas Verenigde Staten Kinder Morgan Energy Verenigde Staten Northern Border Partners Verenigde Staten TC Pipelines Tabel 1: samenstelling vergelijkingsgroep 3 Deze aanpassing staat bekend als de Vasicek correctie. 4 Bij het samenstellen van de vergelijkingsgroep dienen de activiteiten van ondernemingen voor minimaal 50 procent uit gastransmissie activiteiten te bestaan. 4
5 Ad 2)Bepalen van de asset bèta van de vergelijkingsgroep 26. De asset bèta van ondernemingen in de vergelijkingsgroep wordt berekend door de equity bèta van ondernemingen in de vergelijkingsgroep om te rekenen met behulp van de Miller-Modigliani methode, rekening houdend met de vermogenstructuur en het voor de onderneming geldende belastingpercentage. 27. Dit leidt tot de volgende asset bèta s: Onderneming Asset beta o.b.v wekelijkse data Asset beta o.b.v dagelijkse data Australian Pipeline Trust 0,21 0,34 Fluxys 0,28 0,25 Terasen 0,11 0,13 TransCanada 0,06 0,38 Snam Rete Gas 0,19 0,27 Enagas 0,27 0,37 Kinder Morgan Energy 0,40 0,27 Northern Border Partners 0,19 0,20 TC Pipelines 0,20 0,35 Gemiddelde 0,21 0, De asset bèta van de vergelijkingsgroep wordt in de vorm van een bandbreedte vastgesteld. De asset bèta op basis van wekelijkse data dient als ondergrens van de band, terwijl de asset bèta op basis van dagelijkse data als bovengrens dient. 29. De bandbreedte van de asset bèta van de vergelijkingsgroep, en daarmee de bandbreedte van de asset bèta voor GTS, wordt hiermee vastgesteld op 0,21 tot 0,29. Ad 3) Bepalen van de equity bèta van GTS 30. De equity bèta van GTS wordt berekend door de asset bèta van de vergelijkingsgroep met behulp van de Miller-Modigliani methode om te zetten in een equity bèta voor GTS. Conform de methodiek tot bepaling van de asset bèta van de vergelijkingsgroep wordt voor de equity bèta van GTS ook een bandbreedte vastgesteld. 31. De bandbreedte wordt bepaald door gebruik te maken van de voor GTS vastgestelde verhouding vreemd versus eigen vermogen (60/40) en het geschatte tarief voor de vennootschapsbelasting gedurende de tweede reguleringsperiode (30 procent). Aangezien het tarief voor de vennootschapsbelasting wordt nagecalculeerd betreft het hier een geschatte equity bèta. 32. De bandbreedte van de geschatte equity bèta van GTS wordt hiermee vastgesteld op 0,43 tot 0,59. 5 Hierbij wordt gedacht aan price cap of rate of return regulering. 5
6 6 Verwachte cpi in de tweede reguleringsperiode 33. De verwachting ten aanzien van de cpi in 2005 bedraagt 1,5 procent en bedraagt 0,5 procent in De historische gerealiseerde cpi is echter hoger dan de verwachte inflatie voor alleen Mede gezien de lengte van de reguleringsperiode stelt de Raad de geschatte cpi in de jaren 2005 tot en met 2009 vast op 1,5 procent per jaar. 6 Bron: Centraal Planbureau, kerngegevens nieuwsbrief 2005/juni. 6
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 29303 29 oktober 2013 Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 28 oktober 2013, nr. IENM/BSK-2013/239467,
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 58700 25 oktober 2017 Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 9 oktober 2017, nr. IENM/BSK-2017/216399,
Bijlage 2 Uitwerking van de methode voor de WACC
Bijlage 2 Uitwerking van de methode voor de WACC Bijlage bij het besluit van 11 oktober 2011 met kenmerk 103557_1/331. Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Kostenvoet vreemd vermogen... 4 2.1 Risicovrije rente...
Bijlage 2 Uitwerking van de methode voor de WACC
Bijlage 2 Uitwerking van de methode voor de WACC Bijlage bij het besluit van 17 mei 2011 met kenmerk 103557_1/122. Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Kostenvoet vreemd vermogen... 4 2.1 Risicovrije rente...
1 Inleiding Kostenvoet vreemd vermogen Risicovrije rente Rente-opslag Conclusie Kostenvoet eigen vermogen...
1 Inleiding... 2 2 Kostenvoet vreemd vermogen... 4 2.1 Risicovrije rente... 4 2.2 Rente-opslag... 6 2.3 Conclusie... 8 3 Kostenvoet eigen vermogen... 9 3.1 Marktrisicopremie... 9 3.2 Bèta... 11 3.3 Algemene
Gevolgen CBb-uitspraak en update WACC 1. Rebel: Draft report The WACC for the Dutch TSO s and DSO s 2. Rebel: Memo Resultaten actualisatie WACC
Notitie WACC Onderwerp Bijlagen Gevolgen CBb-uitspraak en update WACC 1. Rebel: Draft report The WACC for the Dutch TSO s and DSO s 2. Rebel: Memo Resultaten actualisatie WACC Aanleiding Op 28 september
Bijlage 2 Uitwerking van de methodiek voor de WACC
Bijlage 2 Uitwerking van de methodiek voor de WACC Nummer 102615-108 Betreft zaak: Ontwerp Methodebesluit vierde reguleringsperiode TenneT 1 1. In onderhavig besluit geeft de Raad van Bestuur van de Nederlandse
Bijlage 2 De methode voor de bepaling van de WACC
Bijlage 2 De methode voor de bepaling van de WACC 1 Inleiding 1. In onderhavig besluit geeft de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de Raad) uitvoering aan artikel 41, lid
1/7. 1 Inleiding. 2 Zienswijze Vewin BIJLAGE II
BIJLAGE II Behorende bij het advies aan de minister van Infrastructuur en Milieu over de vaststelling van gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet voor drinkwaterbedrijven 1 Inleiding 1. Zoals genoemd in
Bijlage 2 Uitwerking van de methode voor de WACC
Bijlage 2 Uitwerking van de methode voor de WACC Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Kostenvoet vreemd vermogen... 4 2.1 Risicovrije rente... 4 2.2 Rente-opslag... 6 2.3 Conclusie... 8 3 Kostenvoet eigen
Autoriteit Consument Markt
Consument Markt BIJLAGE 1 Behorende bij het advies aan de minister van Infrastructuur en Milieu over de vaststelling van gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet voor drinkwaterbedrijven 1 Inleiding 1. Op
WACC Drinkwater 2014-2015
WACC Drinkwater 2014-2015 Reactie Vewin op het advies van The Brattle Group d.d. 6 mei 2013 Van: Aan: Vewin NMa en Ministerie van I&M Datum: 27 mei 2013 1 van 6 Samenvatting De primaire en wettelijke opdracht
De vermogens- kostenvergoeding voor drinkwater- bedrijven Second opinion
www.pwc.nl De vermogens- kostenvergoeding voor drinkwater- bedrijven Second opinion 1.0 16 juni 2011 Inhoudsopgave 1. Executive summary 4 2. Inleiding 7 2.1.1. Doel en status rapport 7 2.1.2. Uitgangspunten
De vermogens- kostenvergoeding voor drinkwater- bedrijven Second opinion
www.pwc.nl De vermogens- kostenvergoeding voor drinkwater- bedrijven Second opinion 1.0 30 juni 2011 Inhoudsopgave 1. Executive summary 4 2. Inleiding 6 2.1.1. Doel en status rapport 6 2.1.2. Uitgangspunten
BESLUIT. 2. Onderhavig besluit betreft de vaststelling van de nettarieven voor het jaar 2005 voor Intergas Netbeheer B.V.
Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: 101750_9-5 Betreft: Besluit tot vaststelling van de maximum nettarieven elektriciteit voor het jaar 2005 zoals bedoeld in artikel 41c, eerste lid van
Ondernemersvergoeding Rendac
Ondernemersvergoeding Rendac Ministerie van Economische Zaken Auteur Danny Chan Nick van der Lijn Floris van der Veen Datum Status Klant 20.02.15 definitief Ministerie van Economische Zaken Inhoudsopgave
BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit
Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer: 102612_9 / 1 Betreft zaak: Besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering, de kwaliteitsterm en van het rekenvolume
Dienst uitvoering en toezicht Energie
Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: 101750_5-12 Betreft: Besluit tot vaststelling van de maximum nettarieven elektriciteit voor het jaar 2005 zoals bedoeld in artikel 41c, eerste lid
De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur
Hoofdstuk 5 De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur 5.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken hebben we het vreemd vermogen en het eigen vermogen van een onderneming besproken. De partijen
Netbeheer Nederland Visie van investeerders financiële marktpartijen
www.pwc.nl Netbeheer Nederland Visie van investeerders en financiële marktpartijen ten aanzienn van de vermogenkostenvergoeding January 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding en samenvatting 3 2. Opzet interviews
Oefenopgaven Hoofdstuk 8
Oefenopgaven Hoofdstuk 8 Opgave 1 Hazelkoning Onderneming Hazelkoning NV heeft 7 jaar geleden een obligatielening uitgegeven met een oorspronkelijke looptijd van 30 jaar. De couponrente van de lening bedraagt
Ontwerpbesluit BIJLAGE B BIJ METHODEBESLUIT
BIJLAGE B BIJ METHODEBESLUIT Nummer: 101858-13 Betreft: Bijlage B bij het besluit tot vaststelling van de methode van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering en de methode van het
Pagina 1/16. Bijlage 1 Uitwerking van de methode in formules. Ons kenmerk: Zaaknummer: ACM/DJZ/2016/201589
Ons kenmerk: Zaaknummer: 16.0109.52 ACM/DJZ/2016/201589 Pagina 1/16 Bijlage 1 Uitwerking van de methode in formules Bijlage bij het methodebesluit met kenmerk ACM/DJZ/2016/201584 T 070 722 20 00 F 070
BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit
Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 102612_16 / 8 Betreft zaak: Besluit tot wijziging van het besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering, de
Ons kenmerk: ACM/DE/2015/206743 Zaaknummer: 15.0383.52, 15.0384.52, 15.0385.52 en 15.0859.53. Bijlage - Uitwerking van de methode voor de WACC
Ons kenmerk: ACM/DE/2015/206743 Zaaknummer: 15.0383.52, 15.0384.52, 15.0385.52 en 15.0859.53 Bijlage - Uitwerking van de methode voor de WACC Bijlage 2 bij de volgende besluiten Gewijzigd methodebesluit
Ons kenmerk: ACM/DE/2013/ Zaaknummer: Pagina 1/7
Ons kenmerk: ACM/DE/2013/204374 Zaaknummer: 13.0793.52 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering, de kwaliteitsterm
WACC Drinkwater
WACC Drinkwater 2018-2019 Reactie Vewin op het advies van The Brattle Group d.d. 9 juni 2017 en concept advies ACM WACC drinkwater d.d. 9 juni 2017 Van: Aan: Vewin ACM en Ministerie van IenM Datum: 6 juli
Besluit ACM t.b.v. de vaststelling van de WACC Loodswezen
Besluit ACM t.b.v. de vaststelling van de WACC Loodswezen 2020-2022 Ons kenmerk : ACM/UIT/516677 Zaaknummer : ACM/18/034073 Datum : 30 juli 2019 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt tot vaststelling
Ons kenmerk: ACM/DE/2013/ Zaaknummer: Pagina 1/7
Ons kenmerk: ACM/DE/2013/204379 Zaaknummer: 13.0799.52 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering, de kwaliteitsterm
Definitie van inkoopkosten voor energie
Discussiememo Inkoop Energie (en Vermogen) Te bespreken op: 14 november 2012 1. Wat zijn inkoopkosten voor energie? In de regulering van de landelijke netbeheerders wordt binnen de categorie operationele
