Delft Technische Universiteit Delft
|
|
|
- Leona Kok
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 29 januari 2014 van Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijl< gewicht hebben. Het eerste deel bestaat uit 20 multiple choice vragen en het tweede deel uit open vragen. In de tekst worden obligatie en bond door elkaar gebruikt. Een aantal formules staat op de laatste pagina van dit tentamen. Je mag wel een (grafische) rekenmachine gebruiken, je mag niet je boek gebruiken en ook geen zelfgemaakte aantekeningen. Deel 1 - Multiple Choice / Korte open vragen Vraag 1. Welke van de onderstaande alternatieven is juist t.a.v. de prijs van een Duitse staatsobligatie indien de rente in de Eurozone verlaagd wordt: A) Waarschijnlijk zullen zowel de yield als de prijs van die obligatie stijgen. B) Waarschijnlijk zal de yield van die obligatie stijgen en de prijs dalen. C) Waarschijnlijk zullen zowel de yield als de prijs van die obligatie dalen. D) Waarschijnlijk zal de yield van die obligatie dalen en de prijs stijgen. E) De prijs zal helemaal niet veranderen, omdat de coupons worden aangepast. Vraag 2. Stel dat je nu een project doet waarbij je in de jaren 1 t/m 4 telkens EUR 1.000,= moet investeren en dat in het vijfde jaar EUR opbrengt. Daarna is het project afgesloten. Welke van de onderstaande beweringen is juist: A) De contante waarde van dit project is altijd positief, er wordt immers EUR geïnvesteerd en het levert EUR op. B) De netto contante waarde van dit project is altijd positief, er wordt immers EUR geïnvesteerd en het levert EUR op. C) De netto contante waarde van dit project is negatief indien er met een lage rente wordt verdisconteerd. Hoe hoger de rente waarmee verdisconteerd wordt, hoe hoger de netto contante waarde. D) De netto contante waarde van dit project is negatief indien er met een lage rente wordt verdisconteerd. Hoe hoger de rente waarmee verdisconteerd wordt, hoe lager de netto contante waarde. E) De netto contante waarde van dit project is positief indien er met een lage rente wordt verdisconteerd. Hoe hoger de rente waarmee verdisconteerd wordt, hoe hoger de netto contante waarde. F) De netto contante waarde van dit project is positief indien er met een lage rente wordt verdisconteerd. Hoe hoger de rente waarmee verdisconteerd wordt, hoe lager de netto contante waarde. Tentamen Principes van Asset Trading januari
2 Vraag 3. Ten aanzien van liet begrip opportunity cost of capitai geldt het volgende: A) De opportunity cost of capital w/ordt bepaald door het bedrijf dat het project doet en hangt niet af van het specifieke project. B) Op het moment dat je als bedrijf een investering wilt doen in een project is de opportunity cost of capital het rendement dat je zou willen maken als je in een bedrijf zou investeren dat vergelijkbaar is met je eigen bedrijf. C) Op het moment dat je als bedrijf een investering wilt doen in een project is de opportunity cost of capital de rente die je betaalt om het te investeren bedrag te lenen. D) Op het moment dat je als bedrijf een investering wilt doen in een project is de opportunity cost of capital gelijk aan de weighted average cost of capital (WACC). E) Op het moment dat je als bedrijf een investering wilt doen in een project is de opportunity cost of capital het rendement dat je zou willen maken op een investering die een vergelijkbaar risico heeft. Vraag 4. Stel voor een project heb je een aantal berekeningen gemaakt om te bepalen of het zinvol Is om er als bedrijf mee verder te gaan en daarbij zijn zowel de internal rate of return (IRR) als netto contante waarde (NCW) berekend. In welk van de onderstaande alternatieven gaat het bedrijf met het project verder: A) Indien het project de winstgevenheid van het bedrijf vergroot. B) Indien de IRR positief is, de NCW doet er dan niet meer toe. C) Indien de NCW positief is of de IRR groter is dan de opportunity cost of capital. D) Indien de NCW positief is of de IRR groter is dan de rente. E) Indien de NCW negatief is of de IRR groter is dan de opportunity cost of capital. F) Indien de NCW negatief is of de IRR groter is dan de rente. Vraag 5. Zowel bank A als bank B verstrekken beide krediet tegen 8% rente per jaar. Bij bank A betaal je jaarlijks effectief 8.16% en bij bank B 8.30%. Welk van de onderstaande beweringen is waar: A) Bij A betaal je in halfjaarlijkse termijnen, bij B eens per kwartaal. B) Bij A betaal je in halfjaarlijkse termijnen, bij B eens per maand. C) Bij A betaal je eens per kwartaal, bij B eens per maand. D) Bij B betaal je in halfjaarlijkse termijnen, bij A eens per kwartaal. E) Bij B betaal je in halfjaarlijkse termijnen, bij A eens per maand. F) Bij B betaal je eens per kwartaal, bij A eens per maand. Vraag 6. Stel de nominale rente is 5% en de inflatie is 2.5%. Wat is dan de reële rente? A) -2.50% C) 2.44% E) 7.50% B) -2.38% D) 2.50% F) 7.63% Tentamen Principes van Asset Trading januari
3 Universileit Vraag 7. Ten aanzien van de begrippen spot rate en forward rate geldt het volgende: A) De n-jaars spot rate is de rente die ieder jaar geldt indien je een investering of lening voor n jaar afspreekt. De forward rate is de rente die geldt tijdens een toekomstige periode indien je je nu al vastlegt om gedurende die periode te investeren of te lenen. B) De n-jaars forward rate is de rente die ieder jaar geldt indien je een investering of lening voor n jaar afspreekt. De spot rate is de rente die geldt tijdens een toekomstige periode indien je je nu al vastlegt om gedurende die periode te investeren of te lenen. C) Spot rate en forward rate zijn synoniemen van elkaar. D) Om die yield curve te kunnen bepalen, moet je zowel de spot rates als de forward rates weten. E) Forward rates zijn onzeker omdat ze over de toekomst gaan, terwijl je spot rates nu direct kunt vastleggen. F) Spot rates gaan over korte periodes, forward rates over de lange termijn. Vraag 8. Stel, je hebt de volgende obligaties uitgeven door dezelfde staat: Obligatie X heeft een coupon. Obligatie Y is een zero coupon met looptijd 2 jaar. Obligatie Z is een zero coupon met looptijd 10 jaar. In de onderstaande grafiek zie je de price yield curve van deze obligaties. ICO O -i : ^ ^ ^ < : i i 1 0% 2% 4% 6% 8% 10% 12% 14% 16% 18% Welke obligatie hoort bij welke curve? A) X=A, Y=B, Z=C C) X=B, Y=A, Z = C E) X=C, Y=A, Z=B B) X=A, Y=C, Z=B D) X=B, Y=C, Z=A F) X=C, Y=B, Z=A Tentamen Principes van Asset Trading januari
4 Technische Universileil Dein Vraag 9. In de grafiek hieronder zijn de yieldcurves van obligaties 1, 2 en 3 getekend. Yield Curve 140 2% 4% 6% 10% 12% Over de hoogte van de coupons van deze obligaties het volgende: yield A) Om deze te achterhalen had de yieldcurve voor 0% yield getekend moeten zijn. B) Om deze te achterhalen moetje de looptijden van de obligaties weten. C) Dit kun je uit een yield curve nooit aflezen, ook niet als het punt 0% ingetekend is of je de looptijden van de obligaties weet. D) 1 heeft 8% coupon, 2 en 3 beide 3.5% coupon. Obligatie 2 loopt langer dan 3. E) 1 heeft 8% coupon, 2 en 3 beide 3.5% coupon. Obligatie 3 loopt langer dan 2. Vraag 10 t/m 12. Stel dat van een aandeel de winst per aandeel (EPS) EUR 4.50 is en het eigen vermogen per aandeel EUR 50, =. De opportunity cost of capital is 8%, de WACC is 7% en risk-free rate Is 4.5%. Stel dat de aandelenprijs EUR 100,= is en dat er een dividend betaald wordt van EUR Vraag 10. Wat is dan de contante waarde van de groei (PVGO)? A) EUR 0.00 C) EUR E) 8% B) EUR D) EUR F) 7% Vraag 11. Bereken de plow-back ratio (PB) en het rendement op eigen vermogen (ROE): A) PB = 61.1%, ROE = 4.5% B) PB = 38.9%, ROE = 4.5% C) PB = 61.1%, ROE = 7% D) PB = 38.9%, ROE = 7% E) PB = 61.1%, ROE = 9% F) PB = 38.9%, ROE = 9% Vraag 12. Over de groei op basis van je antwoord in vraag 11 kun je nu het volgende zeggen: A) De groei is 4.5% en dat is consistent met het antwoord op vraag 10. B) De groei is 4.5% en dat is niet consistent met het antwoord op vraag 10. C) De groei is 3.5% en dat is consistent met het antwoord op vraag 10. D) De groei is 3.5% en dat is niet consistent met het antwoord op vraag 10. E) De groei is 8% en dat is consistent met het antwoord op vraag 10. F) De groei is 8% en dat is niet consistent met het antwoord op vraag 10. Tentamen Principes van Asset Trading januari
5 Vraag 13. In de portefeuille theorie spelen correlatie en volatility een belangrijke rol. In de onderstaande Bloomberg diagrammen zijn de dagrendementen uitgezet van twee aandelen A en B uitgezet tegen de AEX-Index. * l ^ A. A *..I) -l.o!,(!,m) Hl <).() I.ll,>.(P!.(( 1.(1 'i.ll 1.0!,(!.'.(P I.ll (M> 1.(1." ) ll Het volgende valt uit de diagrammen af te leiden: A) De beta van aandeel A is hoger dan die van B. De corelatie van A met de index is duidelijk hoger dan de corelatie van B met de index. B) De beta van aandeel A is hoger dan die van B. De corelatie van A met de index is duidelijk lager dan de corelatie van B met de index. C) De beta van aandeel A is hoger dan die van B. Er zit geen duidelijk afleesbaar verschil tussen de corelatie van A met de index en de corelatie van B met de index. D) De beta van aandeel A is lager dan die van B. De corelatie van A met de index is duidelijk hoger dan de corelatie van B met de index. E) De beta van aandeel A is lager dan die van B. De corelatie van A met de index is duidelijk lager dan de corelatie van B met de index. F) De beta van aandeel A is lager dan die van B. Er zit geen duidelijk afleesbaar verschil tussen de corelatie van A met de index en de corelatie van B met de index. Vraag 14. Uit het Markowitz model blijkt dat er maar een bepaalde set van portefeuilles interessant is om in te investeren. T.a.v. de locatie van deze portefeuilles in het mean-standard deviation diagram geldt het volgende: A) Dit zijn de portefeuilles op de minimal variance set. In geval van de one-fund theorem is er maar één portefeuille mogelijk. B) Dit zijn de portefeuilles op de minimal variance set. In geval van de one-fund theorem is er een rechte lijn tussen de risico-vrije rente op de y-as en de optimale risky portefeuille op de minimal variance set. C) Dit zijn de portefeuilles op de efficient frontier. In geval van de one-fund theorem is er maar één portefeuille mogelijk. D) Dit zijn de portefeuilles op de efficient frontier. In geval van de one-fund theorem is er een rechte lijn tussen de risico-vrije rente op de y-as en de optimale risky portefeuille op de efficient frontier. E) Dit zijn de portefeuilles op de efficient frontier. In geval van de one-fund theorem loopt er een kromme tussen de risico-vrije rente op de y-as en de optimale risky portefeuille op de efficient frontier. F) Dit zijn de portefeuilles op de minimal variance set. In geval van de one-fund theorem loopt er een kromme tussen de risico-vrije rente op de y-as en de optimale risky portefeuille op de minimal variance set. Tentamen Principes van Asset Trading Januari
6 Vraag 15. Over het CAPM model in relatie tot de Markowitz portefeuille theorie het volgende: A) CAPM is hetzelfde als Markowitz, maar dan voor obligaties in plaats van aandelen. B) CAPM is in feite de basis voor het Markowitz model. C) CAPM beloont systematisch risico en Markowitz niet. D) CAPM beloont specifiek risico en Markowitz niet. E) Markowitz beloont specifiek risico en CAPM niet. Vraag 16. Bij de uitgifte van 200 miljoen aan staatsobligaties heb je de volgende biedingen van beleggers X, Y en Z: X : 100 miljoen voor EUR Y : 150 miljoen voor EUR 101,10 Z : 200 miljoen voor EUR Wat gebeurt er met de uitgifte prijs in geval van een uniforme prijs veiling (UPA) en een discriminerende prijs veiling (DPA)? A) Bij DPA betaalt X en krijgt hij zijn hele 100 miljoen, Y betaalt en krijgt maar 100 miljoen, Z krijgt niets. In geval van UPA krijgen X en Y hetzelfde, maar betalen ze beiden B) Bij UPA betaalt X en krijgt hij zijn hele 100 miljoen, Y betaalt en krijgt maar 100 miljoen, Z krijgt niets. In geval van DPA krijgen X en Y hetzelfde, maar betalen ze beiden C) Bij DPA betaalt X en krijgt hij zijn hele 100 miljoen, Y betaalt en krijgt maar 100 miljoen, Z krijgt niets. In geval van UPA krijgen X en Y hetzelfde, maar betalen ze beiden D) Bij UPA betaalt X en krijgt hij zijn hele 100 miljoen, Y betaalt en krijgt maar 100 miljoen, Z krijgt niets. In geval van DPA krijgen X en Y hetzelfde, maar betalen ze beiden E) Bij DPA betaalt X en krijgt hij zijn hele 100 miljoen, Y betaalt en krijgt maar 100 miljoen, Z krijgt niets. In geval van UPA krijgen X en Y hetzelfde, maar betalen ze beiden F) Bij UPA betaalt X en krijgt hij zijn hele 100 miljoen, Y betaalt en krijgt maar 100 miljoen, Z krijgt niets. In geval van DPA krijgen X en Y hetzelfde, maar betalen ze beiden Tentamen Principes van Asset Trading Januari
7 Vraag 17. In de onderstaande koersgrafieken van Bloomberg is de koersgrafiek van zowel (links) als Twitter (rechts) sinds de oprichting gegeven: Facebook Welke van de onderstaande beweringen is waar ten aanzien van de green shoe option in deze situaties? A) In het geval van Facebook is de green shoe option waarschijnlijk niet uitgeoefend, in het geval van Twitter waarschijnlijk wel. B) In het geval van Facebook is de green shoe option waarschijnlijk wel uitgeoefend, in het geval van Twitter waarschijnlijk niet. C) In beide gevallen is de green shoe option waarschijnlijk wel uitgeoefend. D) In beide gevallen is de green shoe option waarschijnlijk niet uitgeoefend. E) Over het al dan niet uitoefenen van de green shoe option is op basis van deze koersgrafieken niets zinnigs te zeggen. Vraag 18. Ten aanzien van de proposities 1 en 2 van Modigliani en Miller geldt het volgende: A) Volgens propositie 1 kun je door een optimale schuldstructuur in het bedrijf te kiezen op basis van de tax shield de waarde vergroten. Volgens propositie 2 zal het verwachte rendement in geval van leverage toenemen. B) Volgens propositie 1 kun je door een optimale schuldstructuur in het bedrijf te kiezen op basis van de tax shield de waarde vergroten. Volgens propositie 2 zal het verwachte rendement in geval van leverage afnemen. C) Volgens propositie 1 wordt de waarde van een bedrijf niet beïnvloed door de schuldstructuur. Volgens propositie 2 zal het verwachte rendement in geval van leverage toenemen. D) Volgens propositie 1 wordt de waarde van een bedrijf niet beïnvloed door de schuldstructuur. Volgens propositie 2 zal het verwachte rendement in geval van leverage afnemen. E) Volgens propositie 2 kun je door een optimale schuldstructuur in het bedrijf te kiezen op basis van de tax shield de waarde vergroten. Volgens propositie 1 zal het verwachte rendement in geval van leverage toenemen. F) Volgens propositie 2 kun je door een optimale schuldstructuur in het bedrijf te kiezen op basis van de tax shield de waarde vergroten. Volgens propositie 1 zal het verwachte rendement in geval van leverage afnemen. G) Volgens propositie 2 wordt de waarde van een bedrijf niet beïnvloed door de schuldstructuur. Volgens propositie 1 zal het verwachte rendement in geval van leverage toenemen. H) Volgens propositie 2 wordt de waarde van een bedrijf niet beïnvloed door de schuldstructuur. Volgens propositie 1 zal het verwachte rendement in geval van leverage afnemen. Tentamen Principes van Asset Trading januari
8 Vraag 19. Indien we de volgende manieren van financiering van bedrijven onderscheiden: I. Aantrekken van vreemd vermogen, b.v. door uitgifte van obligaties. II. Aantrekken van eigen vermogen, b.v. door uitgifte van aandelen. III. Gebruik van interne financiering, b.v. verkleinen dividenden. IV. Aantrekken van hybride vermogen, b.v. door uitgifte van converteerbare obligaties. Dan is de volgorde volgens de pecking order tlieory: A) I, II, III, IV D) II, I, IV, III B) I, II, IV, III E) III, I, II, IV C) II, I, III, IV F) III, I, IV, II G) IV, I, II, III H) IV, II, I, III I) IV, II, III, I Vraag 20. Er zijn, volgens de corporate finance theorie, goede en slechte redenen om een fusie te doen. Welke van de onderstaande alternatieven bevat alleen goede redenen? A) Schaalvoordelen, Consolidatie, Lagere financieringskosten, toename Winst per aandeel. B) Complementaire Resources, Diversificatie, toename Winst per aandeel. C) Overschot aan Funding, Consolidatie, Lagere financieringskosten. Diversificatie. D) Lagere financieringskosten. Diversificatie, toename Winst per aandeel. E) Schaalvoordelen, Complementaire Resources, Consolidatie, Diversificatie. F) Schaalvoordelen, Complementaire Resources, Overschot aan Funding, Consolidatie. Tentamen Principes van Asset Trading januari
9 Deel 2 - Open vragen In dit onderdeei betioor je al je antwoorden te motiveren, ofwei door berei<eningen ofwel door argumenten. Je mag uiteraard gebruii< mai<en van het formuieblad en een rel<enmachine Vraag 1 Je doet een investering in een val<antieiiuis ter grootte van EUR 1 miljoen. Dit huis ga je verhuren waarbij je verwacht dat je EUR op jaarbasis overhoudt van de huursom (dus na kosten voor beheer en onderhoud). Je plant dit voor een periode van 20 jaar en aan het eind van jaar 20 ontvang je voor de laatste keer je huur en verkoop je de woning weer voor EUR 1 miljoen. Neem aan datje mag verdisconteren met 4.5%. A) Bereken de netto contante waarde van deze investering. B) Bereken wat je minimaal voor het huis moet krijgen bij verkoop om de investering aantrekkelijk te laten zijn. Hieronder gaan we er weer van uit dat het huis voor 1 miljoen wordt verkocht aan het eind van de looptijd. C) Leg uit wat duration is, hoe je het berekent en hoe dat begrip past in deze context van huuropbrengsten en verkoopopbrengst. De duration van de opbrengsten is D) Gebruik de gegeven duration om de netto contante waarde van deze investering te schatten indien je met 4% verdisconteert i.p.v. 4.5%. E) Gebruik de gegeven duration om de internal rate of return (IRR) van deze investering te schatten. F) Je kunt de IRR ook beredeneren. Doe dat en geef het verschil aan met de uitkomst zoals je die in (E) vond. Benoem hierbij de term, die net als duration, uit de obligatiewereld komt en dit verschil veroorzaakt. Vraag 2 Twee beursgenoteerde aandelen X en Y hebben onderlinge correlatie van 0.5 en verder de volgende eigenschappen: X : gem rendement 8%, standaard deviatie 12% Y : gem rendement 12%, standaard deviatie 15% A) Stel nu dat je het gedeelte w investeert in aandeel X en (1-w) in aandeel Y, voor welke waarde van w is de variantie dan minimaal? B) Welk rendement en standaard deviatie horen daarbij? C) Teken de drie punten w=l, w=0 en w als gevonden in C in een mean standaard deviatie diagram en schets hierin de feasible set. Geef aan of je wel of niet van shortselling gebruik maakt. Neem nu aan dat de risico vrije rente 2,5% is. Verder is het verwacht rendement van de markt 10% en de volatility van de markt 12%. D) Bereken op basis van CAPM de betas van X en Y. E) Bereken de correlaties van X en Y met de markt. F) Teken de capital market line en geef daarin aan waar het specifiek risico zit. Tentamen Principes van Asset Trading januari
10 U Techniscfie Universiteit LET OP : ER ZIJN 3 OPEN VRAGEN (Z.O.Z.) Vraag 3 Je begint een eigen bedrijf en je leent op persoonlijke titel EUR ,= van de bank en dit stort je in de vorm van aandelen in je bedrijf. Verder koop je voor EUR 5.000,= computers. A) Geef de balans van het bedrijf. Na 1 jaar heb je een prototype gemaakt en is alle cash op. Gelukkig weet je een investeerder zover te krijgen om EUR ,= te investeren in verdere ontwikkeling van je product. Hiertoe krijgt hij 45% van de aandelen. B) Wat is de after-the-money value van je bedrijf? C) Geef opnieuw de balans van je bedrijf. Het bedrijf wordt volwassen en maakt winst. Je kunt uit de operationele winst makkelijk de rente betalen voor een lening waar je mee verder kunt groeien. Stel je leent EUR ,= tegen 6% rente. De opportunity cost of capital is 8%. D) Leg uit op welke wijze je waarde creëert met "tax shield" en aan wie die waarde toekomt. E) Bereken de tax shield. Formuleblad De contante waarde P van een oneindige annuïteit die iedere periode een bedrag A betaalt, beginnend aan het eind van de eerste periode is: Een annuïteit die aan het eind van de eerste periode begint met het uitbetalen van een bedrag A gedurende in totaal n periodes heeft een contante waarde P van : A 1 1- r (1 + r) n Omgekeerd geldt voor/4: A r(l + r)"p (l+r)ri - 1 Tentamen Principes van Asset Trading januari
Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 21 januari 2015 van 18.30-21.30
Technische Universiteit Delft Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 21 januari 2015 van 18.30-21.30 Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijk gewicht hebben. Het eerste deel bestaat uit
TIJ Delft T«chnt5che Universiteit Detft
TIJ Delft T«chnt5che Universiteit Detft Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 30 januari 2013 van 9.00-12^00 Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijk gewicht hebben. Het eerste deel bestaat
TUDelft Technische Universiteit Deift
Technische Universiteit Deift Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari 2012 van 9.00-12.00 Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijk gewicht hebben. Het eerste deel bestaat uit 20 multiple
1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30)
Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Naam: Studentnummer: Tentamen Financiering voor Vastgoedkunde Antwoordsuggesties 1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30) Omcirkel het meest juiste antwoord bij de Multiple
2 februari 2012 Examenhal (9:00 12:00)
Naam: Studentnummer: Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Tentamen (HER) Financiering voor Vastgoedkunde Antwoordsuggesties 2 februari 2012 Examenhal (9:00 12:00) Omcirkel het meest juiste antwoord bij
Tentamen Corporate Finance 2008 II
Vraag 1. Welk type marktefficiëntie betreft het als ook alle publieke informatie in een prijs verwerkt is? a. Zwakke vorm efficiëntie. b. Semi-sterke vorm efficiëntie. c. Sterke vorm efficiëntie. d. Supersterke
Oefenopgaven Hoofdstuk 7
Oefenopgaven Hoofdstuk 7 Opgave 1 Rendement Een beleggingsadviseur heeft de keuze uit de volgende twee beleggingsportefeuilles: Portefeuille a Portefeuille b Verwacht rendement 12% 12% Variantie 8% 10%
Financial Management BDK A. Kapitaalkosten
A. Kapitaalkosten In dit hoofdstuk wordt onderzocht hoeveel procent van elke bron van geld (eigen vermogen of vreemd vermogen) gebruikt moet worden om een bedrijf te financieren. Kapitaalkosten Kapitaalkosten
De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur
Hoofdstuk 5 De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur 5.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken hebben we het vreemd vermogen en het eigen vermogen van een onderneming besproken. De partijen
Hoofdstuk 5: De rentevoet
Hoofdstuk 5: De rentevoet Tot nu toe hebben we gekeken naar de technieken voor het berekenen van de contante waarde en de toekomstige waarde, gegeven een markt rentevoet. Maar hoe wordt de rentevoet eigenlijk
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 58700 25 oktober 2017 Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 9 oktober 2017, nr. IENM/BSK-2017/216399,
10 november 2010 Examenhal 01 (14:00 17:00)
Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Naam: Studentnummer: Tentamen Financiering voor Vastgoedkunde Antwoordsuggesties 10 november 2010 Examenhal 01 (14:00 17:00) Geef uw antwoorden in de daarvoor bestemde
Tentamen Corporate Finance 2007 I
Vraag 1. Welke factoren, volgens Fama en French, beïnvloeden het verwachte rendement op een belegging? a. De grootte van een onderneming, de P/E ratio en de B/M ratio. b. De beta van een onderneming. c.
Hoofdstuk 14: Kapitaalstructuur in een perfecte markt.
Hoofdstuk 14: Kapitaalstructuur in een perfecte markt Bedrijven gebruiken bonden om investeringen te financieren of om fondsen te collecteren om schulden mee af te betalen Wat voor soort bonden zouden
Oefenopgaven Hoofdstuk 8
Oefenopgaven Hoofdstuk 8 Opgave 1 Hazelkoning Onderneming Hazelkoning NV heeft 7 jaar geleden een obligatielening uitgegeven met een oorspronkelijke looptijd van 30 jaar. De couponrente van de lening bedraagt
Oefenopgaven Hoofdstuk 5
Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Opgave 1 Leg uit waarom een bank in de regel bereid is een lening die gedekt is door een zekerheid, tegen een lagere rente te verstrekken dan een gelijkwaardige lening zonder zekerheid.
Risico en Rendement. Een uitleg over de relatie tussen risico en rendement en waarom het beter is om je beleggingen te spreiden over meerdere activa.
Risico en Rendement Een uitleg over de relatie tussen risico en rendement en waarom het beter is om je beleggingen te spreiden over meerdere activa. SEPTEMBER 30, Auteur: itek ten Hove Alle grafieken zijn
Tentamen Corporate Finance 2008 I
Vraag 1 Over welk type marktefficiëntie spreken wij wanneer alle, behalve de private (inside), informatie in de aandelenkoersen is verwerkt? a. de zwakke vorm van marktefficiëntie b. de semi-sterke vorm
Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 4 opgaven en omvat 25 vragen.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave TREASURY MANAGEMENT WOENSDAG 16 DECEMBER 2015 12.15-14.45 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 29303 29 oktober 2013 Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 28 oktober 2013, nr. IENM/BSK-2013/239467,
AG8! Derivatentheorie Les2! Furtures & Forwards. 16 september 2010
AG8! Derivatentheorie Les2! Furtures & Forwards 16 september 2010 1 Agenda Duration & convexity (H4 8+ 9) Futures en Forwards (H2) Hedging met Futures en Forwards (H3) Waardering Futures en Forwards (H5)
Rendement, Effectief rendement, IRR, wat is het nu?
Rendement, Effectief rendement, IRR, wat is het nu? Author : G.K. van Dommelen Date : 02-10-2014 (publicatiedatum 3 oktober 2014) Op 18 september jongstleden publiceerden wij een artikel over het bod dat
Tentamen Corporate Finance BKB0023 11 juni 2005 09:30 uur - 12:30 uur
Tentamen Corporate Finance BKB0023 11 juni 2005 09:30 uur - 12:30 uur Beste student, Voor U ligt het tentamen corporate finance. Het tentamen is gesloten boek en bestaat uit 40 meerkeuze vragen; vier alternatieven
Financiering 2 (323029)
Financiering 2 (323029) DEEL I Multiple choice vragen (12 vragen, 60 punten, 5 punten per vraag) Beantwoorden met de schrapkaart (uitsluitend met potlood één antwoord per vraag aangeven). DEEL II Open
Tentamen Corporate Finance BKB0023 18 augustus 2005 09:30 uur - 12:30 uur
Tentamen Corporate Finance BKB0023 18 augustus 2005 09:30 uur - 12:30 uur Beste student, Voor U ligt het tentamen corporate finance. Het tentamen is gesloten boek en bestaat uit 40 meerkeuze vragen; vier
Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave TREASURY MANAGEMENT MAANDAG 22 JUNI 2015 12.15-14.45 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle
Tentamen Corporate Finance 2009 I
1. Welke van de onderstaande uitspraken over risico en rendement is juist? a. De beta van een beleggingsobject is een maatstaf voor het niet-systematische risico van het object. b. De boekhoudschandalen,
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel FINANCE & RISKMANAGEMENT 6 OKTOBER UUR. SPD Bedrijfsadministratie B / 7
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel FINANCE & RISKMANAGEMENT 6 OKTOBER 2015 08.45 11.15 UUR SPD Bedrijfsadministratie B / 7 Opgave 1 (40 punten) 1. Een voorbeeld van een goed antwoord: De interest
Vermogensbehoefte en financiering
Hoofdstuk 1 Vermogensbehoefte en financiering Opgave 1.1 Een groothandel heeft in de maanden maart tot en met oktober 600.000, extra vermogen nodig. Het benodigde extra vermogen kan voor deze periode worden
Inhoud. Voorwoord. Handboek Corporate Finance & Treasury Een verantwoording 15
Inhoud Voorwoord Handboek Corporate Finance & Treasury Een verantwoording 15 deel a De interne en externe omgeving van Corporate Finance en Treasury 17 deel b Vermogenskosten 18 deel c Selectie van bedrijfsactiviteiten
BANK- EN FINANCIEWEZEN 2018
BANK- EN FINANCIEWEZEN 2018 Meerkeuzevragen (14 vragen) - giscorrectie 1. je leent nu een bedrag van 1500 en betaalt die exact over 1 jaar terug. je leent ook 3500 en je betaalt deze over 3 jaar terug.
Technische Universiteit Delft Mekelweg 4 Faculteit Electrotechniek, Wiskunde en Informatica
Technische Universiteit Delft Mekelweg 4 Faculteit Electrotechniek, Wiskunde en Informatica 2628 CD Delft Tentamen Risicomanagement wi3421tu 26 januari 2011, 9.00 12.00 uur Bij dit examen is het gebruik
DCFA themabijeenkomst
DCFA themabijeenkomst 25 april 2013 Waarderen in crisistijd José de Wit RA RV Programma Introductie Prijs / waarde Invloed crisis op waarderen? Valkuilen bij waarderen Prijs Transactie onderhandelen over
Deze examenopgave bestaat uit 10 pagina s, inclusief het voorblad.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave TREASURY MANAGEMENT MAANDAG 27 JUNI 2016 12.15-14.45 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 10 pagina s, inclusief het voorblad. Het examen bestaat
De investeringsanalyse
Het programma van vandaag: het investeringsproject de cashflow het gemiddelde rendement de terugverdientijd de netto contante waarde 1 Investeringsbeslissingen Waarom investeren? We verwachten winst te
0A631: Leren Innoveren: Economische aspecten Door Tommy van der Vorst ([email protected]).
0A631: Leren Innoveren: Economische aspecten Door Tommy van der Vorst ([email protected]). Kosten- Batenanalyese Een kosten- batenanalyse (cost- benefit analysis, CBA) wordt uitgevoerd door
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.
Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. VastNed Retail nv is een Nederlands vastgoedbeleggingsfonds dat met gelden
De investeringsanalyse
Het programma van vandaag: het investeringsproject de cashflow het gemiddelde rendement de terugverdientijd de netto contante waarde Adele 1 Investeringsbeslissingen Waarom investeren? We verwachten winst
Vermogen: geld Kapitaal (aandelen, obligaties, leningen (lange termijn))
www.jooplengkeek.nl Vermogensmarkt De markt: vraag en aanbod Vermogen: geld Kapitaal (aandelen, obligaties, leningen (lange termijn)) Vermogen is een ruimer begrip dan geld. Een banksaldo is ook vermogen.
Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen:
www.jooplengkeek.nl Vreemd vermogen op lange termijn Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: 1. Onderhandse lening. 2. Obligatie lening. 3.
Hoofdstuk 8: Waarderen van obligaties
Hoofdstuk 8: Waarderen van obligaties Wat zijn de basistypen van de obligaties en hoe worden ze gewaardeerd? Het begrijpen van obligaties en hoe ze geprijsd worden is nuttig om diverse redenen, namelijk:
Tentamen Corporate Finance BKB0023 13 augustus 2004 9:30 uur - 12:30 uur
Tentamen Corporate Finance BKB0023 13 augustus 2004 9:30 uur - 12:30 uur Beste student, Voor U ligt het tentamen corporate finance. Het tentamen is gesloten boek en bestaat uit 40 meerkeuze vragen; vier
Tentamen Corporate Finance BKB0023 15 juni 2004 13:30 uur - 16:30 uur
Tentamen Corporate Finance BKB0023 15 juni 2004 13:30 uur - 16:30 uur Beste student, Voor U ligt het tentamen corporate finance. Het tentamen is gesloten boek en bestaat uit 40 meerkeuze vragen; vier alternatieven
Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43
Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 25 januari 2011 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Handelsonderneming Astan bv heeft gegevens verzameld. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van de
VOORBEELDEXAMEN HANDELS- EN FINANCIELE VERRICHTINGEN
VOORBEELDEXAMEN HANDELS- EN FINANCIELE VERRICHTINGEN Opmerkingen vooraf - Gebruik van rekenmachine is niet toegelaten - Puntenverdeling: meerkeuzevragen: 40% ; open vragen: 60% - Duurtijd van examen =
De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht
De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht In publicaties betreffende waarderingen van ondernemingen worden we vaak geconfronteerd met diverse Engelse termen, al dan niet eenvoudig te plaatsen
Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie
Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie Mr A. van Dijk RBA 1 Inleiding Wat zijn obligaties? Kenmerken Rendement Risico Obligatiesoorten 2 Kenmerken van Obligaties Vordering Vaste
Welkom. RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering. ValuePro - RB Studiekring 1
Welkom RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering 1 Voorstellen drs. Chris Denneboom RV RAB [email protected] Master in Business Valuation Register Valuator Register adviseur bedrijfsopvolging Gerechtelijk
Uw spaarrekening: een lage opbrengst in ruil voor veiligheid?
Inhoudstafel Deel 1. Uw spaarrekening: een lage opbrengst in ruil voor veiligheid? 1. Hoe werkt een spaarrekening eigenlijk?............................... 1 1.1. De rente op uw spaarrekening: basisrente
Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën.
Beste leerling, Dit document bevat het examenverslag van het vak M&O vwo, eerste tijdvak (2014). In dit examenverslag proberen we zo goed mogelijk antwoord te geven op de volgende vraag: In hoeverre was
Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven.
www.jooplengkeek.nl Investeringsselectie Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven. belangrijk Calculaties voor beslissingen
Deze examenopgave bestaat uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 4 opgaven en omvat 19 vragen.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave TREASURY MANAGEMENT VRIJDAG 16 DECEMBER 2016 12.15-14.45 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat
Nieuwsbrief. High Yield Obligaties
Nieuwsbrief High Yield Obligaties Een onderdeel binnen de categorie obligaties waar men relatief weinig over hoort, is de high yield obligatie. High yield betekent niets anders dan hoog rendement. Hoewel
Obligaties Briqchain Real Estate
Belangrijkste informatie over de belegging Obligaties Briqchain Real Estate van Briqchain B.V. Dit document is opgesteld op 02-okt-2018 Dit document helpt u de risico s, de kosten, en het rendement van
VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!)
VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!) VRAAG 1 WELKE VAN DE VOLGENDE UITSPRAKEN ZIJN JUIST? 1) IRR HOUDT GEEN REKENING MET DE GROOTTE VAN DE INVESTERING. 2) INDIEN EEN ONDERNEMING PROJECTEN DOORVOERT
Samenvatting M&O hoofdstuk
Samenvatting M&O hoofdstuk 10+ 11 Samenvatting door een scholier 1168 woorden 16 maart 2017 7 3 keer beoordeeld Vak Methode M&O In balans Hoofdstuk 10 vermogensmarkt 10.1 vrager van vermogen Vragers van
Thema Zonnestroom, Projectfinanciering. Onderdeel 1. Inspiratiebijeenkomst Netwerk Duurzame Dorpen
Thema Zonnestroom, Projectfinanciering Onderdeel 1 Inspiratiebijeenkomst Netwerk Duurzame Dorpen Inhoud Wat is projectfinanciering? Proces; opzetten van een business case Financieringsvormen -- Projectvoorbeeld:
Hoofdstuk 10: Kapitaalmarkten en de prijs van risico
Hoofdstuk 10: Kapitaalmarkten en de prijs van risico In dit hoofdstuk wordt een theorie ontwikkeld die de relatie tussen het gemiddelde rendement en de variabiliteit van rendementen uitlegt en daarbij
Investeringsselectie met de gebruikelijke krabbels op het whiteboard
Investeringsselectie met de gebruikelijke krabbels op het whiteboard In het eerste cluster geheel spontaan, in het tweede met dezelfde gegevens: vorige week (op 13 en 14 oktober 2016) hebben we een voorbeeld
BEDRIJFSWETENSCHAPPEN. 2. De investeringsbeslissing en de verantwoording ervan
BEDRIJFSWETENSCHAPPEN Hoofdstuk 2: INVESTERINGSANALYSE 1. Toepasbare beoordelingsmethodes 1.1. Pay-back 1.2. Return on investment 1.3. Internal rate of return 1.4. Net present value 2. De investeringsbeslissing
Tentamen Corporate Finance 2006 I
Vraag 1. In de praktijk worden bij fusies en overnames voornamelijk twee waarderingsmethoden gebruikt: DCF (discounted cash flows) en comparables (i.e. waardering op basis van multiples ten opzichte van
Wanneer gaat het fout met de financieringshefboom?
Wanneer gaat het fout met de financieringshefboom? In tijden dat de verwachtingen voor toekomstige vrije geldstromen ieder jaar uitkomen werkt de financieringshefboom in het voordeel van de eigen vermogen
Bouw uw eigen beleggingsportefeuille
Bouw uw eigen beleggingsportefeuille Joost van Leenders, oktober 2013 Bouw uw eigen beleggigsportefeuille I oktober 2013 I 2 Agenda Strategisch versus tactisch beleggingsbeleid Spreiding, waarom ook alweer?
Nadelen: Groot risico vanwege privéaansprakelijkheid. Lange werktijden. a Een vennootschap waarvan het eigen vermogen is verdeeld in aandelen.
Hoofdstuk 9 a Een organisatie die naar winst streeft. b Eenmanszaak Vennootschap onder firma Naamloze vennootschap Besloten vennootschap Voordelen: Je bent eigen baas. De winst hoef je met niemand te delen.
Hoofdstuk 2: Introductie van financiële overzichtsanalyse
Hoofdstuk 2: Introductie van financiële overzichtsanalyse Hoe kunnen beleggers genoeg leren over een organisatie voordat ze besluiten of ze daarin moeten beleggen of niet. Een belangrijke informatiebron
Lever ook het kladpapier na afloop van het examen in bij de toezichthouder. Dit wordt vernietigd en niet meegenomen in de beoordeling.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave FINANCE & RISKMANAGEMENT DINSDAG 6 OKTOBER 2015 08.45-11.15 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 11 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer
BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V.
BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V. VERONDERSTELLINGEN Vraagprijs 2.500.000 (pand en inventaris). Inkomsten: In totaal 40 kamers; Bezetting kamers: T1 45%, T2 52%, T3 63%, vanaf T4 en verder 68%;
Rentabiliteitsratio s
18 Rentabiliteitsratio s Nu we de begrippen balans, resultatenrekening en kasstromentabel onder de knie hebben, kunnen we overgaan tot het meer interessante werk, nl. het onderzoek naar de performantie
NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN INLEIDING EFFECTENBEDRIJF
NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN INLEIDING EFFECTENBEDRIJF 1. Een belegger met een defensief risicoprofiel krijgt de keuze uit vier verschillende beleggingsportefeuilles. Welke van de onderstaande portefeuilles
De Knab Participatie in het kort
De Knab Participatie in het kort De Knab Participatie in het kort Let op! De Knab Participatie in het kort geeft antwoord op vragen die je mogelijk hebt over de participatie. Als je overweegt om de Knab
Handleiding Exploitatiemodellen
Handleiding Exploitatiemodellen T4 GEN Macro Sjoerd Sloterdijk 12 december 2013 Versie 1 Inhoudsopgave 1 / Handleiding exploitatiemodellen 3 12 december 2013 / Versie 1 Handleiding Exploitatiemodellen
Waardering van een Onderneming
Waardering Congres Financieele Dagblad: Private Equity in de Praktijk 6 april 2006 Dr Michel van Bremen Partner First Dutch Capital B.V. Waardering, essentie: Res tantum valet quantum vendi potest Iets
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel TREASURY MANAGEMENT MAANDAG 27 JUNI UUR
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel TREASURY MANAGEMENT MAANDAG 27 JUNI 2016 12.15-14.45 UUR SPD Bedrijfsadministratie Treasury Management B / 11 2016 NGO-ENS B / 11 Opgave 1 (35 punten) Vraag 1 (6
Nieuwe inzichten voor ALM analyse naar aanleiding van de krediet crisis
Nieuwe inzichten voor ALM analyse naar aanleiding van de krediet crisis Peter Vlaar Hoofd ALM modellering APG VBA ALM congres 5 november 2009 Agenda Karakteristieken van de kredietcrisis? Hoe kunnen we
Alleen deze bladen inleveren! Let op je naam, studentnummer en klas
Naam: Studentnummer: Klas/groep: HvA-HES Amsterdam, Fraijlemaborg 133, 1102 CV Amsterdam Postbus 22575, 1100 DB Amsterdam Nummer Studiegids: Code onderwijseenheid: 1012_KM1-T2 KM1VPAFE01 Toets 2 Versie
Rendement in een laagrentende omgeving
Rendement in een laagrentende omgeving FIN bijeenkomst, 9 april 2015 Hendrik Zonnenberg (Multifund B.V.) Inhoud Lage verwachte lange termijn rendementen 3 Implicaties laag renderende omgeving 6 Impact
Voorbeeld examenvragen Boekdeel 2 en special topics
Voorbeeld examenvragen Boekdeel 2 en special topics Vraag 1 Stel dat je 10 aandelen Fortis in portfolio hebt, elk aandeel met een huidige waarde van 31 per aandeel. Fortis beslist om een deel van haar
Marktwaarde per aandeel. Winst per aandeel (WPA)
Wat betekent k/boekwaarde (koers/boekwaarde)- of K/B-ratio? Een ratio die de marktwaarde van een aandeel vergelijkt met zijn boekwaarde. De ratio wordt berekend door de actuele slotkoers van het aandeel
NIBE-SVV, 2013 OEFENEXAMEN ALGEMENE OPLEIDING BANKBEDRIJF
NIBE-SVV, 2013 OEFENEXAMEN ALGEMENE OPLEIDING BANKBEDRIJF 1. Bij welke activiteit handelt een bank NIET op de financiële markten? A. Bij activiteiten uit hoofde van de transformatiefunctie. B. Bij activiteiten
Rijksuniversiteit Groningen Faculteit Economie en Bedrijfskunde Vakgroep Accounting ANTWOORDEN TENTAMEN FINANCIAL ACCOUNTING BDK
Rijksuniversiteit Groningen Faculteit Economie en Bedrijfskunde Vakgroep Accounting ANTWOORDEN TENTAMEN FINANCIAL ACCOUNTING BDK Semester 2.1 2012/2013 Woensdag 10 april 2013 Tijd: 9.00 uur tot 11.30 uur
Risico pariteit -1- 1 Aandelen Wereldwijd Ontwikkelde Markten - MSCI World Index MSCI Daily Net TR World Euro, Aandelen Wereldwijd
Risico pariteit Risico pariteit is een techniek die wordt ingezet om de risico s in een beleggingsportefeuille te reduceren. Sinds 2008 heeft risico pariteit om drie redenen veel aandacht gekregen: 1.
In deze nieuwsbrief willen wij u graag informeren over onze visie op obligaties en dan in het bijzonder op bedrijfsobligaties.
Nieuwsbrief Vooruitzichten obligaties In deze nieuwsbrief willen wij u graag informeren over onze visie op obligaties en dan in het bijzonder op bedrijfsobligaties. Sinds begin dit jaar zijn obligaties
a. Stel de beginbalans op 1 januari 2006 samen volgens het model van bijlage I.
Opdracht 1 De Wilde en Timmer De dames De Wilde en Timmer gaan een autobedrijf beginnen: zij kopen auto s en accessoires in en verkopen die. Om het autobedrijf te kunnen openen op 1 januari 2006 zijn in
Portfolio-optimalisatie
Portfolio-optimalisatie Abdelhak Chahid Mohamed, Tom Schotel 28 februari 2013 Voorwoord Dit dictaat is geschreven ter voorbereiding op de presentatie van 5 maart die gegeven zal worden door twee adviseurs
BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT
Nederlandse Mededingingsautoriteit BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT Nummer: 101847-57 Betreft: Bijlage B bij het besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering
Obligaties 4-4-2014. Algemeen economisch:
Obligaties 4-4-2014 Algemeen economisch: Over de afgelopen maanden zet de bestaande trend zich door. De rente blijft per saldo onder druk, ondanks een tijdelijke hobbel na de start van het afbouwen van
Strategisch Financieel Management Herstructureringen & M&A Strategieën
Strategisch Financieel Management Herstructureringen & M&A Strategieën (Prof. N. Dewaelheyns) Voorbeeld-examenvragen Voorbeeld waar/vals stellingen Leg kort uit waarom de volgende stellingen waar of niet
