TUDelft Technische Universiteit Deift
|
|
|
- Arthur Vink
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Technische Universiteit Deift Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari 2012 van Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijk gewicht hebben. Het eerste deel bestaat uit 20 multiple choice vragen en het tweede deel uit 3 open vragen. Tevens wordt er een drietal formules gegeven dat je kunt gebruiken bij het maken van de vragen. Daarnaast mag je gebruik maken van een rekenmachine. Het boek mag je er niet bij gebruiken. Deel 1 - Multiple Choice Vraag 1. De cash flows van een project bestaan uit een eenmalige investering in het begin ter grootte van 100,= en het ontvangen van telkens 25,= de komende 4 jaar. A) Omdat een bedrag van 25,= in de toekomst ontvangen minder waard is dan 25,= nu direct ontvangen, is de contante waarde van de opbrengsten kieiner dan 100 en daarmee de netto contante waarde van het project groter dan nul. B) Omdat een bedrag van 25,= in de toekomst ontvangen minder waard is dan 25,= nu direct ontvangen, is de contante waarde van de opbrengsten kleiner dan 100 en daarmee de netto contante waarde van het project kleiner dan nul. C) Omdat een bedrag van 25,= in de toekomst ontvangen minder waard is dan 25,= nu direct ontvangen, is de contante waarde van de opbrengsten groter dan 100 en daarmee de netto contante waarde van het project groter dan nul. D) Omdat een bedrag van 25,= in de toekomst ontvangen minder waard is dan 25,= nu direct ontvangen, is de contante waarde van de opbrengsten groter dan 100 en daarmee de netto contante waarde van het project kieiner dan nul. E) Omdat een bedrag van 25,= in de toekomst ontvangen meer waard is dan 25,= nu direct ontvangen, is de contante waarde van de opbrengsten kleiner dan 100 en daarmee de netto contante waarde van het project groter dan nul. F) Omdat een bedrag van 25,= in de toekomst ontvangen meer waard is dan 25,= nu direct ontvangen, is de contante waarde van de opbrengsten kleiner dan 100 en daarmee de netto contante waarde van het project kleiner dan nul. G) Omdat een bedrag van 25,= in de toekomst ontvangen meer waard is dan 25,= nu direct ontvangen, is de contante waarde van de opbrengsten groter dan 100 en daarmee de netto contante waarde van het project groter dan nul. H) Omdat een bedrag van 25,= in de toekomst ontvangen meer waard is dan 25,= nu direct ontvangen, is de contante waarde van de opbrengsten groter dan 100 en daarmee de netto contante waarde van het project kieiner dan nul. Vraag 2. De opportunity cost of capital zijn van invloed op de contante waarde van het project uit de vorige vraag. Welke van de onderstaande beweringen Is waar t.a.v. de opportunity cost of capital? A) De opportunity cost of capital hangt af van de rente waartegen een bedrijf kan lenen. Hoe hoger de opportunity cost of capital, hoe hoger de contante waarde. B) De opportunity cost of capital hangt af van de rente waartegen een bedrijf kan lenen. Hoe hoger de opportunity cost of capital, hoe iager de contante waarde. C) De opportunity cost of capital hangt af van het risico van dit specifieke project. Hoe hoger de opportunity cost of capital, hoe hoger de contante waarde. D) De opportunity cost of capital hangt af van het risico van dit specifieke project. Hoe hoger de opportunity cost of capital, hoe lager de contante waarde. E) De opportunity cost of capital hangt af van het risico van het gehele bedrijf. Hoe hoger de opportunity cost of capital, hoe hoger de contante waarde. F) De opportunity cost of capital hangt af van het risico van het gehele bedrijf. Hoe hoger de opportunity cost of capital, hoe iager de contante waarde. Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari
2 Technische Universiteit Dcïft Vraag 3. Indien je een financiële analyse maakt van een project, dan is het in het belang van het bedrijf om het project uit te voeren Indien: A) De contante waarde van de opbrengsten van het project groter dan nul is. B) Het uitvoeren van het project leidt tot een stijging van de winst. C) Het uitvoeren van het project leidt tot een stijging van de omzet. D) De netto contante waarde van de cash flows van het project groter dan nul Is. E) De internal rate of return van het project groter is dan de rente waartegen de Investering geleend kan worden. F) De internal rate of return past bij de risico beleving van de investeerder. Vraag 4. Een bank vergoedt 1,65% spaarrente nominaal op jaarbasis. Wat Is de effectieve rente die je ontvangt Indien de rente eens per kwartaal wordt bijgeschreven? A) 1,63% D) 1,66% B) 1,64% E) 1,67% C) 1,65% F) 1,68% Vraag 5. Neem aan dat over het afgelopen jaar de nominale rente 4,00% en de inflatie 2,00% was. Wat gebeurt er nu volgens Fischer's theorie indien de verwachte Inflatie komend jaar 1,50% Is? A) De reële rente was 2,00% en wordt 2,50%. De nominale rente blijft gelijk. B) De reële rente was 2,00% en blijft gelijk. De nominale rente daalt naar 3,50%. C) De reële rente was 2,00% en blijft gelijk. De nominale rente daalt naar 3,53%. D) De reële rente was 1,96% en wordt 2,46%. De nominale rente blijft gelijk. E) De reële rente was 1,96% en blijft gelijk. De nominale rente daalt naar 3,46%. F) De reële rente was 1,96% en blijft gelijk. De nominale rente daalt naar 3,49%. Vraag 6. Neem aan dat de Nederlandse rente stijgt met 1,0% en dat voor KPN de credit spread daalt met 0,5%. Dan geldt voor een Nederlandse staatsobligatie en een KPN obligatie, belde met een looptijd van 5 jaar, het volgende: A) De yield op de staatsobligatie neemt toe en de prijs wordt lager. De prijs van de KPN obligatie daalt minder hard dan de staatsobligatie. B) De yield op de staatsobligatie neemt toe en de prijs wordt lager. De prijs van de KPN obligatie daalt harder dan de staatsobligatie. C) De yield op de staatsobligatie neemt toe en de prijs wordt hoger. De prijs van de KPN obligatie stijgt minder hard dan de staatsobligatie. D) De yield op de staatsobligatie neemt toe en de prijs wordt hoger. De prijs van de KPN obligatie stijgt harder dan de staatsobligatie. E) De yield op de staatsobligatie neemt af en de prijs wordt lager. De prijs van de KPN obligatie daalt minder hard dan de staatsobligatie. F) De yield op de staatsobligatie neemt af en de prijs wordt lager. De prijs van de KPN obligatie daalt harder dan de staatsobligatie. G) De yield op de staatsobligatie neemt af en de prijs wordt hoger. De prijs van de KPN obligatie stijgt minder hard dan de staatsobligatie. H) De yield op de staatsobligatie neemt af en de prijs wordt hoger. De prijs van de KPN obligatie stijgt harder dan de staatsobligatie. Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari
3 Technische Universiteit Delft Vraag 7. Gegeven zijn de volgende drie obligaties: Obligatie X met duration Dx heeft een looptijd van 7 jaar en betaalt een jaarlijkse coupon van 5%. ^ Obligatie Y met duration Dy heeft een looptijd van 7 jaar en betaalt een jaarlijkse coupon van 7%. Obligatie Z met duration Dz heeft een looptijd van 7 jaar en een coupon van 7% waarvan ieder halfjaar de helft wordt uitbetaald. Voor deze durations geldt nu: A) Dx < DY < Dz. C) Dy < Dx < Dz E) Dz < Dx < Dy B) Dx < Dz < Dy. D) Dy < Dz < Dx F) Dz < Dy < Dx Vraag S. Als gevolg van de crisis is Griekenland volgens veel investeerders niet meer in staat zijn schuld terug te betalen. In de markt zien we daarom dat de yield op deze obligaties toeneemt tot wel meer dan 25%. Ten aanzien hiervan geldt: A) Dat is gunstig voor de banken, omdat zij nu 25% rente ontvangen op hun uitstaande leningen aan Griekenland. Dit is niet gunstig voor Griekenland, want zij moeten nu opeens over bestaande obligaties 25% gaan betalen en hadden eigenlijk alleen gerekend op het betalen van de coupon. B) Dit Is niet gunstig voor de banken, omdat zij over hun bestaande leningen slechts de coupon ontvangen en de markt voor deze investeringen een hogere rente wll : deze obligaties zijn in waarde gedaald. Voor Griekenland maakt het niet uit : zij betalen gewoon de coupon en geven gewoon weer nieuwe obligaties uit met bijvoorbeeld een coupon van 5%. C) Dit Is niet gunstig voor de banken, omdat zij over hun bestaande leningen slechts de coupon ontvangen en de markt voor deze Investeringen een hogere rente wil : deze obligaties zijn in waarde gedaald. Voor Griekenland is het ook niet gunstig, want zij kunnen nu alleen nieuwe financiering aantrekken Indien ze ook 25% rente gaan betalen. D) Dit Is vooral gunstig voor speculanten, want 25% rente Is enorm veel. Zij profiteren enorm van deze rente stijging, mits ze maar In 2006, toen de rente nog laag stond, veel van deze obligaties hadden Ingekocht. Vraag 9, Stel een bedrijf betaalt EUR 5,= dividend per aandeel volgend jaar en dat dividend groeit met 4% per jaar tot in de eeuwigheid. De volgende uitspraak is waar: A) Indien de opportunity cost of equity capital 8% Is, dan is de waarde van dit bedrijf EUR per aandeel. B) Indien de opportunity cost of equity capital 8% is, dan is de waarde van dit bedrijf EUR 125,= per aandeel. C) Indien de risk-free rate 5% Is, dan is de waarde van dit bedrijf EUR 100,= per aandeel. D) Indien de risk-free rate 5% Is, dan is de waarde van dit bedrijf EUR 500,= per aandeel. E) Indien de weighted average cost of capital 6.5% Is, dan Is de waarde van dit bedrijf EUR per aandeel. F) Indien de weighted average cost of capital 6.5% Is, dan is de waarde van dit bedrijf EUR 200,= per aandeel. Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari 2012 "3-
4 TcchnfscheUniversHcit Delft Vraag 10. Van een bedrijf is de winst per aandeel EUR 3.50 en er wordt EUR 2.00 dividend uitgekeerd. Neem aan dat het bedrijf 20% rendement op eigen vermogen (return on equity) heeft. A) De pay-out ratio Is 42.9% en de plow-back ratio Is 57.1%. De groei van het bedrijf Is 11.4%. B) De pay-out ratio Is 42.9% en de plow-back ratio is 57.1%. De groei van het bedrijf is 8.6%. C) De pay-out ratio is 57.1% en de plow-back ratio is 42.9%. De groei van het bedrijf is 11.4%. D) De pay-out ratio is 57.1% en de plow-back ratio Is 42.9%. De groei van het bedrijf is 8.6%. E) De pay-out ratio Is 57.1% en de plow-back ratio is 40%. De groei van het bedrijf is 20%. F) De pay-out ratio is 57.1% en de plow-back ratio is 40%. De groei van het bedrijf Is 8%. Vraag 11. In de portefeuille theorie spelen correlatie en volatility een belangrijke rol. In de onderstaande diagrammen zijn de dagrendementen van aandelen A, B en C uitgezet met Aandeel A heeft zowel een lage volatility als lage correlatie t.o.v. aandeel B. Aandeel C heeft een hoge correlatie met A O ' I * O Ot02 ««-0.04 l ï O.Ol ^5^ O.Q05- ~*T * ^ I o.t)0% O - -j *'O.Ól n ^ * r ~* t ^.025 Het volgende valt uit de diagrammen af te lelden t.a.v. de assen 1,2,3 en 4 en de volatility van aandeel C: A) Voor de assen zou kunnen gelden, 1 = Aandeel A, 2 = Aandeel C, 3 = Aandeel C en 4 = Aandeel B. Aandeel C heeft een lage volatility. B) Voor de assen zou kunnen gelden, 1 = Aandeel A, 2 = Aandeel C, 3 = Aandeel C en 4 = Aandeel B. Aandeel C heeft een hoge volatility. C) Voor de assen zou kunnen gelden, 1 = Aandeel C, 2 = Aandeel B, 3 = Aandeel C en 4 = Aandeel A. Aandeel C heeft een lage volatility. D) Voor de assen zou kunnen gelden, 1 = Aandeel C, 2 = Aandeel B, 3 = Aandeel C en 4 = Aandeel A. Aandeel C heeft een hoge volatility. E) Voor de assen zou kunnen gelden, 1 = Aandeel A, 2 = Aandeel B, 3 = Aandeel C en 4 = Aandeel A. Aandeel C heeft een lage volatility. F) Voor de assen zou kunnen gelden, 1 = Aandeel A, 2 = Aandeel B, 3 = Aandeel C en 4 = Aandeel A. Aandeel C heeft een hoge volatility. Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari
5 Technische Unrversfleit Defft Vraag 12. De onderstaande figuur bevat een mean-standard deviation diagram uit de Marl<owitz setting. gemiddelde rate of return W X Y Z standaard deviatie Wat betekenen de letters W, X, Y en Z in de legenda? A) W = minimal variance set, X = efficient frontier, Y = minimum variance point en Z = feasible set. B) X = minimal variance set, W = efficient frontier, Y = minimum variance point en Z = feasible set. C) Z = minimal variance set, W = efficient frontier, Y = minimum variance point en X = feasible set. D) W = minimal variance set, Z = efficient frontier, Y = minimum variance point en X = feasible set. E) X = minimal variance set, Z = efficient frontier, Y = minimum variance point en W = feasible set. F) Z = minimal variance set, X = efficient frontier, Y = minimum variance point en W = feasible set. Vraag 13. Ten aanzien van de one-fund theorem geldt: A) De one-fund theorem zegt dat er maar één aandeel de beste risico-rendement verhouding heeft. In dat aandeel zou iedereen moeten beleggen. B) De one-fund theorem zegt dat er maar één portefeuille van aandelen de beste risicorendement verhouding heeft. Iedereen zou al zijn geld daarin moeten beleggen. C) De one-fund theorem zegt dat er maar één risicodragende portefeuille de beste risicorendement verhouding heeft. Iedereen zou zijn geld moeten spreiden over de risicovrije belegging en deze ene portefeuille, waarvan de samenstelling niet afhankelijk is van de hoogte van de risico-vrije rente. D) De one-fund theorem zegt dat er maar één risicodragende portefeuille de beste risicorendement verhouding heeft. Iedereen zou zijn geld moeten spreiden over de risicovrije belegging en deze ene portefeuille, waarvan de samenstelling wel afhankelijk Is van de hoogte van de risico-vrije rente. E) De one-fund theorem is een vereenvoudiging van het Markowltz model, zodat het praktisch implementeerbaar is. Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari 2012 '5-
6 Technische Universiteit DelFt Vraag 14. In het CAPM model kennen we de capital market line en de security market line. Ten aanzien hiervan geldt: A) Aandelen liggen altijd precies op de security market line, maar kunnen op of reciits van de capitai market line liggen. Hoe meer specifiek risico, hoe groter de afstand tot de capital market line. B) Aandelen liggen altijd precies op de security market line, maar kunnen op of reciits van de capital market line liggen. Hoe meer systeem risico, hoe groter de afstand tot de capital market line. C) Aandelen liggen altijd precies op de capitai market line, maar kunnen op of rechts van de security market line liggen. Hoe meer specifiel< risico, hoe groter de afstand tot de security market line. D) Aandelen liggen altijd precies op de capitai market line, maar kunnen op of rechts van de security market line liggen. Hoe meer systeem risico, hoe groter de afstand tot de security market line. E) Aandelen liggen altijd precies op de security market line, maar kunnen op of lini<s van de capital market line liggen. Hoe meer specifiek risico, hoe groter de afstand tot de capital market line. F) Aandelen liggen altijd precies op de security market line, maar kunnen op of links van de capital market line liggen. Hoe meer systeem risico, hoe groter de afstand tot de capital market line. G) Aandelen liggen altijd precies op de capital market line, maar kunnen op of linies van de security market line liggen. Hoe meer specifiek risico, hoe groter de afstand tot de security market line. H) Aandelen liggen altijd precies op de capital market line, maar kunnen op of iinks van de security market line liggen. Hoe meer systeem risico, hoe groter de afstand tot de security market line. Vraag 15. Een groep TU studenten start een eigen bedrijf met een briljant idee voor de verkoop van WK sjaaltjes. Hiertoe Investeren zij EUR als inkoop en maken ze marketing kosten ter hoogte van EUR in het eerste jaar, dit alles bijeengebracht uit eigen middelen. Na dit jaar is de cash op en investeert een venture capitalist voor 50% van de aandelen. A) De after-the-money value Is EUR en het rendement op eigen vermogen voor de oprichters is een factor 10 (van naar ). B) De after-the-money value Is EUR en het rendement op eigen vermogen voor de oprichters Is een factor 8 (van naar ). C) De after-the-money value is EUR en het rendement op eigen vermogen voor de oprichters Is een factor 2.9 (van naar ). D) De after-the-money value is EUR en het rendement op eigen vermogen voor de oprichters is een factor 10 (van naar ). E) De after-the-money value Is EUR en het rendement op eigen vermogen voor de oprichters is een factor 8 (van naar ). F) De after-the-money value Is EUR en het rendement op eigen vermogen voor de oprichters Is een factor 2.9 (van naar ). Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari
7 Technrsche Uniwcrsitcit Delft Vraag 16. De bij een Initial public offering (IPO) van een bedrijf betrokken beschikken over een green shoe option. Hierover geldt het volgende: underwriter kan soms A) De underwriter hoopt dat na de IPO de koers van het aandeel omhoog gaat. Met de greenshoe option kan hij dan iets extra's verdienen. B) De underwriter hoopt dat na de IPO de koers van het aandeel omlaag gaat. Met de greenshoe option kan hij dan iets extra's verdienen. C) De underwriter probeert meer aandelen te plaatsen bij zijn klanten. Als gevolg hiervan zit hij short. Als dan na de IPO de koers omhoog gaat, koopt hij ze terug via de green shoe option, anders koopt hij ze terug in de markt. D) De underwriter probeert meer aandelen te plaatsen bij zijn klanten. Als gevolg hiervan zit hij short. Als dan na de IPO de koers omlaag gaat, koopt hij ze terug via de green shoe option, anders koopt hij ze terug in de markt. E) De underwriter probeert minder aandelen te plaatsen bij zijn klanten. Als gevolg hiervan zit hij long. Als dan na de IPO de koers omhoog gaat, koopt hij ze terug vla de green shoe option, anders koopt hij ze terug In de markt. F) De underwriter probeert minder aandelen te plaatsen bij zijn klanten. Als gevolg hiervan zit hij long. Als dan na de IPO de koers omlaag gaat, koopt hij ze terug vla de green shoe option, anders koopt hij ze terug in de markt. Vraag 17. Bij een veiling, die bijvoorbeeld bij de uitgifte van staatsobligaties gehouden wordt, wordt onderscheid gemaakt tussen een uniforme prijs veiling (uniform price auction) en een discriminerende prijs veiling (discriminatory price auction). Stel je hebt de volgende biedingen: X biedt 1000 voor 5 miljoen Euro nominaal Y biedt 980 voor 12 miljoen Euro nominaal Z biedt 970 voor 6 miljoen Euro nominaal Op welke prijzen worden deze bieders afgerekend als er voor 15 miljoen Euro nominaal aan obligaties beschikbaar Is. A) In geval van de uniforme prijsvelling krijgt X 5 miljoen voor 1000 en Y 10 miljoen voor 980. In geval van de discriminerende prijs velling krijgt X 5 miljoen voor 980 en Y 10 miljoen, ook voor 980. Z krijgt niets. B) In geval van de discriminerende prijsvelling krijgt X 5 miljoen voor 1000 en Y 10 miljoen voor 980. In geval van de uniforme prijs veiling krijgt X 5 miljoen voor 980 en Y 10 miljoen, ook voor 980. Z krijgt niets. C) In geval van de uniforme prijsvelling krijgt Z 6 miljoen voor 970 en Y 9 miljoen voor 980. In geval van de discriminerende prijs veiling krijgt Z 6 miljoen voor 980 en Y 9 miljoen, ook voor 980. X krijgt niets. D) In geval van de discriminerende prijsvelling krijgt Z 6 miljoen voor 970 en Y 9 miljoen voor 980. In geval van de uniforme prijs veiling krijgt Z 6 miljoen voor 980 en Y 9 miljoen, ook voor 980. X krijgt niets. E) In geval van de uniforme prijsvelling krijgt X 5 miljoen voor 1000 en Y 10 miljoen voor 980 en krijgt Z niets. In geval van de discriminerende prijs veiling krijgt Z 6 miljoen voor 980 en Y 9 miljoen, ook voor 980 en krijgt X niets. F) In geval van de discriminerende prijsvelling krijgt X 5 miljoen voor 1000 en Y 10 miljoen voor 980 en krijgt Z niets. In geval van de uniforme prijs velling krijgt Z 6 miljoen voor 980 en Y 9 miljoen, ook voor 980 en krijgt X niets. Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari
8 Technische Universiteit Delft Vraag 18. Bij het teruggeven van gelden aan de aandeelhouders kan gekozen worden tussen dividend uitkeren en inkoop van eigen aandelen. Deze keuze heet de payout controverse en daar zijn verschillende opvattingen over, waarvoor geldt: A) De rightists hebben liever een hoog dividend dan inkoop van eigen aandelen, omdat dat fiscaal voordelig is. De radical left hebben juist liever inkoop van eigen aandelen, omdat dat de liquiditeit in de markt bevordert. De middle-of-the-roaders hebben geen voorkeur, omdat het voor de waarde van het bedrijf niet uitmaakt. B) De radical left hebben liever een hoog dividend dan Inkoop van eigen aandelen, omdat dat fiscaal voordelig Is. De rightists hebben juist liever Inkoop van eigen aandelen, omdat dat de liquiditeit In de markt bevordert. De middle-of-the-roaders hebben geen voorkeur, omdat het voor de waarde van het bedrijf niet uitmaakt. C) De rightists hebben liever een hoog dividend dan inkoop van eigen aandelen, omdat mensen dan van hun kapitaal kunnen consumeren, zonder de hoofdsom aan te tasten. De radical left hebben juist liever Inkoop van eigen aandelen, omdat dat fiscaal gunstig is. De middle-of-the-roaders hebben geen voorkeur, omdat het voor de waarde van het bedrijf niet uitmaakt. D) De radical left hebben liever een hoog dividend dan Inkoop van eigen aandelen, omdat mensen dan van hun kapitaal kunnen consumeren, zonder de hoofdsom aan te tasten. De rightists hebben juist liever inkoop van eigen aandelen, omdat dat fiscaal gunstig is. De middle-of-the-roaders hebben geen voorkeur, omdat het voor de waarde van het bedrijf niet uitmaakt. Vraag 19. Ten aanzien van proposition 1 en 2 van ModiglianI en MlIIer het volgende: A) Propositie 1 zegt dat de mate waarin een bedrijf leent, de kapitaalstructuur, niet van belang is voor de waarde van het bedrijf. Propositie 2 zegt dat het rendement op eigen vermogen lineair toeneemt met de debt-equlty ratio. B) Propositie 1 zegt dat uitkeren van geld in de vorm van dividend of inkoop eigen aandelen niet van belang is voor de waarde van het bedrijf. Propositie 2 zegt dat de mate waarin een bedrijf leent, de kapitaalstructuur, ook niet van belang is voor de waarde van het bedrijf. C) Propositie 1 zegt dat de mate waarin een bedrijf leent, de kapitaalstructuur, niet van belang Is voor de waarde van het bedrijf. Propositie 2 zegt dat uitkeren van geld In de vorm van dividend of Inkoop eigen aandelen ook niet van belang is voor de waarde van het bedrijf. D) Propositie 2 zegt dat de mate waarin een bedrijf leent, de kapitaalstructuur, niet van belang Is voor de waarde van het bedrijf. Propositie 1 zegt dat het rendement op eigen vermogen lineair toeneemt met de debt-equity ratio. Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari
9 Universiteit Dcirt Vraag 20, In de financiering van een onderneming is een drietal concepten aan de orde geweest: De waarde van een onderneming wordt aan de linker (asset) kant van de balans bepaald en niet door de kapitaalstructuur aan de rechterkant. Waardecreatie via de tax shield. Leengedrag resulterend in cost of financial distress. Welke van de onderstaande beweringen t.a.v. deze concepten is waar? A) Het feit dat de waarde van een onderneming niet door de kapitaalstructuur bepaald wordt, geldt alleen bij afwezigheid van belastingen. Indien er belastingen zijn, dan levert geld lenen waarde op en dus zou je zoveel mogelijk moeten lenen. Hierin Is echter een optimum, omdat de cost of financial distress van een bepaald moment meer toenemen dan de tax shield oplevert. B) Te veel lenen leidt tot financial distress. Dat is precies waar de tax shield voor dient : dit beschermt namelijk tegen financial distress. Het maakt voor de waarde van een bedrijf toch niet uit hoeveel je leent, dus dan maar zo min mogelijk. C) De tax shield Is alleen iets waar je in zogenaamde belastingparadijzen van kan profiteren en dus niet relevant voor Europese bedrijven. Overigens staat het leengedrag daar los van en je moet dan ook zorgen dat je niet te veel leent, zodat je geen cost of financial distress hebt. D) De kapitaalstructuur is alleen maar relevant om te bepalen wie er van de tax shield profiteert. Hoe meer je leent, hoe meer de obligatiehouders profiteren van de waardecreatie vla de tax shield. Echter, te veel lenen zorgt voor cost of financial distress en In die zin is er een optimum. E) De tax shield Is een uitzondering op het concept dat de kapitaalstructuur niet van invloed is op de waarde van het bedrijf. Hoe lager de belasting, hoe meer waarde de tax shield toevoegt. Dit levert geld op voor de obligatiehouders en dient als compensatie voor de cost of financial distress. Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari
10 Technische Universiteit Delft Formuleblad De contante waarde P van een oneindige annuïteit die Iedere periode een bedrag A betaalt, beginnend aan het eind van de eerste periode is: p A r Een annuïteit die aan het eind van de eerste periode begint met het uitbetalen van een bedrag A gedurende in totaal n periodes heeft een contante waarde P van : P A r 1 1 (l + r) n Omgekeerd geldt voor y4: A r(l + r)^p Deel 2 - Open vragen In dit onderdeel behoor je al je antwoorden te motiveren, ofwel door berekeningen ofwel door argumenten. Je mag uiteraard gebruik maken van het formule blad en een rekenmachine. Vraag 1 Na je afstuderen koop je een auto van EUR ,= op afbetaling. Hiervoor betaal je effectief 5,9% rente per jaar gedurende 4 jaar. Stel dat je niets aflost (je restschuld na 4 jaar is EUR ) en je maandelijks achteraf de rentebetaling doet. A) Wat is de nominale rente op maandbasis en op jaarbasis? De risk manager van de lease maatschappij gaat niet akkoord met deze lening, hij wll niet alleen rente ontvangen, maar ook graag dat de lening afgelost wordt. B) Welk vast bedrag moet de lease maatschappij aan jou per maand vragen, zodat er na 4 jaar geen restschuld meer over is? De verkoopdirectrice vindt dat ze een achterstand heeft op de concurrentie en zo nooit klanten zal kunnen vinden. Ze argumenteert dat de auto na 4 jaar een restwaarde heeft en volledige aflossing niet nodig is. Neem aan dat de auto de eerste 4 jaar afschrijft met 15% per jaar. C) Wat Is de restwaarde van je auto na 4 jaar? D) Wat moet je nu per maand betalen als je na 4 jaar geen restschuld groter dan de restwaarde mag overhouden? De lease maatschappij sluit op dit moment voor 100 miljoen van deze 4 jarige contracten. Deze 100 miljoen financiert zij door 10 jarige obligaties uit te geven. E) Leg uit wat het effect van een stijging van de marktrente is op de lease maatschappij. Betrek In deze uitleg het begrip duration. Tentamen Principes van Asset Trading 1 februan
11 Technische Universiteit Delft Vraag 2 De twee enige beursgenoteerde aandelen X en Y hebben onderlinge correlatie van 0.5 en verder de volgende eigenschappen: X : verwacht rendement 8%, standaard deviatie 12% Y : verwacht rendement 12%, standaard deviatie 15% Neem aan dat de marktportefeullle voor 50% uit X bestaat en voor 50% uit Y. A) Bereken het rendement en de standaard deviatie van deze marktportefeuille. B) Bereken de correlatie van X met deze marktportefeuille. C) Bereken de beta van X met de marktportefeuille (gebruik een correlatie van 0.8 indien je geen antwoord op vraag B hebt kunnen vinden). Neem aan dat de risico vrije rente 2% is. D) Bereken nu het verwachte rendement van X volgens CAPM. E) Leg uit waarom de gevonden waarde in vraag C afwijkt van het in de opgave gegeven verwachte rendement van 8%. F) Iemand vindt de werkelijke markt portefeuille. Dit blijkt een portefeuille met een sharpe ratio (ook wel price of risk) van en een standaard deviatie van 12.49%. Bereken de beta van X met de markt. G) Wat heeft de persoon In de vorige vraag gedaan om deze marktportefeuille te vinden? Geef in je antwoord aan met welk concept uit de Markowitz theorie dat te maken heeft. Vraag 3 Stel de marktwaarde van de bezittingen (assets) van een bedrijf is EUR Het bedrijf heeft ook een lening ter hoogte van EUR (dit is ook de marktwaarde). A) Geef de balans in marktwaarde van dit bedrijf bestaande uit de posten totale bezittingen, eigen vermogen, schuld? B) Het bedrijf besluit een extra lening af te sluiten van EUR (dit Is ook de marktwaarde) en dat uit te keren aan de aandeelhouders. Hoe ziet de balans er uit indien de markt de oude schuld niet herwaardeert? C) En hoe ziet de balans er uit onder B indien de markt de oude schuld afwaardeert naar EUR ? D) Wie profiteert van het herwaarderen van de schuld onder C? Neem aan dat de rente die betaald wordt over deze leningen 6% van het totaal per jaar is en dat de vennootschapsbelasting 25% Is. E) Geef een uitleg van het begrip tax shield, geef daarbij aan om welke cash flows het gaat, een motivatie van de discount rate waartegen die verdisconteerd worden en wie profiteert van de tax shield. F) Bereken de tax shield. Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari '
12
TIJ Delft T«chnt5che Universiteit Detft
TIJ Delft T«chnt5che Universiteit Detft Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 30 januari 2013 van 9.00-12^00 Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijk gewicht hebben. Het eerste deel bestaat
Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 21 januari 2015 van 18.30-21.30
Technische Universiteit Delft Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 21 januari 2015 van 18.30-21.30 Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijk gewicht hebben. Het eerste deel bestaat uit
Delft Technische Universiteit Delft
Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 29 januari 2014 van 18.30-21.30 Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijl< gewicht hebben. Het eerste deel bestaat uit 20 multiple choice vragen en
1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30)
Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Naam: Studentnummer: Tentamen Financiering voor Vastgoedkunde Antwoordsuggesties 1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30) Omcirkel het meest juiste antwoord bij de Multiple
Tentamen Corporate Finance 2008 II
Vraag 1. Welk type marktefficiëntie betreft het als ook alle publieke informatie in een prijs verwerkt is? a. Zwakke vorm efficiëntie. b. Semi-sterke vorm efficiëntie. c. Sterke vorm efficiëntie. d. Supersterke
Tentamen Corporate Finance 2007 I
Vraag 1. Welke factoren, volgens Fama en French, beïnvloeden het verwachte rendement op een belegging? a. De grootte van een onderneming, de P/E ratio en de B/M ratio. b. De beta van een onderneming. c.
Oefenopgaven Hoofdstuk 5
Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Opgave 1 Leg uit waarom een bank in de regel bereid is een lening die gedekt is door een zekerheid, tegen een lagere rente te verstrekken dan een gelijkwaardige lening zonder zekerheid.
Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen:
www.jooplengkeek.nl Vreemd vermogen op lange termijn Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: 1. Onderhandse lening. 2. Obligatie lening. 3.
De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur
Hoofdstuk 5 De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur 5.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken hebben we het vreemd vermogen en het eigen vermogen van een onderneming besproken. De partijen
Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 4 opgaven en omvat 25 vragen.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave TREASURY MANAGEMENT WOENSDAG 16 DECEMBER 2015 12.15-14.45 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen
Oefenopgaven Hoofdstuk 8
Oefenopgaven Hoofdstuk 8 Opgave 1 Hazelkoning Onderneming Hazelkoning NV heeft 7 jaar geleden een obligatielening uitgegeven met een oorspronkelijke looptijd van 30 jaar. De couponrente van de lening bedraagt
Financial Management BDK A. Kapitaalkosten
A. Kapitaalkosten In dit hoofdstuk wordt onderzocht hoeveel procent van elke bron van geld (eigen vermogen of vreemd vermogen) gebruikt moet worden om een bedrijf te financieren. Kapitaalkosten Kapitaalkosten
Hoofdstuk 5: De rentevoet
Hoofdstuk 5: De rentevoet Tot nu toe hebben we gekeken naar de technieken voor het berekenen van de contante waarde en de toekomstige waarde, gegeven een markt rentevoet. Maar hoe wordt de rentevoet eigenlijk
Financiering 2 (323029)
Financiering 2 (323029) DEEL I Multiple choice vragen (12 vragen, 60 punten, 5 punten per vraag) Beantwoorden met de schrapkaart (uitsluitend met potlood één antwoord per vraag aangeven). DEEL II Open
Risico en Rendement. Een uitleg over de relatie tussen risico en rendement en waarom het beter is om je beleggingen te spreiden over meerdere activa.
Risico en Rendement Een uitleg over de relatie tussen risico en rendement en waarom het beter is om je beleggingen te spreiden over meerdere activa. SEPTEMBER 30, Auteur: itek ten Hove Alle grafieken zijn
Vermogen: geld Kapitaal (aandelen, obligaties, leningen (lange termijn))
www.jooplengkeek.nl Vermogensmarkt De markt: vraag en aanbod Vermogen: geld Kapitaal (aandelen, obligaties, leningen (lange termijn)) Vermogen is een ruimer begrip dan geld. Een banksaldo is ook vermogen.
10 november 2010 Examenhal 01 (14:00 17:00)
Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Naam: Studentnummer: Tentamen Financiering voor Vastgoedkunde Antwoordsuggesties 10 november 2010 Examenhal 01 (14:00 17:00) Geef uw antwoorden in de daarvoor bestemde
Rijksuniversiteit Groningen Faculteit Economie en Bedrijfskunde Vakgroep Accounting ANTWOORDEN TENTAMEN FINANCIAL ACCOUNTING BDK
Rijksuniversiteit Groningen Faculteit Economie en Bedrijfskunde Vakgroep Accounting ANTWOORDEN TENTAMEN FINANCIAL ACCOUNTING BDK Semester 2.1 2012/2013 Woensdag 10 april 2013 Tijd: 9.00 uur tot 11.30 uur
2 februari 2012 Examenhal (9:00 12:00)
Naam: Studentnummer: Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Tentamen (HER) Financiering voor Vastgoedkunde Antwoordsuggesties 2 februari 2012 Examenhal (9:00 12:00) Omcirkel het meest juiste antwoord bij
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 7 tot en met 9. In deze opgave blijft de vermogensrendementsheffing buiten beschouwing.
Opgave 5 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 7 tot en met 9. In deze opgave blijft de vermogensrendementsheffing buiten beschouwing. Tot ongeveer het jaar 2010 stegen de gemiddelde prijzen van verkochte
Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie
Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie Mr A. van Dijk RBA 1 Inleiding Wat zijn obligaties? Kenmerken Rendement Risico Obligatiesoorten 2 Kenmerken van Obligaties Vordering Vaste
Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43
Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 25 januari 2011 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Handelsonderneming Astan bv heeft gegevens verzameld. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van de
Deze examenopgave bestaat uit 10 pagina s, inclusief het voorblad.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave TREASURY MANAGEMENT MAANDAG 27 JUNI 2016 12.15-14.45 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 10 pagina s, inclusief het voorblad. Het examen bestaat
Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming.
www.jooplengkeek.nl Eigen vermogen bij een bv en een nv Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. Het bestaat uit aandelenkapitaal en opgebouwde
2018: lagere rendementen hogere volatiliteit
2018: lagere rendementen hogere volatiliteit Rob Stuiver & Tycho Schaaf Amsterdam, 5 juni 2018 Uw sprekers van vanavond Rob Stuiver Tycho Schaaf Fund Manager VOC Fonds Beleggingsexpert LYNX Blogger VOCbeleggen.nl
Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11. Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend
Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11 Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend Opgave 1 Een nv beschikt op 1 januari 2010 over de volgende gegevens: - geplaatst aandelenvermogen 40.000.000
Rendement, Effectief rendement, IRR, wat is het nu?
Rendement, Effectief rendement, IRR, wat is het nu? Author : G.K. van Dommelen Date : 02-10-2014 (publicatiedatum 3 oktober 2014) Op 18 september jongstleden publiceerden wij een artikel over het bod dat
Vermogensbehoefte en financiering
Hoofdstuk 1 Vermogensbehoefte en financiering Opgave 1.1 Een groothandel heeft in de maanden maart tot en met oktober 600.000, extra vermogen nodig. Het benodigde extra vermogen kan voor deze periode worden
De Knab Participatie in het kort
De Knab Participatie in het kort De Knab Participatie in het kort Let op! De Knab Participatie in het kort geeft antwoord op vragen die je mogelijk hebt over de participatie. Als je overweegt om de Knab
Financieel Management
Financieel Management Vreemd vermogen Leningen Verplichtingen Overige schulden Passiva = Creditzijde balans Vreemd vermogen = Passiva -/- EV 2 1 Vreemd vermogen Vreemd vermogen lang Na meer dan een jaar
AG8! Derivatentheorie Les2! Furtures & Forwards. 16 september 2010
AG8! Derivatentheorie Les2! Furtures & Forwards 16 september 2010 1 Agenda Duration & convexity (H4 8+ 9) Futures en Forwards (H2) Hedging met Futures en Forwards (H3) Waardering Futures en Forwards (H5)
Financiële analyse. Les 2 Vermogensbehoefte en financiering. Auteur: Witek ten Hove, MBA
Financiële analyse Les 2 Vermogensbehoefte en financiering Auteur: Witek ten Hove, MBA In deze les gaan we kijken naar onderdelen uit de balans. Er wordt aangenomen dat de student weet hoe een balans is
Hoofdstuk 20: Financiële opties
Hoofdstuk 20: Financiële opties Hoofdstuk 20 introduceert financiële opties, die beleggers het recht geven om een aandeel te kopen of te verkopen in de toekomst. Financiële opties zijn een belangrijk instrument
a Wie lenen er allemaal voor de aanschaf van een duurzaam consumptiegoed? b Wie lenen er allemaal wegens een onverwachte tegenslag?
Eindtoets hoofdstuk 1 Kopen doe je zo (CONSUMEREN) 1.3 Ik spaar, leen en beleg mijn geld 1 REDENEN OM TE SPAREN Hier staan zes mensen die sparen: Linda zet geld opzij voor haar vakantie Roy belegt in aandelen
Rabobank (leden)certificaten
Rabobank (leden)certificaten Investment case Jaap Koelewijn De Rabobank verhoogt haar kapitaalbuffers door voor nominaal 1,5 miljard nieuwe certificaten Rabobank uit te geven. Niet geheel toevallig valt
EENMANSZAAK DEEL 1. Periode 3 en 4
EENMANSZAAK DEEL 1 Periode 3 en 4 HOOFDSTUK 1 Geld lenen kost geld Intrest (ook wel rente genoemd) is de vergoeding die je betaalt aan de gene die jou het geleende bedrag ter beschikking stelt. Intrest
Oefenopgaven Hoofdstuk 7
Oefenopgaven Hoofdstuk 7 Opgave 1 Rendement Een beleggingsadviseur heeft de keuze uit de volgende twee beleggingsportefeuilles: Portefeuille a Portefeuille b Verwacht rendement 12% 12% Variantie 8% 10%
Vraag Antwoord Scores
Opgave 1 1 maximumscore 1 Voorbeelden van een juist antwoord: Er is sprake van één geldgever en één geldnemer. Een onderhandse lening is een niet-openbare lening. 2 maximumscore 2 0,06 x (2.000.000.000
Tentamen Corporate Finance 2008 I
Vraag 1 Over welk type marktefficiëntie spreken wij wanneer alle, behalve de private (inside), informatie in de aandelenkoersen is verwerkt? a. de zwakke vorm van marktefficiëntie b. de semi-sterke vorm
1 Het kasstroomoverzicht
Oefeningen Kasstroomoverzicht 1 Het kasstroomoverzicht De gegevens van een bedrijf zijn: Balans per 31 december 2011 en 2012 dec-12 dec-11 dec-12 dec-11 Vaste Activa 1.000.000 1.200.000 Eigen Vermogen
Bouw uw eigen beleggingsportefeuille
Bouw uw eigen beleggingsportefeuille Joost van Leenders, oktober 2013 Bouw uw eigen beleggigsportefeuille I oktober 2013 I 2 Agenda Strategisch versus tactisch beleggingsbeleid Spreiding, waarom ook alweer?
Alleen deze bladen inleveren! Let op je naam, studentnummer en klas
Naam: Studentnummer: Klas/groep: HvA-HES Amsterdam, Fraijlemaborg 133, 1102 CV Amsterdam Postbus 22575, 1100 DB Amsterdam Nummer Studiegids: Code onderwijseenheid: 1012_KM1-T2 KM1VPAFE01 Toets 2 Versie
Als we geld lenen noemen we dat vreemd vermogen.
www.jooplengkeek.nl Enkelvoudige interest Als we geld lenen noemen we dat vreemd vermogen. Voor een lange periode (lang krediet) of een korte periode (kort krediet), maar het is altijd tijdelijk. We moeten
Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren
www.jooplengkeek.nl Regels voor Passiva Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel TREASURY MANAGEMENT MAANDAG 27 JUNI UUR
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel TREASURY MANAGEMENT MAANDAG 27 JUNI 2016 12.15-14.45 UUR SPD Bedrijfsadministratie Treasury Management B / 11 2016 NGO-ENS B / 11 Opgave 1 (35 punten) Vraag 1 (6
Kenmerken financiële instrumenten en risico s
Kenmerken financiële instrumenten en risico s Inleiding Aan alle vormen van beleggen zijn risico s verbonden. De risico s zijn afhankelijk van de belegging. Een belegging kan in meer of mindere mate speculatief
0A631: Leren Innoveren: Economische aspecten Door Tommy van der Vorst ([email protected]).
0A631: Leren Innoveren: Economische aspecten Door Tommy van der Vorst ([email protected]). Kosten- Batenanalyese Een kosten- batenanalyse (cost- benefit analysis, CBA) wordt uitgevoerd door
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.
Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. VastNed Retail nv is een Nederlands vastgoedbeleggingsfonds dat met gelden
Tentamen Corporate Finance 2009 I
1. Welke van de onderstaande uitspraken over risico en rendement is juist? a. De beta van een beleggingsobject is een maatstaf voor het niet-systematische risico van het object. b. De boekhoudschandalen,
7,8. Samenvatting door een scholier 868 woorden 3 maart keer beoordeeld. Economie in context. Samenvatting economie. 2.
Samenvatting door een scholier 868 woorden 3 maart 2015 7,8 4 keer beoordeeld Vak Methode Economie Economie in context Samenvatting economie 2.1 Sparen en rente Redenen om te sparen: 1. Sparen uit voorzorg
Obligaties Briqchain Real Estate
Belangrijkste informatie over de belegging Obligaties Briqchain Real Estate van Briqchain B.V. Dit document is opgesteld op 02-okt-2018 Dit document helpt u de risico s, de kosten, en het rendement van
VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!)
VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!) VRAAG 1 WELKE VAN DE VOLGENDE UITSPRAKEN ZIJN JUIST? 1) IRR HOUDT GEEN REKENING MET DE GROOTTE VAN DE INVESTERING. 2) INDIEN EEN ONDERNEMING PROJECTEN DOORVOERT
Tradealot Obligatie II van Tradealot B.V.
Tradealot Obligatie II van Tradealot B.V. Belangrijkste informatie over de belegging Dit document is opgesteld op 16-feb-2018. Dit document helpt u de risico s, de kosten, en het rendement van de belegging
Compex wiskunde A1-2 vwo 2004-I
KoersSprint In deze opgave gebruiken we enkele Excelbestanden. Het kan zijn dat de uitkomsten van de berekeningen in de bestanden iets verschillen van de exacte waarden door afrondingen. Verder kunnen
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 58700 25 oktober 2017 Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 9 oktober 2017, nr. IENM/BSK-2017/216399,
UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015
MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015 VAK : ECONOMIE II (BA en BR) DATUM : 27 juli 2015 TIJD : 07.45u 10.45u Aantal opgaven bij dit vak : 6 Aantal pagina s : 5 Hulpmiddelen
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 en 7.
Opgave 5 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 en 7. Door de dalende woningprijzen groeit het aantal huizen dat onder water staat. Onder water staan betekent dat de waarde van de woning lager is
Externe Financiële Verslaggeving
FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSWETENSCHAPPEN DEPARTEMENT ACCOUNTANCY, FINANCE & INSURANCE (AFI) NAAMSESTRAAT 69 B-3000 LEUVEN KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN Naam student: Voornaam student Richting en studiejaar:
De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht
De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht In publicaties betreffende waarderingen van ondernemingen worden we vaak geconfronteerd met diverse Engelse termen, al dan niet eenvoudig te plaatsen
Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16
Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16 16 juni 2009 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Hartenstijn bv heeft op 1 januari de volgende balans opgesteld: Balans 1 januari 2009 --------------------------------------------------------------
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 29303 29 oktober 2013 Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 28 oktober 2013, nr. IENM/BSK-2013/239467,
Hypotheekrecht en - vormen
Hypotheekrecht en - vormen Wat is een hypotheek? Een hypotheek is in theorie een zekerheidsrecht. Wanneer u een hypotheek afsluit, geeft u het recht van hypotheek aan de geldverstrekker. Dit recht van
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel FINANCE & RISKMANAGEMENT 6 OKTOBER UUR. SPD Bedrijfsadministratie B / 7
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel FINANCE & RISKMANAGEMENT 6 OKTOBER 2015 08.45 11.15 UUR SPD Bedrijfsadministratie B / 7 Opgave 1 (40 punten) 1. Een voorbeeld van een goed antwoord: De interest
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 en 7.
Opgave 5 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 en 7. Door de dalende woningprijzen groeit het aantal huizen dat onder water staat. Onder water staan betekent dat de waarde van de woning lager is
Ezcorp Inc. TIP 2: Verenigde Staten. Ticker Symbol. Credit Services
TIP 2: Ezcorp Inc. Beurs Land Ticker Symbol ISIN Code Sector Nasdaq Verenigde Staten EZPW US3023011063 Credit Services Ezcorp (EZPW) is een bedrijf dat leningen verstrekt en daarnaast tweedehands spullen
Financieel Management
Financieel Management Vorige week Introductie financieel management Investeringsplan, financieringsplan en exploitatiebegroting Balans Liquiditeitsbegroting (meer in week 6) Berekening inkomen en vermogen
Wat je moet weten als je een hypotheek kiest?
Wat je moet weten als je een hypotheek kiest? Als je een hypotheek af gaat sluiten, moet je aan een heleboel dingen denken. We hebben een aantal vragen voor je op een rijtje. Klik op de doorlinks hiernaast
OEFENINGEN BIJ HOOFDSTUK 24 : SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR
OEFENINGEN BIJ HOOFDSTUK 24 : SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR Oefening 6.2.1. a) berekening nominale intrestpercentage 52.000 rente op 200.000 voor 2 jaar = 13 % per jaar b) berekening reële intrestpercentage
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel FINANCE EN RISK MANAGEMENT DINSDAG 3 MAART UUR
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel FINANCE EN RISK MANAGEMENT DINSDAG 3 MAART 2015 08.45-11.15 UUR SPD Bedrijfsadministratie Finance en risk management Dinsdag 3 maart 2015 B / 6 2015 Stichting ENS
De resultatenrekening
De resultatenrekening format resultatenrekening kosten/uitgaven en opbrengsten/ontvangsten afschrijvingen rente eindbalans Joop Lengkeek Kamer H0.012 Email: [email protected] www.jooplengkeek.nl 1 De
Hoofdstuk 8: Waarderen van obligaties
Hoofdstuk 8: Waarderen van obligaties Wat zijn de basistypen van de obligaties en hoe worden ze gewaardeerd? Het begrijpen van obligaties en hoe ze geprijsd worden is nuttig om diverse redenen, namelijk:
BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V.
BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V. VERONDERSTELLINGEN Vraagprijs 2.500.000 (pand en inventaris). Inkomsten: In totaal 40 kamers; Bezetting kamers: T1 45%, T2 52%, T3 63%, vanaf T4 en verder 68%;
Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave TREASURY MANAGEMENT MAANDAG 22 JUNI 2015 12.15-14.45 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle
Business Valuation : groeiend belang
Business Valuation : groeiend belang Inleiding Vandaag de dag worden we steeds vaker geconfronteerd met de vraag hoeveel een onderneming waard is en of ze gelet op de huidige crisis financieel gezond is.
VOORBEELDEXAMEN HANDELS- EN FINANCIELE VERRICHTINGEN
VOORBEELDEXAMEN HANDELS- EN FINANCIELE VERRICHTINGEN Opmerkingen vooraf - Gebruik van rekenmachine is niet toegelaten - Puntenverdeling: meerkeuzevragen: 40% ; open vragen: 60% - Duurtijd van examen =
Welke soorten beleggingen zijn er?
Welke soorten beleggingen zijn er? Je kunt op verschillende manieren je geld beleggen. Hier lees je welke manieren consumenten het meest gebruiken. Ook vertellen we wat de belangrijkste eigenschappen van
Waardering van een Onderneming
Waardering Congres Financieele Dagblad: Private Equity in de Praktijk 6 april 2006 Dr Michel van Bremen Partner First Dutch Capital B.V. Waardering, essentie: Res tantum valet quantum vendi potest Iets
Oefenopgaven Hoofdstuk 4
Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Opgave 1 De NV Red Mobile verkoopt smartphones in Nederland en heeft de volgende aandeelhouders: KPN NV heeft 35% van de 10 miljoen gewone aandelen, France Telecom 30% van de aandelen
UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 4 Opgave 1 a. Wat is procentueel het rendement van een aangeschafte obligatie? Afronden op 1 decimaal. Betaald is voor de obligatie: 108% 1.000 = 1.080 De opbrengst is: 5,2% 1.000 = 52 Het rendement
Rabobank Rentelift Obligatie
Rabo International. London Branch Thames Court,One Queenhithe London EC4V 3RL Rabobank Rentelift Obligatie Rabobank Rentelift Obligatie U hebt een visie op de ontwikkeling van de geldmarkt. U bent er van
Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 2 opgaven en omvat 23 vragen.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave FINANCE & RISK MANAGEMENT DINSDAG 15 DECEMBER 2015 11.30-14.00 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen
Reken maar! t.b.v. training CFP-examen (FPSB-Nederland) Donald van As
Reken maar! t.b.v. training CFP-examen (FPSB-Nederland) Donald van As 10-12-2009 Geld (uit)lenen Typen leningen / hypotheken Annuïteitenlening: afl. + rente = constant Lineaire lening: afl. = constant
Nadelen: Groot risico vanwege privéaansprakelijkheid. Lange werktijden. a Een vennootschap waarvan het eigen vermogen is verdeeld in aandelen.
Hoofdstuk 9 a Een organisatie die naar winst streeft. b Eenmanszaak Vennootschap onder firma Naamloze vennootschap Besloten vennootschap Voordelen: Je bent eigen baas. De winst hoef je met niemand te delen.
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel FINANCE & RISKMANAGEMENT MAANDAG 3 OKTOBER :45 UUR 11:15 UUR
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel FINANCE & RISKMANAGEMENT MAANDAG 3 OKTOBER 2016 8:45 UUR 11:15 UUR SPD Bedrijfsadministratie Finance & Riskmanagement maandag 3 oktober 2016 B / 8 2016 NGO-ENS
Boekingsboek. Overzicht van een aantal soorten boekingen.
Boekingsboek Overzicht van een aantal soorten boekingen. * contant * op rekening * met en zonder BTW * transitorische posten * hoe ga je om met de BTWboekingen * balans, V&Wrekening, liquiditeitsoverzicht
Deze examenopgave bestaat uit 10 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave FINANCE & RISKMANAGEMENT MAANDAG 3 OKTOBER 2016 8:45 UUR 11:15 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 10 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer
Toets 3 HAVO 5 g Diagnostische toets 2012
Uitwerkingen/waardering Toets 3 HAVO 5 20 12 MO Onderdeel 3.1 Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Voor deze toets zijn maximaal 35 punten te behalen; De
Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 12 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen HAVO 2014 tijdvak 1 maandag 12 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal
Tentamen Corporate Finance BKB0023 18 augustus 2005 09:30 uur - 12:30 uur
Tentamen Corporate Finance BKB0023 18 augustus 2005 09:30 uur - 12:30 uur Beste student, Voor U ligt het tentamen corporate finance. Het tentamen is gesloten boek en bestaat uit 40 meerkeuze vragen; vier
Vormen van lang vreemd vermogen: Kenmerken onderhandse lening: Obligatie = op lange termijn: Gezond financieren / Broers regels
Samenvatting door een scholier 1435 woorden 6 juli 2008 7 74 keer beoordeeld Vak Methode M&O In balans M&O H12, H13, H14 en H15 Vormen van lang vreemd vermogen: 1. Onderhandse lening 2. Obligatielening
De grootste financiële beslissing in een mensenleven
De grootste financiële beslissing in een mensenleven 1 520.000.000.000,- ( 520 mrd) Totale hypotheekschuld van Nederlandse huishoudens Bron: NMa 2 170.000,- De gemiddelde grootte van een hypotheek in Nederland
2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10
Financiering niveau 4 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de
Beginner. Beginner. Beginner
Beginner Nummer 1 Beginner Nummer 2 Beginner Antwoordmodel Antwoordmodel Antwoordmodel Nummer 3 2014: uitgave 0/kosten 30 Afschrijving De waardevermindering van de auto (een onderdeel van de vaste activa)
