Colofon. Dwarsverbanden leggen. Een onderzoek naar crisisopvang in het informele steunnetwerk. Dorcas Postma-Pool

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Colofon. Dwarsverbanden leggen. Een onderzoek naar crisisopvang in het informele steunnetwerk. Dorcas Postma-Pool dorcaspool@hotmail."

Transcriptie

1

2 Colofon Titel: Dwarsverbanden leggen Ondertitel: Een onderzoek naar crisisopvang in het informele steunnetwerk Auteur: Opleiding: Hanzehogeschool Groningen Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Opdrachtgever: Zienn opvang en ondersteuning Vertaling: Omslagfoto: Vormgeving: Jeanette Beute Martin Kemper Martine Hartman Plaats: Boerakker Datum: 15 juni

3 Samenvatting Aanleiding Dit onderzoek is uitgevoerd binnen Zienn, een organisatie voor maatschappelijke opvang en ondersteuning. Op zowel macro-, meso- als microniveau is een toename van aanmeldingen bij de maatschappelijke opvang gesignaleerd. Binnen het krachtenveld van het Social Work zijn ingrijpende hervormingen gaande. Er is een grote focus op eigen kracht, burgers dienen in toenemende mate hun informele netwerk aan te spreken. Doelstelling Met dit onderzoek wil Zienn als antwoord op de gesignaleerde toename van aanmeldingen voor de crisisopvang, onderzoeken in hoeverre het informele steunnetwerk kan worden benut als hulpbron ter voorkoming van opname in de crisisopvang. Centraal staat de vraag wat bevorderende en belemmerende elementen voor opvang zijn binnen het informele steunnetwerk van de personen die zich aanmelden bij de crisisopvangcentra van Zienn in Leek en Burgum, en hoe opvang binnen het informele steunnetwerk optimaal kan worden gefaciliteerd. Onderzoeksmethode Het praktijkonderzoek bestaat uit twee fasen. De eerste fase richtte zich op de personen die zich aanmelden bij de crisisopvang met het verzoek voor opname. Deze personen zijn middels telefonische interviews bevraagd op hun situatie. De tweede fase bestond uit een focusgroep interview met verwijzers die betrokken zijn bij personen die opvang behoeven. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat opvang in het informele netwerk reeds veelvuldig wordt geboden. Op de mogelijkheid voor opvang in het netwerk zijn verschillende factoren van invloed. Deze factoren hangen sterk met elkaar samen en vergen een integrale benadering. Door zowel de persoon die opvang behoeft als het netwerk te ondersteunen, kan opvang in het netwerk worden gefaciliteerd. De huidige wet- en regelgeving lijkt de mogelijkheid voor opvang in het netwerk te belemmeren. Oplossingen zijn onnodig duur doordat voldaan moet worden aan protocollen en richtlijnen. Aanbevelingen Het verdient aanbeveling om ruimte te creëren voor maatwerk. Het aangaan van nieuwe verbindingen tussen de persoon die opvang behoeft, het informele steunnetwerk, het lokale veld en professionals, wordt gezien als een kans om de mogelijkheid voor opvang in het informele netwerk optimaal te benutten. Het mobiliseren van eigenkracht en informele zorg vergt een kanteling van alle betrokken partijen. 3

4 Summary Inducement This research is conducted within Zienn, an organisation for social care and support. An increase in applications for social care has been noticed on every level, macro meso and micro. Within the force field of Social Work major reformations are taking place. There is a great focus on own strength ; citizens are increasingly meant to address their own informal network. Objectives This research is designed for Zienn to investigate in how far the informal support network can be used as a source to prevent hospitalization, as an answer to the noticeable increase in applications for social care. The central questions are what the promoting and cramping elements for shelter of individuals within the informal support network are who apply for care in Zienn institutions in Leek and Burgum, and how to facilitate care within the informal support network as optimally as possible. Methods of research The first phase of the practical examination focused on the individuals who admitted for crisis care with request for hospitalization. These individuals were questioned on their situation by means of telephone interviews. The second phase consisted of a focus group interview with referrers who are involved with individuals needing care at an early stage. Conclusion The research shows that care in the informal network is already provided. The possibility for shelter within the network is influenced by various factors. These factors relate strongly with each other and require an integrated approach. By supporting the individual needing shelter as well as the network, shelter within the network can be facilitated. The current laws and regulations seem to obstruct the possibility for shelter within the network. Solutions are unnecessarily expensive since protocols and guidelines need to be followed. Recommendation Custom-made care is recommended. Current laws and regulations appear to obstruct the possibility of care within the network. The start of new connections between the individual needing care, the informal support network, the local field and the professionals is seen as a chance to optimally implement the possibility for care within the informal network. Mobilizing own strength and informal care requires a change in all parties involved. 4

5 Voorwoord Na mijn afstuderen in 2003 aan de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening heb ik één maal post ontvangen van de alumnivereniging. Een flyer omtrent de nieuw te starten opleiding Master Social Work aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden en de Hanzehogeschool Groningen. Hoewel het besluit om met de opleiding te starten allerminst zomaar is genomen, wist ik op dat moment al wel dat dit de opleiding was die beantwoordde aan mijn wens om verdere verdieping in mijn vak aan te brengen. Dat het een uitdaging zou worden besefte ik mij evenzeer. En een uitdaging was het. Na bijna twee jaar ben ik dan ook verheugd dat ik de opleiding af kan sluiten met deze masterthesis. Evenzeer ben ik blij dat ik mijn afstudeeronderzoek uit hebben kunnen voeren binnen een sector waarmee ik een sterke verbondenheid voel, de maatschappelijke opvang. In mijn dagelijks werk word ik regelmatig overvallen door gevoelens van compassie, ontzag, maar ook een zekere treurigheid. Gelukkig zijn er evenzeer vrolijke, krachtige en hoopvolle verhalen die inspireren en motiveren. Ik prijs mij gelukkig deel uit te mogen maken van een organisatie waarin cliënten en professionals de handen in één slaan voor een kansrijk bestaan. In de wetenschap dat ik mensen tekort doe door het noemen van namen wil een aantal personen toch graag specifiek bedanken. Allereerst mijn leidinggevende Lieuwe de Boer, dank voor je vertrouwen en de vele spar-sessies. Collega s van het aanmeldpunt, jullie ondersteuning en enthousiasme bij het afnemen van de interviews was werkelijk top! Een woord van dank gaat uit naar Wytze Groen, manager Beleid en Kwaliteit bij Zienn, bij wie ik vanaf de introductie van mijn onderzoek ruggensteun heb ervaren. Louis Polstra, Lector Arbeidsparticipatie, dank voor het introduceren van de Actor Network Theory. Hiernaast wil ik mijn thesisbegeleider Karlien Landman bedanken voor de scherpe zorgvuldige feedback en professionele ondersteuning. Tijdens het volgen van de opleiding en het schrijven van de thesis heb ik veel support gehad van mijn familie, vrienden, studiegenoten en collega s. Jullie stimulans, liefdevolle opvang voor de kindjes, belangstelling, kopjes thee en bijdrage in wat voor vorm ook was onmisbaar. Pappa bedankt voor alle tijd die je hebt gestoken in het taal technisch aanscherpen van mijn verslagen en je waardevolle feedback. Een laatste dank gaat uit naar mijn lieve man John Postma. Je hebt geen moment getwijfeld of ik het zou redden. En zie hier, het is gelukt! Dorcas Postma- Pool Boerakker, juni

6 - Dwarsverband- Gedeelte van de constructie van de scheepsromp dat bijdraagt in de dwarsscheepse sterkte (o.a. spanten en dekbalken). (www.encyclo.nl/begrip/dwarsverband) 6

7 Inhoudsopgave Inhoud Pagina 1. Inleiding Beschrijving van de organisatie Gesignaleerde ontwikkelingen Krachtenveld Social Work Relevantie onderzoek Doelstelling en onderzoeksvragen Leeswijzer Sociale rijkdom? Krachtenveld formele- en informele zorg Verkenning doelgroep maatschappelijke opvang Een netwerk Sociaal kapitaal Verschillende actanten Sociale veerkracht Mobiliseren en faciliteren Innovatieve praktijken Conclusie Betekenis voor het praktijkonderzoek Methode Onderzoeksopzet Telefonische interviews bij aanmelding crisisopvang Groepsinterview focusgroep Onderzoekpopulatie Telefonische interviews bij aanmelding crisisopvang Groepsinterview focusgroep Onderzoeksinstrument Telefonische interviews bij aanmelding crisisopvang Groepsinterview focusgroep Operationalisatie meetinstrumenten Telefonische interviews bij aanmelding crisisopvang Groepsinterview focusgroep Procedure data analyse Betrouwbaarheid en validiteit 28 7

8 4. Resultaten Generaliseerbaarheid resultaten Hoe zijn de personen die een beroep doen op de crisisopvangcentra van Zienn in Leek en Burgum voorafgaand aan, en ten tijde van, de aanmelding gehuisvest? Welke hulp is, voorafgaand aan aanmelding, geboden aan de personen die een beroep doen op de crisisopvangcentra van Zienn in Leek en Burgum? Welke factoren spelen een rol bij de (on)mogelijkheid voor opvang binnen het informele netwerk Hoe wordt de mogelijkheid voor opvang door deelnemers en verwijzers gewaardeerd? Welke interventies zijn bevorderend voor opvang binnen het informele netwerk? Welke aanpassingen in bestaand beleid dragen bij aan het vergroten van de mogelijkheid voor opvang binnen het informele steunnetwerk? Conclusie, discussie en aanbevelingen Beantwoording onderzoeksvraag Conclusie in relatie tot micro-, meso- en macroniveau Discussie Aanbevelingen Tot slot 43 Geraadpleegde literatuur 44 Bijlagen 47 Bijlage I Handleiding interviewer: Telefonische interviews bij aanmelding crisisopvang 47 Bijlage II Meetinstrument: Telefonische interviews bij aanmelding crisisopvang 49 Bijlage III Meetinstrument: Focusgroep verwijzers 53 8

9 1. Inleiding In dit rapport wordt verslag gedaan van een onderzoek naar opvang binnen het informele steunnetwerk. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van de afstudeerthesis van de Master Social Work. Deze inleiding bevat een korte omschrijving van de organisatie waarbinnen het praktijkonderzoek heeft plaatsgevonden, Zienn opvang en ondersteuning. Vervolgens wordt aandacht geschonken aan gesignaleerde ontwikkelingen op macro en meso en micro niveau. Voorafgaand aan een toelichting op de relevatie van het onderzoek wordt het krachtenveld van Social Work beschreven. Dit wordt gevolgd door de doelstelling van het onderzoek en de bijbehorende onderzoeksvragen. Tot slot wordt in de leeswijzer een vooruitblik gegeven op de verdere opbouw van dit rapport. 1.1 Beschrijving van de organisatie Zienn is een organisatie voor maatschappelijke opvang en ondersteuning. Binnen Zienn worden cliënten opgevangen en ondersteund die thuis- of dakloos zijn, dat dreigen te worden of in een crisissituatie terecht zijn gekomen. De ondersteuning is gericht op preventie met woonondersteuning aan huis, (crisis)opvang, begeleiding in woonvoorzieningen en nazorg in de vorm van woonondersteuning (Zienn, 2014). Zienn is werkzaam in de drie Noordelijke provincies. Binnen Zienn vormt het werken aan omstandigheden, waarin uitval en uitsluiting voorkomen kunnen worden, een belangrijke missie. Hulp aan sociaal kwetsbare mensen is de deskundigheid. Zienn is eind 2007 ontstaan na een fusie tussen Stichting Maatschappelijke Opvang Fryslân en Maatschappelijke Opvang & Ondersteuning. Dit onderzoek richt zich op de twee crisisopvangcentra van Zienn in Leek en Burgum. In deze crisisopvangcentra wordt tijdelijk onderdak geboden aan volwassenen en gezinnen, die om welke reden dan ook op straat (zijn) komen te staan of hun woonsituatie hebben moeten verlaten. De opvang in Burgum biedt plek aan 28 volwassenen, tevens is er ruimte voor 5 à 6 gezinnen. De opvang in Leek biedt plek aan 33 volwassenen en heeft 8 appartementen voor gezinnen. 1.2 Gesignaleerde ontwikkelingen Om zicht te krijgen op ontwikkelingen binnen de Maatschappelijke Opvang in Europa, vormt de European Federation of National Organisations Working with the Homeless (FEANTSA) een belangrijke bron van informatie. In het rapport On The Way Home van de FEANTSA (2012) wordt een schets gegevens van de omvang en aard van dakloosheid in de EU lidstaten. De verzamelde data, verschaft door nationale experts van 21 landen die lid zijn van de European Federation, kan als onvoldoende adequaat worden beschouwd om een gedetailleerd beeld te verschaffen. Wel kan er uit worden afgeleid dat dakloosheid in alle lidstaten een blijvende realiteit betreft. In 15 van de lidstaten is dakloosheid in de afgelopen 5 jaar toegenomen. In Nederland, Finland en Schotland is dakloosheid afgenomen. Er wordt in vele landen een verandering opgemerkt in het profiel van de dakloze. Zo neemt het aantal vrouwen, gezinnen, migranten en jongeren toe. De gevolgen van de economische crisis; werkloosheid, bezuinigingen in zorg en welzijn en de ingestorte woningmarkt maken mensen kwetsbaar. 9

10 Het Centraal Bureau voor de Statistiek constateert dat het aantal daklozen in Nederland de afgelopen jaren juist is toegenomen. In 2010 waren er ruim personen dakloos, in 2012 waren dit er reeds ruim (CBS, 2013). Ook het aantal aanmeldingen bij de Maatschappelijke Opvang neemt toe. De Federatie Opvang, de brancheorganisatie voor de maatschappelijke opvang, constateert in 2012 een toename van het aantal mensen dat hulp vroeg en kreeg (Federatie Opvang, 2013). In 2009 deden er mensen een beroep op de opvang. In 2012 waren dat er (Federatie Opvang, 2013). In de Monitor Stedelijk Kompas (Hulsbosch, Place, Planije, & Tuynman, 2013) staat beschreven dat 58% van de Nederlandse gemeenten in 2012 aangeeft, met betrekking tot de maatschappelijke opvang, over onvoldoende capaciteit te beschikken. De toenemende aanmeldingen en instroom van personen (zowel alleenstaanden als gezinnen) vormt een veel genoemd knelpunt. Evenals de doorstroom en uitstroom van cliënten uit de maatschappelijke opvang naar zelfstandig wonen. Een deel van de gemeenten signaleert dat door de economische crisis meer mensen in de (financiële) problemen komen, met het verlies van de woonruimte als resultaat (Hulsbosch, Place, Planije, & Tuynman, 2013). Ook binnen Zienn is er een toename van aanmeldingen te signaleren. In 2013 zijn er in totaal 1738 aanmeldingen geweest voor de crisisopvangcentra van Zienn in Leek en Burgum. In deze periode zijn er 293 personen geplaatst maal was er geen plaatsing mogelijk. Het aantal aanmeldingen ligt hiermee 85 procent hoger dan het aantal plaatsingen. 1.3 Krachtenveld Social Work Zienn beweegt zich in het krachtenveld van het Social Work. Binnen dit zorgstelsel zijn ingrijpende hervormingen gaande. Burgers worden in toenemende mate zelf verantwoordelijk geacht voor het vormgeven van hun eigen zelfredzaamheid. Meer dan voorheen dienen burgers terug te vallen op hun eigen kracht en hun informele netwerk aan te spreken (Kwekkeboom, 2010). Deze informele zorg, geboden door het netwerk, wordt als voorliggend beschouwd ten opzichte van formele zorg geboden door professionals. Net als veel andere organisaties in de sector Welzijn, bevindt de maatschappelijke opvang zich in roerige tijden. Er zijn verschillende ontwikkelingen gaande, Welzijn Nieuwe Stijl, de kanteling binnen de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de overheveling van de functie begeleiding van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de WMO. De uitdaging ligt voor de sociale professional in gepast regeren en mobiliseren (Van Ewijk, 2010). Met andere woorden, met zo min mogelijk ingrijpen een zo groot mogelijk effect bereiken. Binnen de Maatschappelijke Opvang ontstaan steeds meer initiatieven gericht op het versterken van de eigen kracht en het sociale netwerk. Zo worden zogenaamde Eigen Kracht-conferenties (EKC s), afgeleid van de Familie Group Conference die van oorsprong in Nieuw-Zeeland is ontwikkeld, steeds vaker ingezet in Nederland voor burgers in kwetsbare situaties (Huber, Joanknecht & Metze, 2013). Binnen dergelijke conferenties wordt het sociale netwerk actief betrokken bij het oplossen van ervaren problemen. Binnen Zienn wordt gewerkt vanuit de basismethodiek Herstelwerk. Eigen kracht en de keuzes van de cliënt vormen het vertrekpunt van de begeleiding. De cliënt werkt aan zijn eigen herstel, de begeleider ondersteunt in dit proces. Hierbij wordt aandacht geschonken aan het sociaal kapitaal van cliënten en het benutten van de hulpbronnen binnen het systeem. 10

11 1.4 Relevantie onderzoek Uit de Monitor Stedelijk Kompas (Huber, Joanknecht & Metze, 2013) blijkt dat het aandeel gemeenten dat zegt voldoende capaciteit te hebben om het sociale netwerk van cliënten te versterken en op te bouwen, daalde van 77% in 2011 naar 39% in Het is niet duidelijk waar deze sterke afname aan ligt. Het uiteindelijke streven van het Stedelijk Kompas, waarin een plan van aanpak voor de maatschappelijke opvang wordt beschreven, is dakloosheid sterk verminderen. Ook de gemeenten in de Provincie Groningen hebben in het Regionaal Kompas met elkaar afgesproken hoe ze de komende vier jaar inwoners met veel problemen ondersteunen (Gemeente Groningen, 2012). De crisisopvang wordt erkend als een belangrijke voorziening, maar voorkomen is beter dan genezen. Het Regionaal Kompas Leeuwarden/ Fryslan kent een soortgelijke strekking (Gemeente Leeuwarden, 2012). Capaciteitsvergroting van de crisisopvang wordt binnen de huidige financiële randvoorwaarden niet mogelijk geacht. Ontwikkelingen binnen de maatschappelijke opvang richten zich voor de komende jaren dan ook met name op een verschuiving van opvang naar preventie (Veldhuijzen van Zanten- Hyllner, 2011). Onder preventie verstaan we het door middel van doelgerichte, georganiseerde activiteiten voorkomen van ernstige problemen bij mensen, of van een verergering van de problemen (De Roos & Van Dinther, 2011, p. 24.) Een preventieve aanpak kan niet alleen veel ellende voor kwetsbare burgers voorkomen, maar is ook financieel gezien verstandig, aldus de Staatssecretaris van Volksgezondheid Welzijn en Sport (Veldhuijzen van Zanten-Hyllner, 2011). Op basis van de beschikbare gegevens is becijferd dat 1,00 aan inzet bij de doelgroepen van de maatschappelijke opvang indicatief respectievelijk 2,20 voor potentieel daklozen, 2,00 voor feitelijk daklozen en 3,50 voor residentieel daklozen aan kosten bespaart (Veldhuijzen van Zanten-Hyllner, 2011). In de praktijk wordt er ook door Zienn in toenemende mate geïnvesteerd in het voorkomen van dakloosheid. Zo wordt er middels thuisbegeleiding, onder andere binnen het Woonkansproject, actief ingezet op een vroegtijdige aanpak van huisvestingsproblemen. Desondanks is het aantal aanmeldingen voor de crisisopvang, zoals beschreven in paragraaf 1.2, vele malen hoger dan het mogelijke aantal plaatsingen. De slag die via de plannen van aanpak en de stedelijk kompassen zou moeten zijn gemaakt, is dan ook bij lange na niet voldoende (Van Bergen & Van der Meulen, 2014). Het systeem, waarin alle partijen in de zorg hun eigen stukje doen, moet doorbroken worden. Hierbij wordt de hoop uitgesproken dat de transitie naar de WMO de nodige ruimte in het systeem biedt om een andere werkwijze te ontwikkelen. Met enerzijds de gesignaleerde toename van aanmeldingen bij de maatschappelijke opvang en anderzijds de toenemende focus op eigen kracht en het informele steunnetwerk in het achterhoofd, rijst de vraag welke mogelijkheden het informele steunnetwerk personen in crisis kan bieden. Is opvang binnen het informele netwerk haalbaar? Welke elementen werken belemmerend of juist bevorderend? Welke lessen kunnen er worden geleerd van de ervaringen van personen die een beroep doen op de maatschappelijke opvang en professionals die opereren in het veld voorafgaand aan aanmelding bij de crisisopvang? 11

12 En op welke wijze kunnen de mogelijkheden van een netwerk in een vroegtijdig stadium worden gefaciliteerd om zo de mogelijkheid voor opvang binnen het informele steunnetwerk te vergroten? 1.5 Doelstelling en onderzoeksvragen Met dit onderzoek wil Zienn als antwoord op de gesignaleerde toename van aanmeldingen voor de crisisopvang, onderzoeken in hoeverre het informele steunnetwerk kan worden benut als hulpbron ter voorkoming van opname in de crisisopvang. Tevens richt dit onderzoek zich op mogelijke wijzen waarop opvang in het informele netwerk succesvol kan worden gefaciliteerd. Onderzoeksdoelstelling Dit onderzoek wil inzicht geven in de mogelijkheid van opvang binnen het informele steunnetwerk, van personen die zich aanmelden bij de crisisopvangcentra van Zienn in Leek en Burgum, om aan de hand hiervan aanbevelingen te geven over de wijze waarop dit optimaal kan worden gefaciliteerd. Centrale vraagstelling Wat zijn bevorderende en belemmerende elementen voor opvang binnen het informele steunnetwerk van de personen die zich aanmelden bij de crisisopvangcentra van Zienn in Leek en Burgum, en hoe kan opvang binnen het informele steunnetwerk optimaal worden gefaciliteerd? Deelvragen literatuuronderzoek en praktijkonderzoek Dit onderzoek valt uiteen in een literatuur en een praktijkonderzoek. Hoewel beide onderdelen antwoord geven op specifieke deelvragen zijn ze sterk met elkaar verbonden. Het literatuuronderzoek biedt ruimte voor een verkenning van reeds bestaande theorieën. Met andere woorden: wat is er al bekend over opvang in het informele netwerk. Dankzij een grondig literatuuronderzoek kan in het praktijkonderzoek gericht ingegaan worden op de informatie die nog ontbreekt om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden. Hiernaast geeft het literatuuronderzoek voeding aan het proces van operationalisatie van de meetinstrumenten, zoals gehanteerd in het praktijkonderzoek. Het literatuuronderzoek richt zich op de volgende deelvragen: Hoe ziet het krachtenveld van formele zorg versus informele zorg er anno 2014 uit? Hoe ziet het sociaal kapitaal van personen die een beroep doen op de maatschappelijke opvang eruit? Welke factoren spelen een rol bij de mogelijkheid voor opvang binnen hun informele netwerk? Hoe kan informele zorg worden gefaciliteerd? 12

13 Het praktijkonderzoek richt zich op de volgende deelvragen: Hoe zijn de personen die een beroep doen op de crisisopvangcentra van Zienn in Leek en Burgum voorafgaand aan, en ten tijde van, de aanmelding gehuisvest? Welke hulp is voorafgaand aan aanmelding geboden aan de personen die een beroep doen op de crisisopvang van Zienn in Leek en Burgum? Welke factoren spelen een rol bij de (on) mogelijkheid voor opvang in het informele netwerk? Hoe wordt de mogelijkheid voor opvang in het informele netwerk, door deelnemers en verwijzers, gewaardeerd? Welke interventies zijn bevorderend voor opvang binnen het informele netwerk? Welke aanpassingen in bestaand beleid dragen bij aan het vergroten van de mogelijkheid voor opvang in het informele steunnetwerk? 1.6 Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op een aantal theoretische inzichten die van belang zijn bij het beantwoorden van de eerste drie deelvragen. Het krachtenveld van formele zorg versus informele zorg wordt onderzocht. Evenals het sociaal kapitaal van personen die een beroep doen op de maatschappelijke opvang. Factoren die een rol spelen bij de mogelijkheid voor opvang binnen hun informele netwerk worden verkend. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe het praktijkonderzoek is vormgegeven. Er wordt stil gestaan bij de gekozen onderzoeksopzet. De deelnemers aan het onderzoek worden beschreven. Er wordt uitleg gegeven over de wijze van data verzameling. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een beschrijving van de wijze waarop de verzamelde data wordt geanalyseerd. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het praktijkonderzoek weergegeven aan de hand van de deelvragen van het praktijkonderzoek. In hoofdstuk 5 wordt de centrale onderzoeksvraag beantwoord. Het literatuuronderzoek en het praktijkonderzoek worden hier met elkaar verbonden. Hierna volgt de discussie met hierin een kritische beschouwing van het onderzoek. Er wordt afgesloten met een aantal aanbevelingen. 13

14 2. Sociale Rijkdom? In dit hoofdstuk wordt door middel van een literatuurstudie antwoord gegeven op de eerste vier deelvragen van het onderzoek. Het literatuuronderzoek wordt afgesloten met een conclusie, tevens wordt de betekenis van voor het praktijkonderzoek toegelicht. 2.1 Krachtenveld formele- en informele zorg De maatschappij anno 2014 laat zich omschrijven als een technomaatschappij (Kunneman, 2009). Dit maatschappijtype is ontstaan aan het eind van de twintigste eeuw, Kunneman noemt dit een postindustriële, op kennis en informatiegerichte maatschappij (2009). Binnen de technomaatschappij worden we geconfronteerd met een nieuwe categorie van maatschappelijke en culturele problemen. Donkers (2009) stelt dat in antwoord op deze complexe problemen de actieve inzet van iedere persoon nodig is. Tegelijk stelt hij dat het effectief en verantwoord omgaan met zichzelf en de omgeving, een niet geringe opgave is in een open en dynamische maatschappij, die sterk prestatiegericht en overheersend individualistisch is georiënteerd (Donkers, 2009, p30). Uitsluiting vormt dan ook één van de maatschappelijke problemen van de huidige tijd (Kunneman, 2009). In de inleiding is de kanteling binnen de WMO reeds aangestipt als één van de ontwikkelingen waartoe maatschappelijke organisaties zich moeten verhouden. De wet heeft als doel het mogelijk maken van een verschuiving van professionele zorg naar meer informele zorg (Timmermans & Kwekkeboom, 2008). Onder informele zorg wordt zorg verstaan die aan een hulpbehoevende wordt gegeven door één of meer leden uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep of vanuit georganiseerd vrijwilligerswerk (Kwekkeboom, 1990, p.137). Het onderscheid tussen formele en informele zorg kan inzichtelijk worden gemaakt met een onderverdeling van 0 de, 1 e en 2 e lijn zorg. Onder de 0 de lijn wordt zelfredzaamheid, eigen kracht, sociale netwerken en burgerkracht geschaard, de 1 e lijn betreft kortdurende professionele hulp en onder de 2 e lijn wordt gespecialiseerde ondersteuning verstaan (Levita & Den Uyl, 2012). 2.2 Verkenning doelgroep maatschappelijke opvang Om meer zicht te krijgen op de doelgroep van de maatschappelijke opvang is het allereerst van belang om te realiseren dat er nauwelijks zoiets als dé doelgroep bestaat. Niet alleen is de diversiteit binnen de groep personen die een beroep doet op de maatschappelijke opvang groot, ook de samenstelling is aan verandering onderhevig. Op Europees niveau wordt een toename gesignaleerd van dakloze vrouwen, gezinnen, migranten en jongeren. Ook het sociaal economisch profiel van daklozen verandert (FEANTSA, 2012). In veel rapporten waaronder het regionaal Kompas Groningen (Gemeente Groningen, 2012) en de Monitor Maatschappelijke Opvang (Tuynman, & Planije, 2013) worden de Maatschappelijke Opvang doelgroep en de OGGz-doelgroep niet langer als twee aparte groepen benaderd. 14

15 In beide gevallen gaat het immers om mensen met meerdere problemen op meerdere leefgebieden tegelijkertijd die niet in staat zijn deze problemen zelfstandig op te lossen (Tuynman, & Planije, 2013). De omgeving is dikwijls niet meer in staat of aanwezig om voldoende hulp en ondersteuning te bieden of versterkt het probleem (Gemeente Groningen, 2012). De term daklozen verwijst naar de problematische fysieke woon- of verblijfsituatie van personen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen feitelijk en residentieel daklozen. Met de term residentiële daklozen wordt verwezen naar personen zonder reguliere huisvesting die tijdelijk of (semi) permanent onderdak hebben gevonden in woonvoorzieningen, zoals settingen voor begeleid wonen en sociaal pensions (Van Doorn, 2005). De categorie feitelijk daklozen bestaat, naast de groep personen die op straat leven en ex-daklozen, uit potentiële daklozen, hiermee wordt gedoeld op personen die dakloos dreigen te raken (Van Doorn, 2005). Deze personen zijn vaak onstabiel of marginaal gehuisvest. De problemen van daklozen zijn vrijwel altijd meervoudig. Hoewel het ontbreken van huisvesting zelden het enige probleem is hangt dakloosheid, zoals voor de hand ligt, zeker samen met huisvestingsproblemen (Van Doorn, 2005). Er is zelden één oorzaak aan te wijzen voor het verlies van huisvesting. Vaak is de aanleiding wel te achterhalen, maar daarachter schuilen weer allerlei andere moeilijkheden. Oorzaken en gevolgen van dak- of thuisloosheid zijn lastig te onderscheiden. (Beukeveld, Vosselman, Ligthart & Polstra, 2004). Hoewel er onvoldoende adequate informatie is om de doelgroep, die een beroep doet op de maatschappelijke opvang en de crisisopvangcentra van Zienn in Leek en Burgum, in detail te typeren, bestaat uit gesprekken met medewerkers van het aanmeldpunt van Zienn, de indruk dat de doelgroep grotendeels bestaat uit potentiële daklozen. Voor potentiële daklozen kunnen vier veelvoorkomende trajecten onderscheiden worden die leiden tot het verlies van huisvesting. Dit zijn; huisuitzetting vanwege overlast of huurschuld; vertrek uit instituties (psychiatrisch ziekenhuizen, internaten, gevangenis e.d.); daling in inkomen en schulden en/ of verstoorde sociale relaties (Doorn, 2005). 2.3 Een netwerk Eén van de centrale begrippen in dit onderzoek is de term netwerk. In de sociale wetenschappen wordt de term gebruikt voor een complex van met elkaar omgaande individuen zowel binnen als buiten een gezin (Nabuurs, 2013). Binnen de Algemene Systeemtheorie worden mensen gezien als open systemen die in verbinding staan met hun omgeving (Von Bertalanffy in Nabuurs, 2013). Van der Lans (2012) haalt in zijn column De kracht van zwakke verbindingen, de termen strong en weak ties aan. Deze termen zijn reeds in jaren 70 geïntroduceerd door Granovetter (1973). Onder strong ties, letterlijk vertaald als sterke banden, worden de banden met mensen uit iemand zijn naaste omgeving verstaan (Granovetter, 1973). Deze strong ties betreffen hechte relaties met familieleden en vrienden en zijn belangrijk voor de sociale steun die iemand ontvangt. Met weak ties wordt gedoeld op de zwakkere banden met personen om iemand heen, buren, kennissen, collega s enz. (Granovetter, 1973). Granovetter spreekt van the strenght of weak ties (1973). 15

16 De sterke banden in het sociaal netwerk zijn van groot belang voor het persoonlijk-emotionele welbevinden, maar voor het effectief opereren in de samenleving zijn zwakke banden evengoed van belang (Van der Lans, 2012). Wanneer we dit vertalen naar de doelgroep van de maatschappelijke opvang rijst de vraag of deze doelgroep niet juist kampt met een tekort aan zwakke banden in plaats van sterke banden. In hoeverre kun je elkaar effectief ondersteunen als je netwerk eigenlijk vooral veel van hetzelfde is? Hoe sterker de band tussen twee kennissen, zo luidt de wet van Gravonetter, hoe meer hun netwerk samenvalt en hoe minder ze eigenlijk voor elkaar kunnen betekenen (Van der Lans, 2012, p.2). De vraag die op basis hiervan gesteld kan worden is of het versterken van het netwerk van personen die een beroep doen op de maatschappelijke opvang alleen gericht zou moeten zijn op het nabije sociale netwerk of juist ook op zwakke banden (Van der Lans, 2012). 2.4 Sociaal kapitaal Binnen de transities wordt, zoals beschreven in de inleiding, veel verwacht van sociale steunsystemen (Movisie, 2012). Een belangrijk deel van de toename van de zorg- en ondersteuningskosten moet worden beperkt door informele hulpverlening (Movisie, 2012). Maar wat wordt nu precies verstaan onder het informele netwerk als sociaal steunsysteem? Sinds begin jaren tachtig komt de term sociaal kapitaal in steeds meer publicaties naar voren. Sociaal kapitaal verwijst naar de kwaliteit van relaties tussen mensen, informele netwerken, gedeelde normen, wederkerigheid, vertrouwen en inzet voor de gemeenschap (Putnam 1993, 2000 in Schnabel, Bijl, & De Hart, 2008). Sociaal kapitaal is instrumenteel. Het vergemakkelijkt het gecoördineerde gezamenlijke handelen om problemen op te lossen waarvoor men zich gesteld ziet en daarmee het efficiënt functioneren van een gemeenschap of politiek systeem (Schnabel, Bijl, & De Hart, 2008, p16). Waar het bij sociale netwerken met name om de relatie gaat, richt sociaal kapitaal zich tevens op ervaren sociale steun, hulpmiddelen en bescherming. Sociale netwerken hebben niet alleen betekenis voor het persoonlijke leven (individueel niveau), maar ook een maatschappelijk belang. Sociale netwerken vormen belangrijke hulpbronnen die bijdragen aan het vermogen van personen om een zelfstandig leven te leiden (Schnabel, Bijl, & De Hart, 2008). Hoewel er reeds is betoogd dat er nauwelijks iets als dé doelgroep van de maatschappelijke opvang bestaat, is een voorzichtige verkenning van het sociaal kapitaal van deze doelgroep voor dit onderzoek toch van belang. Uit de eerste meting van de Cohortstudie daklozen in de vier grote steden (Van Straaten et al., 2012) blijkt dat van de ondervraagde volwassen personen 64% de sociale contacten met vrienden als redelijk tot prima beoordeelt. Met betrekking tot de relatie met familie ligt dit percentage op 53,5%. Ook in de tweede meting, waarbij een indeling is gemaakt naar vijf verschillende profielen, komt een vergelijkbaar beeld naar voren. Uit onderzoek van Van Straaten onder daklozen in vier grote steden (2012) blijkt dat deelnemers aangeven over een netwerk te beschikken, maar wordt niet duidelijk in hoeverre dit een hulpbron is. Met andere woorden, in hoeverre de sociale contacten een positieve bijdrage leveren aan het ervaren sociaal kapitaal. Onderzoek onder daklozen laat zien dat verstoringen in de relaties en vereenzaming meestal cruciale onderdelen zijn in het proces van marginalisering (Van Doorn, 2005). 16

17 Kleine of ontbrekende netwerken komen het vaakst voor onder groepen die ook in andere opzichten problemen ervaren (Hortulanus, Machielse, & Meeuwesen, 2003). Voor personen die dakloos raken lijkt een laag sociaal kapitaal een rol te spelen, zowel als oorzaak en gevolg (Van Doorn, 2005). Desondanks blijkt uit het onderzoek Over leven zonder huis, dat de eerste opvang na de huisuitzetting, indien mogelijk, gezocht wordt bij familie en vrienden (Beukeveld, Vosselman, Ligthart & Polstra, 2004). In het zelfde rapport wordt opgemerkt dat de tijd dat kwetsbare personen gedurende een langere periode bij familie kunnen inwonen en in het huishouden kunnen meedraaien voorbij lijkt (Schnabel in Beukeveld, Vosselman, Ligthart & Polstra, 2004). Een nadere uitleg over mogelijke oorzaken ontbreekt. 2.5 Verschillende actanten Tot dus ver is het sociaal netwerk benaderd als een groep personen. Latour (2005) geeft in zijn Actor- Network-Theory een nieuwe en verrassende kijk op het sociale domein door te stellen dat niet alleen personen, maar ook materiële elementen binnen een netwerk, een rol spelen. Onder dingen wordt in dit geval alle niet-menselijke aspecten verstaan. Wanneer een netwerk alleen uit personen zou bestaan gebeurt er weinig. De combinatie van personen en dingen leidt tot beweging. Mensen en dingen (actanten) beschikken beide over het vermogen om zaken in hun omgeving te doen veranderen (Latour, 2005). Latour betitelt de term net-werk als ongelukkig, werk-net geeft de energie of beweging die in een netwerk speelt beter weer (2005). In een actant-netwerk zijn meerdere actanten met elkaar verbonden. Stel dat een woningbouwvereniging veel klachten ontvangt over geluidsoverlast in een bepaalde flat. Om de overlast te verminderen kan er veel energie gestoken worden in het aanspreken van de bewoners op hun gedrag. Maar wat zou het effect zijn van een betere isolatie, of een koptelefoon? Met andere woorden hoe kunnen mensen en dingen elkaar positief beïnvloeden om zaken in hun omgeving, in het licht van dit onderzoek opvang, te realiseren? In hoeverre spelen, naast het eerder beschreven sociaal kapitaal, ook factoren als financiële middelen, tijdsduur van opvang en ruimte om iemand op te vangen een rol in de (on)mogelijkheid voor opvang binnen het informele steunnetwerk? 2.6 Sociale veerkracht In de inleiding zijn de ingrijpende hervormingen die gaande zijn binnen het zorgstelsel reeds kort aangestipt. Het mantra van eigen kracht en zelfredzaamheid klinkt hierbinnen veelvuldig. De keuze lijkt beperkt tot iemand helpen, verzorgingsstaat, of hem wijzen op zijn eigen verantwoordelijkheid, participatiesamenleving (Hilhorst, 2011). Hierachter schuilt wellicht een derde mogelijkheid, het netwerk van een persoon stimuleren en in staat stellen om hem te helpen. In dit kader introduceert Hilhorst (2011) de term sociale veerkracht. Hiermee wordt gedoeld op het vermogen van sociale netwerken om tegenslagen op te vangen. Hilhorst (2011) waarschuwt nadrukkelijk voor het gebruiken van sociale veerkracht als alibi voor bezuinigingen. Het streven naar en mobiliseren van sociale veerkracht biedt geen oplossing voor de (financiële) problemen van de overheid. Het is wel een denkraam dat kansen schept voor nieuwe vormen van solidariteit (Hilhorst, 2011). Ondanks de individualisering, die onderdeel uitmaakt van de postmoderne samenleving, is de onderlinge betrokkenheid van burgers nog steeds heel groot (De Boer, 2007). 17

18 Kijkend naar de geboden zorg in de Nederlandse samenleving is verreweg de meeste zorg dan ook mantelzorg, informele zorg en vrijwilligerswerk (De Boer 2007; Oudijk et al in De Boer & Van der Lans, 2011). 2.7 Mobiliseren en faciliteren. Het beantwoorden van deze vraag hoe deze veerkracht optimaal kan worden gefaciliteerd, begint wellicht met een beschrijving van hoe niet. Hilhorst (2011) stelt dat de organisatie van de overheid, met zijn procedures ondoorzichtigheid en logheid het mobiliseren van sociale veerkracht belemmerd. Een tekenend voorbeeld hiervan is de kostendelersnorm. Naar verwachting wordt per in 1 juli 2014 deze norm ingevoerd voor een groot aantal uitkeringen. Met de kostendelersnorm wordt op een andere manier dan nu het geval is, rekening gehouden met de manier waarop mensen die een gezamenlijk huishouden voeren de bestaanskosten kunnen delen. De negatieve inkomenseffecten van de kostendelersnorm kan voor uitkeringsgerechtigden in 2014 op lopen tot 34% (Nibud, 2013). Wanneer een moeder met een bijstandsuitkering haar volwassen zoon met een bijstandsuitkering tijdelijk opvang wil verlenen heeft dit naar verwachting gevolgen voor het inkomen van beiden. Wanneer dezelfde zoon binnen de maatschappelijke opvang verblijft (en de kosten dus veel malen hoger zijn) komt de zoon naar verwachting wel in aanmerking voor een uitkering. Hilhorst roept op om kritisch te zijn op dergelijke regelingen die de veerkracht van sociale netwerken ondermijnen (2011). Het faciliteren van informele zorg en de Actor Network Theory (Latour, 2005) gaan hierbij hand in hand. Een onderzoek naar informele zorg in een volksbuurt (Linders, 2009) biedt tevens inspiratie voor het faciliteren van sociale veerkracht. Uit dit onderzoek blijkt dat vraag- en handelingsverlegenheid belemmeringen vormen voor informele zorg. Zeker wanneer ze samen voorkomen. De terughoudendheid om ongevraagd hulp te bieden, vormt niet alleen binnen buurten een punt van aandacht, maar ook binnen bredere sociale netwerken zoals vrienden, bekenden en familieleden (Linders, 2009). Linders (2009) ziet kansen voor professionals ten aanzien van het creëren van omstandigheden waardoor de drempel voor het informele netwerk om betrokken te raken én te blijven lager wordt. Zowel hulpgevers als hulpvragers blijken het liefst op een zo vanzelfsprekend mogelijke manier een relatie van geven en nemen aan te gaan. Vanuit dit perspectief is het van belang dat professionals zich gemakkelijk kunnen oriënteren op het sociale netwerk rondom de hulpbehoevende (Linders, 2009). Linders wijst in dit verband op het Buurtzorgconcept waarbij nabijheid en integraal werken sleutelwoorden vormen. Ook de presentiebenadering waarin sociale nabijheid centraal staat, sluit hierbij goed aan (Baart, 2011). Het aanvaarden van hulp is voor veel mensen lastig, juist personen met ernstige veelvoudige problemen tonen vaak weerstand (Linders, 2009). De wens tot het behouden van onafhankelijke speelt hierbij een rol. Het krachtgerichte empowermentparadigma biedt in dit kader aanknopingspunten (Van Regenmortel in Linders, 2009). Het werken vanuit mogelijkheden doet zowel recht aan de wens voor autonomie en zelfredzaamheid als het effectief scheppen van nieuwe oplossingen. Het mobiliseren van deze sociale veerkracht vergt een omslag in denken bij professionals (Hilhorst, 2011). 18

19 Er is een verschuiving te bemerken van zelf hulp bieden naar anderen instaat stellen om hulp te bieden. Door de cliënt en zijn omgeving te activeren zo is de verwachting, neemt de effectiviteit en hiermee de productiviteit van de interventies van de professional toe (Verhagen in Van Ewijk, 2010). De output van de geleverde ondersteuning verandert hiermee radicaal. Verhagen spreekt van een positief netto resultaat, zowel in economische als in intermenselijke zin (Verhagen in Van Ewijk, 2010). Linders (2009) wijst tevens op het belang van maatwerk. Professionals dienen te beschikken over creativiteit, tacit knowledge (stilzwijgende kennis) en discretionaire ruimte, ofwel de ruimte om naar eigen inzichten te handelen en beslissingen te nemen (Tonkens, 2008). Het uitgangspunt van de WMO van solidariteit tussen weerbare en kwetsbare burgers gaat, zo blijkt uit het onderzoek van Linders (2009), niet op. Er lijkt met name sprake van steun tussen kwetsbare burgers onderling. Het leggen of aanhalen van contacten waaruit steun kan worden geboden vindt gemakkelijker plaats als beide partijen in een vergelijkbare situatie verkeren (Linders, 2009). De angst voor of het risico op mantelval, waarbij de persoon die informele zorg biedt (mantelzorger) door de geboden hulp overbelast raakt, kan leiden tot terughoudendheid ten aanzien van het bieden van hulp (Timmermans, 2005). Ook Kwekkeboom (2010) stelt dat met name dat angst om alle zorg en verantwoordelijkheid op de eigen schouders te nemen voor terughoudendheid zorgt, de bereidheid is er zeker. Het ondersteunen van de mantelzorger, zodat deze niet omvalt, is dus van groot maatschappelijk belang. De rol van de professionals ligt, wil informele zorg tot daadwerkelijke kostenbesparing leiden, bij het aanvullen, stimuleren en ondersteunen van de mantelzorger (Linders, 2009). 2.8 Innovatieve praktijken Er zijn verschillende initiatieven te herkennen ter versterking van de kracht van het netwerk, ook binnen de Maatschappelijke Opvang en OGGZ. Eerder is al opgemerkt dat binnen Zienn gewerkt wordt met de krachtgerichte begeleidingsmethodiek Herstelwerk (Wolf, 2012). Limor (Landelijke Instelling voor Maatschappelijke Ondersteuning en Rehabilitatie) ondersteunt, middels Vangnetwerk, personen die dakloos dreigen te raken bij het herstellen en/of activeren van het sociale netwerk (Limor, zd.). De insteek hierbij is verergering van de problematiek en/of dakloosheid voorkomen. In Amsterdam wordt geëxperimenteerd met het organiseren van EKC s bij dreigende huisuitzettingen. Uit de eerste onderzoeken blijkt dat het mobiliseren van het netwerk rondom een persoon, die te horen heeft gekregen binnen afzienbare tijd zijn of haar huis uit te moeten, positieve resultaten oplevert (Schout & De Jong, 2010). Door de ontwikkeling van EKC s komt de geboden hulp niet meer op de schouders terecht van professionals of één centrale mantelzorger, maar kan deze verdeeld worden onder netwerkleden. Het gevoel deel uit te maken van een zorgnetwerk heeft een positieve invloed vanwege de mogelijkheid tot het afstemmen en delen van taken (Hilhorst, 2011). Een recente ontwikkeling, ter voorkoming van dakloosheid en verblijf in de nachtopvang, betreft Night- Stop, een effectieve Engelse aanpak waarbij zwerfjongeren tijdelijk worden opgevangen in gastgezinnen (Van Leeuwen, 2013). 19

20 In 2012 overnachten in Engeland in totaal jongeren bij gastgezinnen. Het gastgezin biedt een veilige plek zodat de jongere even op adem te komen. Ondertussen wordt onderzocht, of en zo ja met welke ondersteuning, de jongere veilig terug naar huis kan. Het onderzoek Combating Youth Homelessness wijst uit dat er in Nederland ook belangstelling is voor deze nieuwe aanpak (Van Leeuwen, 2013). Verschillende organisaties binnen de Maatschappelijke Opvang in Nederland proberen middels projectgroepen deze aanpak naar Nederland te halen (Van Bergen & Van der Meulen, 2013). Voor een aanpak als Night-Stop blijkt het onderdeel uit maken van een hulpketen een essentiële voorwaarde (Van Leeuwen, 2013). Deze constatering vormt ook in het licht van dit onderzoek mogelijk een waardevolle invalshoek. 2.9 Conclusie In deze conclusie worden de belangrijke bevindingen van de literatuurstudie per deelvraag beschreven. Deelvraag 1: Hoe ziet het krachtenveld van formele zorg versus informele zorg er anno 2014 uit? Met de intrede van de WMO en de huidige kanteling wordt een verschuiving beoogd van professionele zorg naar meer informele zorg. De maatschappij anno 2014 kan als overheersend individualistisch worden getypeerd. Ondanks deze individualisering is de onderlinge betrokkenheid van burgers nog steeds heel groot. Sociale netwerken worden beschouwd als belangrijke hulpbronnen die bijdragen aan het vermogen van personen om een zelfstandig leven te leiden. Sociaal kapitaal omvat in aanvulling op de relatie tevens geboden sociale steun, hulpmiddelen en bescherming. Deel vraag 2: Hoe ziet het sociaal kapitaal van personen die een beroep doen op de maatschappelijke opvang eruit? De doelgroep van de maatschappelijke opvang laat zich niet gemakkelijk typeren. De diversiteit is groot en de samenstelling is aan verandering onderhevig. In algemene zin gaat het om mensen met problemen op meerdere leefgebieden die niet in staat zijn deze problemen zelfstandig op te lossen. De hulp en ondersteuning vanuit de omgeving is dikwijls ontoereikend. Verstoringen in sociale relaties maakt vaak onderdeel uit van het proces van marginalisatie. Gebrekkige netwerken komen het vaakst voor onder groepen die ook in andere opzichten problemen ervaren. Deelvraag 3: Welke factoren spelen een rol bij de mogelijkheid voor opvang binnen hun informele netwerk? Het leggen of aanhalen van contacten waaruit steun kan worden geboden vindt gemakkelijker plaats als beide partijen in een vergelijkbare situatie verkeren. Naast persoonlijke relaties spelen ook materiële zaken een rol. Welke elementen dit bij opvang in het informele netwerk zijn, dient middels praktijkonderzoek nader te worden verkend. De duur van opvang lijkt een rol te spelen. De eerste opvang wordt indien mogelijk gezocht bij familie en vrienden, de mogelijkheden van opvang voor een langere periode zijn beperkt of onbekend. Van betrokken professionals vergt het mobiliseren van informele zorg een omslag in denken. Er is een verschuiving nodig van zelf hulp bieden naar anderen instaat stellen om hulp te bieden. 20

21 Deelvraag 4: Hoe kan informele zorg worden gefaciliteerd? Uit bestaand onderzoek kunnen verschillende lessen worden geleerd ten aanzien van het stimuleren van informele zorg. Het is van belang kritisch te zijn op regelingen die de veerkracht van sociale netwerken ondermijnen. Bij het versterken van het netwerk van personen kunnen zowel het nabije sociale netwerk als zwakke banden een rol spelen. Ten aanzien van het bieden van opvang heerst nog onduidelijkheid over de mogelijkheden van deze weak en strong ties. Het mobiliseren van het netwerk rondom een persoon die te kampt met huisuitzetting levert positief resultaat op. Professionals kunnen informele steun onder andere mobiliseren door oog te hebben voor vraag- en handelingsverlegenheid. Zich in de leefomgeving te begeven en integraal te werken. Te werken vanuit mogelijkheden, en recht te doen aan de wens voor autonomie en zelfredzaamheid. Hiernaast is het ondersteunen van de mantelzorger, door het bieden van de mogelijkheid tot afstemming en delen, van belang. Informele zorg deel uit laten maken van een hulpketen lijkt bij het voorkomen van dakloosheid een belangrijke voorwaarde Betekenis voor het praktijkonderzoek Het literatuuronderzoek heeft bijgedragen aan een eerste verkenning van de mogelijkheid voor opvang in het informele steunnetwerk. De beschikbare kennis vanuit de literatuur laat zien waar zich hiaten bevinden om de centrale onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden. In het praktijkonderzoek, dat in hoofdstuk 3 nader zal worden geïntroduceerd, wordt deze verkenning in de praktijk voortgezet. Hoewel er in toenemende mate informatie beschikbaar is omtrent informele zorg, is deze slechts deel toepasbaar op het bieden van opvang in het informele netwerk. Opvang omvat immers een ingrijpende vorm van steun, waarbij de leefwereld van de persoon die opvang behoeft en de persoon die opvang verschaft, sterk met elkaar verstrengeld raken. Het is onbekend in hoeverre deze ingrijpende vorm van informele zorg reeds door het sociale steunnetwerk wordt geboden. Het praktijkonderzoek richt zich op de volgende deelvragen: Hoe zijn de personen, die een beroep doen op de crisisopvangcentra van Zienn in Leek en Burgum, voorafgaand aan, en ten tijde van, de aanmelding gehuisvest? Welke hulp is voorafgaand aan aanmelding geboden aan de personen die een beroep doen op de crisisopvang van Zienn in Leek en Burgum? Welke factoren spelen een rol bij de (on) mogelijkheid voor opvang in het informele netwerk? Hoe wordt de mogelijkheid voor opvang in het informele netwerk, door deelnemers en verwijzers, gewaardeerd? Welke interventies zijn bevorderend voor opvang binnen het informele netwerk? Welke aanpassingen in bestaand beleid dragen bij aan het vergoten van de mogelijkheid voor opvang in het informele steunnetwerk? 21

Maatschappelijke opvang: trends en ontwikkelingen Verdiepingssessie Stedelijk Kompas Gemeente Eindhoven 31 maart 2015 Mathijs Tuynman

Maatschappelijke opvang: trends en ontwikkelingen Verdiepingssessie Stedelijk Kompas Gemeente Eindhoven 31 maart 2015 Mathijs Tuynman Improving Mental Health by Sharing Knowledge Maatschappelijke opvang: trends en ontwikkelingen Verdiepingssessie Stedelijk Kompas Gemeente Eindhoven 31 maart 2015 Mathijs Tuynman Deze presentatie Deze

Nadere informatie

Begeleid Wonen. www.st-neos.nl. Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld

Begeleid Wonen. www.st-neos.nl. Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld Begeleid Wonen www.st-neos.nl Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld De stichting Neos is een organisatie voor maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld. De organisatie richt zich

Nadere informatie

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013,

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013, KOERS 2014-2015 3 Het (zorg)landschap waarin wij opereren verandert ingrijpend. De kern hiervan is de Kanteling, wat inhoudt dat de eigen kracht van burgers over de hele breedte van de samenleving uitgangspunt

Nadere informatie

Zienn gaat verder. Jaarplan 2014

Zienn gaat verder. Jaarplan 2014 Zienn gaat verder Jaarplan 2014 Een verhaal heeft altijd meer kanten. Zeker de verhalen van de mensen voor wie Zienn er is. Wij kijken naar ál die kanten. Kijken verder. Vragen verder. Gaan verder. Zo

Nadere informatie

DE AANPAK VAN SOCIAAL ISOLEMENT. KNELPUNTEN EN DILEMMA S.

DE AANPAK VAN SOCIAAL ISOLEMENT. KNELPUNTEN EN DILEMMA S. DE AANPAK VAN SOCIAAL ISOLEMENT. KNELPUNTEN EN DILEMMA S. Presentatie DAK bijeenkomst 16 juni 2014 Dr. Marina Jonkers ONDERWERPEN Wat doet LESI? Aanpak sociaal isolement in gemeenten Beleidsurgentie en

Nadere informatie

Profiel van daklozen in de vier grote. steden. Omz, UMC St Radboud Nijmegen. IVO, Rotterdam. Jorien van der Laan Sandra Boersma Judith Wolf

Profiel van daklozen in de vier grote. steden. Omz, UMC St Radboud Nijmegen. IVO, Rotterdam. Jorien van der Laan Sandra Boersma Judith Wolf Profiel van daklozen in de vier grote Omz, UMC St Radboud Nijmegen steden Resultaten uit de eerste meting van de Cohortstudie naar daklozen in de vier grote steden (Coda-G4) IVO, Rotterdam Jorien van der

Nadere informatie

De krachtgerichte methodiek

De krachtgerichte methodiek Het Centrum Voor Dienstverlening is u graag van dienst met: De krachtgerichte methodiek Informatie voor samenwerkingspartners van het CVD Waar kunnen we u mee van dienst zijn? Centrum Voor Dienstverlening

Nadere informatie

Samen voor een sociale stad

Samen voor een sociale stad Samen voor een sociale stad 2015-2018 Samen werken we aan een sociaal en leefbaar Almere waar iedereen naar vermogen meedoet 2015 Visie VMCA 2015 1 Almere in beweging We staan in Almere voor de uitdaging

Nadere informatie

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Inhoud 1. Inleiding 2 De Wmo-werkplaats 2 Schets van de context 2 Ontwikkelde producten 3 2. Doel onderzoek

Nadere informatie

Ik sta er niet meer alleen voor!

Ik sta er niet meer alleen voor! Ik sta er niet meer alleen voor! Zelfredzaamheid en eigen kracht zijn centrale begrippen in onze participatiesamenleving. Eén gezin, één plan, één hulpverlener is al uitgangspunt van beleid. Daaraan wordt

Nadere informatie

VISIE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2012-2015 BOEKEL, LANDERD, SINT-OEDENRODE UDEN EN VEGHEL

VISIE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2012-2015 BOEKEL, LANDERD, SINT-OEDENRODE UDEN EN VEGHEL VISIE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2012-2015 BOEKEL, LANDERD, SINT-OEDENRODE UDEN EN VEGHEL Inhoudsopgave: Voorwoord... 1 1. Visie: door KANTELING in BALANS...2 1.1 De kern: Eigen kracht en medeverantwoordelijkheid

Nadere informatie

Bijlage 1. Afwegingskader ZRM Wonen en zorg

Bijlage 1. Afwegingskader ZRM Wonen en zorg Bijlage 1. Afwegingskader ZRM Wonen en zorg De zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) (Bron: GGD Amsterdam) bevat onder andere het domein huisvesting. Het afwegingskader in deze bijlage is afgeleid van deze zelfredzaamheidsmatrix.

Nadere informatie

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda 2012-2013 Inleiding M&S Breda bestaat uit acht organisaties die er voor willen zorgen dat de kwetsbare burger in Breda mee kan doen. De deelnemers in M&S Breda delen

Nadere informatie

Ambulant werken met kwetsbare mensen

Ambulant werken met kwetsbare mensen Ambulant werken met kwetsbare mensen UMC St Radboud Judith Wolf & Dorieke Wewerinke Van asiel & beschermen naar herstel & participeren Zelfstandig wonen Transmuraal wonen Nachtopvang Inloop Flexibele ondersteuning

Nadere informatie

COACH JE KIND. ouders worden zelfredzame opvoeders

COACH JE KIND. ouders worden zelfredzame opvoeders COACH JE KIND ouders worden zelfredzame opvoeders 1 Eigen Kracht Iedere ouder heeft wel eens vragen over het opvoeden en opgroeien van hun kinderen. De meeste ouders weten waar ze terecht kunnen, zowel

Nadere informatie

Strategische uitgangspunten 2014-2018. Moveoo beweegt

Strategische uitgangspunten 2014-2018. Moveoo beweegt Strategische uitgangspunten 2014-2018 Moveoo beweegt Deze strategische notitie beoogt het kader te schetsen waarbinnen Moveoo haar hieronder kort samengevatte werkwijze, visie en doelstellingen in de periode

Nadere informatie

1. Inleiding. 2. Doelen en uitgangpunten van het gemeentebestuur

1. Inleiding. 2. Doelen en uitgangpunten van het gemeentebestuur Programma van Eisen volgens TRILL voor Stichting Maatschappelijke Opvang (SMO) ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Maatschappelijk aanbesteden

Maatschappelijk aanbesteden Maatschappelijk aanbesteden in vogelvlucht Mark Waaijenberg B&A Groep Maatschappelijk aanbesteden IN PERSPECTIEF 2 Samenleving Terugtreden is vooruitzien Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling Verstikkende

Nadere informatie

De gemeenteraad aan zet Wat wilt u weten over de jongeren met een beperking in uw regio?

De gemeenteraad aan zet Wat wilt u weten over de jongeren met een beperking in uw regio? De gemeenteraad aan zet Wat wilt u weten over de jongeren met een beperking in uw regio? Transities sociale domein Gemeenten staan zoals bekend aan de vooravond van drie grote transities: de decentralisatie

Nadere informatie

Geachte lezer, Anne-Corine Schaaps directeur

Geachte lezer, Anne-Corine Schaaps directeur Geachte lezer, Fijn dat u even tijd neemt om kortweg kennis te maken met het beleid van stichting Welcom. Door het beleid voor de komende vier jaren te omschrijven, laat Welcom zien wat ze in de samenleving

Nadere informatie

Dit seminar zal ons, de vandaag hier aanwezige sectoren, leiden in het exploreren van de inmiddels wereldwijd bekende Eigen Kracht.

Dit seminar zal ons, de vandaag hier aanwezige sectoren, leiden in het exploreren van de inmiddels wereldwijd bekende Eigen Kracht. Speech ter gelegenheid van Seminar Eigen Kracht / Forsa Propio 3 september 2015 Integrale aanpak vanuit een heldere visie Dit seminar gaat over Eigen Kracht. Welke associaties roept Eigen Kracht eigenlijk

Nadere informatie

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte De ontwikkeling van de ehealth-koffer Naam : Seline Kok en Marijke Kuipers School : Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Opleiding : HBO-Verpleegkunde voltijd

Nadere informatie

Onderzoeksvoorstel wijkzorgteam gemeente Oldambt. WMO-werkplaats door Ronald Schurer

Onderzoeksvoorstel wijkzorgteam gemeente Oldambt. WMO-werkplaats door Ronald Schurer Onderzoeksvoorstel wijkzorgteam gemeente Oldambt WMO-werkplaats door Ronald Schurer Inleiding WMO-werkplaats Noord De WMO-werkplaats Noord wil samen met gemeenten en betrokken instellingen een aantal innovatieve

Nadere informatie

Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015

Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015 Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015 Datum: maart 2015 Afdeling: Samenlevingszaken In- en aanleiding Voor u ligt de startnotitie voor de aankomende beleidsnota van de gemeente

Nadere informatie

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

SAMENVATTING EN CONCLUSIES SAMENVATTING EN CONCLUSIES Aanleiding en vraagstelling De aanleiding van dit onderzoek is de doelstelling van het ministerie van Veiligheid en Justitie om het aantal vrijwilligers bij de Nationale Politie

Nadere informatie

Bij deze bieden wij u de resultaten aan van het onderzoek naar de eerste effecten van de decentralisaties in de gemeente Barneveld.

Bij deze bieden wij u de resultaten aan van het onderzoek naar de eerste effecten van de decentralisaties in de gemeente Barneveld. rriercoj Gemeenteraad Barneveld Postbus 63 3770 AB BARNEVELD Barneveld, 27 augustus 2015 f Ons kenmerk: Ö^OOJcfc Behandelend ambtenaar: I.M.T. Spoor Doorkiesnummer: 0342-495 830 Uw brief van: Bijlage(n):

Nadere informatie

postbusŵgemëeñfeňoořdëľnveldľnl- uèťheenïe NOORDENVELD

postbusŵgemëeñfeňoořdëľnveldľnl- uèťheenïe NOORDENVELD G E M E E N T E R15.00047 III N O O R D E N V E L D B E Z O E K A D R E S t Raadhuisstraat 1 9301 AA Roden P O S T A D R E S Ť Postbus 109 9300 AC Roden î W E B S I T E / E - M A I L t www.gemeentenoordenveld.nl

Nadere informatie

Achtergrond. Visie op arbeidsverzuim

Achtergrond. Visie op arbeidsverzuim Deze visienota richt zich specifiek op preventie van arbeidsverzuim. Deze visie is door te vertalen naar terugkeer vanuit arbeidsverzuim en op instroom, doorstroom en uitstroom vraagstukken. Deze doorvertaling

Nadere informatie

Het advies van de ASD.

Het advies van de ASD. Het advies van de ASD. Ongevraagd advies De ASD heeft in de afgelopen maanden met meerdere partijen gesproken over de opvang van daklozen. Dit naar aanleiding van een wijziging in de opvang van daklozen.

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

VISIE OP DAGBESTEDING EN WERK DICHTERBIJ

VISIE OP DAGBESTEDING EN WERK DICHTERBIJ VISIE OP DAGBESTEDING EN WERK DICHTERBIJ Visie Dichterbij: Dichterbij schept voorwaarden waardoor mensen met een verstandelijke beperking: - leven in een eigen netwerk temidden van anderen - een eigen

Nadere informatie

Instructie cliëntprofielen

Instructie cliëntprofielen Bijlage 4 Instructie cliëntprofielen Dit document beschrijft: 1. Inleiding cliëntprofielen 2. Proces ontwikkeling cliëntprofielen 3. Definitie cliëntprofielen 4. De cliëntprofielen op hoofdlijnen 5. De

Nadere informatie

Balanceren tussen hoop en wanhoop

Balanceren tussen hoop en wanhoop i n e vo or h a m Balanceren tussen hoop en wanhoop vo or a f In deze bijdrage staat het Leger des Heils centraal. Het Leger des Heils doet veel voor mensen, die te kampen hebben met chronische verslaving

Nadere informatie

Mantelzorg in zicht: het belang van assessment en advies op maat. Benedicte De Koker, HoGent

Mantelzorg in zicht: het belang van assessment en advies op maat. Benedicte De Koker, HoGent Mantelzorg in zicht: het belang van assessment en advies op maat Benedicte De Koker, HoGent Positie van mantelzorgers Zorgverlener en / of hulpvrager? Bron: Feith, 2011 Positie van mantelzorgers Hulpverleners

Nadere informatie

Doel. Inleiding. De mantelzorger als samenwerkingspartner MANTELZORGBELEID VIERSTROOM

Doel. Inleiding. De mantelzorger als samenwerkingspartner MANTELZORGBELEID VIERSTROOM MANTELZORGBELEID VIERSTROOM Doel Het doel van deze tekst is een kader beschrijven waarbinnen doelstellingen en randvoorwaarden zijn vastgelegd die de samenwerking met mantelzorgers en ondersteuning van

Nadere informatie

NAASTENPARTICIPATIEBELEID ISZ De Brug

NAASTENPARTICIPATIEBELEID ISZ De Brug NAASTENPARTICIPATIEBELEID ISZ De Brug Dit beleid is in eerste instantie opgesteld voor intramurale cliënten van ISZ De Brug. De vertaalslag naar extramurale cliënten moet nog worden gemaakt. Inleiding

Nadere informatie

Het model. Teamwerk. Critical Time Intervention Ontwikkelingen ontwikkelen. Critical Time Intervention Maak de verbinding met de zorg en de sameneving

Het model. Teamwerk. Critical Time Intervention Ontwikkelingen ontwikkelen. Critical Time Intervention Maak de verbinding met de zorg en de sameneving Critical Time Intervention Ontwikkelingen ontwikkelen Bert van Hemert Teamwerk Columbia University Elie Valencia Dan Herman Helga Saez Sally Connover Ezra Susser Parnassia Bavo Groep Diede Schols Wijbrand

Nadere informatie

Mezzo memo. Betreft : Het keukentafelgesprek, visie en uitgangspunten Van : Mezzo Bijlage 1 : Het keukentafelgesprek in de praktijk

Mezzo memo. Betreft : Het keukentafelgesprek, visie en uitgangspunten Van : Mezzo Bijlage 1 : Het keukentafelgesprek in de praktijk Mezzo memo Betreft : Het keukentafelgesprek, visie en uitgangspunten Van : Mezzo Bijlage 1 : Het keukentafelgesprek in de praktijk Inleiding Gemeenten krijgen een steeds grotere taak in de ondersteuning

Nadere informatie

Huisvesting Cliënt heeft eigen adres maakt geen gebruik van een adres via Maaszicht.

Huisvesting Cliënt heeft eigen adres maakt geen gebruik van een adres via Maaszicht. Aanbod Maaszicht Toelichting per product: Opsporing en toeleiding Maaszicht krijgt regelmatig aanmeldingen van en voor jongeren voor wie niet direct duidelijk is voor welke zorg zij nodig hebben. Dit kan

Nadere informatie

Rapport. Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren

Rapport. Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren Rapport Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren Woerden, juli 2014 Inhoudsopgave I. Omvang en samenstelling groep respondenten p. 3 II. Wat verstaan senioren onder eigen regie en zelfredzaamheid?

Nadere informatie

Theorie & Praktijk Sociale wijkteams

Theorie & Praktijk Sociale wijkteams Wmo-werkplaats Zwolle startevenement Theorie & Praktijk Sociale wijkteams 2 april 2014 Opbouw Rondje voorstellen Theorie Sociale wijkteams (Eelke) Theorie Sociale wijkteams (Albert) Praktijk Sociale wijkteams

Nadere informatie

januari 2015 - L.M. Sluys Tympaan Instituut Sociale wijkteams Krimpenerwaard - Tympaan Instituut - info@tympaan.nl

januari 2015 - L.M. Sluys Tympaan Instituut Sociale wijkteams Krimpenerwaard - Tympaan Instituut - info@tympaan.nl januari 2015 - L.M. Sluys Tympaan Instituut I Inhoud blz 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1 1.2 Vraagstelling 1 1.3 Aanpak en leeswijzer 1 2 Doelen 2.1 Doelen van beleid 3 2.2 Doelen van sociale wijkteams Krimpenerwaard

Nadere informatie

Schuldhulpverlening gemeente Gouda Nota van Conclusies en Aanbevelingen

Schuldhulpverlening gemeente Gouda Nota van Conclusies en Aanbevelingen Schuldhulpverlening gemeente Gouda Nota van Conclusies en Aanbevelingen Rekenkamer Gouda - CONCEPT EN VERTROUWELIJK - Versie d.d. 12 mei 2012 Inhoudsopgave 1. Onderzoekskader schuldhulpverlening in Gouda

Nadere informatie

redenen om voor Sociaal Werkers te kiezen.

redenen om voor Sociaal Werkers te kiezen. 10 redenen om voor te kiezen. ociaal Werkers hebben een uiterst belangrijke rol in de participatiesamenleving. De effecten van het werk van deze professionals zijn niet voor iedereen even zichtbaar. Wel

Nadere informatie

Stichting VraagWijzer Nederland. Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein

Stichting VraagWijzer Nederland. Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein Stichting VraagWijzer Nederland Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein Per 1 januari 2015 hebben de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo 2015 hun intrede gedaan. De invoering van deze

Nadere informatie

Participatiewiel: een andere manier van kijken

Participatiewiel: een andere manier van kijken Participatiewiel: een andere manier van kijken Ideeën voor gebruik door activeerders en hun cliënten Participatiewiel: samenhang in beeld WWB Schuldhulpverlening Wajong / WIA / WW / WIJ AWBZ en zorgverzekeringswet

Nadere informatie

Zelfstandigheidstraining. voor Jongeren. www.st-neos.nl. Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld

Zelfstandigheidstraining. voor Jongeren. www.st-neos.nl. Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld Zelfstandigheidstraining voor Jongeren www.st-neos.nl Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld Stichting Neos is een HKZ-gecertificeerde organisatie voor maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk

Nadere informatie

Opleidingsprogramma DoenDenken

Opleidingsprogramma DoenDenken 15-10-2015 Opleidingsprogramma DoenDenken Inleiding Het opleidingsprogramma DoenDenken is gericht op medewerkers die leren en innoveren in hun organisatie belangrijk vinden en zich daar zelf actief voor

Nadere informatie

Aanpak: Interventieteam Gezinnen. Beschrijving

Aanpak: Interventieteam Gezinnen. Beschrijving Aanpak: Interventieteam Gezinnen De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: Fier

Nadere informatie

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Het KTO is een wettelijke verplichting wat betreft de verantwoording naar de Gemeenteraad

Nadere informatie

Welzijn en zorg voor ouderen in Rotterdam. Prof.dr. Anna Nieboer

Welzijn en zorg voor ouderen in Rotterdam. Prof.dr. Anna Nieboer Welzijn en zorg voor ouderen in Rotterdam Prof.dr. Anna Nieboer Presentatie Toelichting Even Buurten Integrale wijkaanpak in Rotterdam Gericht op de ondersteuning van zelfstandigwonende ouderen Onderdeel

Nadere informatie

Het Signalerend. Toegankelijke. Activerende. Netwerk

Het Signalerend. Toegankelijke. Activerende. Netwerk Stean foar Stipe Visie op cliëntondersteuning zorg, welzijn en aangepast wonen Het Signalerend ignalerende Toegankelijke Effectieve Activerende Netwerk (dat stiet as in hûs!) Inleiding Sinds januari 2007

Nadere informatie

Zelfredzaamheid, eigen kracht en de rol van kerken: Kansen & grenzen Verslag bijeenkomst maandag 16 november 2015

Zelfredzaamheid, eigen kracht en de rol van kerken: Kansen & grenzen Verslag bijeenkomst maandag 16 november 2015 Who Cares! Zelfredzaamheid, eigen kracht en de rol van kerken: Kansen & grenzen Verslag bijeenkomst maandag 16 november 2015 Op deze bijeenkomst gingen we in gesprek over de kansen en de grenzen ten aanzien

Nadere informatie

Opmerkingen en onderzoeksuggesties vanuit de discussiegroepen symposium 16/10/2013 nav de tabellen over huisuitzettingen

Opmerkingen en onderzoeksuggesties vanuit de discussiegroepen symposium 16/10/2013 nav de tabellen over huisuitzettingen Bijlage 2 Opmerkingen en onderzoeksuggesties vanuit de discussiegroepen symposium 16/10/2013 nav de tabellen over huisuitzettingen 1. Wat is het aandeel feitelijke huisuitzettingen? 0,8% 0,7% 0,6% 0,5%

Nadere informatie

Betreft: Reactie van de Haagse Maatschap op Landelijke bezuinigingen kinderopvang (RIS 181086)

Betreft: Reactie van de Haagse Maatschap op Landelijke bezuinigingen kinderopvang (RIS 181086) College van B&W en Raadsleden Den Haag T.a.v. Griffie Postbus 19157 2500 CD Den Haag Betreft: Reactie van de Haagse Maatschap op Landelijke bezuinigingen kinderopvang (RIS 181086) Geacht College en Raadsleden,

Nadere informatie

Bijlage bij het vlugschrift Daklozenmonitor Groningen 2003-2013

Bijlage bij het vlugschrift Daklozenmonitor Groningen 2003-2013 B A S I S V O O R B E L E I D Bijlage bij het vlugschrift Daklozenmonitor Groningen 2003203 Verzorgingsgebied van de centrumgemeente Groningen Onderzoek en Statistiek Groningen heeft als kernactiviteiten

Nadere informatie

Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen. Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord. 8 mei 2013

Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen. Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord. 8 mei 2013 Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen 8 mei 2013 Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord Eind april presenteerde staatssecretaris Van Rijn zijn plannen voor hervorming van de langdurige zorg. Daarbij

Nadere informatie

Gezond meedoen in Sittard-Geleen. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014

Gezond meedoen in Sittard-Geleen. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014 Gezond meedoen in Sittard-Geleen Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Dit is de samenvatting van het lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Een nieuwe kijk

Nadere informatie

Het White Box model:

Het White Box model: Het White Box model: Een krachtige veranderstrategie die mensen in beweging brengt. Visie, aanpak en trainingsadvies Een waardevol gespreksmodel voor consulenten in het sociaal domein om eigen initiatief

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

eflectietool Reflectietool Reflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen

eflectietool Reflectietool Reflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen eflectietool Reflectietool eflectietool Reflectietool eflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen Redactie: Marieke Haitsma en Corrie van Dam Eindredactie: afdeling communicatie

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 Definitieve versie 30-10-2014 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 De raad van de gemeente Montferland; Gelezen het

Nadere informatie

Geachte Dames en Heren, geachte Mevrouw van Leeuwen,

Geachte Dames en Heren, geachte Mevrouw van Leeuwen, Geachte Dames en Heren, geachte Mevrouw van Leeuwen, Met grote interesse heb ik uw lezing gevolgd. Ik realiseer mij terdege dat wij vanuit de Koepel van WMO raden u haast een onmogelijk vraag hebben gesteld,

Nadere informatie

Beste HRM Dienstverlener voor de Overheid

Beste HRM Dienstverlener voor de Overheid Sociale Zaken Creëren van Participeren Het kabinet wil de Participatiewet per 1 januari 2014 in werking laten treden. Er wordt nog gedebatteerd over onderdelen van de wet. Echter, de kern staat vast. Het

Nadere informatie

Wmo subsidiekader 2014. 1. Inleiding. Bijlage: Wmo subsidiekader 2014. Visie op maatschappelijke dienstverlening, outcome en indicatoren

Wmo subsidiekader 2014. 1. Inleiding. Bijlage: Wmo subsidiekader 2014. Visie op maatschappelijke dienstverlening, outcome en indicatoren Bijlage: Wmo subsidiekader 2014 Wmo subsidiekader 2014 Visie op maatschappelijke dienstverlening, outcome en indicatoren 1. Inleiding In onderstaande vindt u het Wmo subsidiekader 2014, op basis waarvan

Nadere informatie

Mantelzorg, waar ligt de grens?

Mantelzorg, waar ligt de grens? Mantelzorg, waar ligt de grens? CDA Talentacademie 2014-2015 Anita Relou Wat is volgens het christendemocratisch gedachtengoed de grens van mantelzorg. Inleiding 2015. Een jaar met veel veranderingen in

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

Adviesraad Wet maatschappelijke ondersteuning Postbus 9033 7300 ES Apeldoorn

Adviesraad Wet maatschappelijke ondersteuning Postbus 9033 7300 ES Apeldoorn Voorzitter: J.H.J. Schreuder T: 055 3601357 E: j.schreuder76@upcmail.nl Adviesraad Wet maatschappelijke ondersteuning Ambtelijk secretariaat Postbus 9033 7300 ES Apeldoorn Aan: College van B&W van de gemeente

Nadere informatie

Werkplan 2014. Adviesraad Sociaal Domein Lopik

Werkplan 2014. Adviesraad Sociaal Domein Lopik Werkplan 2014 Adviesraad Sociaal Domein Lopik 18 februari 2014 Ter introductie De Adviesraad Sociaal Domein Lopik (ASDL) bestaat uit inwoners van Lopik die een actieve verhouding hebben met het sociale

Nadere informatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Voorlopige resultaten van het onderzoek naar de perceptie van medewerkers in sociale (wijk)teams bij gemeenten - Yvonne Zuidgeest

Nadere informatie

Welzijn & Zorgstructuren. 6 december 2010, Juanita van der Hoek Uden

Welzijn & Zorgstructuren. 6 december 2010, Juanita van der Hoek Uden Welzijn & Zorgstructuren 6 december 2010, Juanita van der Hoek Uden Project: Welzijn & Zorgstructuren Bestuurlijkopdrachtgever: Sultan Günal Opdrachtnemer Opdrachtgever Juanita van Hoek Regionale samenwerking

Nadere informatie

Angst voor afhankelijkheid Over wederkerigheid en (on)afhankelijkheid in relaties tussen burgers

Angst voor afhankelijkheid Over wederkerigheid en (on)afhankelijkheid in relaties tussen burgers Angst voor afhankelijkheid Over wederkerigheid en (on)afhankelijkheid in relaties tussen burgers L.linders@fontys.nl Lilian Linders Fontys Hogeschool Sociale Studies 06 50242166 Masterclass Humanitas Academie

Nadere informatie

Mijn naam is Popko Hooiveld. Ik werk als leidinggevende bij de Stichting Welzijn en Dienstverlening.

Mijn naam is Popko Hooiveld. Ik werk als leidinggevende bij de Stichting Welzijn en Dienstverlening. Ouderenzorg - zorgen voor later? Beste mensen, Mijn naam is Popko Hooiveld. Ik werk als leidinggevende bij de Stichting Welzijn en Dienstverlening. Heel kort iets over de stichting. De Stichting Welzijn

Nadere informatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie DEEL ARMOEDEBESTRIJDING Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie Actie 1 : Het OCMW zorgt er, zelfstandig of

Nadere informatie

Inclusie van mensen met een verstandelijke beperking: Reële mogelijkheden zelfbepaling en participatie. Petri Embregts

Inclusie van mensen met een verstandelijke beperking: Reële mogelijkheden zelfbepaling en participatie. Petri Embregts Inclusie van mensen met een verstandelijke beperking: Reële mogelijkheden zelfbepaling en participatie Petri Embregts Participatie Geplande ratificatie VN verdrag voor rechten van mensen met beperking

Nadere informatie

WNS proof samenwerken in de Geitenkamp

WNS proof samenwerken in de Geitenkamp WNS proof samenwerken in de Geitenkamp 09.00 Inloop 09.15 Start/kennismaking 09.45 Aanleiding WNS en MA 09.55 Samenwerking binnen WNS 10.05 Analyse (oefening 1) 11.00 Pauze 12.00 Diagnose (oefening 2)

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 Wetstechnische informatie 1. Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Officiële naam regeling Verordening tegenprestatie participatiewet

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders geeft in zijn reactie aan de conclusies van de rekenkamer te herkennen.

Het college van burgemeester en wethouders geeft in zijn reactie aan de conclusies van de rekenkamer te herkennen. tekst raadsvoorstel Inleiding Vanaf januari 2015 (met de invoering van de nieuwe jeugdwet) worden de gemeenten verantwoordelijk voor alle ondersteuning, hulp en zorg aan kinderen, jongeren en opvoeders.

Nadere informatie

Maatwerk gewenst in de ondersteuning? Soort beperking van belang

Maatwerk gewenst in de ondersteuning? Soort beperking van belang Maatwerk gewenst in de ondersteuning? Soort beperking van belang Door: Dorrit Verkade en Annelies de Jong van Onderzoekcentrum Drechtsteden (OCD) Waarom deze factsheet? Er vinden belangrijke veranderingen

Nadere informatie

Wiens verantwoordelijkheid is het eigenlijk. Mythen en feiten rond de informele steunstructuren

Wiens verantwoordelijkheid is het eigenlijk. Mythen en feiten rond de informele steunstructuren Wiens verantwoordelijkheid is het eigenlijk Mythen en feiten rond de informele steunstructuren Tot slot: Meer doelmatigheid van het professionele aanbod valt te verkrijgen door het kritisch doorlichten

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Jaargang 2 nummer 1 16 dec 2010

Jaargang 2 nummer 1 16 dec 2010 Jaargang 2 nummer 1 16 dec 2010 Inhoudsopgave: Inleiding Minisymposium LVG en Verslaving De belangrijkste problemen volgens hulpverleners De ervaringen van cliënten De ervaringen van verwanten Vervolgstappen

Nadere informatie

De huisarts aan het. Kunnen ouderen langer thuis blijven wonen en kan de mantelzorg dit aan?

De huisarts aan het. Kunnen ouderen langer thuis blijven wonen en kan de mantelzorg dit aan? SP Onderzoek De huisarts aan het woord deel 3 Kunnen ouderen langer thuis blijven wonen en kan de mantelzorg dit aan? Renske Leijten, SP-Kamerlid Volksgezondheid, Welzijn en Sport Ineke Palm, Wetenschappelijk

Nadere informatie

Onderzoeksleerlijn Commerciële Economie. Naar een integrale leerlijn onderzoek Tom Fischer

Onderzoeksleerlijn Commerciële Economie. Naar een integrale leerlijn onderzoek Tom Fischer Onderzoeksleerlijn Commerciële Economie Naar een integrale leerlijn onderzoek Tom Fischer Onderzoek binnen de opleiding CE Aandacht door de tijd heen heel verschillend Van een paar credits voor de hele

Nadere informatie

Eigen regie in de palliatieve fase

Eigen regie in de palliatieve fase Verwante begrippen Eigen regie in de palliatieve fase zelfmanagement Hanke Timmermans Opdracht film ZM Er volgt zo meteen een korte film van ca. 6 minuten, waarin zes mensen met een chronische ziekte aan

Nadere informatie

Projectplan Informele Zorg

Projectplan Informele Zorg Projectplan Informele Zorg Naam van het project Informele Zorg Opdrachtgever Bestuurlijk opdrachtgever: College van B&W Ambtelijk opdrachtgever: Klara Slijkhuis Primaat houdende afdeling Afdeling Samenleving

Nadere informatie

Dak- en thuislozenmonitor Fryslân 2006-2009

Dak- en thuislozenmonitor Fryslân 2006-2009 BASIS VOOR BELEID Dakloos in Fryslân Dak en thuislozenmonitor Fryslân 20062009 Dak en thuislozenmonitor Fryslân 20062009 Verzorgingsgebied van de centrumgemeente Leeuwarden Frans Oldersma Met medewerking

Nadere informatie

Notitie scheiden van wonen en zorg Kenmerk 13s043

Notitie scheiden van wonen en zorg Kenmerk 13s043 Notitie scheiden van wonen en zorg Kenmerk 13s043 Inleiding De overheid heeft besloten over te gaan het scheiden van de financiering van wonen en zorg. De overheid heeft ook besloten tot hervormingen van

Nadere informatie

Aanvullende notitie op het Beleidsplan schuldhulpverlening gemeente Menterwolde

Aanvullende notitie op het Beleidsplan schuldhulpverlening gemeente Menterwolde Aanvullende notitie op het Beleidsplan schuldhulpverlening gemeente Menterwolde Inleiding Met de invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening zijn de minnelijke schuldsanering en de wettelijke

Nadere informatie

Visie Jongerenwerk Leidschendam-Voorburg

Visie Jongerenwerk Leidschendam-Voorburg Visie Jongerenwerk Leidschendam-Voorburg Juni 2014 Waarom een visie? Al sinds het bestaan van het vak jongerenwerk is er onduidelijkheid over wat jongerenwerk precies inhoudt. Hierover is doorgaans geen

Nadere informatie

Dakloos in Groningen

Dakloos in Groningen Dakloos in Groningen Daklozenmonitor Groningen 20032010 Daklozenmonitor Groningen 20032010 Verzorgingsgebied van de centrumgemeente Groningen Frans Oldersma Met medewerking van Marcel Daalman Willem Hartholt

Nadere informatie

Wegwijzer naar ondersteuning Wmo voor mensen met psychische problemen/aandoeningen

Wegwijzer naar ondersteuning Wmo voor mensen met psychische problemen/aandoeningen Wegwijzer naar ondersteuning Wmo voor mensen met psychische problemen/aandoeningen Studiedag, 15 september 2015 Sophie van der Spek, AEF Chrisje Couwenbergh, Phrenos In deze workshop nemen we jullie mee

Nadere informatie

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving Aanpak: Bijzondere Zorg Team Namens de gemeente Deventer hebben drie netwerkpartners de vragenlijst gezamenlijk ingevuld. Dit zijn Dimence GGZ, Tactus verslavingszorg, en Iriszorg maatschappelijke opvang.

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Wij vinden dit, gelet op het coalitieakkoord waarin staat vermeld dat er geen mensen buiten de boot zullen vallen, onverteerbaar.

gemeente Eindhoven Wij vinden dit, gelet op het coalitieakkoord waarin staat vermeld dat er geen mensen buiten de boot zullen vallen, onverteerbaar. gemeente Eindhoven Inboeknummer 14bst00037 Beslisdatum B&W 7 januari 2014 Dossiernummer 14.02.103 (12) Raadsvragen van het raadslid dhr. A. Rennenberg (OAE) over dakloze gezinnen en kinderen die zonder

Nadere informatie

Vrijwilligers in de zorg voor en ondersteuning van ouderen in de nieuwe Wmo. Mieke Biemond

Vrijwilligers in de zorg voor en ondersteuning van ouderen in de nieuwe Wmo. Mieke Biemond Vrijwilligers in de zorg voor en ondersteuning van ouderen in de nieuwe Wmo Mieke Biemond Inhoud presentatie Kern- en knelpunten van de nieuwe Wmo Vrijwilligers in Nederland Toekomstagenda Informele zorg

Nadere informatie

Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015

Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015 De raad van de gemeente Boxtel, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 november 2014, gelet op artikelen 8a, eerste lid, onderdeel b en 9 eerste lid onderdeel c van

Nadere informatie