Kieswijzer Toetsen taalniveau pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kieswijzer Toetsen taalniveau pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen"

Transcriptie

1 Kieswijzer Toetsen taalniveau pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen

2 Kieswijzer Toetsen taalniveau pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen In opdracht van: Ministerie van OCW, directie Primair Onderwijs Mei 2012 IJsbrand Jepma en Olga Abell Utrecht, Sardes

3 Inhoudsopgave Managementsamenvatting 2 1. De gemeente en de keuze voor een taaltoets 5 2. Kieswijzer 8 3. Vijf stappen 9 Stap 1: aansluiten bij mogelijkheden en behoeften van voorschoolse instellingen en hun medewerkers 9 Stap 2: nagaan van de functie van de taaltoets 12 Stap 3: kijken naar de taaltoets zelf 13 Stap 4: bepalen van de kosten 20 Stap 5: de balans opmaken 20 Bijlage 1: Verantwoording van de Kieswijzer 22 Bijlage 2: Uitleg bij taalniveau 2F en 3F 23 Bijlage 3: Beschrijving van de taaltoetsen 26 1

4 Managementsamenvatting Bestuurlijke afspraken over het verhogen van het taalniveau van pedagogisch medewerkers in de voorschoolse sector De G37 heeft bestuurlijke afspraken gemaakt met het Rijk om het taalniveau van pedagogisch medewerkers bij spreken, lezen en schrijven na te gaan en waar nodig te verhogen. Het is zowel in het belang van het kind als van de pedagogisch medewerker zelf om serieus werk te maken van het eigen taalniveau. Pedagogisch medewerkers die taalvaardig zijn, zijn beter in staan om (doelgroep)kinderen te ondersteunen in hun taalontwikkeling. Bovendien zorgt een voldoende eigen taalniveau voor meer werkplezier en arbeidsperspectief. Afgesproken is dat in 2015 gemiddeld 90 procent van de pedagogisch medewerkers in de VVE-sector in de G37 voor mondelinge en leesvaardigheden moet voldoen aan niveau 3F. Schriftelijke vaardigheden mogen worden beheerst op niveau 2F. 3F en 2F staan respectievelijk voor Fundamentele kwaliteit op niveau 3 en niveau 2 en zijn onderdeel van een schaal die loopt van 1 t/m 4. Deze indeling is ontleend aan de Referentieniveaus taal van Meijerink. Toetsen van het taalniveau Een eerste stap bij het verhogen van het taalniveau van pedagogisch medewerkers is het toetsen van het taalniveau. Daarvoor bestaan verschillende taaltoetsen. Deze Kieswijzer Toetsen taalniveau pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen wil gemeenten helpen bij hun keuze voor een taaltoets, in overleg met het lokale voorschoolse veld. Met een taaltoets wordt nagegaan hoe het staat met het eigen taalniveau van de pedagogisch medewerkers. Op basis hiervan wordt bepaald hoe de scholing op taal inhoud en vorm kan worden gegeven. Wie komen er in aanmerking voor scholing? Op welke taaldomeinen moet er worden bijgeschoold? Hoe intensief moet die scholing zijn? Vijf stappen om een gefundeerde keuze te maken voor een taaltoets Om tot een beredeneerde keuze voor een taaltoets te komen, wordt voorgesteld om vijf stappen te doorlopen. Het spreekt voor zich dat de gemeente hierbij de regierol neemt. In stap 1 voert de gemeente overleg met het voorschoolse veld om tot afstemming in mogelijkheden en behoeften te komen. Het is aanbevelenswaardig om tot een gemeentebrede aanpak te komen voor het realiseren van de nieuwe taalnorm. De aanpak wordt ook besproken en afgestemd met het veld van de opleidingen (ROC s) omdat zij een belangrijke rol hebben bij de toetsing en scholing van aankomend personeel en mogelijk ook bij zittend personeel. In stap 2 wordt bekeken op welke manier en met welk doel de taaltoets zal worden ingezet. De taaltoets is vooral bedoeld als kwalificatie-instrument (beschikken de pedagogisch medewerkers over het afgesproken taalniveau bij spreken, lezen en schrijven?), maar kan ook andere functies meekrijgen: selectie van de pedagogisch medewerkers die in aanmerking komen voor scholing, diagnose van het taalniveau van individuele medewerkers, verantwoording afleggen aan toezichthoudende instanties en evaluatie van de kwaliteit van de scholing. In stap 3 wordt gekeken naar de taaltoetsen zelf. De taaltoetsen zijn beschreven op grond van 15 kenmerken die gegroepeerd kunnen worden in a) algemene, b) inhoudelijke, c) meettechnische, d) procedurele en e) financiële kenmerken. Stap 4 gaat dieper in op de kosten die gepaard gaan met het afnemen van de taaltoets. Er worden een paar rekenvoorbeelden gegeven die inzicht geven in de kosten van het afnemen 2

5 van de taaltoets. De conclusie is dat de kosten van het afnemen van de taaltoets betrekkelijk klein zijn en daardoor niet doorslaggevend mogen zijn bij de definitieve keuze. In stap 5, de laatste stap in het keuzeproces, wordt de balans opgemaakt. De taaltoetsen zijn vergeleken op een zestal kenmerken, dat we meer dan andere kenmerken belangrijk vinden. Dit zijn domein (welke domeinen van taal worden getoetst?), beroepspecificiteit (in hoeverre is de toets toegesneden op het werk in de voorschoolse sector?), niveau (welk niveau of welke niveaus meet de toets?), betrouwbaarheid en validering (wat is de meettechnische kwaliteit van de toets?), toetsprocedure (op welke manier wordt de toets afgenomen?) en rapportage (op welke wijze wordt over de uitslag van de taaltoets gerapporteerd?). Er zijn meer of minder sterren toegekend aan de kenmerken, al naar gelang de kwaliteit van het kenmerk. De laagste waardering bestaat uit één ster en de hoogste waardering uit vier sterren (loopt van onvoldoende ontwikkeld t/m goed ontwikkeld ). In tabel S.1 staat een samenvattend overzicht. Uiteindelijk komen we in deze Kieswijzer Toetsen taalniveau pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen tot de conclusie dat de toetsen van twee aanbieders er met kop en schouders boven uitsteken. Dat zijn de taaltoetsen die ontwikkeld zijn door de UvA en Mister Dutch. Deze taaltoetsen zijn speciaal ontwikkeld voor het toetsen van het taalniveau van de pedagogisch medewerkers in de VVE-sector. 3

6 Tabel S.1: Kenmerken van taaltoetsen en hun waardering in sterren Insight Taaltoets (AMN Systems) TOA leesvaardigheden (Bureau ICE) TOA spreekvaardigheden (Bureau ICE) Staatsexamen NT2 (Bureau ICE en Cito) Eindassessment (CINOP/ Mister Dutch) Taalniveautest Nederlands (Deviant) Taal op Niveau start- en eindassessments (Edu Actief) Taal de Baas (ITTA/Bureau ICE) IVIO lezen en schrijven Spreektoets (UvA) Leestoets (UvA) Schrijftoets (UvA) Leestoets (digitaal) (UvA) Schrijftoets (digitaal) (UvA) Intake assessment spreken (Mister Dutch) Intake assessment schrijven (Mister Dutch) Begin- en eindtoets Allemaal Taal (Thieme- Meulenhoff) Domein Niveau Toetsnaam (ontwikkelaar) Beroepspecificiteit Betrouwbaarheid en validering Toetsprocedure Rapportage *** ** *** *** *** **** *** ** **** *** *** **** *** ** **** *** *** **** **** ** *** **** *** *** *** **** ** *** **** **** ** ** **** *** *** **** ** ** *** ** *** ** ** ** * ** *** ** ** ** **** *** **** **** **** **** **** **** *** *** **** **** **** **** *** *** **** **** **** **** *** *** **** **** **** **** *** *** **** **** **** **** *** *** **** **** **** **** **** **** **** **** **** **** **** **** **** **** ** ** *** onbekend 4

7 1. De gemeente en de keuze voor een taaltoets 1 Naar een nieuwe taalnorm in de voorschoolse sector Pedagogisch medewerkers die binnen de G37 (de 37 grootste gemeenten van Nederland) werkzaam zijn in de voorschoolse instellingen met VVE (kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en voorscholen) voldoen idealiter aan een taalnorm. Dit is nodig om bij jonge (doelgroep)kinderen op een voldoende niveau aan taalontwikkelingsstimulering te kunnen doen. Hierover zijn afspraken gemaakt in de bestuursafspraken tussen Rijk en G4 en G33. Het betreft zowel zittend als nieuw personeel in de voorschoolse sector. Voor het zittende personeel geldt dat de initiële opleiding soms al wat langer geleden is gevolgd. Beginnend personeel dat net klaar is met de opleiding, heeft taalonderwijs genoten dat anders is van inhoud, structuur en examinering (toetsing). Ook de opleidingseisen van de eigen taalvaardigheden in het Nederlands is door de jaren heen veranderd binnen de opleidingen die toeleiden tot de sector van het jonge kind. Dit maakt dat het vrij onduidelijk is wat het taalniveau is van het personeel in de voorschoolse sector. De diploma-eisen op het gebied van Nederlands zijn aan verandering onderhevig geweest. De aanname dat alle pedagogisch medewerkers het vereiste taalniveau bezitten is in elk geval niet reëel. Informatiebox 1: het belang van een hoog taalniveau Het voldoen aan een hoog taalniveau is in het belang van het kind én de pedagogisch medewerker zelf. Voor kinderen die thuis weinig Nederlands horen (zogeheten taalarme gezinnen ) of alleen buitenshuis Nederlands horen is het ongelooflijk belangrijk dat het taalaanbod in voorschoolse instellingen van een hoog niveau is. Pedagogisch medewerkers spelen hierbij een grote rol, ze zijn bij de taalontwikkeling een voorbeeld voor de kinderen. Van een pedagogisch medewerker die taalcompetent is, leren kinderen een grote basiswoordenschat en zinsconstructies die hen helpen bij het stellen van vragen of het vertellen over eigen ervaringen. Ook voor de pedagogisch medewerkers zelf is het gunstig om vaardig te zijn met taal. Het geeft meer voldoening en arbeidsvreugde om te zien dat kinderen sprongen maken in taal omdat jij die spelenderwijs verrijkt. Bovendien verruimt een hoog eigen taalniveau de beroepsperspectieven. Bron: Kees Broekhof, Je bent een voorbeeld voor de kinderen. Taalstimulering in de kinderopvang. KIDDO, 3, Op dit moment zijn de eisen voor diplomering als Pedagogisch Werker niveau 3 (vanuit het wettelijke kwalificatiedossier) dat alle vaardigheden op 2F worden beheerst. Dit is lager dan het streefniveau bij taal, zoals afgesproken binnen de G37. Bij sommige lichtingen wordt Nederlands niet eens meegewogen bij de zak-/slaagbeslissing. Zolang dit voortduurt, zal de voorschoolse sector te maken blijven krijgen met nieuwe pedagogisch medewerkers die getoetst en bijgeschoold zullen moeten worden om het vereiste taalniveau te beheersen. Met ingang van 1 augustus 2014 wordt het taalniveau 2F centraal geëxamineerd. Als gevolg hiervan voldoen de pedagogisch medewerkers die vanaf 2014 van de opleiding komen wel aan een gegarandeerde taalnorm. Taal is opgebouwd uit drie domeinen Taal is opgebouwd uit verschillende domeinen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie taaldomeinen, te weten: (a) mondelinge vaardigheden (luisteren, spreken en gesprekken voeren), (b) leesvaardigheden (tekstbegrip) en 1 Voor de totstandkoming van deze Kieswijzer is dankbaar gebruik gemaakt van de Partou Keuzewijzer VVE (2009) die Sardes samen met kinderopvangorganisatie Partou heeft ontwikkeld. 5

8 (c) schriftelijke vaardigheden (schrijven en taalverzorging). Afgesproken is dat in 2015 gemiddeld 90 procent van de pedagogisch medewerkers in de VVE-sector in de G37 voor mondelinge en leesvaardigheden moet voldoen aan niveau 3F. Schriftelijke vaardigheden mogen worden beheerst op niveau 2F. 3F en 2F staan respectievelijk voor Fundamentele kwaliteit op niveau 3 en niveau 2 en zijn onderdeel van een schaal die loopt van 1 t/m 4. Deze indeling is ontleend aan de Referentieniveaus taal van Meijerink (in bijlage 2 staat meer informatie). Toetsen en scholen van pedagogisch medewerkers in de voorschoolse sector Het is de bedoeling dat in de gemeenten in het kader van de bestuursafspraken tussen Rijk en G4 en G33 pedagogisch medewerkers in de voorschoolse sector getoetst gaan worden op alle genoemde domeinen van de Nederlandse taal, om te zien welk taalniveau ze bezitten. Vervolgens is het de bedoeling dat het voorschoolse personeel dat onder de taalnorm scoort, wordt bijgeschoold. De voorschoolse instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor het taalniveau van de pedagogisch medewerkers en dus ook voor bijscholing, indien nodig. Uiteindelijk zullen de voorschoolse instellingen, gefaseerd in 2013 en 2015, bij de GGD en/of Inspectie van het Onderwijs (de toezichthoudende instellingen) moeten kunnen aantonen dat hun pedagogisch medewerkers voldoen aan de gestelde taalnorm. Gemeenten hebben tussen- en einddoelen geformuleerd en budget uitgetrokken om het verhogen van het taalniveau van het voorschoolse personeel in praktijk te brengen. Het ligt daarom voor de hand dat de gemeente zich de regierol toe-eigent bij het werken aan de nieuwe taalnorm, maar bij de weg daar naartoe het lokale voorschoolse veld en de opleidingsinstituten intensief betrekt. Behoefte aan een Kieswijzer Om het keuzeproces voor een taaltoets vanuit verschillende vertrekpunten en criteria te structureren, heeft het ministerie van OCW/directie Primair Onderwijs een Kieswijzer laten ontwikkelen door Sardes. Later in de tijd wordt een Kieswijzer gepubliceerd over het scholingsaanbod waarmee het taalniveau van pedagogisch medewerkers kan worden verbeterd. Die Kieswijzer is een praktische handreiking om gemeenten te helpen bij het kiezen van een passend scholingsaanbod. Aan de hand van de voorliggende Kieswijzer kunnen gemeenten in overleg met voorschoolse voorzieningen een geschikte keuze maken voor een taaltoets. De Kieswijzer bevat stappen en overwegingen die van belang zijn bij de keuze van een taaltoets. Deze verwoordt ook de ruimte waarbinnen bewogen kan worden. De beslissing wordt uiteindelijk genomen door de gemeente, in samenspraak met de betrokken voorschoolse instellingen. Samen zullen zij de stappen doorlopen om tot een keuze te komen. Daarbij gaat het om: Informatie verzamelen en afwegen ꜜ Gesprek voeren tussen gemeente en betrokken voorschoolse instellingen ꜜ Nemen van een gefundeerde beslissing Figuur 1: de handelingen die genomen worden voor een gefundeerde beslissing van de taaltoets 6

9 Landelijk ondersteuningstraject Deze Kieswijzer wordt onderdeel gemaakt van het landelijke ondersteuningstraject bij de uitvoering van de bestuursakkoorden voor de G37 dat in de zomer van 2012 van start gaat. Bijlagen In deze Kieswijzer zijn drie bijlagen opgenomen. Bijlage 1 bevat de verantwoording van de totstandkoming van de Kieswijzer. In bijlage 2 wordt inzichtelijk gemaakt wat precies het verschil is tussen 2F en 3F en welke ontwikkeling voorschools personeel zal moeten doormaken. Bijlage 3 bevat de lijst van bestaande taaltoetsen waaruit gekozen kan worden. 7

10 2. Kieswijzer Taaltoets is onderdeel van een taalverbeteringstraject Gemeenten staan voor de keuze om een taaltoets af te laten nemen om te bepalen hoe het is gesteld met het taalniveau (spreken, lezen en schrijven) van de pedagogisch medewerkers in de voorschoolse sector. Dit is een belangrijke beslissing, want de uitkomsten zullen de gemeente en voorschoolse instellingen in staat moeten stellen om een passend taalverbeteringstraject op te stellen en uit te voeren. Het is verstandig om het taalverbeteringstraject en de toetsing daarbinnen in nauw overleg met het voorschoolse werkveld af te stemmen. Wanneer gemeenten en voorschoolse instellingen samen afspraken kunnen maken, dan zal het eenvoudiger worden om de afgesproken doelen uit de bestuursafspraken op tijd te halen. Maak een beredeneerde keuze Bij het maken van de keuze voor een taaltoets spelen diverse factoren een rol. Aan de hand van diverse stappen komt een gemeente, uiteraard in overleg met de betrokken voorschoolse instellingen, tot een beredeneerde keuze. Soms kan snel een keuze worden gemaakt. Bijvoorbeeld omdat een gemeente de zorgvuldig afgewogen keuze van een andere gemeente bij toetsing en scholing één-op-één overneemt. Wanneer de stappen in het volgende hoofdstuk zijn doorlopen, is de kans groot dat gemeenten en betrokken voorschoolse instellingen een gefundeerde keuze hebben gemaakt. Niet gebaseerd op toevalligheden en irrationele argumenten, maar op basis van een realistisch en gedragen besluit. 8

11 3. Vijf stappen Om tot een beredeneerde keuze te komen, worden ideaal gesproken de volgende stappen bewandeld. Informatiebox 2: de stappen bij het maken van een beredeneerde keuze voor taaltoets Stap 1: aansluiten bij mogelijkheden en behoeften van voorschoolse instellingen en hun medewerkers Stap 2: nagaan van de functie van de taaltoets Stap 3: kijken naar de taaltoets zelf Stap 4: bepalen van de kosten Stap 5: de balans opmaken Het kan zijn dat alle stappen nodig zijn om tot een keuze te komen, maar dat is geen wetmatigheid. Soms wordt al in een vroeg stadium een keuze gemaakt. Om alle stappen te doorlopen hoeft niet veel tijd uitgetrokken te worden. Binnen een maand zou er al een weloverwogen keuze kunnen worden gemaakt. Stap 1: aansluiten bij mogelijkheden en behoeften van voorschoolse instellingen en hun medewerkers Overleg met het voorschoolse veld De eerste stap bestaat eruit dat de gemeente peilt bij de veldpartijen binnen de lokale VVEsector hoe zij aankijken tegen de opdracht waar ze in gezamenlijkheid voor staan. De Lokale Educatieve Agenda, of een ander overleg waarbij de partners uit de voorschoolse sector (organisaties voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk) aan tafel zitten, leent zich hiervoor. Wanneer er geen dergelijke overlegstructuur is, dan zal deze er moeten komen. Er kan ook een speciale projectgroep of apart platform in het leven worden geroepen voor dit onderdeel van de bestuursakkoorden (zie ook informatiebox 3). Het spreekt voor zich dat de gemeente dit punt agendeert en vervolgens zorg draagt voor het hele proces naar het voldoen aan de nieuwe taalnorm. Een plan van aanpak met uitvoering en tijdpad waaraan de veldpartijen zich committeren, helpt hierbij. Rekening houden met verschillen in mogelijkheden en behoeften van het werkveld De VVE-sector kan divers zijn. De omvang en het aantal aanbieders van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk is in enkele gemeenten groot, maar dat varieert naar gemeente. Mogelijk zijn er verschillen in mogelijkheden en behoeften tussen de kinderopvang enerzijds en het peuterspeelzaalwerk anderzijds. Ook binnen de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk afzonderlijk kan verschillend worden gedacht over het plan om het taalniveau van de pedagogisch medewerkers te verhogen. De gemeente doet er goed aan om, waar dat kan, aan te sluiten bij wat de voorschoolse sector zelf wil en ook ziet zitten, vanzelfsprekend met inachtneming van de centrale opdracht op het gebied van taal. De normen staan dus niet ter discussie, maar flexibiliteit en maatwerk zijn mogelijk in het tempo en de aanpak. 9

12 Informatiebox 3: de regierol van de gemeente bij het werken aan de nieuwe taalnorm In 2008 kreeg de gemeente Amsterdam signalen van de Inspectie van het Onderwijs dat het taalgebruik van de pedagogisch medewerkers in de VVE-sector te wensen overliet. Toen heeft de gemeente het initiatief genomen om de Universiteit van Amsterdam (UvA) uit te laten zoeken wat het taalniveau van pedagogisch medewerkers zou moeten zijn om jonge kinderen met een taalachterstand in het Nederlands adequaat te kunnen begeleiden. Op verzoek van de gemeente is het Platform Taalnorm ingericht (inmiddels heet het Platform Opleidingen en nemen ook de schoolbesturen van het basisonderwijs deel). Naast de gemeente zelf wordt er zitting in genomen door een afvaardiging van de werkgevers (welzijnsorganisaties en kinderopvang), de ROC s, de pabo s en UvA Talen. Het platform heeft opdracht gegeven aan de UvA om de Amsterdamse taalnorm te laten ontwikkelen die nu landelijk wordt overgenomen. In 2009 is een convenant ondertekend door de wethouder onderwijs, alle directeuren van welzijnsorganisaties, kinderopvang en schoolbesturen die voorschoolse educatie aanbieden en het college van bestuur van de ROC s. Afgesproken is dat per 1 januari 2012 alle pedagogisch medewerkers moeten voldoen aan de taalnorm (3F bij spreken en lezen en 2F bij schrijven). In 2013 zullen alle onderwijsassistenten die worden ingezet bij de vroegschoolse educatie bij spreken, lezen en schrijven moeten voldoen aan 3F. Het convenant geeft draagvlak en legitimering. Bij dit hele proces heeft de gemeente verschillende rollen gehad. Ze is onder meer initiatiefnemer, aanjager, opdrachtgever voor ontwikkeling en subsidieverstrekker geweest. En met resultaat: toen het werken aan de taalnorm begon haalde 50 procent de taalnorm niet, van deze eerste groep voldoet nu bijna 90 procent. Streven naar één aanpak De gemeente komt ideaal gesproken in goed overleg met het voorschoolse veld tot één aanpak om de doelen met betrekking tot taal te bereiken. Wees voorzichtig met het bieden van maatwerk (ingaan op mogelijkheden en behoeften van de diverse aanbieders van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk), want zoiets laat zich moeilijk vanuit de gemeente regisseren. Verschillen in aanpak en tempo vragen om meer organisatie en coördinatie vanuit de gemeente. Het brengt meer voordelen dan nadelen met zich mee om met alle betrokken veldpartijen tot een en dezelfde aanpak te komen in de tijd. Denk aan een betere onderlinge vergelijkbaarheid van gegevens en opbrengsten van de inspanningen op taalgebied, het beter kunnen bewaken van de kwaliteit van het traject, het gevoel van saamhorigheid en lagere inkoopkosten bij grootschaligheid (efficiënte middeleninzet). Het verdient aanbeveling om alleen ruimte te bieden aan het werkveld, mits dit op goede gronden gebeurt en met inachtneming van de bestuurlijke afspraken die afzonderlijke gemeenten met het Rijk hebben gemaakt. De voorschoolse sector is volop in beweging door onder meer geboortekrimp, vraaguitval en bezuinigingen, waardoor de timing van de toetsing en scholing niet onbelangrijk is. De extra kwaliteitseisen die aan het voorschoolse personeel worden gesteld vragen om aanpassing van het personeelsbeleid. Voorschoolse instellingen zullen dit met hun personeel en personeelsvertegenwoordiging goed moeten kunnen regelen. Dit vraagt tijd en energie, waarvoor in het proces ruimte geboden moet worden. Bespreken van aanpak met opleidingsinstituten Het is belangrijk dat bij het werken aan de nieuwe taalnorm ook de lokale opleidingen (ROC s) worden betrokken, zoals bijvoorbeeld in Amsterdam is gedaan (zie hiervoor informatiebox 3). Zij zullen nieuwe pedagogisch medewerkers moeten gaan afleveren die aan de taalnorm tegemoetkomen. Bovendien kunnen de ROC s ook een belangrijke rol krijgen bij het realiseren van de taalnorm (toetsen en scholen) van het zittend personeel in de voorschoolse sector (zie ook de Kieswijzer voor het scholingsaanbod daarvoor). Een deel 10

13 van de taaltoetsen die in deze Kieswijzer worden besproken, wordt bovendien al afgenomen door de ROC s. Werken in tranches Feit is dat er in verschillende tranches getoetst en ook geschoold zal moeten worden, want het is praktisch onmogelijk om onder werktijd alle pedagogisch medewerkers tegelijkertijd te toetsen en te scholen. Wie zou er dan aan taalontwikkelingsstimulering bij jonge kinderen moeten doen? Voorschoolse instellingen moeten in staat worden gesteld om vervanging van het uitvoerend personeel te verzorgen op het moment dat de pedagogisch medewerkers bezig zijn met toetsing en scholing. Afhankelijk van de CAO-bepalingen staat hier een passende vergoeding tegenover. Onderscheid maken tussen nieuw en zittend personeel Verder zal er aandacht moeten zijn voor zittende en nieuwe pedagogisch medewerkers. De taaltoets kan bij elk nieuw aan te stellen personeelslid als onderdeel van de sollicitatieprocedure worden afgenomen. Zittend personeel kan in grotere groepen worden getoetst en geschoold. Nieuw personeel kan natuurlijk ook meedoen met een van de uitgezette tranches. Zorgvuldigheid staat voorop Tot slot: het toetsen van het eigen taalniveau en al dan niet verplicht deelnemen aan scholing is voor het uitvoerend personeel in de voorschoolse sector een spannende aangelegenheid. In het meest extreme geval betekent dit het afscheid nemen van collega s, hoewel alle inzet erop gericht moet zijn om ontslag tot een minimum te beperken. Er zijn goede alternatieven om personeel op een andere manier in te zetten (zie informatiebox 4 hiervoor). Dit vraagt om een zorgvuldige procedure en communicatie met de werkvloer over het taalverbeteringstraject. De voorschoolse instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor goed personeelsbeleid en voor een goede afwikkeling of voor het vinden van een alternatief als pedagogisch medewerkers het taalniveau (na herhaalde bijscholing) niet halen. Daarbij hoort dat de voorschoolse instellingen de pedagogisch medewerkers goed voorbereiden op wat er gaat gebeuren en voldoende mogelijkheden bieden voor bijscholing en herkansing. Informatiebox 4: het stimuleren van het behalen van de taalnorm door alle pedagogisch medewerkers De gemeente Amsterdam biedt pedagogisch medewerkers meerdere kansen om de taalnorm te halen. Na de taaltoets krijgen pedagogisch medewerkers standaard de mogelijkheid om vier modules van 10 weken scholing te volgen en maximaal vijf keer de taaltoets af te leggen. Op advies van het ROC kan iemand een vijfde module krijgen, maar dat is het maximum. Als een pedagogisch medewerker niet slaagt voor de taalnorm dan worden geen verletkosten betaald door de gemeente (principe van no cure, no pay ). Er is dus een eigen risico voor de voorschoolse instellingen. Naast het invoeren van de taalnorm investeren de voorschoolse instellingen in een talige werkomgeving en worden taalcoaches ingezet voor de begeleiding van pedagogisch medewerkers. Het is aan de werkgever om te bepalen wat te doen met pedagogisch medewerkers die zakken voor de taalnorm. In de meeste gevallen worden deze pedagogisch medewerkers herplaatst binnen de eigen organisatie. Denk aan overplaatsing naar een voorschoolse voorziening waar niet met VVE wordt gewerkt, of overplaatsing van een peuter- naar babygroep. 11

14 Stap 2: nagaan van de functie van de taaltoets Taaltoets heeft verschillende functies Aan een toets kunnen verschillende functies worden toegeschreven. De taaltoets zal eerst en vooral inzichtelijk moeten maken wat de kwaliteit van de taalvaardigheden van de pedagogisch medewerkers is: voldoen zij bij mondelinge en leesvaardigheden aan niveau 3F en bij schriftelijke vaardigheden aan 2F? Daarnaast kunnen er andere functies aan de taaltoets worden toegekend. Hieronder gaan we daarop in. Hoe en op welk moment de taaltoets wordt ingezet, bepaalt mede welke functie de taaltoets meekrijgt. Overigens: binnen veel taalscholingstrajecten worden voor- en natoetsen afgenomen (zie ook de Kieswijzer scholingsaanbod taal hiervoor). Voor een deel betreft het vormen van zelfevaluaties, voor een ander deel betreft het taaltoetsen die in deze Kieswijzer worden besproken. Selectie Wanneer de taaltoets aan het begin van het taalverbeteringstraject wordt ingezet, wordt inzichtelijk gemaakt welke pedagogisch medewerkers in aanmerking komen voor scholing. Daarmee is de taaltoets een selectie-instrument. Zij die onder de maat scoren, zullen vervolgens aan scholing moeten doen. Als de taaltoets aan het begin wordt afgenomen, zijn de uitkomsten behulpzaam bij het bepalen van de aard (bijv. schaal en intensiteit) van het taalverbeteringstraject. Zij die ver onder de norm scoren, kunnen in intensievere taalverbeteringstrajecten worden geplaatst dan zij die net onder de normscore vallen. Hierbij kan de kanttekening worden gemaakt dat een deel van de gemeenten niet precies weet hoe de nulsituatie eruit ziet. Er zijn aannames gemaakt ten aanzien van het aantal pedagogisch medewerkers dat nog niet voldoet aan de nieuwe taalnorm. Na toetsing kan blijken dat de gemeente te pessimistisch of te optimistisch is geweest. Er kunnen meer of minder voorschoolse personeelsleden onder, op of boven de taalnorm scoren. Diagnose Een taaltoets kan op individueel niveau verfijnde informatie leveren om te bepalen op welke specifieke onderdelen van de taal scholing geboden is. Op deze manier wordt de taaltoets aanvullend als een diagnose-instrument gezien. Het taalverbeteringstraject kan dan op maat worden gesneden voor individuele of (sub)groepjes pedagogisch medewerkers. Kwalificatie/certificering Als de taaltoets aan het einde (na een scholingstraject) wordt afgenomen, geeft dit inzicht in wie er aan de taalnorm voldoen. De taaltoets wordt als een kwalificatie- of certificeringsinstrument ingezet. Verantwoording De taaltoets kan aan het einde van het taalverbeteringstraject ook als verantwoordingsinstrument dienen. De opbrengsten kunnen worden gebruikt om aan toezichthoudende instanties (GGD en Onderwijsinspectie) te tonen dat de pedagogisch medewerkers over de vereiste taalnorm beschikken, zoals vastgelegd in de Wet OKE. De Onderwijsinspectie maakt een bestandsopname die deels wordt gebaseerd op gegevens uit het GGD-toezicht op de VVE. 12

15 Informatiebox 5: het afleggen van verantwoording aan de toezichthouder De VVE kent twee wettelijke kaders: het Toetsingskader voorschoolse educatie van de GGD Nederland en het Toezichtkader VVE van de Inspectie van het Onderwijs. Voor de VVE-sector in Amsterdam geldt in aanvulling op de wettelijke kaders een gemeentelijk toetsingskader waarin hogere kwaliteitseisen zijn vastgelegd. Deze eisen, waaronder de taalnorm, zijn opgenomen in het Kwaliteitskader VVE en vastgesteld in de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Op basis hiervan is een verordening opgesteld op grond waarvan de subsidie aan de voorschoolse instellingen is geregeld. De GGD controleert jaarlijks of de pedagogisch medewerkers in de VVE-sector aan de taalnorm voldoen. Dit betekent dat de GGDinspecteur de betreffende certificaten wil zien van alle pedagogisch medewerkers. De GGD geeft vier mogelijkheden: 1. ik voldoe niet aan de taalnorm, 2. ik ben nog in scholing, 3. ik beheers de taalnorm en 4. ik heb een hoger taalniveau. De informatie over de taalnorm staat in de inspectierapporten van de locatie. Evaluatie Uiteraard kan en wordt de taaltoets ook aan het begin, tussentijds en aan het einde van een taalverbeteringstraject ingezet. Na elk scholingsmoment kan worden getoetst of het deelnemende personeel aan de taalnorm voldoet. Op deze manier wordt de taaltoets als evaluatie-instrument gebruikt. Heeft de scholing zin gehad? Als na een aantal scholings- en toetsmomenten een deel van het voorschools personeel hardnekkig onder de taalnorm blijft scoren, kunnen er ook kritische vraagtekens worden geplaatst bij de kwaliteit van de scholing. Stap 3: kijken naar de taaltoets zelf Kenmerken van de taaltoets Om te weten of pedagogisch medewerkers, werkzaam in de VVE-sector, tegemoet komen aan de taalnorm, kunnen verschillende toetsen worden ingezet. De taaltoetsen zijn beschreven aan de hand van een serie (objectiveerbare) kenmerken, die in informatiebox 6 staan. De genoemde kenmerken kunnen worden geclusterd. Er zijn a) algemene, b) inhoudelijke, c) meettechnische, d) procedurele en e) financiële kenmerken meegenomen in de beschrijving van de taaltoetsen. Bij elk van het cluster kenmerken maken we enkele opmerkingen om de keuze van de taaltoets te vergemakkelijken. Bestudering van de taaltoetsen leert dat er overeenkomsten, maar ook verschillen zijn. Gemeenten kunnen, in overleg met het voorschoolse veld, sommige kenmerken meer waarderen dan andere. Ook op basis van meer objectief-inhoudelijke gronden kan aan bepaalde kenmerken meer gewicht worden toegekend dan aan andere. Op die manier kan een voorkeur worden ontwikkeld voor de een of andere toets. Bij stap 5 staan we daar uitvoeriger bij stil. Voorop wordt gesteld dat er eigenlijk geen slechte toetsen zijn. Alle toetsen bevatten maatregelen om de kwaliteit van de toets te garanderen. In Bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de taaltoetsen die kunnen worden ingezet. 13

16 Informatiebox 6: kenmerken van de taaltoets 1) Ontwikkelaar: dit beschrijft de ontwikkelaar en/of eigenaar van de toetsen. 2) Jaar van uitgave: dit beschrijft het jaar waarin de toets is ontwikkeld en/of gepubliceerd. 3) Domein: dit beschrijft de specifieke taalinhoud waarop de toets betrekking heeft. 4) Beroepspecificiteit: dit beschrijft of de toets algemeen/generiek (voor meerdere beroepen) is gemaakt, of dat de toets specifiek voor de beroepsgroep werkzaam in de VVE-sector is ontwikkeld. 5) Niveau: dit beschrijft de bandbreedte van de niveaus die worden getoetst. 6) Onderdelen: dit beschrijft de onderdelen (opdrachten en activiteiten) die de afnemer moet uitvoeren. 7) Score: dit beschrijft de manier waarop de score op de toets tot stand komt en in welke vorm deze wordt uitgedrukt. 8) Betrouwbaarheid: dit beschrijft de controle/ingebouwde garantie dat er bij herhaling (nagenoeg) eenzelfde score zou worden behaald. 9) Validering: dit beschrijft de inspanningen om ervoor te zorgen dat de toets meet waarvoor die is bedoeld. 10) Werkwijze: dit beschrijft het traject waarbinnen de toetsing plaatsvindt (bijv. inbedding in voor- en natraject met opdrachtgever). 11) Toetsprocedure: dit beschrijft de wijze waarop de toets wordt afgenomen. 12) Benodigdheden: dit beschrijft de condities, setting en materialen die nodig zijn voor de organisator en afnemer van de toets. 13) Rapportage: dit beschrijft hoe er aan de opdrachtgever/voorschoolse instelling wordt gerapporteerd. 14) Afnameduur: dit beschrijft hoeveel tijd nodig is om de toets af te nemen. 15) Kosten: dit beschrijft de afnamekosten van de toets, ofwel de kosten die de opdrachtgever/voorschoolse instelling kwijt is voor afname van de toets bij individuele of collectieve toetsing. a) Algemene kenmerken Tot de algemene kenmerken behoren de ontwikkelaar/eigenaar en het jaar van uitgave. Ontwikkelaar De beschreven toetsen zijn ontwikkeld door uiteenlopende (semi)commerciële en publieke instellingen (universiteit of een instelling die gelieerd is aan een universiteit). Een deel van de taaltoetsen is op basis van eigen initiatief gemaakt, terwijl een ander deel op verzoek van een opdrachtgever (bijv. een gemeente) is gemaakt. Jaar van uitgave Een deel van de toetsen is al wat ouder (dateren uit 2009), andere toetsen zijn van meer recente datum (2011 of 2012) en worden herhaaldelijk herzien. Een enkele toets is kakelvers (Begin- en eindtoets Allemaal Taal van uitgeverij ThiemeMeulenhoff); er zijn nog geen ervaringen mee. Het is belangrijk dat er ervaring is met (de items van) een toets, want ervaring met afname haalt de kinderziektes eruit. Dit draagt eraan bij dat de kwaliteit van de toets beter is gegarandeerd. b) Inhoudelijke kenmerken De inhoudelijke kenmerken die zijn beschreven, betreffen: domein, beroepspecificiteit en niveau. Domein De domeinen slaan op de taalinhoud van de toets. Onderscheid wordt gemaakt naar a) mondelinge vaardigheden, b) leesvaardigheden en c) schriftelijke vaardigheden. Er bestaan enkelvoudige toetsen (betrekking hebbende op één van de drie domeinen) en meervoudige/geïntegreerde toetsen (samenstelling van de drie verschillende domeinen). De taaltoetsen van de UvA bijvoorbeeld hebben nadrukkelijk betrekking op steeds een afzonderlijk domein. Vaak kunnen meervoudige taaltoetsen in afzonderlijke domeinen worden afgenomen. Daarbij zijn sommige toetsen meervoudig, maar niet dekkend voor alle drie de taaldomeinen. Zo 14

17 heeft de Taalniveautest Nederlands van uitgeverij Deviant geen schrijfonderdeel, maar dat geldt voor meer samengestelde taaltoetsen. Consequentie hiervan is dat een gemeente in zo n geval met meerdere toetsaanbieders in zee moet om het taalniveau in kaart te brengen. De taaltoetsen bestaan uit het maken van uiteenlopende opdrachten, taken en oefeningen. De aard hiervan varieert, maar ook het aantal items dat gemaakt moet worden. Dit kan van invloed zijn op de kwaliteit, duur en geschiktheid van de toets. Informatiebox 7: rekening houden met bijzondere groepen Van een klein deel van de toetsen is bekend dat er extra maatregelen worden getroffen voor bijzondere groepen deelnemers. Zo kan er rekening worden gehouden met dyslectische (bijv. groter lettertype) of faalangstige deelnemers (bijv. meer tijd voor het maken van de toets). De taaltoetsen van de UvA, Mister Dutch en CINOP/Mister Dutch doen dat bijvoorbeeld. Het is prettig voor pedagogisch medewerkers dat daarmee rekening wordt gehouden. Dit zorgt voor een toetsvriendelijk karakter. Beroepspecificiteit De beroepspecificiteit is een zeer belangrijk inhoudelijk kenmerk. Veel toetsen zijn gemaakt voor het toetsen van het taalniveau van een baaierd aan beroepsgroepen en personen in het voortgezet onderwijs/middelbaar beroepsonderwijs; zogeheten algemene/ generieke toetsen. Daarnaast is er ook een klein gezelschap van beroepspecifieke toetsen die speciaal zijn gemaakt voor pedagogisch medewerkers uit de voorschoolse sector. De consequentie hiervan is, dat de opdrachten, taken en oefeningen dicht bij de belevingswereld en dagelijkse VVE-praktijk van de deelnemers staan. Het spreekt hen aan. Dit kan de motivatie voor het maken van de toets gunstig beïnvloeden. Er is veel voor te zeggen om een taaltoets te gebruiken die op de VVE-praktijk is gebaseerd. Een mogelijk nadeel van beroepspecifieke toetsen is dat de (uitgesproken) eigen (pedagogische) opvattingen ten aanzien van het werk interfereert met de vragen en antwoorden. Er zijn overigens maar een paar beroepspecifieke taaltoetsen op de markt (die van Mister Dutch en UvA Talen), waardoor de keuze zeer wordt ingeperkt. Niveau Verreweg de meeste toetsen bestrijken een grote range aan niveaus (onder 1F, 1F t/m 4F). Een enkele toets meet slechts of een deelnemer het vereiste niveau 3F heeft (bijv. het eindassessment spreken, gesprekken voeren en schrijven van CINOP en Mister Dutch en ook de Begin- en eindtoets Allemaal Taal van uitgeverij ThiemeMeulenhoff), terwijl een enkele andere toets het taalniveau tot 2F meet (Taal de Baas van ITTA en Bureau ICE). De Staatsexamens NT2 van Bureau ICE en Cito behelsen niveau B1 en B2, wat respectievelijk staat voor 2F en 3F. Bij sommige toetsen, zoals die van de TOA van Bureau ICE, moet van te voren aangegeven worden op welk niveau getoetst moet worden. Het is belangrijk dat het plafond van de toets minimaal 3F bereikt, want dat is het streefniveau. Bepaald moet kunnen worden of pedagogisch medewerkers dit niveau beheersen. Toetsen met een groter bereik (meerdere niveaus) hebben als voordeel dat het taalniveau preciezer kan worden bepaald. Het kan bovendien motiverend werken voor deelnemers als blijkt dat ze een hoger niveau hebben dan het vereiste minimumniveau. Bij toetsen die maar één taalniveau bestrijken, kunnen personeelsleden niet laten zien wat ze in huis hebben. De taaltoets kan immers ook gebruikt worden bij een route naar excellentie. Goede pedagogisch medewerkers die over een bovengemiddeld taalniveau beschikken, kunnen worden aangemoedigd om een AD (Associate Degree, verkorte hbo-opleiding) of een volwaardige hbo-opleiding te gaan volgen. Dit vergroot hun carrièreperspectief. c) Meettechnische kenmerken De score, betrouwbaarheid en validiteit rekenen we tot de meettechnische kenmerken. 15

18 Score Nadat de toets is gemaakt rolt er een score uit die iets zegt over de kwaliteit van de taalvaardigheden van de deelnemer. Toetsen verschillen van elkaar in hoe de taalvaardigheid in een score wordt verpakt. Het is belangrijk dat op basis van de score gelezen kan worden hoe ver de deelnemer van de vereiste taalnorm presteert. Dit verhoogt de diagnostische informatie. Zo goed als alle taaltoetsen bieden hier voldoende informatie over. Bij het beoordelen van de scores voor spreken, lezen en/of schrijven worden soms ook (getrainde) assessoren/beoordelaars ingezet. Meestal wordt vrijwel meteen de uitslag van de taaltoets gepresenteerd. Het is prettig voor de deelnemers om niet lang in onzekerheid te blijven of ze wel of niet aan de taalnorm voldoen. Betrouwbaarheid en validiteit Betrouwbaarheid en validiteit zijn belangrijke psychometrische begrippen. Als een toets betrouwbaar en valide is, dan mag men er gevoeglijk van uitgaan dat de toets geschikt voor afname is. Bij alle besproken taaltoetsen zijn garanties ingebouwd om de kwaliteit te waarborgen. Het is niet zo dat de ene toets duidelijk beter scoort op dit onderdeel dan de andere. Nagenoeg alle taaltoetsen grijpen terug op de referentieniveaus van Meijerink. Wel is het zo dat de beroepspecifieke taaltoetsen van Mister Dutch en UvA talen mede zijn gevalideerd aan de hand van theorie (bijv. het Pedagogisch kader 0-4 jarigen) en praktijk van het VVE-personeel, terwijl de validering van algemene toetsen meer berust bij experts op het gebied van onderwijs en docenten Nederlands. Bij de Begin- en eindtoets Allemaal Taal van uitgeverij ThiemeMeulenhof zijn de toetsen onderdeel van een scholingspakket, waarbij de docent/begeleider deels een dubbelrol heeft: naast docent/begeleider is deze tevens betrokken bij de beoordeling van het taalniveau van de pedagogisch medewerkers. Vanuit het oogpunt van objectieve beoordeling kan hier een kritische noot bij worden geplaatst. Het is van belang dat er meerdere versies van een toets zijn of dat er steeds andere versies van een toets kunnen worden aangemaakt op basis van een grootschalige itembank. Als toetsen in de openbaarheid komen, kan er getraind worden voor de toets. De kans hierop dient zo klein mogelijk te zijn. Het is overigens niet altijd even inzichtelijk of dit aspect is gegarandeerd bij alle taaltoetsen. d) Procedurele kenmerken De werkwijze, toetsprocedure, benodigdheden, rapportage en afnameduur kunnen tot de procedurele kenmerken worden gerekend. Werkwijze Ook wat betreft de werkwijze bij de taaltoets zijn er verschillen tussen de aanbieders. Waar de ene aanbieder werkt met een licentie (bijv. de TOA van Bureau ICE), waarmee vervolgens grote aantallen deelnemers (tegen lage kosten) kunnen worden onderworpen aan toetsing, werken andere aanbieders volgens geheel andere werkwijzen. De taaltoets kan ook worden ingebed in een meer persoonlijke, assessmentachtige benadering (bijv. Taal op Niveau start- en eindassessments van uitgeverij Edu Actief). Belangrijk is dat het voorschools personeel op een goede manier wordt ingelicht over de taaltoetsing en het eventuele vervolgtraject. Dit stelt hoge eisen aan de communicatie en de informatie die een aanbieder kan verstrekken over de taaltoets. Zo worden bij de toetsen van Mister Dutch altijd een kennismakingsgesprek gevoerd met de VVE-instelling. Het personeel wordt van tevoren ingelicht over de toetsprocedure. Toetsprocedure Veruit de meeste taaltoetsen kunnen digitaal worden afgenomen, binnen de eigen voorschoolse instelling of een andere locatie. Er kan ook gebruik gemaakt worden van de toetsfaciliteiten van sommige ROC s waar grote groepen deelnemers tegelijk kunnen worden getoetst, met surveillanten. 16

19 Er zijn overigens ook toetsen die schriftelijk kunnen worden afgenomen (bijv. Taal op Niveau start- en eindassessments van uitgeverij Edu Actief en IVIO). Bij sommige toetsen kan er voor worden gekozen om naar een extern testcentrum te gaan waar tegelijkertijd grote groepen deelnemers kunnen worden getoetst (bijv. de Insight Taaltoets van AMN Systems voor spreken en schrijven, de TOA van Bureau ICE, de Staatsexamens NT2 van Bureau ICE en Cito en de intake-assessments van Mister Dutch). Daar zijn reistijd en dus vervoerskosten mee gemoeid. Veel zal afhangen van de mogelijkheden en behoeften van de voorschoolse instellingen en hun personeel, maar ook van de praktische overwegingen. Niet veel voorschoolse instellingen zullen een geschikt lokaal ( stille ruimte ) met meerdere pc s met een internetverbinding hebben. Dit betekent dat er slechts in groepjes of individueel getoetst kan worden. Wie het toetsen binnen de eigen voorschoolse instelling doet, zal veel aandacht moeten hebben voor de logistiek (o.m. planning en toezicht). De setting moet waarborgen dat er niet van elkaar wordt afgekeken, dat er geen toetsen worden meegenomen en dat er geen foto s worden gemaakt van de toetsopgaven. Bij sommige algemene toetsen wordt de toets onder toezicht van een examencommissie uitgevoerd en is een klachtenprocedure van kracht (bijv. IVIO voor lezen en schrijven). Bij calamiteiten kunnen deelnemers een klacht in behandeling geven. Benodigdheden De benodigdheden voor het maken van een toets zijn over het algemeen beperkt. Een computer met internetverbinding volstaat in de meeste gevallen. Bij sommige toetsen is andere apparatuur nodig, zoals pen en papier of koptelefoons en opnameapparatuur (bijv. bij de onderdelen luisteren en spreken). Informatiebox 8: het inrichten van een examencommissie en commissie van beroep met een examenreglement Wat doe je als iemand tijdens het maken van de toets spiekt? Wat doe je als iemand ziek wordt tijdens het maken van de toets en voortijdig afhaakt? Wat doe je als iemand zich beklaagd over het lawaai tijdens de afname van de toets? Wat als iemand vrijstelling van de taaltoets wil omdat deze net het Staatsexamen heeft gehaald? Om het werken aan de taalnorm zorgvuldig aan te pakken, is onlangs in opdracht van de gemeente Amsterdam een onafhankelijke examencommissie ingesteld. Men kan in beroep gaan tegen de beslissing van de examencommissie. De commissie van beroep spreekt het laatste woord in deze. Indien geen examencommissie is ingesteld, kunnen deelnemers zich wenden tot de civiele rechter. Rapportage Na de toetsing is het belangrijk dat de rapportage bruikbare informatie biedt. Het is belangrijk dat er informatie vrijkomt over het huidige taalniveau (uitslag van de taaltoets), maar ook informatie over wat er nog moet gebeuren, op groeps- en individueel niveau. Sommige aanbieders bieden een uitgebreide analyse en rapportage met advies voor een vervolgtraject en ondersteuning. Het duurt meestal niet lang (soms direct, andere na twee weken) voordat er een rapportage beschikbaar is. Een deel van de toetsen wordt afgesloten met een certificaat of diploma met cijferlijst (bijv. het eindassessment van CINOP en Mister Dutch en de taaltoets van IVIO). Afnameduur De tijd die een individuele deelnemer kwijt is aan het maken van een toets loopt uiteen. Toetsing van een domein varieert van 20 tot 60 minuten, met uitschieters naar boven (de onderdelen lezen en schrijven van de Staatsexamens NT2 van Bureau ICE en Cito duren 120 minuten). Het eindassessment spreken en gesprekken voeren van CINOP en Mister Dutch neemt per onderdeel 20 minuten in beslag. Het toetsen van schriftelijke vaardigheden is tijdrovender, duurt gemiddeld genomen wat langer. Zo duurt het 17

20 eindassessment schrijven van CINOP en Mister Dutch 60 minuten, evenals de (digitale) schrijftoets van de UvA. Gemiddeld genomen duurt toetsing van één domein tussen de 30 en 45 minuten. Voor bijzondere groepen deelnemers (bijv. bij dyslexie) wordt bij bepaalde toetsen meer tijd geboden. e) Financiële kenmerken Kosten De afname van de toets brengt kosten met zich mee. Alleen de toets Taal de Baas van ITTA/Bureau ICE is gratis, maar deze is ongeschikt omdat deze het taalniveau tot 2F meet. De kosten van de taaltoetsen variëren. Soms zijn er instapkosten, zoals in het geval van het kopen van een licentie. Vervolgens zijn de kosten per toets betrekkelijk laag. Deze vorm van toetsen is vooral geschikt bij grotere aantallen deelnemers. Anderzijds zijn er toetsen waarbij per deelnemer en per toets één bedrag wordt betaald (bijv. 3,50 voor de Taalniveautest Nederlands van uitgeverij Deviant of 5 voor de Insight Taaltoets van AMN Systems). De Staatsexamens NT2 van Bureau ICE en Cito kosten 22,50 per onderdeel (lezen, luisteren, spreken en schrijven). Doorgaans geldt: de toetsvormen waarbij veel menselijk contact is (bijv. intake of assessment door assessoren) zijn meestal duurder in afname. Zo kost het eindassessment spreken, gesprekken voeren en schrijven van CINOP en Mister Dutch per onderdeel 75,-. De intakeassessments van Mister Dutch kosten 215,- voor alle onderdelen. Volledig web-based en gedigitaliseerde toetsen zijn betrekkelijk goedkoop in afname. Bij veel aanbieders geldt dat er lagere kosten zijn verbonden aan toetsing als de groep deelnemers groter is (zogeheten bulkkorting ). Afname van de taaltoets bij bijzondere groepen deelnemers zorgt voor hogere kosten, soms wel tot twee- tot driemaal zoveel als voor een reguliere deelnemer: de digitale Leestoets van de UvA kost 95,- voor een reguliere deelnemer, maar 250,- voor een deelnemer met dyslexie of faalangst. Naast de toetsen zelf zal er ook rekening moeten worden gehouden met aanvullende kosten. Denk aan de kosten die worden gemaakt voor het regelen van vervangend personeel op het moment dat pedagogisch medewerkers worden onderworpen aan toetsing. Afname binnen de eigen voorschoolse instelling is meestal goedkoper dan het laten toetsen in een toetscentrum vanwege de reiskosten die worden gemaakt door de pedagogisch medewerkers en vergoed zullen moeten worden. 18

Kiezen van taaltoetsen en taalcursussen voor de nieuwe taalnorm 3F

Kiezen van taaltoetsen en taalcursussen voor de nieuwe taalnorm 3F Kiezen van taaltoetsen en taalcursussen voor de nieuwe taalnorm 3F Bijeenkomst MG86 IJsbrand Jepma, Sardes, maart 2014 Drie servicedocumenten om gefundeerd te kiezen 1) Kieswijzer Toetsen taalniveau pedagogisch

Nadere informatie

Kieswijzer Taalcursussen pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen

Kieswijzer Taalcursussen pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen Kieswijzer Taalcursussen pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen Opdrachtgever: ministerie van OCW, directie Primair Onderwijs Januari 2015 Olga Abell, IJsbrand Jepma en Tessa van Velzen Sardes,

Nadere informatie

Kieswijzer Taalcursussen pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen

Kieswijzer Taalcursussen pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen Kieswijzer Taalcursussen pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen Kieswijzer Taalcursussen pedagogisch medewerkers in voorschoolse instellingen Opdrachtgever: ministerie van OCW, directie Primair

Nadere informatie

TOA: Toolkit én schatkist

TOA: Toolkit én schatkist TOA: Toolkit én schatkist Ruim 1,7 miljoen toetsen afgenomen. Wat weten we nu? Taal en rekenen 2 jaar onderweg en wat heeft ons dit nu gebracht? Bekijk de resultaten van 2 jaar meten. Bureau ICE is in

Nadere informatie

Ontwikkelingen rond VVE in kort bestek

Ontwikkelingen rond VVE in kort bestek Ontwikkelingen rond VVE in kort bestek Inleiding De Voor- en Vroegschoolse Educatie en de daarmee te behalen opbrengsten in de ontwikkeling van kinderen staan volop in de belangstelling vanwege het maatschappelijk

Nadere informatie

Slimme en haalbare oplossingen voor het Instellingsexamen

Slimme en haalbare oplossingen voor het Instellingsexamen Slimme en haalbare oplossingen voor het Instellingsexamen APS Hella Kroon Alie Kammenga Ellis Eerdmans 8 oktober 2012 Ede In deze masterclass Als ik het voor het zeggen had dan De kaders van het instellingsexamen

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Stadskanaal

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Stadskanaal RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Stadskanaal Plaats : Stadskanaal Gemeentenummer : 0037 Onderzoeksnummer : 279577 Datum onderzoek : 19 november

Nadere informatie

Product Informatie Blad - Taaltoets

Product Informatie Blad - Taaltoets Product Informatie Blad - Taaltoets PIB150-2010-Taaltoets Context In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft de Commissie Meijerink onderzoek gedaan naar wat leerlingen

Nadere informatie

Naam Kindercentrum: De Bloemenkinderen SPIL-centrum: Sprookjesbosch Registratienummer LRKP: 293426661

Naam Kindercentrum: De Bloemenkinderen SPIL-centrum: Sprookjesbosch Registratienummer LRKP: 293426661 Naam Kindercentrum: De Bloemenkinderen SPIL-centrum: Sprookjesbosch Registratienummer LRKP: 293426661 Toezichthouder: GGD Brabant-Zuidoost, Mw. L. van Beek In opdracht van gemeente: EINDHOVEN Datum inspectiebezoek:

Nadere informatie

Inhoud educatie-opleidingen, toetsing en certificering

Inhoud educatie-opleidingen, toetsing en certificering Inhoud educatie-opleidingen, toetsing en certificering In iedere FAQ-lijst vindt u eerst de lijst met vragen, zodat u de voor u interessante vragen en antwoorden op de pagina s hierna makkelijk terug kunt

Nadere informatie

Evaluatie pilot VVE Nieuwleusen

Evaluatie pilot VVE Nieuwleusen Evaluatie VVE Pilot Nieuwleusen Een samenwerking tussen: Doomijn peuterspeelzaal Kon. Julianalaan Landstede Kinderdagverblijf t Hummelhof Carinova consultatiebureau Nieuwleusen Gemeente Dalfsen Maart,

Nadere informatie

UITVOERINGSPROGRAMMA 2013

UITVOERINGSPROGRAMMA 2013 UITVOERINGSPROGRAMMA 2013 VVE IN HAARLEMEMRLIEDE CA. Y.Mahrach dec 2013 Inleiding Per 1 augustus 2010 is de wetgeving voor onderwijsachterstanden en voor- en vroegschoolse educatie gewijzigd. De gemeente

Nadere informatie

Bijlage bij de kieswijzers voor taaltoetsen en taalcursussen

Bijlage bij de kieswijzers voor taaltoetsen en taalcursussen Bijlage bij de kieswijzers voor taaltoetsen en taalcursussen Herbeoordelingen en gebruikerservaringen Bijlage bij de kieswijzers voor taaltoetsen en taalcursussen Herbeoordelingen en gebruikerservaringen

Nadere informatie

Culemborgs VVE beleid 2011-2014

Culemborgs VVE beleid 2011-2014 Culemborgs VVE beleid 2011-2014 Wat is VVE? VVE staat voor voor- en vroegschoolse educatie. VVE is een programmatisch aanbod dat er op gericht is om taal- en ontwikkelingsachterstanden bij kinderen te

Nadere informatie

DEFINITIEF RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE KINDERDAGVERBLIJF DE KLEINE WERELD

DEFINITIEF RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE KINDERDAGVERBLIJF DE KLEINE WERELD VVE-RAPPORT DEFINITIEF RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE KINDERDAGVERBLIJF DE KLEINE WERELD Locatie Kinderdagverblijf De Kleine Plaats Sassenheim Reg.nr. 3485176

Nadere informatie

VVE beleidsplan. (versie 1.2 /februari 2015)

VVE beleidsplan. (versie 1.2 /februari 2015) VVE beleidsplan (versie 1.2 /februari 2015) Voorwoord Voor u ligt het eerste VVE beleidsplan van Peuterspeelzaal Kip Kakel. Hierin staat beschreven op welke wijze wij uitvoering willen geven aan de voor

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333 44 44 F 070 333 44 00 www.rijksoverheid.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333 44 44 F 070 333 44 00 www.rijksoverheid. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333 44 44 F 070 333 44 00 www.rijksoverheid.nl Betreft Reactie op schriftelijke inbreng van de vaste

Nadere informatie

Inspectie in kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

Inspectie in kinderopvang en peuterspeelzaalwerk Inspectie in kinderopvang en peuterspeelzaalwerk Augustus 2013 1. Betrokken partijen bij het toezicht op dagopvang en peuterspeelzalen.3 2. Inspectie door de GGD.4 3. Handhaving kwaliteit van peuterspeelzaalwerk

Nadere informatie

GEMEENTERAAD MENAMERADIEL

GEMEENTERAAD MENAMERADIEL GEMEENTERAAD MENAMERADIEL Menaam : 27 januari 2011 Portefeuillehouder : A. Dijkstra Punt : [08] Behandelend ambtenaar : A. Buma Doorkiesnummer : (0518) 452918 Onderwerp : Wet OKE / VVE 2011-2014 Inleiding

Nadere informatie

Hierna lichten we per onderdeel de voortgang toe van deze afspraken in Enschede.

Hierna lichten we per onderdeel de voortgang toe van deze afspraken in Enschede. Bijlage bij brief over voortgang VVE-bestuursafspraken 1 Inleiding Het Ministerie van OCW heeft gericht geld ingezet in de G37 om de kwaliteit van de VVE te verbeteren. Deze zijn in maart 2012 vastgelegd

Nadere informatie

PRAAT MET DE RAAD kort verslag

PRAAT MET DE RAAD kort verslag PRAAT MET DE RAAD kort verslag Datum: 19 mei 2015 Spreker: Corine Laurant, namens Stichting Kinderen en Ouders Onderwerp: Stichting Kinderen en Ouders als gesubsidieerde instelling voor peuterspeelzalen

Nadere informatie

Regeling subsidie onderwijsstimulering gemeente Oisterwijk 2015

Regeling subsidie onderwijsstimulering gemeente Oisterwijk 2015 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Oisterwijk. Nr. 86 0 oktober 0 Regeling subsidie onderwijsstimulering gemeente Oisterwijk 0 WAT WILLEN WE BEREIKEN? Wij willen dat kinderen hun talenten optimaal

Nadere informatie

Toetsen voor de Moderne Vreemde Talen en het Nederlands

Toetsen voor de Moderne Vreemde Talen en het Nederlands Toetsen voor de Moderne Vreemde Talen en het Nederlands bij het Common European Framework Instructie voor de kandidaat - 2 - Instructie voor de kandidaat Lees deze instructie voordat je een examen gaat

Nadere informatie

Product Informatie Blad - Rekentoets

Product Informatie Blad - Rekentoets Product Informatie Blad - Rekentoets PIB240-2010-Rekentoets Context In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft de commissie Meijerink onderzoek gedaan naar wat leerlingen

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Hollands Kroon

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Hollands Kroon RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Hollands Kroon Plaats : Anna Paulowna Gemeentenummer : 1911 Onderzoeksnummer : 279553 Datum onderzoek : 17 november

Nadere informatie

Verplicht toetsen en bijspijkeren of eigen verantwoordelijkheid? De basisvaardigheden Nederlands van eerstejaars VU-studenten

Verplicht toetsen en bijspijkeren of eigen verantwoordelijkheid? De basisvaardigheden Nederlands van eerstejaars VU-studenten 7.Taalbeleid hoger onderwijs Ronde 8 Marloes van Beersum & Eline van Straalen Taalcentrum-VU, Vrije Universiteit Amsterdam Contact: mvanbeersum@taalcentrum-vu.nl evanstraalen@taalcentrum-vu.nl Verplicht

Nadere informatie

Een succesvol traject ter voorbereiding op de taaltoets.

Een succesvol traject ter voorbereiding op de taaltoets. Richard Vollenbroek Hogeschool Edith Stein/Onderwijscentrum Twente Vollenbroek@edith.nl Een succesvol traject ter voorbereiding op de taaltoets. Instromende eerstejaars studenten aan Nederlandse pabo s

Nadere informatie

Inspectierapport Pinokkio (PSZ) Mathilde Wibautstraat 20 2135MC HOOFDDORP

Inspectierapport Pinokkio (PSZ) Mathilde Wibautstraat 20 2135MC HOOFDDORP Inspectierapport Pinokkio (PSZ) Mathilde Wibautstraat 20 2135MC HOOFDDORP Toezichthouder: GGD Kennemerland In opdracht van gemeente: Haarlemmermeer Datum inspectie: 20-05-2015 Type onderzoek : Jaarlijks

Nadere informatie

Voorbeeldconvenant Vooren Vroegschoolse Educatie

Voorbeeldconvenant Vooren Vroegschoolse Educatie Voorbeeldconvenant Vooren Vroegschoolse Educatie Partijen: Schoolbestu(u)r(en) basisonderwijs :... Bestu(u)r(en) kinderopvang :... Bestu(u)r(en) peuterspeelzaalwerk :... Gemeente :... < Overige partijen

Nadere informatie

maak kennis met Het College voor examens

maak kennis met Het College voor examens maak kennis met Het College voor examens College voor Examens 030 28 40 700, info@cve.nl Postbus 315, 3500 AH Utrecht www.cve.nl Het is enorm belangrijk dat de focus altijd gericht blijft op de leerling

Nadere informatie

Beleidsregels Wet taaleis gemeente Edam-Volendam

Beleidsregels Wet taaleis gemeente Edam-Volendam Beleidsregels Wet taaleis gemeente Edam-Volendam Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1. Begrippen 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde

Nadere informatie

RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE

RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE VVE-RAPPORT RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE PEUTERSPEELZAAL DE HOEKSTEEN (LOCATIE DE REIGERTJES) BASISSCHOOL DE HOEKSTEEN Locaties : : Brinnr. :04YU Plaats

Nadere informatie

Aanwijzen deskundige taaltoets

Aanwijzen deskundige taaltoets Aanwijzen deskundige taaltoets Op grond van artikel 8, tweede lid, van het Besluit beëdigde tolken en vertalers (hierna: het Besluit btv) kan Bureau Wbtv, namens de minister van Veiligheid en Justitie,

Nadere informatie

SAMEN AAN DE SLAG IN VVE

SAMEN AAN DE SLAG IN VVE SAMEN AAN DE SLAG IN VVE Handreiking voor G37-organisaties die VVE aanbieden Drs. Els G. Hoeffnagel, November 2013 MOGROEP EN BRANCHEORGANISATIE KINDEROPVANG Inhoud Voorwoord 1. Inleiding 5 1.1. Verhogen

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK IN HET KADER VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE. kinderdagverblijf Robin Dak

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK IN HET KADER VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE. kinderdagverblijf Robin Dak RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK IN HET KADER VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE kinderdagverblijf Robin Dak Plaats : Den Haag LRKP nummer : 124071107 Onderzoeksnummer : 267373 Datum onderzoek : 26 september

Nadere informatie

Inspectierapport Kindercentrum De Ark (KDV) Palestrinastraat 10 5344AA OSS Registratienummer 171685623

Inspectierapport Kindercentrum De Ark (KDV) Palestrinastraat 10 5344AA OSS Registratienummer 171685623 Inspectierapport Kindercentrum De Ark (KDV) Palestrinastraat 10 5344AA OSS Registratienummer 171685623 Toezichthouder: GGD Hart voor Brabant In opdracht van gemeente: Oss Datum inspectie: 23-10-2015 Type

Nadere informatie

Een succesvol traject ter voorbereiding op de taaltoets

Een succesvol traject ter voorbereiding op de taaltoets Tenslotte demonstreren we u de online databank op de website van de Nederlandse Taalunie. U kunt Lezen in het basisonderwijs, evenals Schrijven in het basisonderwijs, downloaden van de volgende websites:

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Primair Onderwijs IPC 2400 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen Nr. 145 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Voor een betrouwbaar bovenbouwadvies per vak

Voor een betrouwbaar bovenbouwadvies per vak Voor een betrouwbaar bovenbouwadvies per vak Beschikbaar per 1 september 2015 NIEUW TOA Profielkeuzetoets vmbo en havo Biologie, economie, natuurkunde en wiskunde Bureau ICE De nieuwe generatie toetsen

Nadere informatie

Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden

Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden Kaders voor een digitale leer- en oefenomgeving Onderzoekssamenvatting Drs. Maurice de Greef Onderzoeker, Adviseur en Trainer Artéduc

Nadere informatie

Subsidieregeling individuele voorschoolplaatsen kindercentra 2014-2015 Vastgesteld op 6 mei 2014

Subsidieregeling individuele voorschoolplaatsen kindercentra 2014-2015 Vastgesteld op 6 mei 2014 Subsidieregeling individuele voorschoolplaatsen kindercentra 2014-2015 Vastgesteld op 6 mei 2014 Burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; gelet op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

Nadere informatie

Handhavingsbeleid kwaliteit Kinderopvang Gemeente De Bilt 2013

Handhavingsbeleid kwaliteit Kinderopvang Gemeente De Bilt 2013 Handhavingsbeleid kwaliteit Kinderopvang Gemeente De Bilt 2013 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding en leeswijzer 3 1.1 Landelijk Register Kinderopvang.... 3 2. Wet- en regelgeving 4 2.1 Wetten en besluiten. 4

Nadere informatie

Naam Kindercentrum: De Tuimelaar SPIL-centrum: / Registratienummer LRKP: 161240136

Naam Kindercentrum: De Tuimelaar SPIL-centrum: / Registratienummer LRKP: 161240136 Naam Kindercentrum: De Tuimelaar SPIL-centrum: / Registratienummer LRKP: 161240136 Toezichthouder: GGD Brabant-Zuidoost, Mw. V. van Kilsdonk In opdracht van gemeente: EINDHOVEN Datum inspectiebezoek: 06-05-2014

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Nieuwkoop

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Nieuwkoop RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Nieuwkoop Plaats : Ter Aar Gemeentenummer : 0569 Onderzoeksnummer : 277962 Datum onderzoek : 4 november 2014

Nadere informatie

NT1 Instroom Begrippenlijst en taalverzorging: Spelling, grammatica, Semantiek en stilistiek: stijl, zinsbouw, woordkennis Lezen en schrijven

NT1 Instroom Begrippenlijst en taalverzorging: Spelling, grammatica, Semantiek en stilistiek: stijl, zinsbouw, woordkennis Lezen en schrijven TOETSEN TAAL Titel Korte omschrijving Uitgever en jaar Doelgroep Niveau Koppeling Stand. & Eindt. Context Digitaal / Instaptoets NT1 Een instaptoets voor lezen en VanDorp educatief, www. schrijven om de

Nadere informatie

Zorg voor onze kinderen

Zorg voor onze kinderen Zorg voor onze kinderen Versie 5.0 juni 2011 Gelukkig de kinderen, die zonder angst, naar school gaan. Gelukkig de kinderen, die zonder hoge cijfers zich geaccepteerd weten. Gelukkig de kinderen, die ondanks

Nadere informatie

Agendanummer: Begrotingswijz.:

Agendanummer: Begrotingswijz.: Agendanummer: Begrotingswijz.: CS1 Notitie samenwerking en spreiding kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en primair Onderwerp : onderwijs 'Een stap in het bundelen van krachten' Kenmerk: 10/0025968 Aan de

Nadere informatie

Workshop Onderwijsdag 2012 Enschede

Workshop Onderwijsdag 2012 Enschede Anneke Elenbaas van Ommen - 20 maart 2012 SAMENWERKEN AAN DE DOORGAANDE LIJN IN ZORG EN EDUCATIE BINNEN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE PERIODE Workshop Onderwijsdag 2012 Enschede Programma Welkom en toelichting

Nadere informatie

Taal en Rekenen - Wat gebeurt er allemaal? Btg MEI 23 april 2010. Rianne Reichardt

Taal en Rekenen - Wat gebeurt er allemaal? Btg MEI 23 april 2010. Rianne Reichardt Taal en Rekenen - Wat gebeurt er allemaal? Btg MEI 23 april 2010 Rianne Reichardt Wet- en regelgeving Taal- en rekenniveau omhoog Invoering referentiekader Meijerink Invoering centrale examinering taal

Nadere informatie

Hulpdocument verantwoording van resultaten en activiteiten over kalenderjaar 2013 en 2014

Hulpdocument verantwoording van resultaten en activiteiten over kalenderjaar 2013 en 2014 Inleiding In januari 2013 hebben directie Jeugd en Onderwijs en een vertegenwoordiging van de schoolbesturen en kinderopvang- en welzijnsorganisaties die voorschoolse educatie uitvoeren met subsidie van

Nadere informatie

Inspectierapport Stichting Peuter Vriendjes peuterspeelzaal (PSZ) Televisiebaan 106a 3402VH IJSSELSTEIN UT

Inspectierapport Stichting Peuter Vriendjes peuterspeelzaal (PSZ) Televisiebaan 106a 3402VH IJSSELSTEIN UT Inspectierapport Stichting Peuter Vriendjes peuterspeelzaal (PSZ) Televisiebaan 106a 3402VH IJSSELSTEIN UT Toezichthouder: GGD regio Utrecht In opdracht van gemeente: IJSSELSTEIN Datum inspectiebezoek:

Nadere informatie

Kadernotitie Voor- en Vroegschoolse Educatie, Een stap vooruit, 2014-2017

Kadernotitie Voor- en Vroegschoolse Educatie, Een stap vooruit, 2014-2017 Kadernotitie Voor- en Vroegschoolse Educatie, Een stap vooruit, 2014-2017 1. Inleiding Op 15 december 2011 heeft de gemeenteraad besloten om de Beleidsnotitie Voorschoolse educatie, Bundelen van Krachten

Nadere informatie

Naam Kindercentrum: De Droomwereld Lucas Gasselstraat SPIL-centrum: Rochusbuurt Registratienummer LRKP: 208706136

Naam Kindercentrum: De Droomwereld Lucas Gasselstraat SPIL-centrum: Rochusbuurt Registratienummer LRKP: 208706136 Naam Kindercentrum: De Droomwereld Lucas Gasselstraat SPIL-centrum: Rochusbuurt Registratienummer LRKP: 208706136 Toezichthouder: GGD Brabant-Zuidoost, Mw. L. van Beek In opdracht van gemeente: EINDHOVEN

Nadere informatie

Van de tweejarigen zit het merendeel op een VVE-speelzaal, bij de driejarigen zit het grootste deel op een niet-vve-speelzaal (zie figuur 1).

Van de tweejarigen zit het merendeel op een VVE-speelzaal, bij de driejarigen zit het grootste deel op een niet-vve-speelzaal (zie figuur 1). 1 Deelname van peuters aan voorschoolse educatie In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de deelname van Leidse peuters aan VVE (voor- en vroegschoolse educatie). In Leiden wordt in het kader van

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK IN HET KADER VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE. kinderdagverblijf Dikkie Dik kinderdagverblijf Jip & Janneke

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK IN HET KADER VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE. kinderdagverblijf Dikkie Dik kinderdagverblijf Jip & Janneke RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK IN HET KADER VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE kinderdagverblijf Dikkie Dik kinderdagverblijf Jip & Janneke Plaats : Den Haag LRKP nummer : 185342693 LRKP nummer : 854419494

Nadere informatie

1. Centraal Examenreglement Beroepsopleidingen ROC Mondriaan

1. Centraal Examenreglement Beroepsopleidingen ROC Mondriaan 1. Centraal Examenreglement Beroepsopleidingen ROC Mondriaan Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Regeling van de examens Het examen Herkansen van examens

Nadere informatie

DEFINITIEF RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE PEUTERSPEELZAAL OP DE RODE PADDESTOEL

DEFINITIEF RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE PEUTERSPEELZAAL OP DE RODE PADDESTOEL VVE-RAPPORT DEFINITIEF RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE PEUTERSPEELZAAL OP DE RODE PADDESTOEL Locatie : Peuterspeelzaal Op de Rode Plaats : Haarlem Reg.nr.

Nadere informatie

Beleidsregels Wet Taaleis 2016 betreffende de Participatiewet

Beleidsregels Wet Taaleis 2016 betreffende de Participatiewet Beleidsregels Wet Taaleis 2016 betreffende de Participatiewet Het Drechtstedenbestuur; gelezen het advies van het Portefeuillehoudersoverleg Sociaal d.d. 1 december 2015, gelet op artikel 18b van de Participatiewet

Nadere informatie

Uitvoeringsnotitie VVE gemeente Dalfsen Uitwerking VVE-beleid en toelichting op de beleidsregels VVE

Uitvoeringsnotitie VVE gemeente Dalfsen Uitwerking VVE-beleid en toelichting op de beleidsregels VVE Uitvoeringsnotitie VVE gemeente Dalfsen Uitwerking VVE-beleid en toelichting op de beleidsregels VVE Dalfsen, augustus 2012 1 Inleiding Dit document is een uitwerking van de Notitie Beleid en uitvoering

Nadere informatie

Subsidieverordening peuterprogramma gemeente Stein

Subsidieverordening peuterprogramma gemeente Stein Betreft Vergaderdatum Subsidieverordening peuterprogramma gemeente Stein 26-maart-2015 Gemeenteblad 2015 / 101 Agendapunt 6 Aan de Raad Voorstel De gemeenteraad wordt voorgesteld: - De 'subsidieverordening

Nadere informatie

Inspectierapport Het Esje (PSZ) Uitslagsweg 47 7556LN HENGELO OV

Inspectierapport Het Esje (PSZ) Uitslagsweg 47 7556LN HENGELO OV Inspectierapport Het Esje (PSZ) Uitslagsweg 47 7556LN HENGELO OV Toezichthouder: GGD Twente In opdracht van gemeente: Hengelo (O) Datum inspectie: 18-06-2015 Type onderzoek: Jaarlijks onderzoek Status:

Nadere informatie

Inspectierapport. Kinderopvang Maikids Amsterdam B.V (KDV) Laan van Vlaanderen 143 1066 JM AMSTERDAM Registratienummer: 166363145

Inspectierapport. Kinderopvang Maikids Amsterdam B.V (KDV) Laan van Vlaanderen 143 1066 JM AMSTERDAM Registratienummer: 166363145 Inspectierapport Kinderopvang Maikids Amsterdam B.V (KDV) Laan van Vlaanderen 143 1066 JM AMSTERDAM Registratienummer: 166363145 Toezichthouder: GGD Amsterdam In opdracht van: Stadsdeel Nieuw-West Datum

Nadere informatie

Piramide. Dé educatieve methode voor alle jonge kinderen

Piramide. Dé educatieve methode voor alle jonge kinderen Voor- en vroegschoolse educatie Piramide Piramide Dé educatieve methode voor alle jonge kinderen Geeft jonge kinderen de kans zich optimaal te ontwikkelen Biedt houvast en ruimte voor pedagogisch medewerkers,

Nadere informatie

RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE KINDERDAGVERBLIJF SDK ROZEMARIJN

RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE KINDERDAGVERBLIJF SDK ROZEMARIJN VVE-RAPPORT RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE KINDERDAGVERBLIJF SDK ROZEMARIJN Locatie Brinnr. Plaats Dordrecht Onderzoeksnummer. 9062 Datum onderzoek 12 juni

Nadere informatie

RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE BASISSCHOOL OBS EKKE DE HAAN

RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE BASISSCHOOL OBS EKKE DE HAAN VVE-RAPPORT RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE BASISSCHOOL OBS EKKE DE HAAN Locatie : Brinnr. :14JW Plaats :8446 CL Heerenveen Documentnummer :459112 Onderzoeksnummer

Nadere informatie

Inspectierapport Kindercentrum Belle Fleur (KDV) Markt 98 4875CG ETTEN-LEUR Registratienummer 202210157

Inspectierapport Kindercentrum Belle Fleur (KDV) Markt 98 4875CG ETTEN-LEUR Registratienummer 202210157 Inspectierapport Kindercentrum Belle Fleur (KDV) Markt 98 4875CG ETTEN-LEUR Registratienummer 202210157 Toezichthouder: GGD West-Brabant In opdracht van gemeente: ETTEN-LEUR Datum inspectie: 22-09-2014

Nadere informatie

Inspectierapport Wereldplek (PSZ) Laboucherelaan 7 2283EG RIJSWIJK ZH

Inspectierapport Wereldplek (PSZ) Laboucherelaan 7 2283EG RIJSWIJK ZH Inspectierapport Wereldplek (PSZ) Laboucherelaan 7 2283EG RIJSWIJK ZH Toezichthouder: GGD Haaglanden In opdracht van gemeente: Rijswijk Datum inspectie: 20-07-2015 Type onderzoek: Nader onderzoek Status:

Nadere informatie

1 Inleiding... 2 2 Examencommissie... 3 3 Toelating... 4. 3.1 Toelatingseisen... 4 3.2 Vrijstellingen... 4. 4 De inrichting van toetsen...

1 Inleiding... 2 2 Examencommissie... 3 3 Toelating... 4. 3.1 Toelatingseisen... 4 3.2 Vrijstellingen... 4. 4 De inrichting van toetsen... Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Examencommissie... 3 3 Toelating... 4 3.1 Toelatingseisen... 4 3.2 Vrijstellingen... 4 4 De inrichting van toetsen... 5 4.1 Toelating tot de toetsing... 5 4.2 Schriftelijke

Nadere informatie

Inspectierapport Peutercentrum Moriaantje (KDV) Randweg 2 6845AC ARNHEM Registratienummer 959247038

Inspectierapport Peutercentrum Moriaantje (KDV) Randweg 2 6845AC ARNHEM Registratienummer 959247038 Inspectierapport Peutercentrum Moriaantje (KDV) Randweg 2 6845AC ARNHEM Registratienummer 959247038 Toezichthouder: Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden In opdracht van gemeente: Arnhem Datum

Nadere informatie

Naam Kindercentrum: Dikkie & Dik Barrier SPIL-centrum: De Barrier Registratienummer LRKP: 158898618

Naam Kindercentrum: Dikkie & Dik Barrier SPIL-centrum: De Barrier Registratienummer LRKP: 158898618 Naam Kindercentrum: Dikkie & Dik Barrier SPIL-centrum: De Barrier Registratienummer LRKP: 158898618 Toezichthouder: GGD Brabant-Zuidoost, Mw. E. Mertens In opdracht van gemeente: EINDHOVEN Datum inspectiebezoek:

Nadere informatie

1 TOA: Digitaal webbased toetssysteem voor Taal en Rekenen

1 TOA: Digitaal webbased toetssysteem voor Taal en Rekenen KWALITEIT IN TOETSEN EN EXAMENS TOA Digitaal webbased toetssysteem voor Taal en Rekenen Compleet leerlingvolgsysteem voor Taal en Rekenen in het voortgezet onderwijs 1 TOA: Digitaal webbased toetssysteem

Nadere informatie

RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE BASISSCHOOL OBS EUROPASCHOOL

RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE BASISSCHOOL OBS EUROPASCHOOL VVE-RAPPORT RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE BASISSCHOOL OBS EUROPASCHOOL Locatie(s) : Brinnr. :09RC Plaats :9649 GJ Muntendam Onderzoeksnummer :15078 Datum

Nadere informatie

Kinderdagverblijf Buitenpret. Peuterspeelleergroep De Krullevaar Peuterspeelleergroep Pim&Pom PROTOCOL VVE

Kinderdagverblijf Buitenpret. Peuterspeelleergroep De Krullevaar Peuterspeelleergroep Pim&Pom PROTOCOL VVE Kinderdagverblijf Buitenpret Peuterspeelleergroep De Krullevaar Peuterspeelleergroep Pim&Pom PROTOCOL VVE INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 1. Omschrijving VVE 1.1 Algemeen 3 1.2 Doelgroepbepaling 4 1.3 Toeleiding

Nadere informatie

Inspectierapport De Grutterij(PSZ) Wheeme 8 8325AE VOLLENHOVE

Inspectierapport De Grutterij(PSZ) Wheeme 8 8325AE VOLLENHOVE Inspectierapport De Grutterij(PSZ) Wheeme 8 8325AE VOLLENHOVE Toezichthouder: GGD IJsselland In opdracht van gemeente: Steenwijkerland Datum inspectie: 05-02-2015 Type onderzoek: Jaarlijks onderzoek Status:

Nadere informatie

voor- en vroegschoolse educatie Convenant uitvoering Boxtels model

voor- en vroegschoolse educatie Convenant uitvoering Boxtels model Convenant uitvoering Boxtels model Impuls kwaliteit VVE beleid Boxtel 6 juli 2011 Aanleiding en doelstelling bestuurlijk convenant Met ingang van de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie krijgt

Nadere informatie

Dyscalculieprotocol (locatie mavo-havo-atheneum; versie januari 2015)

Dyscalculieprotocol (locatie mavo-havo-atheneum; versie januari 2015) Dyscalculieprotocol (locatie mavo-havo-atheneum; versie januari 2015) Inleiding Thorbecke Scholengemeenschap heeft de verplichting leerlingen voor rekenen op referentieniveau 2F (mavo) of 3F (havo/atheneum)

Nadere informatie

RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE KINDERDAGVERBLIJF BUBBEL

RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE KINDERDAGVERBLIJF BUBBEL VVE-RAPPORT RAPPORT VAN HET ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE KINDERDAGVERBLIJF BUBBEL Locatie : Plaats :9356 EA Tolbert Onderzoeksnummer :9310 Documentnummer :3458807 Datum

Nadere informatie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie Toetsvormen Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie 1 Waarom wordt er getoetst? Om te beoordelen in hoeverre de student in staat is te handelen zoals op academisch

Nadere informatie

2. Overzicht van modules en prijzen

2. Overzicht van modules en prijzen 2. 1. Blokken en domeinen 2. Doorlooptijden en invulling 3. Prijzen 1. Blokken en domeinen De methode KleurRijker dekt het taalniveau vanaf A0 + (zeer beperkte kennis van de Nederlandse taal, gealfabetiseerd)

Nadere informatie

Examenreglement Taalcursussen Nederlands als Tweede Taal

Examenreglement Taalcursussen Nederlands als Tweede Taal Examenreglement Taalcursussen Nederlands als Tweede Taal Examens Iedere cursus wordt afgesloten met een examen. Ieder examen bestaat uit twee tot vijf onderdelen. Deelnemers aan een taalcursus worden geacht

Nadere informatie

BROCHURE. adaptievedigitaleeindtoets

BROCHURE. adaptievedigitaleeindtoets BROCHURE adaptievedigitaleeindtoets Vanaf april 2015 zijn scholen in het regulier primair onderwijs verplicht om leerlingen uit groep 8 een eindtoets te laten maken. De afnamedatum van de eindtoets in

Nadere informatie

Inspectierapport Dribbel (PSZ) Nieuwehaven 310 2801EG GOUDA

Inspectierapport Dribbel (PSZ) Nieuwehaven 310 2801EG GOUDA Inspectierapport Dribbel (PSZ) Nieuwehaven 310 2801EG GOUDA Toezichthouder: GGD Hollands Midden In opdracht van gemeente: Gouda Datum inspectie: 09-03-2015 Type onderzoek: Jaarlijks onderzoek Status: Definitief

Nadere informatie

ROUTE 8 is een digitale, adaptieve eindtoets die in 2 à 3 klokuren via internet wordt afgenomen. 2 www.route8.nl

ROUTE 8 is een digitale, adaptieve eindtoets die in 2 à 3 klokuren via internet wordt afgenomen. 2 www.route8.nl Vanaf april 2015 zijn scholen in het basisonderwijs verplicht om leerlingen uit groep 8 een eindtoets te laten maken. De afnameperiode van de eindtoets in groep 8 is verplaatst van februari naar 15 april

Nadere informatie

Samenvatting. Zie hiervoor het werkplan van de Evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs 2008-2012. ECPO, oktober 2008.

Samenvatting. Zie hiervoor het werkplan van de Evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs 2008-2012. ECPO, oktober 2008. Rapport 827 Jaap Roeleveld, Guuske Ledoux, Wil Oud en Thea Peetsma. Volgen van zorgleerlingen binnen het speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs. Verkennende studie in het kader van de evaluatie

Nadere informatie

Inspectierapport Peuterspeelzaal 't Kwetternest (PSZ) Oud Ambacht 116 9201 XE DRACHTEN

Inspectierapport Peuterspeelzaal 't Kwetternest (PSZ) Oud Ambacht 116 9201 XE DRACHTEN Inspectierapport Peuterspeelzaal 't Kwetternest (PSZ) Oud Ambacht 116 9201 XE DRACHTEN Toezichthouder: GGD Fryslân In opdracht van gemeente: Smallingerland Datum inspectie: 11-03-2015 Type onderzoek :

Nadere informatie

Masterclass Resultaat afspraken Vroegschoolse educatie

Masterclass Resultaat afspraken Vroegschoolse educatie Masterclass Resultaat afspraken Vroegschoolse educatie Marco Zuidam 5 september 2013 Programma 1. Waar staan aanwezige gemeenten 2. Meekrijgen schoolbesturen 3. Aanpak 4. Type doelstellingen 5. Goede voorbeelden

Nadere informatie

Minister Asscher: peuterspeelzaal onder de kinderopvang

Minister Asscher: peuterspeelzaal onder de kinderopvang http://www.kinderopvangtotaal.nl/kinderdagverblijven/actueel/2013/12/kinderopvang-zet-eerstestap-naar-een-nieuw-stelsel-1417753w/ Onderaan de pagina vind je de link naar de brief van Asscher. Minister

Nadere informatie

optimaal groeien TOA: digitaal leerlingvolgsysteem voor het voortgezet onderwijs

optimaal groeien TOA: digitaal leerlingvolgsysteem voor het voortgezet onderwijs Eerlijk meten, optimaal groeien TOA: digitaal leerlingvolgsysteem voor het voortgezet onderwijs Methode-onafhankelijke toetsen voor rekenen, Nederlands, Engels, Duits en Frans Bureau ICE De nieuwe generatie

Nadere informatie

EVALUATIE WFT-PERMANENTE EDUCATIE PE-cyclus 2011/2012

EVALUATIE WFT-PERMANENTE EDUCATIE PE-cyclus 2011/2012 EVALUATIE RMANENTE EDUCATIE PE-cyclus 2011/2012 Door: College Deskundigheid Financiële Dienstverlening op basis van de analyse van de enquêtegegevens door de Stichting Examenkamer Datum: 14 juli 2014 1

Nadere informatie

logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag BVE/IenI/2006-43667

logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag BVE/IenI/2006-43667 logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk BVE/IenI/2006-43667 Onderwerp Inspectierapport 'Nederlands in het mbo' Bijlage(n) Rapport

Nadere informatie

Beleidsregel Wet taaleis 2016

Beleidsregel Wet taaleis 2016 Toelichting op de beleidsregel Wet taaleis 2016 Algemeen Op 1 januari 2016 is de Wet taaleis Participatiewet in werking getreden, die artikel 18b in de Participatiewet toevoegt. Dit artikel bepaalt kort

Nadere informatie

NAUTICAL TECHNICAL TRAINING ACADEMY

NAUTICAL TECHNICAL TRAINING ACADEMY NAUTICAL TECHNICAL TRAINING ACADEMY STRATEGISCH BELEIDSPLAN 2012-2015 1 Inhoudsopgave: Blz. 1. Algemeen 3 2. Looptijd en evaluatie 3 3. Motto 3 4. Visie 3 5. Missie 3 6. Doelstellingen 4 6.1 strategie

Nadere informatie

Inspectierapport Boemeltje (PSZ) Oosterhuisweg 3 8423 TG MAKKINGA

Inspectierapport Boemeltje (PSZ) Oosterhuisweg 3 8423 TG MAKKINGA Inspectierapport Boemeltje (PSZ) Oosterhuisweg 3 8423 TG MAKKINGA Toezichthouder: GGD Fryslân In opdracht van gemeente: Ooststellingwerf Datum inspectie: 09-04-2015 Type onderzoek: Jaarlijks onderzoek

Nadere informatie

DE KWALITEIT VAN VVE IN DE GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM IN 2012

DE KWALITEIT VAN VVE IN DE GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM IN 2012 DE KWALITEIT VAN VVE IN DE GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM IN 2012 Utrecht, november 2012 3426545 Pagina 1 van 15 Pagina 2 van 15 Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 7 1 VVE op gemeentelijk niveau 9 2 De oordelen over

Nadere informatie

Naam Examenleverancier :

Naam Examenleverancier : Naam Eamenleverancier : Toetsing Organisatieaudit Product Dienst Indien er sprake is van het toetsen van een product: Naam Product : Crebonummer : In te vullen door de Organisatie auditor van Kiwa Naar

Nadere informatie

Evaluatie Vversterk trainingen. Organisatieaspecten tweede tranche

Evaluatie Vversterk trainingen. Organisatieaspecten tweede tranche Evaluatie Vversterk trainingen Organisatieaspecten tweede tranche Evaluatie Vversterk trainingen Organisatieaspecten tweede tranche Opdrachtgever: Sardes Utrecht, november 2008 Oberon Postbus 1423 3500

Nadere informatie

Referentieniveaus en VVE: wat moet je ermee?

Referentieniveaus en VVE: wat moet je ermee? Referentieniveaus en VVE: wat moet je ermee? 20 november 2012 Els Loman en Aafke Bouwman 2 Inhoud workshop 1. Waarom Referentieniveaus? 2. Wat zijn Referentieniveaus? 3. Wat zijn de actuele ontwikkelingen?

Nadere informatie

Kinderen profiteren van trainingen. Kinderen profiteren van training pm ers

Kinderen profiteren van trainingen. Kinderen profiteren van training pm ers Bron: website Kinderopvang totaal d.d. 28 mei 2015 Kinderen profiteren van trainingen Zoals u misschien wel weet, zijn pedagogisch medewerkers nooit uitgeleerd. Maar hebben die trainingen zin? En hebben

Nadere informatie