Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg"

Transcriptie

1 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg Landelijke richtlijn, Versie: 2.0 Datum Goedkeuring: Methodiek: Consensus based Verantwoording: Redactie Palliatieve Zorg: richtlijnen voor de praktijk

2 Inhoudsopgave Colofon...1 Wat is palliatieve zorg?...2 Als genezing niet (meer) mogelijk is...2 Integrale zorg...4 Kwaliteit van leven en kwaliteit van sterven...4 De drie stadia van de palliatieve fase...4 Sterfte in Nederland...7 Doelen van palliatieve zorg...7 Evidence based palliatieve zorg...8 Symptomen en symptoomanalyse...9 Symptomen en syndromen...9 Symptoomanalyse...11 Palliatieve zorg in de praktijk...13 Complexe situaties...13 Interdisciplinaire aanpak...14 Besluitvorming...14 Disclaimer...16 i

3 Colofon De inleiding werd in 2010 hergeschreven door: Z. Zylicz, internist, specialist palliatieve geneeskunde, Dove House Hospice, Hull, Verenigd Koninkrijk S.C.C.M. Teunissen, oncologieverpleegkundige en gezondheidswetenschapper, UMC Utrecht/ Kenniscentrum Palliatieve Zorg Utrecht en directeur Academisch Hospice Demeter, De Bilt A. de Graeff, internist-oncoloog, UMC Utrecht/Kenniscentrum Palliatieve Zorg Utrecht en arts Academisch Hospice Demeter, De Bilt 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 1

4 Wat is palliatieve zorg? Dit hoofdstuk is onderverdeeld in subhoofdstukken en/of paragrafen. Om de de inhoud te kunnen bekijken klikt u in de linkerkolom op de subhoofdstuk- en/of paragraaftitel. Als genezing niet (meer) mogelijk is In de laatste decennia van de vorige eeuw heeft het accent van de geneeskunde, de medische wetenschap en de financiering van de gezondheidszorg sterk op de curatieve benadering van ziekte gelegen. Indien de ziekte niet te genezen bleek, ontbraken nogal eens de attitude, kennis en vaardigheden voor een andere benadering. Het toepassen van curatieve principes voor klinische situaties, waarbij er geen mogelijkheden tot curatie (meer) zijn, kan de patiënt echter schade toebrengen. De laatste fase van het leven van de patiënt is niet alleen voor hemzelf een moeilijke periode, maar ook voor de zorgverleners. Angst om te lijden, angst voor aftakeling en isolatie drijft patiënten en hun zorgverleners soms tot ingrijpende en onnodige behandelingen met bijbehorende bijwerkingen en risico's, tot aan overlijden toe. In de afgelopen decennia is het besef gegroeid dat deze benadering van de geneeskunde voor ongeneeslijk zieke patiënten in een aantal gevallen tekortschiet en bovendien duur en inefficiënt is. De kwaliteit van leven in de laatste levensfase laat echter ondanks alle inspanningen nog steeds te wensen over. Een belangrijke impuls voor de ontwikkeling van de palliatieve zorg vormde vanaf de jaren tachtig de problematiek van patiënten met AIDS. Mede hierdoor groeide het besef dat er veel gedaan kan worden voor patiënten met een ongeneeslijke ziekte, niet alleen door middel van de behandeling van de ziekte (ziektegerichte palliatie) maar ook door controle van hun symptomen (symptoomgerichte palliatie). In de praktijk zijn ziekte- en symptoomgerichte palliatie sterk met elkaar verweven (zie figuur 1). Ze sluiten elkaar nooit uit en worden vaak tegelijk toegepast met de bedoeling om elkaar te versterken ter verbetering van kwaliteit van leven. Een ziektegerichte behandeling heeft ook effect op de symptoomlast. Als de ziekte succesvol behandeld wordt, zijn er doorgaans minder klachten. Deze behandeling kan in potentie de levensduur van de patiënt 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 2

5 Richtlijn: Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) verlengen. Bij sommige ziekten kan dit een aanzienlijke verlenging zijn. Maar voor alle successen moet ook een prijs betaald worden in de vorm van belasting en bijwerkingen (op korte en op lange termijn) van de behandeling. Deze prijs kan, naarmate de ziekte vordert, aanzienlijk zijn. Soms is de prijs zo hoog dat deze niet in verhouding staat tot de resultaten. In dat geval is het tijdig staken van de op de ziekte gerichte behandeling van groot belang. De arts en verpleegkundige die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor patiënten in de palliatieve fase moeten zich realiseren wanneer de ziekte-gerichte behandeling haar grenzen bereikt en het beter is, om zich te beperken tot uitsluitend symptoomgerichte palliatie. Communiceren met de patiënt over deze gevoelige onderwerpen is een kunst op zich en vereist aparte scholing en deskundigheid. De symptoomgerichte behandeling heeft als doel de kwaliteit van leven zo veel en zo lang mogelijk te behouden, zonder de pretentie te hebben iets aan het ziekteverloop en de overleving te veranderen. In de stervensfase verschuift de focus van de symptoomgerichte palliatie van het streven naar handhaven van de kwaliteit van leven naar het streven naar een zo goed mogelijke kwaliteit van sterven. Er zijn geen scherpe criteria voor het markeren van de start van de stervensfase. In de praktijk betreft het de laatste dagen voor het overlijden, waarin duidelijk is dat het stervensproces onomkeerbaar is (zie richtlijn Zorg in de stervensfase). Ten slotte omvat de zorg ook de nazorg voor de nabestaanden. De afgelopen jaren heeft de zorg voor de hele mens, met zijn somatische, psychologische, sociale en existentiële aspecten in toenemende mate de aandacht gekregen. De patiënt en zijn omgeving worden daarbij benaderd vanuit het veranderde levensperspectief met als doel verbetering of behoud van de kwaliteit van leven. De zorg voor patiënten in de palliatieve fase heeft men palliatieve zorg genoemd. Pallium (Lat.) is een mantel om iemand tegen kou en andere ongemakken te beschermen. De World Health Organization (WHO) heeft in 2002 de volgende definitie van palliatieve zorg gegeven: Palliatieve zorg is een benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten van lijden door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere symptomen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard'. In deze definitie komen de volgende thema's naar voren, die een belangrijke rol spelen in de palliatieve zorg: kwaliteit van leven symptoommanagement anticiperen (pro-actieve benadering van klachten en problemen die in de nabije toekomst verwacht (kunnen) worden autonomie van de patiënt integrale en multidimensionele benadering zorg voor de naasten Een belangrijk principe is dat de zorgverlener niet de alleswetende beslisser, maar de voorlichter en ondersteuner is. De patiënt is degene, die op basis van gedegen informatie verkregen van de arts en/of verpleegkundige, samen met de naasten de beslissing neemt welke behandeling te ondergaan. De arts en verpleegkundige begeleiden de patiënt bij de door hem gemaakte keuzen. In tabel 1 staan de verschillen tussen curatieve (= op genezing gerichte) zorg en palliatieve zorg kort weergegeven. Curatieve zorg Primaire doel: genezing Behandeling van de ziekte Maximaal reanimeerbeleid Vaak protocollaire zorg Palliatieve zorg Primaire doel: behoud of verbetering van kwaliteit van leven Behandeling van de ziekte indien mogelijk en alleen na zorgvuldige afweging van vooren nadelen Overeengekomen reanimeerbeleid Zorg op maat 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 3

6 Richtlijn: Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) Patiënt meestal ADL-onafhankelijk Uiteindelijk: streven naar integratie in persoonlijk en sociaal leven Tabel 1 Curatieve versus palliatieve zorg Wisselende ADL-(on)afhankelijkheid Uiteindelijk: gericht op kwaliteit van sterven Integrale zorg Zoals in de definitie van de WHO naar voren komt, omvat palliatieve zorg meer dan alleen de zorg voor de fysieke c.q. somatische aspecten van ziekte en behandeling. Ook het verwerkings- en aanpassingsproces, de interacties met de omgeving, de beleving van de ziekte en zingevingvraagstukken horen hier integraal bij. Bij patiënten met een ongeneeslijke ziekte zijn deze aandachtsgebieden sterk met elkaar verweven. De pijn die de patiënt voelt, wordt ook ervaren door diens partner of de kinderen. Angst om dood te gaan, beïnvloedt veel beslissingen en maakt deze minder rationeel en beheersbaar. Daarom moet de zorgverlener, die vaak van oudsher meer gericht is op de somatische aspecten van de ziekte, rekening houden met alle dimensies. Palliatieve zorg impliceert dan ook een integrale en daardoor ook, multidisciplinaire benadering. De zorgverleners beschikken daarbij over de benodigde kennis, vaardigheden en een passende attitude. Kwaliteit van leven en kwaliteit van sterven De begrippen kwaliteit van leven en kwaliteit van sterven zijn nog onvolledig gedefinieerd. Waarschijnlijk is er geen enkele definitie die allesomvattend is. De opvatting dat de afwezigheid van een symptoom (bijv. pijn) bepalend is voor de kwaliteit van leven en dat het ervaren van pijn gelijk wordt gesteld aan lijden en een slechtere kwaliteit van leven, is achterhaald. Terminale patiënten met pijn kunnen heel oprecht verklaren dat ze gelukkig zijn en dat ze deze periode niet graag zouden willen missen. Dit heeft te maken met het bijstellen van normen in de loop van het ziekteproces (de zgn. response shift) en is in veel gevallen een zinvolle aanpassing aan de veranderende omstandigheden. In toenemende mate beseffen we dat de kwaliteit van leven in hoge mate afhankelijk is van persoonlijke kenmerken van de patiënt, de kwaliteit van de relaties, geestelijk evenwicht, vervulling van levensdoelen, de mate van aanpassing aan de ontstane situatie en de reacties van de omgeving. Deze aanpassingsprocessen kunnen heel intensief zijn en vereisen aandacht van zorgverleners in de palliatieve zorg. De patiënt moet in staat gesteld worden deze processen goed te doorlopen. Juist dit in staat stellen vormt een belangrijk doel in de zorg voor patiënten in de palliatieve fase. Om dit proces heel bewust door te kunnen maken zijn heldere en ongestoorde cognitieve functies (horen, zien, begrijpen, denken) een vereiste. Soms kan een symptoom, bijv. pijn, alleen bestreden worden ten koste van het cognitief functioneren met mogelijk een verminderd bewustzijn als gevolg. Het is dan niet verrassend dat de patiënt de behandeling ziet als een groter kwaad dan de ziekte of het symptoom zelf. In de praktijk moeten er voortdurend keuzes gemaakt worden. De richtlijnen op Pallialine beschrijven de mogelijke keuzes en onderbouwen deze op basis van enerzijds klinisch onderzoek en ervaring en anderzijds de voorkeur en de prioriteiten van de patiënt en diens naasten. De drie stadia van de palliatieve fase De palliatieve fase loopt vanaf het moment dat duidelijk wordt dat genezing niet (meer) mogelijk is tot aan het moment van overlijden en wordt ingedeeld in drie stadia: 1. In het eerste stadium heerst vaak chaos. Het slechte nieuws komt hard aan. Het ontbreken van de mogelijkheden om de ziekte te genezen kan leiden tot angst voor het onbekende (het zwarte gat'). De symptomen die er al zijn, kunnen beangstigend zijn, omdat ze geassocieerd worden met het naderende levenseinde en dreigen een steeds grotere rol in het leven te spelen. Ze lijken net als de ziekte, ongeneeslijk of oncontroleerbaar te zijn. Aan de andere kant kan het staken van de curatieve behandeling ook opluchten ( het hoeft nu allemaal niet meer'). Het voornaamste doel van de behandeling in deze fase is het bereiken van een algeheel goed evenwicht door middel van ziekte- en/of symptoomgerichte palliatie. 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 4

7 Richtlijn: Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 2. De patiënt kan dan in de tweede, meer stabiele fase terechtkomen. In deze periode zijn de symptomen in evenwicht. Het is hierbij heel belangrijk dat de cognitieve functies zo lang mogelijk behouden blijven. In deze periode, die vaak een verademing is voor de patiënt en de naasten, speelt zich het aanpassings- en verwerkingsproces af. Dit kan alleen als medische zaken op de achtergrond raken en de patiënt relatief vrij is van pijn en andere klachten. Deze periode kan, afhankelijk van het ziektebeeld, dagen, maar ook maanden of jaren duren. Soms is de duur van deze periode veel langer dan gedacht en voorspeld werd. 3. Vroeg of laat schrijdt de ziekte voort. De patiënt verzwakt en wordt minder mobiel. Bestaande symptomen die tot dan toe onder controle waren kunnen verergeren en er ontstaan nieuwe klachten en problemen. Dit kan leiden tot een doodsstrijd, die enkele uren of dagen maar ook langer kan duren. Verwardheid en sufheid kunnen een grote rol spelen. In deze fase worden vaak noodgedwongen beslissingen m.b.t. het naderende levenseinde genomen, bijv. het achterwege laten van bepaalde behandelingen of het inzetten van palliatieve sedatie. De duur van het resterende leven speelt een veel minder belangrijke rol dan de kwaliteit ervan. Indien deze fase lang duurt, kunnen de naasten van de patiënt overbelast raken. De aanvaarding van het sterven speelt een cruciale rol. Als de patiënt dan nog niet klaar is om te sterven, is het onwaarschijnlijk dat dit nog zal lukken. Dit kan veel leed veroorzaken bij de patiënt en zijn omgeving en kan het sterven nog moeilijker maken dan het al is. Voorgenoemde indeling geldt met name voor de ziekte kanker waarbij de start van de palliatieve fase scherp gedefinieerd kan worden en de ziekte uiteindelijk in alle gevallen leidt tot de dood. Iedere ziekte heeft globaal zijn eigen traject. Daarbij kunnen drie hoofdgroepen onderscheiden worden (zie figuur 2): 1. Een traject met een min of meer stabiele fase, gevolgd door een relatief korte periode van plotselinge en snelle achteruitgang. Dit traject is vrij specifiek voor het verloop van de ziekteperiode bij kanker. 2. Een traject met een geleidelijke, maar progressieve achteruitgang, met tussentijdse ernstige episodes van acuut ziek zijn (exacer baties), zoals bij chronisch obstructief longlijden en hartfalen. 3. Een traject met in tijd moeilijk voorspelbare en langdurige achteruitgang zoals bij hoge ouderdom (frailty of kwetsbaarheid) of bij dementie. Uiteraard kent dit model ook beperkingen. Er kan een grote variatie zijn voor wat betreft het stadium waarin de patiënt zich bevindt. Daarbij kan de progressie van de ziekte voor ieder verschillend zijn en kunnen trajecten per individu verschillend verlopen. 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 5

8 Richtlijn: Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 6

9 Richtlijn: Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) Sterfte in Nederland In Nederland overleden in 2006 ongeveer mensen aan een chronische aandoening. Hiervan was 75% ouder dan 65 jaar. In de toekomst zal dit aantal door de vergrijzing sterk toenemen. De meest voorkomende doodsoorzaken bij chronische aandoeningen zijn: kanker: patiënten CVA (na correctie voor acute sterfte): patiënten dementie: patiënten COPD: patiënten hartfalen: 6000 patienten diabetes mellitus: patiënten overige aandoeningen: patiënten Van deze mensen overlijdt 31% thuis, 28% in een ziekenhuis, 25% in een verpleeghuis, 10% in een verzorgingshuis en 6% elders (o.a. in een hospice). Er is de afgelopen decennia bij de ziekte kanker een verschuiving zichtbaar van een ziektebeeld dat snel tot de dood leidt naar een meer chronische aandoening. Hierdoor neemt het aantal patiënten waar artsen en andere zorgverleners voor zorgen toe, als ook de complexiteit van de problemen waar patiënten mee te maken krijgen. Doelen van palliatieve zorg De doelen van palliatieve zorg zijn afhankelijk van het stadium van de ziekte (zie figuur 1) en de behandeling ervan. Doelen van ziektegerichte palliatie In de fase dat de ziekte nog actief wordt behandeld zijn de doelen duidelijk. Daarbij dienen niet alleen de symptomen van de ziekte maar ook de gevolgen van de behandeling onder controle gebracht te worden, mede om het de patiënt mogelijk te maken een (levens verlengende) behandeling te ondergaan. Men kan hierbij bijv. denken aan het bestrijden van pijn ten gevolge van orale mucositis die na het toedienen van chemotherapie ontstaat. Indien dit symptoom niet snel en adequaat onder controle is, ervaart de patiënt de behandeling mogelijk als te zwaar en zal hij af willen zien van verdere behandeling; met als gevolg dat het effect van de behandeling verdwijnt. Palliatieve behandeling op zich moet zoveel mogelijk vrij zijn van risico's en bijwerkingen. Dit belangrijke onderdeel van de palliatieve geneeskunde noemt men ook wel ondersteunende zorg of supportive care. Het primaire doel van ziektegerichte palliatie is de kwaliteit van leven te bevorderen of ten minste te behouden; daarnaast kan verlenging van het leven een doel zijn, mits de kwaliteit van leven voor de patiënt op zijn minst acceptabel is. Doelen van symptoomgerichte palliatie In een situatie dat de ziekte niet (meer) oorzakelijk behandeld kan worden, moeten de doelen bijgesteld worden. Het belangrijkste is om een evenwicht te verkrijgen met zoveel mogelijk behoud van cognitieve functies. De effecten van symptomatische benadering zijn soms onverwacht goed. Iemand die veel pijn heeft gehad en ineens pijnvrij is, kan beter eten en drinken en misschien hierdoor langer en rustiger leven. Maar het kan ook zijn dat intensievere symptoombestrijding juist verslechtering van de eetlust en de cognitieve functies met zich mee brengt, waardoor de kwaliteit van leven afneemt. Het doel van symptoomgerichte palliatie is om symptomen te verlichten en zo mogelijk te voorkomen met zoveel mogelijk behoud van cognitieve functies ten behoeve van de best haalbare kwaliteit van leven. Doelen van palliatie in de stervensfase In de stervensfase zijn de doelen anders. Dan wordt getracht de symptomen te controleren, waarbij het behoud van cognitieve functies soms niet meer haalbaar of niet wenselijk is. In deze fase kunnen de behandelmethodes ingrijpend zijn, bijv. palliatieve sedatie. Aanleiding hiervoor zijn ernstige, niet op een andere manier te behandelen (refractaire) klachten. De intentie van deze behandelingen is de last te verminderen en niet om levensverkorting te bewerkstelligen. De patiënt is in deze fase vaak niet meer wils bekwaam. Het begeleiden van de naasten tijdens en na het sterven en het bieden van ondersteuning 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 7

10 Richtlijn: Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) bij hun rouwproces is een belangrijk aspect van de zorg. Evidence based palliatieve zorg Zowel de ziektegerichte als de symptoom gerichte palliatie zijn zoveel mogelijk gebaseerd op gevalideerd en gecontroleerd onderzoek. De resultaten vanuit de gecontroleerde onderzoeken zijn vaak niet direct van toepassing op de patiënten in de terminale fase, omdat ze zijn uitgevoerd bij patiënten in een eerdere fase van ziekte. In dit soort situaties is het noodzakelijk (en vaak ook zeer goed mogelijk) om deze resultaten te extrapoleren naar een andere situatie. Om de extrapolatie goed te kunnen uitvoeren moet men beschikken over aanvullende informatie van de onderzoekspopulatie zoals: welke andere medicamenten de patiënten gebruiken, de manier waarop de patiënten reageren, hoe de functie van de lever en de nieren is en welke comorbiditeiten er bestaan. Voor veel handelingen in de palliatieve zorg bestaat geen directe en soms ook geen indirecte bewijsvoering ( evidence'). Dit hangt samen met het feit dat studies in de palliatieve fase methodologisch moeilijk uitvoerbaar zijn, placebogecontroleerd onderzoek vaak niet haalbaar is, het een praktisch en ethisch probleem is om voldoende patiënten in de studies op te nemen, er vaak een hoge mate van uitval is, de follow-up vaak kort is en de financiële middelen voor het onderzoek vaak ontbreken. Het streven is dan om de bewijsvoering te verzamelen aan de hand van case-reports en case-series. In de richtlijnen op Pallialine worden de niveaus van bewijsvoering aangegeven die ten grondslag liggen aan de gegeven adviezen. Het hoogste niveau (niveau 1) wordt verkregen als er meerdere gerandomiseerde studies zijn, die een eenduidige conclusie opleveren over de effectiviteit van een behandeling. Het mag duidelijk zijn dat dit niveau uiterst zelden voorhanden is in de palliatieve zorg. Meestal zijn er een beperkt aantal gerandomiseerde studies van matige kwaliteit (niveau 2) of alleen niet-gerandomiseerde onderzoeken (niveau 3). Bij niveau 4 is er sprake van adviezen op basis van case-reports' of expert opinion'. Sommige case-reports hebben betrekking op vaak voorkomende situaties en kunnen een belangrijke bijdrage leveren bij de besluitvorming onder moeilijke omstandigheden. Er zijn in de palliatieve zorg ook situaties waarin de behandelend arts uitsluitend moet handelen op basis van zijn observaties, kennis van de pathofysiologische mechanismen en ervaring. De arts heeft een zorgplicht en zal ook in deze situaties moeten handelen. Bij voorkeur worden de besluiten dan in overleg met alle betrokken zorgverleners genomen; indien er sprake is van slechts één behandelaar wordt consultatie geadviseerd. Vooraf is niet bekend hoe de gekozen behandeling zal uitpakken. De patiënt kan zowel de gunstige als ongunstige effecten van de behandeling ervaren. Deze manier van handelen wordt beyond evidence based medicine' genoemd. Geobserveerde effecten kunnen het begin zijn van nieuwe kennis en vaardigheden. Negatieve bevindingen zijn in dit verband ook leerzaam. Ten slotte, een drijvende kracht achter het produceren van evidence-based handelingen is de farmaceutische industrie. Indien de handeling het toepassen van een nieuw, duur geneesmiddel impliceert, dan zal de bewijsvoering vaak van uitstekende kwaliteit en snel voorhanden zijn (bijv. (5HT3-)antagonisten bij misselijkheid en braken als gevolg van chemotherapie). Echter, indien dezelfde klacht bestreden zal kunnen worden met een middel dat een fractie van het eerste middel kost, dan is dit middel commercieel niet interessant en ontbreken vaak de financiële middelen om de bewijsvoering te verkrijgen. Het ontbreken van bewijsvoering betekent daarom niet noodzakelijkerwijs dat het middel niet effectief is en niet gebruikt kan of moet worden. In de palliatieve zorg worden nogal eens medicijnen off-label' gebruikt. Dat wil zeggen dat een middel gebruikt wordt voor een andere indicatie dan de indicatie waarvoor het geregistreerd is (bijv. paroxetine, dat geregistreerd is voor de behandeling van depressie, maar wordt gebruikt voor de behandeling van jeuk). Off-label -gebruik van medicatie is toegestaan als dit ondersteund wordt door een algemeen aanvaarde richtlijn. De arts schrijft deze middelen voor als andere mogelijkheden uitgeput zijn of ontbreken. Daarom hecht men in de palliatieve zorg veel waarde aan het begrijpen van het mechanisme van het ontstaan van symptomen en van de werking van geneesmiddelen. Dit stelt hoge eisen aan de opleiding van artsen en verpleegkundigen die actief zijn in de palliatieve zorg. 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 8

11 Symptomen en symptoomanalyse Dit hoofdstuk is onderverdeeld in subhoofdstukken en/of paragrafen. Om de de inhoud te kunnen bekijken klikt u in de linkerkolom op de subhoofdstuk- en/of paragraaftitel. Symptomen en syndromen Een symptoom is te definiëren als een door de patiënt aangegeven klacht op lichamelijk, psychosociaal of levensbeschouwelijk gebied'. In deze definitie ligt het subjectieve karakter van een symptoom besloten: de patiënt bepaalt waar hij last van heeft en hoe erg dat is. In het Engels wordt onderscheid gemaakt tussen symptoms' (de klacht van de patiënt) en signs' (objectief waarneembare tekenen of uitingen van een symptoom). De signs' bij kortademigheid kunnen bijvoorbeeld zijn een snelle ademhaling, cyanose of het gegeven dat een patiënt niet in staat is om volledige zinnen uit te spreken vanwege zijn kortademigheid. In het Nederlands bestaat geen goed equivalent voor sign'. De subjectieve beleving, ofwel de ernst en de betekenis die de patiënt aan het symptoom toekent, bepalen de mate van symptoomlijden. Aan een symptoom is een aantal dimensies te onderscheiden: somatisch: pathofysiologisch: het mechanisme dat tot het symptoom leidt sensorisch: de gewaarwording van het symptoom psychologisch: affectief: de emotionele problemen die ontstaan door, samengaan met of van invloed zijn op het symptoo cognitief: begrip van het symptoom en gedachten hierover sociaal: gedrag en interactie met de eigen omgeving spiritueel c.q. existentieel: gedachten, gevoelens en vragen die het symptoom oproept ten aanzien van de zin- en betekenisgeving die verbonden zijn met het ziekteverloop en het levenseinde Zo kan uitgebreide longmetastasering (pathofysiologische dimensie) leiden tot een ernstige mate van ervaren kortademigheid (sensorische dimensie). De patiënt past zijn lichamelijke activiteiten aan. Dit leidt tot veranderingen van de sociale rol van de patiënt en de naasten sociale dimensie). De gedachte te kunnen gaan stikken (cognitieve dimensie), kan aanleiding zijn voor gevoelens van angst (affectieve dimensie). Het levensbedreigende karakter van het symptoom confronteert de patiënt met het naderende levenseinde (existentiële dimensie). Een syndroom is een samenhangend geheel van symptomen met een gemeenschappelijke ontstaanswijze. Voorbeelden zijn het anorexie- cachexie-syndroom (zie richtlijn Anorexie en gewichtsverlies) en het delier (zie richtlijn Delier). De hoeveelheid en de ernst van symptomen nemen vaak toe naarmate de ziekte voortschrijdt. In tabel 2 staat een overzicht van de prevalentie van de meest voorkomende symptomen in de palliatieve en de terminale fase van de ziekte kanker. Vermoeidheid, pijn, gebrek aan energie, zwakte en gebrek aan eetlust komen bij meer dan 50% van de patiënten voor. In de terminale fase treedt een verschuiving op: vermoeidheid, zwakte, gewichtsverlies, sufheid en verwardheid doen zich (nog) vaker voor, terwijl de prevalentie van pijn afneemt. Symptoom Prevalentie Prevalentie in de laatste 1-2 weken Vermoeidheid 74% 88% Pijn 71% 45% Gebrek aan energie 69% Zwakte 60% 74% Gebrek aan eetlust 53% 56% Gespannenheid 48% Gewichtsverlies 46% 86% Droge mond 40% 34% 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 9

12 Somberheid 39% 19% Obstipatie 37% 29% Zich zorgen maken 36% Slaapproblemen 36% 14% Kortademigheid 35% 39% Misselijkheid 31% 17% Angst 30% 30% Prikkelbaarheid 30% 7% Opgeblazen gevoel 29% Hoesten 28% 14% Cognitieve symptomen 28% Snelle verzadiging 23% Smaakveranderingen 22% Pijn in de mond 20% Braken 20% 13% Sufheid 20% 38% Oedeem 19% 8% Mictieklachten 18% 6% Duizeligheid 17% 7% Dysfagie 17% 16% Verwardheid 16% 24% Bloedingen 15% 12% Neurologische klachten 15% 32% Heesheid 14% Dyspepsie 12% 2% Huidsymptomen 11% 16% Diarree 11% 6% Jeuk 10% Hik 7% Richtlijn: Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) Tabel 2 Prevalentie van symptomen bij patiënten met kanker in de palliatieve en de terminale fase In tabel 3 staat een overzicht van de symptoomprevalentie bij hartfalen en COPD. Vermoeidheid en kortademigheid zijn hierbij de meest voorkomende symptomen. Symptoom Hartfalen COPD Laatste jaar Laatste 1-2 weken Laatste jaar Vermoeidheid 69% 78% 68% 80% Kortademigheid 72% 62% 94% 90% Slaapproblemen 45% 65% 51% Pijn 41% 42% 68% 49% Klachten van de mond 27% 63% 48% Hoesten 35% 70% 52% Gebrek aan eetlust 31% 51% 64% Somberheid 23% 59% 55% Angst 30% 53% Obstipatie 37% 36% 25% Laatste 1-2 weken 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 10

13 Verwardheid 29% 17% 23% 22% Misselijkheid 25% 20% 4% Oedeem 39% 43% Duizeligheid 21% 35% Jeuk 12% Richtlijn: Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) Tabel 3 Prevalentie symptomen bij patiënten met hartfalen en COPD in de palliatieve en de terminale fase Goede diagnostiek en behandeling van symptomen vergen een gestructureerde en multidimensionele benadering; dat wil zeggen een benadering waarbij alle dimensies aandacht krijgen. In veel gevallen vraagt dit om een interdisciplinaire benadering, waarbij diverse zorgverleners betrokken kunnen zijn (bijv. arts, verpleegkundige, diëtist, fysiotherapeut, maatschappelijk werkende, psycholoog en/of geestelijk verzorger). Symptoomanalyse Symptoombestrijding begint met een gestructureerde en methodische inventarisatie van ieder symptoom door middel van een goede anamnese. Hierbij wordt aandacht besteed aan: de aard en de ernst van het symptoom de gevolgen ervan voor het lichamelijk functioneren (ook wel gemeten als performance status) de affectieve, cognitieve, sociale en existentiële dimensies de last die de patiënt ervan heeft (het symptoomlijden) de gevolgen voor de naasten Daarnaast doet de arts een volledig lichamelijk onderzoek. Aanvullende diagnostiek (bijv. laboratoriumonderzoek, röntgenonderzoek, endoscopisch onderzoek) wordt verricht als dit haalbaar en zinvol is en als de patiënt dit wil. Belangrijke overwegingen bij de besluitvorming ten aanzien van diagnostiek zijn de therapeutische consequenties van de uitslag, de lichamelijke toestand van de patiënt en de ingeschatte levensverwachting. Meetinstrumenten Bij de analyse van symptomen in de palliatieve fase wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van meetinstrumenten: gestandaardiseerde vragenlijsten waarmee een symptoom of syndroom op de meest betrouwbare wijze wordt geanalyseerd. Deze worden meestal ingevuld door de patiënt, maar soms door de naasten of door verpleegkundigen. Meetinstrumenten kunnen gebruikt worden voor: signalering: waar heeft de patiënt last van en wat is de intensiteit van het symptoom? monitoring: hoe is het beloop in de tijd en wat is het effect van behandeling? screening: gestandaardiseerde meting met behulp van een specifiek meetinstrument, die de mate van waarschijnlijkheid aangeeft van een behandelbare diagnose (bijv. voor depressie of delier) het stellen van een diagnose volgens objectief toetsbare criteria (bijv. depressie volgens DSM IV) Meetinstrumenten voor signalering, monitoring en screening kunnen met goede instructie worden toepast door alle professionals. Het gebruik van een diagnostisch meetinstrument vergt veelal een specifieke expertise. Meetinstrumenten kunnen gebruikt worden als hulpmiddel in de zorg en voor onderzoek. Door meetinstrumenten wordt vaak de intensiteit van een symptoom gemeten. Hierbij wordt vooral gebruik gemaakt van een Numerical Rating Scale (NRS). De NRS is een schaal van 0 (geen last van het symptoom) tot 10 (ergst denkbare intensiteit van het symptoom). In de literatuur (die hoofdzakelijk betrekking heeft op pijn) komt een intensiteit van 4-5 als afkappunt duidelijk naar voren. Dat betekent dat een symptoom met een score van 4 c.q. 5 of hoger dus behandeling behoeft om de kwaliteit van leven en het functioneren van de patiënt te verbeteren. Verder is gebleken dat een klinisch relevante afname van een symptoom impliceert dat er een vermindering in intensiteit van tenminste twee punten (op een 0-10 schaal) en/of een afname van intensiteit van 30% is opgetreden. Voor het aangeven van de ernst van symptomen kan gebruik gemaakt worden van een symptoomdagboek, zoals het Utrecht Symptoom Dagboek. Het betreft een bewerkte en vertaalde versie van de Edmonton Symptom Assessment Scale (ESAS), een gestandaardiseerde vragenlijst waarbij een aantal veel voorkomende symptomen gegradeerd met behulp van een NRS. 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 11

14 Richtlijn: Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) Naast een dergelijk unidimensioneel meetinstrument, dat uitsluitend de ernst van een symptoom beoordeelt, bestaan er ook multidimensionele meetinstrumenten. Voorbeelden hiervan zijn: de multidimensionele pijnanamnese die is ontwikkeld door het Landelijk Verpleegkundig Pijnnetwerk de Delier Observatie Schaal (DOS), een observatieschaal voor verpleegkundigen en verzorgenden, gericht op het vroegtijdig onderkennen van een delier de Lastmeter, een signaleringsingsinstrument voor psychosociale problematiek de Hospital Anxiety and Depression Scale (HADS), een screeningsinstrument voor angst en depressie 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 12

15 Palliatieve zorg in de praktijk Dit hoofdstuk is onderverdeeld in subhoofdstukken en/of paragrafen. Om de de inhoud te kunnen bekijken klikt u in de linkerkolom op de subhoofdstuk- en/of paragraaftitel. Complexe situaties Zorg tegen het einde van het leven kan zeer complex zijn. Patiënten hebben vaak meerdere symptomen tegelijkertijd, welke van dag tot dag kunnen veranderen qua aard en intensiteit. Ze gebruiken vaak vele medicamenten en door de snel wisselende lever- en nierfuncties moeten doseringen regelmatig worden aangepast. Behandeling van het ene symptoom kan weer andere symptomen induceren als gevolg van bijwerkingen van de behandeling. Bovendien is er vaak sprake van complexe psychologische problematiek. Ook de omgeving kan een moeilijk in te schatten effect hebben op de patiënt en de (beleving van de) symptomen. Het behandelen van een symptoom begint met het stellen van de diagnose. Meestal is dit geen zekerheidsdiagnose, maar een waarschijnlijkheidsdiagnose. De diagnose moet vaak gesteld worden zonder de patiënt onnodig te belasten en/of te verplaatsen, bijvoorbeeld naar het ziekenhuis. Daarom zijn de kennis en vaardigheden m.b.t. een adequate anamnese en gedetailleerd lichamelijk onderzoek een eerste vereiste om te komen tot een goede analyse en werkhypothese. Er kan niet volstaan worden met de vaststelling van de aanwezigheid van een symptoom, maar er moet ook worden nagedacht over de ontstaanswijze van het symptoom als basis voor de in te stellen behandeling (bijv. niet hik als zodanig, maar hik ten gevolge van een maagdilatatie). Bij het vaststellen van het beleid moet altijd behandeling van de oorzaak overwogen worden. Bij de symptomatische behandeling worden bijna altijd zowel niet-medicamenteuze als medicamenteuze behandelingen toegepast. Soms zijn de niet-medicamenteuze behandelingen effectiever en meestal ook minder toxisch dan de farmacologische interventies. Ze mogen dan ook nooit ontbreken. Het effect van de toegepaste behandeling kan de diagnose al dan niet bevestigen. Bij een ontbrekend effect moet een andere diagnose overwogen worden en/of moet een andere behandeling worden ingesteld, welke meteen als tweede stap toegepast kan worden. In de richtlijnen op Pallialine wordt een stapsgewijze behandeling voorgestaan. Achteraf zet men soms: waarom hebben we de derde stap niet meteen toegepast? De gedachte dat dit veel tijd en problemen zou schelen klopt echter niet. De stappen zoals voorgesteld in de richtlijnen volgen elkaar op volgens de wetten van waarschijnlijkheid. Iets wat een bewezen goed effect heeft bij de meeste patiënten in een vergelijkbare situatie, direct beschikbaar is, makkelijk en zonder risico is toe te passen, zal als eerste stap gebruikt worden (denk aan bijv. paracetamol als eerste stap bij de behandeling van pijn). Pas als dit middel niet goed werkt worden de volgende stappen genomen. Had men bij pijn meteen naar sterke opioïden gegrepen, dan zouden andere, potentieel gunstigere opties met minder kans op bijwerkingen niet gebruikt zijn. Voor iedere behandeling toegepast in de palliatieve zorg, moet bekend zijn hoe die werkt en op welke termijn. Het geven van morfinesulfaat-tabletten met vertraagde afgifte aan iemand die ernstige acute pijn ervaart, heeft een (aanzienlijk) risico dat de pijn niet meteen gestild zal worden en de patiënt over een uur naar de volgende tablet zal grijpen. Dit soort handelen kan ernstige gevolgen hebben, morfine kan stapelen en de patiënt kan geïntoxiceerd raken. De verpleegkundige die dit medicament toedient moet op de hoogte zijn van het tijdstip waarop gericht kan worden gevraagd naar het pijnstillend effect en bijwerkingen. Alleen op deze wijze kan een juiste interpretatie en rapportage van het effect van de behandeling tot stand komen. Het criterium in de palliatieve zorg of iets werkzaam is of niet, is niet primair het feit of een symptoom onder controle is of niet, maar of de patiënt in kwestie zich daar beter bij voelt of niet. Dit is een andere benadering dan in de curatieve zorg. De patiënt kan bijvoorbeeld zeggen dat de pijn inderdaad minder is, maar dat hij meer last heeft van de sufheid als gevolg van de pijnstilling dan van de pijn die hij eerst had. De patiënt kan vervolgens afzien van verdere medicatie tegen pijn. Zijn maatstaven voor het effect van de behandeling in relatie tot de nadelen ervan kunnen anders zijn dan die van de zorgverleners. Veel symptomen in de palliatieve fase zijn sterk met elkaar verweven. Dat wil zeggen dat soms het oplossen van een symptoom effecten (gunstige of ongunstige) kan hebben op andere symptomen. Om dit te analyseren zijn tijd en rust nodig. Een goede rapportage van de patiënt, naasten en alle betrokken 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 13

16 Richtlijn: Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) zorgverleners is hierbij van groot belang. Meestal, als de tijd dat toelaat, worden problemen stap voor stap geanalyseerd en aangepakt. Het is niet mogelijk en ook niet wenselijk om alles tegelijk aan te pakken. Om de juiste keuze te maken (welk symptoom is het belangrijkste en dient als eerste aangepakt te worden) moet men de hele situatie in al haar dimensies in kaart brengen. Idealiter omschrijft men de voorgestelde stappen voorzien van motivatie in een behandelplan. Dit behandelplan is altijd de basis voor het interdisciplinaire proces. Interdisciplinaire aanpak Om beslissingen in de palliatieve fase verantwoord te nemen, worden ze bij voorkeur interdisciplinair genomen. In de praktijk betekent dit dat de beslissingen in overleg met het hele team genomen worden en dat daarover consensus bestaat. Interdisciplinair is iets anders dan multidisciplinair. Multidisciplinair slaat meer op de veelheid van specialismen aan het bed van de patiënt en dat is meestal niet de bedoeling. Interdisciplinair betekent niet alleen dat de verschillende bij de zorg betrokken professionals goed met elkaar communiceren, maar ook dat ze hun eigen grenzen kennen, zich kunnen ver plaatsen in de positie van een ander en respect hebben voor elkaars mening en deskundigheid. Een goede communicatie (mondeling en schriftelijk) en coördinatie is essentieel voor de continuïteit van de behandeling en een optimaal therapeutisch effect. Zowel voor de familie als voor de patiënt is het belangrijk om te ervaren dat de betrokken zorgverleners goed met elkaar communiceren, elkaar begrijpen en respecteren. Een sluitende communicatie leidt tot een gevoel van veiligheid. Besluitvorming Symptoommanagement heeft betrekking op het proces van analyse en behandeling van symptomen, op de evaluatie van het effect en zo nodig bijstellen van het beleid. Het reguliere model van klinisch redeneren blijkt in de palliatieve fase niet altijd goed te volstaan. Het palliatief redeneren' is een methodiek voor besluitvorming m.b.t. symptoommanagement in de palliatieve fase. De methodiek van het klinisch redeneren gaat samen met een multidimensionele benadering. Bij de keuze voor diagnostiek en behandeling wordt expliciet rekening gehouden met prioriteiten en wensen van de patiënt en met de (vaak beperkte) levensverwachting. De nadruk ligt op: systematiek: herkenbaar voor professionals, patiënt en naasten multidimensionaliteit: aandacht voor de somatische, psychische (emotionele en cognitieve), sociale en spirituele c.q. existentiële dimensies anticipatie op veranderingen in de toekomst concretisering van afspraken, uitkomsten en momenten van evaluatie snelle en toetsbare besluitvorming De methodiek bestaat uit vier fasen. Fase 1: Breng problematiek in kaart Hierbij komen de volgende zaken aan bod: medische gegevens: diagnose, behandeling tot dusver, relevante comorbiditeit prioriteiten van de patiënt: welke symptomen behoeven aandacht, wel of geen verwijzing naar de tweede lijn, wensen ten aanzien van diagnostiek en behandeling (in het licht van kansen op effect en bijwerkingen) analyse van symptomen (inclusief oorzaken en beïnvloedende factoren, beloop in de tijd, beoordeling van het symptoomlijden en van het effect van eerdere behandeling) door middel van anamnese en lichamelijk onderzoek huidige medicatie ingeschatte levensverwachting functionele status psychische status (aanwezigheid van angst en/of depressie, cognitieve functies) sociale status: draagkracht van de aanwezige mantelzorgers, is er (voldoende) professionele 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 14

17 ondersteuning? spirituele c.q. existentiële status: levensbeschouwing, zingeving, religie, spiritualiteit. Wat is de betekenis van de situatie voor de patiënt? Heeft de patiënt steun en houvast aan een levensbeschouwing of geloof? Heeft de patiënt eigen bronnen van hoop of kracht? op indicatie aanvullend onderzoek (mede in het licht van de aard van de problematiek, de prioriteiten van de patiënt, de ingeschatte levensverwachting en de functionele status) Bij het in kaart brengen van de actuele problematiek kan, afhankelijk van de aard van de symptomen, werkplek en de ervaring van de betrokken zorgverleners, gebruikgemaakt worden van de eerder genoemde meetinstrumenten. Fase 2: Vat problematiek en beleid samen formuleren van een werkhypothese waarin de aard van het symptoom, de context en de oorzakelijke en/of beïnvloedende factoren worden aangegeven beleidsafwegingen: welke behandelingen zijn zinvol, haalbaar en gewenst? omschrijven van het doel van het beleid (waarbij er ook voor gekozen kan worden om het symptoom te accepteren en af te zien van behandeling) beleid: behandeling van de oorzaak c.q. uitlokkende of in stand houdende factoren symptomatische behandeling (niet- medicamenteus en medicamenteus) ondersteunende zorg Fase 3: Maak afspraken over evaluatie van het beleid Richtlijn: Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) meten van het effect (hoe, door wie en wanneer) waar zinvol en mogelijk, gebruikmaken van meetinstrumenten meten van het effect aan de hand van klachten en welbevinden Fase 4: Stel het beleid zo nodig bij en blijf evalueren Indien op enig moment het beleid onvoldoende of geen effect sorteert en/of er sprake is van een te grote belasting ervan, wordt in overleg met de patiënt gekozen voor één van de volgende mogelijkheden: de situatie is acceptabel en het beleid wordt gecontinueerd het beleid wordt bijgesteld (dus terug naar fase 2) er wordt opnieuw een analyse gemaakt en de werkhypothese wordt bijgesteld (dus terug naar fase 1) De methodiek ondersteunt zorgverleners op praktische wijze bij het eenduidig en zo snel en volledig mogelijk in kaart brengen van actuele en potentiële problemen en beïnvloedende factoren (geformuleerd als de werkhypothese), prioriteiten, wensen en behoeften enerzijds en (on)mogelijkheden voor behandeling, zorg en de haalbaarheid van concrete uitkomsten anderzijds. In het medisch en verpleegkundig dossier staan bovengenoemde stappen op systematische wijze gerapporteerd. Adequate verslaglegging in een bij de patiënt aanwezig dossier is essentieel voor een goede communicatie en overdracht tussen de verschillende bij de patiënt betrokken zorgverleners. 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 15

18 Disclaimer Disclaimer: De informatie op de website en op afgeleide producten van deze website is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) sluit iedere aansprakelijkheid voor de opmaak en de inhoud van de richtlijnen alsmede voor de gevolgen die de toepassing van de richtlijnen in de patiëntenzorg mocht hebben uit. IKNL stelt zich daarentegen wel open voor attendering op (vermeende) fouten in de opmaak of inhoud van de richtlijnen. Men neme daartoe contact op met IKNL middels Juridische betekenis van richtlijnen Richtlijnen bevatten aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de patiënt van de richtlijn wordt afgeweken. Wanneer van een richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd gedocumenteerd te worden. De toepasbaarheid en de toepassing van de richtlijnen in de praktijk is de verantwoordelijkheid van de behandelende arts. Houderschap richtlijn De houder van de richtlijn moet kunnen aantonen dat de richtlijn zorgvuldig en met de vereiste deskundigheid tot stand is gekomen. Onder houder wordt verstaan de redactie van de richtlijn Palliatieve Zorg die de richtlijn autoriseren. IKNL draagt zorg voor het beheer en de ontsluiting van de richtlijn. Intellectuele eigendomsrechten De intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de site en afgeleide producten van deze website berusten bij IKNL en houder van de richtlijn. Het is de gebruiker van deze site niet toegestaan de inhoud van richtlijnen (gedeeltelijk) te verveelvoudigen en/of openbaar te maken, zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van IKNL en houder van de richtlijn. U kunt een verzoek voor toestemming richten aan IKNL, Postbus 19001, 3501 DA Utrecht. IKNL behandelt dit verzoek samen met de relevante houder van de richtlijn. Het is toegestaan een deeplink op te nemen op een andere website naar de website of naar richtlijnen op deze website. Tevens mag de informatie op deze internetsite wel worden afgedrukt en/of gedownload voor persoonlijk gebruik. Externe links De website en afgeleide producten van deze website bevatten links naar websites die door andere partijen dan IKNL worden aangeboden. Deze links zijn uitsluitend ter informatie. IKNL heeft geen zeggenschap over deze websites en is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor de daarop aangeboden informatie, producten of diensten. Bescherming persoonsgegevens Door gebruikers verstrekte persoonsgegevens ten behoeve van de mailservice of de inlogmogelijkheid van zullen door IKNL vertrouwelijk worden behandeld. Gegevens zullen niet worden verstrekt aan derden. 12/18/13 Algemene inleiding richtlijnen palliatieve zorg (2.0) 16

workshop besluitvorming in de palliatieve fase

workshop besluitvorming in de palliatieve fase workshop besluitvorming in de palliatieve fase Alexander de Graeff, internist-oncoloog UMC Utrecht, hospice-arts Demeter Marjolein van Meggelen, oncologieverpleegkundige Aveant Consulenten PalliatieTeam

Nadere informatie

Signaleren, volgen en verdiepen. Werk in uitvoering

Signaleren, volgen en verdiepen. Werk in uitvoering Signaleren, volgen en verdiepen Werk in uitvoering Everlien de Graaf Verpleegkundige, Verplegingswetenschapper, Promovenda Hospicezorg & Symptomen en klachten van patiënten Expertise centrum Palliatieve

Nadere informatie

Besluitvorming in de palliatieve fase. Clary Wijenberg Verpleegkundig specialist Palliatieve zorg Thuiszorg Icare

Besluitvorming in de palliatieve fase. Clary Wijenberg Verpleegkundig specialist Palliatieve zorg Thuiszorg Icare Besluitvorming in de palliatieve fase Clary Wijenberg Verpleegkundig specialist Palliatieve zorg Thuiszorg Icare 16-03-17 Besluitvorming in de palliatieve fase Expertisecentrum palliatieve zorg UMC Utrecht

Nadere informatie

Besluitvorming in de palliatieve fase

Besluitvorming in de palliatieve fase Besluitvorming in de palliatieve fase Riky Dorrestein Verpleegkundig specialist intensieve zorg/ oncologie Meander Medisch Centrum, Amersfoort Alexander de Graeff Internist-oncoloog UMC Utrecht Consulent

Nadere informatie

Besluitvorming in de palliatieve fase

Besluitvorming in de palliatieve fase Palliatief redeneren Besluitvorming in de palliatieve fase Expertisecentrum palliatieve zorg UMC Utrecht Saskia Teunissen Hoogleraar hospicezorg UMC Utrecht Foto s Nynke Thien Klinisch redeneren en palliatief

Nadere informatie

De Zorgmodule Palliatieve Zorg

De Zorgmodule Palliatieve Zorg De Zorgmodule Palliatieve Zorg - wat betekent dit voor de professional en zijn werkveld?- 2e regionale symposium palliatieve zorg s Hertogenbosch, 2 oktober 2014 Drs. Jaap R.G. Gootjes Alg. directeur /

Nadere informatie

Wat is palliatieve zorg? Waar denk je aan bij palliatieve zorg?

Wat is palliatieve zorg? Waar denk je aan bij palliatieve zorg? Wat is palliatieve zorg? Waar denk je aan bij palliatieve zorg? 2 Definitie Palliatieve zorg (WHO 2002) Palliatieve zorg is een benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten en hun naasten,

Nadere informatie

Besluitvorming in de palliatieve fase. Marjolein van Meggelen, RN MSc adviseur palliatieve zorg IKNL, docent post-hbo HU

Besluitvorming in de palliatieve fase. Marjolein van Meggelen, RN MSc adviseur palliatieve zorg IKNL, docent post-hbo HU Besluitvorming in de palliatieve fase Marjolein van Meggelen, RN MSc adviseur palliatieve zorg IKNL, docent post-hbo HU Besluitvorming in de palliatieve fase Expertisecentrum palliatieve zorg UMC Utrecht

Nadere informatie

Signaleren, monitoren en screenen. Everlien de Graaf. Palliatieve zorg

Signaleren, monitoren en screenen. Everlien de Graaf. Palliatieve zorg Signaleren, monitoren en screenen Werk in uitvoering Everlien de Graaf Verpleegkundige, verplegingswetenschapper, Promovenda Hospicezorg & Symptomen en klachten van patiënten Expertise centrum Palliatieve

Nadere informatie

beslisschijf evaluatie pilot Besluitvorming in de palliatieve fase palliatieve zorg

beslisschijf evaluatie pilot Besluitvorming in de palliatieve fase palliatieve zorg evaluatie pilot Besluitvorming in de palliatieve fase beslisschijf palliatieve zorg Begin 2006 zijn de VIKC-richtlijnen voor de palliatieve zorg en het zakboekje verschenen. Het IKMN en het UMC Utrecht

Nadere informatie

Tijd voor de dood. Stilstaan bij en tijd nemen voor de dood Oprecht en stap voor stap afscheid nemen. Beleidsnotitie Palliatieve Zorg

Tijd voor de dood. Stilstaan bij en tijd nemen voor de dood Oprecht en stap voor stap afscheid nemen. Beleidsnotitie Palliatieve Zorg Beleidsnotitie Palliatieve Zorg Tijd voor de dood Stilstaan bij en tijd nemen voor de dood Oprecht en stap voor stap afscheid nemen Beleidsnotitie Tijd voor de dood Auteur(s) A.Trienekens Datum September

Nadere informatie

Palliatieve zorg in de eerste lijn. Ruben S. van Coevorden, huisarts IKA Consulent palliatieve zorg

Palliatieve zorg in de eerste lijn. Ruben S. van Coevorden, huisarts IKA Consulent palliatieve zorg Palliatieve zorg in de eerste lijn Ruben S. van Coevorden, huisarts IKA Consulent palliatieve zorg Palliatieve zorg Geen Cure, maar Care streven naar een comfortabel einde Als genezing niet meer mogelijk

Nadere informatie

Symposium palliatieve zorg

Symposium palliatieve zorg Symposium palliatieve zorg Zorgmodule palliatieve zorg Markeren van de palliatieve fase Markeren van de palliatieve fase 20 oktober 2016 Angelie van de Crommert Karin van Veen Als ik sterven zal. Claudia

Nadere informatie

Unit voor palliatieve zorg en symptoombestrijding (PZU)

Unit voor palliatieve zorg en symptoombestrijding (PZU) Unit voor palliatieve zorg en symptoombestrijding (PZU) Afdeling 3.37 interne geneeskunde Locatie Veldhoven Unit voor palliatieve zorg en symptoombestrijding U bent of wordt opgenomen op de unit voor palliatieve

Nadere informatie

Zorgpad Stervensfase

Zorgpad Stervensfase Zorgpad Stervensfase de laatste stand van zaken Lia van Zuylen, internist-oncoloog Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam Inhoud Belang markering stervensfase Zorgpad Stervensfase Nieuwe

Nadere informatie

Symptomen in de Palliatieve Fase

Symptomen in de Palliatieve Fase Symptomen in de Palliatieve Fase Internationale dag Palliatieve zorg Limburg 2015 Marieke van den Beuken- van Everdingen 36 symptomen die bij > 10% voorkomen vermoeidheid obstipatie snelle verzadiging

Nadere informatie

Als genezing niet meer mogelijk is

Als genezing niet meer mogelijk is Algemeen Als genezing niet meer mogelijk is www.catharinaziekenhuis.nl Patiëntenvoorlichting: patienten.voorlichting@catharinaziekenhuis.nl ALG043 / Als genezing niet meer mogelijk is / 06-10-2015 2 Als

Nadere informatie

Palliatieve zorg in het ZGT

Palliatieve zorg in het ZGT 30 oktober 2014 Mw. Dr. I.M. Oving Internist-Oncoloog Palliatieve zorg in het ZGT Op het juiste moment en de juiste plaats Namens het palliatief consult team Palliatieve zorg, op het juiste moment en de

Nadere informatie

Zorgpad Stervensfase. Lia van Zuylen, internist-oncoloog. Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam

Zorgpad Stervensfase. Lia van Zuylen, internist-oncoloog. Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam Zorgpad Stervensfase Lia van Zuylen, internist-oncoloog Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam Inhoud Herkenning stervensfase Inhoud van Zorgpad Stervensfase Onderzoeksresultaten Zorgpad

Nadere informatie

Palliatieve zorg bij COPD

Palliatieve zorg bij COPD Palliatieve zorg bij COPD Joke Hes Longverpleegkundige Palliatieve zorg bij COPD 26/06/2014 Joke Hes Inhoud presentatie Welkom Wat is COPD Wanneer is er sprake van palliatieve zorg bij COPD Ziektelast

Nadere informatie

Dyspnoe in palliatieve fase. Marloes van Haandel

Dyspnoe in palliatieve fase. Marloes van Haandel Dyspnoe in palliatieve fase Marloes van Haandel Inhoud Epidemiologie Definities van dyspnoe Communicatie Utrechts Symptoom Dagboek Verpleegkundige interventies bij dyspnoe Verpleegkundige diagnoses Angst

Nadere informatie

Wat als ik niet meer beter word

Wat als ik niet meer beter word Wat als ik niet meer beter word moeilijke keuzes & beslissingen rondom levenseinde Manon Boddaert Arts palliatieve geneeskunde Consulent en adviseur IKNL Antoon van Dijck Palliatieve zorg is integrale

Nadere informatie

VAN BETEKENIS TOT HET EINDE; DOEN ÉN LATEN IN DE LAATSTE LEVENSFASE.

VAN BETEKENIS TOT HET EINDE; DOEN ÉN LATEN IN DE LAATSTE LEVENSFASE. Welkom! WE DENKEN VANAVOND MET ELKAAR NA OVER HET THEMA: VAN BETEKENIS TOT HET EINDE; DOEN ÉN LATEN IN DE LAATSTE LEVENSFASE. Openingslied: psalm 139: 7 en 8 7. Gij hebt mij immers zelf gemaakt, mij met

Nadere informatie

COP-zorg. Consultteam Ondersteunende en Palliatieve zorg. Hein Visser, Mira Jong

COP-zorg. Consultteam Ondersteunende en Palliatieve zorg. Hein Visser, Mira Jong COP-zorg Consultteam Ondersteunende en Palliatieve zorg Hein Visser, Mira Jong Wie, wat, waar is COP zorg COP zorg: consultteam ondersteunende en palliatief zorg Nurse based team: verpleegkundig specialisten

Nadere informatie

en de rol van palliatieve zorg

en de rol van palliatieve zorg en de rol van palliatieve zorg 16 februari 2017 Marleen Hout-Korevaar Specialist Ouderengeneeskunde Kaderarts palliatieve zorg Enkele casus vooraf Ontwikkeling euthanasie debat Euthanasiewet in 2002 In

Nadere informatie

Richtlijn palliatieve zorg bij COPD

Richtlijn palliatieve zorg bij COPD Richtlijn palliatieve zorg bij COPD Heleen Nederveen: palliatief verpleegkundige Maasstadziekenhuis Lolkje Roos: palliatief verpleegkundige hospice Cadenza / Laurens Levina Oosterom: longverpleegkundige

Nadere informatie

08-10-13. Workshop. Ziektebeloop in palliatieve fase. Besluitvorming in de palliatieve fase. 7 oktober 2013. Karel Glastra van Loon (1962-2005)

08-10-13. Workshop. Ziektebeloop in palliatieve fase. Besluitvorming in de palliatieve fase. 7 oktober 2013. Karel Glastra van Loon (1962-2005) Congres Palliatieve zorgverlening Besluitvorming in de palliatieve fase 7 oktober 2013 Marjolein van Meggelen, RN, MZO Oncologieverpleegkundige, adviseur IKNL Karel Glastra van Loon (1962-2005) Soms gebeuren

Nadere informatie

Zou het u verbazen als deze patiënt over een jaar nog leeft?

Zou het u verbazen als deze patiënt over een jaar nog leeft? Zou het u verbazen als deze patiënt over een jaar nog leeft? Het belang van een integraal anticiperend beleid 22 maart 2012 Bernardina Wanrooij Huisarts, consulent palliatieve zorg AMC Palliatieve zorg

Nadere informatie

Handleiding voor het invullen van het Overdrachtsdocument palliatieve zorg

Handleiding voor het invullen van het Overdrachtsdocument palliatieve zorg Handleiding voor het invullen van het Overdrachtsdocument palliatieve zorg A. Algemeen Proactieve zorgplanning: markering Het palliatief overdrachtsdocument is bedoeld voor palliatieve patiënten. Vaak

Nadere informatie

Zorgmodule Palliatieve Zorg 1.0. Welkom bij: De Zorgmodule Palliatieve Zorg en de Palliative Performance Scale. Inhoud. Definitie Palliatieve Zorg

Zorgmodule Palliatieve Zorg 1.0. Welkom bij: De Zorgmodule Palliatieve Zorg en de Palliative Performance Scale. Inhoud. Definitie Palliatieve Zorg Zorgmodule Palliatieve Zorg 1.0 Welkom bij: De Zorgmodule Palliatieve Zorg en de Palliative Performance Scale Symposium V&VN Verpleegkundigen Maatschappij & Gezondheid Els M. L. Verschuur namens V&VN Palliatieve

Nadere informatie

Signalering in de palliatieve fase

Signalering in de palliatieve fase 17 maart 2015 Signalering in de palliatieve fase Denk- en werkmethode voor verzorgenden Karin Willemse Gespecialiseerd wijkverpleegkundige Oncologie & Palliatieve zorg Consulent palliatieve zorg NHN en

Nadere informatie

Symposium 14 april 2009. aanpassing richtlijnen palliatieve sedatie Karin van Heijst en Trijntje Buiter

Symposium 14 april 2009. aanpassing richtlijnen palliatieve sedatie Karin van Heijst en Trijntje Buiter Symposium 14 april 2009 aanpassing richtlijnen palliatieve sedatie Karin van Heijst en Trijntje Buiter Palliatieve sedatie Het opzettelijk verlagen van het bewustzijn in de laatste levens of stervensfase.

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING EDERLADSE SAMEVATTIG Hoofdstuk 1 Dementie is een van de grootste uitdagingen voor de gezondheid wereldwijd en een aanzienlijk aantal mensen en hun families zullen het lot van dementie treffen. Dementie

Nadere informatie

ZINGEVING VAN WERK. Palliatieve patiënten met Kanker en de Bedrijfsarts

ZINGEVING VAN WERK. Palliatieve patiënten met Kanker en de Bedrijfsarts ZINGEVING VAN WERK Palliatieve patiënten met Kanker en de Bedrijfsarts Tomas Rejda, Klinisch Arbeidsgeneeskundige Oncologie Afdeling Veiligheid, Gezondheid en Milieu LUMC EN UNIVERSITEIT LEIDEN ZINGEVING

Nadere informatie

Palliatieve zorg in ontwikkeling

Palliatieve zorg in ontwikkeling Palliatieve zorg in ontwikkeling Wim van Boerdonk Gertie van Gemert Marleen van Casteren Voor een warm thuis Programma Project: verbeteren stervensfase in Kalorama Inhoud: zorg in de stervensfase 1 Verbeteren

Nadere informatie

De Laatste Zorg. Workshop 7 oktober 2016

De Laatste Zorg. Workshop 7 oktober 2016 De Laatste Zorg Workshop 7 oktober 2016 Disclosurebelangen spreker (potentiële) Belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of onderzoeksgeld Honorarium

Nadere informatie

Een adembenemend vooruitzicht:

Een adembenemend vooruitzicht: Palliatieve fase: Een adembenemend vooruitzicht: positief aanwenden van lichamelijke mogelijkheden inhoud Voorstellen Fasering Richtlijn oncologische revalidatie Wat is normaal? Zorg voor de zorgers Een

Nadere informatie

Scholing Palliatieve Zorg voor verpleegkundigen

Scholing Palliatieve Zorg voor verpleegkundigen Scholing Palliatieve Zorg voor verpleegkundigen Sandra van den Hof, netwerkcoördinator Palliatieve zorg 20-8-2014 Scholing Palliatieve zorg voor verpleegkundigen Duur van de scholing: 3 dagen Aantal deelnemers

Nadere informatie

Grenzeloos einde: zorg tegen beter weten in of geplande zorg?

Grenzeloos einde: zorg tegen beter weten in of geplande zorg? Grenzeloos einde: zorg tegen beter weten in of geplande zorg? Prof.dr.K.C.P.Vissers, MD, PhD, FIPP Kenniscentrum Palliatieve Zorg UMC St Radboud Nijmegen Doodgaan behoort tot het zeer weinige dat niet

Nadere informatie

Maligne pleura exsudaat

Maligne pleura exsudaat Maligne pleura exsudaat Regionale richtlijn IKL, Versie: 1.1 Laatst gewijzigd: 25-10-2005 Methodiek: Consensus based Verantwoording: IKL werkgroep bronchuscarcinomen Inhoudsopgave Algemeen...1 Diagnostiek...2

Nadere informatie

Werkgroep Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg Regio Zuid-Gelderland

Werkgroep Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg Regio Zuid-Gelderland September 2011 Werkgroep Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg Regio Zuid-Gelderland Beleidsplan : Samenwerken aan Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg I. Achtergrond De palliatieve zorg ontwikkelt

Nadere informatie

Ondersteunende zorg voor mensen met kanker

Ondersteunende zorg voor mensen met kanker Ondersteunende zorg voor mensen met kanker Máxima Oncologisch Centrum (MOC) Inleiding Als u van uw behandelend arts te horen krijgt dat u kanker heeft, krijgen u en uw naasten veel informatie en emoties

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 153 In palliative cancer care symptoms mean everything 154 Nederlandse samenvatting Palliatieve zorg en onderzoek Dit proefschrift gaat over symptomen

Nadere informatie

COPD en hartfalen in de palliatieve fase

COPD en hartfalen in de palliatieve fase COPD en hartfalen in de palliatieve fase Manon Boddaert Arts palliatieve geneeskunde Bardo en Spaarne Ziekenhuis Antoon van Dijck Kwaliteit van leven Verloop COPD en hartfalen Markering palliatieve fase

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

Zorg voor mensen die bewust afzien van eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen: een begaanbare weg

Zorg voor mensen die bewust afzien van eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen: een begaanbare weg Zorg voor mensen die bewust afzien van eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen: een begaanbare weg Jeroen Janssens Specialist Ouderengeneeskunde, commissielid 8-12-2016 Opbouw Workshop 1. Vragen

Nadere informatie

Ongeneeslijk ziek en dan.? Kennis delen, betere zorg

Ongeneeslijk ziek en dan.? Kennis delen, betere zorg Ongeneeslijk ziek en dan.? Kennis delen, betere zorg Deventer 26-03-2013 Inhoud presentatie doel van de avond wat is palliatieve zorg? Cijfers overeenkomsten en verschillen knelpunten palliatieve zorg

Nadere informatie

Project Transmurale Palliatieve Zorg & Schokbrekers in de communicatie. Minisymposium SKB 19 december 2013

Project Transmurale Palliatieve Zorg & Schokbrekers in de communicatie. Minisymposium SKB 19 december 2013 Project Transmurale Palliatieve Zorg & Schokbrekers in de communicatie Minisymposium SKB 19 december 2013 Hoeveel patiënten heeft u nu in behandeling (of verzorgje nu op de afdelingof thuis) waarbij het

Nadere informatie

Zorgpad Stervensfase. Kwaliteit van zorg in de laatste levensdagen voor de patiënt en diens naasten. Lia van Zuylen, internist-oncoloog Erasmus MC

Zorgpad Stervensfase. Kwaliteit van zorg in de laatste levensdagen voor de patiënt en diens naasten. Lia van Zuylen, internist-oncoloog Erasmus MC Zorgpad Stervensfase Kwaliteit van zorg in de laatste levensdagen voor de patiënt en diens naasten. Lia van Zuylen, internist-oncoloog Erasmus MC (H)erkennen stervensfase Mw van Dalen, 52 jaar bekend met

Nadere informatie

Gesprekshulp Palliatieve Zorg

Gesprekshulp Palliatieve Zorg Gesprekshulp Palliatieve Zorg Deze vragenlijst voor het gesprek met het Palliatief Advies Team bestaat uit twee delen. Het invullen kost tussen de 5 en 20 minuten. Pagina 1: Lijst met veel voorkomende

Nadere informatie

Dag van de Dementiezorg 2016 Palliatieve zorg bij dementie

Dag van de Dementiezorg 2016 Palliatieve zorg bij dementie Dag van de Dementiezorg 2016 Palliatieve zorg bij dementie Workshop Paul Vogelaar, verpleegkundig expert palliatieve zorg en pijn Lux Nova, palliatieve zorg & training 2 Work-shoppen 3 Dementie Combinatie

Nadere informatie

Casus. Trudy, 62 jaar. Gemetastaseerd mammacarcinoom

Casus. Trudy, 62 jaar. Gemetastaseerd mammacarcinoom Casus Trudy, 62 jaar Gemetastaseerd mammacarcinoom Fysiotherapie in de palliatieve fase, een uitdaging van betekenis Marion van den Boogaard Oedeem- en oncologiefysiotherapeut Manuele en Fysiotherapie

Nadere informatie

Oorzaken. Pijn in de Palliatieve Fase. Programma. Stellingen. Vóórkomen van pijn Pijn in de palliatieve fase onderbehandeld?!

Oorzaken. Pijn in de Palliatieve Fase. Programma. Stellingen. Vóórkomen van pijn Pijn in de palliatieve fase onderbehandeld?! Pijn in de Palliatieve Fase Juni 2012 Programma Stellingen Inleiding Casus Soorten Pijn Pijnbehandelingen In kaart brengen van pijn Vragen Evaluatie Stellingen In onze maatschappij en op ons niveau van

Nadere informatie

Scen. Malaga 2014 Petrie van Bracht en Rob van Lier scenartsen

Scen. Malaga 2014 Petrie van Bracht en Rob van Lier scenartsen Scen Malaga 2014 Petrie van Bracht en Rob van Lier scenartsen inhoud Inleiding Getallen Zorgvuldigheidscriteria Valkuilen Euthanasie versus palliatieve sedatie De scenarts S: staat voor steun: informatie,

Nadere informatie

Wat is goede palliatieve zorg? Welke transitie vergt dat in onze regio?

Wat is goede palliatieve zorg? Welke transitie vergt dat in onze regio? Wat is goede palliatieve zorg? Welke transitie vergt dat in onze regio? Symposium Schakels in de palliatieve zorg Herten, 22 mei 2014 Cor Spreeuwenberg, voorzitter ontwikkelgroep van de zorgmodule palliatieve

Nadere informatie

Besluitvorming in de Palliatieve fase

Besluitvorming in de Palliatieve fase Besluitvorming in de Palliatieve fase Renske Karens 26-10-2016 Programma Welkom en introductie Besluitvorming in de Palliatieve fase Markering palliatieve zorg Terminale fase / Stervensfase Instrumenten

Nadere informatie

Samenvatting Deel I Onderzoeksmethodologie in onderzoek naar palliatieve zorg in instellingen voor langdurige zorg

Samenvatting Deel I Onderzoeksmethodologie in onderzoek naar palliatieve zorg in instellingen voor langdurige zorg Samenvatting Palliatieve zorg is de zorg voor mensen waarbij genezing niet meer mogelijk is. Het doel van palliatieve zorg is niet om het leven te verlengen of de dood te bespoedigen maar om een zo hoog

Nadere informatie

Zorg in de laatste levensfase. Agnes van der Heide Afd. Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC

Zorg in de laatste levensfase. Agnes van der Heide Afd. Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC Zorg in de laatste levensfase Agnes van der Heide Afd. Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC Verschillen Nederland buitenland Palliatieve zorg is geen specialisme Palliatieve zorg is in principe

Nadere informatie

Charlotte Penders, Verpleegkundig Specialist Marc Kamps, Medisch Maatschappelijk Werker 17 december 2014

Charlotte Penders, Verpleegkundig Specialist Marc Kamps, Medisch Maatschappelijk Werker 17 december 2014 Charlotte Penders, Verpleegkundig Specialist Marc Kamps, Medisch Maatschappelijk Werker 17 december 2014 Zorgpad Casus Cervixcarcinoom Follow up Supportive care Soorten zorg in de psychosociale ondersteuning

Nadere informatie

Handreiking: Zorg voor mensen die bewust afzien van eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen

Handreiking: Zorg voor mensen die bewust afzien van eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen Handreiking: Zorg voor mensen die bewust afzien van eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen Alexander de Graeff Internist-oncoloog/hospice-arts UMC Utrecht/Academisch Hospice Demeter, De Bilt

Nadere informatie

Pijn als verzorg -probleem

Pijn als verzorg -probleem Pijn als verzorg -probleem Mimmie Wouters Netwerk Palliatieve Zorg Aalst Dendermonde Ninove Pijnbestrijding bij palliatieve patiënten De huidige versie richtlijn Pijn werd in de periode van 2010-2013 geschreven

Nadere informatie

Ongeneeslijk ziek. Samen uw zorg tijdig plannen

Ongeneeslijk ziek. Samen uw zorg tijdig plannen Ongeneeslijk ziek Samen uw zorg tijdig plannen Inhoudsopgave 1. Inleiding...3 1.1 Een naaste die met u meedenkt...3 1.2 Gespreksonderwerpen...3 2. Belangrijke vragen...3 2.1 Lichamelijke veranderingen...3

Nadere informatie

Samenvatting Richtlijn

Samenvatting Richtlijn Samenvatting Richtlijn Aanpassingsstoornis bij patiënten met kanker Multidisciplinaire richtlijn ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering van zorgverleners, gericht op patiënten met kanker en/of

Nadere informatie

rouw, verliesverwerking en spiritualiteit Oncologiedagen 2014

rouw, verliesverwerking en spiritualiteit Oncologiedagen 2014 rouw, verliesverwerking en spiritualiteit Oncologiedagen 2014 Jacqueline van Meurs: geestelijk verzorger/consulent spirituele zorg Gerda Bronkhorst: oncologieverpleegkundige/verpleegkundig consulent palliatieve

Nadere informatie

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot oncologie verpleegkundige

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot oncologie verpleegkundige Eindtermen voor de vervolgopleiding tot oncologie verpleegkundige De beschrijving van de eindtermen voor de vervolgopleiding tot oncologie verpleegkundige is ontleend aan het deskundigheidsgebied van de

Nadere informatie

ANGST in de PALLIATIEVE FASE, dilemma s rond de richtlijn. 11 april 2016 Tineke Vos psychiater HMC+ consulent palliatieve zorg

ANGST in de PALLIATIEVE FASE, dilemma s rond de richtlijn. 11 april 2016 Tineke Vos psychiater HMC+ consulent palliatieve zorg ANGST in de PALLIATIEVE FASE, dilemma s rond de richtlijn 11 april 2016 Tineke Vos psychiater HMC+ consulent palliatieve zorg Disclosure belangen spreker (potentiële) Belangenverstrengeling Geen Voor bijeenkomst

Nadere informatie

Ongeneeslijk ziek: samen uw zorg tijdig plannen

Ongeneeslijk ziek: samen uw zorg tijdig plannen Ongeneeslijk ziek: samen uw zorg tijdig plannen Uw specialist heeft u verteld dat u ongeneeslijk ziek bent. Niet meer kunnen genezen is een bericht met ingrijpende gevolgen en het valt niet mee om hier

Nadere informatie

Platform epilepsieverpleegkundigen i.s.m. SEPION

Platform epilepsieverpleegkundigen i.s.m. SEPION Platform epilepsieverpleegkundigen i.s.m. SEPION Leven met epilepsie: Zelfmanagement Loes Leenen, MANP PhD trainee zelfmanagement Inleiding Achtergrond Zelfmanagement Zelfmanagement & Kwaliteit van leven

Nadere informatie

Gefaseerde Tijdigheid

Gefaseerde Tijdigheid Gefaseerde Tijdigheid Marc Eyck, huisarts Gezondheidscentrum Neerbeek Consulent Palliatieve Zorg Hoofd Beleid NHG Belangenverstrengeling Geen Op tijd en proactief bespreken keuzes laatste levensfase Deze

Nadere informatie

Continue Palliatieve sedatie, feiten en fabels 19-09-2013. Specialist ouderengeneeskunde/docent. Probeer te verwoorden wat volgens jou

Continue Palliatieve sedatie, feiten en fabels 19-09-2013. Specialist ouderengeneeskunde/docent. Probeer te verwoorden wat volgens jou Continue Palliatieve sedatie, feiten en fabels 19-09-2013 Margot Verkuylen Specialist ouderengeneeskunde/docent Wat is het? Probeer te verwoorden wat volgens jou palliatieve sedatie is PALLIATIEVE SEDATIE

Nadere informatie

Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding

Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding Klinisch redeneren doen we in feite al heel lang. VUmc Amstel Academie heeft hiervoor een systematiek ontwikkeld, klinisch redeneren in 6 stappen, om gedetailleerd

Nadere informatie

Palliatieve zorg. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden

Palliatieve zorg. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden Palliatieve zorg Ondersteuning als genezing niet meer mogelijk is Informatie voor patiënten F1023-1163 oktober 2012 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan

Nadere informatie

Medische Beslissingen rond het levenseinde

Medische Beslissingen rond het levenseinde Medische Beslissingen rond het levenseinde Jo Lisaerde Eric Triau Maartje Wils Bewonersadviesraad 7 december 2011 Definitie Palliatieve Zorg Palliatieve zorg is een totaalzorg voor mensen die aan een ziekte

Nadere informatie

Hoe het multifunctionele hospice bijdraagt aan advance care planning

Hoe het multifunctionele hospice bijdraagt aan advance care planning Hoe het multifunctionele hospice bijdraagt aan advance care planning Jaap Gootjes RN, MSc Saskia Teunissen RN, PhD Associatie High Care Hospices Saskia Teunissen Wat aan bod komt Wat is de AHCH? Wat is

Nadere informatie

Zicht op goede voorbeelden palliatieve zorg. Jetty Zuidema, senior adviseur palliatieve zorg Kennismarkt, 8 oktober 2015, Nijverdal

Zicht op goede voorbeelden palliatieve zorg. Jetty Zuidema, senior adviseur palliatieve zorg Kennismarkt, 8 oktober 2015, Nijverdal Zicht op goede voorbeelden palliatieve zorg Jetty Zuidema, senior adviseur palliatieve zorg Kennismarkt, 8 oktober 2015, Nijverdal Programma Palliatieve zorg ontwikkelingen Uitdagingen pz binnen VG-sector

Nadere informatie

Even voorstellen. Annette aan de Stegge, wijkverpleegkundige bij ZorgAccent Jorieke Poppink wijkverpleegkundige bij ZorgAccent

Even voorstellen. Annette aan de Stegge, wijkverpleegkundige bij ZorgAccent Jorieke Poppink wijkverpleegkundige bij ZorgAccent Even voorstellen Annette aan de Stegge, wijkverpleegkundige bij ZorgAccent Jorieke Poppink wijkverpleegkundige bij ZorgAccent Wat is palliatieve zorg Palliatie komt van het Latijnse woord Pallium en betekent

Nadere informatie

Opzet. Workshop Consultatie II. Behoefte aan methodische benadering voor consultatie. Palliatieteam Midden Nederland

Opzet. Workshop Consultatie II. Behoefte aan methodische benadering voor consultatie. Palliatieteam Midden Nederland Workshop Consultatie II Palliatieteam Midden Nederland, 13 november 2008 Alexander de Graeff Internist-oncoloog UMC Utrecht, hospice arts Academisch Hospice Demeter Ginette Hesselmann Verpleegkundig specialist

Nadere informatie

Een inleiding in palliatieve zorg Maureen Bijkerk

Een inleiding in palliatieve zorg Maureen Bijkerk Een inleiding in palliatieve zorg 15-06-2017 Maureen Bijkerk Zomaar wat termen De palliatieve fase Palliatieve zorg Stervensfase Warme zorg Palliatief terminale zorg Terminale fase Laatste levensfase

Nadere informatie

Levenseinde bij de geriatrische patiënt en comfortzorg. Marc Merchier, palliatieve zorg coördinator

Levenseinde bij de geriatrische patiënt en comfortzorg. Marc Merchier, palliatieve zorg coördinator Levenseinde bij de geriatrische patiënt en comfortzorg Marc Merchier, palliatieve zorg coördinator Fysieke pijn en symptoomcontrole Palliatieve sedatie Palliatieve zorg definitie WHO 2002: Palliatieve

Nadere informatie

Psychosociale aspecten bij longkankerpatiënten. Christine De Coninck Palliatief Support Team UZ Gent 1 december 2007

Psychosociale aspecten bij longkankerpatiënten. Christine De Coninck Palliatief Support Team UZ Gent 1 december 2007 Psychosociale aspecten bij longkankerpatiënten Christine De Coninck Palliatief Support Team UZ Gent 1 december 2007 Overzicht Inleiding Prevalentie psychosociale problemen Specifieke aspecten bij longkanker

Nadere informatie

Verantwoorde zorg in de palliatieve fase

Verantwoorde zorg in de palliatieve fase Verantwoorde zorg in de palliatieve fase Driekwart van de Nederlanders brengt de laatste fase van zijn leven door in een verpleeg- of verzorgingshuis, of met ondersteuning van thuiszorg. Verantwoorde zorg

Nadere informatie

Een Transmuraal Palliatief Advies Team in de regio: de rol van de huisarts in de eerstelijn. dr. Eric van Rijswijk, huisarts, lid PAT team JBZ

Een Transmuraal Palliatief Advies Team in de regio: de rol van de huisarts in de eerstelijn. dr. Eric van Rijswijk, huisarts, lid PAT team JBZ Een Transmuraal Palliatief Advies Team in de regio: de rol van de huisarts in de eerstelijn dr. Eric van Rijswijk, huisarts, lid PAT team JBZ De praktijk van palliatieve zorg huisartspraktijk Mw van Z,

Nadere informatie

Wat zou jij willen? Voor je dierbaren? Voor jezelf?

Wat zou jij willen? Voor je dierbaren? Voor jezelf? 21 juni 2016 Franca Horstink; Specialist Ouderen Geneeskunde, SCEN arts Laetitia Schillemans;Gespecialiseerd verpleegkundige oncologie en palliatieve zorg Beide Consulent; Palliatie Team Midden Nederland

Nadere informatie

Doorbraakpijn bij kanker: de rol van de verpleegkundige!

Doorbraakpijn bij kanker: de rol van de verpleegkundige! Doorbraakpijn bij kanker: de rol van de verpleegkundige! Sylvia Verhage MANP Verpleegkundig specialist intensieve zorg: oncologie & palliatieve zorg Jeroen Bosch Ziekenhuis, 's-hertogenbosch Congres V&VN

Nadere informatie

Het sterven in onze tijd. Frank Schaapsmeerders, specialist ouderengeneeskunde Miranda Tiecken, woonbegeleider hospice de Hazelaar

Het sterven in onze tijd. Frank Schaapsmeerders, specialist ouderengeneeskunde Miranda Tiecken, woonbegeleider hospice de Hazelaar Frank Schaapsmeerders, specialist ouderengeneeskunde Miranda Tiecken, woonbegeleider hospice de Hazelaar UKON symposium 16 april 213 Sterven in breder perspectief Tekenen van naderende dood Problemen rondom

Nadere informatie

VOOR WELKE CLIËNTEN IS DE PALLI?

VOOR WELKE CLIËNTEN IS DE PALLI? PALLI De PALLI is een vragenlijst die zorgverleners helpt om te bepalen of en in welke mate een cliënt met verstandelijke beperkingen achteruit is gegaan in gezondheid. Voor cliënten die achteruit zijn

Nadere informatie

Multimorbiditeit & Klinisch redeneren. Karin Timm Hester Vermeulen

Multimorbiditeit & Klinisch redeneren. Karin Timm Hester Vermeulen Multimorbiditeit & Klinisch redeneren Karin Timm Hester Vermeulen Mw B Voorstellen Gezondheidsprobleem Multimorbiditeit Twee of meer (chronische) ziekten tegelijkertijd Bijna 2 miljoen mensen! Bij 2/3

Nadere informatie

MARKERING en Proactieve ZORGPLANNING

MARKERING en Proactieve ZORGPLANNING MARKERING en Proactieve ZORGPLANNING Symposium Palliatieve zorg en dementie, juni 2017 Helma Mebius, wijkverpleegkundige Carintreggeland en verpleegkundige consulent palliatieve zorg Evelien Siegerink,

Nadere informatie

Zorg rond het levenseinde

Zorg rond het levenseinde Groeningelaan 7 8500 Kortrijk Tel.nr. 056/24 52 71 Faxnr. 056/24.52.64 Zorg rond het levenseinde Zorg rond het levenseinde 12 Voor meer informatie over voorgaande onderwerpen, kan u contact opnemen met

Nadere informatie

Palliatieve zorg bij COPD in onze regio. Karin Janssen-van Hemmen Jeroen Verheul

Palliatieve zorg bij COPD in onze regio. Karin Janssen-van Hemmen Jeroen Verheul Palliatieve zorg bij COPD in onze regio Karin Janssen-van Hemmen Jeroen Verheul Inhoud Stellingen Wie zijn we? Wat is ons doel? En waarom? Wat hebben we tot nu toe gedaan? Toekomst? Antwoorden op stellingen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals

Nadere informatie

Het opzettelijk verlagen van het bewustzijn van een patiënt in de laatste levensfase met als doel anderszins onbehandelbaar lijden te verlichten en

Het opzettelijk verlagen van het bewustzijn van een patiënt in de laatste levensfase met als doel anderszins onbehandelbaar lijden te verlichten en Het opzettelijk verlagen van het bewustzijn van een patiënt in de laatste levensfase met als doel anderszins onbehandelbaar lijden te verlichten en niet het leven te bekorten. Op verzoek van de regering

Nadere informatie

Dyspneu. Nieuwe richtlijn, december

Dyspneu. Nieuwe richtlijn, december 1 Dyspneu Nieuwe richtlijn, december 2015 http://www.pallialine.nl/dyspneu-in-de-palliatieve-fase Drs. A.M. Karsch Anesthesioloog pijnspecialist UMC Utrecht Consulent PTMN 1 maart 2016 Richtlijn in 10

Nadere informatie

Project Versterking van Palliatieve Zorg in Suriname

Project Versterking van Palliatieve Zorg in Suriname Project Versterking van Palliatieve Zorg in Suriname Ernstig zieke mensen voor wie geen genezing meer mogelijk is, willen de laatste fase van hun leven graag thuis doorbrengen in hun eigen vertrouwde omgeving.

Nadere informatie

Pijn en pijnbehandeling bij Kanker 23-04-2014 Centrum Cabane

Pijn en pijnbehandeling bij Kanker 23-04-2014 Centrum Cabane Pijn en pijnbehandeling bij Kanker 23-04-2014 Centrum Cabane Drs. A.M. Karsch, anesthesioloog pijnspecialist UMC Utrecht Drs. G. Hesselmann, oncologieverpleegkundige, epidemioloog UMCU Wat is pijn? lichamelijk

Nadere informatie

Samenvatting. Nieuwe ontwikkelingen in de palliatieve zorg: kwaliteitsindicatoren en het palliatieve zorgcontinuüm.

Samenvatting. Nieuwe ontwikkelingen in de palliatieve zorg: kwaliteitsindicatoren en het palliatieve zorgcontinuüm. Samenvatting Nieuwe ontwikkelingen in de palliatieve zorg: kwaliteitsindicatoren en het palliatieve zorgcontinuüm Samenvatting 173 Vanaf halverwege de jaren '90 is palliatieve zorg door de Nederlandse

Nadere informatie

Palliatieve zorg bij copd. Minisymposium 22 maart 2012

Palliatieve zorg bij copd. Minisymposium 22 maart 2012 Palliatieve zorg bij copd Minisymposium 22 maart 2012 Palliatieve zorg Hans Timmer, longarts ZGT Caroline Braam, huisarts Hengelo PALLIATIEVE ZORG CASUS 75-jarige terminale COPD-patient Mantelzorger valt

Nadere informatie

Tijdig spreken over het levenseinde

Tijdig spreken over het levenseinde Tijdig spreken over het levenseinde foto (c) Ben Biondina voor DNA-beeldbank op www.laatzeelandzien.nl Cliëntenbrochure van Goedleven foto (c) Jan Kooren voor DNA-beeldbank op www.laatzeelandzien.nl 1.

Nadere informatie

Delier in de palliatieve fase. Marlie Spijkers Specialist ouderengeneeskunde Consulent Palliatieve zorg IKZ

Delier in de palliatieve fase. Marlie Spijkers Specialist ouderengeneeskunde Consulent Palliatieve zorg IKZ Delier in de palliatieve fase Marlie Spijkers Specialist ouderengeneeskunde Consulent Palliatieve zorg IKZ Delier voor de patiënt n droom woar de geen sodemieter van op aan kunt angstdroom nachtmerrie

Nadere informatie

Delier in de palliatieve fase

Delier in de palliatieve fase Delier in de palliatieve fase Marlie Spijkers Specialist ouderengeneeskunde Consulent Palliatieve zorg IKZ Delier voor de patiënt n droom woar de geen sodemieter van op aan kunt angstdroom nachtmerrie

Nadere informatie