Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen



Vergelijkbare documenten
Hoofdstuk 18. Text Editor

13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek (Resource Editor)... 1

Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren

1. Introductie tot SPSS

Taken automatiseren met Visual Basicmacro's

DOCUMENT SAMENSTELLEN

De Verkenner heeft bij de meeste mensen een vast plekje op de Taakbalk, rechts van de

6. Tekst verwijderen en verplaatsen

Bestanden ordenen in Windows 10

Numerieke benadering van vierkantwortels

Op het bureaublad staan pictogrammen. Via de pictogrammen kunnen programma s worden gestart en mappen en bestanden worden geopend.

Kopiëren, Knippen en Plakken

Inloggen. In samenwerking met Stijn Berben.

Central Station. CS website

Berekeningen op het basisscherm

5. Functies. In deze module leert u:

Quick Reference Card. Activiteiten

Hoofdstuk 2. Werken met de TI.92

BSCW-WebDAV Handleiding

Neem deze gelegenheid te baat om je persoonlijke map eerst op te ruimen. We denken hierbij aan:

Voorbeelden van gebruik van de grote bron Grafiek

Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal 14 activeren

Calculatie tool. Handleiding. Datum Versie applicatie 01 Versie document

De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties

Hoofdstuk 8: Bewerken

Excel reader. Beginner Gemiddeld.

Elementen bewerken. Rev 00

Met een mailing of massaverzending kunt u een groot aantal documenten verzenden naar gebruikelijke adressen, die in een gegevensbestand staan.

Ga naar en log in met de gebruikersnaam en wachtwoord verkregen via mail.

Hoofdstuk 7 Configuratie Bestanden

Head Pilot v Gebruikershandleiding

Microsoft Word Selecteren

Sneltoetsen Excel 2010

Bosstraat 50 bus Lummen Tel.: Fax info@bestburo.be 1 van 42

Gebruikers handleiding. Mercurius. P2000 alarmontvanger

Menu. Open een document. Zoomen. Het Claro Boeklezer's menubalk bevat een aantal nuttige functies.

Hoofdstuk 16: Programmeren

Google Drive: uw bestanden openen en ordenen

Mappen en bestanden. In dit hoofdstuk leert u het volgende:

Als je een nieuw document maakt, wordt het in Google Drive opgeslagen als 'Naamloos document'.

Toelichting op enkele knoppen: (als u de muis bij een knop houdt, verschijnt een tekst met een korte aanwijzing (tooltip) bij deze knop).

25 Excel tips. 25 Handige Excel tips die tijd besparen en fouten voorkomen. Ir. Fred Hirdes. Excel-leren.nl.

PTV MAP&GUIDE INTERNET V2 EENVOUDIG OVERSTAPPEN

Spiekscherm. het Kladblok van GensDataPro

Bewaarde opdrachten afdrukken en verwijderen. Afdruktaken controleren. Afdruktaken reserveren

Handleiding XML Leesprogramma versie 2.1, juli 2006

Documentatie. Communication for the open minded. Siemens Enterprise Communications

- Registeren - Inloggen - Profiel aanmaken - Artikel plaatsen

Hoofdstuk 20. Talstelsels

Versie: 0.2. Gebruikershandleiding XOPUS XML-editor

Sneltoets Combinaties. Hoofdstuk 6 Sneltoetsen

Handleiding MOBICROSS actie banners

Welkom bij BOEKLEZER

Bitrix Site Manager gebruikershandleiding BureauZuid

Safira CMS Handleiding

HRM-Reviews in the Cloud Handleiding voor PZ

Welkom bij de Picture Package Producer 2. Picture Package Producer 2 starten en afsluiten. Stap 1: Beelden selecteren

Lijsten op uw TI grafische rekenmachine.

8.5 Koppelingen: oefeningen

Formules grafieken en tabellen

Snelkoppeling op bureaublad

Via de Startknop, Computer open je het venster Computer. Je ziet een overzicht van de schijven die op de computer aanwezig zijn:

Handleiding Windows Foto s uit een eerder gemaakt fotoboek overzetten naar de nieuwe software

Google Drive: uw bestanden openen en organiseren

Kennismaking. Versies. Text. Graph: Word Logo voorbeelden verschillende versies. Werkomgeving

SNELLE INVOER MET EXCEL

Stap 2. Dubbelklik op install_eeditor.exe. U krijgt het volgende scherm te zien, klik op Next >.

Handleiding Reinder.NET.Tasks.SQL versie 2

4. sorteren en ordenen

Werken met parameters

H A N D L E I D I N G E L V 1 5

Opstarten Word 2013 bij Windows 7 Opstarten Word 2016 bij Windows 10

Beginnerstrainin TYPO3 Stap voor stap de website beheren

Opleiding: Webmail outlook 2007

Gebruikers handleiding. JupiterPro. P2000 alarmontvanger

5. Een nieuw grijs blok onderaan plaatsen

Selecties worden gebruikt om bewerkingen uit te voeren die alleen effect mogen hebben op het geselecteerde gedeelte van een afbeelding.

INSTRUCT Samenvatting Basis Word 2010, H1 SAMENVATTING HOOFDSTUK 1

::FOTO S IMPORTEREN, ARCHIVEREN EN BEHEREN


Uiteenzetting Wiskunde Grafische rekenmachine (ti 83) uitleg

Gebruikershandleiding

Selenium IDE Webdriver. Introductie

Zorgmail handleiding. Inhoud

Handleiding voor Leden Teampagina aanpassen op

Het programma bestaat uit een map (FuwaOB) met diverse bestanden. In de map FuwaOB zit ook een bestand met 2

3. Werken met mappen en bestanden in Finder

SECRETZIP HANDLEIDING

Handleiding XML Leesprogramma versie 2.0

Systeemontwikkeling, Hoofdstuk 4, Tabellen maken in MS Access 2010

Het uiterlijk lijkt erg op Word, een paar belangrijke verschillen geven we aan in de schermafdruk hieronder.

Bijlage bij Getting Started Guide International English Edition

Microsoft Office Tekstdocument alle systemen

Badge it. Inhoudsopgave. 1. Installatie... 3

Invoegen... 8 Invulpunt... 9 Nieuwe bouwsteen maken... 9 Bouwsteen opslaan Wijze van werken in Outlook Informatie...

Inhoud van de website invoeren met de ContentPublisher

De tekstverwerker. Afb. 1 de tekstverwerker

Gebruikershandleiding

Transcriptie:

Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen 5 De basisschermgegevens als een Text Editor-script opslaan... 82 Informatie knippen, kopiëren en plakken... 83 Door de gebruiker gedefinieerde functies creëren en evalueren... 85 Mappen gebruiken om onafhankelijke verzamelingen variabelen op te slaan... 88 Als een invoer of antwoord te groot is... 91 Om u te helpen de TI-89 zo snel mogelijk te leren gebruiken, worden in hoofdstuk 2 de basisbewerkingen van het basisscherm beschreven. In dit hoofdstuk worden extra bewerkingen beschreven die u kunnen helpen het basisscherm op een meer effectieve wijze te gebruiken. Aangezien dit hoofdstuk uit verschillende op zichzelf staande onderwerpen bestaat, begint het niet met een kennismakings - voorbeeld. Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen 81

De basisschermgegevens als een Text Editor-script opslaan Als u alle gegevens in het history area wilt opslaan, kunt u het basisscherm aan een tekstvariabele toewijzen. Als u deze gegevens opnieuw wilt uitvoeren, gebruikt u de Text Editor om de variabele als een opdrachtscript te openen. De gegevens in het history area opslaan Op het basisscherm: 1. Druk op ƒ en kies 2:Save Copy As. Opmerking: alleen de gegevens worden opgeslagen, niet de antwoorden. 2. Geef een map en een tekstvariabele op waarin u de gegevens wilt opslaan. Opmerking: raadpleeg pagina 88 voor meer informatie over mappen. Optie Type Folder Variable Omschrijving Automatisch ingesteld als Text en kan niet worden gewijzigd. Toont de map waarin de tekstvariabele zal worden opgeslagen. Als u een andere map wilt gebruiken, drukt u op B om een menu met bestaande mappen weer te geven. Selecteer vervolgens een map. Typ een geldige, ongebruikte variabelenaam. 3. Druk op (nadat u in een invoervenster zoals Variable hebt getypt, drukt u twee maal op ). De opgeslagen gegevens weer ophalen Opmerking: raadpleeg hoofdstuk 18 voor volledige informatie over het gebruik van de Text Editor en het uitvoeren van een opdrachtscript. Aangezien de gegevens in een scriptindeling zijn opgeslagen, kunt u deze niet op het basisscherm ophalen. (In het werkbalkmenu ƒ van het basisscherm is 1:Open niet beschikbaar.) In plaats daarvan: 1. Gebruik de Text Editor om de variabele te openen die de opgeslagen basisschermgegevens bevat. De opgeslagen gegevens worden opgesomd als een aantal opdrachtregels die u afzonderlijk en in elke gewenste volgorde kunt uitvoeren. 2. Druk, terwijl de cursor op de eerste regel van het script staat, steeds op om de opdrachten regel voor regel uit te voeren. 3. Geef het opgehaalde basisscherm weer. Op dit gesplitste scherm worden de Text Editor (met het opdrachtregel-script) en het opgehaalde basisscherm weergegeven. 82 Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen

Informatie knippen, kopiëren en plakken Met knip-, kopieer- en plakbewerkingen kunt u informatie binnen dezelfde toepassing of tussen verschillende toepassingen verplaatsen of kopiëren. Deze bewerkingen maken gebruik van het klembord van de TI-89, een gebied in het geheugen dat dient als een tijdelijke opslagruimte. Automatisch plakken vs. Knippen/Kopiëren/ Plakken Informatie naar het klembord knippen of kopiëren Tip: u kunt op 5, 6 of 7 drukken om respectievelijk te knippen, kopiëren of plakken, zonder het werkbalkmenu ƒ te gebruiken. Automatisch plakken, beschreven in hoofdstuk 2, is een snelle manier om een gegeven of antwoord uit het history area te kopiëren en op de invoerregel te plakken. 1. Gebruik C en D om het item in het history area te markeren. 2. Druk op om het item automatisch op de invoerregel te plakken. Als u informatie van de invoerregel wilt kopiëren of verplaatsen, moet u een knip-, kopieer- of plakbewerking gebruiken. (U kunt in het history area een kopieerbewerking uitvoeren, maar niet knippen of plakken.) Als u informatie knipt of kopieert, dan wordt die informatie op het klembord geplaatst. Als u knipt wordt de informatie echter van de huidige lokatie verwijderd (dit wordt gebruikt om informatie te verplaatsen) en als u kopieert blijf de informatie staan. 1. Markeer de tekens die u wilt knippen of kopiëren. In de invoerregel plaatst u de cursor links of rechts van de tekens. Houd ingedrukt en druk op A of B om respectievelijk tekens links of rechts van de cursor te markeren. 2. Druk op ƒ en kies 4:Cut of 5:Copy. Klembord = (leeg of de vorige inhoud) Na het knippen Na het kopiëren Opmerking: als u informatie knipt of kopieert, dan vervangt deze de eventuele vorige inhoud van het klembord. Klembord = x^4ì 3x^3ì 6x^2+8x Klembord = x^4ì 3x^3ì 6x^2+8x Knippen is niet hetzelfde als verwijderen. Als u informatie verwijdert, dan wordt deze niet op het klembord geplaatst en kan deze niet worden opgehaald. Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen 83

Informatie van het klembord plakken Met een plakbewerking wordt de inhoud van het klembord op de actuele cursorlokatie op de invoerregel geplakt. Hiermee wordt de inhoud van het klembord niet gewijzigd. 1. Plaats de cursor op de lokatie waar u de informatie wilt plakken. 2. Druk op ƒ en kies 6:Paste (of gebruik de sneltoets 7). Voorbeeld: kopiëren en plakken Tip: u kunt een uitdrukking ook opnieuw gebruiken door een gebruikersgedefinieerde functie te maken. Zie pagina 85. Neem aan dat u een uitdrukking opnieuw wilt gebruiken zonder deze steeds opnieuw te typen. 1. Kopieer de gewenste informatie. a. Gebruik Bof Aom de uitdrukking te markeren. b. Druk op 6. c. Druk voor dit voorbeeld op om de invoer te evalueren. 2. Plak de gekopieerde informatie in een nieuwe invoer. a. Druk op 1 om de functie d differentiate te selecteren. b. Druk op 7 om de gekopieerde uitdrukking te plakken. c. Voltooi de nieuwe invoer en druk op. Tip: door middel van kopiëren en plakken kunt u informatie gemakkelijk van de ene toepassing naar de andere overbrengen. 3. Plak de gekopieerde informatie in een andere toepassing. a. Druk op #om de Y= Editor weer te geven. b. Druk op om y1(x) te definiëren. c. Druk op 7 om te plakken. d. Druk op om de nieuwe definitie op te slaan. 84 Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen

Door de gebruiker gedefinieerde functies creëren en evalueren Gebruikersgedefinieerde functies kunnen veel tijd besparen als u dezelfde uitdrukking (maar met verschillende waarden) meermaals moet herhalen. Met gebruikersgedefinieerde functies kunt u de mogelijkheden van de TI-89 ook uitbreiden met andere dan alleen de ingebouwde functies. Syntax van een functie De volgende voorbeelden laten gebruikersgedefinieerde functies met één en twee argumenten zien. U kunt zo veel argumenten gebruiken als nodig zijn. In deze voorbeelden bestaat de definitie uit één uitdrukking (of voorschrift). Opmerking: voor functienamen gelden dezelfde regels als voor variabelenamen. Zie Variabele waarden opslaan en opvragen in hoofdstuk 2. cube(x) = x 3 Definitie Argumentlijst Functienaam xroot(x,y) = y 1 x Definitie Argumentlijst Functienaam Gebruik bij het definiëren van functies en programma s unieke namen voor argumenten die niet worden gebruikt in de argumenten voor een volgende functie- of programma-aanroep. Gebruik in de argumentlijst dezelfde argumenten als in de definitie gebruikt zijn. Bijvoorbeeld, cube(n) = xò geeft onverwachte resultaten als u de functie evalueert. Argumenten (x en y in deze voorbeelden) zijn plaatshouders die waarden, die u aan de functie doorgeeft, vertegenwoordigen. Ze vertegenwoordigen de variabelen x en y niet, tenzij u specifiek x en y als de argumenten doorgeeft als u de functie evalueert. Een gebruikersgedefinieerde functie maken Gebruik één van de volgende methoden. Methode Omschrijving Een uitdrukking onder een functienaam opslaan (inclusief de argumentlijst). Opdracht Define Een functienaam als een uitdrukking definiëren (inclusief de argumentlijst). Program Editor Zie hoofdstuk 17 voor meer informatie over het maken van een gebruikersgedefinieerde functie. Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen 85

Een functie met meervoudig voorschrift maken Opmerking: raadpleeg hoofdstuk 17 voor meer informatie over overeenkomsten en verschillen tussen functies en programma s. Variabelen die niet in de argumentlijst voorkomen moeten lokaal gedeclareerd worden. Geeft een bericht als nn geen geheel getal is of als nn 0. Telt de omgekeerd evenredige waarden op. Geeft de som. U kunt ook een gebruikersgedefinieerde functie maken waarvan de definitie uit meerdere voorschriften bestaat. De definitie kan veel van de controle- en beslissingsstructuren (If, ElseIf, Return, etc.) bevatten die bij programmeren gebruikt worden. Neem aan dat u bijvoorbeeld een functie wilt maken die een reeks omgekeerd evenredige waarden optelt op basis van een ingevoerd geheel getal (n): 1 n + 1 nì 1 +... + 1 1 Als u de definitie van een functie met meervoudig voorschrift maakt, kan het handig zijn om deze eerst in de vorm van een blok te visualiseren. Func Local temp,i If fpart(nn)ƒ0 or nn 0 Return ongeldig argument 0! temp For i,nn,1,ë 1 approx(temp+1/i)! temp EndFor Return temp EndFunc De functie moet met Func beginnen en met EndFunc eindigen. Zie bijlage A voor meer informatie over de afzonderlijke voorschriften. Gebruik argumentnamen die nooit gebruikt zullen worden bij het aanroepen van de functie of het programma. Als u een functie met meervoudig voorschrift op het basisscherm invoert, moet u de hele functie op één regel invoeren. Gebruik de opdracht Define op dezelfde wijze als u deze zou gebruiken voor een functie met één voorschrift. Gebruik een dubbele punt om de voorschriften van elkaar te scheiden. Define sumrecip(nn)=func:local temp,i:... :EndFunc Tip: het is gemakkelijker om een ingewikkelde functie met meervoudig voorschrift in de Program Editor te maken dan op het basisscherm. Zie hoofdstuk 17. Op het basisscherm: Voer een functie met meervoudig voorschrift op één regel in. Vergeet de dubbele punten niet. Functies met meervoudig voorschrift worden als Func weergegeven. Een functie evalueren U kunt een gebruikersgedefinieerde functie op dezelfde wijze gebruiken als elke andere functie. Evalueer de functie zelf of neem deze in een andere uitdrukking op. 86 Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen

Een functiedefinitie weergeven en bewerken Doel Een lijst met alle gebruikersgedefinieerde functies weergeven De definitie van een gebruikersgedefinieerde functie weergeven De definitie bewerken Handeling Druk op 2 om het scherm VAR- LINK weer te geven. (Zie hoofdstuk 21.) U dient mogelijk het werkbalkmenu View te gebruiken om het variabeletype Function op te geven. Markeer de functie op het scherm VAR-LINK en druk op 2ˆ Contents. of Druk in het basisscherm op 2. Typ de functienaam zonder de argumentlijst (bijvoorbeeld xroot) en druk twee maal op. of Open de functie in de Program Editor. (Zie hoofdstuk 17.) Gebruik 2 op het basisscherm om de definitie weer te geven. Bewerk de definitie op de gewenste wijze. Gebruik vervolgens of Define om de nieuwe definitie op te slaan. of Open de functie in de Program Editor, bewerk de functie en sla uw wijzigingen op. (Zie hoofdstuk 17.) Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen 87

Mappen gebruiken om onafhankelijke verzamelingen variabelen op te slaan De TI-89 heeft één ingebouwde map, met de naam MAIN, en alle variabelen worden in die map opgeslagen. Door extra mappen te maken kunt u onafhankelijke verzamelingen gebruikersgedefinieerde variabelen opslaan (inclusief gebruikersgedefinieerde functies). Mappen en variabelen Mappen bieden u een handige manier om variabelen te beheren door deze in verwante groepen te organiseren. U kunt bijvoorbeeld afzonderlijke mappen maken voor verschillende TI-89-toepassingen (Math, Text Editor, etc.) of klassen. U kunt een gebruikersgedefinieerde variabele in elke gewenste bestaande map opslaan. Een systeemvariabele of een variabele met een gereserveerde naam kan echter alleen in de map MAIN worden opgeslagen. De gebruikersgedefinieerde variabelen in de ene map zijn onafhankelijk van de variabelen in andere mappen. Voorbeeld van variabelen die alleen in MAIN kunnen worden opgeslagen Venstervariabelen (xmin, xmax, etc.) Tabelinstellingsvariabelen (TblStart, @Tbl, etc.) Y= Editor-functies (y1(x), etc.) Daarom kunnen er afzonderlijke verzamelingen variabelen met dezelfde namen maar met verschillende waarden in mappen worden opgeslagen. Opmerking: gebruikersgedefinieerde variabelen worden in de actieve map opgeslagen tenzij u een ander map opgeeft. Zie Variabelen uit andere mappen gebruiken op pagina 90. Naam van de actieve map Variabelen MAIN Systeemvariabelen Gebruikersgedefinieerd a=1, b=2, c=3 f(x)=x 3 +x 2 +x ALG102 Gebruikersgedefinieerd b=5, c=100 f(x)=sin(x)+cos(x) DAVE U kunt geen map in een andere map maken. Gebruikersgedefinieerd a=3, b=1, c=2 f(x)=x 2 +6) MATH Gebruikersgedefinieerd a=42, c=6 f(x)=3x 2 +4x+25 De systeemvariabelen in de map MAIN zijn altijd rechtstreeks toegankelijk, ongeacht de actieve map. 88 Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen

Een map maken op het basisscherm Voer de opdracht NewFold in. NewFold mapnaam Mapnaam die gemaakt moet worden. De nieuwe map wordt automatisch als de actieve map ingesteld. Een map maken op het scherm VAR-LINK Op het scherm VAR-LINK, dat wordt beschreven in hoofdstuk 21, worden de bestaande variabelen en mappen opgesomd. 1. Druk op 2. 2. Druk op ƒ Manage en kies 5:Create Folder. 3. Typ een unieke mapnaam van maximaal 8 tekens en druk twee maal op. Nadat u op het scherm VAR-LINK een nieuwe map hebt gemaakt, wordt die map niet automatisch als de actieve map ingesteld. De actieve map instellen op het basisscherm Voer de functie setfold in. setfold (mapnaam) setfold is een functie, wat betekent dat u de mapnaam tussen haakjes moet plaatsen. Als u setfold uitvoert, ziet u de naam van de map die u daarvoor als de actieve map had ingesteld. De actieve map instellen in het dialoogvenster MODE Tip: als u het menu wilt annuleren of het dialoogvenster wilt afsluiten zonder wijzigingen op te slaan, dan drukt u op N. Het dialoogvenster MODE gebruiken: 1. Druk op 3. 2. Markeer de instelling Current Folder. 3. Druk op B om een menu met bestaande mappen weer te geven. 4. Selecteer de gewenste map. Dit doet u door: De mapnaam te markeren en op te drukken. of Op het corresponderende nummer of de corresponderende letter voor die map te drukken. 5. Druk op om uw wijzigingen op te slaan en sluit het dialoogvenster. Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen 89

Variabelen uit andere mappen gebruiken Tip: voor \ drukt u op 2Ì(2e functie van ). U kunt toegang krijgen tot een gebruikersgedefinieerde variabele of functie die niet in de actieve map staat. Geef de volledige padnaam op in plaats van alleen de variabelenaam. Een padnaam heeft de vorm: mapnaam \ variabelenaam of mapnaam \ functienaam Bijvoorbeeld: Als actieve map = MAIN Mappen Opmerking: voor dit voorbeeld wordt aangenomen dat u al een map met de naam MATH gemaakt hebt. MAIN a=1 f(x)=x 3 +x 2 +x MATH a=42 f(x)=3x 2 +4x+25 Opmerking: zie hoofdstuk 21 voor informatie over het scherm VAR-LINK. Een map verwijderen op het basisscherm Opmerking: u kunt de map MAIN niet verwijderen. Een map verwijderen op het scherm VAR-LINK Als u een lijst met bestaande mappen en variabelen wilt weergeven, drukt u op 2. Op het scherm VAR-LINK kunt u een variabele markeren en op drukken om die variabelenaam op de invoerregel van het basisscherm te plakken. Als u een variabelenaam plakt die zich niet in de actieve map bevindt, dan wordt de padnaam (mapnaam\variabelenaam) geplakt. Voordat u een map verwijdert, moet u alle variabelen die in die map zijn opgeslagen, verwijderen. Als u een variabele wilt verwijderen, voert u de opdracht DelVar in. DelVar var1 [, var2] [, var3]... Als u een lege map wilt verwijderen, voert u de opdracht DelFold in. DelFold map1 [, map2] [, map3]... Op het scherm VAR-LINK kunt u een map en de variabelen in die map tegelijkertijd verwijderen. Zie hoofdstuk 21. 1. Druk op 2. 2. Selecteer de item(s) die u wilt verwijderen en druk op ƒ 1 of 0. (Als u gebruikt om een map te selecteren, dan worden de variabelen in die map automatisch geselecteerd.) 3. Druk op om het verwijderen te bevestigen. 90 Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen

Als een invoer of antwoord te groot is In sommige gevallen kan een invoer of antwoord te groot zijn om in zijn geheel in het history area te kunnen worden weergegeven. In andere gevallen is het mogelijk dat de TI-89 niet in staat is om een antwoord weer te geven omdat er niet voldoende geheugen vrij is. Als een invoer of antwoord te groot is Plaats de cursor in het history area en markeer de invoer of het antwoord. Gebruik vervolgens de cursorknop om te bladeren. Bijvoorbeeld: Hieronder wordt een antwoord weergegeven dat te lang is voor één regel. Druk op A of 2 A om naar links te bladeren. Druk op B of 2 B om naar rechts te bladeren. Hieronder wordt een antwoord weergegeven dat zowel te lang als te hoog is om op het scherm te kunnen worden weergegeven. Druk op C om omhoog te bladeren. Opmerking: in dit voorbeeld wordt de functie randmat gebruikt om een 25 x 25 matrix te genereren. Druk op A of 2 A om naar links te bladeren. Druk op D om omlaag te bladeren. Druk op B of 2 B om naar rechts te bladeren. Als er niet voldoende geheugen is Opmerking: in dit voorbeeld wordt de functie seq gebruikt om een sequentiële lijst met gehele getallen van 1 tot 2500 te genereren. Het symbool <<...>> wordt weergegeven als de TI-89 niet voldoende geheugen vrij heeft om het antwoord weer te geven. Bijvoorbeeld: Als u het symbool <<...>> ziet, dan kan het antwoord niet worden weergegeven, zelfs niet als u dit markeert en probeert te bladeren. In het algemeen kunt u proberen: Extra geheugen vrij te maken door onnodige variabelen te verwijderen. Gebruik 2 zoals wordt beschreven in hoofdstuk 21. Het probleem zo mogelijk op te delen in kleinere onderdelen die met minder geheugen kunnen worden berekend en weergegeven. Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen 91

92 Hoofdstuk 5. Extra basisscherm-onderwerpen