SYNERGIE PILOT NETWERKEN KWETSBARE OUDEREN SMALLINGERLAND



Vergelijkbare documenten
Verbindt Verbetert Versterkt. Wij zijn: Regioadviseurs/account Ouderen ROS Friesland.

De wijkverpleegkundige in Friesland Stand van zaken mei 2015

Traject Tilburg. Aanvragers: Gemeente Tilburg. Adviseur: Monique Postma, Alleato, CMO-net

Met het nieuwe welzijnsbeleid werkt de gemeente Tiel vanuit de volgende uitgangspunten:

Betekenisvol, integraal en effectief samenwerken rond oudere inwoners

Factsheet Integrale gebiedsaanpak. Trekker: regio Achterhoek

JAARPLAN 2016 Netwerk Dementie/Geriatrie

Mienskip als basis voor een vitaal Friesland een beschouwing vanuit demografische ontwikkelingen met een verbinding naar het sociale domein

Strategisch Communicatieplan Meedoen in Alblasserdam Augustus 2013

Zorginnovatie bij CZ

Vitaliteit. Samen. Lokaal. Integraal. Versterken. Verbinden Vitale regio Fryslân. Bestuurscommissie. 8 december 2016

Jaarplan Netwerk Palliatieve Zorg Regio Zuidoost Brabant. Netwerk Palliatieve Zorg Zuidoost Brabant

Veldraadpleging Dementienetwerk Netwerk Kwetsbare ouderen

Secretariaat WMO raad: Maaskantveld 26, 2992 HM Barendrecht. secretariaat: Website:

januari L.M. Sluys Tympaan Instituut Sociale wijkteams Krimpenerwaard - Tympaan Instituut - info@tympaan.nl

Hervormingen in het lokaal re-integratiebeleid. Plan van aanpak quick scan

Havenpolikliniek: van bedreiging naar kans. 6 december 2018 SRZ Congres

Demografische gegevens ouderen

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Samen voor een sociale stad

TinZ, Netwerk Dementie Friesland

Samenvatting ontwikkeling monitor sociaal domein Cranendonck

fluchskrift Vergrijzing in Fryslân neemt toe Aantal senioren sterk gestegen Aantal 65-plussers in Fryslân, /2012

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda

Samen Beter. Op weg naar 2020

Convenant tussen. Stichting Seniorenraad Meierijstad en. BENU Apotheek De Meierij

Op het snijvlak van Zorg en Welzijn. De eerste lijn, alle facetten in beeld leergang Jan van Es instituut 5 januari 2015

Voorstel van de Rekenkamer

Samenwerken aan welzijn

SAMEN KIEZEN VOOR EEN WIJKGERICHTE AANPAK

Aanvraag VEZN Pro Vita

Teamplan samenwerking huisarts - wijkteam

Werkbezoek Gemeenteraad Leiderdorp 21 mei 2014

We worden steeds ouder. Notitie Ouderen

Toezicht op netwerkzorg aan kwetsbare ouderen in de wijk

Instructie cliëntprofielen

Ronde 2: sessie 1 Verbinding tussen eerstelijnszorg en sociaal werk: winst voor ouderen

Noorden veldwerker. Zorg. De Noordenveldwerker Wegwijzer in welzijn, wonen en zorg. Brochure Noorderveldwerker.indd :26

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

Kwetsbare mensen doen mee in wijken en buurten

Aandacht voor voedsel bij Gelderse gemeenten. Resultaten digitale verkenning 22 september 14

In de Gemeente Marum

WAT HELPT OM LANGER THUIS TE BLIJVEN WONEN

Het organiseren van een MDO

Toelichting Effectenanalyse wijkverpleegkundige niettoewijsbare

Voldoet u aan de criteria dan ontvangt u hiervoor een aabod met een integraal tarief waarmee te declareren is voor de volgende doelgroepen in 2017:

Convenant tussen. Stichting Seniorenraad Meierijstad en Brabant Zorg

JURYRAPPORT Van de prijs voor de best presterende gemeente op het gebied van ouderenbeleid

Projectplan Informele Zorg

NHG-Standpunt. Huisartsgeneeskunde voor ouderen. Er komt steeds meer bij... standpunt

Zingeving werkt! EEN RESULTAATGERICHTE AANPAK EENZAAMHEID

De slimste route? Vormgeven toegang

FORMAT BUSINESSCASE Inkoop Dagbesteding (licht)

Beknopte rapportage. Pilot Informatie voor de informele zorg

Lang zullen we leven!

Vroegopsporing bij (kwetsbare) ouderen; bij wie en wanneer? Simone de Bruin Manon Lette Caroline Baan

Jaarverslag Cliëntenraad. Extramurale Zorg De Friese Wouden 2010

Programma Sociaal-Medische 1 e lijn

Algemene gegevens Om te beginnen willen wij graag wat algemene informatie van u ontvangen. Uw gegevens worden geanonimiseerd verwerkt.

Van Kooten en de bie. De rol van de vrijwilliger en de betekenis van de Kanteling

Zorgpact Teylingen

JAARVERSLAG CLIËNTENRAAD EXTRAMURALE ZORG

Factsheet Wmo Drechtsteden. Met elkaar voor elkaar zorgen. Dichtbij en toegankelijk

Werkt Guided Care in jouw huisartsenpraktijk? Resultaten van een pilot bij vijf Nederlandse huisartsenpraktijken. multi.

Positieve gezondheid en het gemeentegesprek

Welkom. Presentatie wijkteams in de gemeente Leeuwarden en hoe zij de financiële hulpverlening hebben ingericht

Zorg voor ouderen en welzijn Netwerk West Achterhoek

Presentatie Monitoring. Ontwikkelrichting monitoring en eerste (voorlopige) cijfers

Najaar Voorbeeldrapportage Wijkscan

De welzijnskoers Gemeente Roermond - afdeling Welzijn 2013

Het project in fasen. Waarom dit project? Gebiedsgerichte Zorg. Resultaten fase 1 en 2. Dit Zorgbelang Fryslân project wil:

Het Signalerend. Toegankelijke. Activerende. Netwerk

SAMENVATTING. Samenvatting

Voor en met elkaar : burgerinitiatieven worden beloond

Inkoopbeleid huisartsen en multidisciplinaire zorg

Rondweg-Oost N233 Maatregelen treden 3 Um 5 Ladder van Verdaas

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 26 januari 2016 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

t Marheem is een brede welzijnsinstelling die gemeentelijk beleid op het gebied van maatschappelijke ondersteuning uitvoert.

Zorgkantoor AGIS/ Achmea

Het verhaal van Careyn Het Dorp

Uitwerking workshops 'Avond voor de Jeugdhulp ' 30 augustus in de Kunstmin.

Verantwoording januari 2018

STANDPUNT EN PLEIDOOI OVER EXTRAMURALE BEGELEIDING

Plan van Aanpak. Beleidsplan WMO Jeugd Aanleiding

Rapportage Huisbezoek Allochtone Ouderen

Gezond meedoen in Kerkrade. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014

Deze tijd vraagt om creativiteit

Verpleegkundige teams bij ZZG zorggroep

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte

Kader voor een POH-GGZ Jeugd

Convenant tussen. Stichting Seniorenraad Meierijstad en. Stichting Welzijn De Meierij

Vergrijzing en de inrichting van de ouderenzorg

Informele zorg in Eindhoven, nu en in de toekomst

Project: Ontwikkelen van Outcome-indicatoren voor de Zorg Advies Teams, Tilburg Dossiernummer: ZonMw,

Wijkgezondheidsteams Arnhem. 1 November 2013

VGZ Inkoopbeleid. ondersteuningsgelden 2015 D

Platform Mantelzorg Amsterdam

Gezond meedoen in Sittard-Geleen. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014

Plan organisatie ouderenzorg in de wijk of gemeente Regio Zwolle

NIEUWSBRIEF DE 1E NIEUWSBRIEF VOOR HET PROJECT KETENZORG OUDEREN WALCHEREN

Transcriptie:

SYNERGIE PILOT NETWERKEN KWETSBARE OUDEREN SMALLINGERLAND Samenwerking Gemeente Smallingerland en ROS Friesland 1

SYNERGIE PILOT NETWERKEN KWETSBARE OUDEREN SMALLINGERLAND Samenwerking Gemeente Smallingerland en ROS Friesland 2

COLOFON Gemeente Smallingerland Postbus 10.000, 9200 HA Drachten Contactpersoon: Albert Scheffer Telefoon: (0512) 581 234 E-mail: gemeente@smallingerland.nl Internet: www.smallingerland.nl ROS Friesland Gezondheidsboulevard Dalhuysenstraat 35, 8448 EW Heerenveen Contactpersoon: Marja Kuik Telefoon (0513) 62 68 05 Email: info@rosfriesland.nl Internet: www.rosfriesland.nl Inventarisatie en samenstelling: Fianne Naber Redactie: Marja Kuik Foto omslag: allayhomecare.com Drachten/Heerenveen, December 2013 3

SAMENVATTING In de periode juli - november 2013 is gewerkt aan een brede inventarisatie van netwerken rondom de doelgroep (kwetsbare) ouderen in de gemeente Smallingerland. Deze inventarisatie dient als deelproduct voor de projecten Meedoen op Mentale kracht van de gemeente Smallingerland en het Friese ZonMw project Netwerkvorming Kwetsbare Ouderen gecoördineerd door ROS Friesland. Dit deelproject voorziet in een op 25 november 2013 actueel overzicht van lokale infrastructuren met uitputtende informatie over gevonden netwerken. Verdere beoogde resultaten van dit project zijn: een methodiek om verzamelde informatie actueel te houden; een instrument om de inventarisatie te verbreden naar andere doelgroepen, c.q. (integrale) populaties. Met behulp van de gevonden informatie worden aanbevelingen gedaan op het gebied van: verbinding/stroomlijnen van netwerken (voor beide moederprojecten) vervolgstappen ten aanzien van het moederproject 'Meedoen op Mentale Kracht', onder meer met betrekking tot de geografische spreiding van de doelgroep/bevolkingsopbouw en risicoprofielen. De opgestelde inventarisatie is uitgevoerd door middel van deskresearch en interviews met professionals (uit zowel de zorg- als welzijnssector) en vrijwilligers die participeren in de gevonden netwerken. Tijdens de deskresearchfase werden in de gemeente meer dan 100 initiatieven, organisaties, projecten en andere voorzieningen aangetroffen met raakvlakken met de doelgroep. Om netwerkstructuren verantwoord te onderscheiden van andere initiatieven zijn criteria en definities vastgesteld. Door toepassing van deze criteria op de gevonden initiatieven resteren voor de gemeente Smallingerland negen (professionele) netwerken: - Geriatrie Netwerk Friesland - Geriatrisch netwerk Smallingerland - Netwerk Valpreventie Zuidoost Friesland - Platform Vrijwillige Thuishulp Smallingerland - Preventief Oost Friesland - Samenwerking Thuiszorg de Friese Wouden, huisartsenpraktijk Postma en apotheek Ongena - Sûnenz - TinZ - Zorg Buurtsuper Deze netwerken zijn op basis van de verzamelde data nader onder te verdelen naar kennis- en cliëntgerichte netwerken, waarbij een extra differentiatie mogelijk is naar aandoeninggerichte en domeinoverschrijdende netwerken. 4

Opvallende bevindingen voortkomend uit de inventarisatie zijn: - De geringe hoeveelheid gevonden verslaglegging van afspraken ten aanzien van verplichtingen/vrijblijvendheid en risico s, met name bij de kennisnetwerken, waar participerende partijen veelal niet financieel afhankelijk van elkaar zijn. - Overlap o.a. in doelgroep, doelen en resultaten is te vinden tussen de kennisnetwerken Preventief Oost Friesland en het Geriatrisch Netwerk Smallingerland. En tussen de cliëntgerichte netwerken Sûnenz enerzijds en de samenwerking van Thuiszorg de Friese Wouden, huisartsenpraktijk Postma en apotheker Ongena anderzijds. - Er is sprake van een hoge draaglast onder mantelzorgers waarvoor nieuwe projecten geïmplementeerd zijn, anderzijds geven gesprekken met vrijwilligers de behoefte aan verhoogde draaglast weer. - De doelgroepanalyse heeft laten zien dat (kwetsbare) ouderen veelal gevestigd zijn in de wijken Centrum, de Singels, de Bouwen en de Wiken. Aanbevolen wordt dat bestaande netwerken binnen de gemeente Smallingerland zich slimmer organiseren. Rondom een anderhalvelijnscentrum in één van de wijken met een hoge populatie ouderen kunnen ook netwerken zoals het Platform Vrijwillige Thuishulp en Zorg Buurtsuper zich meer profileren en betere afstemming met elkaar zoeken. Dit kan bijdragen tot betere organisatie van zorg dichtbij de ouderen, maar ook een verbeterde afstemming opleveren in de verhouding draagkracht-draaglast van mantelzorgers enerzijds en vrijwilligers die zich graag maatschappelijk nuttig willen blijven voelen anderzijds. Een stroomlijning tussen kennisnetwerken zou voor professionals dubbelingen in bijeenkomsten kunnen voorkomen en daarmee indirect bijdragen aan lagere maatschappelijke kosten met betrekking tot ouderen. Onderzocht zou kunnen worden of de ervaren meerwaarde van verschillende netwerken te combineren is in 1 aangepast netwerk. Suggesties voor vervolgonderzoek zijn voortzetting van de inventarisatie van nieuw ingekomen netwerken, het in kaart brengen van risicoprofielen binnen de gemeente Smallingerland en onderzoek naar methodieken om verzamelde informatie actueel te houden. 5

Voorwoord Sinds 2005 bestaat er een netwerkrelatie tussen beleidsambtenaren van de gemeente Smallingerland en adviseurs van ROS Friesland (werkzaam in de eerstelijnszorgsector), waarin periodiek wederzijdse ontwikkelingen worden afgestemd. In 2011 leidde dit onder meer tot enkele brainstormsessies onder de noemer De blije wijk, waarin veel overeenkomsten in visie met betrekking tot integraal en lokaal organiseren van zorg en welzijn werden geconstateerd. Tijdens een overleg in het voorjaar van 2013 werd het idee voor een coproductieproject geboren, toen bleek dat beide partijen wilden starten met activiteiten (mede) gericht op de doelgroep ouderen. De samenwerking in deze eerste fase werd daarnaast geïnspireerd door de beleidsambities in beide sectoren aangaande de vorming van integrale buurtgerichte basiszorgteams en buurtnetwerken. Voor de coproductie is een projectteam samengesteld bestaand uit Anke de Vries, Albert Scheffer (senior beleidsmedewerkers) en Rena Ganzinga (beleidsmedewerker transitie jeugdbeleid/account manager welzijn) van de gemeente Smallingerland en Annemarie Ruesen en ondergetekende (regioadviseurs ROS Friesland/projectleiding ZonMW-project). Een uitvoerend projectmedewerker, Fianne Naber, heeft de inventarisatie opgezet en uitgevoerd onder leiding van ondergetekende. De financiële afhandeling van de inhuur van de uitvoerend projectmedewerker tenslotte lag bij Albert Scheffer. Het projectteam was verantwoordelijk voor de opdrachtformulering en de aansluiting daarvan bij het eigen project, besprak de voortgang en nam beslissingen over prioriteiten per fase en bijstellingen van de planning. Het maximaal aantal uren dat de projectmedewerker kon worden ingezet vanuit het beschikbare budget bepaalde mede de haalbaarheid van het beoogde eindresultaat. Waar nodig maakte het projectteam keuzes met betrekking tot inperking van werkzaamheden. Het resultaat van deze eerste fase ligt voor u. De inhoud betreft een gezamenlijke inventarisatie en situatieanalyse en is daarmee het basismateriaal voor de voorgenomen verdere activiteiten van beide partijen in Smallingerland. De verkregen informatie zal daarnaast toegankelijk worden gemaakt voor andere belangstellenden, waaronder in ieder geval de netwerken die hier in kaart zijn gebracht. Veel mensen hebben een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van dit rapport. Daarvoor willen we als projectteam hen hier graag bedanken. Dit resultaat was niet mogelijk geweest zonder de genereuze en snelle medewerking van alle geïnterviewde netwerkdeelnemers. Onze grote dank gaat uit naar deze mensen, bij naam genoemd in bijlage 2. We bedanken ook Eileen van Ligten, interim projectleider ZonMw project Netwerkvorming Kwetsbare Ouderen Friesland, voor het geven van onmisbare feedback in de analysefase. Tenslotte bedanken we in het bijzonder Fianne Naber voor haar niet aflatende inzet, flexibiliteit en creativiteit. Zelfs afstuderen is haar tijdens dit project gelukt. We wensen haar een mooie en voorspoedige loopbaan toe. Marja Kuik Projectleider Synergiepilot Smallingerland, mede namens het projectteam Heerenveen, december 2013 6

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING... 4 VOORWOORD... 6 1. INLEIDING... 8 1.1 Aanleiding... 8 1.2 Aanpak... 8 1.3 Ethische verantwoording... 9 1.4 Leeswijzer... 9 2. CONCEPTUALISERING... 10 2.1 Definitie Doelgroep... 10 2.2 Definitie Netwerk... 10 3. KWETSBARE OUDEREN IN SMALLINGERLAND... 11 4. ONTWIKKELINGEN IN HET ZORGLANDSCHAP... 13 5. ANALYSE... 14 5.1 Oriëntatiefase... 14 5.2 Deskresearch... 15 5.3 Interviews... 15 5.4 Netwerken... 17 6. AANBEVELINGEN... 26 6.1 Verbinding bestaande netwerken... 26 6.2 Aansluiting Meedoen op Mentale Kracht.... 27 7. EVALUATIE ONDERZOEKSTRAJECT... 32 LITERATUURLIJST... 34 BIJLAGE 1 AFKORTINGEN... 35 BIJLAGE 2 LIJST GEÏNTERVIEWDEN... 36 BIJLAGE 3 CHECKLIST INVENTARISATIE... 37 BIJLAGE 4 - INVENTARISATIE NETWERKEN... 42 BIJLAGE 5 IN NETWERK PARTICIPERENDE ORGANISATIES... 98 BIJLAGE 6 LEVERANCIERS DIENSTEN EN PRODUCTEN... 106 7

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Vanuit het Friese ZonMw-project Netwerkvorming Kwetsbare ouderen, gecoördineerd door ROS Friesland en het project Meedoen op Mentale Kracht van de gemeente Smallingerland, is deze synergiepilot als deelproject opgezet. Deze pilot bestaat uit een gezamenlijke brede inventarisatie van netwerken rond het thema kwetsbare ouderen in de gemeente Smallingerland. Binnen het Frieslandbrede project Netwerkvorming Kwetsbare ouderen worden lokale pilots uitgevoerd, waarvan één zou moeten plaatsvinden in de gemeente Smallingerland. Er waren aanwijzingen dat in deze gemeente veel beweging is op dit terrein, zowel in het publieke als in het zorgdomein. Het doel van die pilot is een bijdrage te leveren aan het realiseren van een lokale sluitende aanpak rond kwetsbare ouderen door in Smallingerland initiatieven en netwerken in beeld te brengen en waar relevant met elkaar te verbinden. Meedoen op Mentale kracht heeft als doel een samenhangende aanpak met betrekking tot psychisch welbevinden (met als thema s eenzaamheid en depressie) op lokaal niveau te beschrijven, waarbij de werkwijze van de integrale aanpak wordt gevolgd. Een van de doelgroepen betreft kwetsbare ouderen. Beide projecten behoeven een inventarisatie van bestaande netwerken, initiatieven en projecten. Om synergie te behalen is daarvoor gekomen tot een samenwerking met één aanpak tussen de gemeente Smallingerland en ROS Friesland; op basis van dezelfde data kunnen zowel aanbevelingen worden gedaan met betrekking tot eventuele verbindingen tussen netwerken, als aanbevelingen met betrekking tot de locatie waar de implementatie van het project meedoen op mentale kracht kan plaatsvinden. Beoogde resultaten voor deze synergiepilot zijn: - Inzicht in bestaande formele netwerken en andere initiatieven binnen Smallingerland met een focus op de doelgroep kwetsbare ouderen - Een op bruikbaarheid getoetst instrument waarin uitputtende informatie van netwerken in kaart gebracht kan worden - Een aanpak die gebruikt kan worden voor verbreding naar andere doelgroepen en naar de bevolking van een wijk/buurt als geheel - Overzicht van de geografische spreiding van de doelgroep/bevolkingsopbouw en risicoprofielen binnen de gemeente - Een methodiek om verzamelde informatie actueel te houden - (Een aanzet tot) aanvullende ontwikkelde hulpmiddelen. 1.2 Aanpak Binnen het huidige project is gestart met oriënterende gesprekken met de leden van het projectteam om hun behoeften nader in kaart te brengen, aan te scherpen, afstemming te realiseren en waar nodig prioriteiten te stellen. Een van de criteria die werd vastgesteld ter afbakening was dat in elk in kaart te brengen netwerk in ieder geval ook betaalde deelnemers actief moesten zijn. Vanuit die kaders is een begin gemaakt met deskresearch naar bestaande initiatieven en organisaties die een (hele of gedeeltelijke) focus hebben op de doelgroep kwetsbare ouderen. Vervolgens zijn in overleg 8

met het projectteam definities geformuleerd om de scope van het onderzoek af te bakenen, waarna een inventarisatieformat kon worden ontwikkeld. Op die manier is een start gemaakt om de beoogde resultaten te realiseren. Om de inventarisatie zo volledig mogelijk uit te voeren werd na de eerste resultaten gekozen gebruik te maken van zowel deskresearch als interviews met participanten van netwerken. Deze interviews zorgden voor meer gedetailleerde informatie over de verschillende netwerken. Daarnaast leidden deze gesprekken leiden tot feedback op het inventarisatie-instrument en aanvullingen op gevonden netwerken. Het aanbrengen van onderscheid in de gevonden informatie droeg bij aan de overzichtelijkheid en leidde tot drie verschillende deelproducten. Deze zijn uitgewerkt in de bijlagen van dit rapport: de inventarisatie per netwerk, een overzicht met in de netwerken participerende organisaties en een overzicht met aangetroffen leveranciers van diensten en producten(beide nevenproducten). Na het uitvoeren van de inventarisatie zou een analyse van de verzamelde data volgen waaruit verschillende conclusies en aanbevelingen geformuleerd zouden kunnen worden. Waar relevant diende afstemming met elders ontwikkelde instrumenten/methodieken te worden gezocht in het kader van het streven naar synergie en efficiency. 1.3 Ethische verantwoording In dit project is een uitgebreide inventarisatie naar bestaande netwerken uitgevoerd. Hierbij gaat het risico gepaard dat ook vertrouwelijke informatie naar voren komt. Vanuit de gemeente Smallingerland is aangegeven dat alle informatie die door hen uitgezocht en verzameld wordt in principe altijd openbaar is. Daarnaast is bij alle geïnterviewden nagegaan of zij akkoord gaan met het vermelden van gegevens over de netwerken en met het vermelden van hun naam in dit document. Alle partijen hebben hiermee ingestemd. Informatie zoals vermeld in de inventarisatie, te vinden in bijlage 3 van dit document, is na de interviews en de verwerking nogmaals gecontroleerd door de partijen waarmee gesproken is. Eventuele wijzigingen of correcties van onjuistheden zijn verwerkt in de eindversie. Daarmee is voor vermelding van alle informatie in de inventarisatie akkoord gegeven en is de inventarisatie representatief voor de situatie op 28 november 2013. 1.4 Leeswijzer Na de beschrijving van de aanleiding, aanpak en doelstellingen van dit project in dit hoofdstuk vervolgt hoofdstuk 2 met de conceptualisering van belangrijke termen. Hoofdstuk 3 geeft een omschrijving van de doelgroep kwetsbare ouderen in het kader van dit project. Belangrijke ontwikkelingen in het zorglandschap binnen de gemeente Smallingerland worden omschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt gestart met een analyse van dataverzameling, gevolgd door de analyse van de gevonden netwerken. Conclusies en aanbevelingen worden gegeven in hoofdstuk 6. Het laatste hoofdstuk bestaat uit een evaluatie van het onderzoekstraject. Na de literatuurlijst zijn 6 bijlagen toegevoegd: de begrippenlijst, de lijst met geïnterviewden, de checklist inventarisatie, de uitgebreide inventarisatie per netwerk, het overzicht van in netwerken participerende organisaties en tenslotte het overzicht leveranciers van diensten en producten aan (kwetsbare) ouderen. In de bijlagen 4, 5 en 6 is per gevonden initiatief alle inhoudelijke informatie weergegeven. 9

2. CONCEPTUALISERING Met de analyse van netwerken wordt voortdurend teruggegaan naar twee sleutelbegrippen; (kwetsbare) ouderen en netwerk. Een verkenning leert dat er geen eenduidige, binnen alle domeinen gebruikte omschrijvingen van deze begrippen zijn. Ter verduidelijking volgt hier daarom een beschrijving van de begrippen zoals zij worden gehanteerd binnen dit project. Het vaststellen van deze begrippen maakte het mogelijk ordening aan te brengen in de grote hoeveelheid informatie en tot meer gedetailleerde afbakening van het onderzoek te komen. De gekozen definities sluiten optimaal aan bij de beoogde doelen van deze inventarisatie. Hantering er van is te meer van belang omdat de gemeente Smallingerland diverse initiatieven kent die raakvlakken kunnen hebben met ouderen. Vele daarvan sluiten niet aan bij de gebruikte definitie van een netwerk of niet (volledig) bij de doelgroep en maken daarom geen onderdeel uit van de netwerkinventarisatie. 2.1 Definitie Doelgroep De eerste fase van het gecombineerde synergieproject bestaat uit het uitvoeren van een inventarisatie van de bestaande, bewust opgerichte netwerken die zich richten op, dan wel raakvlakken hebben met, de doelgroep (potentieel) kwetsbare ouderen. De doelgroep potentieel kwetsbare ouderen kan worden gedefinieerd als: Alle zelfstandig of in een verzorgingshuis wonende ouderen van 65 jaar en ouder binnen de gemeente Smallingerland die patiënt zijn bij een huisarts, met meer dan één (chronische) aandoening (multimorbiditeit) en/of functionele beperkingen op sociaal, psychisch, fysiek en/of financieel vlak. Of deze potentieel kwetsbare ouderen daadwerkelijk als kwetsbaar worden beschouwd wordt vastgesteld door middel van drie componenten: een frailty (kwetsbaarheid) meetinstrument, de beleving van de persoon zelf en de diagnose van een professional, bijvoorbeeld een huisarts. Die verbijzondering is voor het doel van dit onderzoek echter in principe niet relevant. 2.2 Definitie Netwerk Om de term netwerk te definiëren is binnen dit domeinoverschrijdende project gekozen voor een bestaande algemene definitie van dat begrip: "Een netwerk is een specifieke vorm van samenwerking tussen meerdere autonome organisaties en/of sleutelpersonen. In een netwerk beslissen de deelnemende actoren op basis van onderlinge afhankelijkheid en ten aanzien van een gemeenschappelijk thema, tot gezamenlijke activiteiten om bepaalde voordelen te bereiken of bepaalde nadelen te vermijden. De samenwerking kan een tijdelijk of definitief karakter krijgen afhankelijk van de duur van die onderlinge afhankelijkheid ten aanzien van het thema en van de kosten/baten die de samenwerking oplevert voor de diverse actoren." (www.encyclo.nl) 10

3. KWETSBARE OUDEREN IN SMALLINGERLAND De gemeente Smallingerland heeft in vergelijking met andere gemeenten in de provincie Friesland een gemiddeld aantal 65-plussers (18%; N=10.005). De prognose omtrent ouderen voor de gemeente Smallingerland laat zien dat tot 2015 het percentage gelijk is aan het percentage voor de provincie. In alle volgende jaren tot 2040 ligt naar verwachting het percentage 65-plussers in de gemeente Smallingerland lager dan het gemiddelde voor de provincie. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde ligt het percentage in de gemeente Smallingerland 3 procent hoger; de verwachting is dat vanaf 2030 dit percentage ongeveer evenredig wordt aan het percentage dat geldt voor heel Nederland (Oostveen, 2011). Percentage 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 Figuur 1 -Percentage ouderen (65 + ) per wijk Wijk Gemiddelde Smallingerland In de huidige situatie zijn de meeste ouderen gevestigd in het centrum (44%) en de wijken De Bouwen (46%), De Singels (33%) en De Wiken (19%). In drie van deze wijken bestaat ook een hoger dan gemiddeld (37%) aantal huishoudens uit alleenstaande ouderen: Centrum: 42%, De Bouwen (56%), De Wiken (40%) (Oostveen, 2011). Ongeveer 27% (2.608/9.659) van alle thuiswonende ouderen in de gemeente Smallingerland kunnen worden omschreven als kwetsbaar (Du Bois, 2012). De gemeente Smallingerland ligt met 3320 AWBZ-indicaties op 55.456 inwoners (5,81%) iets boven het landelijk gemiddelde (4,67%). De helft van deze indicaties worden verstrekt aan ouderen (65 jaar en ouder), waarvan 10% aan de groep tussen de 65 en 74 jaar, 20% aan de groep tussen de 75 en 84 en 20% aan ouderen van 85 jaar en ouder. Het gaat hierbij in ongeveer 80% van de gevallen om somatische aandoeningen of beperkingen (SOM). In de overige gevallen gaat het vrijwel altijd om psychogeriatrische aandoeningen of beperkingen (PG)(Partoer CMO, 2013). 11

10% van de mensen met een somatische beperking (met of zonder indicatiestelling) ontvangt begeleiding. Opvallend hierbij is dat 26% van de groep in de leeftijd van 0 tot 64 jaar begeleiding ontvangt, terwijl ouderen van 65 tot 74 jaar maar in 9% van de gevallen begeleiding ontvangen. Van de oudere ouderen (75+) betreft het slechts 7%. Van de ouderen (65+) met psychogeriatrische beperkingen ontvangt het overgrote deel (85%) begeleiding (Partoer CMO, 2013). In de gemeente Smallingerland maakten 1.247 cliënten gebruik van Hulp bij Huishouden (HbH) en 869 van Hulpmiddelen en Voorzieningen (H&V). De meeste cliënten HbH (77%) zijn ouder dan 70 jaar, 51% van alle cliënten van HbH is ouder dan 80 jaar. De meeste cliënten H&V (72%) zijn ouder dan 65 jaar, 56% van alle cliënten H&V is ouder dan 75 jaar (Partoer CMO, 2013). Aan de hand van de huidige informatie kan niet bepaald worden in welke wijken veelal wel of geen gebruik gemaakt van hulp, hulpmiddelen en voorzieningen. 12

4. ONTWIKKELINGEN IN HET ZORGLANDSCHAP Met een zorgvraagtoename vele malen groter dan de groei van de Nederlandse economie en daarnaast de vergrijzing, waardoor het aantal mensen dat moet zorgen voor een groeiende groep ouderen steeds kleiner wordt, is een herinrichting van de zorg onvermijdelijk. Deze herinrichting zou gepaard moeten gaan met intensivering van de samenwerking tussen ziekenhuizen, medische specialisten, huisartsen en patiënten/vertegenwoordigers om herverdeling van de zorg tussen eerste, tweede en derde lijn te realiseren. De kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg nu en in de toekomst kan daardoor behouden worden. Met verschillende projecten, maatregelen en fusies wordt ook in Friesland geanticipeerd op deze herinrichting. Voorbeelden die invloed hebben op het zorglandschap in Smallingerland zijn: - Het project Friesland Voorop, een initiatief van De Friesland Zorgverzekeraar (DFZ), waarin wordt gestreefd naar de realisatie van zorgnetwerken voor de kritische zorgfuncties in de regio (LHV,2013) - De M&I-module Zorg voor Kwetsbare Ouderen van DFZ, ontwikkeld om vanuit de huisartsenpraktijk kwetsbaarheid onder ouderen in kaart te brengen en vroegtijdig te signaleren. Daarnaast wordt vanuit deze module een zorgaanbodplan opgesteld voor die mensen voor wie dat is geïndiceerd en moeten deelnemende huisartsen bij een bestaand geriatrisch netwerk aansluiten of zelf een netwerk opzetten (De Friesland Zorgverzekeraar, 2013) - Het ZONMW-project Netwerkvorming Kwetsbare ouderen sluit aan bij de wens van De Friesland Zorgverzekeraar om huisartsen te stimuleren zich in te schrijven voor bovengenoemde module Zorg voor Kwetsbare Ouderen en stimuleert onder meer netwerkvorming, zoals in de gemeente Smallingerland. - De fusie tussen Zorggroep Pasana en ziekenhuis Nij Smellinghe, met als doel het vormgeven van één zorgorganisatie met ziekenhuizen op twee locaties, inclusief een ouderenzorgonderdeel met meerdere locaties - De fusie tussen Nij Smellinghe/Pasana en het Antonius ziekenhuis Sneek en de KwadrantGroep (die bestaat uit Thuiszorg de Friese Wouden, Palet, Zorggarant thuiszorg, Isis Kraamzorg, Zorgmaatwerk/In Hoofdzaken (ambulante GGZ), Hulp in Huis, ondernemingen op het gebied van hulpmiddelen en het maaltijdbedrijf van Smaak) die moet leiden tot betere regionale verbindingen tussen ziekenhuiszorg en zorg thuis en daarmee tot goede en betaalbare zorg dichtbij de mensen. Deze initiatieven vallen niet onder de netwerkdefinitie en worden daarom niet verder uitgewerkt. Ze worden vanwege hun reikwijdte en de mogelijke invloed op lokale samenwerking onder de aandacht gebracht. Bij het bepalen van vervolgactiviteiten kan er waar relevant rekening mee worden gehouden. 13

5. ANALYSE De dataverzameling van deze inventarisatie bestaat uit 3 fasen. Allereerst is gestart met een oriëntatiefase. Gedurende deze fase is zowel op internet als in interne documenten van de gemeente en van ROS Friesland gezocht naar bestaande initiatieven die in enige vorm betrekking hebben op de doelgroep (kwetsbare) ouderen. Na het vormgeven van de inventarisatiechecklist en de besluitvorming over definities en het onderscheid tussen de gevonden netwerken en initiatieven actief in de gemeente Smallingerland, kon de gevonden informatie aan de hand van die criteria worden geordend in drie categorieën: netwerken, in netwerken participerende organisaties en leveranciers van diensten en producten. In de volgende fase werden door middel van deskresearch de inventarisatielijsten zo volledig mogelijk ingevuld. De verwachting was dat daarna telefonisch contact met gevonden contactpersonen van netwerken voldoende zou zijn om de lijsten vervolgens compleet te maken. Dat bleek niet het geval. Daarom is in de derde fase aanvullende informatie gevraagd door middel van interviews met twee deelnemers uit elk netwerk. In de paragrafen 5.1 t/m 5.3 wordt in gegaan op de dataverzameling per stap van de inventarisatie. Vanaf 5.4 worden de gevonden netwerken inhoudelijk geanalyseerd. 5.1 Oriëntatiefase Gedurende de oriëntatiefase zijn drie opvallende punten naar voren gekomen: - Voor de gemeente Smallingerland is weinig informatie te vinden in de digitale sociale kaart (DiSK), in vergelijking met andere gemeentes. Deze notificatie wordt ook door de website zelf gegeven. DiSK is een wegwijzer naar werk, wonen, welzijn en zorg in betreffende regio, wat de burger en professional helpt bij het vinden van de juiste voorziening. Daarnaast wordt DiSK gezien als het instrument voor een goede uitvoering van de Wmo (www.digitale-socialekaart.nl). - Bij gemeenten kan het begrip eerste lijn iets anders betekenen dan in de zorgsector. Het begrip sociaal domein kan alle leefgebieden van een mens samen betreffen inclusief zorg, of een deel ervan, naast het financiële, somatische en psychische domein. - Na de eerste zoektocht via internet en interne documentatie komen zo n 100 verschillende organisaties en initiatieven naar voren die actief zijn in de gemeente Smallingerland en zich overwegend richten op de doelgroep ouderen. Deze veelheid aan organisaties en initiatieven tegenover een laag aantal (7) gevonden netwerken die via dezelfde kanalen naar voren komen, wekt het vermoeden dat nog een aantal netwerken ontbreekt. Zo kwamen informele netwerken, samenwerkingsverbanden vanuit vrijwilligers of buurt- en/of wijkverenigingen, ook nauwelijks of niet naar voren. - Uit gesprekken met de projectteamleden blijkt dat regelmatig bijeenkomsten of activiteiten worden georganiseerd rondom het thema (kwetsbare) ouderen. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan om betrokken partijen een aanzet te geven tot herinrichting van de zorg rondom deze doelgroep of de aanpak van bepaalde problematiek voor de doelgroep. Het is opvallend dat deze bijeenkomsten niet consequent gedocumenteerd worden en er dus weinig verslaglegging terug te vinden is. Dergelijke nevenactiviteiten worden doorgaans ook niet vermeld in jaarverslagen van betreffende partijen. 14

Dit kan leiden tot een vicieuze cirkel waarbij bijeenkomsten worden georganiseerd vanuit een gesignaleerd maatschappelijk probleem, waarna, doordat het initiatief geen gestructureerd vervolgplan kent, niet verder wordt opgepakt door de partijen en doordat doeltreffende rapportage ontbreekt, de effecten van zo n aanjaagbijeenkomst weglekken. Het gesignaleerde maatschappelijke probleem blijft zo onopgelost voortbestaan. Het is niet ondenkbaar dat vervolgens met tussenpozen opnieuw tijd en geld wordt geïnvesteerd in initiërende bijeenkomsten met dezelfde strekking, zonder dat ze leiden tot oplossingen voor de problematiek. 5.2 Deskresearch Na de oriëntatiefase is gestart met deskresearch naar de gevonden netwerken en initiatieven. Hierbij zijn twee obstakels die de zoektocht naar mogelijke netwerken belemmerden: - Minder documentatie dan verwacht wordt openbaar gemaakt en is daardoor niet te achterhalen via deskresearch. Dat kan berusten op een actief beleid van organisaties en netwerken met betrekking tot het delen van informatie, maar mogelijk ook niet. - In jaarrapportages van organisaties wordt zelden gerefereerd aan nevenactiviteiten als deelname in netwerken. Uit de deskresearch zijn in eerste instantie zeven netwerken naar voren gekomen; Geriatrie Netwerk Friesland, Geriatrisch Netwerk Smallingerland, Preventief Oost Friesland, Samenwerking Thuiszorg de Friese Wouden-Ongena-Postma, Sûnenz, TinZ en Zorg Buurtsuper. Daarnaast zijn initiatieven naar voren gekomen die niet voldoen aan de beschrijving van een netwerk zoals Ben r, Preventieve Ouderen Adviseurs (POA) en Vrijwillige Ouderen Adviseurs (VOA), maar die wel betekenis hebben voor de doelgroep (kwetsbare) ouderen. 5.3 Interviews Omdat te weinig informatie via (openbare) documentatie verkrijgbaar is, is besloten om met ongeveer twee participanten per netwerk te spreken. Wat een lastig proces leek in een kort tijdsbestek bleek enorm goed uit te pakken. Snelle samenwerking met vrijwel alle partijen heeft bijgedragen aan een meer complete inventarisatie, maar doet ook vermoeden dat bij betreffende partijen behoefte bestaat aan duidelijkheid en overzicht in bestaande netwerken rondom kwetsbare ouderen. Daarnaast lijkt de inventarisatie er aan bij te dragen dat participanten uit de netwerken zelf beter gaan nadenken over nut en noodzaak van een netwerk. In gesprekken met deelnemende organisaties van kennisnetwerken kwam naar voren dat de indruk bestaat dat veel partijen deelnemen aan een netwerk omdat het er nou eenmaal is en de partij al jaren vertegenwoordigd is in dit netwerk. Uit de interviews zijn twee extra netwerken naar voren gekomen, die alsnog toegevoegd konden worden aan de inventarisatie: het Platform Vrijwillige Thuishulp Smallingerland en het Netwerk Valpreventie Zuidoost Friesland. Daarmee komt deze inventarisatie op een totaal van maar liefst 9 netwerken die actief zijn in de gemeente Smallingerland. 15

Figuur 2 Analyse dataverzameling Fase Bevindingen Aandachtspunten Oriëntatiefase Deskresearch Weinig informatie in de DiSK. Melding: "op dit moment zijn er slechts een beperkte hoeveelheid lokale gegevens van de gemeente Smallingerland opgenomen in de Digitale Sociale Kaart". Enorme hoeveelheid organisaties en initiatieven (+/- 100) actief in de gemeente Smallingerland die iets te maken hebben met de doelgroep ouderen. Uit gesprekken met gemeente en ROS blijkt dat regelmatig bijeenkomsten worden georganiseerd om de zorg rondom ouderen te herinrichten. In jaarverslagen van organisaties wordt niet gerefereerd aan nevenactiviteiten of deelname in netwerken, daarnaast is er weinig op internet te vinden. Mogelijkheden tot uitbreiden informatie via DiSK (Digitale sociale kaart) nagaan. Een vergelijking met het aantal organisaties dat participeert in netwerken doet vermoeden dat er nog meer netwerken zouden moeten zijn. Kans op een vicieuze cirkel: bijeenkomst wordt georganiseerd vanuit een maatschappelijk probleem. Door geringe rapportage en geen vervolg aan bijeenkomst is er kans dat enige tijd later tijd en geld in een zelfde aanjaaginitiatief wordt gestoken, omdat het probleem waarschijnlijk is blijven voortbestaan. Verwachting is dat er meer netwerken bestaan dan nu in kaart gebracht zijn. Interviews Uit de analyse via deskresearch blijkt dat veel informatie niet via deskresearch te verkrijgen is De inventarisatie leidt bij geïnterviewden tot nadenken over nut en noodzaak, de indruk ontstaat dat sommige partijen deelnemen omdat het netwerk er nou eenmaal is. Meer openbaarheid van documenten en producten zou transparantie en efficiency kunnen vergroten en tot betere samenwerking/stroomlijning kunnen leiden. Deelnemers zouden gericht nut en mogelijkheden van het netwerk moeten nagaan, bijvoorbeeld door een evaluatie. 16

5.4 Netwerken De combinatie van deskresearch en de interviews heeft geleid tot een complete inventarisatie van 8 van de 9 netwerken. Voor het Geriatrie Netwerk Friesland ontbreekt de nodige informatie doordat het niet mogelijk bleek aanvullende informatie via interviews te verkrijgen. De uitgebreide inventarisatie per netwerk is weergegeven in Bijlage 4. Kennisnetwerken vs. Cliëntgerichte netwerken Gevonden netwerken bleken te kunnen worden onderscheiden in kennisnetwerken en cliëntgerichte netwerken. Bij kennisnetwerken gaat het om een samenwerkingsverband van personen, veelal afkomstig uit verschillende disciplines en domeinen, die gedurende een langere periode vanuit een bepaalde interesse bij elkaar komen, waarbij kennisuitwisseling en -ontwikkeling centraal staan. Binnen deze kennisnetwerken zijn meestal geen vooropgestelde doelen bepaald, maar de netwerken draaien op de intrinsieke motivatie van participanten waarmee deze netwerken opgericht worden en voort blijven bestaan (Odenthal et al, 2011). Cliëntgerichte netwerken zijn opgericht vanuit het doel om een bepaalde cliëntengroep te dienen. Cliëntengerichte netwerken ontstaan vanuit een behoefte vanuit de cliënt of vanuit de zorg- of welzijnskant en hebben vaak een duidelijke aanleiding, zoals een maatschappelijk probleem of beleidsaanpassingen. Waar bij kennisnetwerken de doelgroep vaak de professionals zelf zijn, is de doelgroep bij de cliëntgerichte netwerken vaak een bepaalde cliëntengroep. Kennis- en cliëntgerichte netwerken kunnen verder onderverdeeld naar aandoeninggerichte netwerken en domeinoverschrijdende netwerken. Bij aandoeninggerichte netwerken staat een aandoening, ziekte of thema centraal, domeinoverschrijdende netwerken zijn meer gericht op de mens als totaal en zijn georganiseerd rond een bepaalde doelgroep of groep burgers. Rond kwetsbare ouderen worden 4 domeinen benoemd en gehanteerd: sociaal, psychisch, somatisch en financieel. Figuur 3 geeft een overzicht van de vier verschillende netwerksoorten en andere initiatieven actief in Smallingerland. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in netwerken (zwart) en overige initiatieven (rood). Dit overzicht schept eenvoudig duidelijkheid over waar momenteel netwerken actief zijn en over waar overlap, maar ook waar verschillen tussen netwerken zitten. Zo zijn binnen de gemeente Smallingerland al drie kennisnetwerken actief die zich allen richten op professionals werkzaam met (kwetsbare) ouderen, waarbij niet de focus is op een specifieke aandoening. Anderzijds is er bijvoorbeeld één cliëntgericht netwerk dat zich specifiek richt op dementie. Voor andere, veel bij ouderen voorkomende aandoeningen zoals eenzaamheid of depressie, zijn in dit stadium geen gerichte cliëntnetwerken gevonden. 17

Figuur 3 Indeling netwerken Vergelijking netwerken Figuur 4 biedt de mogelijkheid om de gevonden netwerken op hoofdlijnen eenvoudig met elkaar te vergelijken en dient als hulpmiddel voor het analyseren van de mogelijkheden tot potentiële verbinding of stroomlijning van netwerken. In deze tabel wordt in de eerste kolom het soort netwerk benoemd. In de kolom Doelgroep wordt aangegeven op wie het netwerk zich richt. Alle kennisnetwerken (rood) richten zich op professionals, alle cliëntgerichte netwerken (groen) richten zich op cliënten/patiënten/gasten van het netwerk (hier vermeld onder de noemer: burger). Daarnaast is de focus van het netwerk omschreven in aandoeninggericht (rood) of domeinoverschrijdend (groen). De term domein wordt nader toegelicht op pagina 22. Doelen van de netwerken worden omschreven onder het kopje doelen en daarnaast worden het geografische bereik van het netwerk en het wel of niet ontvangen van een subsidie van de netwerken vergeleken. Indien in de kolommen (verticaal) dezelfde kleur wordt gebruikt bij verschillende netwerken geeft dit een overlap op dat specifieke punt aan. 18

Figuur 4 Analyse netwerken Netwerk Doelgroep Focus Doel netwerk Strekking/bereik Subsidie Geriatrie Netwerk Friesland Geriatrisch Netwerk Smallingerland Netwerk valpreventie Zuidoost Friesland Platform Vrijwillige Thuishulp Smallingerland Preventief Oost Friesland (POF) Samenwerking TFW, Ongena, Postma Professionals (werkend met geriatrische patiënten) Professionals (werkend met ouderen) Professionals (werkend met ouderen Professionals en vrijwilligers (werkend met ouderen) Professionals (werkend met ouderen) Ouderen en chronisch zieken (=burgers) Domein overstijgend (geriatrische patiënten) Domein overstijgend (kwetsbare ouderen) Aandoeninggericht (vallen) Domein overstijgend (ouderen) Domein overstijgend (ouderen) Domein overstijgend (kwetsbare ouderen en chronisch zieken) Sûnenz Ouderen (=burgers) Domein overstijgend (ouderen en andere burgers uit de wijk) -Deskundigheidsbevordering (fysiotherapie) -Stroomlijnen benaderingswijze zorgtraject -Naamsbekendheid bevorderen -Samenwerking tussen gemeenten/welzijn en 1 e lijnszorg rondom kwetsbare ouderen bevorderen -Vergroten van kennis -Organisatie overstijgende processen stroomlijnen -Informatie-uitwisseling door in overleg te gaan en elkaar te informeren en motiveren met informatie over ontwikkelingen en plannen binnen de eigen organisatie - Goed zicht krijgen op de keten - Het optimaliseren van de vrijwillige thuishulp - Elkaar steunen en activiteiten afstemmen Informatie uitwisseling en elkaar op de hoogte houden over ontwikkelingen binnen eigen organisatie of rond de doelgroep ouderen -Verbeteren van ouderenzorg en zorg voor chronisch zieken -Minder ziekenhuisopnames -Mensen, organisaties, initiatieven en ideeën die bijdragen aan prettig en gezond leven voor 55-plussers in Zuidoost-Friesland samenbrengen -De patiënt in Oost-Friesland maximale zorg leveren voor een zo gering mogelijke prijs Provinciaal Gemeentelijk Gemeenten Zuidoost Friesland Gemeentelijk Intergemeentelijk: Smallingerland, Tytsjerksteradiel, Leeuwarden, Weststellingwerf, Heerenveen, Opsterland Wijkgericht (De Oppers en omgeving) Zorg is ook Intergemeentelijk: Smallingerland, Opsterland, Ooststellingwerf Onbekend Nee Nee Nee Nee Nog niet Ja (DFZ, ZuidOostZorg) Welzijn is wijkgericht 19

TinZ Netwerk Dementie Friesland Iedereen die nog zelfstandig woont met een vermoeden van geheugenstoornis (=burgers) Aandoeninggericht (dementie) -Regieversterking van cliënt -Belangenbehartiging van leden -Bevorderen/stimuleren en ondersteunen van samenwerking in provincie Friesland -Verbeteren van kwaliteit, doelmatigheid en innovatieve kracht in de zorg voor en ondersteuning van mensen met dementie -Ontwikkelen en overdragen van instrumenten en werkwijzen -Professionaliseren van casemanagement Provinciaal Ja (NZA beleidsregel +bijdrage leden) Zorg Buurtsuper Mantelzorgers (=burgers) Domeinoverstijgend (mantelzorgers) -Multidisciplinaire samenwerking van alle betrokkenen in de eerste lijn, dichtbij regio, buurt of doelgroep -Betere samenwerking tussen diverse spelers rondom cliëntensysteem -Beter afgestemd aanbod, efficiëntere inzet, minder kosten -Meer betrokkenheid en kwaliteit van leven en werken voor cliënten en mantelzorgers -Mensen langer thuis laten wonen Gemeentelijk Ja (ZonMw, gemeente) 20

Organisaties participerend in meerdere netwerken In het kader van de analyse van mogelijkheden tot potentieel te verbinden of stroomlijnen netwerken is ook gekeken naar de grootste spelers binnen de gevonden netwerken. Hieruit blijkt dat vier organisaties oververtegenwoordigd zijn in de in kaart gebrachte netwerken; ZuidOostZorg, Thuiszorg de Friese Wouden, M.O.S. en de gemeente Smallingerland. Daarnaast zijn veelal dezelfde personen actief in de verschillende netwerken. Figuur 5 geeft een overzicht van de netwerken waar deze partijen in participeren. Naast formele organisaties zijn er drie vrijwilligersorganisaties die meerdere malen naar voren komen in de verschillende netwerken: Humanitas, de Zonnebloem en PKN de Kerken. Deze organisaties participeren voornamelijk in netwerken zoals het Platform Vrijwillige Thuishulp en de Zorg Buurtsuper. Figuur 5 Netwerken per organisatie 21

Domeinen In de inventarisatie is gevraagd naar de verschillende domeinen waar een netwerk zich op richt. Deze domeinen zijn ingedeeld in het sociale, psychische, somatische en financiële domein. Deze vier domeinen hebben invloed op het potentieel kwetsbaar zijn van een oudere; indien draagvlak is op alle domeinen zal de kans op kwetsbaarheid afnemen. De vergelijking van de verschillende domeinen biedt de mogelijkheid om te kijken op welke vlak ondersteunende structuren zijn opgezet binnen de gemeente Smallingerland en op welke domeinen eventueel nog winst behaald kan worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het feit dat de doelgroep kwetsbare ouderen alleen indirect profijt kan hebben van kennisnetwerken. Figuur 6 laat zien dat via de Zorg Buurtsuper mantelzorgers ondersteuning kunnen ontvangen bij financiële zaken. Netwerken die zich specifiek richten op de oudere patiënt/cliënt bestrijken allemaal niet het financiële domein. De focus op het financiële domein ligt wel in de kennisnetwerken: Geriatrisch netwerk Smallingerland en Platform Vrijwillige Thuishulp 22

Smallingerland. Veel netwerken richten zich op het somatische domein, ook door middel van vitaliteitprogramma s en valpreventie. Directe versterking van draagvlak op het sociale domein is er door bijvoorbeeld de casemanagers van TinZ of het horeca- en welzijnsplein van Sûnenz. Figuur 6 - Domeinen Cliëntgerichte netwerken Sociaal Psychisch Somatisch Financieel Project Zorg Buurtsuper TinZ Sûnenz Samenwerking Postma c.s. Aantal 3 4 3 1 Kennisnetwerken Geriatrie Netwerk Friesland Geriatrisch netwerk Smallingerland Platform Vrijwillige Thuishulp Smallingerland Preventief Oost Friesland Netwerk Valpreventie Zuid- Oost Fryslân Aantal 3 4 5 2 Afspraken rondom risico s Bij de inventarisatie van netwerken is gevraagd naar de mate van vrijblijvendheid en de afspraken rondom verplichtingen. Een ander onderdeel bestond uit het in kaart brengen van de consequenties wanneer een netwerk zou falen of zou ophouden te bestaan. Voornamelijk bij kennisnetwerken, waar participerende partijen veelal niet financieel afhankelijk van elkaar zijn, is de hoeveelheid aangetroffen verslaglegging gering en ontbreken doorgaans afspraken rondom verplichtingen/ vrijblijvendheid en de risico s. Bij cliëntgerichte netwerken waarbij partijen zelf een financiële bijdrage doen zoals Tinz, wordt wel gewerkt met statuten waarin duidelijke regels worden vastgesteld. Kennisnetwerken POF en GNS Het netwerk Preventief Oost Friesland en het Geriatrisch Netwerk Smallingerland blijken nogal wat overlap te hebben, toch werden tijdens de inventarisatie de verschillen ook duidelijk benadrukt. Het POF is een kennisnetwerk voor de regio Oost Friesland en bestrijkt daarmee geografisch een veel groter gebied dan het gemeentelijke netwerk Geriatrisch Netwerk Smallingerland. Doordat het huidige thema van de POF 'kwetsbaarheid' is en het gemeenschappelijk (overkoepelend) thema van het GNS kwetsbare ouderen is, zit momenteel veel overlap tussen deze twee netwerken. Deze 23

overeenkomst zal naar verwachting met de keuze van een volgend thema in de POF sterk afnemen. Wel blijft er veel overlap bestaan met betrekking tot doelen en beoogde resultaten. Bij beide netwerken komen die neer op informatie-uitwisseling en het op de hoogte blijven van ontwikkelingen binnen participerende netwerken en de keten. Indien wordt gekeken naar de participerende partijen is opvallend hoeveel overlap er zit in de partijen die binnen de gemeente Smallingerland actief zijn. Van de 15 participerende partijen in POF zijn 6 afkomstig uit Smallingerland (Gemeente Smallingerland, Thuiszorg De Friese Wouden, ZuidOostZorg, Nij Smellinghe, TinZ, M.O.S.). Al deze partijen, met uitzondering van de GGD, participeren ook in het GNS. Van de 6 deelnemers uit de partijen die in beide netwerken participeren, participeren vijf personen in beide netwerken. Strategische dilemma s De marktwerking binnen de zorg is duidelijk merkbaar in gesprekken met hulpverleners. De verschuiving van diensten van de tweede naar de eerste lijn binnen de zorgsector draagt hier extra aan bij. De concurrerende positie van thuiszorgorganisaties komt vrijwel in alle interviews naar voren. Toch wordt deze concurrerende positie veelal onderdrukt binnen de netwerken en lijken spanningsvelden meer te bestaan tussen netwerken. Door de invoering van de GFI module (maatregel van De Friesland Zorgverzekeraar) en het opzetten van een anderhalvelijnscentrum/sûnenz is een vrij unieke situatie ontstaan in Drachten. De Friesland Zorgverzekeraar ziet het anderhalvelijnscentrum als een innovatief experiment dat een oplossing kan bieden voor de toename in zorgvraag enerzijds en de verschuiving van zorg anderzijds. Vanuit de zorgverzekeraar wordt het centrum gesteund en is een situatie ontstaan waarbij huisartsen via de module GFI verplicht worden om kwetsbare ouderen door te verwijzen naar Sûnenz. Ondanks dat het concept Sûnenz als positief wordt bestempeld, wordt door partijen ook aangekaart dat een situatie ontstaat waarin, met steun van de zorgverzekeraar, gedwongen winkelnering ontstaat. Cliëntgerichte netwerken Sûnenz en Samenwerking TFW, Postma, Ongena Het anderhalvelijnscentrum Sûnenz is een concept waarbij alle benodigde voorzieningen voor kwetsbare ouderen onder één dak fungeren, zodat mensen zo lang en zo gezond mogelijk zelfstandig kunnen leven. Het gezondheidsplein is gericht op meerdere gemeenten in Friesland-Oost. Daarnaast zorgt dit centrum voor aanbod op de gebieden horeca, winkelen en vitaliteit voor bewoners uit de wijk. Het gezondheidsplein van Sûnenz heeft veel overlap met de samenwerking van Thuiszorg de Friese Wouden, Huisartsenpraktijk Postma en Apotheek Ongena. Bij dit netwerk is uitgangspunt het leveren van wijkzorg op maat, waarbij huisartsen en verpleegkundigen weer dichtbij huis zorg leveren aan kwetsbare ouderen en chronisch zieken. Deze twee netwerken hebben overeenkomende doelen en zouden zelfs dezelfde patiëntengroep kunnen bedienen. Het belangrijke verschil zit in de participerende partijen. In beide netwerken participeren andere huisartsen en thuiszorgorganisaties. Dichten gat zorg en welzijn Zorg en welzijn, beide belangrijk voor het welbevinden van burgers. Maar waar zorg van oudsher uit gaat van een beperking/behandeling, werkt welzijn vanuit eigen kracht van de burger. Dit zou wel eens kunnen leiden tot frictie en dat blijkt. Uit interviews komen de verschillende invalshoeken naar 24

voren en blijkt dat men elkaars werkwijze niet altijd waardeert. Toch wordt samenwerking tussen zorg- en welzijnsorganisaties verwacht in vrijwel alle netwerken en dat lijkt te helpen. Uit de gesprekken over kennisnetwerken komt naar voren dat een probleem voornamelijk is dat partijen elkaar onvoldoende kennen en niet goed weten wat ze aan elkaar hebben. Het participeren in kennisnetwerken helpt om beter zicht te krijgen op de keten en meer waardering voor elkaars werk te ontwikkelen. Wel blijkt dat de verhouding tussen bepaalde zorg- en welzijnsorganisaties soms nog niet optimaal is. Het is denkbaar dat de verandering naar de WMO, de verschuiving van zorg van de tweede naar de eerste lijn en het aansturen op geriatrienetwerken de samenwerking lokaal bevordert, banden verbetert en het gat tussen zorg en welzijn (verder) weet te dichten. Geografisch bereik netwerken In een zorglandschap waarbij de zorgverzekeraar inzet op innovatie en waarbij zorg dichtbij huis een belangrijke spil is, is een overweging te maken hoe provinciale of intergemeentelijke netwerken hierin passen. Enerzijds wordt door professionals aangegeven hoe belangrijk het is in tijden van herinrichting de ontwikkelingen op verschillende gebieden en andere niveaus bij te houden, om ter bevordering van efficiency, niet opnieuw het wiel uit te vinden. Anderzijds wordt aangekaart dat provinciale netwerken niet passend zijn in het zorglandschap dat momenteel wordt gestimuleerd en gecreëerd. In de interviews is geopperd om te kijken naar mogelijkheden om bestaande provinciale en intergemeentelijke netwerken terug te brengen naar lokale netwerken. Hierbij zouden partijen kunnen kijken naar de overlap tussen het Preventief Oost- Friesland en het Geriatrisch Netwerk Smallingerland, maar ook naar de aansluiting van Netwerk Valpreventie Zuidoost Friesland bij andere lokale netwerken. 25

6. AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de inventarisatie van netwerken rondom kwetsbare ouderen in de Gemeente Smallingerland gekeken naar mogelijkheden voor een slimmere inzet, zonder verlies aan effectiviteit. Er wordt gekeken naar potentiële verbindingen of stroomlijnen van bestaande netwerken en er worden suggesties voor vervolgstappen voor het moederproject van de Gemeente Smallingerland Meedoen op Mentale Kracht gegeven. 6.1 Verbinding bestaande netwerken Vanuit het vermoeden dat binnen de gemeente Smallingerland al veel netwerken en initiatieven opgezet zijn rondom de doelgroep (kwetsbare) ouderen is de vraag naar mogelijke verbinding of stroomlijning van bestaande netwerken ontstaan. Daarvoor is de ZONMW-pilot ontwikkeld door ROS Friesland. Aan de hand van de analyse van netwerken lijkt inderdaad overlap te zitten in bepaalde netwerken, toch dienen ze ook verschillende doelen. Het is daarom van belang voor eventuele verbinding of stroomlijning zorgvuldig en gedetailleerder na te gaan wat werkelijke verschillen en overeenkomsten tussen de netwerken zijn en of er draagvlak is bij deelnemende organisaties om samenwerking aan te gaan. Uit de analyse van bestaande netwerken komt een aantal aanbevelingen om huidige structuren eventueel slimmer te gaan organiseren. Vergroten maatschappelijk nut van de (oudere) burger Met de overheveling van de AWBZ naar de WMO worden gemeenten in 2015 verantwoordelijk voor ondersteuning, verzorging en begeleiding. Deze omslag wordt gevolgd door veranderingen in de inrichting van de samenleving, waarbij de verantwoordelijkheden worden verplaatst. Uitgangspunt is de eigen kracht en zelfredzaamheid van iedere burger, waarbij er meer oog voor elkaar is en de informele zorg een belangrijkere rol krijgt. Eén van de beleidsterreinen van de WMO is het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers. Ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers zorgt voor een versterking van de positie van de mantelzorger. Slimmere organisatie van bestaande netwerken binnen de gemeente Smallingerland kan bijdragen aan het verbeteren van de positie van de mantelzorger en tegelijkertijd het gevoel van maatschappelijk nuttig zijn verhogen bij ouderen die zich als vrijwilliger willen inzetten. De draaglast van mantelzorgers blijkt vaak te hoog, waardoor naast de kwetsbare oudere ook de mantelzorger vaak kampt met de nodige lichamelijke of psychische problemen. In het project Zorg Buurtsuper is door gemeente en ZuidOostZorg gezocht naar een slimmere manier om mantelzorgondersteuning te organiseren. Met een verminderde draaglast bij mantelzorgers, kan de zorg voor een naaste langer volgehouden worden, wat indirect leidt tot langer thuis kunnen wonen. Een netwerk zoals Platform Vrijwillige Thuishulp Smallingerland (PVTS) blijkt ook in te zetten op het zolang mogelijk zelfstandig thuis laten wonen van ouderen. Dit is een kennisnetwerk dat al jaren in stand kan worden gehouden door de intrinsieke motivatie van participanten om het welbevinden van de medemens te bevorderen en een bijdrage te kunnen leveren voor de minder zelfredzame 26