CP15. functioneringsgesprek



Vergelijkbare documenten
CP17. het werkoverleg

dat ik aan mijn baas en collega s moet doorgeven welke werkzaamheden ik heb gedaan en wat nog gedaan moet worden.

CP16. ziek- en betermelden

dat ik als werkende in de zorg of welzijn ook veel praat met de mensen waarvoor ik werk.

CP23. klachten afhandelen

CP1. op zoek naar werk

van tevoren vragen opschrijven om bij een sollicitatiegesprek te stellen.

CP9. In gesprek over de toekomst

CP14. gesprek over arbeidsvoorwaarden

Docentenhandleiding. CP15 het functioneringsgesprek. dh15-v2.0. daar gaan we werk van maken! 2007 ITpreneurs Nederland BV. All Rights Reserved

dat ouders vaak afspraken maken om hun kinderen bij elkaar thuis te laten spelen.

begrijpen wat de huisarts zegt over wat ik moet doen aan mijn klachten.

CP3. Naar de basisschool

CP11. op zoek naar werk

EE P6 n huis huren/ verhuizen

Cp7. het bedrijfsplan

CP2. Documenten en andere zaken aanvragen

waar ik afval zoals papier, glas, groente en plastic en gevaarlijke stoffen in moet doen.

hoe ik kan reageren op familieberichten van de buren, bijvoorbeeld als er iemand jarig is, of er een baby geboren is.

Thema Op het werk. Les 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? Veel succes!

Om P gaa27 n met voorschriften

een gesprek voeren op een school of in het buurthuis om me aan te melden voor een cursus.

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema.

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema

CP1. Op het consultatiebureau

werkbladen thema 7 DE BASISSCHOOL

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten

Lesbrief 35. AOW aanvragen.

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

Thema Op zoek naar werk

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen.

Thema Op het werk. Les14. Opdrachten

Hoofdstuk 1- oefening 21 Extra schrijfoefeningen. Temposchrijven - 5 schrijfopdrachten in 11 minuten. Opdracht 1:

Spreken. Les 6: Wat zeg je? Telefoon OPDRACHTKAART.

werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Vrij vragen

Formeel en informeel. Formeel: Je gebruikt u om iemand aan te spreken. Je noemt iemand bij zijn achternaam.

Thema Gezondheid. Les 5. De tandarts

Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag

Thema In en om het huis

Het functioneringsgesprek

Thema In en om het huis

PROFIEL TOERISTISCHE EN INFORMELE TAALVAARDIGHEID

Inkijkexemplaar. Dit deel gaat over de taalstage. Wat kun je?

Thema In en om het huis

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

Tevredenheid deelnemers woon-zorgboerderijen

Les 1 Integratie Leestekst: Een bankrekening. Introductiefase

Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer. Introductiefase: 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?"

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts

Spreken. Les 3: Wat zeg je? De supermarkt OPDRACHTKAART.

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek

werkbladen thema 1 naar een nieuwe school

Thema Kinderen en school

- Met zorgboerderij worden ook de tuinderij, winkel, bakkerij of kaasmakerij bedoeld.

Thema Informatie vragen bij een instelling

3.3 Schrijfdoel en publiek bepalen In deze paragraaf oefen je met de schrijfstrategieën schrijfdoel en publiek bepalen.

Beginnerslessen. Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?

Voorletters + Achternaam. Uw kandidaat-nummer. Naam van de instelling waar u werkt : Adres instelling. Proefexamen. Kandidaat-versie.

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

toolkit persoons gerichte zorg Bouwen aan eerstelijns zorg op maat voor mensen met een chronische ziekte

Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding

Weekschema maken. Je gaat praten over de dingen die jij in één week doet. Deze activiteiten ga je in een schema op de computer uitwerken.

Spreken. Les 4: Wat zeg je? In een kledingzaak OPDRACHTKAART.

Vrienden kun je leren

Selectie-instrument HARRIE

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. De huisarts

Aanvraag deskundigenoordeel door werkgever

Ik weet dat mijn gegevens anoniem zullen worden toegevoegd aan een databestand dat voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt wordt.

Wat kan de orthopedagoog of psycholoog voor jou doen?

Spreken. Les 5: Wat zeg je? Gezondheid OPDRACHTKAART.

Ik weet dat mijn gegevens anoniem zullen worden toegevoegd aan een databestand dat voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt wordt.

Soms gebeurt er wel eens iets wat jij niet wilt. Dit noemen wij onvrijwillige zorg. Onvrijwillige zorg mag alleen als jij in gevaar bent, of als jouw

Hoofdstuk 4 - oefening 20 Extra Schrijfoefeningen

Stagedagboek NAAM: BEDRIJF: PERIODE: TRAJECT:

Spreekopdrachten thema 4 Gezondheid

Plannen van het huishouden.

NT2. Examen I: Spreken. Voorbeeldexamen. Opgavenboekje. Staatsexamen Nederlands als tweede taal. Examennr. kandidaat: Aanwijzingen

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling

Instructieboek: Schoonmaken. Voor de Mpower - coach

Thema 4 Communicatie. Taalhulp Telefoneren. Informele situaties - opbellen en opnemen. Hoi, Diana. Hallo, Diana van Someren. Hi, met. Hé, met John.

Les 3 Samenvatten Leestekst: Verhuizen. 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen welke vraag we onszelf moesten stellen om te kunnen samenvatten?

HEB JE HUISWERK VANDAAG?

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer

Handboek NT2 in het volwassenenonderwijs

Wat kan ik voor u doen?

Vragenlijst: Wat vind jij van je

STAGEVERSLAG VMBO LEERLING INSTRUCTIE

dat ik met een medewerker van de bank een afspraak kan maken om bijvoorbeeld een rekening te openen of andere geldzaken te regelen.

Aflevering 3: Werken en leren

Thema Gezondheid. Les 3. De huisarts

Lesbrief begrijpend lezen (Nieuwsbegrip) tekst groep 5 en 6

Assistent schoonmaak. Preview

Kijk op: nt2taalmenu wordt gemaakt door: Frans Snik, Ed Kniesmeijer en René den Nijs. Brieven schrijven

INZETBAARHEIDS ASSESSMENT

Transcriptie:

CP5 functioneringsgesprek In Nederland voert de leidinggevende een of meer keren per jaar een functioneringsgesprek met de werknemer over het werk. Dit gesprek gaat over wat wel en niet goed gaat in het werk. In cruciale praktijksituatie 5 oefent u met voorbereiden en voeren van een functioneringsgesprek.

Klaar voor de praktijk Cruciale praktijksituatie 5? Wat weet u? Wat kan u? Maak het bolletje zwart als u kunt zeggen: ja, dit weet ik of ja, dit kan ik. Ik weet dat mijn baas een of meer keren per jaar met mij een functioneringsgesprek voert. waar een functioneringsgesprek over gaat. 3 wat de regels zijn voor een functioneringsgesprek. 3 4 5 Ik Kan een lijst met gespreksonderwerpen voor het functioneringsgesprek lezen en begrijpen. van tevoren opschrijven waarover ik met mijn baas wil praten. een gesprek voeren met mijn baas over mijn werk en hoe ik mijn werk doe. vragen stellen tijdens het gesprek als ik iets niet begrijp. in het gesprek de dingen bespreken die ik had opgeschreven. woordenlijst Welke woorden kent u? Welke nog niet? afspraak, de agenda, de communicatie, de formulier, het functie, de functioneren functioneringsgesprek, het gemotiveerd zijn kritiek, de leidinggevende, de noteren ondersteunen oorzaak, de opleiding, de oplossing, de organisatie, de overleggen plannen maken samenwerken taak/taken, de tevreden toekomst, de uitvoeren / de uitvoering verantwoordelijk verbeteren verslag, het voorbereiden voorkeur hebben voor, de voorstel doen, het vraag stellen, de wens, de werkplek, de werkzaamheden, de Werk algemeen - functioneringsgesprek

eerste ronde filmkijken Wat voor werk doen Eveline en Mirjam? Waarom komt Eveline naar de snackbar? tweede ronde filmkijken Eveline heeft een klacht. Ze is ergens niet tevreden over. Wat is haar klacht? Hoe zegt ze dat? Wat zou u doen? Wat doet u hetzelfde? Wat doet u anders? derde ronde filmkijken Bekijk eerst het voorbeeldformulier op de volgende pagin Wat betekenen de koppen? Over welke onderwerpen praten Mirjam en Evelien? Kruis dit aan op het formulier. Wat is het verschil tussen het formulier van Eveline en het voorbeeldformulier? Werk algemeen - functioneringsgesprek 3

Bijlage 5 Formulier functioneringsgesprek Formulier Functioneringsgesprek Naam werknemer: Datum:.. /.. /.. Functie omschrijving Wat waren uw taken de afgelopen tijd? Wat vindt u van de taken die u nu heeft? Waar bent u tevreden mee? Waar bent u niet zo tevreden mee? De uitvoering van het werk Hoe gaat het werk? Weet en kan u genoeg om uw werk goed te doen? De samenwerking Hoe gaat de samenwerking met collega s? Wat vindt u van de begeleiding door uw leidinggevende(n)? Waar bent u tevreden mee? Waar bent u niet zo tevreden mee? De werkomgeving Wat vindt u van uw werkplek? Waar bent u tevreden mee? Waar bent u niet zo tevreden mee? Plannen voor de toekomst Wat wilt u de komende tijd bereiken? Heeft u daar scholing of opleiding voor nodig? Afspraken: Handtekening medewerker Handtekening leidinggevende

. Een takenpakket lezen hulpkaart(en): Uitleg vragen bij een tekst (4) Informatie zoeken in een folder of een tekst () situatie: U bent schoonmaker op een school. U leest uw takenpakket. Omcirkel het goede antwoord Wat moet u doen in de lokalen? de meubels schoonmaken het aanrecht schoonmaken Wat moet u doen in de gang? de vuile kopjes en glazen weghalen stofzuigen 3 Wat moet u doen in de toiletten? uw eigen spullen opruimen voor toiletpapier, zeep en handdoeken zorgen 4 Wat moet u doen in de keuken? het aanrecht schoonmaken de meubels schoonmaken 5 Wat moet u doen in de schoonmaakkast? uw eigen spullen opruimen een logboek invullen 6 Wat moet u aan administratie doen? de kopjes in de afwasmachine zetten opschrijven welke producten bijna op zijn Werk algemeen - functioneringsgesprek 5

. Een takenpakket lezen hulpkaart(en): Uitleg vragen bij een tekst (4) Informatie zoeken in een folder of een tekst () situatie: U bent schoonmaker op een school. U leest uw takenpakket. Omcirkel het goede antwoord Waar maakt u de meubels schoon? c. in de lokalen in de lokalen en op de gang in de keuken en in de lokalen Waar moet u stofzuigen? c. in de lokalen en op de gang in de lokalen, op de gang en in het toilet in de lokalen, op de gang, in het toilet en de keuken 3 Een lamp in het toilet is kapot. Wat moet u doen? c. niets, het staat niet in uw takenpakket u moet de lamp schoonmaken u moet de lamp maken 4 Wat moet u doen met de vuile kopjes en glazen? c. laten staan in de afwasmachine zetten afwassen 5 U wilt snel naar huis. U moet uw spullen nog opruimen. Wat doet u? c. u gooit alles snel in de kast u schrijft in het logboek dat iemand anders de spullen moet opruimen u ruimt de spullen snel maar netjes op. 6 Er is geen toiletpapier in het toilet. U kijkt in de schoonmaakkast. Er zijn nog twee rollen. Wat doet u? c. u koopt nieuw toiletpapier u schrijft op dat het toiletpapier op is niets, het staat niet in uw takenpakket Werk algemeen - functioneringsgesprek 6

Functiebeschrijving Schoonmaker Taken : Lokalen De schoonmaker leegt de vuilnisbakken in de lokalen. De schoonmaker haalt vuile kopjes en glazen weg. De schoonmaker maakt de meubels schoon. De schoonmaker stofzuigt. De schoonmaker dweilt de vloeren. De gang De schoonmaker leegt de vuilnisbakken. De schoonmaker stofzuigt. De schoonmaker dweilt de vloeren. De toiletten De schoonmaker zorgt voor het toiletpapier, de handdoeken en zeep. De schoonmaker maakt de toiletten schoon. De schoonmaker leegt de vuilnisbakken. De schoonmaker stofzuigt. De schoonmaker dweilt de vloeren. De keuken De schoonmaker zet vuile kopjes en glazen in de afwasmachine. De schoonmaker leegt de vuilnisbak. De schoonmaker stofzuigt. De schoonmaker dweilt de vloer. De schoonmaker maakt het aanrecht schoon. De kast met schoonmaakspullen De schoonmaker ruimt eigen spullen (stofzuiger, dweil, e.d.) netjes op. Administratie De schoonmaker schrijft op welke producten bijna op zijn. De schoonmaker schrijft in het logboek wat hij/zij gedaan heeft.

. Uw mening opschrijven hulpkaart(en): Functioneringsgesprekken (6) situatie: U bent schoonmaker. U werkt van vier tot acht uur s avonds. U moet dan nog koken. U praat altijd met uw collega s. U gaat ook op bezoek bij uw collega s thuis. Uw baas belt u vaak op. Hij vraagt of u langer kunt werken. U zegt dan nee. Hij vindt dat niet leuk. U heeft een functioneringsgesprek. U schrijft op wat u vindt van uw werk. Maak de zin af. Ik vind het werk Er is een sfeer op het werk. 3 Ik vind mijn collega s 4 Ik vind mijn werktijden 5 Ik heb problemen met 6 Ik wil graag Werk algemeen - functioneringsgesprek 8

. Uw mening opschrijven hulpkaart(en): Functioneringsgesprekken (6) situatie: U bent schoonmaker. U werkt van vier tot acht uur s avonds. U moet dan nog koken. U praat altijd met uw collega s. U gaat ook op bezoek bij uw collega s thuis. Uw baas belt u vaak op. Hij vraagt of u langer kunt werken. U zegt dan nee. Hij vindt dat niet leuk. U heeft een functioneringsgesprek. U schrijft op wat u vindt van uw werk. Gebruik de zinnen van hulpkaart 6. Werk algemeen - functioneringsgesprek 9

3. Een functioneringsgesprek hulpkaart(en): Functioneringsgesprekken (6) situatie: U werkt bij de thuiszorg. U vindt het leuk werk en u werkt steeds sneller. Maar u begrijpt uw collega s niet altijd. U heeft een functioneringsgesprek met uw baas. Oefenen: Oefen het gesprek. Geef antwoord op de vragen van uw baas. Lees uw tekst voor. uw baas U Hallo. Hallo. Wij gaan nu jouw functioneringsgesprek houden. Wat zijn je taken? Schoonmaken, aankleden en boodschappen doen. Wat vind je van jouw taken? Ik vind het werk leuk. En de uitvoering van het werk. Hoe gaat dat? Ik werk steeds sneller. Hoe is de samenwerking? Ik begrijp mijn collega s soms niet goed. Waarom niet? Ik begrijp niet altijd wat ze zeggen. Werk algemeen - functioneringsgesprek 0

Wat kunnen we daaraan doen? Ik wil graag beter Nederlands leren. Bedoel je een cursus om de communicatie in het Nederlands te verbeteren? Ja, dat bedoel ik. Ik ga het voor je regelen. Okee, bedankt. Tot morgen. Dag. Werk algemeen - functioneringsgesprek

3. Een functioneringsgesprek hulpkaart(en): Functioneringsgesprekken (6) situatie: U werkt bij de thuiszorg. U vindt het leuk werk en u werkt steeds sneller. Maar u begrijpt uw collega s niet altijd. U heeft een functioneringsgesprek met uw baas. spelen: Voor deze oefening gebruikt u het gesprek op de vorige pagin Uw baas heeft de tekst. U niet. U luistert naar uw baas. U reageert. Wissel daarna van rol. Meeluisteren: Heeft u dit van de spreker gehoord? Zet een als u het hoort. Een groet: goedemorgen, goedemiddag, hallo. Schoonmaken, Ik vind het werk leuk. Ik werk steeds sneller. Ik begrijp mijn collega s niet goed. Een groet: Tot ziens, dag. Werk algemeen - functioneringsgesprek

antwoordblad. Een takenpakket lezen a b 3 b 4 a 5 a 6 b. Een takenpakket lezen a c 3 a 4 b 5 c 6 b. uw mening opschrijven. Ik vind het werk leuk/ niet leuk/ zwaar/niet zwaar.. Er is een goede sfeer op het werk. 3. Ik vind mijn collega s aardig. 4. Ik vind mijn werktijden goed/niet goed. 5. Ik heb problemen met mijn baas/ mijn werktijden. 6. Ik wil graag vroeger werken/ op een andere afdeling werken/een andere functie/ een opleiding willen volgen. Heeft u een ander antwoord? Vraag uw docent of het goed is.

. uw mening opschrijven U ziet hier voorbeelden van zinnen. Heeft u een ander antwoord? Vraag uw docent of het goed is. Ik vind het werk leuk/ niet leuk/ zwaar/niet zwaar. Er is een goede sfeer op het werk. Ik vind mijn collega s aardig. Ik ben (niet) blij met mijn collega s. Ik ben (niet) tevreden over mijn werktijden. De werkdruk is hoog/te hoog. Ik kan het werk goed aan. Ik heb problemen met mijn baas/ mijn werktijden. Ik vind mijn werktijden goed/niet goed. Ik wil graag vroeger werken/ op een andere afdeling werken/een andere functie/ een opleiding willen volgen. Over een tijdje wil ik graag een andere functie. Ik zou wel een opleiding willen volgen. Ik zou wel meer uren willen werken.