REKENMODULE LENGTE/SCHAAL



Vergelijkbare documenten
6_LENGTEMATEN EN SCHAAL

REKENMODULE LENGTE/SCHAAL

Colofon RekenGroen. Rekenen voor vmbo- groen en mbo- groen Extra Rekenmodule Oppervlakte Leerlingtekst Versie 1.0. November 2012 Auteurs: Mieke

REKENMODULE INHOUD. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen

TUINCENTRUM VIJVER AANLEGGEN

LEERWERKBOEK. 2F Meten en meetkunde. Les Schaal

TUINCENTRUM KENNISMAKEN

TUINCENTRUM NIEUWE VOORTUIN

REKENMODULE PROCENTEN VERHOUDINGEN

Schaal. Met behulp van de werkelijke grootte en de afgebeelde grootte kun je de schaal berekenen.

REKENMODULE GELD. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen

TUINCENTRUM VIJVERPOMP

TUINCENTRUM KWEKERIJ

STADSBOERDERIJ SCHOOLTUINTJES

IJS FABRIEK GEITENMELK

STADSBOERDERIJ PAARDEN

IJS FABRIEK FABRIEK. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen

IJS FABRIEK IJSSALON

TUINCENTRUM VERKOOP. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen

STADSBOERDERIJ BEZOEKERS

IJS FABRIEK AARDBEIEN

STADSBOERDERIJ KENNISMAKEN

2 BBL. Oppervlakte. 5.1 Eenheden van oppervlakte

kilometer hectometer decameter meter decimeter centimeter milimeter km hm dam m dm cm mm

STADSBOERDERIJ KONIJNEN

Antwoorden rekenopdracht OPPERVLAKTE

RekenGroen Titel Rekenmodule Onderdeel Tijd Versie

IJS FABRIEK VAN ALLES WAT

STADSBOERDERIJ DE KEUKEN

Naam: Klas:.. Oppervlakte 1/11

TUINCENTRUM HOVENIER

IJS FABRIEK IJS MAKEN

STADSBOERDERIJ KONIJNEN

STADSBOERDERIJ HET LOKET

REKENMODULE TABELLEN/DIAGRAMMEN FORMULES

STADSBOERDERIJ VOEREN VAN DIEREN

Examen VMBO-KB 2005 WISKUNDE CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 21 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

1 Inleiding 2 Lengte en zijn eenheden 3 Omtrek 4 Oppervlakte 5 Inhoud. Meten is weten. Joke Braaksma. November 2010

IJS FABRIEK IJS GEZOND?

RekenGroen Titel Rekenmodule Onderdeel Breuken Versie

groep 8 blok 7 antwoorden Malmberg s-hertogenbosch

BLAD 6: KARWEITJES EN KOZIJNEN

IJS FABRIEK WERKEN MET IJS

Bij het meten van breedte, dikte, diepte, hoogte en afstand bepaal je de lengte. De eenheid van lengte is de meter.

Reken uit en Leg uit 5 e bijeenkomst woensdag 20 juni 2012 monica wijers en vincent jonker

deel B Vergroten en oppervlakte

Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen

Bloemlezing uit 36 bladzijden voor een eerste indruk. inzicht in het complete metriek stelsel. Op een eenduidige

Inhoud kaartenbak groep 8

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN

Examenopgaven VMBO-BB 2003

Werkblad bij lesvoorbereiding Breuken. 1. Vereenvoudig de volgende breuken: 2. Maak de volgende sommen: Schrijf de berekening erbij!

Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren

Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 2 maandag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Het Metriek Stelsel. Over meten, omtrek, oppervlakte en inhoud

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

BLAD 16: HAM EN KAAS. b. Bij de maatbeker horen verschillende inhoudsmaten. Hiernaast staan ze op een rij. Schrijf op de stippeltjes wat het betekent.

SAMENVATTING BASIS & KADER

Meten. Kirsten Nederpel. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 maandag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

In een museum staan enkele beelden. Hieronder zie je een gedeelte van de plattegrond van het museum. zaal 3

Duizend 3 getallen achter de komma 230 duizend duizend Andersom ,6 duizend ,5 duizend

Vervolgcursus Proeftuin Rekenen Vijfde (en laatste) bijeenkomst woensdag 13 april 2016 vincent jonker en monica wijers

Rekenen MBO - Bouw. Jesper Raijmakers. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Rekenen mbo - bouw. Jesper Raijmakers. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

9.1 Oppervlakte-eenheden [1]

Rekenen MBO - Bouw. Jesper Raijmakers. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Examen VMBO-BB 2005 WISKUNDE CSE BB. tijdvak 1 dinsdag 31 mei uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 vrijdag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Meten is weten ANTWOORDENBOEK Meten is weten. Antwoordenboek. = 95 mm 6 cm = 60 mm 10 cm = 100 mm. 1 cm = 15 mm 9 cm

Het Metriek Stelsel. Over meten, omtrek, oppervlakte en inhoud

Excellent Rekenen Goede tot zeer goede rekenaars in het vmbo. Bijlage 1 Tuinontwerp Materiaal voor de leerling. Naam:...

handleiding pagina s 678 tot Handleiding 1.2 Huistaken huistaak 20: bladzijde Werkboek 3 Posters 4 Scheurblokken

1. Bereken. 2. Bereken. Oefenopgaven. F. 2 km = cm G. 3 dm = mm H. 4,5 cm = m I. 250 dm = dam J. 3,12 hm = dm

Examenopgaven VMBO-KB 2003

Bereken hoeveel liter benzine de auto verbruikt voor de heen- en terugreis samen. Schrijf hieronder de berekening op

Reken uit en Leg uit 5e bijeenkomst 9 december 2014 monica wijers

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Rekentaalkaart - toelichting

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

spiekboek rekenen beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep

TOELICHTING METRIEK STELSEL

VAKANTIEWERK WISKUNDE

Eenheden lengtematen. Miranda de Haan. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Hoofdstuk 5 gaat over rekenen. Deel 2 is eigenlijk herhaling van alle stof. Trainen voor het examen.

wiskunde CSE GL en TL

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 21 donderdag 24 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 woensdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Op zondag 12 december 2004 werd in Eindhoven het grootste pitabrood ter wereld gebakken.

Eindexamen wiskunde b 1-2 havo II

wiskunde CSE GL en TL

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10

Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 donderdag 22 mei uur

LOPUC. Een manier om problemen aan te pakken

Transcriptie:

REKENMODULE LENGTE/SCHAAL Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen

Colofon RekenGroen. Rekenen voor vmbo- groen en mbo- groen Extra Rekenmodule Lengte/Schaal Leerlingtekst Versie 1.0. Oktober 2012 Auteurs: Mieke Abels, Monica Wijers, Elise van Vliet, Vincent Jonker www.rekengroen.nl

6_LENGTEMATEN EN SCHAAL SCHAALLIJNEN Voor het rekenen met schaal moet je een aantal maten kennen. De belangrijkste daarbij zijn: centimeter meter kilometer 1. In het tuinontwerp hieronder staat geen schaal. Wel is aangegeven dat de rij struiken langs het stenen pad 3 meter lang is. N 3m Hoe lang en hoe breed is het stenen pad? Laat zien hoe je aan je antwoord bent gekomen....... 3

2. Soms zie je bij een kaart of plattegrond een schaallijn. Je kunt met een schaallijn gewoon meten. 0 1 m a. Onderaan de schaallijn zie je een letter m. Waarvan is dit een afkorting?... b. Waarom past deze schaallijn bij de tekening van de tuin uit opdracht 1?... 3. a. Neem een blaadje papier. Leg de rand van het papier op de schaallijn en trek de schaallijn over: 0 1 m 0 1 meter b. Gebruik dit papier om in opdracht 1 een vijver te tekenen. De vijver komt in het midden van het gras. De afmetingen van de vijver zijn 2,5 m bij 4 meter. In de vorige opdrachten heb je gewerkt met een schaallijn. Deze schaallijn laat zien dat 1 cm in de tekening in werkelijkheid 5 meter is: 0 m 5 10 15 4. Hieronder zie je verschillende schaallijnen. Vul de zinnen eronder aan. a. 1 cm in de tekening is in werkelijkheid... b. 1 cm in de tekening is in werkelijkheid... c. 0 10m 0 40 km 0 2 m 1 cm in de tekening is in werkelijkheid... 4

LENGTEMATEN, SCHAAL EN SCHAALLIJNEN Bij een kaart of plattegrond staat vaak op een andere manier de schaal aangegeven. Bijvoorbeeld schaal 1 : 300 [dit spreek je uit als 'schaal 1 op 300'] Dit betekent dat 1 cm in de tekening in werkelijkheid 300 cm is. Als je hierbij een schaallijn wilt maken, moet je 300 centimeter kunnen omrekenen in meter of kilometer. 5. a. Neem een strook papier. Knip daar een stukje af van precies 1 centimeter. b. Zoek uit hoeveel van deze stukjes samen een lengte hebben van 1 meter. Vul in:... centimeter = 1 meter 6. Vul in: a. 200 centimeter =... meter b. 250 centimeter =... meter c. 50 centimeter =... meter d. 1000 cm =... x 100 cm =... m e. 10 000 cm =... x 100 cm =... m 7. Vul in en maak bij elke schaal de schaallijn af: a. Schaal 1 : 100 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 100 cm =... m 0 m b. Schaal 1 : 500 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 500 cm =... m 0 m c. Schaal 1 : 1000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 1000 cm =... m 0 m d. Schaal 1 : 50 000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 50 000 cm =... m 0 m e. Schaal 1 : 100 000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 100 000 cm =... m 0 m 5

Bij de opdracht 7c krijg je dat 1 centimeter in de tekening in werkelijkheid 1000 meter is. Voor een schaallijn is het niet handig zulke grote getallen te krijgen. Daarom is het handig als je meter kunt omrekenen in kilometer. Onthoud: 1000 meter = 1 kilometer 8. Vul in: a. 2000 meter =... kilometer b. 100 000 meter =... kilometer c. 500 000 m = 500 x 1000 m =... km d. 1 000 000 m =... x 1000 m =... km e. 500 m =... km 9. Vul in en maak bij elke schaal de schaallijn af: a. Schaal 1 : 100 000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 100 000 cm =... m =... km 0 km b. Schaal 1 : 250 000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 250 000 cm =... m=... km 0 km c. Schaal 1 : 2 000 000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 2 000 000 cm =... m=... km 0 km 10. In de klas van Esther hangt een grote kaart van Rotterdam. De schaal van de kaart is 1 : 50 000 a. Vul in: 1 cm op deze kaart is in werkelijkheid... cm =... m =... km. b. Maak een schaallijn voor deze kaart. 0 c. Hoeveel centimeter moet je op deze kaart afmeten om in werkelijkheid één kilometer te hebben?... cm. 6

d. De afstand van het huis van Esther naar school is op de kaart 15 centimeter. Hoeveel kilometer is dit in werkelijkheid?... e. De kaart die in de klas aan de muur hangt is 50 bij 60 cm. Bereken hoe groot het gebied is dat je op de kaart ziet....... 11. Op deze kaart zie je de aanduiding 1 : 25 000 Hoeveel centimeter moet je op deze kaart afmeten om in werkelijkheid één kilometer te hebben? Laat zien hoe je aan je antwoord bent gekomen....... Antwoord:. cm op de kaart is in werkelijkheid 1 km. 7

TEKENEN OP SCHAAL EN REKENSCHEMA S Tekenen op een schaal 1 : 100 Alle werkelijke maten worden 100 keer zo klein getekend. Dit kun je met het volgende rekenschema zo opschrijven: werkelijke maten :!"" maten in de tekening Hoe kun je hiermee rekenen? Bijvoorbeeld, een schutting met een lengte van 12 meter (= 1200 cm!) werkelijke lengte 1200 cm :!"" lengte tekening 12 cm 12. De kamer van Paul is 3 bij 5 meter. Hij gaat een schaaltekening van zijn kamer maken. a. Bereken met de rekenschema s de maten van de kamer in de tekening als hij schaal 1 : 10 neemt. werkelijke lengte... cm :.. lengte in tekening... cm werkelijke breedte... cm :.. breedte in tekening... cm b. Is schaal 1 : 10 handig? Leg uit waarom.... c. Paul kan beter een andere schaal nemen. Welke schaal denk je kan hij het beste nemen?... Bereken met deze schaal de afmetingen van zijn kamer in de tekening. werkelijke lengte... cm :.. lengte in tekening... cm 8

werkelijke breedte... cm :.. breedte in tekening... cm 13. Een parktuin is 120 meter bij 75 meter. Een hovenier gaat een schaaltekening van de parktuin maken. Hij kiest voor een schaal 1 : 1000 Bereken de afmetingen van de parktuin in de tekening. werkelijke lengte... cm :.. lengte in tekening... cm werkelijke breedte... cm :.. breedte in tekening... cm 9

SCHAALTEKENINGEN, WERKELIJKE MATEN BEREKENEN De schaal van deze tekening is 1 : 100 Hoe kun je nu de werkelijke maten vinden? Mogelijkheid 1: Maak een schaallijn 1 centimeter in de tekening is in werkelijkheid 100 centimeter (= 1 meter). 0 1 2 3 m Mogelijkheid 2: Maak een rekenschema In de tekening is alles 100 keer zo klein getekend, werkelijke maten :!"" maten in de tekening ofwel De maten in de tekening zijn in werkelijkheid 100 keer zo groot werkelijke maten!"" maten in de tekening Mogelijkheid 3: Maak een verhoudingstabel maat in tekening (cm) werkelijke maat (cm) 1 100 x 100 10

14. In deze opdracht ga je met de schaaltekening van de vorige bladzijde werkelijke maten berekenen. Probeer verschillende manieren uit: een schaallijn, een rekenschema, een verhoudingstabel. a. Bereken de lengte en de breedte van het grasveld. b. Bereken de lengte en de breedte van het terras. c. Bereken de lengte en de breedte van het perk tussen het grasveld en het terras. d. Welke manier vind je het makkelijkst? Waarom?...... 11

Niet alleen kaarten zijn op schaal. Er bestaan ook schaalmodellen van bijvoorbeeld auto's of gebouwen. 15. Bij een garage staan schaalmodellen van veel auto s. De schaal van deze auto's is 1 : 20. Het grootste model dat er staat is 26 cm lang. Bereken hoe lang de echte auto is. Gebruik hiervoor een schaallijn, of een rekenschema, of een verhoudingstabel. 16. De Renault Megane is 4,50 m lang. Het schaalmodel is gemaakt op schaal 1 : 20 Bereken hoeveel centimeter het model is. Gebruik hiervoor een schaallijn, of een rekenschema, of een verhoudingstabel. 12

17. Dit is een foto van het Evoluon in Eindhoven. In Madurodam staat een schaalmodel van het Evoluon, schaal 1 : 25. De diameter van de schotel is in werkelijkheid 77 m. a. Hoeveel centimeter is diameter van het Evoluon in Madurodam? b. De hoogte van het Evoluon in Madurodam is 160 cm. Hoeveel meter is de hoogte in werkelijkheid? 13

M EER LENGTEMATEN OMREKENEN In de vorige opdrachten heb je gebruikt dat 100 cm = 1 m 1000 m = 1 km In de volgende opdrachten ga je ook omrekenen met decimeter en millimeter. 18. Teken hieronder een strook die precies 10 cm lang is. 19. Je kunt ook zeggen dat de strook die je hebt getekend 1 decimeter lang is. Hoeveel decimeters gaan er in 1 meter? Vul in:... dm = 1 m 20. Hiernaast zie je op een hand verschillende lijnstukjes getekend. a. Welk lijnstukje is bij jou ongeveer 1 centimeter?... b. Welk lijnstukje is bij jou ongeveer 1 decimeter?... 21. Vul in: a.... cm = 1 m b.... dm = 1 m c. 5 dm =... cm d. 100 dm =... m e. 70 cm =... dm f. 2000 cm =... m g. 450 dm =... m h. 1,5 dm =... cm i. 1,25 m =... dm j. 35 cm =... dm 14

22. a. Teken hiernaast een lijnstukje van 1 cm. b. Hoeveel millimeter gaan er in 1 centimeter? Vul in:... mm = 1 cm c. Hoeveel millimeter gaan er in 1 decimeter? Vul in:... mm = 1 dm 23. Vul in: a. 5 cm =... mm b. 70 cm =... mm c. 2000 mm =... cm d.... mm = 1 m Wanneer je millimeter moet omrekenen in meter (of meter in millimeter), is het handig om één of meer tussenstappen te maken. Je gebruikt daarbij dat 10 mm = 1 cm en 100 cm = 1 m. Voorbeeld: 10 mm = 1 cm 100 cm = 1 m 2000 mm = 200 x 10 mm = 200 cm = 2 x 100 cm = 2 m Of korter: 2000 mm = 200 cm = 2 m Als je meter moet omrekenen in millimeter is het handig om ook één of meer tussenstappen te maken. Je gebruikt daarbij dat 10 mm = 1 cm ofwel 1 cm = 10 mm en 100 cm = 1 m, ofwel 1 m = 100 cm. Voorbeeld: elke meter is 100 cm elke cm is 10 mm 7,5 m = 7,5x 100 cm = 750 cm = 750x 10 mm= 7500 mm Of korter: 7,5 m = 750 cm = 7500 mm 15

24. a. Reken 4000 millimeter om in meter. Laat je berekeningen zien. 4000 mm = b. Reken 1500 millimeter om in meter. Laat je berekeningen zien. 1500 mm = c. Reken 150 millimeter om in meter. Laat je berekeningen zien. 150 mm = d. Reken 3 meter om in millimeter. Laat je berekeningen zien. 3 m = e. Reken 1,25 meter om in millimeter. Laat je berekeningen zien. 1,25 m = f. Reken 0,75 meter om in millimeter. Laat je berekeningen zien. 0,75 m = 16

Wanneer je millimeter moet omrekenen in decimeter (of decimeter in millimeter), is het handig om ook één of meer tussenstappen te maken. Je gebruikt daarbij dat 10 mm = 1 cm en 10 cm = 1 dm 25. Vul in: 10 mm = 1 cm 10 cm = 1 dm 9000 mm =... x 10 mm =... cm =... x 10 cm =... dm Of korter: 9000 mm =... cm =... dm 26. Vul in: elke decimeter is 10 cm elke cm is 10 mm 2,5 dm = 2,5x... cm =... cm =... x... mm =... mm Of korter: 2,5 dm =... cm =... mm 27. a. Reken 1500 millimeter om in decimeter. Laat je berekeningen zien. 1500 mm = b. Reken 250 millimeter om in decimeter. Laat je berekeningen zien. 250 mm = c. Reken 1,25 decimeter om in millimeter. Laat je berekeningen zien. 1,25 dm = d. Reken 0,75 decimeter om in millimeter. Laat je berekeningen zien. 0,75 dm = 17

OPDRACHTEN UIT EXAMENS EN DE VOORBEELDREKENTOETS 2F Zie voor het oefenen met omrekenen van lengtematen ook de hoofdstukken Oppervlakte (7) en Inhoud (8). 28. Aardrijkskunde CSE, 2010 KB, 1e tijdvak 29. cspe BB 2010, Landbouw en natuurlijke omgeving Uitleg:...... 18

30. cspe BB 2010, Landbouw en natuurlijke omgeving Uitleg:...... 19

31. Uit: voorbeeldrekentoets vo 2F, voorjaar 2012 Op welke schaal is de modelauto gemaakt? Schaal 1 :.. Uitleg:...... 20