Contextgericht leren: leren met behulp van je eigen onderneming PAPER 2 - ONTWERP Naam: Luuk Schoenmakers Vakgebied: Management & Organisatie Titel: Contextgericht leren: leren met behulp van je eigen onderneming Onderwerp: Contextgericht leren door leerlingen vanuit een eigen opgezette onderneming Opleiding: Interfacultaire lerarenopleidingen, Universiteit van Amsterdam Doelgroep: 4 HAVO Sleuteltermen: Ondernemen, Contextconcept, Betekenisvol, Vraaggestuurd, Betekenisvol Bibliografische referentie: Schoenmakers, L (2013). Contextgericht leren: leren met behulp van je eigen onderneming. Amsterdam: Interfacultaire lerarenopleidingen UvA. Studentnummer: 0530034 Begeleiders: P. van der Veen Vakdidacticus M&O J. Fortuin Onderwijskundige EcoBeta team Datum: 18 april 2013 1
Inhoudsopgave paper 2 1. Samenvatting van paper 1 Pagina 3 2. Lesopzet Pagina 3 3. Onderbouwing en verantwoording didactische keuzes Pagina 4 4. Bibliografie Pagina 6 5. Bijlage 1: lesplannen Pagina 7 6. Bijlage 2: Leerlingenmateriaal (Leerling-boekje) Pagina 13 7. Bijlage 3: Docenthandleiding Pagina 20 8. Bijlage 4: Sheets presentatie Pagina 27 2
1. Samenvatting van paper 1 Ontwerphypothese: Door middel van een lessenserie gericht op ondernemen, waarbij ik de richtlijnen voor contextgerichte lessen van Kneppers naleef, zal de motivatie en het leerresultaat verbeteren ten opzichte van traditioneel onderwijs. Onwerpregels: De lessenserie zal uitgevoerd worden in een HAVO 4 klas. De lessenserie zal bestaan uit 2 keer 2 lesuren achter elkaar, dat wil zeggen 2 keer een blokuur. De leerlingen gaan een eindopdracht voor Hoofdstuk 20 maken die bestaat uit verschillende tussenopdrachten. De keuze voor de leerlingen kan gelegen zijn in het type opdracht, presentatie en de uitvoering. De opdrachten moeten aantrekkelijk zijn, open, uitdagend en niet te makkelijk. Mijn rol zal gericht zijn op het begeleiden, in plaats van heel erg veel instructie. Onderzoeksplan: Een vragenlijst om de motivatie te meten. Een computer toets (WIN-toets) over hoofdstuk 20 om het leerresultaat te meten. 2. Lesopzet In dit hoofdstuk zal ik aangeven hoe de lessen er in grote lijnen uit komen te zien. De onderbouwing en verantwoording van de didactische keuzes staan beschreven in hoofdstuk 3.Aan de hand van de richtlijnen van Kneppers, heb ik een eindopdracht gemaakt die de leerlingen gaan maken. Voor een uitgebreide beschrijving van de lessen (MDA), het leerlingenmateriaal en de docenthandleiding verwijs ik graag naar bijlage 1. Blokuur 1: Les 1 & 2 Aan het begin van het blokuur geef ik een presentatie over de eindopdracht die de leerlingen gaan maken: een eindopdracht over hoe voorraad gewaardeerd kan worden binnen hun eigen bedrijf. Deze presentatie gaat niet over de inhoud, maar over hoe het project er uit komt te 3
zien. Na deze presentatie gaan de leerlingen met hun bedrijf bij elkaar zitten en deel ik de leerling-boekjes uit met daarin alle informatie die ze nodig hebben om de eindopdracht te kunnen gaan maken. De leerlingen hebben vervolgens keuze hoe ze de eindopdracht vorm gaan geven: een film, PowerPoint, toneelstuk, prezi of zelf iets aandragen. Na deze introductie hebben de leerlingen 20 minuten de tijd om te beslissen welke eindopdracht ze kiezen en om een plan van aanpak te maken. Ondertussen loop ik rond om te ondersteunen. Daarna hebben de leerlingen een uur de tijd om actief te zoeken naar informatie voor de eindopdracht en om dit uit te werken op 2 A4 s, waar ieder zijn deel door middel van een aparte kleur heeft toegevoegd. Na 20 minuten geef ik ook aan dat er transportkosten zijn en dat de prijzen van de voorraad met 10% zullen stijgen. Hier moeten de groepen rekening mee gaan houden en dat zal er voor zorgen dat ze nieuwe inzichten krijgen. Halverwege het 2 e uur zal ik telkens 5 minuten zitten met elk groepje om het proces te bespreken. Aan het einde van de les neem ik de A4 s in en check ik of alles duidelijk is voor de volgende keer. Blokuur 2: Les 3 & 4 In het 1 e uur van dit blokuur gaan de leerlingen aan de slag met de presentatie. De 2 A4 s geef ik terug met wat korte feedback erop geschreven. Tijdens het samenwerken loop ik als docent rond en ondersteun daar waar nodig. Na 50 minuten roep ik iedereen naar voren en gaan de bedrijven hun eindopdracht presenteren. Tijdens de presentaties schrijven de leerlingen een TIP en een TOP op over de inhoud. Dit overleggen ze een halve minuut met hun buurman na de presentatie. Daarna wijs ik wat groepjes aan. Na 2 presentaties moeten de leerlingen een TIP en een TOP opschrijven over de vorm (de presentatie). Tijdens de presentaties vul ik als docent de rubrics in. 3. Onderbouwing en verantwoording didactische keuzes Aan de hand van de richtlijnen voor contextgerichte opdrachten van Kneppers, heb ik een eindopdracht samengesteld. Het leerling-boekje is in feite de basis voor de lessen. Hieronder geef ik dan ook aan hoe ik tot dit boekje ben gekomen en waarom ik deze keuzes heb gemaakt. Tevens geef ik aan waarom ik bepaalde keuzes heb gemaakt in de lesplannen. Het gaat er namelijk bij vraaggestuurd onderwijs/actief leren om dat de leerlingen zelf actief op zoek gaan naar informatie (Marzano, 2011, p. 16). Zodoende geef ik in het begin van de les 4
tijdens de presentatie geen inhoud, maar geef ik aan wat van hen verwacht wordt. Ik geef daarmee het proces aan en begeleid ze daarbij (Ebbens & Ettekoven, 2009a, p. 56). Daarna gaan de leerlingen aan de slag met het leerling-boekje. Volgens stap 1 & 2 van Kneppers is het belangrijk dat je eerst goed vaststelt wat het einddoel is van de contextgerichte opdracht. Dat heb ik gedaan door de hoofdvraag te koppelen aan hoofdstuk 20 - voorraadwaardering - en ze straks een keuze voor hun eigen bedrijf te laten maken. Het leerdoel is namelijk dat ze verschillende manieren van voorraadwaardering kennen en kunnen toepassen. De leerlingen moeten ook voorraadwaardering kennen voor het eindexamen (Syllabus Centraal examen, 2013). Stap 3 is het uitschrijven van het probleem, dat ik heb beschreven in het leerling-boekje. Vervolgens heb ik een opzet/structuur gemaakt voor de leerlingen en aangegeven hoe de leerlingen aan het werk moeten gaan, door middel van een stappenplan en deadlines per week. Dit zijn stap 4 en 5 van de richtlijnen van Kneppers. Zij geeft aan dat een oplospad nodig is voor de leerlingen, anders wordt de les teveel docentgestuurd. En ik wil juist vraaggestuurd lesgeven (Kneppers, 2009, p. 29). Stap 6 geeft aan dat je moet kijken naar de bronnen. De leerlingen hebben de mogelijkheid hoofdstuk 20 erbij te pakken. Tevens geef ik aan dat de leerlingen samen deze taken moeten uitvoeren en 2 A4 s met informatie moeten inleveren, dat zijn stap 7 & 8. Leerlingen geven ieder met een aparte kleur aan wat ze gedaan hebben, zodat ik kan zien wat de bijdrage is per leerling. Ondanks het feit dat dit niet waterdicht is qua individuele aanspreekbaarheid, hoop ik de leerlingen daarmee te dwingen dat ze allen een bijdrage leveren aan het project. In stap 9 & 10 geeft Kneppers aan dat ik eisen aan het tussenproduct en eindproduct moet stellen en de toetsing hiervan moet bepalen. Dit doe ik aan de hand van de rubrics die ik heb toegevoegd in het leerling-boekje. Ik kies hier voor rubrics, omdat Kneppers en Ebbens & Ettekoven beide aangeven dat dit een goede manier is om projecten te beoordelen. Daarnaast is duidelijkheid belangrijk voor de leerlingen. Toetsing, stap 12, doe ik door middel van de presentaties. Tenslotte is er nog de laatste stap van de richtlijnen van Kneppers: de afsluiting van het project. Ik kies hier in dit geval voor een klassengesprek, omdat dat haalbaar is binnen de beschikbare tijd. Eigenlijk doe ik dit ook al met de TIPS en de TOPS, omdat leerlingen elkaar daardoor beoordelen. Met name Ebbens geeft aan dat het goed is leerlingen te betrekken in de beoordeling (Ebbens, 2009b, p. 149). Zoals hierboven beschreven, heb ik alle ontwerpregels kunnen toepassen tijdens het ontwerpen van de lessen. Ik geef leerlingen keuze in het type opdracht, proces en uitvoering en mijn rol is met name gelegen in het begeleiden van de eindopdracht. 5
4. Bibliografie Ebbens, S. & Ettekoven, S. (2009a). Effectief leren, basisboek. Groningen: Noordhoff Uitgevers. Ebbens, S. & Ettekoven, S. (2009b). Actief leren, bronnenboek. Groningen: Noordhoff Uitgever. Kneppers, L. (2009). Conceptgericht en contextgericht economieonderwijs. Verkregen van http://www.expterisecentrum-economie.nl Marzano, R. & Miedema, W. (2011). Leren in 5 dimensies, moderne didactiek voor het voortgezet onderwijs. Assen: Koninklijke Van Gorcum. Reuver, W. de & Vlimmeren, S. van (2010). Management & Organisatie in balans theorieboek 1b. Baarn: ThiemeMeulenhoff. Syllabus centraal examen 2013 Management en organisatie HAVO (2011). College voor Examens. Utrecht. 5. Bijlagen BIJLAGE 1: De lesplannen (mda) BIJLAGE 2: Leerlingenmateriaal (Leerling-boekje) BIJLAGE 3: Docenthandleiding BIJLAGE 4: Sheets presentatie 6
BIJLAGE 1: De lesplannen (Zie voor onderbouwing & toelichting blz. 3 en 4) MDA Lesuur 1 & 2 (blokuur): 10.10-11.50 Docent: Luuk Schoenmakers Datum: Tijd: 10.10-11.50 Klas: H4R Aantal lln: 30 Lesonderwerp Beginsituatie Leskern Leerdoelen Docentdoelen Voorraadwaardering Hoofdstuk 20 M&O in balans Leerlingen hebben in periode 1 al geleerd wat een balans inhoudt, wat het verschil is tussen activa en passvia, hebben het begrip voorraad gehad. Tevens werken ze nu vanuit hun eigen bedrijf met voorraad. De Verschillende manieren (FIFO,LIFO,vvp) van voorraadwaardering kennen - Leerlingen kunnen beschrijven hoe FIFO, LIFO en vvp werkt en dit toepassen op hun eigen voorraad. - Leerlingen kunnen de voor- en nadelen aangeven van FIFO, LIFO en vvp. - Leerlingen kunnen het verschil aangeven tussen FIFO, LIFO en VVP. - Leerlingen kunnen een plan van aanpak opstellen voor een eindopdracht en uitvoeren. - Ik wil werken vanuit een vraaggestuurde manier in de les, dus de leerling zelf actief op zoek laten gaan naar informatie. Dit is ook de reden dat ik de kolom wat zij doen voor de kolom wat ik doe en zeg laat staan. - Vooral heel veel vragen stellen, zoals wie doet wat, waarom doe je dit, hoezo werkt dit zo. - Leerlingen op de juiste manier motiveren, dat zij zelf nieuwsgierig worden hoe alles werkt. Boek (+ blz.) - Theorieboek 1b, Management & Organisatie in balans, hoofdstuk 20, bladzijde 298 t/m 313. Media, spullen, hulp - PowerPoint slides ter introductie van de opdracht. - Leerling-boekje met de eindopdracht. - Laptop-kar op school voor de leerlingen die een laptop nodig hebben. Leeractiviteit Tijd Lesfase Leerdoel Wat zij doen Wat ik doe en zeg Noem de specifieke! 2 min. Aandacht richten op het doel van de les/eindopdra cht. Aandacht trekken van de leerlingen en oriënteren op wat het doel is van deze lessenserie. Leerlingen luisteren en stellen vragen indien het doel niet duidelijk is. Leerlingen welkom heten in de les. Beginsituatie noemen: namelijk dat ze allen een bedrijf hebben, waarin ze mogelijk met voorraad werken of in de toekomst met voorraad gaan werken. Luisteren 7 Doel van de komende 2
weken is een eindopdracht te maken waarbij leerlingen gaan aangeven hoe zij binnen hun bedrijf de voorraad gaan bijhouden en hoe dit voor hen uitwerkt op de balans. Door middel van een open vraag check ik of het doel voor iedereen duidelijk is van de komende twee weken. 10 min. Geven van informatie voor het maken van de eindopdracht Presentatie en inleiding voor de eindopdracht. Leerlingen luisteren actief en zien op de slides wat er moet gaan gebeuren. Nu ga ik door middel van een PowerPoint presentatie uitleg geven over het proces van de eindopdracht en hoe de planning er uit komt te zien. Ik geef bewust geen informatie over de inhoud van de lesstof, want dat gaan ze zelf actief opzoeken. Kortom, ik geef informatie over het werkproces. Luisteren 3 min. Ze gaan met het bedrijf bij elkaar zitten. n.v.t Leerlingen gaan zitten met het groepje waar ze het bedrijf mee hebben en ontvangen het leerling-boekje voor de instructie. De leerlingen kunnen nu aan de slag. Ik geef aan dat ze met hun bedrijf bij elkaar kunnen gaan zitten. Daarna ga ik de leerling-boekjes uitdelen. n.v.t. Max. 20 min. Verwerken van de instructie en het begeleiden van de samenwerkin g. Oriëntatie met hun bedrijf op de eindopdracht en ze gaan de taakverdeling afstemmen binnen de groep. De leerlingen overleggen met hun bedrijf/groepje voor welke eindopdracht ze kiezen (max. 10 minuten). Daarna gaan ze een plan van aanpak opstellen: ze maken een taakverdeling (max. 10 minuten). Het moet duidelijk voor ze zijn wie wat gaan doen. 8 Ten eerste geef ik aan dat ze maximaal 10 minuten de tijd hebben om te beslissen welke eindopdracht ze gaan maken. Ik loop rond met een lijstje waarop ik schrijf voor welke eindopdracht ze gaan. Bij twijfel motiveer ik door bijv. te vragen wie welke opdracht het leukst vindt, wie houdt er van filmen/toneelspelen/present eren. De andere 10 minuten ondersteun ik in het plan van aanpak. Om te checken moeten ze opschrijven wie wat gaat doen. Ook ik loop rond om te noteren wie wat gaat doen. Ter ondersteuning kan ik Discussiëren en ontwerpen van een plan van aanpak.
vragen stellen als wie doet wat, en hoe ga je zorgen dat de 2 A4 s af zijn aan het eind van dit blokuur? Bijv. door halverwege de tijd 10 minuten bij elkaar te komen met het groepje. 60 min. Na 30 min. Ga ik over tot de groepsg esprekk en. Zie hierna. Leerlingen begeleiden bij de eindopdracht en voorzien van oefening. Ordening van de begrippen technische en economische voorraad, FIFO, LIFO en vvp. Eerst moeten ze goed bedenken wat voor voorraad ze zelf hebben en wat ze belangrijk daarbij vinden. Dit staat ook in het boekje. Leerlingen gaan daarna actief op zoek naar informatie en komen dan als het goed is begrippen tegen als economische voorraad, FIFO, LIFO en vvp. Binnen hun bedrijf gaan ze hiermee aan de slag en kijken ze hoe dit uitwerkt. Ik loop rond en hou het werk en groepsproces in de gaten. Ook probeer ik ze te stimuleren als ze niet de juiste informatie gevonden krijgen door middel van actieve en stimulerende vragen. Ik controleer of de samenwerking goed gaat binnen het groepje. Ik zal vragen stellen wat ze tot nu toe gedaan hebben en wat ze gevonden hebben. Na 20 minuten geef ik klassikaal aan dat er transportkosten zijn en dat de voorraadprijzen met 10% gaan stijgen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten bij de leerlingen en ze moeten hier rekening mee houden. Ontwerpen, lezen, beredeneren, selecteren, analyseren en besluiten nemen. 25 min. (5 min. Per groepje ) Checken of de begrippen zijn aangekomen en hoe het groepsproces gaat door middel van vraaggesprek met het groepje. Leerlingen moeten al kunnen aangeven hoe ze de voorraad gaan bijhouden en kort uitleggen wat het voor hun bedrijf betekent. Leerlingen beantwoorden de vragen die ik ze stel over de voortgang van het proces. Dit is de voor een terugkoppeling over hoe het gaat. Ook geven ze aan wat ze tot nu toe gevonden hebben. Ik vraag aan de leerlingen hoe het tot nu toe is gegaan. Ze moeten daarbij zelf komen met informatie. Dit doe ik door middel van een klein gesprek met elk groepje van 5 minuten. Daarnaast krijg ik op dat moment een goed beeld hoe de groepjes gewerkt hebben. In eigen woorden weergeven, uitleggen en verklaren. 5 min. Afsluiting van de les. Check of duidelijk is wat ze moeten doen de volgende keer. Leerlingen leveren de 2 A4 s in. Ik krijg de 2 A4 s van de leerlingen, zodat ik kan controleren of de begrippen en stof goed zijn overgekomen. Leerlingen geven door middel van verschillende kleuren aan wie wat heeft gedaan. n.v.t. 9
MDA Lesuur 3 & 4 (blokuur): 10.10-11.50 (Zie voor onderbouwing & toelichting blz. 3 en 4) Docent: Luuk Schoenmakers Datum: Tijd: 10.10-11.50 Klas: H4R Aantal lln: 30 Lesonderwerp Beginsituatie Leskern Leerdoelen Docentdoelen Voorraadwaardering Hoofdstuk 20 M&O in balans Leerlingen hebben vorige week in het 1 e en 2 e blokuur onderzocht wat FIFO, LIFO en vvp inhouden. De Verschillende manieren (FIFO, LIFO, vvp) van voorraadwaardering kennen en dit kunnen presenteren. - Leerlingen kunnen beschrijven hoe FIFO, LIFO en vvp werkt en dit toepassen op hun eigen voorraad. - Leerlingen kunnen de voor- en nadelen aangeven van FIFO, LIFO en vvp. - Leerlingen kunnen het verschil aangeven tussen FIFO, LIFO en VVP. - Leerlingen kunnen een plan van aanpak opstellen voor een eindopdracht en uitvoeren. - Vanuit een vraaggestuurde manier werken in de les, dus de leerling zelf actief op zoek laten gaan naar informatie. Dit is ook de reden dat ik de kolom wat zij doen voor de kolom wat ik doe en zeg laat staan. - Leerlingen op de juiste manier motiveren, dat zij zelf nieuwsgierig worden hoe alles werkt. Boek (+ blz.) - Theorieboek 1b, Management & Organisatie in balans, hoofdstuk 20, bladzijde 298 t/m 313. Media, spullen, hulp Tijd Lesfase Leerdoel - Laptopkar op school voor de leerlingen die de laptop nodig hebben. - Een paar camera s voor de filmpjes - Beamer moet aanwezig zijn. Wat zij doen (werkvorm) Wat ik doe en zeg Leeractivite it Noem de specifieke! 2 min. Aandacht richten op doel van de les(sen)/ opdracht. Aandacht trekken van de leerlingen en oriënteren op wat het doel is van de les. Leerlingen luisteren en stellen vragen indien het doel niet duidelijk is, maken eventueel aantekeningen indien nodig. 10 Leerlingen welkom heten in de les. Beginsituatie noemen: ze hebben nu een blokuur gewerkt aan de eindopdracht. Einde van het vorige blokuur een terugkoppeling gehad. Ze gaan nu nog een uur werken aan de eindopdracht en dan moeten ze presenteren. Door middel van een open vraag check ik of het doel voor iedereen duidelijk is Luisteren
van deze les. 45 min. Leerlingen voorzien van zelfstandige oefening en het begeleiden daarbij. Werken aan de presentatievaardi gheden en het ordenen van alle gevonden informatie De leerlingen bereiden de presentatie voor. Dit doen ze in de vorm van een filmpje, toneelstuk, prezi, of PowerPoint of een zelf gekozen presentatiemiddel. Ik geef ten eerste de 2 A4 s terug die ze aan het eind van het vorige blokuur hebben ingeleverd. Hierop heb ik kort feedback opgeschreven, zodat ze hier rekening mee kunnen houden tijdens de presentatie. Vervolgens ga ik rondlopen en de leerlingen vragen hoe het proces verloopt, wie wat gaat doen, of er nog zaken onduidelijk zijn. Ontwerpen, selecteren, analyseren en besluiten nemen. 3 min. Leerlingen gaan goed zitten voor de presentaties. n.v.t. Leerlingen gaan goed zitten voor de presentaties. Ik geef aan dat de leerlingen goed moeten gaan zitten voor de presentaties. n.v.t. 40 min. Geven van presentaties De gevonden informatie op structurele wijze kunnen vertellen/presente ren in eigen woorden. Leerlingen geven per groepje een presentatie d.m.v. de eindopdracht die ze gekozen hebben in blokuur 1. Leerlingen die niet presenteren schrijven individueel een TIP en een TOP op. Daarna 1 minuut overleg met de buurman of buurvrouw. Ze krijgen van mij de opdracht te letten op inhoud. Na presentatie 2 gaan leerlingen letten op VORM, dus op presenteren. Ik geef aan dat leerlingen kunnen presenteren. Na afloop van elke presentatie laat ik de leerlingen een halve minuut overleggen met hun buurman/buurvrouw over een TIP en een TOP. Daarna volgt een klassengesprek en wijs ik telkens een aantal tweetallen aan die hun TIPS en TOPS over het groepje vertellen. Na 2 presentaties geef ik aan dat we gaan letten op de VORM, oftewel hoe wordt het gepresenteerd, omdat de presentaties grotendeels over hetzelfde onderwerp gaan. Luisteren, in eigen woorden weergeven, beargumente ren, keuze maken en die rechtvaardige n en besluiten op basis van argumenten. 11
10 min. Afsluiting van de les. Korte terugkoppeling naar wat we de afgelopen 2 blokuren hebben gedaan en geleerd hebben. Leerlingen luisteren, antwoorden en kunnen nog vragen stellen. Door middel van een klassengesprek stel ik vragen als wat hebben we geleerd, welke vaardigheden hebben we geleerd, wat moeten we nog oefenen. Luisteren, analyseren en samenvatten. 12
BIJLAGE 2: Leerlingenmateriaal (Leerling-boekje) Thema week 16 en 17: Het bijhouden (administreren) van de voorraad binnen jullie onderneming Leerling-boekje project ondernemen April 2013, Scholengemeenschap Lelystad 13
INHOUDSOPGAVE 1. De eindopdracht Pagina 3 2. De planning Pagina 4 3. Deadlines Pagina 4 4. (Mogelijk) Stappenplan Pagina 5 5. De eisen voor de beoordeling Pagina 6 14
1. De eindopdracht Beste ondernemers, De afgelopen weken hebben jullie een ondernemingsplan gemaakt en zijn jullie eindelijk gestart met je onderneming. De komende twee weken gaan jullie aan de slag met de voorraad binnen je bedrijf. Voor de belastingdienst en je investeerders moet je goed kunnen laten zien hoe de voorraad binnen jullie bedrijf wordt bijgehouden. Maar ook voor jezelf is het van belang dat je de voorraad in het bedrijf op een goede manier gaat administreren en weergeven. De eindopdracht: Sommige bedrijven werken al met voorraad, andere bedrijven gaan binnenkort met voorraad aan de slag. Jullie gaan met je bedrijf de komende 2 weken aan de slag met een eindopdracht, waarbij de volgende hoofdvraag centraal staat: Hoe gaan jullie de voorraad binnen jullie bedrijf bijhouden (administreren) en hoe werkt dit uit voor jullie balans? Let op, dit is de leidraad voor je presentatie. Zorg ervoor dat je alle gevonden informatie toepast op jullie onderneming, dus op jullie situatie. Presenteren: Je presentatie moet tussen de 4 en 5 minuten duren. Dit mag je presenteren op de volgende manier: Door middel van een filmpje Door middel van een PowerPoint Door middel van een toneelstuk Door middel van een Prezi Indien je een ander idee hebt hoe je dit graag wil presenteren, graag overleggen met Luuk. Aan alle opdrachten zitten eisen/criteria verbonden. Zorg dat naar deze criteria hebt gekeken voordat je begint. Deze vind je in hoofdstuk 4 van dit boekje. Heel veel succes! 15
2. De planning Week 16-3 e & 4 e lesuur (10.10-11.50) In te leveren aan het einde van het 4 e lesuur: 2 A4 s met informatie over hoe jullie je voorraad willen gaan bijhouden binnen jullie bedrijf. Je geeft met een aparte kleur aan wat elke ondernemer heeft gevonden (en dus heeft bijgedragen aan het project). Let op, tijdens het 4 e lesuur zal Luuk 5 minuten met elk bedrijf gaan zitten om onder andere de volgende zaken te bespreken: Hoe verloopt de samenwerking? Wie heeft wat gedaan? Wat is er tot dan toe gevonden aan informatie om voorraad te administreren? Week 17 3 e & 4 e lesuur (10.10-11.50) In deze les gaan jullie je de presentatie geven en je hierop voorbereiden. Daarnaast ga je feedback geven op andere ondernemers. Vanaf begin 4 e uur: Elke bedrijf gaat presenteren. Iedereen schrijft een goed punt (een TOP) op en een verbeterpunt (een TIP). Deze verbeterpunten en goede punten gaan over de inhoud van de presentatie. 3. Deadlines Week 16: tussen Begin 2 e uur en eind 2 e uur: 5 minuten gesprek met Luuk Week 16: Eind 2 e uur: inleveren 2 A4 s met gevonden informatie, met daarbij aangegeven met een aparte kleur per groepslid, zodat Luuk weet wat ieder groepslid heeft gemaakt. Week 17: Begin 4 e uur: presenteren hoofdvraag 16
4. (Mogelijk) Stappenplan week 16 Met behulp van dit stappenplan wil ik jullie ondersteunen; het is slechts ter inspiratie. Indien jullie liever een andere werkwijze willen hanteren, dan zijn jullie daar uiteraard geheel vrij in. Stap 1: Bepaal op welke manier jullie met je bedrijf de eindopdracht willen gaan presenteren. Stap 2: Maak een taakverdeling. Zorg dat je in tweetallen deze taken maakt. Ter inspiratie een voorbeeld wat er zoal moet gebeuren: Bepaal wat voor producten je hebt binnen je onderneming. Bepaal met je groepje wat je belangrijk vindt bij het bijhouden van de voorraad. Ga op zoek naar informatie voor jullie probleem. Bekijk de voor - en nadelen van de gevonden informatie voor jullie bedrijf en hoe dit uitwerkt. Bepaal wie wat maakt voor de 2 A4 s. Bespreek gezamenlijk hoe jullie uiteindelijk de voorraad gaan bijhouden binnen jullie bedrijf en maak een keuze. Stap 3: Vervolgens ga je met de groep aan de slag met de taken. Stap 4: Vergaderen halverwege het blokuur: bespreek wat je tot nu toe gevonden hebt en hoe zaken binnen jullie bedrijf uitwerken. Laat deze vergadering maximaal 10 minuten duren. Stap 5: Vervolgens ga je weer met de groep aan de slag met de taken. Stap 6: Vergaderen een kwartier voor het einde van het blokuur: bespreek het resultaat van de 2 A4 s. Wat heb je tot nu toe gevonden en hoe denken jullie bedrijf nu over het bijhouden van de voorraad en op welke wijze dit uitwerkt op de balans. 5. (Mogelijk) Stappenplan week 17 Stap 1: Bepaal wie welk deel voor zijn rekening neemt bij de film/powerpoint/prezi/toneelstuk enz. Stap 2: Aan de slag met het deel dat je hebt gekregen. Een ieder voegt zijn deel na ongeveer 25 minuten toe. Je maakt er met je bedrijf een gehele presentatie van. Stap 3: Nog een keer de gehele presentatie met de groep oefenen. Stap 4: Nu kan je met je groepje het eindresultaat presenteren voor de klas. 17
De eisen voor de beoordeling NAMEN: BEDRIJF: Inhoud van de presentatie Wat weet/kan ik? Starter = Onvoldoende Zoeker = Voldoende Onderzoeker = Ruim voldoende Ervaren = Goed Expert = Zeer goed Beschrijving hoe je de voorraad gaat bijhouden (administreren) Er wordt niet vertelt hoe je de voorraad gaat bijhouden tijdens de presentatie. Er wordt ook niet vertelt hoe dit uitwerkt op de balans. Er wordt heel beperkt informatie gegeven over hoe de voorraad wordt bijgehouden. Er wordt ook beperkt weergegeven hoe het op de balans uitwerkt. Er wordt weergegeven hoe de voorraad wordt bijgehouden. Ook wordt aangegeven hoe het uitwerkt op de balans. Er wordt veel informatie gegeven over hoe de voorraad wordt bijgehouden en dit wordt telkens goed beschreven vanuit de eigen voorraad. Ook wordt goed aangegeven hoe het uitwerkt op de balans. Er wordt zeer duidelijk en veel informatie gegeven over hoe de voorraad wordt bijgehouden en dit wordt telkens zeer goed gekoppeld aan de eigen voorraad. Ook wordt zeer goed aangegeven hoe het uitwerkt op de balans. Toepassing op je eigen bedrijf Er wordt geen link gelegd tussen de eigen voorraad en de theorie. Er wordt met name ingegaan op de theorie en er wordt een link gemaakt met de eigen voorraad. Er is een goede balans tussen de theorie en de beschrijving van de eigen voorraad. Alles wordt duidelijk verteld vanuit de eigen onderneming; dus vanuit de eigen voorraad. De gevonden informatie dient ter ondersteuning. Alles wordt op zeer duidelijke manier verteld vanuit de eigen onderneming; vanuit de eigen voorraad. De theorie loopt er als een rode draad doorheen en dient ter ondersteuning. Berekening van de voorraad Er wordt geen berekening gegeven. Er wordt slechts een hele korte berekening gegeven. Er wordt een goede berekening gegeven. Er worden meerdere berekeningen gegeven en het wordt duidelijk hoe de voorraad wordt bijgehouden. Er worden zeer uitvoerige berekeningen gegeven en hier worden goede conclusies bij getrokken. Hierna is duidelijk wat er allemaal voor mogelijkheden zijn. Keuze hoe je uiteindelijk de voorraad gaat bijhouden Er is geen keuze gemaakt. Er is een keuze gemaakt, maar deze keuze wordt niet toegelicht. Er is een keuze gemaakt en deze keuze wordt toegelicht. Er is een keuze gemaakt en deze keuze wordt duidelijk toegelicht. De voor- en nadelen van deze keuze worden beschreven. Er is een duidelijke keuze gemaakt en deze keuze wordt zeer goed toegelicht. De voor en nadelen van deze keuze worden beschreven en ook de voor en nadelen van niet gekozen opties worden beschreven. Inleveren 2 A4 tjes met gevonden informatie We leveren niets in aan het einde van blokuur 1. We leveren meestal wel iets in maar te laat en onvolledig. We leveren op tijd in maar niet volledig en erg slordig We leveren op tijd in, wel volledig en niet slordig maar er moet nog wel wat gebeuren We leveren op tijd in. Wat we inleveren is volledig en ordelijk. 18
Vorm van de presentatie Wat weet/kan ik? Starter = Onvoldoende Zoeker = Voldoende Onderzoeker = Ruim voldoende Ervaren = Goed Expert = Zeer goed Keuze presentatiemiddel Er is geen relatie tussen de keuze van het presentatiemiddel en de inhoud. Er is enige relatie tussen de keuze van het presentatiemiddel en de inhoud. Er wordt op een goede manier duidelijk gemaakt dat het presentatiemiddel samenhangt met de inhoud. Het presentatiemiddel ondersteunt echt de manier waarop de inhoud wordt bekend gemaakt. Het presentatiemiddel ondersteunt echt de manier waarop de inhoud wordt bekend gemaakt. Er wordt op zeer creatieve en originele wijze verteld hoe voorraad wordt bijgehouden in dit bedrijf. Aandachtstrekker = een uniek iets waarmee je begint met je presentatiemiddel. Er is geen aandachtstrekker. Er wordt geen aandacht getrokken aan het begin. Er is een zeer beperkte aandachtstrekker. Er wordt nauwelijks aandacht getrokken in het begin van de presentatie. Er is een aandachtstrekker. Het is duidelijk de opening van je presentatie. Er is een goede aandachtstrekker. Deze springt er echt tussenuit. Er is een zeer goede aandachtstrekker. Er wordt op bijzondere en speciale wijze aandacht getrokken. Verbale kwaliteiten, zoals verstaanbaarheid. De sprekers spreken onduidelijk en zijn niet goed te verstaan. Het verhaal is te volgen, hier en daar is het niet goed te verstaan. Het verhaal is goed te volgen. Er wordt duidelijk en helder gesproken. Er wordt zeer duidelijk en met enthousiasme gepresenteerd. De klas luistert geboeid. Er wordt met zeer veel passie en enthousiasme gepresenteerd. Er wordt heel duidelijk gesproken. De klas luistert zeer aandachtig en geboeid. Non-verbale kwaliteiten. zoals publiek inkijken en, omhoogkijken. Er wordt geen gebruik gemaakt van non verbale kwaliteiten. Hier en daar wordt er gebruik gemaakt van non verbale kwaliteiten. Er is interactie met de zaal en wordt de zaal ingekeken. Er is veel interactie met de zaal, er wordt goed de zaal ingekeken en ook goed gebruik van handen. Er is zeer veel interactie met de zaal, er wordt goed de zaal ingekeken en ook goed gebruik van handen. Er is een optimale mix tussen verbale en non verbale kwaliteiten. 19
Bijlage 3: Docenthandleiding Thema week 16 en 17: Het bijhouden (administreren) van de voorraad binnen jullie onderneming Docenthandleiding project ondernemen April 2013, Scholengemeenschap Lelystad 20
INHOUDSOPGAVE 1. Voorwoord Pagina 3 2. Lesopzet Pagina 4 3. Aandachtspunten Pagina 5 4. Toelichting beoordeling Pagina 6 5. Toelichting sheets presentatie Pagina 6 6. Lesplannen (MDA) Bijlage 1 7. Leerling-boekje Bijlage 2 (De lesplannen en het leerling-boekje zijn al als bijlage 1 & 2 van het ontwerp toegevoegd. Deze heb ik om die redenen niet wederom in de docenthandleiding toegevoegd.) 21
1. Voorwoord In januari 2013 ben ik gestart met het project ondernemen: het leren van de lesstof door middel van een eigen onderneming. De leerlingen hebben 4 weken lang gewerkt aan een ondernemingsplan. Vervolgens hebben ze dit aan allerlei betrokkenen - zoals ouders, leerlingen en docenten - gepresenteerd. Het doel van deze presentatie was om geld op te halen, zodat ze het bedrijf daadwerkelijk kunnen starten. Een aantal van deze ondernemingen is daarin geslaagd en deze zijn dan ook gestart met hun onderneming. De leerlingen die zijn gestart met hun onderneming, krijgen bepaalde onderdelen van de lesstof op een andere manier aangeboden. Zij mogen op een creatieve wijze de lesstof leren. Dit doen ze vaak aan de hand van een eindopdracht. De essentie van deze lessenserie is gelegen in de manier van lesgeven. Het is vraaggestuurd in plaats van docentgestuurd. Dat wil zeggen dat de leerlingen zelf actief op zoek gaan naar kennis. Jij ondersteunt ze hierbij en probeert aan te moedigen en hulp te bieden: je treedt op als hun begeleider. Het thema voor week 16 & 17 is de voorraadwaardering. Hoe gaan de leerlingen binnen hun bedrijf de voorraad waarderen? Waarom kiezen ze voor een bepaalde voorraadwaardering methode? Bij dit thema heb ik een eindopdracht bedacht. Aan de hand van deze docenthandleiding wordt uitgelegd hoe deze 2 weken er uit zien en wat de leerlingen moeten gaan doen. De opdracht is open en bevat geen inhoudelijke informatie. Indien je naar aanleiding van deze handleiding nog vragen hebt of suggesties wil doen, laat het me dan vooral weten. Luuk Schoenmakers Docentstagiair Management & Organisatie 22
2. Lesopzet Hieronder geef ik per blokuur aan wat jouw taken zijn en wat de leerlingen gaan doen. Dit staat ook uitgebreid beschreven in de lesplannen in de bijlage. Blokuur 1: Les 1 & 2 Aan het begin van het blokuur geef je een presentatie over de eindopdracht die de leerlingen gaan maken. Deze presentatie gaat niet over de inhoud, maar over hoe het project er uit komt te zien. Voor de presentatie en de toelichting daarop, verwijs ik graag naar de bijlage. Na deze presentatie gaan de leerlingen met hun bedrijf bij elkaar zitten en deel je de leerling-boekjes uit met daarin alle informatie die ze nodig hebben om de eindopdracht te kunnen gaan maken. De leerlingen hebben vervolgens keuze hoe ze de eindopdracht vorm gaan geven: een film, PowerPoint, toneelstuk, prezi of zelf iets aandragen. Na deze introductie, hebben de leerlingen 20 minuten de tijd om te beslissen welke eindopdracht ze kiezen en om een plan van aanpak te maken. In deze 20 minuten moet je noteren welke keuze elk bedrijf maakt. Probeer tijdens deze 20 minuten te stimuleren door middel van vragen als wat ze het leukste vinden en waarom ze bepaalde keuzes te maken. Daarna hebben de leerlingen een uur de tijd om actief te zoeken naar informatie voor de eindopdracht en om dit uit te werken op 2 A4 s, waar ieder zijn deel door middel van een aparte kleur heeft toegevoegd. Halverwege dit uur zal ga je telkens 5 minuten zitten met elk groepje om het proces en de gevonden informatie te bespreken. Hier stel je vragen als: hoe is het tot nu toe gegaan, wat heb je gevonden? Hoe kijk je nu tegen de situatie aan? Wat denken jullie dat het beste bij jullie bedrijf past? Op die manier kan je nog bijsturen indien nodig. Aan het einde van de les neem je de A4 s in en check ik of alles duidelijk is voor de volgende keer. De leerlingen moeten met een aparte kleur hebben aangegeven hebben wat ieder groepslid heeft gedaan. Blokuur 2: Les 3 & 4 In het 1 e uur van dit blokuur gaan de leerlingen aan de slag met de presentatie. De 2 A4 s geef je terug met wat korte feedback er op geschreven. Zorg hierbij dat je niet teveel alles omgooit wat ze tot nu toe gedaan hebben. Ze hebben anders niet meer de tijd om het te veranderen. Tijdens het samenwerken loop je als docent rond en ondersteun je daar waar nodig is. Na 50 23
minuten roep je iedereen naar voren en gaan de bedrijven hun eindopdracht presenteren. Tijdens de presentaties schrijven de leerlingen een TIP en een TOP op over de inhoud. Dit overleggen ze een halve minuut met hun buurman na de presentatie. Daarna wijs je wat groepjes aan voor commentaar. Na 2 presentaties moeten de leerlingen een TIP en een TOP opschrijven over de vorm (de presentatie). Tijdens de presentaties vul je zelf als docent de rubrics in. 3. Aandachtspunten Hieronder geef ik kort nog wat extra aandachtspunten voor de lessenserie: Zorg ervoor dat je vanuit een vraaggestuurd manier werkt. Dat wil zeggen dat je door middel van vragen stellen de leerlingen zelf actief op zoek laat gaan naar informatie. Als je zelf de lesstof gaat vertellen, ben je namelijk al weer snel docentgestuurd bezig. Het is mogelijk dat leerlingen zelf met een presentatiemiddel komen. Dit mogen ze ook, zolang het maar wel helpt bij het presenteren bij hun voorraadwaardering methode. Indien de leerlingen eenmaal actief aan het werk zijn, kun je zelf rondlopen en vragen stellen aan de leerlingen. Tijdens het 5-minuten gesprek, kun je controleren hoe ze gewerkt hebben en of de begrippen zijn aangekomen. Vaak weet je dit al als je hebt rondgelopen tijdens het werken. Toch is het voor de leerlingen goed dat ze apart zitten, omdat ze dan gerichte feedback krijgen. Dit is voor hun dan een tussenevaluatie. Tijdens het presenteren, moet je na 2 presentaties aangeven dat de TIPS en TOPS van de leerlingen nu gaan over de vorm en niet meer over de presentatie. Vanwege het feit dat alle presentaties grotendeels over hetzelfde gaan, leg je op die manier het accent naar de manier van presenteren. Tijdens het klassengesprek gaat het erom dat je kort vraagt hoe ze de samenwerking vonden gaan en wat ze geleerd hebben. Dit is de evaluatie van het project. 24
4. Toelichting beoordeling De leerlingen krijgen ook in hun leerling-boekje de eisen waarnaar gekeken wordt bij de beoordeling van de eindopdracht. Hierna heb ik op een rij gezet waar je in grote lijnen op moet letten bij de beoordeling van de presentatie: De leerlingen moeten LIFO, FIFO en vvp kunnen noemen. Dit wordt ook genoemd in hoofdstuk 20. Stuur leerlingen tijdens de begeleiding ook erop aan dat ze de begrippen technische en economische voorraad benoemen. Over deze voorraadwaardering methoden moeten ze een aantal voor- en nadelen kunnen benoemen. Daarnaast moeten ze met een berekening kunnen laten zien wat het verschil is tussen deze methoden. Indien leerlingen het echt goed doen, dan laten ze de berekeningen telkens zien vanuit hun eigen bedrijf. De essentie is gelegen in het feit dat ze alles moeten vertellen vanuit hun eigen bedrijf. Bijvoorbeeld: Als we onze laatst gekochte pennen als eerste weer verkopen, dan passen we LIFO toe. Dat ziet er met een berekening als volgt uit. Kortom, ze moeten telkens alle voorbeelden toepassen op de eigen situatie. Bij de vorm van de presentatie zijn een aantal aspecten van belang. Denk aan omhoog kijken, verstaanbaarheid, rustig spreektempo enz. In de rubrics zie je een vakje met non-verbale en verbale kwaliteiten. Ook is het van belang dat ze een aandachtsrichter hebben bij de presentatie; hoe zorgen ze ervoor dat het publiek gelijk geboeid is. 5. Toelichting sheets presentatie Hierna zal ik per sheet aangeven wat belangrijk is om erbij te vertellen. Weet wel dat alle informatie die je hier vertelt ook in het leerling-boekje staat. Het is dus geen ramp als je enkele zaken vergeten bent te vertellen. Dit kunnen ze dan alsnog opzoeken in het leerlingboekje. Dit zijn de opmerkingen per sheet: Sheet 1: Deze sheet laat je staan bij het binnenkomen van de leerlingen. Zodra iedereen op zijn plek zit, kan je doorklikken naar sheet 2. Sheet 2: Bij deze sheet heet je iedereen welkom en geef je aan wat het thema is van die week. Sheet 3: Hier geef je kort de inhoud van de presentatie aan. 25
Sheet 4: Geef bij sheet 3 duidelijk aan dat de belastingdienst en investeerders willen zien hoe je de voorraad bijhoudt en hoe bepaal zaken uitwerken op de balans. Sheet 5: Bij de presentatiemiddel mogen ze er ook 1 zelf kiezen als ze een betere manier weten. Dit moeten ze dan wel met jou overleggen. Een presentatie moet tussen de 4 en 5 minuten duren. Sheet 6: Hier geef je enkele stappen aan die ze moeten nemen. Eerst moeten ze zelf bepalen wat voor voorraad ze hebben en wat ze dan belangrijk vinden bij het bijhouden. Sheet 7: Hier geef je aan wat ze moeten inleveren en welke afspraken ze met jou hebben. Geef bij deze sheet ook aan dat ze in week 17 moeten presenteren. Dit doen ze in het tweede uur. Sheet 8: Benadruk goed dat de criteria in het boekje staan. Hierop worden ze beoordeeld. Ze krijgen een beoordeling voor de inhoud en voor de presentatie. Het eindcijfer telt mee als SO. Sheet 9: Bij deze sheet is ruimte voor vragen. 26
BIJLAGE 4: Sheets presentatie Thema week 16 & 17: Hoe gaan jullie de voorraad bijhouden in je bedrijf? Lelystad, april 2013 27
Eindopdracht voorraadwaardering 4HAVO 1. De hoofdvraag 2. Presentatiemiddelen 3. Essentiële stappen 4. Planning & deadlines week 16 5. Beoordeling 1. De hoofdvraag Hoe gaan jullie de voorraad binnen jullie bedrijf bijhouden (administreren) en hoe werkt dit uit op de balans? 28
2. Presentatiemiddelen Film PowerPoint Prezi Toneelstuk Iets anders Tussen de 4 en 5 minuten 3. Essentiële stappen Bepaal wat voor voorraad je hebt. Wat vind je belangrijk bij het bijhouden van de voorraad. Stel eisen op wat jullie belangrijk vinden als je de voorraad gaat bijhouden. Ga pas daarna informatie zoeken. 29
4. Planning & deadlines week 16 Na 20 minuten 1 e blokuur: Keuze presentatiemiddel en een plan van aanpak. Halverwege 1 e blokuur: 5-minuten gesprekken over proces + inhoud Eind eerste blokuur: 2 A4tjes met gevonden informatie. Aparte kleur per persoon. 5. De beoordeling Criteria waar je aan moet voldoen om een voldoende te halen staan in je leerling-boekje Je krijgt een groepscijfer, maar naar je individuele bijdrage wordt wel gekeken! 30
Nog vragen? 31