Slachtoffers van woninginbraak



Vergelijkbare documenten
Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland

Fact sheet. Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland Politie Eenheid Amsterdam. Veiligheidsbeleving buurt. nummer 4 februari 2013

Straatintimidatie Amsterdam. Factsheet Onderzoek, Informatie en Statistiek

Straatintimidatie van vrouwen in Amsterdam

2012 b 2013 b 2012 b 2013 b (% één of meer keer slachtoffer)

TOENAME SPANNINGEN TUSSEN BEVOLKINGSGROEPEN IN AMSTERDAMSE BUURTEN

Tabellen Veiligheidsmonitor 2008 Leiden

Veiligheidssituatie in s-hertogenbosch vergeleken Afdeling Onderzoek & Statistiek, juni 2014

Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren

Veiligheidsmonitor 2009 Gemeente Leiden

Veiligheidsmonitor 2010 Gemeente Leiden

[Geef tekst op] Straatintimidatie in Amsterdam. Factsheet. Onderzoek, Informatie en Statistiek

De Eindhovense Veiligheidsindex. Eindhoven, oktober 11

Slachtofferschap onder burgers naar delictsoort, volgens de VMR en de IVM a

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015

Tabel 1: Stellingen Fysieke voorzieningen en Sociale contacten in woonbuurt (%)

Openbare orde en veiligheid

Veiligheidsmonitor Hengelo Wijkrapport Buitengebied Augustus 2010

Hoe beoordelen Almeerders de leefbaarheid en veiligheid in hun buurt?

Bijlage 4 Tabellen. Verklaring van tekens in tabellen

Criminaliteit en slachtofferschap

Stadsmonitor. -thema Veiligheid-

FACTSHEET. Buurtveiligheidsonderzoek AmsterdamPinkPanel

Veiligheidsmonitor Hengelo Wijkrapport Woolde Augustus 2010

24 maart Onderzoek: Veiligheid in uw buurt

Leefbaarheid en overlast in buurt

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Criminaliteit en slachtofferschap

Monitor Veiligheidsbeleid gemeente Groningen mei - augustus 2018

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016

Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft

Burgerpanel Capelle aan den IJssel

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Ontwikkeling van misdrijven in Amersfoort

Inbraakpreventie in Westfriesland

Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid

7,5 50,4 7,2. Gemeente Enkhuizen, Leefbaarheid. Overlast in de buurt Enkhuizen. Veiligheidsbeleving Enkhuizen

ONDERZOEK VEILIGHEID. Inwonerpanel Gemeente Dongen Onderzoek 9 Mei GfK 2014 Gemeente Dongen Onderzoek Veiligheid Mei

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014

Opvattingen van Amsterdammers over tolerantie jegens homoseksuelen

Fact sheet Wonen in Uithoorn 2017

Fact sheet Wonen in Amstelveen. Kerncijfers

Bewoners regio kopen minder in eigen gemeente

Resultaten Leefbaarheid- en Veiligheidsenquête maart 2006 t/m januari

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving

Monitor leefbaarheid en veiligheid Woonvoorziening Boschdijk, Eindhoven

Leefbaarheidsmonitor. Inzicht in de leefbaarheid en veiligheid in uw gemeente. Scope Onderzoek B.V. KvK Stadionstraat 11B9 4815NC Breda

Inleiding. Beleving van veiligheid. Veiligheid als begrip

Gemeente Breda. Subjectieve onveiligheid. Individuele en buurtkenmerken onderzocht. Juni 2015

Feiten over. Veiligheidsbeleving. in de gemeente Arnhem

Hoe veilig is Leiden?

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Transcriptie:

1 Slachtoffers van woninginbraak Fact sheet juli 2015 Woninginbraak behoort tot High Impact Crime, wat wil zeggen dat het een grote impact heeft en slachtoffers persoonlijk raakt. In de regio Amsterdam-Amstelland geven, net als voorgaande jaren, meer bewoners aan dat bij hen is ingebroken dan landelijk gezien. Dit blijkt uit de Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland. Bewoners waarbij werd ingebroken voelen zich onveiliger in hun buurt dan mensen waarbij dit niet gebeurde. Bovendien voelen slachtoffers van woninginbraak zich duidelijk onveiliger dan slachtoffers van geweld, vandalisme en diefstal. Het delict mag dan ook met recht een High Impact delict worden genoemd. Op landelijk niveau gaf in 2014 gemiddeld 3% van de Nederlanders aan slachtoffer te zijn geworden van woninginbraak. Dit resultaat is afkomstig uit de door het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS) gepresenteerde Veiligheidsmonitor 2014 (CBS, 2015): een jaarlijks onderzoek dat Nederlanders vraagt naar veiligheid, leefbaarheid en slachtofferschap. Amsterdam-Amstelland beschikt over hetzelfde instrument op niveau van de regio: de Veiligheidsmonitor Amsterdam- Tabel 1 Aangiften (abs.) en gerapporteerd slachtofferschap (procenten) van woninginbraak Amsterdam-Amstelland, 2010-2014 bron 2010 2011 2012 2013 2014 1 politiecijfers (abs.) aantal woninginbraken 6.992 6.589 6.940 7.729 6.244 slachtofferrapportages (%) poging woninginbraak (zonder diefstal) 3,4 3,5 3,5 3,9 woninginbraak (met diefstal) 2,3 2,3 2,3 2,6 totaal (woninginbraak met en zonder diefstal) 5,2 5,2 5,1 5,9 6,4 bron: Politie Eenheid Amsterdam/OIS Amstelland (VMAA). Aan de VMAA 2014 hebben 15.402 bewoners uit de regio deelgenomen. Van hen geeft 6,4% aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geworden van woninginbraak (978 respondenten) (tabel 1). Dit percentage ligt net als voorgaande jaren aanzienlijk hoger dan het bovengenoemde landelijke gemiddelde van 3% (CBS, 2012-2014). Terwijl het percentage slachtoffers volgens de VMAA in 2014 steeg ten opzichte van 2013, daalde het politiecijfer van de regio Amsterdam-Amstelland voor woninginbraak sterk (met 19%) in 2014. In 2013 waren er 7.729 aangiften van woninginbraak, in 2014 daalde dit naar 6.244. In deze fact sheet verdiepen we ons in de slachtoffers van woninginbraak en de impact van het delict met behulp van de VMAA. Hierbij gaan we in op wie vaker slachtoffer wordt, waar men met name slachtoffer wordt en in hoeverre kenmerken van de woning hierbij een rol spelen. Ook kijken we wat mensen aan preventie doen om inbraak te voorkomen. Ten slotte kijken we naar de geschatte kans op slachtofferschap van inbraak en onveiligheidsgevoelens in relatie tot slachtofferschap.

2 Figuur 2 Gerapporteerd slachtofferschap (procenten) en aantal aangiften (x100) naar gemeente en stadsdeel, 2014 12 10 8 6 4 2 0 Nieuw- Noord Zuidoost Centrum Oost Zuid Amstelveen Ouder- Amstel Diemen Uithoorn Aalsmeer slachtoffers (procenten) aangiften (x100) bron: Politie Eenheid Amsterdam/OIS Slachtoffers van woninginbraak Meer respondenten met een niet-westerse herkomst (9%) 2 rapporteren slachtofferschap in de afgelopen 12 maanden dan bewoners van autochtone (5%) en westerse herkomst (6%). Onder respondenten die minder dan twaalf uur per week werken, rapporteert een groter deel (10%) slachtofferschap dan mensen die dit wel doen (6%). Ten slotte worden procentueel gezien veel arbeidsongeschikten (11%) en studenten (9%) slachtoffer. Het percentage gerapporteerd slachtofferschap van woninginbraak varieert tussen gemeenten en stadsdelen. In Ouder-Amstel en Amsterdam geven vrij veel bewoners aan in de afgelopen Tabel 3 Type/soort woningen en percentage slachtoffers slachtoffers (%) type woning koopwoning 6 huurwoning 7 soort woning twee-onder-een-kapwoning 9 hoekwoning in een rij 9 benedenwoning 9 op kamers 8 woonboot/-wagen 8 vrijstaande woning 6 tussenwoning in een rij 6 seniorenwoning/serviceflat/aanleunwoning 6 flat 6 bovenwoning 4 anders 8 12 maanden slachtoffer te zijn geworden (7%). Op Amsterdams stadsdeelniveau is te zien dat het percentage gerapporteerd slachtofferschap het hoogst is in Nieuw- (10%), gevolgd door Noord en Zuidoost (beide 8%). In Zuid is dit percentage het laagst (4%). In de drie stadsdelen met het hoogste percentage gerapporteerd slachtofferschap, werden ook de meeste aangiften van woninginbraak gedaan (figuur 2). Woninginbraak verschilt per type woning. Meer bewoners van huurwoningen dan bewoners van een koophuis geven aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geworden van woninginbraak, hoewel het verschil klein is (respectievelijk 7% en 6%) (tabel 3). Er is gekeken naar slachtofferschap in de afgelopen 12 maanden omdat dit een representatiever beeld geeft van de woning waar is ingebroken: mensen kunnen immers zijn verhuisd. Vervolgens is per soort woning bekeken hoeveel procent van de bewoners slachtofferschap van woninginbraak rapporteerde in de afgelopen 12 maanden (tabel 3). Onder bewoners van een twee-ondereen-kapwoning, hoekwoning en benedenwoning zijn procentueel gezien de meeste slachtoffers (9%). De ondervraagde bewoners van een bovenwoning geven het minst vaak aan dat zij slachtoffer zijn (4%). Preventieve maatregelen Om inbraak te voorkomen, kunnen mensen preventieve maatregelen nemen. Hierbij kan gedacht worden aan het licht laten branden wanneer er s avonds niemand thuis is, extra veiligheidssloten of grendels, rolluiken of luiken voor de ramen en/of deuren, buitenverlichting

Tabel 4 Preventieve maatregelen naar type woning (procenten) 3 licht branden sloten/grendels (rol)luiken buitenlicht alarminstallatie type woning koopwoning 37 73 10 64 17 huurwoning 31 57 8 47 7 en een alarminstallatie. Respondenten met een koopwoning nemen meer preventieve maatregelen dan bewoners van huurwoningen (tabel 4). Huiseigenaren hebben vooral vaker veiligheidssloten/grendels op de deuren en buitenverlichting. Huurders zijn wellicht minder bereid te investeren in preventieve maatregelen dan bewoners van koopwoningen (Vollaard, 2014). Daarnaast hebben woningen die gebouwd zijn na het Bouwbesluit en dus opgeleverd na 2001 een kwart lagere kans op inbraak. Deze woningen dienen te voldoen aan eisen voor beveiligde deuren en ramen. Van de sociale huurwoningen is een groot deel voor het bouwbesluit opgeleverd (Vollaard, 2015). In figuur 5 is te zien dat in de drie stadsdelen met de hoogste percentages gerapporteerd slachtofferschap (Nieuw-, Zuidoost en Noord) meer dan de helft van de woningvoorraad bestaat uit sociale huurwoningen. Respondenten die aangeven dat zij in de afgelopen vijf jaar slachtoffer werden van inbraak, nemen meer preventieve maatregelen dan deelnemers die geen slachtoffer werden (tabel 6). Vooral het percentage slachtoffers dat het licht laat branden, is hoger dan het percentage niet-slachtoffers. Extra sloten en grendels op de buitendeuren is de meest gekozen preventieve maatregel, door zowel slachtoffers als nietslachtoffers. Ook hebben veel respondenten buitenverlichting, in tegenstelling tot (rol)luiken voor de ramen en deuren. In alle gevallen is het percentage slachtoffers dat deze maatregelen neemt, hoger. Figuur 5 Woningvoorraad naar stadsdelen en eigendom, 1 januari 2014 (procenten) Noord Zuidoost Nieuw- Oost Centrum Zuid 0 20 40 60 80 100% eigenaar/bewoner sociale verhuur particuliere verhuur bron: DBI/DBGA/OIS Geschatte kans op slachtofferschap Naast dat mensen in de VMAA voor diverse delicten kunnen aangeven of zij slachtoffer zijn geworden, wordt hen ook gevraagd een schatting te geven van de kans dat zij in de komende 12 maanden slachtoffer worden van diverse delicten. Ten opzichte van de delicten zakkenrollerij (zonder geweld), beroving op straat (met geweld) en mishandeling, wordt de kans om in de komende 12 maanden slachtoffer te worden van woninginbraak procentueel gezien het grootst geschat onder alle deelnemers aan de VMAA (figuur 7). Van alle deelnemers schat 15% de kans op woninginbraak de komende 12 maanden groot of heel groot versus 8% voor zakkenrollerij, 5% voor beroving op straat en 4% voor mishandeling. Tabel 6 Preventieve maatregelen naar slachtofferschap (procenten) licht branden sloten/grendels (rol)luiken buitenlicht alarminstallatie slachtoffer afgelopen 5 jaar ja 46 75 12 62 21 nee 31 62 9 54 10

4 De kans op slachtofferschap van woninginbraak in de komende 12 maanden wordt aanzienlijk groter geschat door mensen die eerder al slachtoffer werden van inbraak (figuur 8). Van slachtoffers in de afgelopen vijf jaar schat 41% de kans op slachtofferschap van hetzelfde delict (heel) groot binnen 12 maanden tegenover 12% van de respondenten die geen slachtoffer werden. Dit effect is nog sterker bij slachtoffers van inbraak in de afgelopen 12 maanden: 56% van hen beoordeelt de kans op slachtofferschap in het komende jaar (heel) groot tegenover 14% van de respondenten die geen slachtoffer werden. Figuur 7 Geschatte kans op slachtofferschap naar delicttype (percentage (heel) groot) % 16 14 12 10 8 6 4 2 Voornamelijk respondenten uit Noord (74%) en Nieuw- (70%) die in de afgelopen 12 maanden slachtoffer werden, schatten de kans op opnieuw een inbraak groot. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld slachtoffers in stadsdeel Centrum, waar 35% de kans groot schat. Daarnaast is onder lager opgeleide slachtoffers het percentage dat de kans groot schat hoger (66%) dan onder hoog opgeleide slachtoffers (53%). Ten slotte schatten meer slachtoffers van niet-westerse herkomst de kans groot (67%) dan slachtoffers van autochtone of westerse herkomst (respectievelijk 50% en 52%). 0 woninginbraak zakkenrollerij beroving op straat mishandeling Relatie woninginbraak en onveiligheidsgevoelens Figuur 8 Geschatte kans op woninginbraak (percentage (heel) groot) slachtoffer in de afgelopen 12 maanden slachtoffer in de afgelopen 5 jaar 0 10 20 30 40 50 60% slachtoffers niet-slachtoffers Om de impact van woninginbraak te meten, kan gekeken worden of het slachtofferschap zich vertaalt in onveiligheidsgevoelens. Tabel 9 laat zien dat slachtoffers van inbraak zich in de buurt en in het algemeen vaker onveilig voelen dan niet-slachtoffers. Van alle slachtoffers in de laatste vijf jaar voelt 8% zich vaak onveilig in de buurt tegenover 2% van de niet slachtoffers. Voor onveiligheidsgevoelens in het algemeen geldt hetzelfde. Voor recenter slachtofferschap is het effect sterker. Van de slachtoffers in de afgelopen 12 maanden voelt 12% zich vaak onveilig in de buurt tegenover 3% van de niet-slachtoffers. Een ongeveer even groot verschil wordt gevonden voor onveiligheidsgevoel in het algemeen: 12% van de slachtoffers voelt zich in het algemeen wel eens onveilig tegenover 2% van de nietslachtoffers. Tabel 9 Vaak onveilig voelen in de buurt en in het algemeen (procenten) In de buurt In het algemeen slachtoffer in de afgelopen 5 jaar ja 8 8 nee 2 2 slachtoffer in de afgelopen 12 maanden ja 12 12 nee 3 2 Van de slachtoffers in de afgelopen 12 maanden voelen vooral vrouwen zich vaak onveilig in de buurt (16% van de vrouwelijke tegenover 9% van de mannelijke slachtoffers). Op stadsdeelniveau voelen in Nieuw- de meeste slachtoffers zich vaak onveilig in de buurt (21%), gevolgd door slachtoffers uit Oost (17%). Ook meer slachtoffers met een niet-westerse herkomst voelen zich in de eigen buurt vaak onveilig (19%), in vergelijking tot slachtoffers met een westerse herkomst (11%) en autochtone slachtoffers (7%).

Voorgaande laat zien dat slachtoffers van inbraak zich in de buurt vaker onveilig voelen, maar hoe verhoudt zich dit tot slachtofferschap van andere delicttypen? Tabel 10 laat de samenhang tussen onveiligheidsgevoelens en slachtofferschap van inbraak, geweld, vandalisme en diefstal zien door middel van de correlatiecoëfficiënt. Tabel 10 Samenhang delicttypen en onveiligheidsgevoelens (Pearson Correlatiecoëfficiënt: schaal van 0-1: 0= geen samenhang, 1= perfecte samenhang) onveilig in de buurt onveilig in het algemeen r= r= inbraak.64***.51*** geweld.37***.34** vandalisme.23*.19 diefstal.08.01 * p <.05 ** p <.01 *** p <.001 De correlatiecoëfficiënt is een maat om de samenhang uit te drukken en bevindt zich op een schaal van 0 tot 1. Een coëfficiënt van 0 betekent geen samenhang, een coëfficiënt van 1 een perfecte samenhang. Een hoger coëfficiënt houdt derhalve meer samenhang in. In vergelijking tot slachtofferschap in de eigen buurt van geweld, diefstal en vandalisme 3 in de afgelopen 12 maanden heeft woninginbraak de sterkste (significante) samenhang met onveiligheidsgevoelens in de buurt en in het algemeen. Ook slachtofferschap van geweld hangt samen met beide onveiligheidsgevoelens. Vandalisme hangt enkel samen met onveilig voelen in de buurt, slachtofferschap van diefstal toont geen significante samenhang met onveiligheidsgevoelens. De uitkomst dat inbraak het sterkst samenhangt met onveiligheidsgevoelens, laat zien dat dit delict met recht een High Impact delict mag worden genoemd. 5 Noten 1 Tot en met 2013 werd aan slachtoffers gevraagd of zij in het afgelopen jaar slachtoffer zijn geworden van 1) woninginbraak zonder diefstal en 2) woninginbraak met diefstal. Op basis van deze vraag konden twee cijfers worden berekend: hoeveel procent van de respondenten minstens eenmaal slachtoffer was geworden van poging tot woninginbraak en van woninginbraak. In 2014 is gevraagd of er in het afgelopen jaar sprake was van slachtofferschap van woninginbraak of een poging daartoe en zo ja, of de laatste keer iets is gestolen. Het onderscheid tussen een poging en een daadwerkelijke inbraak geldt in dit cijfer dus enkel voor de laatste inbraak. Het onderscheid wordt wegens deze methodebreuk voor 2014 niet gemaakt. 2 Beschreven verschillen in deze fact sheet zijn getoetst op significantie en blijken significant. 3 Onder geweld worden mishandeling, bedreiging, straatroof en seksuele intimidatie verstaan. Diefstal bestaat uit zakkenrollerij en allerlei andere vormen van diefstal. Vandalisme betreft vernieling van persoonlijke eigendommen. Literatuur Centraal Bureau voor de Statistiek (2012). Integrale Veiligheidsmonitor 2011. Centraal Bureau voor de Statistiek (2013). Veiligheidsmonitor 2012. Centraal Bureau voor de Statistiek (2014). Veiligheidsmonitor 2013. Centraal Bureau voor de Statistiek (2015). Veiligheidsmonitor 2014. Vollaard, B. (2014). Beïnvloeding van inbraakpreventiegedrag. Utrecht: Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Vollaard, B. (2015, 11 maart). Waarschuwen tegen inbraak maakt mensen nodeloos bang. NRC. Colofon Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) Oudezijds Voorburgwal 300 1012 GL Amsterdam www.ois.amsterdam.nl s.wilde@amsterdam.nl Telefoon 020 251 0307 Auteurs Sara de Wilde Josca Boers Harry Smeets