Paramedisch protocol PIP resectie artroplastiek v.2-09/2013 Dit protocol is bedoeld voor de postoperatieve nabehandeling van een PIP resectie-artroplastiek met een prothese. In dit protocol wordt als voorbeeld genomen de nabehandeling na gebruik van de non-constraint Pyrocarbon prothese uit twee delen van de firma Ascension. Het protocol is bedoeld als richtlijn voor de behandeling. Het te volgen beleid is afhankelijk van de peroperatieve situatie en wordt individueel vastgesteld in overleg met de behandelend chirurg. Er wordt onderscheid gemaakt tussen patiënten met en zonder reuma. Protocol A Protocol B Patiënten zonder systemische degeneratieve artrose A1: Dorsale benadering PIP, uitgaande van een goede kwaliteit van de centrale extensorslip en collaterale ligamenten A2: Dorsale benadering PIP, waarbij de kwaliteit van de centrale slip discutabel is of indien er preoperatief sprake is van een extensiebeperking in PIP. Patiënten met reumatoïde artritis Behalve het onderliggend lijden heeft tevens de keuze van prothese, de chirurgische benadering en de kwaliteit van het resterende bewegingsapparaat invloed op de nabehandeling. Dit protocol is derhalve bedoeld als een richtlijn om een individuele nabehandeling vorm te geven. Dit protocol geldt alléén voor de postoperatieve nabehandeling van PIP resectie artroplastiek via een dorsale benadering met de tweedelige PyroCarbon prothese van de firma Ascension.. Indicatie Pijn en/of beperkte ROM in PIP op basis van degeneratieve of posttraumatische artrose Subluxatie/dislocatie PIP gewricht als gevolg van kraakbeen beschadiging Revisie van een PIP prothese Het kapsel/bandapparaat en bot moet voldoende stabiliteit en fixatie kunnen waarborgen onder hoge belasting. Resultaat Pijnvrije inzetbaarheid van desbetreffende vinger Mobiliteit PIP 70-90 graden flexie, 0-10 graden extensie tekort Complicaties Infectie Dislocatie/subluxatie prothese Extensie-lag / centrale slip loosening Swanneckstand vinger Prothese specifieke lange termijn complicaties (loosening)
p. 2 -ALLEEN GELDIG OP PRINTDATUM PROTOCOL A1 Voor patiënten zonder systemische degeneratieve artrose en een goede kwaliteit van de stabiliserende ligamentiare structuren en extensorapparaat Aandachtspunten Het beleid is afhankelijk van de kwaliteit van de centrale slip/fibro-ossale insertie. Hyperextensie van PIP-gewricht voorkomen. Voorkomen van verklevingen van de extensorpees en laterale banden. Wees alert op het ontstaan van een extensielag (tekort aan extensie). 0 2 weken postoperatief Postoperatief krijgt de patiënt voor 5-7 dagen een drukverband / gipsspalk waarin de vinger recht uitgelijnd geïmmobiliseerd wordt met het PIP in 15 graden flexie en DIP in 0 graden extensie. Adviezen ten aanzien van oedeem preventie/reductie: elevatie en zo nodig coban wrap. De hand wordt overdag tijdens het gaan in een sling/mitella gedragen (hart-hoogte) Pijnreductie Zo nodig ijsapplicatie Na 5-7 dagen wordt de gipspalk vervangen door een dorsale vinger spalk (figuur 1). Het PIP en DIP gewricht staat in deze spalk in 0 graden extensie. De spalk moet een goede zijdelingse ondersteuning geven. Fig. 1: een op maat gemaakt dorsale vingerspalk In de spalk: blokkeer oefening voor actieve flexie DIP en PIP (figuur 2). Actieve extensie tot aan spalk. 5x per dag oefenen, 10 herhalingen per gewricht. Zo mogelijk toewerken naar 60 graden flexie bij 2 weken p.o. Nota bene: Echter alleen progressie actieve flexie indien er geen extensielag ontstaat! Geen deviatie en rotatie krachten op de desbetreffende vinger. Krachtige grepen (knijp- en pinchkracht) niet toegestaan. Hand mag gebruikt worden bij lichte dagelijkse activiteiten met spalk om!
p. 3 -ALLEEN GELDIG OP PRINTDATUM Fig. 2: blokkeer oefening voor DIP en PIP 3 4 weken postoperatief Zo nodig continueren adviezen t.a.v. oedeem reductie Start litteken behandeling: massage, evt. siliconen sheet. Pijnreductie Zo nodig ijsapplicatie Voor oefeningen: zie periode 0-2 weken. Voorkom hyperextensie, toewerken naar 0 graden extensie beperking in PIP. Indien er geen extensielag is, toewerken naar 75 graden flexie in PIP. Gecombineerde flexie PIP en DIP. Indien moeite met actieve flexie haak maken (voorwaarde: passieve DIP flexie volledig). Vanaf 3 weken postoperatief: oefenen van functionele grepen zoals een cilindergreep. Geen deviatie en rotatie krachten op de desbetreffende vinger. Krachtige grepen (knijp- en pinchkracht) niet toegestaan. Hand mag gebruikt worden bij lichte dagelijkse activiteiten met spalk om! 5 6 weken postoperatief Continueren litteken behandeling: massage, evt. siliconen sheet. Dorsale vinger spalk (figuur 1) overdag af maar s nachts om voor bescherming. Bij extensielag DIP mede immobiliseren in de spalk / spalk ook overdag intermitterend om. Zo nodig buddytape (bij deviatie stand, matige flexie of verminderd inschakelen vinger). Geen beperkingen tav flexie. Zo mogelijk toewerken naar 90 graden flexie in PIP. Voorkom hyperextensie. Bij onvoldoende flexie: selectieve passieve flexie DIP (rekken ORL). Bij extensielag: place-hold extensie oefenen. Functioneel inzetten bij lichte activiteiten.
p. 4 -ALLEEN GELDIG OP PRINTDATUM 7 8 weken postoperatief Continueren litteken behandeling: massage, evt. siliconen sheet. afgebouwd, tenzij extensielag. Zo nodig buddytape (bij deviatie stand, matige flexie of verminderd inschakelen vinger) Voor oefeningen: zie periode 5-6 weken Toewerken naar volledige vuist. Bij aanhoudende flexie beperking is rustige passieve flexie toegestaan mits er geen extensielag is. Opbouwen van belastbaarheid en inzetbaarheid van vinger/hand bij activiteiten. PROTOCOL A2 Voor patiënten zonder systemische degeneratieve artrose doch wel een twijfelachtige kwaliteit van de stabiliserende ligamentiare structuren en extensorapparaat Dit protocol wijkt af van protocol A1 doordat: de flexie in het PIP gewricht veel rustiger en gedoseerd wordt opgebouwd de extensie oefeningen altijd begonnen worden met place-hold voor de extensie. Vinger flexie kan geoefend worden met behulp van een (grote) cilinder volgens de volgende opbouw: Week 1: tot 30 graden flexie Week 2: tot 45 graden flexie Week 3/4: tot 60 graden flexie Week 5/6: geleidelijk verdere opbouw flexie Fig. 3: oefenen flexie vinger met cilinder ASSESSMENT PROTOCOL A Intake / preoperatief, 6 wkn, 3 mnd, AROM MCP, PIP en DIP aangedane vinger Pijn (NRPS rust en NRPS max) Beperkingen in activiteiten (DASH) Knijpkracht (stand 2) Let op: bij postoperatieve intake en 6 wkn postoperatief geen krachtmetingen!
p. 5 -ALLEEN GELDIG OP PRINTDATUM PROTOCOL B Patiënten met reumatoïde artritis Aandachtspunten Pre-operatief assessment. In overleg met behandelend chirurg het protocol individueel aanpassen afhankelijk van de pre- en per-operatieve bevindingen. 3 weken spalkimmobilisatie ter ondersteuning van de stabiliteit van het kapsel/bandapparaat. Vanaf 3 weken postoperatief starten met oefenen volgens protocol A1, week 1. ASSESSMENT PROTOCOL B Intake / preoperatief, 6 wkn, 3 mnd, AROM MCP, PIP en DIP aangedane vinger Pijn (NRPS rust en NRPS max) Beperkingen in activiteiten (DASH) Knijpkracht (stand 2) Let op: bij postoperatieve intake en 6 wkn postoperatief geen krachtmetingen Disclaimer Dit protocol is gemaakt door de handchirurgen, handtherapeuten en gipsmeesters van het te Beverwijk samen met de handtherapeuten van de praktijk 4Hands te Amsterdam. Dit protocol is geen strikt voorschrift, doch bevat zoveel mogelijk op 'evidence' gebaseerde inzichten en aanbevelingen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Afwijken van het protocol is, als de situatie van de patiënt dat vereist, zelfs noodzakelijk. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Wij spannen ons in om de informatie in dit protocol zo volledig en nauwkeurig mogelijk te laten zijn. De makers van het protocol en de afdeling handchirurgie van het RKZ aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid voor schade op welke manier dan ook ontstaan door gebruik, onvolledigheid of onjuistheid van de aangeboden informatie en adviezen in dit protocol. Europees erkend Hand Trauma Centrum