Viool Boek 0 Auditieve Fase Bereid jezelf voor op (het eerste deel van) een vioolmethode boek door eerst je gehoor en viool basistechniek te ontwikkelen. Zo speel je vrij op je viool met een ontspannen techniek, mooie toon, creativiteit en muzikaliteit. Door: Zlata M A Brouwer MSc BMus 1
Auteur: Zlata M A Brouwer MSc BMus ISBN: 9789402138085 Copyright: Zlata M A Brouwer MSc BMus 1e Druk 2015 2
Inhoud Inhoud 3 Inleiding 4 Probleem 4 Auditieve Fase 5 Doel 5 Vioolhouding 7 Snaren 9 Oefeningen met de strijkstok 10 Droog strijken 14 Streekoefeningen op losse snaren 16 1e Vinger 21 2e Vinger 26 3e Vinger 29 4e Vinger 35 Notentaart 42 Instructie gebruik viool en strijkstok 44 Voor docenten 46 Over de auteur 48 Cadeautje 49 Violin & Viola Academy 50 3
Inleiding Dit boek dient als voorbereiding op andere vioolmethode boeken. Daarom heet het Viool Boek 0 : het gaat vooraf aan het eerste deel van diverse methodes zoals Suzuki of Sassmanshaus. Probleem Vaak ziet met dat beginnende violisten gebogen over de muziekstandaard staan. Noot voor noot spelen ze al krassend door een stukje heen. Ze hebben geen basistechniek, kunnen geen mooie toon maken, weten muzikaal niet wat ze doen en moeten veel te veel nieuwe dingen tegelijk. Deze fase duurt ontzettend lang, soms jaren. In deze jaren vallen heel veel wannabe violisten af. Gelukkig is er een manier om snellere resultaten te boeken met meer plezier voor de leerling. 4
Auditieve Fase Een auditieve fase betekent simpelweg zonder bladmuziek. De eerste lessen gaan over basistechniek: houding van de viool en strijkstok en strijken met een mooie klank. Dit dient geautomatiseerd te zijn, voordat andere dingen aangeleerd kunnen worden. Het is een voorwaarde voor verdere stappen. Pas als een goede basale streektechniek voor elkaar is gaat er met vingers gespeeld worden. De vingers worden één voor één aangeleerd. Om de leerling volledig focus te laten hebben op de basistechniek en het luisteren, speelt de docent het stukje voor stukje langzaam voor. Het noot voor noot spelen gebeurt hierbij niet, gezien het voor de leerling altijd een vloeiend muzikaal geheel is. Doel Na 10 tot 20 weken lesweken is de auditieve fase afgerond. De leerling moet het volgende kunnen aan het einde van deze fase: Ontspannen, flexibel en correct de viool en strijkstok vasthouden en hierbij zelf een gezonde lichaamshouding hebben. 5
Basale streektechniek beheersen, waaronder: bewegen van vingers tijdens het strijken, soepel strijken, enigszins de strijkstok in kunnen delen en moeiteloos in verschillende tempi kunnen strijken. Intoneren: op basis van gehoor de vingers aanpassen en zichzelf hierin kunnen corrigeren. Eenvoudige liedjes zelf op het instrument kunnen opzoeken en met een mooie toon en redelijk zuiver kunnen uitvoeren. De leerling heeft een muzikale beleving in de lessen en tijdens het oefenen. De leerling is gemotiveerd. De periode hangt af van de progressie die de leerling maakt op basis van talent en inspanning. Na deze auditieve fase kan gestart worden met een reguliere vioolmethode. Hierbij is het de bedoeling dat de leerling helemaal opnieuw begint bij de oefeningen op de losse snaren. Zo wordt de basistechniek twee maal opgebouwd: eerst auditief, dan met noten lezen. Het lijkt een langere weg, maar in realiteit gaat het juist sneller. Daarnaast zal de leerling muzikaler, met een mooiere klank en betere intonatie de stukken uit de methode spelen. 6
Vioolhouding In stappen Hou de viool voor je met de krul naar links Til de viool boven je hoofd Steek de krul schuin naar voren/links Schraap de viool met de kant van de kinsteun langs je wang Leg de viool op je schouder Laat de viool in balans liggen en rusten op je sleutelbeen/borst 7
Aandachtspunten Niet de krul omhoog en vogels uit de lucht schieten Niet de kruk omlaag en muizen op de grond schieten De viool rust 50% op je sleutelbeen en 50% in je linkerhand. De viool wordt dus niet geklemd tussen nek en schouder. Dit geeft een groot risico op blessures. Daarnaast is het beter voor de intonatie (vinden van de tonen) dat de viool gedeeltelijk in de linkerhand rust. Je linkerhand is tegen de klankkast, je pols recht en je vingers hangen als een paraplu boven de snaren. Op deze manier is je handhouding voorbereid op de vingerzettingen. Je linkerpols is recht en je linkerelleboog wijst naar de grond. Je linkerarm bungelt ontspannen onder de viool. Experimenteer met verschillende kinsteunen, schoudersteunen, schouderkussens of niets om te ontdekken wat het beste zit voor jou. Er bestaan geen universele oplossing voor iedereen. 8
Snaren Raad de snaar De docent draait zich om en strijkt een snaar aan. De leerling noemt welke snaar het is. G D A E 9
Oefeningen met de strijkstok Strijkstokhouding alle vingers rond pols en knokkels laag Hou de strijkstok vast bij het balanspunt. Naarmate je de oefeningen vaker doet, schuif je je stokhouding steeds verder richting de slof. Bewaar de strijkstok rechtop om spanning in de hand te voorkomen. 10
Tip: Gebruik een nepstok voor de oefeningen In plaats van deze oefeningen met de strijkstok te doen, kan ook een ronde smalle houten stok gebruikt worden. Deze zijn verkrijgbaar bij diverse bouwmarkten. Let op dat de dikte, het gewicht en de lengte zoveel mogelijk overeenkomen met de echte strijkstok. Om het extra realistisch te maken kun je één uiteinde iets verzwaren om de slof te simuleren. Het voordeel hiervan is dat je niet bang hoeft te zijn om de strijkstok te laten vallen en dat je meer kunt experimenteren en ontspannen. Dit is bevorderlijk voor de techniek. Daarnaast zit het haar van de strijkstok niet in de weg bij de oefeningen op het balanspunt. Opbouwen strijkstokhouding 1) Houd de strijkstok vast (ongeveer in het midden) met je linkerhand zonder het haar te raken 2) Gooi lomp en ontspannen als gummy beertjes je vier vingers over de strijkstok heen. Doe je duim van het slot en plaats deze met de nagel richting de punt en de zijkant tussen de slof en het leertje (niet IN de slof!). 3) Hou je pols en knokkels laag, evenwijdig aan de stok. 4) Zet je pink met het topje bovenop de stok. De pink is hierbij rond. De andere vingers hangen ontspannen over de slof heen. 5) Laat de linkerhand langzaam los. 11
Ruitenwisser De volgende oefening doe je eerst bij het balanspunt van de strijkstok en als het goed gaat steeds verder richting de slof. Neem de strijkstok in de strijkstokhouding en beweeg de strijkstok door de pols te draaien als een ruitenwisser. Door de stok een zetje te geven met je pink zwiept de stok met de punt naar rechts. Door de stok een zetje te geven met je wijsvinger zwiept de stok weer terug naar de beginpositie. Ervaar het pingpongen tussen je pink en wijsvinger. Tijdens de gehele oefening blijft de stokhouding intact. 12
Brug De volgende oefening doe je eerst bij het balanspunt van de strijkstok en als het goed gaat steeds verder richting de slof. Bij deze oefening mag alleen de pink bewegen (buigen en strekken). Als andere vingers, de hand of de pols meebewegen pak je met de linkerhand de palm van je hand en hou je deze vast tijdens de oefening. Door de pink te buigen en te strekken (nooit overstrekken), gaat de punt van de stok langzaam een klein stukje op en neer. 13
Droog strijken Hierbij strijk je met de gehele strijkstok, let hierbij op de stokhouding en op pink/duim/pols rond. Let maar op 1 ding tegelijk. Zeg op de afstreek hardop 1 2 en op de opstreek pink/duim/pols rond. Doe dit ritmisch en strijk gelijkmatig. Het eerste teken (het vierkantje zonder bodem) is het teken voor afstreek. Deze lijkt op de slof. Bij afstreek begin je bij de slof en strijk je naar de punt. Het tweede teken (de V) is het teken voor opstreek. Deze lijkt op de punt van je stok. Bij opstreek begin je bij de punt en strijk je naar de slof. 14
Deze oefening kent 5 varianten: 1) Door je linkerelleboog (arm in vioolhouding) strijken over een doekje 2) Door je linkerelleboog (viool tegelijkertijd vasthouden) strijkstok over een doekje 3) Door een WC-rol strijken die je met je linkerhand op je schouder houdt. 4) Door een WC-rol strijken die je op strijkhoogte houdt. Neem de viool in de houding, kijk waar je strijkstok tussen toets en kam komt, leg de viool weg en simuleer dit met de WC-rol. 5) Doe de oefening strijkend op de viool op elke snaar apart. 15
Streekoefeningen op losse snaren Doe de komende oefeningen op elke snaar. Voer de oefening ritmisch uit. Probeer alle snaren even vaak te oefenen. Mocht je met een specifieke snaar meer moeite hebben (bij veel leerlingen de A-snaar of de D-snaar), oefen deze eventueel iets meer. Gebruik de middelste 50% van de stok. Om je bewust te worden van de plek op de stok, plak stickers op een kwart vanaf de slof en een kwart vanaf de punt. Strijk tussen de stickers. Voor de korte noten (van de sticker tot het midden) kun je een sticker in het midden van de strijkstok plakken. Af Op Rust Rust Ap-pel Af Op Af Op Rust Rust Ap-pel Ap-pel Lang lang (tel hierbij bij de eerste noot 1 2 en bij de tweede 3 4 ) Peer Peer Lang (tel hierbij 1 2 3 4 ) Si-naas-ap-pel Bij deze oefeningen wordt de duur van de streek verdubbeld en daarna nogmaals verdubbeld. Het is de bedoeling dat steeds met dezelfde 50% van de strijkstok wordt gestreken. Eventueel kan voor de allerlaagste noot meer stok gebruikt worden. Speel in verschillende tempi. 16
Stokindeling De lange noten zijn van sticker tot sticker, dus op de middelste 50% van de strijkstok. De korte noten zijn van sticker tot midden, dus aan de slof of aan de punt. Lang lang kort kort kort kort Ap-pel pannenkoeken Kort kort kort kort lang lang Pannenkoeken Ap-pel Lang kort kort lang kort kort Jam pot-je jam pot-je Kort kort lang kort kort lang Cho-co-la cho-co-la Aan de slof aan de punt Inhaalstreek of Schietstok Lang kort lang kort lang kort Kort lang kort lang kort lang Gebruik hierbij voor zowel de lange als de korte noot evenveel stok. Denk hierbij aan het aanspannen van een boog en het wegschieten van een pijl. 17
Strijkstok verkennen Beweeg je vingers tijdens het strijken als een zwemmende kwal. Kneed als het ware met je vingers, hou je pols flexibel en hou je bovenarm en onderarm bijna stil. Dit kost enkele weken of maanden om onder de knie te krijgen en zorgt voor vloeiend strijken en een mooie toon. Afstreek -> vingers strekken Opstreek -> vingers buigen Begin iets boven het midden van de stok met het strijken van korte noten met weinig stok schuif steeds iets op naar de punt tot dat je de extreme punt bereikt. Ga nu steeds weer met kleine nootjes terug naar het midden en schuif steeds iets op naar de slof totdat je de extreme slof bereikt. Ga hierna weer terug naar het midden. Super langzaam Maak met de hele stok de aller-aller-langste streek die je kunt maken. Speel met gewicht en snelheid om toch een mooie toon te maken. Doe deze oefening zowel opstreek als afstreek. Zorg dat je strijkstok goed geharst is over de gehele lengte! 18
Stille wisselingen Leg de stok op de snaar (iets boven het midden van de stok) en ga van de G-snaar naar de D-snaar, naar de A- snaar, naar de E-snaar en weer helemaal terug. Hou hierbij gewicht op je stok. Bij deze oefening maak je geen geluid. Oefeningen snaarwisselingen Voer de snaarwisseling apart uit van de streek, dus: strijk - wissel - strijk Hierbij neem je een pauze voor het netjes en gecontroleerd uitvoeren van de snaarwisseling. Belangrijk is: wisselingen zo klein mogelijk maken snaarwisselingen met de bovenarm, strijken vooral met de onderarm geen tussengeluidjes, krasjes etc niet strijken en wisselen tegelijk: snaarwisseling tijdens de streekwisseling (tussen afstreek en opstreek) mooie toon maken Speel de oefeningen op volgende bladzijden met herhalingen en in verschillende tempi. Begin elke regel afstreek. Elke letter is één streek. De kleur en de letter geven de snaar aan. Lees van links naar rechts en van boven naar beneden. 19
GGDD DDGG DDAA AADD AAEE EEAA GDGD DGDG DADA ADAD AEAE EAEA 20
1e Vinger Zet je wijsvinger met de zijkant tegen het randje waar de snaren overheen gaan bij het begin van de toets. Zet je duim tegenover je eerste vinger. Zet je vinger stevig en zelfverzekerd neer. Je wijsvinger moet rond op de snaar gezet worden, zodat je vingertop de snaar raakt en geen knokkels doorzakken. Luister naar jezelf, is het zuiver? 21
Rechte linkerpols Andere vingers hangen ontspannen boven de snaren als een paraplu Tokkel de oefeningen voordat je ze strijkt met de viool in gitaar houding. Bij zwarte bolletjes is geen snaar voorgeschreven, dus doe je de oefeningen op alle snaren. 1 betekent eerste vinger. 0 betekent losse snaar. Varieer in tempo en ritme. Herhaal de oefeningen. 0011 1100 0101 1010 22
Kortjakje (deels) op 3 manieren 0000110 0000110 0000110 23
Oefeningen Herken de kleur van de snaar. 1 betekent eerste vinger. 0 betekent losse snaar. 00110 001111010 1110011110 0011111101 0101010 101010 110101001 101010101010 111100111100 24
000011000011 001111 Improviseer met de 1e vinger en verzin je eigen liedje! 25
2e Vinger Tokkel de oefeningen voordat je ze strijkt. Doe de oefeningen op elke snaar. Varieer in tempo en ritme. Herhaal de oefeningen. 26
Do Re Mi 012 210 201 120 Op elke snaar Oefeningen 0120 0120 0120 0120 0121210 0121020 27
021012120 02020210 Mieke heeft een lammetje 2101222 111 222 2101222 11 210 Mieke hou je vast 22210 00111120 22210 0011210 Improviseer met de 1e en 2e vinger en verzin je eigen liedje! 28
3e Vinger Plaats de 3e vinger strak tegen de 2e vinger aan. 29
Dubbelklanken Om de 3e vinger goed te kunnen checken, moet je op twee snaren tegelijk kunnen spelen. Dit noemen we dubbelklanken. Oefen dit eerst op losse snaren. Tips bij het spelen op twee losse snaren tegelijk: Kijk niet naar je viool, strijkstok of snaren Luister of je beide snaren tegelijk hoort en liefst even hard Verdeel het gewicht in je strijkstok over twee snaren Maak lange langzame streken en blijf corrigeren Speel in de snaar met een grote klank, strijk niet te voorzichtig Check de 3e vinger met een octaaf 0123 0 0123 0 0123 0 30
Toonladders 0123 0123 3210 3210 0123 0123 3210 3210 0123 0123 3210 3210 31
Oefeningen 01233210 Speel deze oefening op elke snaar en check de derde vinger waar van toepassing. 012121232323212 121010 0123 03030303 21020202 1012 30303 21010101 2020202 3030 32
Vader Jacob 0120 0120 230 230 010 320 010 320 010 010 33
Sprongen 0213 3120 Improviseer met de 1e, 2e en 3e vinger en verzin je eigen liedje! 34
4e Vinger 35
Check de 4e vinger met een losse snaar 01234 0 01234 0 01234 0 Boer er ligt een kip in t water 012343210 Oefeningen 012343210 012343210 36
Twee gebonden (twee noten op één streek) 012343210 012343210 Pink training 012 34 34 34 3210 37
Toonladder met de 4e vinger 01234 123 3210 3210 01234 123 3210 3210 01234 123 3210 3210 38
Toonladder met gebroken tersten 021324310213243 42312013423120 021324310213243 42312013423120 021324310213243 42312013423120 39
Sprongen 0123 4343 2424 32 131313 242424 141414 040404 141414 242424 343434 34321 01234 32123 4343 210 021324 423120 40
Improviseer met alle vier je vingers en verzin je eigen liedje! 41
Notentaart Stel je voor dat je een heerlijke notentaart in huis hebt gehaald: Je nodigt drie vriendinnetjes uit en met z n viertjes eten jullie de taart op. De taart is nu in vier stukjes gesneden: 1 2 3 4 Elke noot is 1 tel. Je hebt een afspraak met één vriendin en jullie hebben allebei best wel honger. De taart is nu in twee stukjes gesneden: 12 34 Elke noot is 2 tellen. 42
Je hebt enorm honger en je bent alleen thuis. Je eet de hele notentaart lekker zelf op! 1234 Eén noot is 4 tellen. Je hebt een feestje en nodigt zeven vriendinnetjes uit. Gezellig met z n achten! De taart is nu is acht stukjes gesneden. 1e 2e 3e 4e Elke noot is een halve tel. 43
Instructie gebruik viool en strijkstok Strijkstok: Als je niet speelt of even pauzeert, is het belangrijk dat je de strijkstok ontspant, zodat de haartjes los zitten en geen spanning op de strijkstok staat; Als je speelt is het belangrijk dat je de strijkstok niet te ver aanspant: de strijkstok dient zijn originele bocht te behouden in aangespannen stand en dient niet recht te zijn of de andere kant op de buigen. In het midden is het haar dichter bij het hout (afstand is de dikte van een potlood) dan bij het begin en einde van de strijkstok; Hars de strijkstok niet te veel; Zorg dat er geen vet van je huid op de haren van de strijkstok komt: raak de haren van de strijkstok niet aan. De strijkstok kan wat haren verliezen (een paar). Indien regelmatig haarverlies niet binnen redelijke tijd ophoudt, neem dan contact op met de aanbieder van je viool. 44
Viool: Gebruik alleen voor strijkinstrumenten bestemde schoonmaak- en onderhoudsmiddelen; Stem het instrument niet te hoog, de snaren kunnen knappen (bij twijfel lager stemmen); Let op dat de kam recht op de klankkast staat en niet op zijn tenen of hielen; Houd het instrument vrij van stof en hars door deze regelmatig te poetsen met een stofdoek of ander zacht doekje; Hout kan werken, zeker als het instrument nieuw is. Het instrument zal dus wat vaker gestemd moeten worden; Het instrument dient ingespeeld te worden, dus zal steeds beter gaan klinken; 45
Voor docenten Voorspelen en naspelen In de auditieve fase is in elke les sprake van voorspelen en naspelen. Hierbij speelt de docent langzaam korte stukjes voor en speelt de leerling het na. Hoe lang het soms ook duurt, is het belangrijk dat de leerling echt zelf de noten opzoekt op zijn viool. Op deze manier worden de stukjes in dit boek aangeleerd, maar de docent kan ook zelf dingen verzinnen. Het is niet de bedoeling dat de leerling de stukjes leest. Dit boekje is slechts een geheugensteuntje voor bij het oefenen. Improvisatie Tijdens het improviseren zijn de oren van de leerling goed open. Laat de leerling zeer eenvoudig de aangeleerde technieken toepassen in zelf verzonnen stukjes. Ontdek de fout Speel een stukje foutief en goed voor. De leerling moet aangeven welke fout is en wat er precies fout is. 46
Juf spelen Keer de oefeningen om. Hierbij speelt de leerling een bestaand of zelf verzonnen stukje voor en moet de docent het naspelen. Hierbij moet de leerling fouten ontdekken en corrigeren. Het is ook goed de leerling juf te laten spelen en bepaalde onderwerpen uit te laten leggen. Dit is zeer geschikt voor groepslessen. Lesindeling De bedoeling is dat de docent creatief omgaat met dit boekje en het aanpast naar zijn/haar eigen voorkeuren en de situatie van de leerling. Deze lesindeling is slechts een voorbeeld van een individuele les van 30 mins: Tijd Activiteit 5 mins Doornemen evalueren huiswerk 5 mins Droge techniek oefeningen met begeleiding: de docent speelt mee met de leerling of begeleidt 8 mins Aanleren nieuwe techniek 10 mins Voorspelen en na spelen van stukjes met de nieuwe techniek 2 mins Doornemen van de huiswerk oefeningen en geven van instructies voor oefenen 47
Over de auteur De Nederlands-Tsjechische Zlata Brouwer MSc Bmus (1985) is professioneel violiste en woont in Nederland. Ze studeerde af als klassiek violiste aan de Schumann Akademie (BMus) en het Utrechts Conservatorium. Ze is eigenares van een lespraktijk en violenwinkel waarmee ze de prijs Ondernemer van het Jaar heeft gewonnen bij de Kamer van Koophandel. Als violiste is ze 1ste violiste in het professioneel strijkorkest Vegas Strings, 1e violiste in haar strijkkwartet en gaat haar interesse vooral uit naar kamermuziek. Als docent verkent ze nieuwe manieren om klassiek viool en altviool spelen te leren aan een groot publiek door het oprichten van Violin & Viola TV (een show met meer dan 200 afleveringen, waarvan wekelijks een nieuwe verschijnt, gratis te kijken op www.violinviola.tv) en de Violin & Viola Academy (www.violinviolaacademy.com), waarin ze alles wat ze weet over vioolspelen in videocursussen giet. 48
Cadeautje Gratis workshop en gratis wekelijks instructie filmpje rondom vioolspelen Ga naar www.violinviola.tv om je in te schrijven voor de gratis workshop Weight vs Pressure die je geheel online in je eigen tijd kunt volgen. In deze workshop leer je moeiteloos spelen met een hele mooie klank. Daarnaast krijg je elke week gratis en vrijblijvend een instructievideo van de auteur in je mailbox. 49
Violin & Viola Academy Dit boek is onderdeel van de Violin & Viola Academy. Dit is een Engelstalige online academy waar violisten en altviolisten elkaar wereldwijd kunnen ontmoeten. De Academy staat vol met instructievideo s speciaal toegepast op dit boek en meer. Wil je dit boek zelf leren toepassen op je viool of altviool? Of ben je een docent en wil je inspiratie opdoen hoe je kunt lesgeven met dit boek? Ga dan nu naar: www.violinviolaacademy.com 50