Ondersteuning bij zelfmanagement: een nieuwe verpleegkundige interventie

Vergelijkbare documenten
ZELFMANAGEMENTONDERSTEUNING IN DE CHRONISCHE ZORG COMPETENTIES BIJ (STUDENT)VERPLEEGKUNDIGEN

Zelfmanagement ondersteunen: doen en laten voor de professional

Zelfmanagementondersteuning en de verpleegkundig specialist in de oncologie

Zelfmanagementondersteuning: HOE doe je dat?

Zelfmanagement en eigen regie van de oncologische patiënt. 33 e Oncologiedagen Workshop 18 november 2014 AnneLoes van Staa PhD RN MD a.van.staa@hr.

Presentatie Onderzoek MijnCOPD Coach

Van wens naar werkelijkheid. Dr. Ada ter Maten-Speksnijder, februari 2018

Oncologische zorg op maat twee aanpakken

Zelfmanagement & zelfmanagementbehoeften van COPD-patienten

Zelfmanagement RGF Midden Oost Brabant 19 mei Hanke Timmermans Consultant CBO,

Zelfmanagement en eigen regie bij borstkanker

3 FASEN MODEL. Inhoud: - Introductie - Fase 1 - Fase 2 - Fase 3 - Verbeteren Zelfmanagement

Zelfmanagementondersteuning: it takes 2 to tango

Eindrapportage NURSE-CC

Organisatiescan persoonsgerichte zorg

Workshop Zelfmanagement

Zelfmanagement Programma NPCF - CBO

Doorsudderen of klaarstomen?

DE KENNIS OVER OUDERE PATIËNTEN QUIZ (KOP-Q)

Nursing Research into Self-management and Empowerment in Chronic Care

Zelfmanagement. bij zeldzame aandoeningen. juni Generiek zorgthema ten behoeve van zorgstandaarden voor zeldzame aandoeningen

Zelfmanagement voor iedereen haalbaar?

DE EPILEPSIE GROEI-WIJZER

Disclosure belangen sprekers

klaar voor de toekomst!

Hoe motiveer ik mijn patiënt?

BELEVING. Is beleving van nierziekte en behandeling te beïnvloeden? Disclosure. Beleving en beinvloeding. Ziekte- en behandelpercepties

Zelfmanagement: Van model naar praktijk

SeCZ TaLK: wie gaat het bordspel toepassen?

Voeding en zelfmanagement

Therapietrouw (bij DIABETES)

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

Platform epilepsieverpleegkundigen i.s.m. SEPION

Multidisciplinaire richtlijn Werk en Ernstige Psychische Aandoeningen Kick off MMMensen met mogelijkheden 10 oktober 2013

Is therapietrouw bij orale oncolytica te verbeteren?

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Meer informatie MRS

Werkt Guided Care in jouw huisartsenpraktijk? Resultaten van een pilot bij vijf Nederlandse huisartsenpraktijken. multi.

Nursing Research into Self-management and Empowerment in Chronic Care

Drs. Nathan Hutting Dr. Sarah Detaille

Onderzoek naar gezondheidsvaardigheden in psychosociale oncologie

Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, Onderwijsinspectie 2013

Instituut voor Gezondheidszorg

M. Helleman Rn MScN T. van Achterberg Rn PhD P.J.J. Goossens Rn PhD APRN A. Kaasenbrood, MD, PhD

12 e Post O.N.S. Meeting. Carolien Burghout Verpleegkundig specialist Jeroen Bosch Ziekenhuis

Zelfmanagement ondersteuningsbehoeften. Bij mensen met EPA. Titus Beentjes Nationaal Congres GGz Verpleegkunde 16 juni 2016

Eigen regie in de palliatieve fase

tips voor zorgverleners 1. geef speciale aandacht aan oudere kinderen in het kinderziekenhuis tips voor jongeren

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik

Ouderschap strategieën van vaders en moeders met een psychische ziekte.

Uitkomsten van het patiënttevredenheidsonderzoek over de huisarts:

Revant, de kracht tot ontwikkeling!

1 Samenvatting: een nieuw beroepenhuis V&V

Dr. Hilde Verbeek 15 april Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1

Reuma in eigen hand Van zelfkennis tot zelf management

Methoden om zorgverleners te ondersteunen bij gedragsverandering. Corrine Brinkman, Beatrijs vd Poel - NDF Stephan Hermsen - Vilans

Individuele creatieve therapie als onderdeel van de oncologische revalidatie

Netwerk Ouderenzorg Regio Noord

Uitkomsten van het patiënttevredenheidsonderzoek over de huisarts:

Zelfmanagement of toch positieve gezondheid? Een dissident geluid

Zelfmanagement bij mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden door verstandelijke beperkingen

Complementaire zorg. Waardevolle zorg

Helpt u mee onze zorg nog persoonsgerichter te maken?

Medische psychologie en Maatschappelijk werk. Patiënteninformatie. Medische psychologie. Slingeland Ziekenhuis

WORKSHOP PPEP4All Niertransplantatie, CI(Cochleair implantaat) en Chronisch zieken. PPEP4All op de ziekenhuisvloer, werven doe je zo

Visiebijeenkomst Verpleegkundig leiderschap en professionaliteit. Patiëntgerichte zorg. 16 oktober 2018

Nederlandse samenvatting. Het in kaart brengen en bespreken van de kwaliteit van leven van adolescenten met type 1 diabetes in de reguliere zorg

Revant, de kracht tot ontwikkeling!

Uitkomsten van het patiënttevredenheidsonderzoek over de huisarts:

Franciscus IBD Centrum 8 mei 2019

Samenvatting. Nieuwe ontwikkelingen in de palliatieve zorg: kwaliteitsindicatoren en het palliatieve zorgcontinuüm.

Samenvatting voor niet-ingewijden

De lerende Overblijf Medewerker

Set generieke kwaliteitscriteria vanuit patiëntenperspectief

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Huid en hersenen de actieve rol van de verpleegkundige


Samenvatting. Inleiding

Welkom bij de workshop: Leiderschap in de dagelijkse MCL-praktijk. Versterken van zelfmanagement & gezamenlijke beschuitvorming!

Hartrevalidatie Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op

Therapietrouw, doe het maar eens Liset van Dijk

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Hoofdstuk 3. Doel, middel en organisatie van het Chronic Care Model in termen van epilepsiezorg

Het aanleren van zelfmanagement: een ethische reflectie op alledaagse morele problematiek

toolkit persoons gerichte zorg Bouwen aan eerstelijns zorg op maat voor mensen met een chronische ziekte

Nederlandse samenvatting

Zet een kruis in het hokje van uw keuze of maak het hokje zwart

Inhoudsopgave. Deel 1 Zelfmanagementondersteuning: de basis. Proloog. Hoofdstuk 1 - Ondersteunen van zelfmanagement; wat houdt dat in?

2.4 Als begrijpen extra aandacht vraagt 10

De kunst van elkaar begrijpen

Cardiologie. Hartrevalidatie.

Handleiding bij het opstellen van een Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)

Trainingsmiddag regionale patient advocates: Gezamenlijke besluitvorming (GB) en Eigen regie

Pilot DBC COPD De rol van zelfmanagement

SAMENVATTING. Samenvatting

Hartrevalidatie (poliklinisch)

De patiënt en cardiovasculair risicomanagement Koos van Staveren en Karin Idema.

DESSA. Vragenlijst over sociaal-emotionele competenties. HTS Report. Liesbeth Bakker ID Datum

E-health depressiepreventie Lekker in je Vel. Maria Naus & Lieke-Peters-Greijn Indigo Brabant

Transcriptie:

Ondersteuning bij zelfmanagement: een nieuwe verpleegkundige interventie Dr. AnneLoes (A.L.) van Staa, verpleegkundige en lector, Hogeschool Rotterdam, Kenniscentrum Zorginnovatie Denise (D.) Beck MSc, psycholoog en onderzoeker, Erasmus MC, afdeling Inwendige Geneeskunde, sector Nefrologie & Transplantatie Janet (J.M.J.) Been-Dahmen MSc, verpleegkundige en onderzoeker Hogeschool Rotterdam, Kenniscentrum Zorginnovatie Dr. Emma K. (E.K.) Massey, psycholoog en senior onderzoeker, Erasmus MC, afdeling Inwendige Geneeskunde, sector Nefrologie & Transplantatie Casus De casus bestaat uit 2 delen: deel I schetst het probleem; deel II de oplossing zoals wij die in het artikel beschrijven (onderaan het artikel). Deel I Casus: De tweede nier van mevrouw Andriessen Mevrouw Andriessen is 45 jaar en zij is voor de tweede keer getransplanteerd. Haar eerste nier heeft zij na 3 jaar verloren door een acute rejectie. De oorzaken daarvan zijn niet helemaal duidelijk. Er bestaat het vermoeden dat zij de medicatie tegen afstoting niet steeds correct innam omdat zij last had van de bijwerkingen. Maar het is onzeker of het geval was, mevrouw Andriessen heeft zelf altijd ontkend dat zij therapie-ontrouw was. De nefroloog heeft haar nu in elk geval op het hart gebonden om heel zuinig te zijn op deze nier. Vijf maanden na haar tweede transplantatie komt mevrouw Andriessen weer bij de verpleegkundig specialist Marjan op de poli; Marjan heeft haar al vaker gezien. De VS neemt de bloeduitslagen met haar door; deze zijn allemaal goed. Ook het dagboekje dat mevrouw bijhoudt, wordt besproken. Er zijn geen redenen tot zorg, maar als Marjan dat tegen mevrouw vertelt, begint zij te huilen. Marjan is verrast en vraagt haar wat er aan de hand is. Mevrouw Andriessen vertelt dat zij vanwege haar eerdere afstoting heel angstig is geworden. Dat is eigenlijk al zo sinds de operatie. Zij piekert de hele dag over een mogelijke afstoting en durft amper het huis te verlaten uit angst dat zij zal worden gebeld door het ziekenhuis dat er iets mis is met de nier. Ook s nachts ligt ze veel wakker omdat ze bijna voortdurend nadenkt over afstoting. Ze moet er steeds aan denken hoe ze haar broer, die haar deze nier heeft gedoneerd, dan onder ogen moet komen. Haar echtgenoot begrijpt niets van haar sombere gevoelens en zegt tegen haar: Mens wees blij dat alles goed gaat!. Maar hoe kan ze nu onbezorgd blijven, als haar kans op afstoting zo groot is? 1 Correspondentie-adres Dr. A.L. van Staa; a.vanstaa@hr.nl Relaties met farmaceutische bedrijven: AnneLoes van Staa is adviseur voor diabeteseducatie bij Medtronic BV. De overige auteurs hebben geen relaties met farmaceutische bedrijven.

Leerdoelen Na het bestuderen van dit artikel: - Weet u wat zelfmanagement inhoudt en welke rol verpleegkundig specialisten daarin kunnen spelen; - Weet u dat educatie alleen niet voldoende is om het gedrag van patiënten te veranderen; - Kunt u benoemen waarin ondersteuning van zelfmanagement verschilt van de traditionele aanpak van patiënteneducatie; - Heeft u een nieuwe tool aangereikt gekregen om problemen op verschillende levensgebieden van de patiënt in kaart te brengen (het Zelfmanagement web); - Heeft u kennis gemaakt met probleemoplossende gesprekstechnieken; - Weet u hoe een doel gesteld moet worden om de kans van slagen te verhogen. Trefwoorden - Zelfmanagement - Chronische aandoeningen - Verpleegkundige interventie - Beroepsprofiel - Patiëntactivatie - Gesprekstechnieken - Holistische aanpak 2 Samenvatting Verpleegkundig specialisten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het optimaliseren van zelfmanagement bij patiënten met chronische aandoeningen door hen adequaat te ondersteunen. Effectieve interventies hiervoor zijn echter schaars en verpleegkundig specialisten vinden het lastig om patiënten te coachen bij alle uitdagingen die zij in hun leven met een chronische aandoening tegenkomen. In dit artikel beschrijven we de eerste onderzoeksresultaten en de systematische ontwikkeling van een verpleegkundige interventie in het Erasmus MC binnen het onderzoeksprogramma NURSE-CC en de ZENN studie. Eerst gaan we in op het begrip zelfmanagement, de verschillende visies van verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten, en de behoeften van patiënten ten aanzien van zelfmanagementondersteuning. We bespreken de belangrijkste onderzoeksresultaten die hebben geleid tot de ontwikkeling van een interventie om zelfmanagement te ondersteunen. Daarna beschrijven we de eerste ervaringen van verpleegkundig specialisten met het werken met het Zelfmanagement Web in combinatie met oplossingsgerichte gesprekstechnieken. Deze worden toegelicht met een casus.

1. Wat is zelfmanagement? Verpleegkundigen zijn professionals die zich richten op het ondersteunen van het zelfmanagement van mensen, hun naasten en hun sociale netwerk, met als doel het behouden of verbeteren van het dagelijks functioneren in relatie tot gezondheid, ziekte en kwaliteit van leven zo staat het in het Beroepsprofiel Verpleegkundig Specialist. 1 Zelfmanagementondersteuning hoort dus bij de kern van het beroep en is nauw verbonden met het centrale competentiegebied van het klinisch handelen van de verpleegkundig specialist, maar ook met de andere competentiegebieden. Toch vinden veel verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten (VS) zelfmanagement een vaag begrip en blijkt dat er uiteenlopende opvattingen bestaan over wat ondersteuning van zelfmanagement nu eigenlijk inhoudt. 2 Vaak ligt de nadruk eenzijdig op de medische aspecten en op de uitvoering van de behandeling, of op aanpassing van het leven van de patiënt aan de ziekte. Optimaal zelfmanagement houdt dan in dat een patiënt zich aan de behandelingsvoorschriften houdt en actief samenwerkt met zorgverleners. Maar in feite gaat het bij zelfmanagement niet om wat zorgverleners belangrijk vinden: het gaat om wat de patiënt zelf belangrijk vindt. Zelfmanagement houdt dus meer in; het begrip gaat ook over het opvangen van de consequenties van de ziekte in het dagelijks leven en om betekenis geven aan het lijden aan een chronische aandoening. 3 In de brede definitie van het Landelijk Actieprogramma Zelfmanagement wordt zelfmanagement daarom omschreven als: het zodanig omgaan met de chronische aandoening (symptomen, behandeling, lichamelijke, psychische en sociale consequenties en bijbehorende aanpassingen in leefstijl) dat de aandoening optimaal wordt ingepast in het leven. 4 Zelfmanagement betekent dat chronisch zieken zelf kunnen kiezen in hoeverre men de regie over het leven in eigen hand wil houden en mede richting wil geven aan hoe beschikbare zorg wordt ingezet, om een optimale kwaliteit van leven te bereiken of te behouden. Succesvol zelfmanagement kan alleen bereikt worden als patiënten een actieve rol spelen en als zorgverleners daar ruimte voor bieden. Het Generiek Model Zelfmanagement (Figuur 1) 4 beschrijft de kernelementen van zelfmanagement, benodigde competenties, aandachtsgebieden en randvoorwaarden. Centraal staat de relatie tussen zorgverlener en patiënt, gekenmerkt door partnerschap, communicatie, vertrouwen en respect. Volgens het beroepsprofiel van de VS is verplegen gericht op de persoon als geheel in zijn of haar context met zijn of haar leefwijze: verpleging beperkt zich dus niet tot medische aspecten maar omvat aandacht voor emotionele en sociale uitdagingen bij het omgaan met een chronische aandoening. De opdracht om patiënten te ondersteunen bij zelfmanagement in brede zin sluit dus goed aan bij de taken van de VS. Effectieve interventies gericht op zelfmanagementondersteuning zijn echter schaars en het medische model, dat uitgaat van een expertpositie van de professional is nog erg dominant in de zorg. Voor verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten is het dus lastig om te bepalen hoe zij patiënten goed kunnen coachen. In dit artikel beschrijven we de systematische ontwikkeling van een verpleegkundige interventie in het Rotterdamse onderzoeksprogramma NURSE-CC en de ZENN studie binnen Erasmus MC (Kader 1) en de eerste ervaringen met deze interventie in de dagelijkse zorgpraktijk. 3

Figuur 1 Generiek Model Zelfmanagement 4 4 Kader 1 Het NURSE-CC programma / ZENN-studie Binnen het onderzoeksprogramma NURSE-CC, een samenwerkingsverband van Hogeschool Rotterdam en Erasmus MC, is de ZENN studie uitgevoerd (ZElfmanagement Na Niertransplantatie). Het project wordt gefinancierd door ZonMw (Tussen Weten & Doen II) en de Nierstichting. Het doel is om een effectieve zelfmanagementinterventie te ontwikkelen gebaseerd op de behoeften van patiënten en wetenschappelijk bewezen effectieve methoden en theorieën. Ook willen we de competenties van verpleegkundigen voor zelfmanagementondersteuning optimaliseren. Verpleegkundig specialisten waren in alle projecten betrokken en hebben de beschreven interventie getest. 5

2. De VS en zelfmanagementondersteuning Verpleegkundig specialisten zijn bij uitstek geschikt om patiënten in hun zoektocht naar oplossingen voor alledaagse problemen bij complexe patiëntproblemen te begeleiden. Als belangenbehartiger van de patiënt hebben zij praktische mogelijkheden tot het bieden van zelfmanagementondersteuning. Door het laagdrempelige contact met patiënten en het feit dat zij een zelfstandige behandelrelatie aangaan met de patiënt wordt de kans dat patiënten open durven te zijn over hun behoeften, zorgen en problemen vergroot maar dit gaat niet vanzelf. Deze benadering vraagt een andere houding en nieuwe competenties. Binnen het onderzoeksprogramma NURSE-CC is een lijst met essentiële (deel)competenties voor verpleegkundige zelfmanagementondersteuning ontwikkeld op basis van het cyclische 5-A model (Figuur 2). 6, 7 De cyclus start bij het achterhalen van noden en behoeften van de patiënt, waarna gericht informatie en assistentie kan worden geboden en gezamenlijke besluitvorming wordt gefaciliteerd. Op basis van de competentielijst is een vragenlijst ontwikkeld waarmee verpleegkundige competenties voor zelfmanagementondersteuning gemeten worden (SEPSS-36). 8 In deze competentielijst is geen onderscheid gemaakt tussen de verpleegkundige en de VS, omdat de beroepsprofielen van beide beroepsgroepen zelfmanagementondersteuning als kerntaak definiëren. Toch is de verantwoordelijkheid van de VS in deze (nog) groter omdat zij een zelfstandige behandelrelatie met de patiënt aangaat. 5 Figuur 2 Het 5-A model 5

Om in kaart te brengen hoe verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten aankijken tegen zelfmanagementondersteuning hebben we verschillende onderzoeken uitgevoerd. Zo is met behulp van Q-methodologie in kaart gebracht welke verschillende perspectieven er zijn ten opzichte van ondersteuning van zelfmanagement. 9 Met Q-methodologie wil de onderzoeker groepen van deelnemers identificeren die een zelfde mening of alternatieve meningen er op na houden en daarbij achterhalen welke verschillen en overeenkomsten er tussen de groepen zijn. In een Q-studie wordt aan respondenten gevraagd om een set van stellingen betreffende het onderwerp van studie te rangschikken aan de hand van individuele instemming of voorkeur (dit wordt statistisch geanalyseerd), en deze rangordening toe te lichten (kwalitatieve deel). 9 Vier verschillende perspectieven konden worden onderscheiden: de Coach, de Behandelaar, de Poortwachter, en de Leraar (Tabel 1). Bij zelfmanagementondersteuning heeft coaching de voorkeur boven instructies en voorlichting geven: coachend begeleiden zet aan tot eigen regie en versterkt het gevoel van eigen kunnen van de patiënt. Tegelijk hangt de behoefte aan ondersteuning veel af van de patiënt, de fase van de ziekte en de situatie; begeleiding op maat houdt dus meer in dan alleen de patiënt coachend begeleiden. Toch is het opvallend dat verpleegkundigen zelf aangeven dat zij vaak een dominante rol vervullen bij zelfmanagementondersteuning. In drie van de vier profielen is de verpleegkundige immers aan de leiding (Tabel 1). 9 Kwalitatieve interviews met verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten werkzaam op poliklinieken in het Erasmus MC bevestigden het beeld dat de nadruk van zelfmanagementondersteuning veelal ligt op de medische aspecten van zelfmanagement zoals therapietrouw en symptomen. 2 De respondenten maken vooral gebruik van traditionele interventies waar patiënten een passieve rol hebben, zoals het aanbieden van voorlichting en geven van instructies. Een interventie waarbij patiënten een actievere rol spelen is bijvoorbeeld zelfmonitoring van symptomen. Naast interviews zijn er ook observaties uitgevoerd bij consulten van verpleegkundig specialisten om te kijken hoe zij zelfmanagementondersteuning in de praktijk vormgeven. 10 VS blijken veel waarde te hechten aan het opbouwen van een goede relatie met de patiënt en aan het in kaart brengen van de gezondheidstoestand. Verpleegkundig specialisten namen de leiding tijdens de consulten en stimuleerden patiënten de behandeling prioriteit te geven in het dagelijks leven; de nadruk lag voornamelijk op de medische aspecten terwijl psychosociale thema s blijven liggen. 9 Uit de eerder gehouden interviews bleek dat verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten het lastig vinden psychosociale problemen te bespreken omdat zij zich onvoldoende bekwaam voelen. Ook kennen zij geen passende interventies om patiënten te coachen bij eigen regie en om psychosociale zorg te geven. 2 Onze studies laten zien dat een kritische reflectie op het eigen handelen van verpleegkundigen noodzakelijk is om meer adequate zelfmanagementondersteuning te bieden die recht doet aan de behoeften van de patiënt. 6

Tabel 1 Verschillen tussen de vier verpleegkundige profielen ten aanzien van zelfmanagementondersteuning 9 Rol patiënt Rol verpleegkundige / VS Doel zelfmanagementondersteuning Coach Actief / Expert Volgend De aandoening integreren in het leven: Goede kwaliteit van leven Behandelaar Minder actief / Volgend Voorschrijvend Therapietrouw: Goede klinische uitkomsten Poortwachter Onafhankelijk Initiatief nemend Terugdringen kosten gezondheidszorg: Efficiënte zorgverlening Leraar Actief / Student Onderwijzend Leven met de aandoening: Goede klinische uitkomsten 7 3. De behoeften van patiënten Ook onder patiënten met verschillende chronische aandoeningen is onderzoek gedaan naar hun behoeften aan ondersteuning bij zelfmanagement. Patiënten zijn erg tevreden over de medische ondersteuning op de polikliniek, maar zij ervaren dat er beperkte aandacht wordt besteed aan de sociale en emotionele aspecten van het leven met reuma of een transplantatie, niet alleen voor henzelf maar ook voor hun naaste omgeving. Voor patiënten zijn dit belangrijke thema s die de levenskwaliteit beïnvloeden. 11 Dat patiënten zelfmanagement niet alleen (kunnen) doen en behoefte hebben aan brede ondersteuning blijkt ook uit een kwalitatieve review die we hebben gedaan. 12 Patiënten hebben behoefte aan ondersteuning op verschillende terreinen: praktisch, psychosociaal en relationeel. Hierbij is niet alleen een rol weggelegd voor de zorgverlener, maar ook voor de sociale omgeving van de patiënt en voor lotgenoten. Voorwaarde voor effectieve steun is een goede relatie: het gaat om partnerschap. Essentieel is dat behoeften per patiënt en per situatie kunnen variëren, waardoor een one size fits all benadering niet werkt maar het uitermate belangrijk is naar de individuele patiënt en diens actuele situatie te kijken (Kader 2). 12

Kader 2 Factoren die de individuele behoefte aan zelfmanagementondersteuning beïnvloeden 12 Individuele en ziektespecifieke factoren die volgens de literatuur van invloed kunnen zijn op de behoefte van patiënten aan zelfmanagementondersteuning: - Ziektestadium - Culturele achtergrond - Psychologische respons - Opvlammingen van de symptomen, verandering in ziektebeeld - Veranderingen in persoonlijke situatie of netwerk - Geslacht 4. Werkzame elementen bij ondersteuning van zelfmanagement Om meer duidelijkheid te krijgen over de werkzame elementen (mechanismen) van verpleegkundige interventies gericht op versterking van zelfmanagement is een Realist Review uitgevoerd. 13 Hieruit bleek dat het belangrijk is het sociale netwerk actief te betrekken bij zelfmanagementondersteuning; ook lotgenotencontact lijkt bevorderend te werken. Educatie alleen leidt niet tot gedragsverandering, terwijl dit de meest gebruikte verpleegkundige interventie is. Met name bij patiënten die weinig vertrouwen hebben in een gedragsverandering of weinig effect daarvan zien, blijkt dit geen effectieve methode te zijn. Het stellen van realistische doelen, het oefenen van praktische vaardigheden en de patiënt laten reflecteren over de aandoening en de plaats daarvan binnen hun dagelijks leven zijn effectiever dan informatievoorziening alleen. Daarnaast kan het verbaal aanmoedigen van de patiënt ervoor zorgen dat zijn zelfeffectiviteit (self-efficacy) toeneemt. Om ondersteuning op maat te kunnen leveren, is het van belang om te achterhalen hoe de patiënt omgaat met uitdagingen voor zelfmanagement op verschillende levensgebieden. Niet alleen met de behandeling, maar ook met emoties of met aanpassingen in het dagelijks leven. Pas dan kan de ondersteuning toegespitst worden op de aangegeven behoeften. Op basis van alle inzichten verkregen uit de reviews, onze eerdere onderzoeken en van psychologische gedragsveranderingstheorieën (o.a. de Self-Regulation Theory) is een nieuwe interventie ontwikkeld die verpleegkundigen / VS in staat stelt om patiënten meer ruimte voor eigen regie te bieden en hun zelfmanagement te ondersteunen op geleide van de behoefte van de patiënt. Deze interventie is nu in de praktijk getest door verschillende verpleegkundig specialisten in Erasmus MC. 5. Het Zelfmanagement Web De interventie bestaat uit het gebruik van het Zelfmanagement Web gevolgd door een stapsgewijze ondersteuning door de VS op geleide van de behoefte van de patiënt. Het Zelfmanagement Web bestaat uit een A4 waarop 14 thema s zijn weergegeven; waarbij de patiënt kan aangeven bij welk thema hij problemen ervaart (Figuur 3). 8

9 Figuur 3 Het Zelfmanagement Web Het Zelfmanagement Web is een gesprekshulpmiddel om de patiënt aan te moedigen problemen in het dagelijks leven te benoemen. De onderwerpen zijn onder andere bepaald aan de hand van de focusgroepen met patiënten. Het is geen (gevalideerd) meetinstrument, maar het is een hulpmiddel om een open probleemanalyse, onderling vertrouwen en gezamenlijke besluitvorming te bevorderen. Door gebruik van het Zelfmanagement Web kan de VS samen met de patiënt verkennen op welke onderwerpen ondersteuning gewenst is. Het Zelfmanagement Web past daarom bij de eerste fase van het 5-A model (Figuur 2): het maken van een (brede) assessment, die de basis legt voor de volgende stappen van de interventie. Op de afdeling Nefrologie & Niertransplantatie bieden de verpleegkundig specialisten deze interventie aan tijdens de reguliere poliklinische consulten met patiënten na niertransplantatie. Ook de sociale omgeving kan worden betrokken bij de interventie. De interventie is kortdurend en bestaat uit 4 sessies van een kwartier. In de eerste sessie wordt het Zelfmanagement Web door de patiënt ingevuld en met de verpleegkundig specialist besproken. Na een korte inventarisatie van de problemen, selecteert de patiënt wat hij het belangrijkste thema vindt dat verbetering behoeft. Als een doel zelf gesteld wordt, is de intrinsieke motivatie om dit doel na te streven hoger dan als een doel opgelegd wordt. De VS helpt

patiënten hun doelen SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdsgebonden) te formuleren waardoor de kans op succes wordt vergroot. In de tweede en derde bijeenkomst wordt de tevredenheid met behaalde uitkomsten besproken, mogelijke obstakels en oplossingen besproken, en waar nodig worden doelen en/of actieplannen bijgesteld. De patiënt monitort de eigen voortgang; de rol van de VS is om de patiënt te coachen. In de laatste bijeenkomst is er aandacht voor terugvalpreventie en het generaliseren van de geleerde technieken naar andere uitdagingen. In elke sessie komen de motivatie van de patiënt om te werken aan bepaalde doelen en diens zelfvertrouwen om deze doelen te kunnen bereiken (self-efficacy) naar voren. De interventie wordt uitgevoerd aan de hand van een gestandaardiseerd protocol waarin de verschillende stappen staan beschreven. De gesprekstechnieken die worden gebruikt tijdens de interventie zijn gebaseerd op kortdurende oplossingsgerichte therapievormen (Solution Focused Brief Therapy). 14 Het belangrijkste verschil in werkwijze is dat de VS geen oplossingen aandraagt of ongevraagde adviezen geeft, maar de patiënt stimuleert zelf oplossingen te bedenken. Er wordt uitgegaan van de kracht van de patiënt en de reeds aanwezige vaardigheden (door te kijken naar de zaken die nu of in het verleden goed zijn gaan). Deze worden vervolgens ingezet voor het werken aan realistische doelen. De verpleegkundig specialisten zijn getraind in het toepassen van oplossingsgerichte vaardigheden en ontvangen supervisie van een psychotherapeut gespecialiseerd in deze benadering. Hoe de uitvoering van de interventie er in de praktijk uit ziet, wordt beschreven in deel II van de casus van mevrouw Andriessen (zie onderaan). 6. Eerste ervaringen met de interventie De interventie wordt momenteel in een pilotstudie in het Erasmus MC aangeboden aan patiënten na niertransplantatie en aan patiënten die succesvol behandeld zijn voor hoofd-halstumoren als onderdeel van nazorg. Beide patiëntengroepen worden op reguliere basis poliklinisch door een VS gezien. De pilotstudie dient om de eerste effecten en verbeterpunten in kaart te brengen. De eerste ervaringen met de interventie zijn positief. Patiënten zijn erg te spreken over de patiëntgerichte aanpak van de VS en de mogelijkheid om ook over andere dan medische zaken te spreken. Eindelijk een studie waar we echt wat aan hebben! reageerde een patiënt. Verpleegkundig specialisten vinden de nieuwe werkwijze ook van toegevoegde waarde, vooral omdat het hen helpt een duidelijker beeld te krijgen van wat er speelt in het dagelijks leven van de patiënt. De aanpak stimuleert zowel de VS als de patiënt om te spreken over een breed scala aan onderwerpen die voorheen niet (spontaan) aan bod kwamen. Dankzij het Zelfmanagement Web worden zaken die eerst verborgen bleven (schulden, problemen met werkhervatting, seksuele problemen), gemakkelijker bespreekbaar gemaakt. Ik vind het prettig dat ik de patiënt beter leer kennen en te weten kom wat er allemaal in zijn of haar leven speelt. Je bouwt een betere relatie op met de patiënt, vertelt een VS. Een ander voordeel is dat de icoontjes en thema s herkenbaar zijn, ook voor anderstaligen en laaggeletterden. Ook is het positief dat de patiënt niet alleen bepaalt wat wordt besproken, maar ook welke oplossingen aanvaardbaar en haalbaar zijn. Uiteraard zijn er ook patiënten die geen 10

behoefte hebben aan ondersteuning of die geen problemen ervaren. Voor de VS helpt de training in oplossingsgerichte gespreksvaardigheden om het gesprek niet te zwaar te laten worden en de interventie kortdurend te laten zijn (wordt er geen resultaat geboekt, dan kan worden doorverwezen). Dankzij extra consultduur is de interventie ook praktisch haalbaar. Enkele patiënten hebben inmiddels de hele interventie doorlopen: zij zijn erg te spreken over de aanpak. Zij benoemen dat ze ook een aantal doelen waaraan zij wilden werken hebben behaald. Momenteel worden haalbaarheid, aanvaardbaarheid en effectiviteit van de interventie verder geëvalueerd. 7. Conclusie Voor verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten blijkt het ondersteunen van zelfmanagement gemakkelijker gezegd dan gedaan. Uit onze studies komt naar voren dat er verbetering mogelijk is en dat er behoefte is aan een praktische interventie die coaching op geleide van de behoeften van de patiënt mogelijk maken en die de regie echt bij de patiënt legt. De eerste stap is achterhalen wat de voorkeuren en behoeften van de patiënt zijn. Door het werken met de interventie, bestaande uit het voorleggen van het Zelfmanagement Web in combinatie met persoonlijke doelen stellen en een oplossingsgerichte gesprektechniek, kunnen verpleegkundig specialisten het zelfmanagement van patiënten actief ondersteunen. Deze aanpak is generiek en lijkt ook voor andere patiëntengroepen en settingen bruikbaar. 11 Dankwoord We danken alle leden van het NURSE-CC/ZENN team voor hun bijdrage aan de ontwikkeling van de interventie: Mariëlle Peeters, Heleen van der Stege, Erwin Ista, Jolanda Dwarswaard, Susanne van Hooft, Jan-Willem Grijpma, Willem Weimar, Jan van Busschbach en Teun van Gelder. In het bijzonder danken wij verpleegkundig specialisten Mirjam Tielen, Marleen van Buren en Cora Braat uit Erasmus MC voor hun enthousiaste inzet en alle patiënten die aan de pilotstudie meededen. Deel II Casus: Hoe mevrouw Andriessen de angst de baas wordt Marjan verwelkomt mevrouw Andriessen op de poli. Het is de tweede keer dat zij mevrouw ontmoet (de operatie is nu een paar weken geleden) en zij vraagt mevrouw of behoefte heeft aan een gesprek over het leven met de nieuwe nier. Mevrouw Andriessen is geïnteresseerd en vraagt wat dit inhoudt. Marjan legt uit dat zij de volgende vier consulten naast de medische aspecten van de ziekte ook extra aandacht zal geven aan emoties en sociale aspecten van leven met een transplantaat. Zij presenteert mevrouw Andriessen het Zelfmanagement Web. Mevrouw Andriessen kan aangeven op verschillende gebieden of het goed ; niet goed, maar ook niet slecht ; of niet goed met haar gaat. Mevrouw vult het Zelfmanagement Web in (zie Figuur).

Marjan bespreek de uitkomsten van het Zelfmanagement Web met mevrouw Andriessen, waarna zij zelf mag bepalen aan welk gebied zij graag wil werken. Mevrouw geeft aan dat zij met name problemen ervaart op het gebied van emoties en zingeving. Vanwege haar eerdere afstoting ervaart mevrouw Andriessen veel angst en sombere gevoelens die worden veroorzaakt door het piekeren over een mogelijke afstoting. Hierdoor wordt ze ook sterk belemmerd in haar dagbesteding en sociale contacten. Ze komt haast het huis niet meer uit omdat ze bang is dat zij wordt gebeld door het ziekenhuis dat er iets mis is met de nier. Marjan vraagt door tot zij een goed beeld heeft gekregen van wat mevrouw Andriessen bezig houdt. Ze geeft geen oordeel over wat ze hoort. Ze vraagt aan mevrouw Andriessen of ze het goed heeft begrepen, dat haar grootste probleem angst voor afstoting is; dit wordt bevestigd. Dan gaat Marjan de motivatie voor verandering op dit levensgebied bespreken aan de hand van principes uit Solution Focused Brief Therapy. Ze vraagt mevrouw Andriessen om een cijfer te geven op een schaal van 0 10 (0 is niet opgelost, 10 is de ideale situatie) over waar zij nu staat ten opzichte van het probleem. Mevrouw geeft aan dat zij haar huidige situatie een 4 geeft. Marjan vraagt dan om op dezelfde schaal aan te geven naar welk cijfer mevrouw toe zou willen; met welk cijfer zou zij tevreden zijn? Mevrouw Andriessen zegt graag een 8 te willen; zij denkt dat de ideale situatie (=een 10) in haar geval niet haalbaar is. Ze zegt: misschien moet je dat ook niet willen he, dat je je helemaal geen zorgen meer maakt over afstoting. Marjan vraagt wat een 8 voor haar zou inhouden. Mevrouw zegt dat zij dan niet langer belemmerd wordt door sombere en angstige gevoelens in haar dagelijks leven, maar dat deze gevoelens er soms wel mogen zijn. Dan bespreekt Marjan waarom verandering belangrijk voor haar is, hoe zij zich zou voelen na de verandering en waaraan zij een effect zou merken. 12 Dan nodigt Marjan mevrouw uit om een SMART-doel op te stellen om verandering met betrekking tot de door haar beschreven problemen concreet te maken. Mevrouw geeft aan dat zij wil werken aan het kunnen hanteren van sombere gevoelens en angsten die horen bij het leven met een transplantaat. Ze vindt het lastig om dit doel concreter te maken. Dus vraagt Marjan haar hoe zij in het verleden met lastige situaties is omgegaan; situaties waarbij ook sombere en angstige gevoelens een rol speelden. Mevrouw Andriessen vertelt dat zij in het verleden baat had bij het zoeken van afleiding en ontspanningsoefeningen die zij bij yoga heeft geleerd. Dit wordt vertaald naar het volgende doel: de komende 3 maanden wil ik mij minder angstig en somber voelen door wekelijks yoga te gaan volgen voor ontspanning. Op momenten dat ik angstige gevoelens voel opkomen doe ik een ontspanningsoefening of zoek ik afleiding door naar buiten te gaan of met vriendinnen af te spreken. Er wordt een kort en globaal actieplan opgesteld en Marjan vraagt mevrouw Andriessen dit plan voor de komende bijeenkomst uit te werken door na te denken over als.. dan situaties, succes- en faalfactoren en of en hoe zij haar sociale omgeving (bijvoorbeeld haar echtgenoot) wil betrekken bij het werken aan dit doel. Mevrouw Andriessen wordt aangemoedigd in de komende periode al te werken aan haar doel en bij te houden welke vorderingen zij maakt. Tijdens de tweede sessie wordt er met mevrouw geëvalueerd hoe het de afgelopen periode is gegaan. Mevrouw Andriessen geeft tijdens de evaluatie aan het begin van sessie twee aan dat het steeds beter met haar gaat. Zij heeft zich opnieuw aangemeld voor yoga en heeft vorige week haar eerste les gehad. Zij probeert structureel meer activiteiten in te plannen op haar dagen, zodat zij minder tijd heeft om te

piekeren. Op het moment dat zij spanning voelt opkomen, probeert zij ademhalingsoefeningen te doen. Als zij haar huidige situatie een cijfer moet geven, geeft zij dit keer een 5. Het gaat al beter dan voorheen, maar er zijn ook dagen waarop het haar niet lukt afleiding te zoeken en zij veel bezig is met gevolgen van haar ziekte. Mevrouw Andriessen vindt dat deze momenten nog te vaak voorkomen, vooral op dagen dat zij geen activiteit gepland heeft of op dagen dat zij op de poli is geweest. Marjan prijst mevrouw om haar vorderingen en sterke kanten. Zij vraagt mevrouw A te evalueren hoe zij ervoor gezorgd heeft dat het op sommige momenten juist goed ging. De VS en mevrouw Andriessen concretiseren het actieplan, waarbij zij specificeren dat mevrouw juist op dagen na een polibezoek afspreekt met een vriendin. Ook heeft mevrouw Andriessen bedacht weer te gaan borduren, zodat zij ook afleiding heeft als zij alleen thuis is. Ze vertelt ook dat haar relatie met haar man is verbeterd, die vindt haar ook niet meer zo gestrest. In alle sessies wordt aandacht besteed aan het zelfvertrouwen van mevrouw om aan haar doelen te werken. De nadruk wordt gelegd op eigenschappen die zij al bezit en die kunnen bijdragen tot het bereiken van het doel. De VS kijkt samen met mevrouw naar mogelijkheden om deze sterke eigenschappen vaker in te zetten. In de laatste sessies wordt naast evaluatie van de afgelopen periode ook aandacht geschonken aan de tevredenheid met de huidige uitkomsten en aan de toekomst. Mevrouw Andriessen geeft bij de derde sessie aan dat zij de 8 waar zij naar toe wilde werken bijna heeft bereikt en dat zij tevreden is met hoe het nu gaat. Het doel of de verwachtingen hoeven dus niet te worden bijgesteld. Zij vertelt dat zij nog wel lastige perioden ervaart, maar hier beter mee om kan gaan. Ze kan al meer van het leven genieten en is zelfs een weekendje weg geweest met haar man. Toch maakt zij zich wel zorgen over de toekomst: zal zij de angst de baas blijven? In de vierde sessie besteedt Marjan aandacht aan deze angst om terug te vallen. Samen met Marjan brengt mevrouw in kaart wat moeilijke situaties zouden kunnen zijn, bijvoorbeeld als er complicaties optreden of als de bloeduitslagen niet optimaal zijn. Mevrouw Andriessen komt zelf met goede suggesties om dan ook afleiding te blijven zoeken, maar erkent ook dat angstgevoelens op zulke momenten tot op zekere hoogte onvermijdelijk aanwezig zullen zijn. Vervolgens vraagt ze aan Marjan of die haar nog tips kan geven over de bijwerkingen die ze ervaart.. 13

X X X X X X X X X X X X X X 14 Het Zelfmanagement Web, ingevuld door mevrouw Andriessen

Referenties 1 V&V 2020 Deel 4. Beroepsprofiel verpleegkundig specialist. Utrecht; 2012. 2 Been-Dahmen JMJ, Dwarswaard J, Hazes JMW, van Staa AL, Ista E. Nurses views on patient self-management: a qualitative study. J Adv Nurs 2015; 71(12):2834-45. 3 Lorig KR, Holman H. Self-management education: history, definition, outcomes, and mechanisms. Ann Behav Med 2003; 26:1-7. 4 CBO. Zorgmodule Zelfmanagement 1.0. Het ondersteunen van eigen regie bij mensen met één of meerdere chronische ziekten. Utrecht: CBO; 2014. Te downloaden op: www.kennispleinchronischezorg.nl/docs/kcz/zorgmodule_zelfmanagement_1.0.pdf 5 Beck D, Peeters MAC, Grijpma JW, Been-Dahmen JMJ, Tielen M, van Buren M, Weimar W, van Busschbach J, Massey EK, van Staa AL. Developing a nurse-led self-management support intervention for kidney transplant recipients using intervention mapping: the ZENN-study. Submitted. 6 Glasgow RE, Davis CL, Funnell MM, Beck A. Implementing practical interventions to support chronic illness selfmanagement. Jt Comm J Qual Patient Saf 2003; 29(11):563-74. 7 van Hooft SM, Dwarswaard J, van Staa AL. Ondersteunen van zelfmanagement. Wat vraagt dit van verpleegkundigen? Ned T Evid Based Pract 2015; 13(1):17 20. 8 Duprez V, van Hooft SM, Dwarswaard J, van Staa A, Van Hecke A, Strating MMH. The development and psychometric validation of the Self-Efficacy and Performance in Self-management Support (SEPSS) instrument. J Adv Nurs 2016; 72(6); 1381-95. 9 van Hooft SM, Dwarswaard J, Jedeloo S, Bal RA, van Staa AL. Four perspectives on self-management support by nurses for people with chronic conditions: A Q-methodological study. Int J Nurs Stud. 2015; 52(1):157-66. 10 ter Maten-Speksnijder A, Dwarswaard J, Meurs PM, van Staa AL. Rhetoric or reality? What nurse practitioners do in providing self-management support in outpatient clinics: an ethnographic study. J Clin Nurs 2016; 25(21-22):3219-28. 11 Been-Dahmen JMJ, Walter MJ, Dwarswaard J, Hazes JMW, van Staa AL, Ista E. What support is needed to selfmanage a rheumatic disorder: a qualitative study. BMC Musculoskelet Disord Submitted. 12 Dwarswaard J, Bakker EJM, van Staa AL, Boeije HR. (2016). Self-management support from the perspective of patients with a chronic condition. A thematic synthesis of qualitative studies. Health Expect 2016; 19(2): 194-208. 13 van Hooft SM, Been-Dahmen JMJ, Ista E, van Staa AL, Boeije HR. What do self-management interventions achieve for outpatients with a chronic condition? A realist review of nurse-led interventions. J Adv Nurs epub 2016 Oct 18; doi: 10.1111/jan.13189. 14 Ratner H, George E, Iveson C. Solution Focused Brief Therapy: 100 Key Ideas and Techniques. London: Routledge; 2012. 15