MODULE A VWO KLAS 3 - Montessori

Vergelijkbare documenten
Dé arbeidsmarkt bestaat niet. Het bestaat uit een groot aantal deelmarkten die min of meer met elkaar in verbinding staan.

Samenvatting Economie Hoofdstuk 4

4.1 Klaar met de opleiding

UIT inkomstenbelasting

Economie Pincode klas 4 VMBO-GT 5 e editie Samenvatting Hoofdstuk 7 De overheid en ons inkomen Exameneenheid: Overheid en bestuur

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen

Samenvatting door een scholier 1202 woorden 10 januari keer beoordeeld. Hoofdstuk 4.3 t/m & 4.4 begrippen;

Grootverdiener zwaarder belast

Iedereen betaalt btw. Daarnaast betaalt iedereen die werkt ook loon- of inkomstenbelasting.

1) Wat krijgt een werknemer, een ambtenaar, huisarts, boekenschrijvers, makelaars en soldaten?

Begrippenlijst Economie Jong en Oud

7.7. Samenvatting door een scholier 2041 woorden 26 juni keer beoordeeld

Samenvatting Economie Jong & Oud

De overheid. Uitgaven: uitkeringen en subsidies. De overheid. Ontvangsten: belasting en premies. De grote herverdeler van inkomens

Samenvatting Economie Levensloop Hst. 2/3/4

Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2016

Inkomstenbelasting. Module 7 hoofdstuk 2

Begrippenlijst Economie Levensloop H1,H2,H3

Het primaire inkomen is de beloning voor het ter beschikking stellen van productiefactoren.

WHITE PAPER AANGIFTE INKOMSTENBELASTING

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?

Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2016

HRo - Loonbelasting -- Deel 4

HRo - Loonbelasting -- Deel 4

6,1. Samenvatting door een scholier 2162 woorden 3 juni keer beoordeeld. De collectieve sector blauwe boekje H1 + H2

Samenvatting Economie Levensloop

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij.

Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2015

4,2. Samenvatting door een scholier 1704 woorden 18 juli keer beoordeeld. Hoofdstuk 1

Lesbrief Jong en Oud 3 e druk

Samenvatting Economie Hoofdstuk 19 en 20: Inkomensverdeling en conjuntuur

Uitleg Loonstrook. Pagina 1

Als u 65 jaar of ouder bent

6,6. Samenvatting door een scholier 768 woorden 3 maart keer beoordeeld. Economie in context. Hoofdstuk Bruto- en nettoloon

Opdrachten belastingstelsel

Lesbrief Levensloop 1 e druk

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij.

Uitleg Salarisstrook!

Samenvatting Economie Hoofdstuk 4, De collectieve sector

Netto toegevoegde waarde: loon + huur + rente + winst Bruto toegevoegde waarde: waarde van verkopen waarde van productiebenodigdheden

De winkelier ontvangt dus meer btw dan dat hij betaald. Het verschil van 29,40 21,- = 8,40 draagt de winkelier af aan de belastingdienst.

3,3. Opdracht door een scholier 3194 woorden 23 januari keer beoordeeld. Lesbrief Inkomen Economie 1,2. Oefenopgave H1

SALARISSTROOK WGI Iedere maand ontvangen werknemers van Werkgeversinstituut (WGI) een salarisbetaling en een salarisstrook.

Uitleg salarisstrook. HR Services. Challenge the future

SALARISSPECIFICATIE Originele strook

BIJLAGE 2: Bruto-nettotrajecten

1 Belastingjaar 2016

Wijzigingen per 1 januari Wijzigingen per 1 januari 2017

1. Samenvatting. Partijen Mark Cornelissen Belinda van der Hoeven. Kinderen seven Cornelissen sofie Cornelissen steef Cornelissen

Leuker kunnen we het niet maken

Oefentoets Klas: havo 4

Syllabus. IB en het cafetariasysteem - uitwerkingen

1. Kosten kinderen. Netto Gezins Inkomen. Berekend per Besteedbaar tijdens huwelijk / samenwonen. Vrouw 0 0 Gemaximeerd tot 6000

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan euro.

Als je allemaal iets in de pot moet doen, voor bijvoorbeeld een uitje, heb je verschillende manieren om vast te stellen wie wat moet betalen:

TOELICHTING OP DE FOM-SALARISSTROOK

1. Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv)

Nog niet verstuurd. Eigen kopie, niet opsturen. Aangifte Inkomstenbelasting Formulierenversie IB 650E 2Z71 OLAV. Afgedrukt op

Meest gebruikte bedragen en percentages 2018

6,9. Samenvatting door een scholier 1342 woorden 12 augustus keer beoordeeld. Hoofdstuk 4

1. Kosten kinderen. Netto Gezins Inkomen. Berekend per Besteedbaar tijdens huwelijk / samenwonen. Vrouw 0 0 Gemaximeerd tot 6000

Info voor gastouders over inkomen en belastingen in 2009

Deel 1. Deel 2. Deel 3

Wet Uniformering Loonbegrip Per 1 januari 2013

Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie

Meso-economie De totale productie van een bedrijfskolom kun je vinden door de toegevoegde waarde van afzonderlijke

Wijzigingen in de loonheffingskorting 2019 voor niet-inwoners van Nederland

Overzicht Fiscale Cijfers 2013 en 2014 (per januari 2014)

Talent & Salaris Uitleg loonstrook 2016

In de economie is een goed schaars als er een offer of inspanning geleverd moet worden om het te krijgen -> relatieve schaarste

Werkstuk Economie Belastingstelsel 2001

Samenvatting Economie Jong & Oud

PARTICULIEREN: LETOP

7 : Datum: datum waarop door Van Spronsen & Partners de loonverwerking voor die maand heeft plaatsgevonden.

Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2016

Bedrijfsadministratie - BAD deel 4a

Wet uniformering loonbegrip

6,7. Samenvatting door een scholier 1150 woorden 10 oktober keer beoordeeld. De productiefactoren noemen en hun beloningen onderscheiden.

INLEIDING WET OP DE INKOMSTENBELASTING

Jong & Oud ECONOMIE HAVO 4

Info voor gastouders over inkomen en belastingen in 2011

Advieswijzer: Werken als zzp'er in 2016

Transcriptie:

MODULE A VWO KLAS 3 - Montessori Werkschema periode 3 Vak: Economie - VWO Periode 3 2016/2017 Week Leerstof Werk 20 Lesmodule Belastingen, Verzekeren, Pensioenen, CPI (huiswerk staat voor de weken 20 t/m 25 in de takenklapper bij de module 21 25/26 mei vrij Maken: 3.1, 3.2, 3.3, 3.4, 3.5, 3.6 (Module A HEMELVAARTSDAG 22 1 juni Herkansingsronde 5 Maken: 3.8, 3.9, 3.14, 3.15 23 5 juni vrij Pinksteren Nog te bepalen 24 Nog te bepalen 25 Nog te bepalen 26 30 juni start toetsweek 27 3 t/m 6 juli toetsweek 7 juli herkansingsronde 6 Proefwerk Lesmodule Belastingen, Verzekeren, Pensioenen, CPI

opdracht 3.1 opdracht 3.2 Hoofdstuk 3. Werken en belasting betalen 3.1 Aan het werk Wie een opleiding heeft afgerond, gaat meestal op zoek naar een werkkring die bij hem past. Dat kan een baan in loondienst zijn bij een bedrijf of bij de overheid. Hij kan ook voor zichzelf beginnen als zelfstandige ondernemer. Om een goede keuze te maken, zal hij de voordelen en nadelen van elk alternatief tegen elkaar afwegen. Als iemand in loondienst als werknemer werkt, ontvangt hij loon of salaris. Ben je zelfstandig dan heet je beloning winst. Loon en winst zijn soorten inkomen. Over elk inkomen moeten inkomstenbelasting en sociale premies worden betaald. De premie wordt betaald om verzekerd te zijn tegen de financiële gevolgen van onveiwachte gebeurtenissen. Iemand kan bijvoorbeeld zijn baan verliezen en daardoor zijn inkomen. Als je verzekerd bent tegen werkloosheid ontvang je als werkloze een uitkering (WW. Verzekeren betekent dat iemand elke periode premie betaalt en daarmee recht krijgt op een uitkering als hem financieel nadeel overkomt. Noem een andere verzekering waarvoor premie van het loon wordt ingehouden. Of je nu als werknemer in een bedrijf of bij de overheid werkt of als eigen baas zelfstandig een bedrijf begint, elke keus heeft voordelen en nadelen. Bij een eigen bedrijf kijkt niemand je op je vingers. Maar het werk is nooit klaar en er is grote onzekerheid over financiering en verdiensten. Deze onzekerheden horen bij het ondernemerschap. Als je bij de overheid werkt, heb je meer zekerheid over behoud van je baan, maar het inkomen en de carrièremogelijkheden zijn er vaak minder dan bij het bedrijfsleven. 3.2 In loondienst Naast loon en winst zijn er enkele andere bronnen van inkomen. Rente, ook wel intrest genoemd, krijg je over spaargeld. Huur en pacht zijn de beloningen als iemand een gebouw of grond aan een anderter beschikking stelt. Al deze soorten inkomens die mensen in het productieproces hebben verdiend, worden primaire inkomens genoemd. Over de primaire inkomens loon, winst, rente, pacht en huur moet een gedeelte als belasting en premies aan de overheid worden afgedragen. We gaan eerst kijken naar het inkomen uit arbeid, het loon. Veel jongeren met een baantje krijgen te maken met het betalen van belasting. Over het inkomen uit arbeid wordt door de overheid loonheffing geheven. De loonheffing bestaat uit loonbelasting en premie volksverzekeringen. De werkgever houdt de loonheffing in op het loon en draagt deze af aan de overheid. Doordat de overheid kortingen geeft op de loonheffing, hoef je over het loon van een klein baantje niet veel af te dragen aan de belastingdienst. De algemene heffingskorting is afhankelijk van de hoogte van je inkomen. In 2016 bedraagt deze korting maximaal 2.230. Mensen die werken krijgen bovendien een arbeidskorting van maximaal 3.103 in. Er zijn nog andere heffingskortingen, zoals de ouderenkorting. Door de heffingskortingen hoeven mensen met een heel laag inkomen, waaronder de meeste scholieren en studenten, geen loonheffing te betalen. Als erte veel loonheffing is ingehouden en afgedragen, kan het te veel betaalde bedrag teruggevraagd worden bij de belastingdienst. udy werkt vanaf 1 mei 2016 en verdient in de maanden mei tfm december 1.400 per maand. De eerste vier maanden van dat jaar had ze geen inkomen. Het tarief van de loonheffing is 30% van het inkomen. Haar totale heffingskorting is 3.000. a. Bereken de loonheffing die udy over 2016 moet betalen. 16 ]~et'\!ouii Over haar loon is in de maanden die ze in 2016 gewerkt heeft 200 per maand loonheffing betaald. Achteraf gezien is dat te veel en daarom vraagt ze het te veel betaalde bedrag terug bij de belastingdienst. b. Bereken het bedrag dat ze in 2016 aan de fiscus heeft betaald. c. Bereken het bedrag dat ze over 2016 van de fiscus kan terugvragen.

0 opdracht 3.3 opdracht 3.4 Door de heffingskorting betaal je over een deel van je inkomen geen loonheffing. a. Bereken tot welk jaarinkomen in 2016 geen loonheffing verschuldigd is, als de loonheffing 30% van het inkomen is en de heffingskorting c 3.000 per jaar. b. Geef twee redenen waarom de belastingdienst de loonheffing maandelijkse inhoudt en niet aan het eind van het jaar in een keer int. In werkelijkheid is er niet één belastingpercentage, maar stijgt het belastingpercentage als het inkomen stijgt. Evelien heeft een leidinggevende functie bij de thuiszorg. In tabel 3.1 staat haar vereenvoudigde loonstrook met de belangrijkste posten over januari 2016. Van haar brutoloon wordt een bedrag ingehouden. Wat overblijft na de inhoudingen is haar nettoloon of besteedbaar loon. Dat bedrag kan ze besteden of sparen. tabel 3.1 Loonstrook Evelien januari 2odi bedrag inhouding brutoloon E: 4.200 Loonheffing E 1.237 premie Pensioenfonds Zorg en Welzijn E: 400 totaalinhoudingen E 1.637 Nettoloon E: 2.563 De loonheffing bestaat uit loonbelasting en premie volksverzekeringen. De loonheffing is een voorschot op de inkomensheffing die achteraf per jaar wordt vastgesteld over het totale inkomen dat je in een jaar verdiend hebt. De premie volksverzekeringen wordt betaald voor onder andere de algemene ouderdomswet (AOW. Deze premie heeft een duidelijke bestemming. De premies voor de werknemersverzekeringen (uitkeringen bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid worden door de werkgever betaald. Evelien betaalt ook pensioenpremie aan het pensioenfonds Zorg en Welzijn, het pensioenfonds voor mensen die in de zorgsector werken. Zo bouwt ze een pensioen op voor later. Dit pensioen is een aanvulling op haar toekomstige AOW-uitkering. Evelien heeft het hele jaar in loondienst gewerkt voor een brutoloon van <:: 4. 200 per maand. Het brutoloon is het loon dat de werknemer verdient vóór aftrek van alle inhoudingen. In mei krijgt ze haar vakantiegeld ter waarde van één maandsalaris. Berekening inkomensheffing Eerst wordt het bruto jaarinkomen bepaald. Niet over elke verdiende euro hoef je heffing te betalen. Er zijn uitgaven die je van het bruto-inkomen mag aftrekken voordat de inkomensheffing wordt berekend. We noemen deze uitgaven aftrekposten. Voorbeelden van aftrekposten zijn: pensioenpremies, rente over een hypothecaire lening ter financiering van de eigen woning, reiskosten als je naar je werk gaat per openbaar vervoer, giften aan goede doelen. Als de aftrekposten van het bruto-inkomen zijn afgehaald, blijft het belastbaar inkomen over. bruto jaarinkomen aftrekposten belastbaar jaarinkomen a. Bereken met behulp van tabel 3.1 het bruto jaarinkomen over 2016 van Evelien. Let op: door het vakantiegeld krijgt ze een extra maand salaris. b. Toon met behulp van tabel 3. 1 aan dat Evelien over 2016 een aftrekpost heeft van c s.200. c. Bereken het belastbaar jaarinkomen van Evelien over 2016. De inkomensheffing, het bedrag datje betaalt aan inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, wordt berekend over het belastbaar jaarinkomen. Hoeveel heffing je moet betalen over het belastbaar inkomen wordt berekend aan de hand van de zogenaamde belastingschijven. Hiervoor wordt het belastbaar inkomen opgedeeld in een aantal schijven. Er zijn in 2016 vier opeenvolgende schijven met oplopende heffingspercentages (zie tabel 3.2. 3. Werk.ewe.w~~ 17

tabel 3.z lnkomstenbelasti11g en premie volksverzekeringen 2016 schijf loon op omvang flercentage heffing over de jaarbasis schijf (tarief totale schijf t/m E: 19.922 19.922 36;55% 7.281 2 E: 19.923 t/m 33-715 13-793 40,4% 8""..."". 3 33-716 t/m 66.421 32.7o6 40,4% c"..""." 4 66422 of meer onbegrensd 52,0% onbegrensd Naarmate het inkomen stijgt, moet over de toename van het inkomen een hoger percentage inkomensheffing worden betaald. Het heffingspercentage of tarief van de eerste en tweede schijf bestaat zowel uit inkomstenbelasting als premie volksverzekeringen. Het tarief in de derde en vierde schijf bestaat geheel uit inkomstenbelasting. Over elke schijf wordt een heffing berekend. De heffingen worden naar beneden afgerond op hele euro's. De heffingsbedragen van de schijven worden bij elkaar opgeteld. Op het totale heffingsbedrag worden de heffingskortingen in mindering gebracht. In 2016 geldt voor iedereen een algemene heffingskorting van maximaal E: 2.230. Er zijn nog enkele aanvullende heffingskortingen, zoals de inkomensafhankelijke arbeidskorting van maximaal E: 3.103. figuur 3.1 Belastbaar inkomen verdeeld in schijven î schi1f 4 66.421 - - D 52'11 1 ".". x 0,52 = D " S< h ~f c 1 40r4% 32.706 x 0,404: c 18 opdracht 3.5 ~et110udt 33.715 schifl 19.912 ' 1 1 ' B 40~% 1 13-793 x 0,404 = B ' A 1 schif11 " "19.922>< 0,655 =A 36,55% 0 Legenda 1 nkomensheffing Over na aftrek van inkomensheffing Toelichting bij tabel 3.2 en fr9uur 3.1: Iedereen met een belastbaar inkomen begint bij de berekenin9 van de heffing bij schijf 1. In schijf 1 valt de eerste : 19.922 van het belastbaar inkomen. Daarover moet 36-s5% heffin9 betaald worden. Is het inkomen hoger, dan komt een deel van het inkomen ook in de tweede schijf tussen 19.922 en 33.715. De omvang van de tweede schijf is dus 33. 715-19.922 = 13.793. Over dat bedrag moet 404% worden betaald. Is het inkomen hoger dan 33.715, dan kom je met het extra inkomen in de derde schijf met een heffing van 404% en eventueel in de uierde en laatste schijf met een heffin9 uon 52%. Die 52%-schijf betre~ in 2016 alle euro's die het belastbaar inkomen ho9er is dan : 66421. a. Bereken de inkomensheffing over schijf 1 en schijf 3 en vul deze bedragen bij B en C in tabel 3.2 in. b. Bereken de inkomensheffing van Evelien over 2016 en vul tabel 3.3 verder in.

l Uit de salarisstrook blijkt dat Evelien maandelijks 1.237 aan loonheffing betaalt. c. Leid dit bedrag af uit het antwoord van vraag b. tabel 3.3 bruto jaarinkomen aftrekposten 54.6oo. 5.200 - belastbaar in komen schijf 1: blijft over: schijf2: ~ _ 13.793 _ x heffingspercentage {36,55% x heffingspercentage(... % blijft over (deel van schijf 3 x heffingspercentage (.". "% totaal berekende heffing over de schijven: heffingskortingen: algemene korting 821 arbeidskorting uz9 + totaal heffingskortingen verschuldigde inkomensheffing over 2016 ".... =: : ". " + -. opdr.icht 3.6 Voor de overheid is de loonheffing een belangrijke bron van inkomsten. De overheid baseert de belastingheffing op een aantal beginselen of uitgangspunten. Een van die beginselen is het draagkrachtbeginsel. Dat beginsel houdt in dat hogere inkomens in verhouding meer belasting moeten afdragen dan lagere inkomens. Dat kan worden bereikt met een progressief belastingstelsel: hogere inkomens betalen gemiddeld een hoger belastingpercentage dan lagere inkomens. Hierdoor verandert de inkomensverhouding tussen de hoge en de lage inkomens ten gunste van de lage inkomens. De inkomensverschillen worden relatief kleiner. Er is dan nivellering van inkomens. Evelien geeft leiding aan Eric, een wijkverpleegkundige. Eric heeft een bruto maandloon van<:: 2.100, precies de helft van wat Evelien verdient. Ook hij krijgt vakantiegeld ter waarde van één maandsalaris. Het percentage van je bruto inkomen datje aan belasting en premies moet afdragen is de gemiddelde heffingsdruk ofhet gemiddelde heffingstarief:.. inkomensheffing gemiddelde heffingstarief= i.. ruto 1 oon x 100% Bij een progressief belastingstelsel stijgt het gemiddelde tarief als het inkomen stijgt. Eric betaalt 200 pensioenpremie per maand. Hij heeft verder geen aftrekposten. De algemene heffingskorting en de arbeidskorting bedragen voor Eric samen 5.115. a. Bereken van Eric in 2016: 1 het bruto inkomen. 2 de aftrekposten. 3 het belastbaar inkomen. b. Bereken de inkomensheffing die Eric in 2016 moet betalen. c. Bereken voor Eric het gemiddelde heffingstarief. d. Bereken voor Evelien het gemiddelde heffingstarief. e. Toon aan dat het belastingstelsel progressiefis. 3. We.t"k.ewew ~ betttlew 19

opdr.acht 3. 7 opdr.acht 3.8 1 Evelien is dus gemiddeld 29,5 cent per verdiende euro kwijt aan heffingen Eric 15 cent. Door de heffing worden de inkomensschillen in verhouding kleiner. De progressieve belastingheffing nivelleert de inkomens. De afdeling van Evelien functioneert heel goed en de directie geeft haar en haar afdelingsgenoten in december 2016 een bonus van c:: 1.000. Evelien wil weten hoeveel heffing ze daarover moet betalen. Haar belastbaar inkomen neemt toe met c:: 1.000. Haar belastbaar inkomen omvatte al de hele eerste en tweede schijf en een deel van de derde schijf. Nu komt ze voor c:: 1.000 extra in de derde schijf en moet ze dus over het extra inkomen 40,4% betalen. Dat is het tarief van de hoogste schijf waarin ze valt: het marginale tarief of de marginale heffingsdruk. Anders gezegd, het marginale tarief is het percentage dat iemand over zijn laatst verdiende euro, dus over de top van zijn inkomen, betaalt. a. Hoe hoog is het marginale belastingtarief van Evelien? Licht het antwoord toe. b. Bereken met welk bedrag de inkomensheffing van Evelien toeneemt als in 2016 haar inkomen met 1.000 toeneemt. c. Noem twee redenen waarom haar gemiddelde tarieflager is dan haar marginale tarief. Gebruik daarbij tabel 3.. In Nederland stijgt de gemiddelde heffingsdruk als het inkomen toeneemt. Dat wil zeggen dat je bij een hoger inkomen een hoger percentage van je inkomen aan heffing betaalt. Het belastingstelsel noemen we dan progressief. De inkomensverschillen worden door de heffing in verhouding kleiner. De sterkste schouders dragen in verhouding de zwaarste lasten. Eric is een voorstander van dit stelsel. Evelien vindt het niet rechtvaardig dat het gemiddelde belastingpercentage oploopt naarmate je meer verdient. je kunt de hogere inkomens ook meer belasting (in euro's laten betalen door van iedereen hetzelfde percentage van zijn inkomen te heffen, het proportioneel belastingstelsel. Dan blijven de inkomensverhoudingen W,...,_ite gelijk. Il - ~ De buurman van Evelien, Donald, is gecharmeerd van een stelsel, _, ~ -, waarbij het gemiddelde belastingpercentage daalt als je inkomen ' toeneemt. De inkomensverschillen worden dan relatief groter. Dit noemen we een degressief belastingstelsel. Bij een degressief belastingstelsel worden de inkomensverschillen relatief groter. Er is dan denivellering van inkomens. Eric, Evelien en Donald analyseren drie mogelijke belastingstelsels (A, B en C waarbij door hen samen evenveel belasting wordt betaald. Alleen de verdeling over de drie personen verschilt. a. Bereken de ontbrekende getallen en vul deze in tabel 3.4 in. ~. bel bruto jaar- heffing bij gemiddeld heffing bij gemiddeld heffing bij gemiddeld inkomen mogelijk- heffings % mogelijk- heffings D mogelijl<- heffings % heid A bij A heid B bij B heid C bij C Eric ( 26.000 E: S.200 ( 7.800 c:: 10.400 ~ 20 ~et'\löudl Evelien ( 52.000 E: 1 S.GOO E: 15.600 C:: 15.GOO Donald t 78.000 E: 26.000 E: 23.400 C::20.800 Omcirkel de juiste antwoorden. b. Heffing A is proportioneel I pto9ressief / de9ressief en ni11ellmt / deni11elleert / hegt 9een invloed op de inkomensverdeling. c. Heffing B is proportioneel / pro9ressief / de9ressief en nillellmt / denivelleert I hegt 9ttn invloed op de inkomensverdeling. d. Heffing C is proportioneel pro9rmief / degressief en ni11elleert / denivelleert / hegt 9een invloed op de inkomensverdeling.

' opdracht 3. 9 opdracht 3.10 Hulp bij de belastingen Evelien heeft een vriend Nasir die economieleraar is. Hij verzorgt voor haar en enkele andere mensen elk jaar de aangifte voor de inkomstenbelasting. In zijn lessen gebruikt hij het voorbeeld van tabel 3.5. Voor alle personen is de heffingskorting 2.596. Bij de berekening van de inkomensheffing is gebruik gemaakt van de schijven in tabel 3.6. tabel 3-5 persoon belastbaar te betalen inkomen inkomensheffing (~~_ h_effi ~gskorti ng A 15.400 2.332 B E: 27.200 "a" c 39.800 12.012 D 45.550 14.427 E 90.000 37.148 Het verschil tussen bruto-inkomen en belastbaar inkomen bestaat uit de aftrekposten. a. Noem twee voorbeelden van aftrekposten. eerste schijf <:: 15.883 320/o b. Hoe blijkt uit tabel 3.6 dat hier sprake is van een progressief stelsel van inkomensheffing? tweede schijf 12.967 380/o derde schijf 00.614 420/o vierde schijf DE REST 52% De personen A t/m E hebben geen aftrekposten waardoor hun belastbaar inkomen gelijk is aan hun bruto inkomen. c. Toon met een berekening van het gemiddelde tarief van persoon A en persoon E aan dat het belastingstelsel progressief is. d. Bereken het getal dat in tabel 3.5 bij a moet staan. Maak bij de berekening gebruik van een schema vergelijkbaar met tabel 3.3. Men onderscheidt een marginaal en een gemiddeld heffingspercentage. e. Bepaal met behulp van tabel 3.6 het marginaal tarief van persoon D. Nasir legt zijn leerlingen de onderstaande twee uitspraken voor: Uitspraak i Als de eerste schijfwordtverlengd, heeft persoon A daarvan meer voordeel dan persoon E. Uitspraak 2 Als aftrekposten worden afgeschaft, hebben personen met een hoog inkomen daarvan in euro's uitgedrukt een groter nadeel dan personen met een laag inkomen. f. Geef voor elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is. Licht de antwoorden toe. Minder belasting betalen: koop een huis Op de website van de belastingdienst stonden tabel 3-7 Tarieven en belastingschijven 201 s in 2015 de gegevens van tabel 3.7. schijf schijfgrenzen heffingspercentage Lucia van der Stoel is 32 jaar en bedrijfsleider in een meubelzaak. Ze verdient in 2015 een brutoloon van 45.000. Ze heeft een eigen huis met een hypothecaire lening van 200.000. Daarover betaalt ze 4,5% rente. Ze heeft verder geen aftrekposten. a. Bereken uit tabel 3.7 de omvang van de 2 3 0 T/M E: 19.822 E: 19,823 T{M E: 33.589 E: 33.590 T/M E: 57.585 36,5% 42,0"Yo 42,0% 4 C:: 57.586 OF MEER 52,0% laanheffingskortingen bedragen 2015 algemene heffingskorting E: 1.828 arbeidskorting E: 2.220 eerste drie schijven in 2015 en vul de bedragen in tabel 3.8 in. b. Bereken het heffingsbedrag over elke hele schijf en vul de bedragen in tabel 3.8 in. tabel 3.8 Inkomensheffing in 201 s omvang schijf in 2015 heffingsbedrag over de gehele schijf eerste schijf tweede schijf derde schijf c. Bereken de hypotheekrente die Lucia in 2015 moet betalen. d. Bereken het belastbaar inkomen van Lucia in 2015. 3. Werkew et'\!~ bemle.f'\i 21

22 opdncht 3.11 e. Bereken de inkomensheffing die zij over 2015 moet betalen. f. 1 Bepaal over 2015 haar marginale tarief. 2 Bereken over 2015 haar gemiddelde tarief. Haar zus Claudia rekent Lucia voor dat ze tamelijk goedkoop woont, omdat ze door de hypotheekrenteaftrek over 2015 maar een netto rentelast heeft van 5.220. De netto rentelast is de betaalde rente min het belastingvoordeel. g. Toon met een berekening aan hoe Claudia aan het bedrag van 5.220 komt. Claudia heeft als hypotheekadviseur een slecht jaar in 2015. Ze heeft een bruto-inkomen van c 23.ooo en betaalt 9.000 hypotheekrente. Ze heeft verder geen aftrekposten. h. Hoe hoog is het marginaal belastingtarief van Claudia in 2015? i. Bereken de netto rentelasten van Claudia in 2015. j. Verklaar het verschil in netto rentelast tussen Lucia en Claudia. 3.3 Transfer Ondernemingen kunnen verschillende rechtsvormen hebben. Een ervan is de Naamloze Vennootschap (nv. De aandeelhouders zijn de eigenaren van een nv. Over de winst van de nv moet vennootschapsbelasting worden betaald volgens onderstaande tabel. De vennootschapsbelasting is progressief. Dit kan ondernemingen aanmoedigen zich op te splitsen in verschillende vennootschappen. tab 1 Tarieven voor de vennootschapsbelasting in ' 3 9 voor het deel van maar niet 2015 staan in tabel 3.9. de belastbare meer dan tarief Onderneming Noordpool produceert onder winst dat meer is dan andere schoolagenda's van het merk NOPO. Bijna elke scholier koopt een NO PO-agenda. 1 200.000 1 onbegrensd 1 25% In 2015 bedraagt de winst c 550.000. a. Bereken de vennootschapsbelasting die Noordpool over 2015 moet betalen. b. Bereken het gemiddeld tarief voor Noordpool in 2015. c. Bepaal het marginaal tarief voor Noordpool in 2015. d. Leg uit dat de vennootschapsbelasting in 2015 progressiefis. e. Leg uit dat het voor Noordpool voordelig zou kunnen zijn het bedrijf op te splitsen. 3.4 Zelftest Gesloten uragen 1 ortt;r et'\i o~ opdracht 3.12 Twee uitspraken. I. Bij een proportioneel belastingstelsel betaal je meer belasting als je meer gaat verdienen. Il. Als iemand door een loonsverhoging behalve in de eerste ook nog in de tweede schijf van de inkomensheffing valt, daalt het netto-inkomen. A. Beide uitspraken zijn juist. B. Beide uitspraken zijn onjuist. C. Uitspraak I is juist, uitspraak II is onjuist. D. Uitspraak l is onjuist, uitspraak II is juist. opdncht 3.13 Toni heeft een belastbaar arbeidsinkomen van 200.000. Gemiddeld betaalt hij 51% inkomensheffing. Met een fors deel van zijn inkomen valt Toni in de inkomensschijf met het hoogste tarief van 6o%. De belastingadviseur van Toni vindt nog enkele aftrekposten voor een bedrag van 2.600. Wat gebeurt er met de belastingafdracht van Toni? A. Die zal 1.560 dalen. B. Die zal 1. 326 dalen. C. Die zal E: 1.326 stijgen. D. Die zal E: 1.560 stijgen.

0 opdracht 3.14 opdracht 3.15 Openuragen Antonio Pelle is 32 jaar en heeft een bruto jaarinkomen van 50.000 uit arbeid. Hij bezit een eigen huis, gefinancierd met een 60/o-hypothecaire lening van 200.000. Antonio woont alleen en werkt bij een adviesbureau. De hypotheekrente is aftrekbaar voor de inkomensheffing. Er geldt in een bepaald jaar het volgende schijvenstelsel. lengte schijf percentage totale heffing per schijf gecumuleerde heffing eerste schijf 14.363 32,90% E: 4.725 E:4.725 tweede schijf E: 10.087 36,85% E: 3.717 E:8.442 derde schijf E: 21.681 42,00% 9.106 E: 17.548 vierde schijf DE REST 52,00% De heffingskortingen in dat jaar bedragen: Algemene korting l.507 Arbeidskorting 697 Alleenstaande-ouderkorting 1.206 Ouderenkorting voor AOW -ers 171 a. Bereken de inkomensheffing die Antonio aan de fiscus moet betalen. b. Hoe hoog is zijn marginaal tarief? c. Bereken zijn gemiddelde tarief op basis van het bruto-inkomen. Stel dat Antonio een eenmalige bonus van zijn baas krijgt, waardoor zijn bruto-inkomen met r.ooo stijgt d. Bereken het gemiddelde tarief als zijn inkomen met 1.000 stijgt e. Leg met behulp van de antwoorden op vraag c en vraag duit of hier sprake is van een progressief, een degressief of een proportioneel belastingstelsel. De premie volksverzekeringen wordt alleen over de eerste twee belastingschijven, dus tot een belastbaar inkomen van 24.450, geheven. Het tariefis 29,550/o. f. Is de premieheffing boven een belastbaar inkomen van 24.450 proportioneel, progressief of degressief? Verklaar het antwoord met behulp van de gemiddelde premiedruk. In 2016 is de omvang van de eerste schijf van de inkomensheffing c 19.922. Het heffingspercentage over schijf r is 36,550/o. Cas is 16 jaar, zit in 4 havo en werkt acht uur per week in een restaurant. In de vakanties werkt hij meer uren. Hij heeft over 2016 een bruto-inkomen van c 3.000 verdiend. Daarover is in totaal door zijn werkgever c 160 loonheffing ingehouden. Cas denkt dat hij die loonheffing terugkrijgt. Zijn broer Sam is 3 jaar ouder. Hij heeft in 2016 8.ooo bruto verdiend en bij hem is geen loonheffing ingehouden. Cas en Sam hebben geen aftrekposten. Cas heeft een heffingskorting van 2.000 en Sam van 2.230. a. Toon met een berekening aan dat Cas alle betaalde loonheffing over 2016 terugkrijgt b. Bereken hoeveel inkomensheffing Sam alsnog moet betalen over 2016. 3. Wuk.en,ew ~~ be.fu.lew 23

leerdoelen hoofdstuk 3 Kennen De omschrijving van de volgende begrippen: werknemer loon rente huur pacht primaire inkomens nettoloon besteedbaar loon loonheffing loonbelasting premie volksverzekeringen pensioenfonds brutoloon inkomstenbelasting aftrekposten hypothecaire lening belastbaar inkomen in kome nsheffi ng belastingschijven algemene heffingskorting arbeidskorting draagkrachtbeginsel progressief belastingstelsel nivellering gemiddelde heffingsdruk gemiddelde tarief marginale tarief marginale heffingsdruk proportioneel belastingstelsel degressief belastingstelsel denivellering Kunnen de verschillende inkomenscategorieën classificeren. uitleggen hoe de inkomensverdeling genivelleerd en gedenivelleerd kan worden. een loonstrook interpreteren. de inkomensheffing berekenen en deze analyseren. uitleggen wat de effecten zijn van overheidsmaatregelen op de inkomensverdeling. verschillende belastingstelsels onderscheiden en beschrijven. met behulp van de gemiddelde belastingdruk bepalen welk belastingstelsel wordt toegepast. de gevolgen van belastingheffing uitleggen voor de inkomens en daarbij gebruik maken van de begrippen marginaal belastingtarief en heffingskorting. 2L/- o-rtg' ew ouc:i

ong en Oud 4e druk Hoofdstuk 3 Werken en belasting betalen 3.1 Ouderdomsverzekering (AOW, zorgverzekeringswet (Zvw, wet langdurige zorg (Wlz, nabestaandenverzekering (Anw. 3.2 a. Inkomen = 8 1.400 = 11.200. Loonheffing (voor aftrek heffingskorting = 0,3 11.200 = 3.360. Te betalen loonheffing = 3.360 3.000 = 360. b. Betaald = 8 200 = 1.600. c. udy kan 1.600 360 = 1.240 terugvragen van de fiscus. 3.3 a. 30% van het inkomen 3.000 = 0 30% van het inkomen = 3.000. Inkomen = 3.000/0,3 = 10.000. b. de overheid heeft maandelijks geld nodig voor de overheidsuitgaven. de mensen moeten anders het hele jaar geld opzij leggen om achteraf belasting te betalen en maken het geld dan misschien op. 3.4 a. 13 4.200 = 54.600. b. De pensioenpremie is aftrekbaar: 13 400 = 5.200 c. Belastbaar jaarinkomen = 54.600 5.200 = 49.400 3.5 a. Heffing gehele tweede schijf = 0,404 13.793 = 5.572 (B Heffing gehele derde schijf = 0,404 32.706 = 13.213 (C. b. bruto jaarinkomen 54.600 aftrekposten 5.200 _ belastbaar inkomen 49.400 schijf 1: 19.922 _ heffingspercentage (36,55% = 7.281 blijft over: 29.478 schijf 2: 13.793 _ heffingspercentage (40,4 % = 5.572 blijft over (deel van schijf 3 15.685 heffingspercentage (40,4 % = 6.336 + totaal berekende heffing over de schijven: 19.189 heffingskortingen algemene korting 821 arbeidskorting 2.279 + totaal heffingskortingen 3.100 _ Verschuldigde inkomensheffing over 2016 16.089 c. 16.089/13 = 1.237. LWEO B.V. Niets uit deze publicatie mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. Het verlenen van toestemming tot publicatie strekt zich tevens uit tot het elektronisch beschikbaar stellen. Zie ook de leveringsvoorwaarden van de LWEO (www.lweo.nl.

ong en Oud 4e druk 3.6 a. Eric: 1 Brutoloon = 13 2.100 = 27.300 2 Aftrekpost = 13 200 = 2.600 _ 3 Belastbaar inkomen = 24.700 b. Eerste schijf 19.922 0,3655 = 7.281 Over 4.778 0,404 = 1.930 + = 9.211 Heffingskortingen = 5.115 _ Te betalen inkomensheffing = 4.096 c. Eric: 4.096/27.300 100% = 15%. d. Evelien: 16.089/54.600 100% = 29,5%, of 1.237/4.200 100% = 29,5%. e. Het gemiddelde heffingspercentage stijgt als het inkomen stijgt. Voor Eric is dit 15% en voor Evelien 29,5%. 3.7 a. 40,4%. De hoogste schijf waarin Evelien valt, is schijf 3. b. De bonus valt geheel in de schijf 3. Dus betaalt ze over het extra inkomen 0,404 1.000 = 404. c. Het percentage van de eerste en tweede schijf is lager dan het marginale tarief. De gemiddelde druk is lager door de aftrekposten. De gemiddelde druk is lager door de heffingskortingen. 3.8 a. bruto jaarinkomen heffing bij mogelijkheid A gemiddeld heffings % bij A heffing bij mogelijkheid B gemiddeld heffings % bij B heffing bij mogelijkheid C gemiddeld heffings % bij C Eric 26.000 5.200 20,0% 7.800 30,0% 10.400 40,0% Evelien 52.000 15.600 30,0% 15.600 30,0% 15.600 30,0% Donald 78.000 26.000 33,3% 23.400 30,0% 20.800 26,7% b. Heffing A is progressief en nivelleert de inkomensverdeling. c. Heffing B is proportioneel en heeft geen invloed op de inkomensverdeling. d. Heffing C is degressief en denivelleert de inkomensverdeling. 3.9 a. Hypotheekrente, pensioenpremies, reiskosten werk, alimentatie. b. Uit tabel 3.6 blijkt dat het belastingtarief hoger is naarmate het inkomen hoger is. c. Gemiddeld tarief persoon A = 2.332/15.400 100% = 15,1%. Gemiddeld tarief persoon E = 37.148/90.000 100%= 41,3%. LWEO B.V. Niets uit deze publicatie mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. Het verlenen van toestemming tot publicatie strekt zich tevens uit tot het elektronisch beschikbaar stellen. Zie ook de leveringsvoorwaarden van de LWEO (www.lweo.nl.

ong en Oud d. 6.786. belastbaar inkomen 27.200 schijf 1: 0,32 x 15.883 = 5.082 schijf 2: 0,38 x 11.317 = 4.300 + verschuldigde inkomensheffing 9.382 heffingskorting 2.596 _ te betalen inkomensheffing 6.786 4e druk e. Totaal schijven 1 en 2 = 15.883 + 12.967 = 28.850. Totaal schijven 1, 2 en 3 = 28.850 + 20.614 = 49.646. Iemand met een inkomen van 45.550 zit met de top van zijn inkomen in schijf 3 (tussen 28.850 en 49.696 en heeft in dit geval een marginaal tarief van 42%. f. Uitspraak 1: Onjuist. Vanaf een belastbaar inkomen van 15.883 ontstaat pas belastingvoordeel van deze maatregel. Uitspraak 2: uist. De hogere inkomens krijgen per euro aftrek een hoger percentage terug. Hogere inkomens kunnen vaak een hoger bedrag aftrekken omdat ze een hogere hypotheeklening van de bank kunnen krijgen en daardoor meer hypotheekrente betalen. 3.10 a/b. omvang schijf in 2015 heffingsbedrag over de gehele schijf eerste schijf 19.822 19.822 0,365 = 7.235 tweede schijf 33.589 19.822 = 13.767 13.767 0,42 = 5.782 derde schijf 57.585 33.589 = 23.996 23.996 0,42 = 10.078 c. Hypotheekrente = 0,045 200.000 = 9.000 d. Belastbaar inkomen = 45.000 9.000= 36.000 e. Ze maakt de eerste en de tweede schijf vol: de heffing = 7.235 + 5.782 = 13.017. In de 3 e schijf zit ze met 36.000 33.589 = 2.411. Heffing = 2.411 0,42 = 1.012. Totale heffing = 13.017 + 1.012 1.828 2.220 = 9.981. f. 1 Marginale tarief is 42%. 2 Gemiddelde tarief = 9.981/45.000 100% = 22,2%. g. Zonder hypotheekrenteaftrek was haar belastbaar inkomen 9.000 hoger geweest en dat valt helemaal de derde schijf. Haar belastingvoordeel van de hypotheekrenteaftrek is dus 0,42 9.000 = 3.780. Haar netto rentelast = 9.000 3.780 = 5.220. h. Belastbaar inkomen Claudia = 23.000 9.000= 14.000. Dat valt in de eerste schijf. Haar marginale tarief is 36,5%. i. Haar belastbaar inkomen zonder aftrekpost is 23.000. Met aftrek is dat 14.000. De aftrek valt deels in de eerste en deels in de tweede schijf. Deel van de aftrek in tweede schijf = 23.000 19.822 = 3.178. Deel van de aftrek in de eerste schijf: 9.000 3.178 = 5.822. LWEO B.V. Niets uit deze publicatie mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. Het verlenen van toestemming tot publicatie strekt zich tevens uit tot het elektronisch beschikbaar stellen. Zie ook de leveringsvoorwaarden van de LWEO (www.lweo.nl.

ong en Oud 4e druk 1. Methode met marginale tarief: Belastingvoordeel eerste schijf = 0,365 5.822 = 2.125. Belastingvoordeel tweede schijf = 0,42 3.178 = 1.334. Totale belastingvoordeel = 2.125 + 1.334 = 3.459. De netto rentelast voor Claudia = 9.000 3.459 = 5.541. 2. Methode met berekening van de belastingheffing: Bij een belastbaar inkomen van 23.000 zou ze aan heffing betalen: 7.235 + 0,42 3.178 1.828 2.220 = 4.521. Bij een inkomen van 14.000 betaalt ze: 0,365 14.000 1.828 2.220= 1.062. Totale belastingvoordeel is 4.521 1.062 = 3.459. De netto rentelast voor Claudia = 9.000 3.459 = 5.541. j. Lucia heeft meer belastingvoordeel van dezelfde aftrekpost van 9.000 omdat zij een hoger marginaal tarief heeft. Haar netto rentelast is dus lager. 3.11 a. Vennootschapsbelasting 2015 = 0,20 200.000 + 0,25 (550.000 200.000 = 40.000 + 87.500 = 127.500. b. Gemiddeld tarief = 127.500/550.000 100% = 23,2%. c. Dit is het tarief van de hoogste schijf waarin de nv valt: 25%. d. Bij een winst die lager is dan 200.000 is het percentage 20%. Daarna loopt het op, omdat een steeds groter deel in de 25%-schijf valt. Des te hoger de winst, des te hoger het gemiddelde tarief. e. Dan zou elke aparte vennootschap een winst lager dan 200.000 kunnen hebben. Het gemiddelde belastingpercentage is dan 20% in plaats van 23,2%. LWEO B.V. Niets uit deze publicatie mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. Het verlenen van toestemming tot publicatie strekt zich tevens uit tot het elektronisch beschikbaar stellen. Zie ook de leveringsvoorwaarden van de LWEO (www.lweo.nl.

LWEO B.V. Niets uit deze publicatie mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. Het verlenen van toestemming tot publicatie strekt zich tevens uit tot het elektronisch beschikbaar stellen. Zie ook de leveringsvoorwaarden van de LWEO (www.lweo.nl.