1 Waarom Sneltoetsen Gebruiken? Om het werken met Excel te versnellen en gemakkelijker te maken zijn er honderden sneltoetsen die je kunt gebruiken om de meest uitlopende opdrachten uit te voeren. Je kunt de sneltoetsen gebruiken om binnen de werkbladen en tabbladen te navigeren, de opmaak aan te passen of grafieken te maken. RSI RSI (Repetitive Strain Injury of Muisarm ) is een aandoening aan het zenuwstelsel dat voornamelijk veroorzaakt word door het veelvuldig herhalen van dezelfde handeling. Het komt voornamelijk voor bij mensen die veel werk op de computer doen en dan voornamelijk gebruik maken van een muis. Het gebruiken van sneltoetsen kan het gebruik van de muis aanzienlijk verkleinen en daarmee ook de kans op een muisarm. Naast het gebruik van sneltoetsen zijn er nog enkele andere manieren om de kans op een muisarm te verkleinen, zoals het regelmatig nemen van kleine pauzes en oefeningen om de spieren in je handen en armen te verlichten. Oefenen Ik hoop dat je door gebruik te maken van onderstaande basis sneltoetsen, dat je sneller leert werken met Excel zonder last te krijgen van een muisarm. Uiteindelijk komt het neer op oefenen en het actief gebruik maken van alle sneltoetsen die in dit rapport zijn beschreven. 1
2 Algemene Sneltoetsen Ctrl N Nieuw bestand Ctrl O Open bestand Ctrl S Bestand opslaan Ctrl F6 Navigeer tussen openstaande werkbladen Ctrl F4 Sluit het huidige actieve werkblad af 2
F12 Opslaan als Ctrl P Toon het print menu Ctrl Z Laatste actie ongedaan maken Ctrl Y Laatste actie opnieuw uitvoeren Ctrl F Het intoetsen van de Ctrl en F toets haalt het zoekscherm tevoorschijn met de Zoekfunctie geselecteerd. Ctrl H Het intoetsen van de Ctrl en H toets daarentegen haalt het zoekscherm naar voren met het Zoeken-Vervang tabblad geselecteerd. Deze beide functies zijn vooral handig als je op zoek bent naar een specifiek ingevoerde waarde of wanneer een bepaalde waarde veranderd moet worden op verschillende plekken op het werkblad. 3
Shift F4 Herhaal de laatst ingevoerde zoekopdracht. 3 Navigatie Sneltoetsen Het navigeren tussen de cellen en werkbladen kan veel tijd in beslag nemen. De volgende sneltoetsen en combinaties kunnen je helpen om snel tussen de cellen, rijen en kolommen te verspringen. Pijltoetsen Pijltoetsen kunnen worden gebruikt om te navigeren tussen de cellen van een werkblad. Page Up / Page Down toetsen De Page Up / Down toetsen kunnen worden gebruikt om met de cursor naar boven en beneden te springen in een werkblad. Alt Page Up / Page Down De combinatie Alt met de Page Up of Page Down toets kan worden gebruikt om een werkblad naar links of naar rechts te verspringen in een werkmap. 4
Tab / Shift Tab Navigeer één cel naar links of rechts in een werkblad. Enter / Shift Enter Laat de cursor één cel naar beneden / boven verspringen. Ctrl Pijltoetsen Met de Ctrl toets en de linker of rechter pijltoets kan er binnen een cel één woord naar links of rechts worden versprongen. Home / End Met de Home en End toets kan er binnen een cel naar het begin of het einde van de celinhoud worden versprongen. of Ctrl Home Verplaats de cursor naar de eerste cel in een werkblad in de linker bovenhoek. 5
Ctrl End Verplaats de cursor naar de laatste cel met data in een werkblad. Ctrl G Laat het Ga Naar dialoog venster verschijnen 4 Selectie Sneltoetsen Shift Spatie Selecteer een hele rij. Ctrl Spatie Selecteer een hele kolom. Ctrl Shift * Selecteer de cellen rondom de actieve cel waar de cursor zich momenteel bevindt. 6
Ctrl A Selecteer alle cellen met data binnen een werkblad. Het nogmaals intoetsen van Ctrl A selecteert het hele werkblad. Ctrl Shift Page Up of Page Down Selecteert het werkblad en het boven liggende / onder liggende werkblad. Ctrl Shift O Selecteer alle cellen met een notitie. Shift Pijltoetsen Breid de huidige selectie uit met één cel in de richting van de ingetoetste pijltoets. Ctrl Shift Pijltoetsen Deze combinatie breidt de huidige selectie uit tot de laatste data bevattende cel in de rij of kolom. 7
Shift Page Down / Up Breid de huidige selectie uit tot het bovenliggende / onderliggende scherm. Shift Home Breid de selectie uit tot het begin van de rij. Ctrl Shift Home Breid de selectie uit tot het begin van het werkblad. Ctrl Shift End Breidt de selectie uit tot de laatste cel die data bevat in het werkblad. F8 Door F8 in te toetsen kun je vervolgens meerdere cellen selecteren zonder steeds de Shift toets te moeten gebruiken. Door nogmaals F8 in te toetsen word deze functie weer geannuleerd. 8
Shift F8 Voeg een nieuwe serie cellen toe aan de huidige selectie. Shift BackSpace Selecteer alleen de actieve cel (waar de cursor zich bevindt) als er meerdere cellen zijn geselecteerd. Ctrl BackSpace Toon de actieve cel (waar de cursor zich bevindt) binnen een selectie. Ctrl. Verspring de cursor naar de volgende hoek in een selectie (in de richting van de klok). Ctrl Alt Pijltoetsen links / rechts Navigeer tussen selecties die niet naast elkaar liggen, wanneer meerdere rijen of kolommen zijn geselecteerd. 9
Escape Annuleer selectie 5 Selecteer data binnen de cellen Shift Pijltoetsen links of rechts Selecteer één letter of cijfer links of rechts van de cursor. Ctrl Shift pijltoets links of rechts Selecteer één woord links of rechts van de cursor. Shift Home / End Selecteer alles links / rechts van de cursor. of 10
6 Invullen of aanpassen van data Ctrl C Inhoud van geselecteerde cellen (naar het klembord) kopiëren. Ctrl X Inhoud van geselecteerde cellen (naar het klembord) knippen. Ctrl V Plakken van de inhoud van het klembord in de geselecteerde cel. Ctrl Alt V Tonen van het plakken dialoogvenster. Alt Enter Begin een nieuwe regel binnen een cel onder de bestaande inhoud van de cel. Voltooid de invoer van data in de cel nog niet. 11
Enter Het intoetsen van enter binnen een cel voltooid de invoer van data binnen een cel en laat de cursor verspringen naar de volgende cel. Als de waarde binnen een cel onderdeel uitmaakt van een calculatie of een reeks zal de nieuwe waarde van de cel worden meegerekend nadat Enter is ingetoetst. Shift Enter Voltooid de invoer van data binnen een cel en laat de cursor naar de boven liggende cel verspringen. Tab / Shift Tab Voltooid de invoer van data binnen een cel en laat de cursor naar de cel links of rechts van de huidige cel verspringen. BackSpace Verwijderd het teken vóór de cursor. Delete Verwijderd het teken na de cursor. 12
Ctrl Delete Verwijderd alle data binnen de cel dat zich rechts van de cursor bevindt. Ctrl ; Voert automatisch de huidige datum in de cel in. Ctrl Shift : Voert automatisch de huidige tijd in de cel in. 6. Opmaak Ctrl 1 Dialoogbox formatteren van cellen. Ctrl B Maakt inhoud van een cel vetgedrukt of maakt vetgedrukte inhoud weer standaard. 13
Ctrl I Maakt inhoud van een cel schuin gedrukt of maakt schuin gedrukte inhoud weer standaard. Ctrl U Onderstreept de celdata of verwijderd een bestaande streep. Ctrl 5 Doorstreept celdata of verwijderd een bestaande streep. Ctrl Shift F Celeigenschappen scherm Alt Stijl dialoog box 14
Ctrl Shift $ Past het valuta format toe met dubbele decimalen. Ctrl Shift ~ Past het standaard nummer format toe. Ctrl Shift % Past het percentage format toe. Ctrl Shift # Past de datum format toe met maand, dag en jaar. Ctrl Shift @ Past het tijd format toe met het uur en de minuut of een 12-urig systeem. 15
Ctrl Shift! Past het nummer format toe met een punt om de duizenden te onderscheiden, een voor negatieve getallen, en een decimaal teken. Ctrl Shift ^ Past het wetenschappelijke formule-format toe. F4 Herhaal laatst toegepaste actie: Deze sneltoets komt van pas als de format van een cel herhaalt moet worden bij een andere cel. 7. Cellen verbergen of weergeven Ctrl 9 Verberg de geselecteerde rij(en) 16
Ctrl Shift 9 Geef eventuele verborgen rijen binnen de selectie weer. Ctrl 0 Verberg de geselecteerde kolommen. Ctrl Shift 0 Geef eventuele verborgen kolommen binnen de selectie weer. Ctrl ` Wissel tussen het weergeven van de celwaarden en de formules van de cel. Alt Shift Pijltoetsen Voeg rijen of kolommen samen. 17
Ctrl 6 Wissel tussen het weergeven en verbergen van celwaarden. 8 Aanpassen van het werkblad Ctrl - wanneer een rij of kolom geselecteerd is Verwijder rij of kolom Ctrl Shift Voeg een rij of kolom toe. Shift F2 Voeg een notitie toe of pas een bestaande notitie aan. 18
Shift F10, M Verwijder notitie., Alt F1 Creëer een grafiek en plaats deze binnen het huidige werkblad. F11 Creëer een grafiek en plaats deze op een afzonderlijke pagina. Ctrl K Creëer een hyperlink (opent het hyperlink venster). 19