NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT

Vergelijkbare documenten
Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11).

AFSPRAKENLIJST PRESIDIUM 20 APRIL 2015

BESLUITENLIJST. Voorronde Open Huis. Datum: 10 september 2015 Onderwerp: Discussienota herziening subsidiebeleid

Praktische zaken. Waar wordt de ideeënmarkt gehouden? De ideeënmarkt wordt gehouden in de hal van het gemeentehuis.

Vragen en antwoorden over de motiemarkt. Praktische zaken

Memorie van antwoord. Convenant actieve informatieplicht

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

2017D05509 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Notitie raadsvragen in soorten en maten

L. van Gerven raad september 2013

Aan de Gemeenteraad.

HOE WERKT DE GEMEENTE? Het beïnvloeden van beleid en besluitvorming

Doetinchem, 2 juli 2008 ALDUS VASTSTELD 10 JULI Visie op dienstverlening

Verordening op de Burgeragendering en het Burgerinitiatief gemeente Utrecht 2018

Initiatiefvoorstel Beter debatteren in commissie en raad

Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium

De Gemeenteraad van Wijchen

Agenda commissie Mens en Samenleving van 12 mei 2016

Voorzitter, Er is al heel veel gezegd. Dat gaat de VVD niet doen.

Gemeente Utrecht. Raadsbesluit. Voorjaarsnota Opgesteld door. Bestuurs-en Concernstaf Draad, S.M. (Sylvia) Kenmerk Vergadering

Dhr. S. Nieuwkoop (gemeentesecretaris) wethouders drs. P.W.J. Hoek, F.J.A. Hommel, mr. G.J. Harmsen, Wethouder C.L. van Dis MBA

Raadsvoorstel Programma Inwoners - en Overheidsparticipatie

Van idee naar congres

Raadsvoorstel (gewijzigd) 26 september 2013 AB RV

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag

VERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAADSSESSIE GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 20 januari 2005

Besluitenlijst van de vergadering van de raad van de gemeente Eemsmond gehouden op donderdag 23 april 2015 in het gemeentehuis te Uithuizen.

Plan van aanpak voor een tussentijdse evaluatie beleidsplan Sociaal Domein

Maak het! in Heerenveen

Gedragscode privacy en persoonsgegevens gemeenteraad Velsen

Besluitenlijst RAADSVERGADERING

Resolutie Ledendemocratie

Raadsvergadering. Bovendien wijzen wij u er op dat in deze kadernota nog geen rekening is gehouden met de implementatie van de strategische agenda.

Polderen voor beginners

B e s l u i t: A. Presidium en Griffie. De raad van de gemeente Almere, Gelet op het artikel 16 en 33 van de Gemeentewet

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp gewijzigd vaststellen ontwerpbestemmingsplan Vinkenburg. Aan de raad,

RUZIE OVER DE FUSIE?

Betreft: schriftelijke vragen ex artikel 32 Organisatieverordening van de gemeenteraad van Harderwijk.

Dhr. S. Nieuwkoop (gemeentesecretaris) wethouders drs. P.W.J. Hoek, F.J.A. Hommel, mr. G.J. Harmsen, Wethouder C.L. van Dis MBA

De heer Öztürk (PvdA): Voorzitter. Bij de stemmingen onder punt 3, over de begroting van Economische Zaken, houd ik onze motie op stuk nr. 27 aan.

RAADSVOORSTEL. raadsvergadering: 21 september 2011 Aanbesteding Masterplan Anna's Hoeve. datum: 12 september 2011 gemeenteblad I nr.: 68 agenda nr.

gemeente Eindhoven Betreft openbare vergadering van 15 januari 2013, locatie commissiekamer, aanvang uur, einde uur.

Wijziging van de Experimentenwet Kiezen op Afstand in verband met de verlenging van de werkingsduur van die wet.

Welkom. bij de. gemeenteraad

Transcriptie:

2 0 1 6 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 20e vergadering 22 september 2016 Openbare vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 22 september 2016 te 20.00 uur. Voorzitter: de heer mr. J.H.C. van Zanen, burgemeester; mevrouw J. Ferket, plaatsvervangend voorzitter, gedurende enkele momenten in de vergadering. Aanwezig zijn de leden: Baş, De Boer, Bollen, Bos, Bouazani, Brussaard, Van Corler, Dekkers, Dibi, Van Eijndhoven, Eggermont, Van Esch, Ferket, Freytag, Gilissen, Haage, Işik, Kleuver, Knip, Koning, Meijer, Metaal-Froon, Van Ooijen, Oost, Paardekooper, Podt, Post, Rajkowski, De Regt, Te Ronde, Roodenburg, Van Schie, Schilderman, Schipper, Scholten, Sienot, Tielen, Uringa, Verschuure, De Vries, Van Waveren, Weistra en Zwanenberg. Tevens zijn aanwezig de wethouders: Everhardt, Diepeveen, Geldof, Van Hooijdonk, Jansen en Kreijkamp. Afwezig zijn de leden: Van Gemert en Koelmans. Griffier: mevrouw mr. M. van Hall, griffier. Opening van de vergadering. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik open uw vergadering, hartelijk welkom. Fijn dat u er bent. Dank voor de belangstelling op de publieke tribune, onder meer van studenten van de Hogeschool Utrecht en van iemand van de Cliëntenraad die net is aangetreden. Fijn dat mensen thuis kijken en meeluisteren. Dames en heren! U hebt gezien wat de spreektijden zijn. Ik verzoek u zich daaraan te houden; u hoeft ze niet te gebruiken. Ik zal u er in alle vriendelijkheid aan proberen te herinneren. Dit geldt overigens ook voor de leden van het college, inclusief mijzelf. Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Van Gemert en mevrouw Koelmans. Agenda vaststellen. De agenda wordt z.h.o. ongewijzigd vastgesteld. Bekrachtiging geheimhouding De VOORZITTER: Dames en heren! Op grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet, verzoek ik u de geheimhouding te bekrachtigen van drie bijlagen behorende bij het conceptraadsvoorstel Programmabegroting 2017

Raadsvergadering van 22 september 2016 2 Z.h.o. wordt overeenkomstig het verzoek van de voorzitter besloten. Notulen vragenuur 8 september 2016. Deze notulen worden z.h.o. ongewijzigd vastgesteld. Actuele motie van de heer Gilissen "Uitgeloot 030". De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Ik stond hier natuurlijk al veel eerder, maar toen moest ik onverrichter zake terugkeren naar mijn bankje, omdat de tijd voorbij was. Hier sta ik alsnog. De reden om vanavond een actuele motie in te dienen, vloeit voort uit het mondelinge vragenuur van enkele weken geleden waarin we moesten vaststellen dat de gemeente Utrecht wel eens aanbestedingsprocedure hanteert waarin selectie als een niet onderscheidend criterium wordt gebruikt, waardoor partijen vroegtijdig kunnen afvallen. Mede namens de fracties van CDA, Stadsbelang Utrecht, D66, PvdA en Student & Starter dien ik een motie in waarin de raad uitspreekt dat bij selectie van bedrijven voor het uitvoeren van taken het loten als selectiemiddel zo min mogelijk zou moeten worden gebruikt, de gemeente bij het vormgeven van aanbestedingsprocedures voor nieuwe taken zo veel mogelijk criteria vooraf moet definiëren op basis waarvan er onderscheid kan worden gemaakt en bedrijven niet zomaar door het lot kunnen worden uitgezonderd van die processen. Dat uitgangspunt heb ik vervat in een motie, die ik hierbij indien. "Motie 169 Uitgeloot 030 De raad van de gemeente Utrecht, in vergadering bijeen op donderdag 22 september, constaterende dat - de raad op 3 september 2015 heeft ingestemd met de nota Inkoop 2015-2019 'Waar(-de) voor ons geld'; - in deze nota de uitgangspunten zijn vastgelegd die de gemeente hanteert bij het inrichten van de inkoopfunctie en het uitvoeren van alle inkooptaken; - onlangs gebleken is dat de gemeente Utrecht sinds het vaststellen van deze nota driemaal het instrument loting heeft toepast als selectiemechanisme bij een aanbestedingsprocedure; - het instrument loting niet in deze nota is opgenomen, overwegende dat - het middel loting in (de selectiefase) van aanbestedingsprocedures op gespannen voet staat met het uitgangspunt van 'inkopen tegen de optimale (integrale) prijs/kwaliteitverhouding'; - loting tijdens aanbestedingsprocedures door deelnemende partijen als onrechtvaardig en oneerlijk kan worden ervaren, van mening dat - loting in aanbestedingsprocedures zeer onwenselijk is en uiterst terughoudend zou moeten worden toegepast; - selectie in principe plaats zou moeten vinden op basis van prijs, kwaliteit en andere criteria zoals opgenomen in de nota Inkoop 2015-2019, verzoekt het college,

Raadsvergadering van 22 september 2016 3 - deze uitgangspunten nader uit te werken en de raad voor het einde van het jaar te informeren over de gevolgen hiervan voor inkoopbeleid en inkooppraktijk, en gaat over tot de orde van de dag." De motie is ondertekend door de heren Van Waveren, Bos, Meijer, mevrouw Haage en mijzelf. De heer EGGERMONT (SP): Voorzitter! Ik ben benieuwd wat de heer Gilissen vindt. Hij schrijft dat er uiterst terughoudend met loting moet worden omgegaan. Is dat niet de huidige praktijk? Want zo vaak komt het niet voor dat er wordt geloot. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Het is drie keer voorgekomen sinds we de nieuwe nota Inkoop hebben vastgesteld. Ik ben het met de heer Eggermont eens dat de motie uiterst politiek is geformuleerd, omdat dit nodig was voor het behalen van een werkbare meerderheid in deze raad. Volgens mij is het principe zeer duidelijk: kies bij de vormgeving van de aanbestedingsprocedures duidelijk voor criteria op basis waarvan partijen kunnen worden onderscheiden. Er kunnen zich situaties voordoen die we vooraf niet hebben kunnen bedenken waarin partijen evengoed scoren op die criteria. Dan zullen we toch een keuze moeten maken en is het lot wellicht het meest aangewezen. Het enkele feit dat we loting niet voor 100% kunnen uitsluiten, staat voorop. De motie spreekt uit dat loting een uitzondering zou moeten zijn; dat is de insteek. Mevrouw VAN ESCH (PvdD): Voorzitter! Ik vind het licht verwarrend. Ik had liever gezien dat er in de motie "niet" had gestaan. Ik hoor uit de woorden van de heer Gilissen dat dit ook de VVD-fractie het meest na aan het hart ligt. Kan de heer Gilissen uitleggen waarom er geen meerderheid voor dat "niet" te vinden is? Dat zou ik het mooiste in die motie hebben gevonden. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Ik stel in ieder geval vast dat mevrouw Van Esch ook genoegen kan nemen met deze formulering; dat is op zich fijn. Ik heb het zojuist tegen de heer Eggermont gezegd: we kunnen loting niet voor altijd uitsluiten, omdat er ook situaties kunnen zijn waarin bedrijven onder de streep ex aequo uitkomen en twee of meerdere partijen evengoed scoren, ook als we vaststellen voor hoeveel procent onderdelen meetellen. We zullen dan toch een keuze moeten maken, want we kunnen maar met één partij in zee gaan. Dan is loting helaas nodig. De opdracht aan het college is volgens mij heel duidelijk: bedenk voor het starten van een aanbestedingsprocedure criteria die er uiteindelijk toe zullen leiden dat altijd de beste partij of meerdere beste partijen boven komen, zodat zo veel mogelijk bedrijven een kans krijgen. De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! Het college kan de motie overnemen. De heer VAN OOIJEN (ChristenUnie): Voorzitter! In welke mate verschilt de motie van het bestaande beleid? De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! In het mondelinge vragenuur heb ik al gezegd dat we dit zullen uitzoeken en wellicht bij de raad terugkomen om te melden hoe we hiermee omgaan. Als ik me goed herinner, zei ik dit tegen de heer Van Waveren. Het goede van deze motie is dat ze loting niet uitsluit. Er kunnen redenen zijn de heer Gilissen heeft zelf voorbeelden gegeven die loting noodzakelijk maken. Bij de aanbesteding die de aanleiding vormde voor deze motie is ervoor gekozen het mkb veel kansen te geven door niet aanvullende eisen in de selectieprocedure te stellen, om niet

Raadsvergadering van 22 september 2016 4 grote partijen daarmee te bevoordelen. Ik ben het eens met wat er qua mening staat in de motie en ik kan toezeggen wat er bij het verzoek staat. Daarom neem ik de motie graag over. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! De motie laat ik in stemming brengen, omdat er een uitspraak van de raad in staat. Die wil ik graag in stemverhouding zien uitgedrukt. Aan de orde is de stemming over motie 169 (Uitgeloot 030). De heer EGGERMONT (SP): Voorzitter! Tijdens de discussie die we zojuist voerden, bleek dat er wat licht zit tussen hoe de heer Gilissen de motie uitlegt en wat er daadwerkelijk in het dictum staat. Dat gaat volgens ons verder dan noodzakelijk is. Wij vinden het huidige beleid goed en vinden het goed er nog een keer naar te kijken. De gevolgen voor het kleinbedrijf zullen groot zijn als we alles willen uitsluiten. Wij vinden deze motie overbodig en zullen haar niet steunen. De heer MEIJER (D66): Voorzitter! In tegenstelling tot de heer Eggermont stel ik vast dat hierover in de huidige inkoopnota niets is opgenomen. De wethouder heeft toegezegd dat hij dit gaat doen. Dat staat ook in de motie en daarom zullen we haar steunen. Motie 69 wordt hierna bij handopsteken aangenomen, waarbij de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van Student & Starter, PvdD, PvdA, GroenLinks, ChristenUnie, CDA, VVD, Stadsbelang Utrecht en D66 ervoor hebben gestemd en de aanwezige leden van de SP-fractie ertegen. Actuele motie van de heer Koning "Samen en Sneller Stad Maken in Merwede", De heer KONING (D66): Voorzitter! Er liggen fantastische kansen voor Utrecht in de Merwedekanaalzone, in het bijzonder in gebied 5, waarover we vanavond spreken. Dit gebied moet ruimte gaan bieden aan duizenden mensen om er te wonen, werken, leren, sporten, winkelen en recreëren. De mogelijkheden zijn veelbelovend, maar we maken ons zorgen over de gebiedsontwikkeling en vinden dat het college de raad en de stad te weinig bij dat proces betrekt. Er zijn ongetwijfeld enkele raadsleden en wethouders die zich de commissie-elverding herinneren. Deze commissie leverde in 2008 een rapport over de knelpunten waardoor grote infrastructurele projecten vaak de mist ingingen. Ik quote uit het rapport: "Het probleem van de verkenningsfase in de huidige praktijk is niet de lange duur ervan, maar het feit dat deze fase vaak ontbreekt of van beperkte kwaliteit is. Een goed afgebakende integrale en brede verkenning die afgesloten wordt met een politiek gedragen besluit komt maar heel zelden voor." Unquote. De conclusies en aanbevelingen van de commissie-elverding werden breed omarmd. Ook werd algemeen erkend dat ze niet alleen voor infrastructurele projecten gelden, maar ook voor grote gebiedsontwikkeling, en dat die knelpunten ook op provinciaal en lokaal niveau de kwaliteit van projecten ondermijnt. Tweede Kamerlid Jansen van de Socialistische Partij riep het kabinet zelfs bij motie op om die conclusies van de commissie over te nemen. De VOORZITTER: Denk aan uw tijd, want u moet het dictum nog voorlezen, en dat is heel lang. De heer KONING D66): Zeker. Helaas zien we vandaag de dag de reflex van gebiedsontwikkelingoude-stijl herleven, waarbij in een beperkt proces een structuurvisie wordt opgesteld en vervolgens per gebiedseigenaar afspraken worden gemaakt, in plaats van te werken met een integraal plan. Laten we

Raadsvergadering van 22 september 2016 5 niet in de valkuil trappen dat snel en ogenschijnlijk efficiënt ook beter zou zijn. Laten we nog eens terugkijken naar dat rapport. Een gebied als de Merwedekanaalzone verdient dat. De VOORZITTER: Wilt u afronden? U hebt nog 5 seconden. De heer KONING D66): Daarom dien ik bij dezen de volgende motie in, mede ondertekend door de fracties van GroenLinks en VVD De VOORZITTER: Meneer Koning, we hebben afgesproken dat u binnen die 2 minuten ook het dictum voorleest. U hebt een zeer lang dictum. Ik ben streng. Daar zal ongetwijfeld weer reactie op komen, maar ik doe even wat is afgesproken. U had het dictum al moeten voorlezen. De heer KONING D66): Akkoord, het dictum luidt als volgt De heer Van WAVEREN (CDA): Voorzitter! We moeten dezelfde methode hanteren als bij de heer Gilissen vorige week. Als er geen tijd is om het dictum voor te lezen, wordt het indienen van de motie doorgeschoven. Over twee weken is de heer Koning de eerste. De VOORZITTER: Vorige week was het anders. Ik vind het niet fair wat er nu gebeurt, maar dit is niet dezelfde situatie als vorige week. De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! We maken afspraken in deze raad. Eén daarvan is: houd het binnen die 2 minuten en lees binnen die tijd het dictum voor. De heer Koning houdt zich niet aan die 2 minuten. Daar heeft hij kennelijk voor gekozen, dus mag hij het dictum niet voorlezen. De VOORZITTER: Meneer Koning, kunt u het dictum samenvatten? De heer KONING D66): Ik kan het zeker samenvatten en dat ga ik doen door de motie aan te bieden. De details hebt u allemaal kunnen lezen in de mailbox. "Motie 170 Samen en Sneller Stad Maken in Merwede De raad, constaterende dat - er een grote opgave ligt voor gemeente Utrecht om de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone op een zorgvuldige wijze te regisseren; - de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone, deelgebied 5, in de komende jaren ruimte moet gaan bieden aan duizenden woningen en tal van andere functies; - in het gebied tal van ondernemers en omwonenden zijn die hierin graag samen met de gemeente aan de slag te willen, overwegende dat - er in dit gebied veel cultuur(-historische) waarde aanwezig is, evenals de uiteenlopend belangen van tal van gebiedseigenaren, ontwikkelaars, bedrijven, omwonenden en andere organisaties;

Raadsvergadering van 22 september 2016 6 - de stad Utrecht een aanzienlijke en ambitieuze opgave heeft als het gaat om het mogelijk maken van meer banen en het realiseren van nieuwe woningbouw voor bestaande en nieuwe bewoners; - al deze partijen een breed palet van belangen, ideeën en mogelijkheden met zich meebrengen; - het voor een succesvolle gebiedsontwikkeling noodzakelijk is dat er wordt gewerkt aan draagvlak en vertrouwen tussen deze partijen; - investeren in de inhoudelijke kwaliteit van de gebiedsontwikkeling een bijdrage kan leveren aan de versnelling van het proces; - het werken met een permanent gebiedsatelier, zoals daar in veel steden uitgebreide ervaring mee is opgedaan, de mogelijkheid biedt om open en transparant te werken aan de verschillende fasen van de gebiedsontwikkeling, in samenwerking met belanghebbenden, investeerders en deskundigen, verzoekt het college, - in deze gebiedsontwikkeling zorgvuldig uitvoering te geven aan de motie 99 Samen Stad Maken; - de nodige voortvarendheid te betrachten door alle mogelijke barrières of belemmeringen te inventariseren, te benoemen, op te lossen of voor te leggen aan de raad; - de gebiedsontwikkeling meer open en transparant te maken door: een gebiedsatelier te realiseren in het gebied, waar de ambtelijke organisatie met eigenaren, ontwikkelaars en andere belanghebbenden kan werken aan de planvorming en uitvoering, activiteiten kan organiseren en 'samen stad maakt'; te inventariseren welke maatschappelijke functies in de komende jaren nog een plek kunnen krijgen in de Merwedekanaalzone, zoals scholen, gezondheidscentra, sportorganisaties, etc.; te inventariseren welke mogelijkheden in het gebied zijn voor regelluwe of vrije zones zoals verwoord in het coalitieakkoord Utrecht maken we samen; de raad bij publicatie van de concept-structuurvisie te informeren over deze inventarisatie en specifiek te benoemen, welke barrières of belemmeringen nog resteren en welke kansen er zijn voor regelluwe of vrije zones; - in de structuurvisie voor het volledige gebied uit te gaan van functiemenging en flexibele bestemmingen." Deze motie is ondertekend door de leden Koning, Zwanenberg en Gilissen. De heer IŞIK (PvdA): Mijnheer de voorzitter! De PvdA-fractie vindt dit een goede motie, maar heeft twee opmerkingen. Wat wordt bedoeld met "flexibele bestemmingen" bij het laatste gedachtestreepje? In hoeverre zijn die bestemmingen flexibel? En hoe zit het met de rechtszekerheid voor de bewoners? De VOORZITTER: U mag kiezen welke vraag u beantwoordt. De heer KONING (D66): Een aantal fracties in deze raad wenst dat flexibele bestemmingsplannen mogelijk worden gemaakt. Die flexibiliteit kan verschillende kanten opgaan. Ze kan gaan over functies en over beperkingen op de periode waarin het bestemmingsplan geldig is. Wij vinden dit goede richtingen. Ik hoop hiermee de vraag van de heer Işik te hebben beantwoord.

Raadsvergadering van 22 september 2016 7 De VOORZITTER: De heer Bos van de Stadspartij. De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Stadsbelang, voorzitter. U zit lang genoeg in de raad om te weten dat het Stadsbelang Utrecht is en niet Stadspartij, met dank. Voorzitter! Ik heb een tweetal vragen aan de heer Koning. Wat betekent de term "unquote"? De VOORZITTER: Dank u wel, één vraag aan de heer Koning. De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Dan ga ik een andere vraag stellen. Is de heer Koning geen voorstander van een gemeenschappelijke exploitatiemaatschappij voor dit gebied, daar dit zo complex is en zo veel eigenaren en zulke complexe eigenaaroverstijgende elementen heeft? De heer KONING (D66): Dat zou zeker een mogelijkheid kunnen zijn. Ik vind het in ieder geval belangrijk om over de grenzen van de gebiedseigenaren te kijken naar deze gebiedsontwikkeling en naar de financiële afspraken die zullen worden gemaakt. De heer SCHIPPER (SP): We hadden het deze week over begrijpelijk taalgebruik. Ik denk niet dat de publieke tribune nu nog met ons is. In de motie staat het woord "gebiedsatelier". Wat is een gebiedsatelier, wat is de zeggenschap van de mensen die daaraan gaan deelnemen gezien het gebruik van de term "eigenaren" en wat mag het gebiedsatelier kosten? Dat zie ik niet terug in de motie. Ik wil graag weten wat de ambtelijke inzet zal zijn. De VOORZITTER: Kiest u maar. De heer KONING (D66): Een gebiedsatelier is een locatie waarin ambtenaren van deze gemeente kunnen werken met allerlei belanghebbenden in het gebied, zoals eigenaren, investeerders, ontwerpers et cetera en natuurlijk ook andere organisaties die er al zitten. Wij vinden dat op deze locatie echt een belangrijk doel voor het Samen Stad Maken en een middel daarin. Wat mag het kosten? Voor de plankosten heeft de gemeente middelen beschikbaar. Ik weet dat er met de eigenaren in het gebied wordt gesproken over hun bijdrage. De wethouder heeft eerder gezegd dat het mogelijk is om dit te gaan doen. Mevrouw VAN ESCH (PvdD): Voorzitter! Als ik de motie goed lees, is de D66-fractie voor een regelvrije zone in dit gebied. De PvdD-fractie ziet het niet zitten om in zo'n gebied regelvrije zones te hanteren. Hoe ziet de heer Koning dat voor zich? Met het invoeren van regelvrije zones wordt in dit complexe gebied de complexiteit groter gemaakt. De heer KONING (D66): We hebben het over een gebied waar in de komende 10 tot 15 jaar zal worden gebouwd. Daarvoor zullen deelgebieden worden afgebakend. Dat kan met behulp van een SPvE, want daarin kunnen specifieke deelgebieden worden ontwikkeld. Het is mogelijk om daarbij een of twee gebieden op te nemen waarin kan worden geëxperimenteerd met regelvrije of regelluwe zones. Wij vinden dat een uitdaging en innovatie, en niet iets om bang voor te zijn. De heer BRUSSAARD (CDA): Voorzitter! In de motie zit een aantal mooie dingen. Ik denk aan de eerste twee punten van het dictum. Net als bij de heer Schipper triggert het derde punt van het dictum mij een beetje. Dat gaat over het gebiedsatelier. Kan de heer Koning mij uitleggen wat het verschil is

Raadsvergadering van 22 september 2016 8 tussen een stadsgesprek en een gebiedsatelier? Het stadsgesprek was tot voor kort toch de mooie diamant van de D66-fractie? De heer KONING (D66): Vernieuwen moet je blijven doen. Veel steden hebben zeer positieve ervaringen met de praktijk van het gebiedsatelier. Anders dan het stadsgesprek gaat het om een permanente locatie waar je binnen kunt lopen en gedurende de komende jaren kunt blijven binnenlopen om met alle betrokken partijen over de verdere planontwikkelingen te spreken. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Er ligt een stevig procesvoorstel. We steunen dat graag omwille van de flexibele plannen en de regelluwe zones. Maar ik heb wel een vraag. Als de heer Koning zo'n dringende oproep doet aan het college om hiermee voortvarend aan de gang te gaan, is de D66- fractie dan ook bereid om als het erop aankomt politieke keuzes te maken om barrières zoals de tippelzone, maar ook de busremise, op te lossen in het gebied? De heer KONING (D66): Het is duidelijk dat er een paar barrières zijn in het gebied en dat die moeten worden opgelost, zodat er woningbouw kan plaatsvinden. Het college zal daarvoor voorstellen doen. Die kijken we met spanning tegemoet. De VOORZITTER: Ik zie dat wethouder Jansen, net als vanmiddag, nog steeds in passende kleding is, maar iets verhitter dan vanmiddag. De heer JANSEN (wethouder): Zeker voorzitter! Daarbij aansluitend kan ik melden dat toen ik vertrok bij de Domtoren het wereldrecord Domtoren klimmen was verbeterd door Alex Chan tot 2 minuten en 23 seconden. Maar misschien staat het record inmiddels nog scherper. Voorzitter! De heer Koning heeft goed gezien dat deze portefeuillehouder een groot fan was van de aanpak van de commissie-elverding. Kort samengevat houdt die in: sterk aan de voorkant, tijd steken in mensen betrekken, draagvlak creëren en goede ideeën gebruiken, omdat dit aan de achterkant heel veel geprocedeer scheelt, tot aan de Raad van State toe. Ik bestempel de aanpak in het Merwedekanaalzone deelgebied 5 als Elverding 2.0, misschien Elverding 3.0, want ik denk dat die vrij uniek is. In 2012 is Meer Merwede opgericht om de transformatie van de Merwedekanaalzone zonder deelgebied 5 te versnellen. Voor de mensen thuis: het gebied tussen de oude OPG-locatie en Campus MAX. Meer Merwede heeft inmiddels in diverse themabijeenkomsten gesprekken gevoerd met partijen in het gebied en daarbuiten. Ook raadsleden, onder wie de heer Koning, waren daarbij meerdere keren aanwezig. Dat proces is financieel en anderszins gesteund door de gemeente Utrecht. De gezamenlijke ambities zijn in 2015 verwoord in de ontwikkelambitie Merwede compact, gezond en gelukkig. Deze vergaande samenwerking tussen partijen is redelijk uniek in Nederland. We willen natuurlijk graag op die voet doorgaan. De heer Koning heeft in de commissiebehandeling van de schriftelijke vragen onlangs gesuggereerd een gebiedsatelier te realiseren. Er is over gediscussieerd wat men daar precies onder moet verstaan. Het college denkt dat het idee van de heer Koning is om mensen een beetje mee te laten ontwerpen, kortom, om de volgende stap te zetten in het proces dat we al een aantal jaren doorlopen. Ik kan hem blij maken dat de nauwe samenwerking met uiteenlopende partijen voor de komende maanden wordt voortgezet in twee gebiedsateliers met het gemeentelijk projectteam en de stedenbouwkundigen van de eigenaren, die in het kader van de structuurvisie worden georganiseerd.

Raadsvergadering van 22 september 2016 9 De VOORZITTER: Wilt u afronden, uw tijd is eigenlijk om. De heer JANSEN (wethouder): Ik moet vragen om enige flexibiliteit van de indiener of indieners wat betreft het verzoek op het gebied van flexibel bestemmen en regelvrije zones. Dit lijken me typisch onderwerpen waarvan we in de gebiedsateliers moeten bekijken wat ze opleveren. De raad wil heel veel dingen in het gebied. Zo vindt de raad verdichten heel belangrijk. Dat gaat over het algemeen gepaard met regeltjes, want anders kan er niet worden verdicht. Zwakke functies moeten worden beschermd. Als ik bij die twee punten in het dictum mag lezen dat de heer Koning c.s. pleit voor zo min mogelijk regels die nodig zijn om onze doelstellingen te bereiken en zo flexibel bestemmen als mogelijk is om zwakke functies in het gebied te beschermen, zoals groen en recreatie, dan kunnen wij de motie overnemen. De heer KONING (D66): De wens en intentie van deze motie is anders dan de uitleg van de wethouder over de gebiedsateliers. Het gaat echt om fysieke locaties in het gebied van waar uit de stad wordt gemaakt, ook in dit specifieke gebied. Ik ben bang dat de steun van het college aan de motie in die zin onvoldoende is voor ons. Daarom zal ik haar in stemming laten brengen. De heer IŞIK (PvdA): Meneer de voorzitter! Ik maak graag gebruik van mijn recht. Ik stel de volgende vraag aan de wethouder. Kan hij ingaan op de inhoud van de motie in relatie tot de tippelzone? Wat betekent deze motie voor de tippelzone? De heer JANSEN (wethouder): Voorzitter! Deze vraag is voor mij volkomen buiten de orde, dus daar kan ik niet op ingaan. Mevrouw URINGA (ChristenUnie): Nu ik van de indiener begrijp dat er een fysieke locatie moet komen, ben ik benieuwd of de wethouder de middelen hiervoor beschikbaar heeft, zoals de indiener zo gemakkelijk stelt. De heer JANSEN (wethouder): Voorzitter! Ik heb gezegd wat ik van plan ben te doen met de suggestie van de heer Koning, waar ik in de commissie ook al positief over was. Ik heb gezegd: binnen de financiële ruimte we gaan niet smijten met geld en binnen het urgentiegevoel van de raad. De raad wil niet nog een jaar hierover gaan praten, maar tempo maken met betrokkenheid van partijen uit en aan de rand van het gebied. Ik ben daartoe bereid. Ik vraag enige ruimte voor het college om de precieze invulling te kiezen. We blijven de raad erbij betrekken. Dat is wat mij betreft de toezegging. Mevrouw VAN ESCH (PvdD): Voorzitter! Ik ben blij met het antwoord van de wethouder. Volgens mij heeft hij gezegd dat regelluwe zones en groen moeilijk zijn te combineren, maar neemt hij de motie wat betreft de inventarisatie wel over. Wij zijn benieuwd of daarbij ook wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het behoud van bomen en bestaande gebouwen in het gebied. Volgens mij zijn deze twee onderwerpen en groen niet te vereenzelvigen met regelluwe zones. De heer JANSEN (wethouder) Ik heb in mijn antwoord moeten snijden wegens tijdgebrek. Ik kan er misschien nu op terugkomen. Bij het SPvE Defensieterrein deelgebied 4, waar collega Geldof de kar trekt, is gebruikgemaakt van de ladder voor duurzame verstedelijking om te bepalen welke thema's worden meegenomen in de ateliers en de uitwerking. Daarin zit onder andere dit aspect. Wij willen diezelfde aanpak ook voor dit gebied gebruiken.

Raadsvergadering van 22 september 2016 10 De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Uit de beantwoording begrijp ik dat de wethouder een heel andere definitie hangt aan een gebiedsatelier als de heer Koning van D66. Ik zie dat er maar twee punten uit het dictum worden overgenomen. Er zit een groot gat tussen wat het college wil geven en de heer Koning van D66 vraagt. Raadt de wethouder deze motie af, of zegt hij: als de raad ermee akkoord gaat, kan het college de motie overnemen? De heer JANSEN (wethouder): Voorzitter! Ik heb de motie overgenomen. Ik heb daarvoor mijn woorden gebruikt. Mijn constatering is dat ik het met de heer Koning opvallend vaak eens ben aan het eind van de dag. Ik denk dat we daar wel uit zullen komen. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! De wethouder kan bereid zijn de motie volgens zijn lezing over te nemen. Ik ga ervan uit dat wethouder Jansen het dictum onverkort uitvoert als de motie wordt aangenomen. Klopt dat? De heer JANSEN (wethouder): Wat wij gaan doen is zaken als flexibel bestemmen en regelvrije zones meenemen. Ik denk dat de heer Gilissen het proces serieus wil nemen. Als er een gebiedsatelier komt, dan lijkt mij dat wat daar aan inzichten uitkomt over welke mate van regelvrije zone en flexibel bestemmen er al dan niet voor deelgebieden mogelijk is, een rol speelt in de uiteindelijke keuze die wordt gemaakt. Met die interpretatie kan ik met de motie leven. De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Een punt van orde, dan wel een vraag. Als de motie in stemming wordt gebracht, waar stem ik dan mee in? Met de uitgeklede motie? De VOORZITTER: U stemt in met de motie die voorligt. Aan de orde is de stemming over motie 170 (Samen en Sneller Stad Maken in Merwede). De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Ik constateer met de heer Bos dat er flink wat licht zit tussen de interpretatie van het college en het dictum van de motie. Ik hoor iets over fysieke plekken waar een gebiedsatelier zou moeten komen. Ik voorzie een openeinderegeling qua geld. Als de motie op deze manier wordt gepresenteerd, kunnen we haar niet steunen. De heer IŞIK (PvdA): De PvdA-fractie sluit zich aan bij de opmerking van de SP-fractie. Tegelijkertijd wijs ik erop dat de tippelzone een onderdeel is van dit gebied. Ik vind het zeer jammer dat het college die zone een apart onderdeel vindt. De PvdA-fractie is niet bereid de motie te steunen. Wij willen een niet-flexibele bestemming en geen regelluwe blokken, dus we zullen tegenstemmen. De heer BRUSSAARD (CDA: Voorzitter! De CDA-fractie kan leven met het grootste deel van de motie. Maar ja, u begrijpt het al, dat gebiedsatelier komt als een konijn uit de hoge hoed. Dat zou opeens een fysiek huisje zijn. De motie is ongedekt, dus ik zie niet waar dat van moet worden betaald. We kunnen de motie niet steunen. Mevrouw VAN ESCH (PvdD): Voorzitter! We zouden de motie kunnen steunen als ze zo was geweest dat ze zou worden uitgevoerd zoals de wethouder heeft gezegd. We stemmen tegen de motie zoals die is ingediend.

Raadsvergadering van 22 september 2016 11 Mevrouw URINGA (ChristenUnie: Ik had het niet beter kunnen zeggen, we sluiten ons daarbij aan. De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Ik ga het beter zeggen. Voorzitter! Met de uitgeholde motie, zoals wethouder Jansen haar interpreteert, zou ik kunnen instemmen. Maar met de fysieke ruimte en het dictum dat de heer Koning niet heeft voorgelezen, kunnen we niet instemmen. De heer ZWANENBERG (GroenLinks): Voorzitter! Wij zijn mede-indieners van deze motie. Dit gebied is van groot belang. Ik heb een stemverklaring die precies aansluit bij wat de wethouder heeft gezegd. De heer Gilissen van de VVD heeft de motie nog wat strakker willen trekken en heeft gezegd dat ze niet gaat over wat de wethouder heeft gezegd, maar wat er nu staat. Als de motie in stemming wordt gebracht, zullen we haar niet meer steunen. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Als de VVD-fractie ergens een handtekening onder zet, stemmen we uiteindelijk voor. Dus we zullen voor de motie stemmen. Hierna wordt motie 170 bij handopsteken verworpen, waarbij de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van VVD en D66 ervoor hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, ChristenUnie, PvdA, Stadsbelang Utrecht, Student & Starter, PvdD, CDA en SP ertegen. De voorzitter stelt hierna aan de orde: 1. Voorstel tot vaststelling van de Privacyverordening (Jaargang 2016, nr. 73). De voorzitter stelt hierbij tevens aan de orde: Raadsbrief privacyverordening d.d. 16 september 2016. Mevrouw SCHILDERMAN (D66): Voorzitter! Laten we even teruggaan naar 2003. Toen kon je nog zonder vingerafdruk een paspoort krijgen. De overheid had je afdruk nog niet misbruikt voor opsporingsdoeleinden. Je had op je mobiele telefoon nog geen 3G of wifi en als je al online ging, deed je dat via een soort internet dat wap heette. Je had van een sleepnet nog nooit gehoord, het woord "cyber" kwam alleen voor in Star Trek en zelfs Gmail bestond nog niet. Maar op het stadhuis ratelden de faxen erop los. Op privacygebied is er sinds 2003 zo veel veranderd dat ik niet eens kan uitdrukken hoe blij ik ben dat er eindelijk een nieuwe privacyverordening ligt. En het is zo belangrijk. De tijd dat je alleen met geweld macht uitoefende, ligt achter ons. Met informatie kom je minstens zo ver. En dat maakt het grootscheepse verzamelen van persoonsgegevens ook zo gevaarlijk. Laten we niet vergeten, het gaat niet om onze persoonsgegevens, maar om de gegevens van onze inwoners. De gemeente heeft ze alleen maar geleend. Met geleende spullen moet je extra voorzichtig zijn. Ik bedank alle meepraters op de raadsinformatie bijeenkomst, de RIB, en de wethouder voor de prettige samenwerking. Deze verordening is een eerste stap in de juiste richting. Maar we zijn er nog niet en daarom dien ik twee amendementen in. De eerste gaat over bestanden met informatie over personen, datasets met persoonsgegevens. Met de huidige tekst kun je deze gegevens pseudonimiseren. Dat klinkt heel ingewikkeld en veilig, maar dat is het niet. Met pseudonimiseren maak je persoonsgegevens alleen moeilijker te achterhalen, maar je verwijdert ze niet, zoals bij anonimiseren. Het blijven dus persoonsgegevens.

Raadsvergadering van 22 september 2016 12 Het pseudonimiseren van gegevens kun je vergelijken met een spelletje "Wie ben ik?". Als je maar genoeg dingen van een persoon weet, kun je vanzelf raden wie het is. Daarom dien ik het amendement "Anonimiseren tenzij" in. Met het amendement verheffen wij het anonimiseren van data tot de norm en pseudonimiseren tot de uitzondering. "Amendement 39 Anonimiseren, tenzij De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op 22 september 2016, ter behandeling van Privacyverordening 2016: constaterende dat pseudonimiseren een beveiligingsmaatregel is en niet de aard van de data wijzigt; er gesteld wordt dat er in het kader van big data wordt gedaan aan data minimalisatie; de wethouder in zijn brief aan de gemeenteraad aangeeft de praktijk van 'Anonimiseren, tenzij' te ondersteunen, overwegende dat de gemeente veel persoonsgegevens verwerkt; pseudonimiseren een maatregel is die persoonsgegevens onvoldoende beschermd; de huidige tekst van de verordening nog steeds onduidelijkheid laat bestaan over in welke gevallen een dataset geanonimiseerd dan wel gepseudonimiseerd wordt, besluit, toe te voegen aan beslispunt 3 van het raadsvoorstel: 'met dien verstande dat de tekst van lid 3 en 4 van artikel 7 gewijzigd wordt in: - lid 3 Brongegevens die gebruikt worden voor big data toepassingen worden omgezet tot een dataset die geen persoonsgegevens bevat en dus geanonimiseerd is; - lid 4 Indien het noodzakelijk is om van lid 3 af te wijken wordt vooraf toestemming aangevraagd bij de functionaris gegevensbescherming die de aanvraag zal beoordelen in het kader van de wet en doelmatigheid. Alleen bij een goedgekeurde aanvraag mogen de gegevens gepseudonimiseerd in plaats van geanonimiseerd worden'." Het amendement is ondertekend door de heer Eggermont, mevrouw Van Esch, de heer Van Corler, mevrouw Freytag, de heer Gilissen, de heer Oost, mevrouw Haage, mevrouw Metaal-Froon en mijzelf. Voorzitter! Informatie is macht en bij macht hoort tegenmacht. Bij het verwerken van persoonsgegevens hoort transparantie over wat je doet. Je wilt zelf invloed uit kunnen oefenen over andere mensen, over wat andere mensen, de overheid of bedrijven allemaal van je kunnen weten. Het is teleurstellend om te horen dat zo veel mensen problemen ervaren bij het stellen van vragen over welke gegevens er over hen worden verwerkt. De wet regelt al dat je recht hebt op inzage, maar toch blijkt het heel moeilijk om daadwerkelijk antwoorden te krijgen op een simpele vraag over je persoonsgegevens. Daarom dien ik het amendement "Wat weet je eigenlijk van mij?" in. Hiermee wordt het mogelijk om informatie over verwerkingen op te vragen bij het Klantcontactcentrum. Je kunt het fysiek doen, zodat de NSA niet meer hoeft mee te kijken via je Gmail-account. "Amendement 40 Wat weet je eigenlijk van mij? De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op 22 september 2016 ter behandeling van de Privacyverordening 2016, constaterende dat

Raadsvergadering van 22 september 2016 13 het recht op inzage van opgeslagen of verwerkte persoonsgegevens geregeld is in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp); het recht op inzage een belangrijke manier is waarop burgers de overheid kunnen controleren waar het over hun persoonsgegevens gaat, overwegende dat tijdens de raadsinformatiebijeenkomst bleek dat veel verzoeken tot inzage niet gehonoreerd worden, omdat ze vaak niet aankomen op de juiste plek; de wet over 'de verantwoordelijke' spreekt; wellicht niet voor iedereen duidelijk is wie hiermee bedoeld wordt; burgers de gemeente op meerdere manieren benaderen, waar sommige liever contact hebben per brief, andere via e-mail en anderen liever fysiek langs komen op het stadskantoor; de gemeente Utrecht een servicegerichte organisatie wil zijn, besluit, toe te voegen aan beslispunt 3 van het raadsvoorstel: 'Met dien verstande dat aan artikel 14 een derde lid wordt toegevoegd met de tekst: "Een betrokkene kan een verzoek zoals beschreven in artikel 35 eerste lid van de Wet ook via andere gangbare publieksdienstverleningskanalen van de gemeente Utrecht doen. Dit verzoek is geldig ongeacht het middel waarmee het verzoek wordt gedaan'." Het amendement is ondertekend door de heer Eggermont, mevrouw Van Esch, mevrouw Freytag, de heer Gilissen, de heer Oost, mevrouw Haage, mevrouw Metaal-Froon en mijzelf. Voorzitter! Privacy is fundamenteel, het is een grondrecht. Je begint ermee en het is geen sluitpost. Aan het begin van elk proces en bij het opzetten van ieder systeem moet privacy direct worden meegenomen. Ik wil "privacy by design", niet "privacy by regret". Vooraf bij ieder proces eerst regelen dat de gemeente zo min mogelijk persoonsgegevens verwerkt en als de gemeente ze toch verwerkt, dit zo veilig mogelijk doen. Om dit te verankeren in onze gemeente dien ik de motie "Beginnen met privacy" in. "Motie 171 Beginnen met Privacy De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op 22 september 2016 ter behandeling van Privacyverordening 2016, constaterende dat er steeds meer persoonsgegevens beschikbaar zijn die mogelijkerwijs verwerkt kunnen worden; veel systemen meer persoonsgegevens verwerken dan strikt noodzakelijk is; de Autoriteit Persoonsgegevens 'Privacy by design' definieert als: '[dit] houdt in dat u als organisatie al tijdens de ontwikkeling van producten en diensten (zoals informatiesystemen) ten eerste aandacht besteedt aan privacyverhogende maatregelen, ook wel privacy enhancing technologies (PET) genoemd; ten tweede houdt u rekening met dataminimalisatie: u verwerkt zo min mogelijk persoonsgegevens, dat wil zeggen alleen de gegevens die noodzakelijk zijn voor het doel van de verwerking,' 1 overwegende dat privacy een groot goed is; het minimaliseren van het gebruik van persoonsgegevens wenselijk is; het minimaliseren van het gebruik van persoonsgegevens achteraf vaak lastig blijkt,

Raadsvergadering van 22 september 2016 14 spreekt uit dat de gemeente privacy by design zal hanteren in haar processen en systemen; verzoekt het college om met een plan te komen om deze werkwijze te implementeren in de systemen en processen van de gemeente; hierover, op nader overeen te komen termijn, een brief te sturen aan de gemeenteraad om de gemeenteraad te informeren over de voortgang, en gaat over tot de orde van de dag." 1 https!//autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/zelf-doen/privacycheck/privacy-design De motie is ondertekend door de heer Eggermont, mevrouw Van Esch, de heer Van Corler, mevrouw Freytag, de heer Gilissen, de heer Oost, mevrouw Haage en mijzelf. De heer EGGERMONT (SP): Voorzitter! Tijdens de commissiebehandeling dreigde de discussie over pseudonimiseren dan wel het versleutelen van persoonsgegevens een beetje uit te monden in een welles-nietesspelletje of dit nu veilig is of niet, waarbij de wethouder telkens maar weer probeerde uit te leggen hoe veilig pseudonimiseren is. Bij ons gingen daarvan de nekharen een beetje overeind staan, omdat veilige sleutels nu eenmaal niet bestaan. Daarbij hadden wij het gevoel dat er natuurlijk een zeer veilige manier wordt gebruikt. Maar als zo sterk wordt benadrukt dat het zo ontzettend veilig is, is bij ons de vraag of pseudonimiseren alleen wordt gebruikt als het echt noodzakelijk is. Daarom steunen wij het amendement ingediend door de D66-fractie. Het tweede onderwerp waarover ik kort zal spreken is al door mevrouw Schilderman aangestipt, namelijk dat je bij het ontwerp van een systeem al rekening moet houden met privacy. Ik geef het volgende voorbeeld. Als wij 20 jaar geleden aan de gang waren gegaan met containerisatie van ons afval, hadden we geen pasjes gehad. Dan hadden we wellicht, als we dat echt nodig vonden, sleutels aan mensen uitgedeeld. Dat systeem had prima kunnen werken. Dus het is totaal onnodig voor de werking van het systeem om hierover gegevens bij te houden. Voor ons is het heel logisch om bij zo'n systeem op geen enkele wijze, ook niet gepseudonimiseerd, gegevens van mensen bij te houden, omdat dit niet nodig is voor de werking van het systeem. Is de wethouder dit met ons eens en is hij bereid de nieuwe verordening die hij daarvoor schrijft op die manier in te steken? De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Privacy is een heel belangrijk onderwerp, ook voor de VVDfractie. We vatten privacy samen als het recht van elke Nederlander om gewoon met rust te worden gelaten, met name door de overheid. Maar ook in het bijzonder het recht om te mogen weten wat de gemeente van je weet. Want het laatste wat je zou willen, is dat je erachter moet komen dat de overheid ongewild door je ondergoed of andere persoonlijke bezittingen gaat. Dat hebben we netjes vastgelegd en de gemeente Utrecht loopt met het vaststellen van deze privacyverordening ver voor op andere gemeenten. Sterker nog, we lopen zo ver voor dat we in deze verordening al invulling geven aan maatregelen die voortvloeien uit de nieuwe Europese verordening over privacy. Het college verdient daarvoor een groot compliment. Wie ook een groot compliment verdient, is mevrouw Schilderman. Ik vond vanmiddag een tweetje van haar waarin ze zegt dat het haar ambitie is om van privacy weer een sexy onderwerp te maken. Ik

Raadsvergadering van 22 september 2016 15 moet eerlijk zeggen voorzitter, dat is mevrouw Schilderman beter toevertrouwd dan wethouder Geldof, met alle respect. De wethouder lacht hierom. De VOORZITTER: Ik wens u veel plezier tijdens de fractievergadering maandag. De heer GILISSEN (VVD): De wethouder zit helemaal niet bij de fractievergaderingen, voorzitter. De VOORZITTER: Zullen we dat eens controleren? Ik zit dicht bij het vuur, want boven woon ik naast u. De heer GILISSEN (VVD): Dat is waar, de burgemeester weet alles. Voorzitter! De VVD-fractie steunt de twee uitstekende amendementen en ook de motie die mevrouw Schilderman namens een aantal andere fracties heeft ingediend. Het gewijzigde raadsvoorstel kan op onze steun rekenen. Mevrouw METAAL-FROON (CDA): Voorzitter! De CDA-fractie bedankt het college voor de aanvullende brief en de aangepaste verordening naar aanleiding van de eerdere informatiebijeenkomsten en de vragen uit de commissiebehandeling. Het is goed dat de gemeente Utrecht vooruitloopt op de wetgeving en serieus werk heeft gemaakt van de nieuwe verordening. Wat ons betreft, wordt er in de aangepaste verordening recht gedaan aan de vragen die in de afgelopen weken zijn gesteld. De CDA-fractie benadrukt dat nog voor er een verantwoordelijkheid ligt bij mensen om op de correcte manier om te gaan met privacygevoelig materiaal, er een verantwoordelijkheid ligt om goed na te denken over het materiaal dat ze verzamelen. Is dat daadwerkelijk nodig? Moet je alles wat je wilt weten ook weten? Dat vergt bewustzijn en training van medewerkers die onderzoek afnemen. De CDA-fractie gaat ervan uit dat dit een blijvend aandachtspunt van het college zal zijn. De CDA-fractie steunt de amendementen ingediend door de D66-fractie. Ze geven een goede verduidelijking aan de gemeente en burgers hoe om te gaan met de gegevens en verzoeken om inzage. Mevrouw HAAGE (PvdA): Voorzitter! Vanavond praten we over privacy. Wij allemaal in deze zaal hebben daarvoor aandacht zeker dankzij mevrouw Schilderman gemeente en college in het bijzonder. maar soms zijn we behoorlijk naïef ik zeg we, omdat ik daar zelf ook bij hoor als je van experts hoort wat er allemaal mogelijk is met het combineren van data en het gebruiken van verzamelde gegevens voor een ander doel, wat ook wel "function creep" wordt genoemd ik ontkom niet aan allerlei vreselijke Engelse termen en als je weet welke domme en menselijke fouten er worden gemaakt, zoals laatst bij de datalek. Met de nieuwe taken in het sociaal domein heeft de gemeente nog meer dan voorheen met die persoonsgegevens te maken. Dat heeft te maken met de toegang tot zorg, het maken van plannen, maar vooral met de ICT. Ik vind het heel belangrijk om collectief deze individuele rechten te beschermen. Met de huidige privacyverordening komen we een stukje dichterbij dan we waren, maar misschien niet ver genoeg. Daarom steunen we de amendementen ingediend door de D66-fractie. De PvdA-fractie is van mening dat de gegevens van onze inwoners of de technische sleutel daartoe niet in handen zou moeten komen van bedrijven, maar bij de overheid horen. In de commissie werden we het daarover niet helemaal eens. Daarom dien ik een amendement in: "Privacy is gegevens maar ook sleutels beschermen." "Amendement 41 Privacy is gegevens, maar ook sleutels beschermen.

Raadsvergadering van 22 september 2016 16 De gemeenteraad van Utrecht, in vergadering bijeen op 22 september 2016 ter bespreking van de Privacyverordening 2016, constaterende dat - de gemeente Utrecht bij bedrijven de dienst inkoopt om gegevens te versleutelen ten einde databestanden te pseudonimiseren of anonimiseren; - het ontoelaatbaar is dat persoonsgegevens in handen komen van derden, overwegende dat - voortschrijdende techniek kan betekenen dat sleutels kunnen worden gekraakt; - overname van bedrijven kan betekenen dat de sleutels in handen komen van partijen met andere algemene voorwaarden, besluit toe te voegen aan beslispunt 2, - dat sleutels voor het versleutelen van persoonsgegevens in databestanden in handen blijven van de gemeente, en gaat over tot de orde van de dag." Het amendement is ondertekend door mijzelf. Dan nog een slotwoord. De privacyverordening gaat sterk uit van de status quo. De kwaliteit van en de omgang met privacy zal voor de toekomst nog een kwaliteitsslag nodig hebben. Ik hoop dat het college daarmee aan de slag gaat. Ook de raad zal daarmee aan de slag moeten gaan. We houden dat in de gaten. Mevrouw FREYTAG (Student & Starter): Voorzitter! Is mevrouw Haage het met de fractie van Student & Starter eens dat het misschien veiliger kan zijn om juist de sleutels en de datasets in twee verschillende fysieke locaties te plaatsen in plaats van alles bij de gemeente in huis? Mevrouw HAAGE (PvdA): Ja en nee. Ja, ik ben het ermee eens dat er twee fysieke locaties zouden moeten zijn, zodat ze niet in één hand liggen, maar nee, ik ben het er ook niet mee eens. Stel dat die data in handen moeten zijn van een organisatie buiten de overheid. Ik noem als voorbeeld WhatsApp. Wie gebruikt dat hier niet? WhatsApp is overgenomen door een ander bedrijf, door Facebook. Opeens heeft Facebook alle gegevens van ons en gebruikt en in mijn ogen misbruikt ze die ook. Bedrijven kunnen van eigenaar veranderen en daarmee kunnen algemene voorwaarden veranderen, waardoor de sleutels met nieuwe technische mogelijkheden in verkeerde handen kunnen vallen. Ik vind dat een zorg en ik ben van mening dat de gemeente dit moet borgen en in eigen hand moet houden, zodat we er beter op kunnen passen. Dan betalen we er maar meer voor. De heer GILISSEN(VVD): Voorzitter! Ik vind het onderwerp dat mevrouw Haage aandraagt lastig. Ik vind het ook lastig dat er een amendement ligt, want dat is redelijk zwart-wit. Ik kan meeleven met de overwegingen die mevrouw Haage hier neerlegt, maar ik kan heel moeilijk inschatten wat de praktische consequenties zijn. Is er expertise nodig, zijn er mensen nodig, is daarvoor een speciale infrastructuur nodig? Heeft mevrouw Haage er op deze manier uitgebreid over nagedacht? Is het misschien niet veel handiger om dat eerst uit te laten zoeken? Voor hetzelfde geld moeten we de expertise gaan inkopen en hebben we een speciale en structuur nodig. In hoeverre is er goed over nagedacht wat de praktische consequenties zijn? Mevrouw HAAGE (PvdA): Ik heb ernaar gevraagd in de commissie, maar ik heb er nauwelijks een goed antwoord op gekregen. De wethouder vindt het meer een principekwestie en vindt dat die

Raadsvergadering van 22 september 2016 17 gegevens bij een bedrijf moeten kunnen worden ondergebracht. Voor ons is het een principekwestie dat de overheid grip op die gegevens houdt. Het is inderdaad lastig dat we dat niet precies weten. Ik denk dat het een geldkwestie is als je die versleuteling in eigen hand wil houden. De heer GILISSEN(VVD): Voorzitter! Dan vind ik het nog lastiger worden. Ik ben het in principe met de principekwestie eens, maar als het tonnen of misschien miljoenen kost om de zeer specifieke expertise binnen te halen, dan werpt dat misschien een ander licht op de zaak. Ik hoop dat mevrouw Haage dat in ieder geval met mij eens is. Mevrouw HAAGE (PvdA): Natuurlijk ben ik het daarmee eens. Tegelijkertijd vind ik de naïviteit die we nu misschien hebben moeilijk aan dit onderwerp. Ik ben er een beetje bang voor dat we over tien jaar terug kijken en denken: oh ja, shit De VOORZITTER: Bij wijze van spreken Mevrouw HAAGE (PvdA): Bij wijze van spreken, excuses voor mijn onparlementaire taalgebruik. Ik ben een beetje bang dat we over tien jaar denken: och hemeltje lief, we hebben toch onze gegevens en onze sleutels aan de duvel verkocht, om het maar even zo te zeggen. De heer VAN CORLER (GroenLinks): Voorzitter! Het belang van het onderwerp privacy is door de diverse fracties onderstreept, en dat delen wij natuurlijk. Tijdens dit proces zijn de nodige wijzigingen aangebracht. Zo zijn er na de RIB en na de commissiebehandeling wijzigingen aangebracht. De amendementen die vanavond zijn ingediend geven aan dat we er nog niet helemaal zijn. Voor de GroenLinks-fractie is deze verordening niet het sluitstuk van een discussie. We zorgen ervoor dat we de discussie voortzetten en levendig houden, niet alleen binnen de gemeente, maar juist in samenhang met de partners in de stad, zoals de buurtteams, de mensen die binnen Veiligheid werken en het onderwijs, want ook zij worstelen met de vraag hoe ze om moeten gaan met het privacyvraagstuk. Er is een aantal mooie aanleidingen om erover te spreken, waaronder deze verordening, maar ook de rapportage van de privacyfunctionaris die er aankomt en de motie "privacy by design" die de nodige informatie zal opleveren. Ik zie het debat tegemoet hoe we dit onderwerp verder praktisch kunnen invullen. Dat zal een mooi debat opleveren. We hebben amendement 39 "anonimiseren, tenzij" en de motie "privacy by design" van harte gesteund. Het zijn prima verbetervoorstellen. Wij staan ook positief tegenover het amendement over de inzage van de gegevens, maar we horen graag eerst van de wethouder wat het college daarvan vindt, omdat dat amendement misschien iets te veel op het uitvoeringsniveau zit. Mevrouw FREYTAG (Student & Starter): Voorzitter! Wij danken voor de nieuwe privacyverordening. We vinden het fijn dat de gemeente Utrecht vooruitloopt wat betreft de privacyfunctionaris en de bijbehorende verordening die wordt aangepast op de verordening die binnenkort vanuit de EU deze kant op komt. Ook wij dienen van harte de motie en amendementen die mevrouw Schilderman heeft ingediend mede in. Wij kijken uit naar de brief die er nog aankomt over de verdere implementatie van de wetgeving en over het inzicht in de gegevens die de inwoners hebben. Daarvoor willen we graag even het beeld schetsen dat we in Estland zien. Daar is het uiteindelijk mogelijk dat inwoners inloggen en precies zien welke gegevens de gemeente van hen heeft en wie ze voor het laatst heeft ingezien. We geven dit graag mee aan de wethouder voor de verdere uitwerking van de motie en de verordening.

Raadsvergadering van 22 september 2016 18 (De heer Van Zanen draagt het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw Ferket.) De heer GELDOF (wethouder): Voorzitter! Dank aan de raad voor de gestelde vragen. Het college vindt privacy een uiterst belangrijk onderwerp. Het waarborgen van de privacygegevens van onze inwoners en bedrijven is een kerntaak van de overheid, want mensen hebben immers geen keus dan gegevens aan de overheid beschikbaar te stellen. Dat legt op de overheid een zeer belangrijke verantwoordelijkheid. De raad heeft bij de voorjaarsnota kunnen zien dat we juist voor verdere verankering in onze organisatie van het bewustzijn over privacy willen zorgen. Privacy gaat namelijk niet alleen om techniek, maar vooral om organisatorische waarborgen en mensen. Het moet echt in hun hoofden zitten dat ze met gegevens van inwoners uiterst zorgvuldig moeten omgaan. Dat gezegd hebbend ga ik graag in op een aantal vragen en punten van aandacht die zijn aangereikt. Mevrouw Schilderman heeft gesproken over de technologische vooruitgang. De technologie schrijdt inderdaad voort en daarmee zal ook het privacyvraagstuk altijd in ontwikkeling zijn. In de commissie heb ik al gezegd dat we het verslag van de privacyfunctionaris in de commissie zullen bespreken en dat we voor de afvalpas een apart protocol in ontwikkeling hebben en ik de raad daarover in oktober een brief zal sturen. De heer Eggermont heeft hierover iets gezegd. Amendement 39 van mevrouw Schilderman, anonimiseren tenzij, is in lijn met de werkwijze die we ons voorstellen in Utrecht. Het amendement stelt voor de door het college gekozen formuleringen te wijzigen op de manier die in het dictum staat. Uit de overwegingen begrijp ik dat de huidige formulering door de indieners diffuus wordt gevonden. Ik kan me voorstellen dat terughoudendheid bij het gebruik van pseudonimiseren in deze formulering sterker naar voren komt. De hele organisatie moet daarmee terughoudend omgaan. Pseudonimiseren moeten we niet willen, behalve als het echt nodig is en we daarvoor redenen hebben. Het amendement geeft daarvoor in de verordening de privacyfunctionaris een plek. Dat is in lijn met de bedoeling die we hebben, dus dit amendement kan ik van harte steunen. Ik zie in de overwegingen de stelling dat pseudonimiseren onvoldoende bescherming biedt. Dat is uiteraard een kwalitatieve beoordeling. Met pseudonimiseren werk je nog steeds met persoonsgegevens. Ik begrijp het punt van mevrouw Schilderman. We hebben er in de commissie uitgebreid over gesproken. Mevrouw Haage heeft er zojuist ook iets over gezegd. De gemeente wil alles doen om herleidbaarheid zoveel mogelijk te voorkomen en in de praktijk onmogelijk te maken; dat heeft ook veel met organisatorische waarborgen te maken. De Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) heeft ons bevestigd dat de aanpak die we hebben gekozen aan de normen voldoet en aan de stand van de techniek. Maar ik kan uitstekend met het dictum leven. Het is een amendement dus uiteraard gaat de raad daarover bij stemming. Mevrouw Schilderman heeft gezegd dat informatie macht is en dat tegenmacht daarbij hoort. De hele westerse democratie is erop gebaseerd dat er tegenmacht moet zijn. Ze heeft gelijk dat mensen informatie moeten kunnen krijgen over hun persoonsgegevens die zijn opgeslagen. Ze geeft een toevoeging op wat we in de conceptverordening aan de raad hebben voorgelegd. Die toevoeging betreft een tekstuele aanvulling en is in lijn met hoe de gemeente de privacyverordening wil vormgeven. Ik kan me er prima in vinden dat we dit expliciet opnemen in de verordening. Ik ben het met haar eens dat een inwoner in staat moet zijn om zijn vraag over zijn persoonsgegevens via verschillende kanalen in te dienen. Dit betekent wel dat we daarvoor intern de zaken goed moeten uitzoeken. De informatie gaat waarschijnlijk naar een punt waar de vragensteller dit kan uitzoeken en zijn antwoord kan krijgen. Ook dit amendement steun ik van harte. Motie 171 is door mevrouw Schilderman ingediend namens veel fracties en gaat over het uitgangspunt: privacy by design. Het is een van de eisen in de nieuwe Europese regelgeving. Een van de

Raadsvergadering van 22 september 2016 19 principes van onze onderhavige privacyverordening is privacy by design. Ik heb dit eerder in de commissiebrief aangegeven. We zijn een project gestart binnen de gemeente om zo veel mogelijk aan de verplichtingen van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) op dit punt te voldoen. De motie steunt daarmee het huidige beleid en kan op mijn instemming rekenen. De indieners constateren in de motie dat vanaf heden bij de nieuwe ontwikkeling van producten, diensten en informatiesystemen aandacht wordt besteed aan privacy verhogende maatregelen, gecombineerd met het streven naar dataminimalisatie. Daar gaat het natuurlijk ook om. Alles wat je van tevoren niet in de registratie opneemt, levert ook geen privacy issues op. Dataminimalisatie is dus van groot belang. Het privacy impact assessment dat we in onze verordening hebben opgenomen is daarin een zeer belangrijk element. Ik benadruk dat het er niet om gaat om met terugwerkende kracht allerlei bestaande informatiesystemen opnieuw op te bouwen, omdat dat met hoge kosten gepaard zal gaan. We zijn daarbij ook nog afhankelijk van externe leveranciers. Zoals in de motie staat, zullen we privacy by design hanteren in de processen. De motie kan ik wat dat betreft van harte steunen met de woorden die ik daarover heb gezegd. De heer Eggermont heeft erop gewezen dat we pseudonimiseren alleen moeten gebruiken als dat echt noodzakelijk is. Dit willen we juist in de organisatie verankeren. Hij heeft gezien dat we daarvoor bij de voorjaarsnota extra middelen beschikbaar stellen, zodat echt in de hoofden van de mensen zit dat als ze onderzoek willen doen en gepseudonimiseerde gegevens nodig hebben, dit gemotiveerd en duidelijk moet zijn. Weet u verzekerd dat ik het zeer belangrijk vind dat dit bij de mensen in de hoofden zit. De heer Eggermont heeft zich afgevraagd of we al afvalpasjes hadden gehad als we deze verordening al hadden gehad. Ik kan dat moeilijk bepalen, omdat dit altijd een afweging is, want dan gebruiken we een impact assessment. Ik heb toegezegd de raad daarover in oktober een brief te sturen. Dan kunnen we daarover de inhoudelijke discussie verder voeren. De heer EGGERMONT (SP) Voorzitter! Ik ben bang dat ik niet helemaal duidelijk ben geweest. Dat was mijn vraag niet. Het gaat juist om de vraag of we data moeten verzamelen. In mijn voorbeeld heb ik gezegd dat als we 20 jaar geleden afvalcontainers hadden geplaatst, we überhaupt geen pasjes hadden gehad en dus totaal geen data hadden verzameld. Mijn vraag is: zijn we hier data aan het verzamelen, hoort dat bij die dataminimalisatie en is dat een onderdeel van het uitgangspunt dat we bij het ontwerp rekening houden met de privacy? De heer GELDOF (wethouder): Ik heb in de commissie toegezegd dat ik daarover in oktober een brief zal sturen, naar aanleiding waarvan we een inhoudelijke discussie kunnen voeren wat wel en niet wordt geregistreerd. Dataminimalisatie is daarbij de doelstelling. Ik vind het zelf heel belangrijk dat we niet meer registreren dan we nodig hebben en ook niet langer gegevens bewaren dan we nodig hebben. Dit moet uiteindelijk in het systeem zijn ingebakken en dit moeten we vanaf het begin zo doen. Daar gaat de motie van mevrouw Schilderman ook over. Zoals gezegd, over dit onderwerp stuur ik de raad een aparte brief in oktober. De heer Gilissen heeft een licht waardeoordeel uitgesproken over de kwaliteiten om een onderwerp in de belangstelling te krijgen en wie die kwaliteiten het meest zou hebben. Deze oordelen moeten anderen over anderen hebben, dus ik laat in het midden hoeveel daarvan waar is. Het recht om met rust te worden gelaten, zoals hij opmerkte, is een van de dingen die bij privacy echt voorop moeten staan. We moeten zo min mogelijk registreren en uitsluitend wat nodig is, en gegevens met waarborgen omkleden, zodat ze veilig zijn.

Raadsvergadering van 22 september 2016 20 Mevrouw Metaal heeft gevraagd of we alles willen weten. Het privacy impact assessment in de verordening betekent dat je van tevoren moet motiveren wat je wilt weten en waarom dat echt nodig is. Als het niet nodig is, neem je gegevens niet mee in de registratie. Met het privacy impact assessment moet dat eerst goed in beeld worden gebracht, voordat registraties worden opgezet. Onze functionaris voor de gegevensbescherming geeft daarbij een bindend advies. Dat is iemand met een onafhankelijke positie die binnen de organisatie als het moet Mister Njet kan zijn. Het gaat erom dat we dit organisatorisch goed hebben geborgd. Mevrouw Haage heeft amendement 41 ingediend over een onderwerp waarover we veel in de commissie hebben gesproken. Zij stelt dat de sleutel om gegevens te pseudonimiseren bij de gemeente moet liggen. Ik heb in de brief die ik naar de raad heb gestuurd gemeld hoe het is geregeld. De software en de data draaien op servers bij ons of bij partners op servers die eigendom zijn van de gemeente. De sleutel staat in een veilige externe digitale sluis. De IBM van KING heeft bevestigd dat juist die verschillende plekken een extra waarborg bieden. Daarom ontraad ik amendement 41. De heer Van Corler heeft nog een aantal dingen gezegd. Ik heb zojuist benadrukt dat we vaak over privacy zullen praten. Ik verheug mij daarop, want ik denk dat het van groot belang is dat dit onderwerp van bovenaf en de gemeenteraad is het hoogste orgaan onder de aandacht wordt gehouden en juist in de raad aan de orde moet komen. Mevrouw Freytag heeft het voorbeeld van Estland genoemd, waar bewoners kunnen inloggen. Mogelijk heeft men daar het voordeel gehad dat men pas later veel systemen heeft kunnen ontwikkelen. Kunnen inloggen en weten wat de gemeente heeft, betekent een zeer grote technische exercitie. Dit komt wellicht in de loop der tijden aan de orde. Weet u verzekerd dat als mensen willen weten wat de gemeente van hen heeft over een bepaald onderwerp en een bepaalde registratie, mevrouw Schilderman al het nodige in haar amendement heeft meegegeven. (Mevrouw Ferket draagt het voorzitterschap van de vergadering over aan de heer Van Zanen.) Mevrouw SCHILDERMAN (D66): Bedankt voor de steun uit de raad. Ik beloof de heer Gilissen dat ik enthousiast zal blijven voor dit onderwerp. Ik kijk heel erg uit naar de discussie over de afvalpassen. Ik denk dat de verwerking die de gemeente daar gebruikt niet wenselijk is en wellicht tegen de wet indruist. De amendementen blijven natuurlijk staan. Ik ben benieuwd of de wethouder bij amendement 40 kan toezeggen dat hij in de algemene brief over de privacymaatregelen meeneemt hoe hij intern, bijvoorbeeld bij het Klantcontactcentrum, dit proces zou willen regelen. Ik handhaaf de motie, omdat ze een uitspraak van de raad betreft. Ik zie geen bezwaren van mijn mede-indieners. Ik ben het eens met de wethouder dat deze motie betrekking heeft op toekomstige processen. Kan de wethouder toezeggen dat als huidige processen en systemen worden herzien we daarbij privacy by design als eis meenemen? We zijn het zeer eens met het sentiment dat bij amendement 41 zit, ingediend door de PvdAfractie, zoals de heer Gilissen al heeft gezegd. We vragen ons wel af of dit amendement bij zal dragen aan de daadwerkelijke veiligheid van de gegevens, ook gegeven de technische kennis die op dit moment in huis is. Om dit een beetje te mitigeren kan ik me voorstellen dat heel specifiek wordt gekeken naar de inkoopvoorwaarden voor deze systemen. Misschien kan de wethouder toezeggen dat dit nog een keertje onder de loep wordt genomen en dat niet tussentijds zaken kunnen worden gewijzigd in de categorie Facebook die WhatsApp overneemt. De heer EGGERMONT (SP): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. We zijn zeer benieuwd naar de brief over de data bij de afvalophaal. Wat ons betreft kan dat de kortste brief ooit zijn,

Raadsvergadering van 22 september 2016 21 want wij vinden dat er nul data bijgehouden hoeven te worden. Anders zullen we er inderdaad nog over spreken. Over amendement 41 het volgende. Wij vinden het allerbelangrijkst dat er zo min mogelijk wordt gepseudonimiseerd. Dat we daarvoor altijd naar een andere partij moeten, is volgens ons een extra obstakel om te pseudonimiseren. Ik vertrouw de gemeente te weinig als de sleutel bij haar zou liggen, want dan zal ze die misschien te veel gebruiken. Daarom kunnen we amendement 41 niet steunen. De heer VAN CORLER (GroenLinks) Voorzitter! Even een korte reactie op het amendement over het wel of niet in eigen bezit hebben van de sleutel. Ik sluit me aan bij de lijn die de SP-fractie daarin volgt. Ik heb er wel vertrouwen in dat als de gemeente de sleutel zelf in bezit zou hebben, ze zich zou kunnen beheersen om die te gebruiken en dat de processen organisatorisch goed gescheiden kunnen worden. Als hierover bij de inkoop goede voorwaarden worden afgesproken, zie ik geen probleem om alleen de sleutel en niet de versleutelingssoftware bij een externe partij te laten. Mevrouw HAAGE (PvdA): Voorzitter! Ik verbaas me over de reacties van de fracties van SP en GroenLinks. Ze zeggen eigenlijk dat ze zich er een beetje ongemakkelijk bij voelen dat het nu gaat zoals het gaat. Het woord "vertrouwen" valt daarbij een aantal keer. Ik ben benieuwd naar de reactie van de wethouder op hoe deze fracties erover denken. Daar spreek toch een zeker ongemak uit. Hoe moet de gemeente met dat ongemak omgaan? De heer VAN CORLER (GroenLinks): Er zijn natuurlijk organisaties die in opdracht van de gemeente werken en met allerlei privacygegevens omgaan. We moeten er bij hen ook scherp op zijn of er al dan niet goed met de gegevens wordt omgegaan en of we dit goed in de voorwaarden hebben afgedicht. Bij het versleutelen en pseudonimiseren van de gegevens geldt dit ook. Het gaat echt alleen maar over de sleutel en niet over de gegevens zelf. Wat dat betreft zie ik het probleem niet zo zeer als de PvdA-fractie. De heer EGGERMONT (SP): Voorzitter! Ik denk dat de PvdA-fractie ons een beetje verkeerd begrijpt. Het gaat ons om de constante druk die er ligt op het niet hoeven pseudonimiseren, omdat er nu een besluit wordt genomen om niet te gaan pseudonimiseren maar te anonimiseren. Dan heeft de gemeente geen sleutel nodig. Mevrouw HAAGE (PvdA): Voorzitter! Kort concluderend, het gaat alleen om de sleutel en niet om de gegevens. Als het om uw huis zou gaan, zou u dan ook denken: het gaat alleen om de sleutel en niet om het huis zelf? De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Ik weet in ieder geval dat ik sleutel van de kluis, die ik niet heb, of de schatkist, die ik niet heb, nooit direct naast de kluis of schatkist zou bewaren. Ik maak een beetje bezwaar tegen de manier waarop mevrouw Haage op ons bordje wil schuiven dat wij niet zorgvuldig of verstandig met gegevens om zouden gaan. Het bestaande systeem werkt. Mevrouw Haage heeft mij in ieder geval niet aan het twijfelen gebracht en volgens mij is de beantwoording van het college heel duidelijk. De manier waarop data en sleutel nu apart worden bewaard, is gewoon veilig en komt tegemoet aan alle standaarden die Europa en Nederland van ons verwachten.

Raadsvergadering van 22 september 2016 22 De heer VAN CORLER (GroenLinks): Voorzitter! Ik reageer nog even op de vergelijking met mijn huissleutel. Ik vind het op zich niet zo'n heel groot probleem als mijn huissleutel ergens ligt, als degene die hem vindt maar niet weet waar ik woon. Dat is precies wat we doen met het pseudonimiseren. Ik zou zeggen: ga alle huizen in Utrecht af, dan krijg je misschien een toevalstreffer. De vergelijking gaat volgens mij een beetje mank. De heer GELDOF (wethouder): Voorzitter! Er zijn nog enkele vragen gesteld. Mevrouw Schilderman kijkt uit naar de brief over de afvalpassen en de heer Eggermont doet dat ook. De raad zal die krijgen; dan zullen we het er zeker over hebben. Ze heeft gevraagd hoe wij amendement 40 zullen uitvoeren bij het Klantcontactcentrum. Daar heb ik nog niet precies een beeld bij. Ik ben er toevallig middag nog langs geweest. Het Klantcontactcentrum werkt met een kennisbank waarin staat hoe een vraag kan worden doorgeleid of genoteerd, zodat de notatie overeenkomt met de vraag die is binnengekomen. De vraag krijgt daarbij een zaaknummer. Dat gebeurt altijd bij een Klantcontactcentrum. Die vraag wordt doorgezet afhankelijk van hoe en wat er is gevraagd, zodat de vragensteller het antwoord kan krijgen. De toegang tot gegevens moet in het Klantcontactcentrum worden geïmplementeerd in de kennisbank, zodat daarin staat met wie men contact moet opnemen of naar wie men moet worden doorverbonden. De vraag krijgt sowieso altijd een zaaknummer. Mevrouw SCHILDERMAN (D66): De vraag aan de wethouder is met name of hij daarover kan reflecteren in de brief die hij toch nog zal sturen. De heer GELDOF (wethouder): Bedoelt mevrouw Schilderman de brief over het verslag van de privacyfunctionaris? Mevrouw SCHILDERMAN (D66): Ik bedoel de brief over de implementatie en de extra gelden voor de privacyvoorzieningen. De heer GELDOF (wethouder): Dit punt zal ik daarin meenemen. Er is nog een vraag gesteld over toekomstige processen, motie 171 van mevrouw Schilderman. Voor herziening of nieuwe registraties hebben we een privacyverordening waarin het privacy impact assessment staat genoemd. Daarin zijn al die punten genoemd. Dat is al privacy by design. Mevrouw Schilderman heeft ook gevraagd of ik nog specifiek naar de inkoopvoorwaarden kan kijken. Dat zeg ik graag toe. Ik begrijp het voorbeeld van Facebook. Mevrouw Haage meende ongemak te zien. Ik denk dat dat een iets ander ongemak is dan mevrouw Haage meende te zien. Het gaat er gewoon om dat we als overheid zeer verantwoordelijk moeten omgaan met de gegevens en dat we anonimiseren, tenzij. In de privacyverordening hebben we juist goed neergelegd hoe we met dat ongemak omgaan, want de overheid heeft een zware verantwoordelijkheid en die willen we zo goed mogelijk invullen. Het blijft ook mensenwerk. Daarom is het van het grootste belang dat anonimiseren, tenzij, goed in de hoofden zit. Daaraan willen we hard werken. De raad heeft daarvoor bij de voorjaarsnota de nodige middelen beschikbaar gesteld, omdat we dat als college nodig vonden. Aan de orde is de stemming over amendement 39 (Anonimiseren, tenzij). Amendement 39 wordt bij handopsteken met algemene stemmen aangenomen.

Raadsvergadering van 22 september 2016 23 Aan de orde is de stemming over amendement 40 (Wat weet je eigenlijk van mij?). Amendement 40 wordt bij handopsteken met algemene stemmen aangenomen. Aan de orde is de stemming over amendement 41 (Privacy is gegevens, maar ook sleutels beschermen). Amendement 41wordt bij handopsteken verworpen, waarbij de voorzitter constateert dat de leden van de PvdA-fractie ervoor hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen. Aan de orde is de stemming over het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt bij handopsteken met algemene stemmen aangenomen. Aan de orde is de stemming over motie 171 (Beginnen met privacy). Motie 71 wordt bij handopsteken met algemene stemmen aangenomen 2. Voorstel inzake agenda U10 (Jaargang 2016, nr. 77). (De heer Van Zanen draagt het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw Ferket.) Mevrouw PAARDEKOOPER (GroenLinks): Voorzitter! Het is binnen U10-verband nog wat zoeken naar de manier waarop we de democratische besluitvormingsprocedures helder en transparant vormgeven. Dat blijkt ook wel bij dit stuk. Dat is de agenda voor de gesprekken op de bestuurstafels in 2016. Maar eigenlijk zegt de aanbiedingsbrief: ook voor de tijd daarna. We zien wel wanneer we een nieuwe maken. Wij bespreken nu wel of we met deze agendasetting akkoord gaan, maar eigenlijk zegt de aanbiedingsbrief, moeten we de agenda slechts zien als een uitnodiging om met onze colleges in gesprek te gaan over regionale samenwerking. Bij de voorganger van de U10, het BRU, en ik noem onder meer onze voormalige collega Willem Buunk, is hier vaak een punt van gemaakt. De formulering "kennisnemen van een raadsbesluit" in plaats van bijvoorbeeld "goedkeuren", is een voorbeeld van impliciete besluitvorming, wat we juist willen vermijden. Zie de motie 2015/83 die indertijd raadsbreed is aangenomen. Vandaar dat we een amendement indienen, mede namens de fracties van de PvdA, de VVD, het CDA en de ChristenUnie om de formulering "de raad neemt kennis van" te wijzigen in een iets zorgvuldiger formulering, want kennisnemen doe je eerst en dan neem je een besluit. De VOORZITTER: Dient u nu het amendement is en wilt u het dictum voorlezen? Mevrouw PAARDEKOOPER (GroenLinks): Het voorlezen van het dictum doe ik aan het eind van mijn bijdrage. Ik ga eerst in op de punten. We signaleren ook nog af en toe licht tussen de agenda en het Utrechts beleid. Dat begrijpen we, want het gaat om een overleg met alle buurgemeenten. Maar dit stelt ons wel voor democratische uitdagingen. Om een voorbeeld te noemen. Wat er in de agenda staat onder mobiliteit hoofdkeuze 5 strookt niet één op één met het beleid dat we in Utrecht voeren. Hier zetten wij bijvoorbeeld in op het ontlasten van de ring met openbaar vervoer als volwaardig alternatief en nog een aantal andere maatregelen. In de commissie zegde de burgemeester toe dat het Utrechtse beleid zou worden

Raadsvergadering van 22 september 2016 24 uitgedragen. Maar deze discrepantie tussen wat er in de agenda staat en wat het Utrechtse beleid is, zal natuurlijk vaker voorkomen. Vandaar dat we nog een beslispunt toevoegen. Ik kom nu toe aan het volledige dictum, met dank aan de heer hier Van Waveren voor de verwoording ervan in de commissie. "Amendement 42 Heldere en transparante besluitvorming over de U10-agenda's De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op 22 september 2016 ter bespreking van het raadsvoorstel U10 agenda, constaterende dat de raad in motie 2015/83 heeft aangegeven zeer te hechten aan democratische verankering van besluiten middels formeel overleg en transparante besluitvorming in de respectievelijke gemeenteraden, omdat dit juist in een niet rechtstreeks gekozen regionaal bestuurlijk overleg als het U10-beraad van groot belang is; in de aanbiedingsbrief bij de U10-agenda wordt aangegeven dat deze niet voorligt ter vaststelling maar dat deze "een uitnodiging" vormt om "als raad met uw collegeleden in gesprek te blijven over regionale samenwerking"; in de genoemde aanbiedingsbrief tevens wordt aangegeven dat de voorliggende agenda met opzet niet voorzien is van een jaartal, omdat "een nieuwe versie van de U10-agenda zal ontstaan, omdat de inhoud daarom vraagt en niet omdat er weer een jaar voorbij is" en we er derhalve van uit kunnen gaan dat deze agenda ook na eind 2016 nog zal gelden als richtinggevend, overwegende dat de formulering "kennis nemen van" leidt tot impliciete besluitvorming; niet alle hoofdkeuzes van de agenda geheel te verenigen zijn met het vigerend beleid van de gemeente Utrecht, besluit, de beslispunten 1 en 2 als volgt te wijzigen: 1. in te stemmen met de deelname van het college aan de bestuurstafels van de U10 op de in de agenda opgenomen onderwerpen; 2. het college op te dragen eerder vastgesteld gemeentelijk beleid te hanteren als inzet voor de deelname aan de bestuurstafels; 3. te bevestigen dat afwijkingen van gemeentelijk beleid of nieuwe regionale beleidsinitiatieven separaat aan de raad aangeboden dienen te worden, en gaat over tot de orde van de dag." Het amendement is ondertekend door de heren Post, Van Eijndhoven, Van Waveren, mevrouw Uringa en mijzelf. De heer POST (PvdA): Voorzitter! Mevrouw Paardekooper begon haar bijdrage met een mooi understatement over transparant en dat het nog wat zoeken is. We hebben als enige fractie na de commissiebehandeling geconstateerd dat het voorstel niet hoefde te worden doorgeleid naar de raad. Maar nu het zover is, zijn we ook de beroerdste niet en willen we op twee punten, zoals aangekondigd in de commissie, het college opdragen om zich wat ambitieuzer op te stellen aan de U10-tafels dan uit de agenda blijkt. Het gaat in eerste instantie om het beleid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. U kent onze ambitie daarvoor en onze zorgen daarover. Er is veel te doen rondom mensen met

Raadsvergadering van 22 september 2016 25 bijvoorbeeld een arbeidsbeperking, maar ook rondom een succesvolle integratie van statushouders op de arbeidsmarkt. We hebben natuurlijk een arbeidsmarktregio waarvan wethouder Everhardt voorzitter is. Maar we vinden het toch gek dat er over dit onderwerp geen letter geschreven staat in zo'n U10- samenwerking, waarin een flinke overlap zit met arbeidsmarktregio. Daarom dien ik een motie in. "Motie 172 Werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op donderdag 22 september 2016 ter bespreking van het raadsvoorstel Agenda U10, constaterende dat - arbeidsmarktbeleid bij uitstek regionaal beleid moet en kan zijn; - voor de (zeer diverse) doelgroep mensen met een afstand tot een arbeidsmarkt extra overheidsbeleid nodig is; - de agenda U10 niet ingaat op mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, overwegende dat - de opgave om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk te helpen groot is; - er kansen liggen om dit in regionale samenwerking op te pakken, blijkend uit onder andere de banenafspraak voor mensen met een arbeidsbeperking en het aflopen van het actieplan jeugdwerkloosheid; - hierover wel afspraken worden gemaakt in de arbeidsmarktregio Utrecht-Midden, maar het gek is dat dit niet terug komt in de samenwerking binnen de U10; draagt het college op, binnen de U10 afspraken te maken over het realiseren van werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (in samenhang met de acties uit de arbeidsmarktregio); de raad hierover in de U10-verantwoording over 2016 te informeren, en gaat over tot de orde van de dag." De motie is ondertekend door de mijzelf. De heer VAN OOIJEN (ChristenUnie): Voorzitter! Ik heb een vraag over de motie. Ik vraag me af op welke manier de heer Post voorkomt dat er bestuurlijke drukte ontstaat als er in allerlei verschillende overleggen zal worden gepraat over de arbeidsmarktregio. Volgens mij roept juist de PvdA-fractie altijd op om werk te maken van de arbeidsmarktproblematiek en er niet te veel over te praten. Nu introduceert de heer Post een nieuwe manier om erover te gaan praten. Moeten we dat nu juist niet gaan doen? De heer POST (PvdA): Dank voor het compliment. Dat is inderdaad niet de bedoeling van de motie. In de U10-agenda die bespreken we vandaag wordt gesproken over arbeidsmarkt en werkgelegenheid. Dan verwacht mijn fractie dat er aandacht is voor waar bij uitstek een opgave ligt voor de overheid, namelijk extra aandacht voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarom hebben we bij de eerste bullet in de motie gezet: in samenhang met de acties uit de arbeidsmarktregio. Ik ben het met de heer Van Ooijen eens dat er geen dingen dubbel moeten gebeuren. We verwachten dat hierover wordt gesproken, als er een U10-agenda wordt neergelegd met de arbeidsmarkt als thema. Het tweede onderwerp waarvoor we wat meer ambitie willen zien, is de woningmarkt, met name de woningvoorraad. De teksten die in de U10-agenda staan, gaan vooral over de woningtoewijzing. Op zich is dat prima, daarvoor hebben we de Huisvestingsverordening. We zien echter ook graag aandacht

Raadsvergadering van 22 september 2016 26 voor de omvang van de woningvoorraad en of daarover afspraken kunnen worden gemaakt met de buurgemeenten; dit is in het verleden ook al eens geprobeerd. Ook hierover dienen we een motie in. "Motie 173 Regionale samenwerking woningvoorraad De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op donderdag 22 september 2016 ter bespreking van het raadsvoorstel Agenda U10, constaterende dat - de woningmarkt bij uitstek een regionale markt is en woonbeleid daarom bij uitstek ook regionaal beleid kan zijn; - de agenda U10 vooral ingaat op het beleid rondom woningtoewijzing, dat al geregeld is in de regionale huisvestingsverordening, en niet op de samenstelling van de woningvoorraad; - in het verleden via het Bestuur Regio Utrecht (BRU) wel ambities zijn geformuleerd over het realiseren van onder andere sociale woningbouw; - de gemeente Utrecht aparte prestatieafspraken heeft gemaakt met woningcorporaties, overwegende dat - er op dit moment nog een tekort is van met name sociale en middeldure huurwoningen; - een aanvullende regionale aanpak, waarmee gemeenten naar hun mogelijkheden bijdragen aan het oplossen van problemen in de regionale woningmarkt, zou kunnen helpen om dit tekort te verminderen, draagt het college op, - binnen de U10, aanvullend op de huidige prestatieafspraken, in te zetten op regionale afspraken over de woningvoorraad, met name gericht op het vergroten van het areaal sociale en middeldure huurwoningen; - tevens te onderzoeken in hoeverre het mogelijk en wenselijk is op de langere termijn te - werken met regionale prestatieafspraken met woningcorporaties; - de raad hierover in de U10-verantwoording over 2016 te informeren, en gaat over tot de orde van de dag." De motie is ondertekend door mijzelf. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Ik vind de intentie van de heer Post fantastisch. Maar hoe gaan we voorkomen misschien staat dit in de motie, maar die heb ik nog niet op papier gezien dat het weer net zo'n slappe hap wordt als bij het convenant dat in BRU-verband was afgesloten en waardoor IJsselstein nu tegen allerlei problemen aanloopt? De heer POST (PvdA): Dat is een mooie uitdaging. Daarover wil ik graag met de heer Schipper verder spreken. Ik vind het onderwerp te belangrijk om de conclusie te trekken dat we dit in het verleden hebben geprobeerd, dat het toen niet is gelukt en we het dus maar niet meer moeten doen. De manier waarop de motie zou kunnen worden uitgevoerd, zie ik als een opdracht voor het college. Laten we bekijken in hoeverre we prestatieafspraken kunnen maken, want de opgave is groot. Dat zal de heer Schipper met ons eens zijn. De heer SCHIPPER (SP): Dat ben ik met de heer Post eens. Hij zal het ook met mij eens zijn dat papier geduldig is en dat we het dus heel anders moeten aanpakken dan tijdens het BRU.

Raadsvergadering van 22 september 2016 27 De heer POST (PvdA): Zeker. Ik ben graag bereid om er met de SP en andere fracties over van gedachten te wisselen hoe dit in de praktijk zou kunnen. De heer MEIJER (D66): Voorzitter! De D66-fractie is voorstander van de hybride en lichtvoetige samenwerking in U10-verband. Afspraken maken met je buren over zaken die beide partijen raken, is een goed idee. We kunnen dan ook instemmen met de onderwerpen op de agenda. De heer VAN OOIJEN (ChristenUnie): Voorzitter! Wat is een hybride en lichtvoetige samenwerking? De heer MEIJER (D66): De heer Van Ooijen heeft niet goed opgelet bij de eerdere debatten die we over de U10 hebben gevoerd. Misschien kan hij de eerdere handelingen over dit onderwerp teruglezen. De heer VAN OOIJEN (ChristenUnie): Voorzitter! Misschien is het prettiger voor de publieke tribune als men de heer Meijer kan volgen; dit is een tip. Dan nog, een antwoord op mijn vraag heeft hij nog niet gegeven, namelijk, wat is een hybride en lichtvoetige samenwerking? De heer MEIJER (D66): Een samenwerking die niet zo is als in het BRU, maar een gremium waarin je afspraken maakt over het proces en de zaken die elkaar raken, maar waarbij de besluitvorming nog altijd bij de individuele raden ligt. Daar komt het op neer. De heer VAN EIJNDHOVEN (VVD): Het woord "hybride" roept heel vervelende connotaties op, namelijk dat niet helder is wie wat waar besluit. Is de D66-fractie daarvan in dit verband voorstander? De heer MEIJER (D66): Nee. Tijdens de commissiebehandeling is gesproken over de status van de agenda en het besluit dat we precies nemen. Ook mevrouw Paardekooper heeft daarover zojuist iets gezegd. Al in commissieverband is onderstreept dat de Utrechtse bestuurders aan de slag gaan met de standpunten van de Utrechtse raad en het door ons als raad vastgestelde beleid. Inhoudelijke besluiten kunnen in U10-verband niet worden genomen; voornemens worden altijd voorgelegd aan de individuele gemeenteraden. We lazen dat al in het voorstel van het college, maar kunnen ons ook vinden in het amendement ingediend door de fracties van GroenLinks en de PvdA. We kunnen niet instemmen met de moties ingediend door de PvdA-fractie. De U10-agenda ligt voor. Het is nu niet het moment om inhoudelijk richting mee te geven. Die zou moeten voortvloeien uit de inhoudelijke bespreking in de commissie en deze raad, vooral met de betrokken portefeuillehouders in dit college en niet met de burgemeester. Het amendement dat de PvdA-fractie samen met de GroenLinks-fractie heeft ingediend, geeft aan dat de inhoud van de betrokken wethouders aan die gesprektafels zal zijn gestoeld op vastgesteld Utrechts beleid. Dit is niet het moment om inhoudelijk richting te geven. De heer POST (D66): Voorzitter! Ik ben het niet eens met de D66-fractie en ik vraag de heer Meijer wat dan wel het goede moment is. We bespreken nu die agenda. De commissie heeft in meerderheid gezegd die agenda graag te behandelen. Dan gaan we serieus kijken wat erin staat en waar het wat ons betreft nog een tikje anders zou kunnen. Waarom dan nu niet een oordeel over deze inhoudelijke onderwerpen? De heer MEIJER (D66): Omdat wij in feite de onderwerpen van de gesprekstafels, het lijstje van punten waarover wordt gesproken, vaststellen en niet de inhoudelijke inbreng van de wethouders aan

Raadsvergadering van 22 september 2016 28 die gesprekstafels, simpelweg omdat die, zoals de heer Post in zijn amendement heeft aangegeven, zal worden geënt op vaststaand Utrechts beleid. Mevrouw PAARDEKOOPER (GroenLinks): Begrijp ik dat de heer Meijer zegt dat er op zich weinig inhoud staat in de agenda? Er staan namelijk wel enkele hoofdkeuzes in. Wat vindt de heer Meijer daarvan? De heer MEIJER (D66): Zoals de burgemeester heeft gezegd, is de toelichtende tekst op het agendapunt een nadere duiding van waarover het onderwerp gaat. Dat is wat anders dan dat dit de inbreng van het college is. Daaraan heeft de burgemeester al woorden gewijd. Hij heeft gezegd dat het om het lijstje van bespreekpunten gaat en niet om de inhoudelijke duiding, aansluitend aan het voorbeeld dat mevrouw Paardekooper gaf over mobiliteit. We wensen het college heel veel succes en we roepen deze gemeenteraad op om in groten getale naar de bijeenkomst van de U10 te komen op 28 september aanstaande. Daar kunnen de raadsleden hun inhoudelijke inbreng leveren, alsook inbreng in de toekomstige behandelingen van beleidspunten in deze raad. De heer VAN WAVEREN (CDA): Voorzitter! We spreken vanavond over een raadsvoorstel waar we het college om hebben verzocht, en dan zegt de raad zelf: we willen er niet over besluiten. Ik heb met de burgemeester te doen, heb ik ook al in de commissie gezegd. Maar dat de raad dit zegt, is niet zo heel gek als je bedenkt waar we vandaan komen. Het is inderdaad in U10-verband zoeken naar hoe we afspraken met elkaar kunnen maken en hoe zo'n agenda eruit komt te zien. Toen we dat verzoek neerlegden, had nog niemand volgens mij het college en de andere partners in de U10 ook niet een idee hoe zo'n agenda eruit zou zien, wat erin zou staan en hoe concreet die zou zijn. Ook dat hebben we met elkaar gezien, geleerd en besproken en we hebben er een beeld van gekregen. In die zin vind ik de aanpassingen van de burgemeester van het voorstel uitstekend, maar het voorstel van mevrouw Paardekooper misschien nog net een stapje scherper en duidelijker. Daarom hebben we onze handtekening daaronder gezet. Het amendement geeft duidelijk aan wat de bedoeling is. We waarderen het dat onze wethouders in de regio samenwerken. Het is zeer logisch dat ze dat doen en elkaar opzoeken waar dit meerwaarde heeft. Maar het is ook gewoon hun dagelijkse werk waarvoor ze zijn aangenomen. We vinden het netjes dat ze dat doen, maar de opdrachten halen ze in de raad op. Tegen de heer Meijer zeg ik dat zij dit niet moeten doen door tegen allerlei U10-raadsleden op te lopen. In die zin begrijp ik helemaal waarom de heer Post zijn voorstellen heeft gedaan. Ik vind het heel terecht om dat hier te doen, om een richting mee te geven als we vinden dat onze wethouders aan die tafels iets moeten gaan doen. Voor mijn inhoudelijk commentaar op het voorstel over de arbeidsmarkt wacht ik de reactie van het college af. Het heeft de schijn van bestuurlijke drukte, maar als het college zegt dat daarmee de bestuurlijke drukte wordt weggehaald, vind ik dat ook best. Dat horen we graag. De woningmarkt is een ander thema. In de commissie was ik daarover wat zuinig, omdat we dat inderdaad al vaak genoeg hebben geprobeerd, zoals de heer Schipper al zei. We hebben er in de fractie over gesproken en geconstateerd dat de woningmarkt regionaal is en er grote opgaven voor de deur staan. Misschien is een poging doen nog de moeite waard. Met die insteek zullen wij de motie beoordelen. We zullen het voorstel graag steunen, zeker als het geamendeerd is. De heer VAN EIJNDHOVEN (VVD) Voorzitter! Laten we de U10 zo licht mogelijk houden, maar wel met een duidelijke relatie tot de raad. Wethouders werken samen en hebben een duidelijke ruimte vanuit

Raadsvergadering van 22 september 2016 29 deze raad, niet minder en niet meer. Daarom hebben we het door de GroenLinks-fractie ingediende amendement medeondertekend. Het bevat een heel duidelijk verhaal. Juist echter om het zo licht mogelijk te houden en geen hele kerstboom op te tuigen en extra overleggen en dubbele sturing te creëren, steunen we de beide moties van de PvdA-fractie niet, ongeacht de inhoudelijke strekking. Het gaat ons met name om het proces waarin wij risico's zien. De heer VAN ZANEN (burgemeester): Voorzitter! Het college heeft bij het doen van de voordracht gedacht naar beste weten te handelen, volstrekt in lijn met de opdracht van de gemeenteraad. Daarna hadden we een buitengemeen inspirerende en aardige commissievergadering. Ere wie ere toekomt, mevrouw Paardekooper heeft de raad aan zijn eigen verleden herinnerd. En dat heeft ze, om met de woorden van de heer Van Waveren te spreken, beter en scherper gedaan dan ik in de afgelopen twee weken kon vermoeden. De kern van het voorstel was en is een agenda. Daar stemmen we mee in. Maar zoals het verwoord is in het amendement, vind ik het perfect. Het gaat het college erom dat het ook in de regio aan de slag kan. Daarom vind ik dit amendement uitstekend. We zijn het zeer eens met wat anderen hebben gezegd: transparant, geen impliciete besluitvorming en vooral aan deze tafels en die andere negen, namelijk in de gemeenteraad, spreken over onze gemeenschappelijke belangen. Het college dit heb ik in de commissie ook gezegd zal alleen maar handelen binnen de inhoudelijke kaders die de raad hier heeft gesteld. Als daarvan afgeweken moet worden, komt dat eerst hier in de raad aan de orde. Over de twee door de PvdA-fractie ingediende moties het volgende. Ik weet van de portefeuillehouder Wonen dat hij bereid is langs deze lijnen te werken, sterker nog, dat dit ook de ambitie van het college is. Als coördinerende portefeuillehouder van de U10 kan ik het commentaar erop heel goed volgen en vraag ik me af of dit de beste methode is. Ik zeg niet "moment", want ik kan u niet verbieden - sterker nog, dat vind ik principieel onjuist - om dit mee te geven. Maar als dit al de lijn is, vraag ik me af of de motie echt helpt. Ik weet van de portefeuillehouder Wonen dat hij hiertegen inhoudelijk geen enkel bezwaar heeft. In lijn met wat de heer Meijer heeft gezegd, roep ik u, leden van de raad, op om zo veel mogelijk mee te doen aan de bijeenkomsten in U10-verband, want alleen dan kunnen we de zoektocht wellicht op de kortst mogelijke termijn - meerdere van u spraken daarover - beëindigen. De heer Van Waveren heeft gelijk dat het om voortschrijdend inzicht gaat. Met de heer Van Eijndhoven ben ik het eens. De heer POST (PvdA): De vraag is of het college motie 173 overneemt, gehoord de woorden van de burgemeester. De burgemeester heeft gezegd dat hij zich afvraagt of dit wel de juiste methode is. Mijn vraag aan hem is wat volgens hem een betere methode is. De heer VAN ZANEN (burgemeester): Ik moet vaststellen dat wat de heer Post in de motie heeft verwoord, volstrekt in lijn ligt met het collegebeleid en het door de Utrechtse raad vastgestelde beleid. Ik zou zelf zeer inconsequent zijn als ik de voordracht verdedig als een agenda - dat heb ik gedaan - en vervolgens zeer ruimhartig en van harte steun dat we bij de opsomming van onderwerpen zaken gaan meegeven. Inhoudelijk denk ik dat er niets nieuws in de motie staat en ik vraag me af of de motie nodig is. Inhoudelijk heb ik dus geen enkel probleem, de heer Post mag natuurlijk doen wat hij wil, maar overnemen gaat op dit moment te ver. De heer EVERHARDT (wethouder): Voorzitter! De agenda wordt door mijn collega Kreijkamp behartigd. Detailhandel, kantorenmarkt, al die punten worden daar besproken. Juist op het onderwerp

Raadsvergadering van 22 september 2016 30 "mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt" kennen we al goede samenwerkingsverbanden, namelijk in de arbeidsmarktregio's. Daar pakken we dit op. Vanuit onze arbeidsmarktregio hebben we natuurlijk contacten met andere arbeidsmarktregio's waarin gemeenten van de U10 participeren, om van elkaar te leren, de goede voorbeelden uit te wisselen en de instrumenten op elkaar aan te passen, als dat zinvol is. We hebben dat gremium dus al. Indachtig de opmerking van de CDA-fractie organiseren we met dit onderwerp op de U10-agenda heel veel bestuurlijke drukte. Daarom hebben we dit onderwerp daar niet op gezet. De heer POST (PvdA): Dank voor de reactie van het college. Ik ben blij te horen dat wat wij vragen in motie 173 over de woningmarkt al collegebeleid is en dat het college zich er kennelijk hard voor maakt. We horen te zijner tijd graag hoe het daarmee staat. Het lijkt ons op dit moment niet meer nodig om deze motie in stemming te laten brengen. Motie 172 zien wij wel graag in stemming gebracht. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik stel vast dat motie 173 is ingetrokken. Aan orde is de stemming over amendement 42 (Heldere en transparante besluitvorming over de U10- agenda's). De heer MEIJER (D66): Voorzitter! Zoals ik in mijn inbreng al zei, is dit in feite wat er in commissieverband is besproken. We zullen het amendement steunen. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Een top amendement. Wij doen mee. Hierna wordt amendement 42 bij handopsteken met algemene stemmen aangenomen. Aan de orde is de stemming over het geamendeerde voorstel. De heer POST (PvdA): Nogmaals, wat ons betreft had het raadsvoorstel niet in stemming hoeven te komen, maar nu het voorstel mede met het aannemen van het amendement is verbeterd, kunnen we er bijna niet tegen zijn. We zullen niet tegen-, maar voorstemmen. Hierna wordt het geamendeerde voorstel bij handopsteken met algemene stemmen aangenomen. Aan de orde is de stemming over motie 172 (Werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt). De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Werkgelegenheid voor mensen met lagere kwalificaties gaat ons zeer aan het hart. De wethouder heeft gezegd dat dit al voluit op de agenda staat. We zullen daar altijd scherp op zijn. Om nog een extra opdracht mee te geven aan de U10, lijkt op dit moment niet nodig. We zullen de motie niet steunen. De heer VAN OOIJEN (ChristenUnie): Voorzitter! Ik blijf graag met de PvdA-fractie werken aan het realiseren van werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, maar ik denk niet dat deze motie daaraan echt een impuls zal geven. Daarom stemmen we tegen.

Raadsvergadering van 22 september 2016 31 Hierna wordt motie 172 bij handopsteken verworpen, waarbij de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van de PvdA en GroenLinks ervoor hebben gestemd. 3. Voorstel tot tweede technische begrotingswijziging 2016 (Jaargang 2016 nr. 76). (Mevrouw Ferket draagt het voorzitterschap van de vergadering over aan de heer Van Zanen.) De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Ik ben de enige spreker en ik zal het kort houden. In principe hebben we geen bezwaar tegen het raadsvoorstel, maar we zijn van mening dat beslispunt 3 van het voorstel, het vrijspelen van de toegekende extra subsidie van 640.000,00, geen technische wijziging is, maar dat hierover politieke besluitvorming dient plaats te vinden. Daarom vinden we dat beslispunt 3 niet in het voorstel moet worden opgenomen. Voor de fractie van Stadsbelang Utrecht is het verhuisdossier van de Centrale Bibliotheek lastig vanwege de zwakke meerjarenexploitatiebegroting zonder ruimte voor tegenvallers, alsook de slecht uitgevoerde verhuisbegroting, met onzekerheid over het realiseren van de geformuleerde ambities. Ook de banken die een eerder gevraagde kredietfaciliteit niet zonder gemeentelijke garantie wilden verstrekken, vonden deze verstrekking risicovol. Pas na de toezegging van de garantie kwam het financieringsaanbod. Nogmaals, wij denken dat er politieke besluitvorming dient plaats te vinden over dit onderwerp en dienen daarom het volgende amendement in. "Amendement 43 Niet zo snel, zorgvuldigheid betrachten bij de verhuisplannen centrale bibliotheek De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op 22 september 2016, ter bespreking van de Tweede technische begrotingswijziging constaterende dat - de bibliotheek gaat verhuizen naar het oude postkantoor op de Neude; - de financiering van de verhuizing, inrichting en operatie volledig leunt op middelen, subsidies, leningen en gegarandeerde leningen van de gemeente Utrecht; - het college voorstelt een in 2016 toegekende extra subsidie (640.000 euro), ter dekking van verhuiskosten naar het Neude, vrij te spelen door middel van het doen van een onttrekking aan de reserve Nieuwbouw Centrale Bibliotheek, overwegende dat - de gepresenteerde meerjarenexploitatiebegroting van de activiteiten van de bibliotheek op het Neude, diverse twijfelachtige verdienmodellen en bijbehorende financiële baten laat zien; - een dergelijke begroting een zeer zwakke basis geeft om toekomstige tegenvallers op te vangen; - de voorlopige investeringsbegroting van verhuizing onvoldoende zicht geeft op de feitelijk benodigde investering om aan de ambities vorm te geven; - banken, mede op grond van de meerjarenbegroting en investeringsbegroting, niet bereid waren om 1,75 miljoen euro's aan de bibliotheek te lenen; - pas na garantstelling door de gemeente Utrecht deze risicovolle financiering is verstrekt, verder overwegende dat - de bibliotheek over 2015 een verlies heeft gerealiseerd van 346.000 euro;

Raadsvergadering van 22 september 2016 32 - onduidelijk is of de halfjaarcijfers 2016 van de bibliotheek in lijn lopen met de Begroting 2016, als ook de ambities vermeld in het sturingsmodel integraal verwerkt in het ondernemingsplan 2016-2020; - het zicht ontbreekt op verdere uitwerking van de investeringsbegroting; - beslispunt 3 geen technische begrotingswijziging betreft maar politieke besluitvorming vereist, besluit, - beslispunt 3 van het raadsvoorstel tweede technische begrotingswijziging te schrappen; - bij technische begrotingswijzigingen in de toekomst enkel wijzigingen die voorvloeiende uit eerdere besluitvorming van de raad op te nemen, en gaat over tot de orde van de dag." Het amendement is ondertekend door mijzelf. Daarop schorst de voorzitter de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan wethouder Kreijkamp. De heer KREIJKAMP (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Ik ga in op het amendement van de heer Bos. Dit punt is ook in de subcommissie Controle en Financiën besproken en is naar aanleiding van die vergadering als apart beslispunt in het raadsvoorstel opgenomen. Het is namelijk geen onderdeel van de andere punten van de technische wijziging. Er heeft hierover eerdere besluitvorming plaatsgevonden. Die zal ik opsommen. In 2014 is een coalitieakkoord gesloten door SP, VVD, GroenLinks en D66 waarin kaders zijn opgenomen voor de nieuwe bibliotheek. Die zijn in de Voorjaarsnota 2014 vastgesteld en de meerderheid van deze raad heeft daarmee ingestemd. Het college heeft in juni 2015 de raad per brief geïnformeerd dat het traject op de Neude op dat moment vlot verliep. Het college heeft het voornemen uitgesproken dat de bibliotheek gaat verhuizen en de financiële kaders van dat moment neergezet: het structurele bedrag en het investeringsbudget. Deze onttrekking is in lijn met dat kader. Begin dit jaar is er een wensen- en bedenkingenprocedure geweest over de garantstelling die de gemeente heeft afgegeven voor een lening bij een bank door de bibliotheek; de heer Bos sprak daar ook over. Op dat moment kon de bibliotheek nog onder het huurcontract uitkomen als de financiën niet rond zouden zijn. Met het besluit van het college na de wensen- en bedenkingenprocedure verviel die voorwaarde. Op dat moment is het besluit genomen. Deze onttrekking van de reserve valt dus binnen de kaders die eerder zijn vastgesteld. Het college is niet voornemens om het traject Bieb op de Neude nu stil te leggen. Wij vinden het een heel belangrijk traject. Het is goed op stoom. De bibliotheek moet de mogelijkheden krijgen om de verhuizing voor te bereiden. Op grond van deze argumentatie ontraad ik het amendement. De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Wat de wethouder zegt, is prima. Het beslispunt staat achter een aparte bullet onder voorstel tweede technische begrotingswijziging; dat staat er groot boven. Dit beslispunt maakt onlosmakelijk deel uit van het voorstel over de technische begrotingswijziging. Eigenlijk is de motivering van de wethouder een andere, namelijk dat hij geen oponthoud wil en wil dat de machine doordraait. Dat begrijp ik zeer goed. Ik denk niet dat ik een

Raadsvergadering van 22 september 2016 33 raadsmeerderheid zal krijgen voor het amendement. De SP-fractie steunt mij er wel in. Ik heb realiteitszin en daarom dien ik een motie in, waarin ik het college opdraag bij technische begrotingswijzigingen in de toekomst enkel wijzigingen die voortvloeien uit eerdere besluitvorming van de raad op te nemen. "Motie 174 Niet zo snel, het vrijspelen van verhuissubsidie is geen technische wijziging. De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op 22 september 2016, ter bespreking van de 2e technische begrotingswijziging constaterende dat - het college bij beslispunt 3 van de tweede technische begrotingswijziging voorstelt een in 2016 toegekende extra subsidie (640.000 euro), ter dekking van verhuiskosten naar het Neude, vrij te spelen doormiddel van het doen van een onttrekking aan de reserve Nieuwbouw Centrale bibliotheek, overwegende dat - beslispunt 3 geen technische begrotingswijziging betreft maar politieke besluitvorming vereist, draagt het college op, - bij de technische begrotingswijzigingen in de toekomst enkel wijzigingen die voortvloeien uit eerdere besluitvorming van de raad op te nemen, en gaat over tot de orde van de dag." De motie is ondertekend door de heer Eggermont en mijzelf. De VOORZITTER: Wat doet u met het amendement? De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Dat vernietig ik. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik stel vast dat amendement 43 is ingetrokken. De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! Wat de heer Bos het college opdraagt, is ondersteuning van het beleid. Ik heb zojuist gemeld dat eerdere kaders worden ingevuld met dit beslispunt. Wij nemen dit soort beslispunten bij voorkeur op in de cyclusdocumenten: de voorjaarsnota en de programmabegroting. Dat was misschien netter en technisch beter geweest. Maar het beslispunt is wel een uitvloeisel van eerdere besluitvorming. Wat in de motie staat, doen we. De heer EGGERMONT (SP): Voorzitter! Ik ben benieuwd of de wethouder het met ons eens is dat niet voor niets door de subcommissie is aangemerkt dat hierover een apart beslispunt moet worden gemaakt, omdat het niet gaat om een technische wijziging gaat en/of een uitvoering van eerdere besluitvorming. Is dit daarmee geen technische begrotingswijziging? De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! Dat is waar, dat is in de subcommissie zo geconcludeerd. Ik kon er niet bij zijn, maar dat heb ik goed vernomen. In mijn eerste termijn heb ik echter gemeld dat dit beslispunt binnen de kaders valt die ook in deze raad zijn vastgesteld voor de nieuwe huisvesting van de Centrale Bibliotheek. De heer Bos sprak over eerdere besluitvorming. Daar heb ik op gewezen. Het is een apart beslispunt, omdat dit beter als apart punt in de voorjaarsnota

Raadsvergadering van 22 september 2016 34 opgenomen had kunnen zijn. Ik kan meegaan met wat in de motie aan het college wordt opgedragen naar aanleiding van de behandeling in de subcommissie Controle en Financiën. De VOORZITTER: Bent u bereid de motie over te nemen? De heer KREIJKAMP (wethouder): Ja. De heer EGGERMONT (SP): Maar dan is dit dus niet uitvoering van staand beleid, want met dit voorstel doen we iets anders. Is de wethouder dat met ons eens? De heer KREIJKAMP (wethouder): Volgens mij is daarover genoeg gewisseld. Ik heb in mijn bijdrage gemeld dat dit beslispunt op basis van eerdere kaders is opgenomen. Als dit niet zo zou zijn, had ik een heel andere procedure moeten volgen, namelijk met een raadsvoorstel. Dat is niet gebeurd. In een brief is duidelijk gemeld dat de bibliotheek deze middelen moet krijgen om de verhuizing voor te bereiden. Dit beslispunt maakt dat mogelijk. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Kunnen we afspreken dat we dit soort wijzigingen in de toekomst in de reguliere cyclusdocumenten opnemen en niet meer op voorstel van het college bij een technische begrotingswijziging kunnen verwachten? Dit heeft misschien wel als consequentie dat er iets meer tijd overheen gaat, of dat er minder snel duidelijkheid komt. De heer KREIJKAMP (wethouder): Daar ben ik het mee eens. Dat is volgens mij in de commissie zo besproken en daar kan ik mee aan het werk. De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Omdat de motie is overgenomen, trek ik haar in. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik stel vast dat motie 174 is ingetrokken. Aan de orde is de stemming over het voorstel. De heer MEIJER (D66): Voorzitter! We kunnen ons de sentimenten van sommige partijen bij beslispunt 3 voorstellen. Tegelijkertijd hebben we het over verschillende beslispunten waar de wethouder volledig transparant over is geweest. We voelen de urgentie om nu een besluit te nemen. Het voorstel is in lijn met wat er op diverse momenten in deze raad is besloten. We kunnen dus instemmen met de tweede technische wijziging. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Zoals zojuist is gebleken, is de VVD-fractie geen voorstander van een technische begrotingswijziging ++. Desalniettemin zullen we met deze aanpassing en toezegging het voorstel steunen. De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Met de opmerking dat wij eigenlijk niet kunnen instemmen met beslispunt 3, kunnen we instemmen, omdat de rest van het voorstel goed is. De VOORZITTER: Dank u wel, u krijgt een aantekening.

Raadsvergadering van 22 september 2016 35 De heer EGGERMONT (SP): Voorzitter! Ook wij vragen een aantekening bij beslispunt 3. Wij zijn het daar niet mee eens. Voor het overige kunnen we instemmen met het voorstel. Mevrouw VAN ESCH (PvdD): Voorzitter! Ik vind het pleidooi van de heren Bos en Eggermont dermate goed dat ik me kan aansluiten bij hun stemverklaring. We gaan niet akkoord met beslispunt 3, maar wel met de rest. Het voorstel wordt hierna bij handopsteken met algemene stemmen aangenomen, met inachtneming van de afgelegde stemverklaringen. Daarop sluit de voorzitter, aangezien niets meer aan de orde is, de vergadering.

Raadsvergadering van 22 september 2016 36 INHOUD: Opening van de vergadering Pag. 1 Agenda vaststellen Pag. 1 Notulen van het vragenuur van 8 september 2016 Pag. 1 Bekrachtiging geheimhouding Pag. 1 Actuele moties Pag. 1 AAN DE ORDE: 1. Voorstel tot vaststelling van de Privacyverordening (Jaargang 2016, nr. 73) Pag. 9 2. Voorstel inzake agenda U10 (Jaargang 2016, nr. 77) Pag. 18 3. Voorstel tot tweede technische begrotingswijziging 2016 (Jaargang 2016 nr. 76) Pag. 24