Arbeidstoeleiding op de Koetsveldschool Bureau werkbegeleiding Januari 2017 1 Den Haag, januari 2017
Inhoudsopgave Deel 1 Inleiding Blz. 3 Deel 2 Arbeidsvoorbereiding binnen de school Blz. 4 Deel 3 Stage als onderdeel van arbeidstoeleiding Blz. 5 Deel 4 Opleiding als onderdeel van arbeidstoeleiding Blz. 9 Deel 5 Het assessment Blz. 10 Deel 6 Het onderwijskundig einddossier Blz. 11 Deel 7 Arbeidsvermogen en tegemoetkomingen Blz. 12 Deel 8 Uitstroom Blz. 14 Deel 9 Nazorg Blz. 16 Deel 10 Monitoren en analyseren resultaten BWB Blz. 17 Deel 11 Verantwoordelijkheden en klachtenregeling Blz. 18 2 Den Haag, januari 2017
Deel 1 Inleiding Koetsveldschool De Koetsveldschool is een school voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften, gevestigd in Den Haag. Onze school biedt onderwijs aan kinderen die zeer moeilijk leren (ZML). Er zijn twee verschillende afdelingen: speciaal onderwijs (SO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Onze leerlingen zitten op een Z.M.L.K school, een school voor leerlingen met een verstandelijke beperking. Dit zijn leerlingen die vaak moeite hebben om in onze maatschappij mee te draaien. Op school bereiden wij onze leerlingen voor bijvoorbeeld door middel van begrijpend lezen en geld rekenen, maar daarnaast wordt er ook veel aandacht besteed om te leren samenwerken en samen te leven. Leerlingen op de Koetsveldschool hebben vaak moeite om mee te draaien in de hedendaagse maatschappij. Ze hebben moeite met het begrijpen, de sociale omgang en het tempo waarop om hen heen geleefd wordt. Zij hebben moeite om zich in het dagelijkse leven staande te houden. Laat staan voor iets wat onze leerlingen nog niet eerder gedaan hebben: werken in de arbeidsmatige zin van het woord. Onze leerlingen hebben een afstand tot arbeidsmarkt / arbeidshandicap. Om deze leerlingen te begeleiden naar hun toekomstig arbeidsproces heeft de Koetsveldschool activiteiten gericht op werk ondergebracht bij de Bureau Werkbegeleiding (BWB). Wij vinden het onze taak om samen met ouders onze leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun toekomstige arbeidsproces en te streven naar een toekomstige duurzame arbeidsplek voor onze leerlingen. Dit document geeft zich op onze werkwijze. Leerlingen voorbereiden en toeleiden naar arbeid is een specialistische bezigheid. BWB organiseert verschillende activiteiten binnen en buiten de school om leerlingen kennis te laten maken met de diverse arbeidssectoren. BWB onderscheidt op het gebied van werk een drietal fases binnen de schoolloopbaan van de leerling en zijn of haar aanbod: Arbeidsvoorbereiding; Arbeidstoeleiding; Uitstroom. In dit protocol worden deze fases verder uiteengezet. 3 Den Haag, januari 2017
Deel 2 Arbeidsvoorbereiding binnen de school Voordat de leerling op verschillende manieren individueel buiten de school contact maakt met mogelijk toekomstig werk wordt de leerling eerst binnen de school voorzien van de juiste bagage. Vanuit BWB worden de activiteiten kantine, arbeidsoriëntatie en LBS (Leren buiten de school) aangeboden. Bij deze vakken staat het aanleren van basis werknemersvaardigheden centraal waarbinnen de sociale en arbeidsvaardigheden een belangrijke rol innemen. Bij het vak arbeidsoriëntatie is gekozen voor de methodiek ZeDeMo. Daarnaast wordt dit vak aangevuld met verschillende soorten van industrieel werk. Middels verschillende methodes maakt de leerling binnen het theoriegedeelte van arbeidsoriëntatie kennis met de verschillende arbeidssectoren die er bestaan. Er is ook nadrukkelijk aandacht voor motivatie voor werk en mogelijkheden ten aanzien van toekomstig werk voor onze leerling. Het is van groot belang dat de leerling een reëel perspectief van toekomstig werk ontwikkeld. Het vak kantine laat de leerling kennismaken met verschillende horeca vakvaardigheden en daarnaast is er binnen dit vak veel aandacht voor samenwerken met collega s en omgaan met werkdruk. In het laatste stadium van de fase van arbeidsvoorbereiding krijgt de leerling een aanbod bij LBS (leren buiten de school). BWB is een samenwerking aangegaan met verschillende bedrijven waar leerlingen laagdrempelig in een groep en onder directe begeleiding van een personeelslid van de school groepsstage lopen. Meestal voor een periode van circa 10 weken. Door een medewerker van BWB wordt in een gesprek met ouders en leerling deze vorm van groepsstage afgestemd. Een groepsstage hoeft niet eenmalig te zijn maar kan meerdere keren worden ingezet vanaf de leeftijd van circa 15 jaar. Het aanleren van werknemersvaardigheden, het omgaan met onbekende collega s en vooral het wennen aan een omgeving buiten de school staat centraal in deze activiteit. Als de begeleider van LBS mogelijkheden ziet voor een individuele stage zal dit worden besproken een stageoverleg binnen het VSO-team. 4 Den Haag, januari 2017
Deel 3 Stage als onderdeel van arbeidstoeleiding 3.1 De individuele stage algemeen Als de LBS succesvol is doorlopen kan de leerling in aanmerking komen voor een individuele stage. Bedrijven moeten aan een aantal criteria voldoen om in aanmerking te komen als stageplek. Deze criteria zijn de volgende: - Het stagebedrijf moet zich kunnen vinden in de doelstellingen die gelden voor de betreffende stage; - Er moeten voor de leerlingen binnen het stagebedrijf werkzaamheden worden aangeboden waardoor in de gestelde periode, de van tevoren geformuleerde leerdoelen behaald kunnen worden; - Het moet mogelijk zijn binnen het stagebedrijf een persoon aan te wijzen als stagebegeleider (waar de leerling naar toe kan als er vragen of problemen zijn op de stageplek); - Het stagebedrijf moet worden gekenmerkt door die bepaalde structuur en sfeer die aansluit bij de betreffende Z.M.L.-leerling. De stagebegeleider toetst of een stagebedrijf aan bovenstaande voorwaarden voldoet (bedrijfsbezoek). De stagebegeleider zal het stagebedrijf vooraf informeren over de vaardigheden van de leerling en zijn persoonlijke kenmerken (wanneer noodzakelijk zijn of haar medische achtergrond). Daarom moet voor het starten van de stage door ouders / verzorgers toestemming worden gegeven, middels het formulier toestemming voor verstrekken gegevens, om gegevens van medische, sociale, psychologische en/of pedagogisch-didactische aard te kunnen bespreken met een mogelijk stageadres. Zonder deze toestemming kan een leerling niet met een mogelijk stageadres worden doorgesproken en kan er dus geen passend stageadres worden gezocht. Daarnaast wordt er door ouders / verzorgers een contract arbeidstoeleiding getekend waarin bepaalde afspraken zijn vastgelegd ten aanzien van wederzijdse verplichtingen in de samenwerking tussen ouders en BWB. De formele regelingen rondom de stage worden aan de hand van het stagecontract vastgelegd. Het stagebedrijf is naar aanleiding van het gesprek op de hoogte hoe het om moet gaan met schoolvakanties, verzuim, gestelde leerdoelen en het verzekeringsaspect. Tevens wordt vermeld dat de school nadrukkelijk buiten eventuele stagevergoedingen van de stage blijft. Naast de formele regeling volgt een oriëntatie op de werkplek door de leerling en de stagebegeleider van school. Als een leerling gaat stagelopen worden ouders daar altijd in betrokken middels een gesprek met de stagebegeleider. Stage is een verplicht onderdeel van het ZMLK onderwijs. Als de leerling, de ouders / verzorgers en het stagebedrijf instemmen met de stage wordt het stagecontract ingevuld en ondertekend door de ouders van de leerling, de leerling, het stagebedrijf en de stagebegeleider van school. Naast de reguliere afweging van stagegeschiktheid wordt door BWB de aanwezigheid van de leerling bekeken. Wanneer een leerling minder dan 80% van de tijd aanwezig is op school mag 5 Den Haag, januari 2017
de leerling niet automatisch individueel stage lopen. Deze afweging wordt dan neergelegd bij het onderwijs zorgteam. De stagebegeleider houdt wekelijks middels het stageboekje contact met ouders en het stagebedrijf. Vervoer van de thuissituatie naar de stageplek is een verantwoordelijkheid van ouders /verzorgers. Indien noodzakelijk wordt de reisafstand ingeoefend door ouders/verzorgers. BWB streeft naar stageadressen nabij school of de thuissituatie. Dit lukt echter niet altijd. Eventuele kosten voor vervoer moeten worden vergoed door de ouders/verzorgers. 3.2 Wettelijk kader De duur van de stage bedraagt gedurende de cursusduur gemiddeld ten hoogste 50% van het aantal uren waarin onderwijs wordt verzorgd. Een leerling vanaf 14 jaar mag maximaal 4 dagen per week stage lopen. 3.3 Stages We onderscheiden een drietal individuele stages: - oriënterende stage (veelal leerroute 3B en 4); - praktijkstage 1 (veelal leerroute 3B en 4); - praktijkstage 2 (leerroute 2, 3A en 3B en 4). 3.3.1 De oriënterende stage De oriënterende stage wordt in overleg met de school, leerling en thuissituatie bepaald. Leerlingen lopen gedurende een half tot heel schooljaar één dag per week stage. De meeste leerlingen die een oriënterende stage gaan lopen zijn rond de 16/17 jaar oud. Het streven is om de oriënterende stage nabij huis of school te organiseren. Een reistijd van maximaal 30 minuten wordt acceptabel geacht mits de leerling zelfstandig kan reizen. Het is wenselijk om de oriënterende stage binnen een niet commerciële / laagdrempelige setting te organiseren. 3.3.2 Praktijkstage 1 De leerling loopt een heel schooljaar stage 1 tot 2 dagen per week. Het streven is om praktijkstage 1 nabij huis of school te organiseren. Echter is dit geen vereiste. Een reistijd van maximaal 30 minuten wordt in de meeste gevallen acceptabel geacht, mits de leerling zelfstandig kan reizen. 3.3.3 Praktijkstage 2 (eindstage) De duur en intensiteit van de stage is afhankelijk van het gewenste traject maar zal altijd vallen binnen de wettelijke kaders van de onderwijswet. De onderwijsinhoud van de stage is afhankelijk van de uitstroomplek. Veelal spelen we in deze stage zoveel mogelijk in op de mogelijkheden en kansen die een eventuele toekomstige uitstroomplek biedt. Het is het streven dat de stage naadloos overgaat in een uitstroombestemming. In deze fase is er een intensief contact tussen ouders/verzorgers en BWB. BWB adviseert ouders/verzorgers over de mogelijkheden van uitstroom en de te nemen stappen. Daarnaast bemiddelt BWB met de verschillende organisaties die betrokken zijn bij het verkrijgen van de uitstroomplek. 6 Den Haag, januari 2017
Het streven is om praktijkstage 2 nabij thuis of school te organiseren. Echter dit is geen vereiste. Een reistijd van maximaal 45 minuten wordt acceptabel geacht (Leerroute 3B en 4). 3.4 Begeleiding van de individuele stages Als een leerling stage gaat lopen wordt hij ondersteund vanuit de stagebegeleider van de koetsveldschool. Niet alle leerlingen behoeven dezelfde ondersteuning. Er worden twee typen ondersteuning onderscheiden, die ook verschillende zijn in intensiteit. Namelijk het reguliere begeleidingsarrangement en het intensieve begeleidingsarrangement. De coördinator BWB en het aanspreekpunt intensieve trajecten maken een eerste opzet welk begeleidingsarrangement het beste past bij de leerling. De volgende checklist wordt daarbij toegepast: - Aanwezigheid in de klas; - Motivatie tav werk/stage; - Vaardigheid tav zelfstandig reizen; - Sociale vaardigheden (oa weerbaarheid); - Arbeidsvaardigheden; - Ondersteunende omgevingsfactoren in de thuissituatie (systeem). De eerste opzet wordt besproken met BWB personeel en de groepsleerkracht. Hierna wordt het begeleidingsarrangement voor de leerling vastgesteld voor de periode tot 4 weken na de start van de stage. Na 4 weken wordt het begeleidingsarrangement definitief vastgesteld. Soms is overleg met het OZT wenselijk. Beschrijving arrangementen: 1. Regulier begeleidingsarrangement Maximaal 20 begeleidingsuren per half schooljaar (20 weken). Het betreft minimaal 3 stagebezoeken inclusief de eindevaluatie. 2. Intensief begeleidingsarrangement Maximaal 30-45 begeleidingsuren per half schooljaar (20 weken). Het intensief begeleidingsarrangement kenmerkt zich door: A Meer zichtbaarheid van de stagebegeleider (op de stageplek / op school); B Intensievere contactmomenten met ouders (minimaal 3 evaluatiemomenten per jaar); C. Extra inzet van verschillende instrumenten waaronder: - Teken je gesprek; - Foto interview; - Kids skills (mijn skills oefenboekje; zie drive); - Kwaliteitenspel; - Werkvaardigheden spel. Welke instrumenten worden ingezet hangt af van de individuele situatie en wordt vastgesteld door het aanspreekpunt intensieve trajecten in overleg met de BWB coördinator en de groepsleerkracht. 7 Den Haag, januari 2017
Het intensief begeleidingsarrangement heeft als doel een succesvolle stage te bewerkstelligen (geen uitval). Wanneer begeleiding afgebouwd kan worden zal dit ook gebeuren. Twee keer per jaar worden de intensieve trajecten geëvalueerd door de betreffende begeleider en de coördinator BWB (ondersteuningsbehoefte en resultaten staan centraal). De activiteiten die worden uitgevoerd worden vastgelegd in het BWB logboek en/of BWB trajectoverzicht. 8 Den Haag, januari 2017
Deel 4 Opleiding als onderdeel van arbeidstoeleiding 4.1 Aanbod Voor leerlingen worden diverse opleidingstrajecten aangeboden: - Werken in de schoonmaak microvezel (SVA1) - Werken in het groen (SVA1) - Werken in de keuken (SVA1) - Werken in de winkel (SVA2) Het concreet aanbod in een schooljaar is altijd afhankelijk van het aantal leerlingen wat in een lopend schooljaar een opleiding kan volgen. De opleidingstrajecten worden afgesloten met een certificaat. Soms is dit een intern certificaat soms is dit zelfs een branche certificaat. 4.2 Werkwijze Alle opleidingen duren 1 jaar, een halve tot een hele dag per week. Het aanbod bestaat uit een stuk theorie en veel praktijk. Van de leerlingen wordt verwacht dat ze thuis ook de theorie leren. Afhankelijk van de opleiding wordt er binnen of buiten de school gewerkt. Er wordt altijd gewerkt in de praktijk onder begeleiding van een medewerker van BWB. Uiteindelijk wordt er door de medewerker van BWB en de coördinator BWB een proeftoets afgenomen. Als de proeftoets met een voldoende wordt afgerond mag de leerling op voor het branche examen wat wordt afgenomen door een externe examinator. De toetslocatie is ook altijd in een bedrijf, instelling of de Koetsveldschool zelf. Kosten welke verbonden zijn aan de aanvraag van het examen worden bekostigd door de school. Er is geen mogelijkheid voor een herexamen. Als de leerling zijn proeftoets niet haalt kan hij wel een schoolcertificaat halen. Dit examen wordt intern afgenomen. 4.3 Opleidingskeuze De opleidingskeuze is afhankelijk van de mogelijkheden van een leerling, interesse en praktische haalbaarheid en gebeurt in overleg met de leerling en ouders. Uiteindelijk stelt de coördinator BWB de opleidingskeuzes vast. Voordat de opleiding Werken in de winkel kan worden gevolgd moet eerst een diploma Schoonmaken in de groothuishouding of Onderhoud schoolomgeving zijn behaald. De keuze van de stagesector is vaak gekoppeld aan de opleidingskeuze. Het is mogelijk dat leerlingen bij het verlaten van de school meerdere diploma s hebben. Dit wordt nadrukkelijk gestimuleerd. 9 Den Haag, januari 2017
Deel 5 Het assessment Wanneer de leerling de leeftijd van 16 jaar bereikt wordt eenmalig een assessment afgenomen. De leerling en de ouders ontvangen voor aanvang een brief met daarin de datum van afname. Het assessment geeft een goed inzicht in de sociale en arbeidsmatige vermogens van de leerling. Onder het assessment behoort een fictief sollicitatiegesprek, een arbeidsinteressetest, een filmpje gericht op de vaardigheden van observeren en interpreteren, een formulier ingevuld door de leerkrachten betreffende het functioneren van de leerling in de klas en negen arbeidsproeven ie na een korte instructie zelfstandig uitgevoerd dienen te worden. Tevens dienen de uitkomsten van het assessment als eerste aanzet voor de eindrapportage en geven een duidelijk beeld over de mogelijkheden maar ook beperkende factoren ten aanzien een bestendige werkplek. Deze rapportage geeft een advies over het uitstroomperspectief. Het assessment wordt afgenomen door meerdere gecertificeerde assessoren van BWB en duurt ongeveer twee uur per leerling. Het assessment wordt afgenomen binnen de reguliere schooltijd. Als de assessoren een rapportage hebben opgesteld wordt dit rapport breed besproken binnen het team om te komen tot een gezamenlijke rapportage waar zowel informatie in wordt verwerkt van het functioneren van de leerling binnen als buiten de school. Het assessmentverslag wordt besproken met ouders en leerling en nadien ondertekend voor gezien of akkoord. De school geeft een voorlopig advies. Altijd blijven ouders met de leerling zelf regievoerder van hun uiteindelijke daadwerkelijke uitstroom. Volgend op het assessmentverslag en mede naar aanleiding van informatie uit het assessment wordt binnen de school in overleg met ouders en leerling het ITP (Integraal Transitie Plan) opgesteld. Het ITP bevat een beschrijving van het onderwijs aan de leerling en van de overgang van school naar werk (met bagage voor vrije tijd en wonen in de laatste fase van onderwijs van circa 16,5-20 jaar). 10 Den Haag, januari 2017
Deel 6 Het onderwijskundig einddossier BWB begeleidt leerlingen naar hun toekomstige arbeidsproces. Het is noodzaak dat er aan het einde van de schoolloopbaan een document bestaat wat een reëel beeld geeft van de beperkingen en mogelijkheden van de leerling. Dit document noemen wij het onderwijskundig einddossier wat voor een deel is opgebouwd uit informatie volgend uit het assessmentverslag. Het onderwijskundig einddossier wordt ingezet en als ondersteunende informatie gebruikt bij aanvragen voor leerlingen als het gaat om indicaties, financiën en soortgelijke aanvragen die betrekking hebben op de toekomstige uitstroom van de leerling. Het onderwijskundig einddossier bestaat uit de volgende documenten: Inleiding; Voorgeschiedenis; ingevuld door de groepsleerkracht; Psychodiagnostisch verslag; ingevuld door de orthopedagoog; Het ITP en TLV (toelaatbaarheidsverklaring); Het S.T.A.P.-model (Stage Analyse Praktijkschool); ingevuld door de groepsleerkracht; Eindscore praktijk assessment sociale vaardigheden; ingevuld door Bureau Werkbegeleiding; Screeningslijst sociale vaardigheden 1 en 2; ingevuld door de groepsleerkracht; Scoreformulier Kennismakingsgesprek ; ingevuld door de groepsleerkracht; Eindscore praktijkassessment arbeidsvaardigheden; ingevuld door Bureau Werkbegeleiding; Wendeltest en/of een arbeidsinteressegesprek, arbeidsinteressetest, ingevuld door Bureau Werkbegeleiding; Eindconclusie en advies; ingevuld door Bureau Werkbegeleiding in overleg met een deel van het VSO team en aangevuld met de meest recente stage-ervaring en het eventuele opleidingstraject. Het onderwijskundig einddossier wordt na uitschrijving nog 5 jaar bewaard en is altijd opvraagbaar door de leerling of wettelijk vertegenwoordigers. 11 Den Haag, januari 2017
Deel 7 Arbeidsvermogen en tegemoetkomingen Arbeidsvermogen Vanaf het zeventiende levensjaar wordt er door de Koetsveldschool in samenwerking met ouders en leerling een Aanvraag Beoordeling Arbeidsvermogen(ABA) ingediend bij het UWV. Mede op basis van de resultaten uit het assessment wordt het assessmentverslag opgesteld. De school geeft middels het assessmentverslag een voorlopig advies aan het UWV. Op basis van de aangeleverde informatie beslist het UWV of een leerling wel of geen arbeidsvermogen heeft. Wanneer een leerling geen arbeidsvermogen heeft komt de leerling in aanmerking voor een Wajong-uitkering. Deze uitkering wordt pas actief op het moment dat de leerling wordt uitgeschreven van school. Wanneer een leerling wel beschikt over arbeidsvermogen wordt de leerling automatisch opgenomen in het doelgroepenregister. Dit houdt in dat een leerling in aanmerking voor een baan binnen de baanafspraak. Wanneer een leerling niet het vermogen heeft om zelfstandig te werken binnen een regulier bedrijf kan er een aanvraag beschut werken worden ingediend. Met deze indicatie is het mogelijk om te werken op een beschutte werkplek binnen de gemeente waar de leerling woonachtig is. Het aantal werkplekken binnen beschut werk is variërend per gemeente. Tegemoetkomingen Wel arbeidsvermogen De leerlingen die volgens het UWV beschikken over arbeidsvermogen en zijn opgenomen in het doelgroepenregister komen gedurende hun schoolloopbaan in aanmerking voor de volgende tegemoetkomingen: - Tegemoetkoming scholieren (DUO) Deze tegemoetkoming bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag (gebaseerd op inkomen van ouders). - Individuele studietoeslag (gemeenteafhankelijk) Deze studietoelage is in Den Haag 100,00 per maand vanaf het moment dat de leerling 18 jaar oud wordt (januari 2017). Geen arbeidsvermogen Dit zijn leerlingen die volgens het UWV niet beschikken over arbeidsvermogen. Deze leerlingen komen gedurende hun schoolloopbaan in aanmerking voor de volgende tegemoetkoming: - Tegemoetkoming scholieren (DUO) Deze tegemoetkoming bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag (gebaseerd op inkomen van ouders). De school is niet verantwoordelijk voor de aanvraag van deze tegemoetkomingen wel hebben we een verwijzende functie. Ouders en leerlingen kunnen, indien nodig, hiervoor terecht bij een ServicePunt XL binnen de gemeente Den Haag. Inkomen na school Wel arbeidsvermogen Leerlingen die uitstromen binnen de baanafspraak krijgen salaris vanuit de werkgever. Dit is op basis van het wettelijk minimumloon of het geldende CAO loon wat van kracht is binnen het bedrijf. 12 Den Haag, januari 2017
Leerlingen die uitstromen binnen beschut werk verdienen het wettelijk jeugdloon wat geldt voor een 23 jarige. Deze regeling geldt voor de Gemeente Den Haag, dit kan per gemeente verschillen. Geen arbeidsvermogen Leerlingen die zijn uitgeschreven van school krijgen na hun 18e een Wajong-uitkering. Deze uitkering is op basis van 70% van het minimumloon en wordt uitgekeerd via het UWV. 13 Den Haag, januari 2017
Deel 8 Uitstroom Bureau Werkbegeleiding heeft als uitgangspunt dat alle leerlingen op de Koetsveldschool ondersteuning nodig hebben in hun werk. Het soort ondersteuning en de intensiteit is afhankelijk van welk ontwikkelingsperspectief doorlopen wordt. Omdat de onderstaande trajecten verschillend worden ingevuld door de verschillende gemeenten geven we slechts een korte omschrijving in dit document. Daarnaast is de realiteit dat deze trajecten erg politiek en budgettair gevoelig zijn en hierdoor vaak qua beleid aan veel veranderingen onderhevig zijn. BWB is op de hoogte van de mogelijkheden die actueel zijn. Dagbesteding Het betreft het hier leerlingen van de Koetsveldschool uit leerroute 2, 3A en 3B. Het betreft leerlingen die veel ondersteuning nodig hebben op sociaal en arbeidsmatig gebied (deze vervolgvoorziening valt voor de wet onder zorg ). Bureau Werkbegeleiding heeft een netwerk opgezet met de verschillende aanbieders van zorg. Om in aanmerking te komen voor deze zorg dient een indicatie te worden aangevraagd via de Wet Langdurige Zorg (WLZ) of via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). - WLZ Een indicatie aanvraag via de WLZ kan aangevraagd worden bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Wij, als school, kunnen u ondersteunen bij de aanvraag mits het Zorg in Natura betreft (ZIN). - WMO Een indicatie aanvraag via de WMO kan (in Den Haag) aangevraagd worden via Advies op Maat (leerling 18 jaar of ouder) of via het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) (leerling jonger dan 18 jaar). Heeft u al een persoonsgebonden budget (PGB) of wilt u toekomstige zorg regelen via een PGB kunnen wij u daarbij niet ondersteunen. Wel kunnen wij u uiteraard ondersteunen ten aanzien van de te kiezen vervolgvoorziening. Voor ondersteuning bij een aanvraag voor PGB verwijzen wij u in Den Haag door naar een servicepunt XL in uw stadsdeel of naar het CJG (onder de 18 jaar). Dagbesteding betreft formeel zorg en daarom is inkomensafhankelijk een eigen bijdrage van toepassing. Deze is altijd afhankelijk van uw persoonlijke situatie. U kan dit navragen bij het CAK (WMO tel. 0800 1925 en WLZ tel. 0800 0087). Beschut werk Veelal betreft het hier leerlingen van leerroute 3B. De leerlingen hebben minder ondersteuning nodig dan bij het traject dagbesteding en krijgen een salaris. In Den Haag zijn de beschutte werkplekken georganiseerd via de Haeghe Groep. Om in aanmerking te komen voor beschut werken moet een indicatie zijn afgegeven. De indicatie beschut werken kan zowel door de leerling als door de gemeente worden aangevraagd. De school heeft hier middels rapportage en advies een belangrijke rol. Dit gaat altijd in samenspraak met het Werknemers Service Punt (WSP). De instroom bij de Haeghe Groep is in de start meestal binnen de sector groen of schoonmaak. Mocht uitstroom in schoonmaak of groen door zwaarwegende redenen niet haalbaar zijn is een uitstroom binnen een andere sector niet uitgesloten. 14 Den Haag, januari 2017
Baanafspraak Het betreft hier leerlingen (leerroute 4) die een grote mate van zelfstandigheid hebben en weinig aanspraak doen op begeleiding. Alle leerlingen VSO kunnen aanspraak maken op inschrijving in het doelgroepregister wat betekent dat ze kunnen doorstromen binnen een baan binnen de baanafspraak. De verantwoordelijkheid van het matchen (passend maken) tussen leerling en vacature is een taak van het Werkgevers Service Punt (WSP). Middels een uitvoerige intake door WSP wordt er een profielschets opgesteld om de leerling zo goed mogelijk in beeld te brengen bij de werkgever. Op basis van de capaciteiten van de leerling wordt gekeken welke werkplekken passend zijn. Vaak volgt er vervolgens een sollicitatieprocedure. Wanneer een leerling een vacature kan vervullen wordt er gestart met een proefplaatsing van minimaal 2 maanden. Tijdens deze proefplaatsing wordt gekeken of de functie past bij de capaciteiten van de leerling. Ook vindt er een loonwaardemeting plaats door een arbeidsdeskundige van het WSP. Bij voldoende functioneren kan er een arbeidscontract worden aangeboden. Er zijn op verschillende manieren, afhankelijk van de situatie, mogelijkheden voor langdurige ondersteuning op de werkplek. 15 Den Haag, januari 2017
Deel 9 Nazorg Sinds een aantal jaren wordt er binnen Koetsveldschool op een actieve manier nazorg geleverd aan onze uitgestroomde leerlingen. Leerlingen moeten, wanneer zij uitstromen, zo zelfstandig mogelijk in de maatschappij kunnen functioneren, werken en wonen. Het doel van nazorg is om de zelfredzaamheid te vergroten en uitval van de individuele leerling in onderwijs en/of werk te voorkomen (preventief handelen). Wanneer er sprake is van uitval, willen wij z.s.m. die begeleiding geven of een bemiddelende rol spelen om hervatting van deelname in de maatschappij te bewerkstelligen. Nazorg is een functie binnen de Koetsveldschool met een doorverwijzende, controlerende en bemiddelende rol binnen het netwerk in de regio. Denk hierbij aan samenwerkende partners als gemeente, sociale werkvoorziening, jobcoachorganisaties, uitkeringsinstanties, werkgevers e.a. BWB is in staat via de nazorg dit netwerk te gebruiken en in te zetten voor de oud-leerling, als dit wenselijk is. Leerlingen die aan het werk zijn of uitgestroomd zijn via een andere weg, kunnen twee jaar lang nazorg verwachten. Wat hiermee wordt bedoeld is dat twee jaar na uitschrijving school contact onderhouden met leerling, ouders, werkgevers, werkvloerbegeleiders en andere partijen waar onze leerlingen mee te maken hebben. Dit om daar te ondersteunen waar nodig is. 16 Den Haag, januari 2017
Deel 10 Monitoren en analyseren resultaten BWB Binnen BWB wordt gewerkt met de PDCA cyclus. De PDCA-cyclus geeft het principe weer van continue verbetering en wordt gevormd door de facetten Plan-Do-Check-Act. Het is een cyclus die constante kwaliteitsverbetering tot doel heeft en staat centraal in het kwaliteitsbeleid binnen BWB. Per schooljaar worden in overleg met het MT een aantal kwaliteitsdoelstellingen neergelegd die volgen uit een zorgvuldige analyse van de opbrengsten uit eerdere schooljaren. In samenspraak met het BWB team worden deze doelstellingen uiteindelijk vastgezet. Opbrengsten ten aanzien van uitstroom en bestendiging zijn vaste onderdelen. De verschillende BWB medewerkers hebben een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het invullen van verschillende deelresultaten, lopende het schooljaar. Aan het einde van het schooljaar worden de deelresultaten samengevoegd en tot eindconclusies uitgewerkt door de coördinator BWB. De analyse van deze resultaten wordt in samenspraak met MT en het BWB team uitgewerkt. Hier ligt ook de start van een nieuwe PDCA cyclus voor het volgende schooljaar. 17 Den Haag, januari 2017
Deel 11 Verantwoordelijkheden en klachtenregeling Ter verduidelijking wordt aangegeven dat Bureau Werkbegeleiding van de Koetsveldschool zeker ten aanzien van de daadwerkelijke toeleiding naar arbeid veelal een bemiddelende rol heeft. Bureau Werkbegeleiding is hierbij afhankelijk van derden. Daarnaast is de invulling van zorg gemeente-afhankelijk. Daarnaast is het helaas zo dat voor sommige trajecten wachtlijsten bestaan en veel regelingen onderhevig zijn aan veranderingen. Bureau Werkbegeleiding zal zich altijd in deze taakstelling adviserend opstellen. De uiteindelijke beslissing van het te kiezen traject ligt altijd bij de wettelijk vertegenwoordigers van de betreffende leerling. Aangezien de rol vanuit Bureau Werkbegeleiding adviserend is betekent dit ook dat de wettelijk vertegenwoordigers een beslissende rol hebben in de vele mogelijkheden die er zijn binnen het kader van toeleiding. Bureau Werkbegeleiding van de Koetsveldschool gaat er vanuit dat de wettelijk vertegenwoordigers deze rol ook zullen vervullen en spreekt hen hier ook op aan. De wettelijk vertegenwoordigers worden van alle ontwikkelingen van de leerling op de hoogte gehouden. Klachten Hoewel Bureau Werkbegeleiding zich professioneel opstelt is het uiteraard mogelijk dat men klachten of aanmerkingen heeft. Men kan dan contact opnemen met de betrokken medewerker van Bureau Werkbegeleiding of met de coördinator BWB. Deze zal dan de klacht of opmerking in behandeling nemen. Een klacht wordt binnen twee weken behandeld. Ook kan er, als u dat prettiger vindt, contact worden opgenomen met de directeur van de Koetsveldschool Bart Moerman. Iedere klacht wordt door de coördinator BWB besproken met de directie. 18 Den Haag, januari 2017