STAR-model Interdisciplinair Samenwerken

Vergelijkbare documenten
STAR-model Interdisciplinair Samenwerken

STAR-model Interdisciplinair Samenwerken

STAR-model Interdisciplinair Samenwerken

Interdisciplinair samenwerken school-kinderopvang-peuterspeelzaal

STAR-model Interdisciplinair Samenwerken

STAR-model Interdisciplinair samenwerken

STAR-model Interdisciplinair samenwerken

NIEUW LEIDERSCHAPSOPLEIDING INTEGRAAL KINDCENTRUM

LEIDERSCHAPSOPLEIDING INTEGRAAL KINDCENTRUM

Frank Studulski - Sardes 16 december 2011

De gemeente als aanjager van de doorgaande lijn

Pedagogisch beleid in Brede School de Waterlelie, Prinsenhof te Leidschendam

DOELSTELLINGEN EN DOMEINEN

Kennisbenutting in onderzoekende scholen. Anje Ros Lector leren en innoveren, Fontys HKE

Schooljaarplan (SJP)

De leden van de raad van de gemeente Groningen te GRONINGEN

Hoofdstuk 1 Inleiding 2

a. Hebben de professionals die rondom een cliënt samenwerken hetzelfde doel voor (eigen werkgebied overstijgend)?

Het 7 S model McKinsey

Nieuwe verhoudingen Nieuwe dynamiek; Evaluatie /impuls Vensterscholen Groningen. Anita Schnieders Jur de Haan

1. Kinderopvang Friesland: Visie en kwaliteit. 2. Kinderopvang Friesland en Thomas Gordon. 3. Kinderopvang Friesland en opvoeden

Voldoende is niet goed genoeg.. Strategisch beleidsplan 2015/2019. Stichting H 3 O

VISIE OP TOEZICHT LAVERHOF

Jaarverslag DE DELTA

Asset Management gemeente SWF in het kort. Aanleiding Risico Gestuurd Asset Management. Aanpak Risico Gestuurd Asset Management

Introductie. De onderzoekscyclus; een gestructureerde aanpak die helpt bij het doen van onderzoek.

Handleiding bij het opstellen van een Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)

inleiding refereeravond

WERKING KIJKWIJZER BELEIDSVOEREND VERMOGEN: TOEGEPAST OP LOOPBAANBEGELEIDING IN DE SCHOLENGEMEENSCHAP

Handout Hoe worden wij een integraal kindcentrum?

Werkdocument functioneringsgesprek voor leerkrachten 1

SAMENWERKEN. Het integraal kindcentrum van papier naar praktijk. Symposium 18 april 2013 Kloosterhotel ZIN, Vught

Kindcentra 2020 Gijs van Rozendaal, voorzitter regiegroep Kindcentra 2020

Doorgaande lijn in beeld. Instrument voor onderwijs en opvang

Spinnenweb t.b.v. evaluatie stand van zaken implementatie Zo.Leer.Ik! concept

Managementmodellen. voor interne analyse van organisaties. 13-november 2012

Conferentie Brede buurtschool Kansen voor iedereen!

4 Beleid en Organisatie Externe Communicatie Datum 8 januari 2014 Versie 4 Blad 1 van 6. EXTERNE COMMUNICATIE PWH Versie januari 2014

Bouwen aan een IKC. Wat is er mogelijk in formele samenwerkingsvormen? 13 oktober mr. S.C. Brasz

voor- en vroegschoolse educatie Convenant uitvoering Boxtels model

De toekomst begint vandaag!

Kwaliteitskaart Kennis- en kwaliteitsontwikkeling

Profielbeschrijving Raad van Toezicht. Pagina 1

Kwaliteit in de kinderopvang

Calimero. Kwaliteitsonderzoek. voorschoolse educatie

Analysekader: uw verandertraject in kaart!

Doorgaande lijn binnen de voor- en vroegschool in xxx

INTRODUCTIE TOOLBOX voor GEBRUIKERS. duurzame plaatsing van werknemers met autisme

Plan voor een scholingsaanbod CJG: in en vanuit het CJG

NORMEN KWALITEITSLABEL SOCIAAL WERK

Met de referentieniveaus naar schoolsucces

Lenteopdracht Masterclass Eerstelijns Bestuurders 2019

Stadsfoto Kindcentra 0-13 s-hertogenbosch

BIJLAGE 5. WAARDERINGSKADER VOORSCHOOLSE EDUCATIE

Cultuureducatie, geen vak apart

PRESENTATIE Bijeenkomst IKC ontwikkeling. Kindcentrum de Haren Brede Bossche School Haren Donk Reit

basis-cv, gericht cv, profielschets, open sollicitatiebrief, gerichte sollicitatiebrief, sollicitatiegesprek en netwerkgesprek.

Regeling Gesprekkencyclus (vastgesteld door CvB d.d.., na verkregen goedkeuring P(G)MR d.d..)

Zelfevaluatie Kwaliteitslabel Sociaal Werk

R e s u lta at e n O n t w i k k e l i n g

Inleiding. Begrippenkader

Samen leren in een professionele leergemeenschap

Thermometer leerkrachthandelen

De rol van HR diensten in de beweging naar meer eigenaarschap van onderwijsteam over onderwijskwaliteit

PROACTIEF TOEZICHT VOBO

Over Performance Dialogue

Leerdam, 17 februari Betreft: aanvraag financiële ondersteuning ontwikkeling Integraal KindCentrum van 0-13 jarigen in Leerdam.

HOE GEEF IK DE WEEK VORM? Handvatten voor de invulling van een werkplek tijdens de Week van de Mobiliteit

Het IJsselgroep IKC-model. Anders kijken naar uw Integrale Kindcentrum. IJsselgroep. Educatieve Dienstverlening

HKZ-norm voor ketens en netwerken in de zorg en het sociale domein versie 2015

De PLG-bril. De drie capaciteiten

Brede School: ontwikkelingen in Nederland. Lia Blaton Universiteit Gent Steunpunt Diversiteit & Leren Januari 2014 ter informatie

Meedoen Meten. DICHTERBIJ Kenniscentrum voor Dagbesteding en Werk. Angela Prudon. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) Master Social Work

Beoordelingscriteria Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

Brede Schoolontwikkeling Nijmegen

(INVAL) PEDAGOGISCH MEDEWERKERS voor minimaal 7 en maximaal 32 uur per week voor bepaalde tijd

Jaarplan Kindcentrum De Troubadour. Missie. Visie

Pedagogisch PACT jonge kinderen

Wat gaan we doen? Colofon. Almeerse Scholen Groep. Koersplan maart 2015

Transcriptie:

STAR-model STAR-model Interdisciplinair Samenwerken Praatkaart voor het versterken van de eigen samenwerking met onderwijs, kinderopvang en andere netwerkpartners Praatkaart jeugdzorg Evidence informed STAR-model Angèle van der Star MEL MEd

ONTSTAAN VAN HET STAR-MODEL WERKEN MET HET STAR-model INTERDISCIPLINAIR SAMENWERKEN De behoefte voor het ontwerp van een evidence informed model om organisaties te beschouwen in hun samenwerking, is ontstaan vanuit geconstateerde onrust op grensgebieden van samenwerkende organisaties: jeugdzorg, kinderopvang, tussenschoolse opvang, peuterspeelzaal, onderwijs en andere partners in het netwerk. Veel van de bestaande organisatiemodellen worden beschouwd vanuit één of enkele domeinen; zoals de jeugdzorg, de kinderopvang, het onderwijs of de pedagogiek. Fricties worden aangetroffen op grensgebieden waarbij juist een dialoog over bestaande visie, communicatie, cultuur- en structuurverschillen in de samenwerkende organisaties, stappen in de pedagogische en (onderwijs)inhoudelijke ontwikkelingslijn zouden kunnen bevorderen. Vanuit het gesprek met elkaar en een daadwerkelijke interdisciplinaire samenwerking kunnen we kinderen optimale groei- en ontwikkelkansen bieden. Het evidence informed ontwerp STAR model Het STAR-model is ontworpen op basis van onderzoek op micro-, meso- en macroniveau gedurende 2014-2015. De probleemstelling voor de onderzoeksvraag is geformuleerd vanuit geconstateerde onrust op grensgebieden van de samenwerkende organisaties rondom het kind van 2,5 12 jaar. Het onderzoek heeft geresulteerd in een ontwerp van een stervormig model met handvatten om de samenwerking jeugdzorg, onderwijs en kinderopvangorganisaties alsook met andere netwerkpartners, te optimaliseren vanuit ieders specifieke situatie. Immers er is geen blauwdruk voor een ideale samenwerking of samenwerkingsvorm. Het ontworpen evidence informed STAR-model is beschreven op basis van de kenmerken van een professionele leergemeenschap (Verbiest, 2003); verbinden, vertrouwen, vakmanschap en inspiratie (Lieskamp, Vink, 2015). Dit vormt als het ware het fundament voor een vruchtbare samenwerking. Het model is ontworpen om in te zetten bij jeugdzorg-, kinderopvang-organisaties en scholen die interdisciplinair samen (willen) werken met andere partners in georganiseerde centra zoals bij wijkteams en in Brede scholen, Vensterscholen en/of Kindcentra. Het is daarnaast ook in te zetten bij samenwerkingsscholen en bij dorpsscholen die (willen) samenwerken met de partners in de kinderopvang en peuterspeelzaal. Het STAR-model heeft vijf domeinen (sterpunten). In deze vijf domeinen zijn zowel de zeven uitgangspunten voor een Brede school / Kindcentrum volgens Studulski (2012) opgenomen (tab.1) alsook de aspecten van het Pedagogisch Kader (Doornenbal, 2012 p. 9-10). Tabel 1 Uitgangspunten integraal Kindcentrum Brede school (Studulski, 2012). Uitgangspunten integraal Kindcentrum / Brede school (Studulski, 2012) 1. De lokale situatie / sociale context 2. Het bestuurlijk kader 3. De dagindeling 4. Leiderschapsstijl 5. Personeel (cao, organogram, beleid) 6. Financiën (cao) 7. Huisvesting 8. Pedagogisch kader 9. Communicatie met ouders Figuur 1. Pedagogisch Kader. Overgenomen uit Opgroeien doe je maar één keer (Doornenbal, 2012, p. 10). 1 Angèle van der Star, oktober 2016

Het STAR-model heeft tevens twee veranderkundige modellen ingevoegd. De modellen van McKinsey (7smodel.nl, 2015) en Engeström (Engeström, 2000, p. 960-974) hebben bijdrage geleverd aan het STAR-model voor de gewenste veranderkundige samenwerkingsaspecten. De interactie op de grensgebieden van samenwerkende organisaties wordt meegenomen vanuit het Activitymodel van Engeström (Miedema, 2011, p. 4). Dit model beschouwt de interactie binnen het eigen systeem als ook met andere organisaties (fig. 2). Figuur 2. Samenwerking in school en kinderopvang volgens CHAT Engeström. Het 7S model van McKinsey (fig. 3), ontworpen door Pascale & Athos in 1981, draagt bij doordat het de gedeelde waarden en de interactie met harde (strategy, structure en systems) en de zachte organisatie kenmerken (staff, style, skills, en shared values) centraal heeft staan. Hierdoor maakt het tevens de gezochte complexiteit van samenwerken met andere organisaties zichtbaar. Figuur 3. 7-Smodel van McKinsey. Overgenomen van www.7smodel.nl op 11 maart 2015 2 Angèle van der Star, oktober 2016

Met medeneming van de basiskenmerken van de professionele leergemeenschap (Verbiest, 2013), gecombineerd met het 7-S model van McKinsey, de inzichten vanuit CHAT Engeström en de (pedagogische) uitgangspunten van een Integraal Kindcentrum volgens Studulski (2012) en het Pedagogisch Kader van Doornenbal (2012), heeft dit geleid tot het ontwerp van een evidence informed instrument dat ingezet kan worden voor Interdisciplinair Samenwerken. In het interactieve stervormige STAR-model (fig. 4) staat het gezamenlijke doel centraal waarbij de verschillende actoren, vanuit betrokkenheid, een gezamenlijk resultaat voor ogen hebben (buitenring). Zowel de harde als zachte aspecten van het 7S-model zijn in de vijf domeinen van het STAR-model opgenomen, als ook de interactie van het CHAT-model van Engeström met andere organisaties, door de verbinding met het doel van de eigen organisatie en het gezamenlijke resultaat van alle actoren. Figuur 4. STAR-model (Van Der Star, 2015). Voor de jeugdzorgorganisatie kan voor dit gezamenlijke resultaat, een STAR-model ingevuld worden vanuit de volgende vijf domeinen: 1. Visie: pedagogisch kader, (toekomst)ontwikkelingen, ambities en kernkwaliteiten; 2. Strategie: inzichten / doelstellingen / stappenplan (strategisch en operationeel); 3. Professionele structuur: organogram, regels / cao, financiën, beleid, functies/taken/vieringen, bevoegdheden, (ontwikkel)methoden, systemen, huisvesting; 4. Communicatie: schriftelijk/mondeling, formeel/informeel, interne en externe communicatie (public relations en meer); 5. Professionele cultuur: leiderschapsstijl, ongeschreven regels, reflectie, normen, waarden, betrokkenheid en solidariteit. 3 Angèle van der Star, oktober 2016

Het beoogde doel voor de verschillende organisaties is gebaseerd op de eigen uitgangspunten. De vijf domeinen (punten) van de ster kunnen voor iedere samenwerkende organisatie anders zijn. Wanneer het STAR-model ingezet wordt vanuit het gedachtegoed dat men een gezamenlijk gedeeld resultaat voor ogen heeft (buitencirkel), kan dit model inzichtelijk maken waar, op basis van het zelfde gedachtegoed, de organisatieverschillen zitten. Het kan daarmee de sterke kanten en de ontwikkelpunten voor de organisatie in beeld brengen. Op deze domeinen kunnen fricties ontstaan wanneer men een gezamenlijk doel wil bereiken. Het model maakt op deze wijze inzichtelijk aan welke ster-punten / domeinen de organisaties gezamenlijk, of individueel, kunnen werken om een beoogd, gezamenlijk resultaat neer te zetten (buitenring). Binnen de buitenring kunnen zich meerdere Organisaties (sterren) bevinden met een gezamenlijk resultaat voor ogen (fig. 5). Fig. 5. STAR-model voor drie samenwerkende organisaties met één gezamenlijk resultaat voor ogen. Het model heeft tevens een variant STAR2.0 met een meetoptie (Xcel-sheet). De vijf beschreven domeinen zijn hierbij verdeeld m.b.v. vijf assen met een drie puntenschaal (1=matig aanwezig, 2=aanwezig, 3=ruim aanwezig). De ster laat zien in welke mate een domein aanwezig is. De assen kruisen elkaar in het midden van de stervorm op de 0-positie. In figuur 10 treft u een afbeelding van het STAR2.0-model. Daarnaast is dit een passend instrument om vanuit een nulmeting, een gewenst scenario met stappenplan te schetsen (=strategie). Dit kan uitgezet worden in een (meerjaren)beleidsplan. De 2.0 variant is te vinden op de site van de auteur www.onderwijspassie.nl Handvat voor Interdisciplinair Samenwerken Het STAR-model kan ingezet worden om het gesprek in de jeugdzorg aan te gaan om interdisciplinair samenwerken met de netwerkpartners en andere belanghebbenden een impuls te geven. Het geformuleerde doel bij het STAR-model is interdisciplinair samenwerken vanuit een whole child approach. Het gezamenlijke resultaat van alle actoren is de beoogde stimulering en het bieden van optimale groei- en ontwikkelkansen voor kinderen. Het kan tevens ingezet worden om knelpunten bottum-up zichtbaar te maken en te bespreken, als nulmeting, om de doorgaande lijn in interdisciplinair samenwerken te bespreken, om de huidige situatie te bespreken in het kader van een evaluatie, of wanneer er nieuwe medewerkers gestart zijn en/of de samenwerking opnieuw beschouwd moet worden. Op basis van dit STAR-model zijn er praatkaarten opgesteld voor kinderopvang, onderwijs en jeugdzorg en andere belanghebbende professionele partners. 4 Angèle van der Star, oktober 2016

WERKEN MET HET STAR-model INTERDISCIPLINAIR SAMENWERKEN Op basis van het STAR-model zijn er praat- en kwaliteitskaarten opgesteld over de samenwerking van jeugdzorghulpverleners met andere beroepsmatig betrokken partners. Het uitgangspunt hierbij is dat vanuit deze professionele samenwerking, allen beter in staat zijn de kinderen optimale groei- en ontwikkelmogelijkheden te bieden. De behoefte voor het ontwerp van een praatkaart bij het STAR-model is ontstaan om allen ook een daadwerkelijk handvat te bieden om de geconstateerde onrust op grensgebieden van samenwerkende organisaties bespreekbaar te maken en van daaruit stappen te kunnen zetten. De geconstateerde onrust werd benoemd door jeugdhulpverleners, pedagogisch medewerkers, leerkrachten, kinderen en ouders. Fricties zijn aangetroffen juist op grensgebieden waarbij een dialoog over bestaande communicatie, cultuur- en structuurverschillen in de samenwerkende organisaties, stappen in de pedagogische en (onderwijsinhoudelijke) doorgaande ontwikkelingslijn zouden kunnen bevorderen. Vanuit het gesprek met elkaar op basis van stellingen, kan een daadwerkelijke samenwerking vorm gegeven worden en kunnen we kinderen optimale groei- en ontwikkelkansen bieden. De ouders als waardevol en pedagogisch partner in de jeugdzorg, kinderopvang en onderwijs, zijn in deze kaart buiten beschouwing gelaten. De focus ligt bij het STAR-model op de georganiseerde professionals. Het doel van de praatkaart Interdisciplinair Samenwerken : Het zichtbaar maken waar de eigen organisatie staat in de samenwerkingssituatie, het zijnde een nulmeting; Het bespreekbaar maken van eventuele knelpunten in de samenwerking; Het niveau van de (gewenste) samenwerking bepalen; Het delen van de doorgaande lijn en het beleid in de samenwerking, vooral wanneer er sprake is van nieuwe pedagogische medewerkers; De samenwerking met de netwerkpartners te waarborgen. Hoe gebruik je de praatkaart Interdisciplinair samenwerken? De kaart bestaat uit vijf thema s of indicatoren: de (samenwerking)visie, de strategische en operationele doelen, de structuur, de communicatie en de cultuur van de eigen organisatie in de samenwerking. Deze indicatoren worden beschreven vanuit een aantal stellingen. Deze stellingen worden eerst individueel ingevuld (zie instructies hieronder). Vervolgens worden de gezamenlijke resultaten besproken met het team. Op basis daarvan gaat het team met elkaar in dialoog over de samenwerkingswensen van de eigen organisatie en welke stappen men desgewenst zou kunnen maken. Deze stappen passen bij de organisatieomgeving, de kind-populatie, de visie van de eigen organisatie als ook de huidige situatie. Uitgangspunt is dat iedere organisatie uniek is en dat er dus geen goed of fout is en ook geen voorbeeld plaatje van de gewenste samenwerkingssituatie. Hoe vul je de praatkaart Interdisciplinair samenwerken in? Deze kaart voor jeugdzorgorganisaties is opgezet met verschillende stellingen en biedt hierbij 3 invulopties. Optie 1: Ja, dat doen wij zo. -> Als allen ja in hebben gevuld, zijn zij het eens en is het geen team bespreekpunt. Er zijn wellicht denkbare situaties waarbij het bespreken wel van belang zou kunnen zijn. Je kunt uiteraard zelf als team besluiten de stelling alsnog te bespreken. Optie 2: Nee, dat doen we niet zo. Als meerdere collega s nee ingevuld hebben dan is dit een punt dat we in teamverband willen bespreken. De gedachte hierbij is, Is dit een nee en iets dat we wel willen? of Is dit een nee en iets dat we niet willen?. Dit omdat het bijvoorbeeld niet past bij de eigen organisatieomgeving of de visie? etc. Optie 3: Geen idee. Is me onbekend. -> Als meerdere collega s geen idee hebben ingevuld dan is dit een punt dat we in teamverband willen bespreken ter verheldering of wellicht vanwege andere redenen. Het invullen van de kaart duurt ongeveer 30 minuten. De praatkaarten jeugdzorg, kinderopvang en onderwijs zijn ook gelijktijdig te gebruiken. De indicatoren en stellingen lopen parallel aan elkaar. Bij sommige stellingen is extra informatie (i) toegevoegd om een stelling te verduidelijken. 5 Angèle van der Star, oktober 2016

De indicatoren Interdisciplinair Samenwerken jeugdzorghulpverleners met netwerkpartners De samenwerking met de andere netwerkpartners is gewaarborgd 1 Onze organisatie heeft een pedagogische en onderwijsinhoudelijke visie op interdisciplinair samenwerken. 2 Onze organisatie heeft een visie op interdisciplinair samenwerken die leidt tot strategische en operationele doelen. 3 Onze organisatie heeft een professionele structuur gericht op het verwezenlijken van interdisciplinair samenwerken. 4 De communicatie in onze organisatie is gericht op het verwezenlijken van interdisciplinair samenwerken. 5 Onze organisatie heeft een professionele cultuur die aansluit bij interdisciplinair samenwerken. INDICATOR 1 Onze organisatie heeft een pedagogische en (onderwijs)inhoudelijke visie op interdisciplinair samenwerken. Nr KERNKWALITEIT 1 2 3 1.1 In onze organisatie kennen we onze netwerkpartners. i = netwerkpartners zijn medewerkers van de peuterspeelzaal, de kinderopvang, de school/scholen in de directe omgeving en eventuele andere jeugdzorgorganisaties. 1.2 In onze organisatie kennen we onze andere belanghebbende samenwerkingspartners. i = bij belanghebbenden kan gedacht worden aan andere organisaties op het gebied van zorg, wijk-buurt-dorp en gemeente (WIJ teams), wijkpolitie en sport. 1.3 In onze organisatie is de visie op interdisciplinair samenwerken met het team geformuleerd en vastgelegd. i = zichtbaar beschreven in onze informatiegids, flyers, de website en in het beleidsplan. 1.4 In onze organisatie hebben we het pedagogische concept en de profileringsaspecten in onze visie op interdisciplinair samenwerken geïntegreerd. i = Bij profileringsaspecten kan gedacht worden aan extra activiteiten, een cursusaanbod, huiswerkondersteuning etc. 1.5 In onze organisatie hebben we een ambitieniveau geformuleerd. i = Ambitieniveau 1 back-to back (beginnende samenwerking), 2 face tot face, 3 hand in hand of 4 cheek to cheek (intensieve samenwerking). 1.6 Het ambitieniveau sluit aan bij onze sociale omgeving, de organisatiecultuur, organisatiestructuur en de pedagogisch en (onderwijs)inhoudelijke visie. i = De sociale omgeving bestaat o.a. uit de directe omgeving, de kind- en ouderpopulatie en mogelijk concurrerende organisaties. i = Onze organisatiecultuur bestaat o.a. uit de eigen teamdynamiek en verschillen, de normen en waarden, de ongeschreven regels en werkwijzen. i = Onze organisatiestructuur bestaat o.a. afspraken, regels, protocollen en organisatiewijze. 1.7 In onze organisatie is dit ambitieniveau een gedeelde visie met onze netwerkpartners en andere belanghebbenden. i = De visie is in overleg afgestemd met de netwerkpartners. INDICATOR 2 Onze organisatie heeft een visie op interdisciplinair samenwerken die leidt tot strategische en operationele doelen. Nr KERNKWALITEIT 1 2 3 2.1 In onze organisatie zijn er gezamenlijk SMART geformuleerde stappen bedacht om het ambitieniveau van een inhoudelijke ontwikkelingslijn te bereiken. i = SMART houdt in dat het ambitieniveau haalbaar is: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden 6 Angèle van der Star, oktober 2016

2.2 2.3 In onze organisatie hebben we vaste overlegmomenten met onze netwerkpartners over de gezamenlijke inhoudelijke ontwikkelingslijn voor 0-12 jarigen / 12-18 jarigen. In onze organisatie zijn er gezamenlijk SMART geformuleerde stappen bedacht om het ambitieniveau van onze pedagogische ontwikkelingslijn te bereiken. 2.4 In onze organisatie hebben we vaste overlegmomenten met onze netwerkpartners afgesproken over een pedagogische ontwikkelingslijn voor 0-12 jarigen / 12-18 jarigen. 2.5 In onze organisatie zijn er gezamenlijk SMART geformuleerde stappen bedacht om het ambitieniveau van het eventueel gezamenlijk gebruik van ruimte, materialen en financiële middelen te bereiken. 2.6 In onze organisatie hebben we vaste overlegmomenten met onze netwerkpartners afgesproken over het gezamenlijk gebruik van ruimte, materialen en financiële middelen. 2.7 In onze organisatie zijn de SMART geformuleerde stappen opgenomen in het beleidsplan. 2.8 2.9 In onze organisatie hebben we jaarlijks overleg met onze netwerkpartners waarin we onze interdisciplinaire samenwerking kritisch beschouwen. i = Kritisch beschouwen is het evalueren en bijstellen van de interdisciplinaire samenwerking In onze organisatie zijn de resultaten van de interdisciplinaire samenwerking opgenomen in een jaarverslag. i = De resultaten zijn de ontwikkelingen en effecten van interdisciplinaire samenwerking. INDICATOR 3 Onze organisatie heeft een professionele structuur gericht op het verwezenlijken van interdisciplinair samenwerken. Nr KERNKWALITEIT 1 2 3 3.1 In onze organisatie zijn we bekend met de verschillende organisatiestructuren, dat wil zeggen zowel die van ons en die van onze netwerkpartners. i = Met organisatiestructuur wordt bedoeld wie welke taken en verantwoordelijkheden draagt. 3.2 Onze organisatie heeft met de netwerkpartners materialen voor 0-12 jarigen / 0-18 jarigen op elkaar afgestemd. i = materiaal op het gebied van sociale vaardigheden 3.3 Onze organisatie heeft met de netwerkpartners een op elkaar afgestemd systeem voor het volgen van ontwikkelingen van de kinderen. 3.4 In onze organisatie vindt er altijd een warme kind-overdacht plaats met de netwerkpartner (kinderopvang) wanneer het een kind betreft met een speciale ontwikkelingsbehoefte. i = Een warme overdracht is een gesprek over de ontwikkelbehoefte van het betreffende kind tussen ouders, netwerkpartner en de eigen organisatie. Het gesprek kan ook met toestemming van ouders plaatsvinden tussen netwerkpartner en de eigen 3.5 organisatie. In onze organisatie vindt er altijd een warme kind-overdacht plaats met de netwerkpartner (school: PO en VO) wanneer het een kind betreft met een speciale ontwikkelingsbehoefte. i = Een warme overdracht is een gesprek over de ontwikkelbehoefte van het betreffende kind tussen ouders, netwerkpartner en de eigen organisatie. Het gesprek kan ook met toestemming van ouders plaatsvinden tussen netwerkpartner en de eigen organisatie. 3.6 In onze organisatie hebben de medewerkers vaste overlegmomenten met de netwerkpartners zoals de school en kinderopvang contactpersonen om afstemming te bevorderen. i = de overlegmomenten zijn opgenomen in de jaarplanning 7 Angèle van der Star, oktober 2016

3.7 In onze organisatie is er één persoon aanspreekpunt voor de medewerkers van onze eigen organisatie als de netwerkpartners. i = Dit kan zijn: Locatiemanager of coördinator. 3.8 In onze organisatie is er één integraal leidinggevende voor de medewerkers van zowel de eigen organisatie als de netwerkpartners. 3.9 In onze organisatie zijn de gedragsregels voor kinderen hetzelfde als de regels voor kinderen bij onze netwerkpartners. 3.10 x In onze organisatie maken we gebruik van de kennis en expertise van onze 3.11 netwerkpartners. 3.12 3.13 In onze organisatie volgen we samen met onze netwerkpartners scholing die bijdraagt aan de doorgaande (pedagogische) ontwikkelingslijn voor kinderen. x In onze organisatie is er één vertrouwenspersoon voor ons en de netwerkpartners. 3.14 i = Een vertrouwenspersoon zorgt voor begeleiding van de klager, gericht op het oplossen van de klacht. 3.15 In onze organisatie zijn we bekend met de bevoegdheden en verantwoordelijkheden in de samenwerking met onze netwerkpartners. i = Denk hierbij aan overdacht van informatie bij een kind-incident (privacy) 3.16 In onze organisatie houden we rekening met de verschillen in wet- regelgeving van jeugdzorg, onderwijs, kinderopvang en die van onze andere netwerkpartners die voor ons van belang zijn in de interdisciplinaire samenwerking. i = Bij Wet- en regelgeving wordt bedoeld de kaders en afspraken uit de Cao. INDICATOR 4 De communicatie in onze organisatie is gericht op het verwezenlijken van interdisciplinair samenwerken. Nr KERNKWALITEIT 1 2 3 4.1 In onze organisatie communiceren we transparant naar elkaar en met onze netwerkpartners. i = We communiceren op professionele wijze en zeggen wat we bedoelen waardoor we misverstanden voorkomen. 4.2 In onze organisatie zijn omgangsnormen in de mondelinge communicatie vanzelfsprekend. i = In onze organisatie communiceren we met elkaar in plaats van over elkaar. 4.3 In onze organisatie hebben we afspraken hoe om te gaan met onverwachte gesprekken van collega s en medewerkers van onze netwerkpartners. i = Met onverwachte gesprekken worden die gesprekken bedoeld waarbij iemand in de wandelgangen of op een ongelegen moment je aanspreekt of iets vraagt. 4.4 In onze organisatie is het communicatiebeleid afgestemd met onze netwerkpartners. i = Bij communicatiebeleid kan gedacht worden aan een gedragsprotocol, afspraken rondom veiligheidsbeleid, afspraken over gebruik van de sociale media, mobiele telefoon en kledingvoorschriften, eventueel vastgelegd in een communicatieplan. 4.5 In onze organisatie zorgen we ervoor dat het voor anderen helder is wie onze netwerkparters zijn. i = Bijvoorbeeld via vermelding op de website, informatie en contactgegevens in de informatiegids 4.6 In onze organisatie is er afstemming in gezamenlijk nieuws met onze netwerkpartners. i = Bijvoorbeeld een (gezamenlijke) nieuwsbrief. 4.7 In onze organisatie stemmen we public relations af met onze netwerkpartners. i = Bijvoorbeeld een gezamenlijke open dag organiseren of acties. 4.8 In onze organisatie stemmen we openingstijden en incidentele openingstijdswijzigingen tijdig af met de onze interdisciplinaire samenwerkingspartners. 8 Angèle van der Star, oktober 2016

INDICATOR 5 Onze organisatie heeft een professionele cultuur die aansluit bij interdisciplinair samenwerken. Nr Kernkwaliteit 1 2 3 5.1 In onze organisatie tonen we een professionele houding in de samenwerking met onze netwerkpartners. i = Je bent je bewust van de invloed van je eigen houding in het contact met anderen en gaat respectvol met elkaar om, bent betrokken en toont voorbeeldgedrag. 5.2 In onze organisatie is er een cultuur waarbij het vanzelfsprekend is om interesse tonen in elkaars werkomgeving. i = bijvoorbeeld door eens bij elkaar op bezoek te gaan. 5.3 In onze organisatie zijn medewerkers solidair aan de eigen organisatie en aan collegae en in de interdisciplinaire samenwerking. 5.4 In onze organisatie respecteren en waarderen wij persoonlijkheidsverschillen van elkaar en onze netwerkpartners. i = Persoonlijkheidsverschillen zijn beschreven in theorieën zoals 'De rollen van Belbin, De kleuren van De Caluwé, De hoeden van Bono. 5.5 In onze organisatie staan we open voor feedback op onze ongeschreven manieren. i = Bij ongeschreven manieren kan gedacht worden aan omgangsregels die wij als vanzelfsprekend vinden en voor nieuwe medewerkers en/of netwerkpartners als onduidelijk kunnen worden ervaren. 5.6 In onze organisatie reflecteren wij op ons eigen handelen binnen de interdisciplinaire samenwerking. i = Bijvoorbeeld tijdens teamoverleg, in intervisie momenten als ook individueel in gesprekken met collega s en leidinggevende. 5.7 In onze organisatie voelen we ons individueel verantwoordelijk voor een optimale interdisciplinaire samenwerking. 5.8 In onze organisatie zijn we gezamenlijk eindverantwoordelijk voor een optimale interdisciplinaire samenwerking. 5.9 In onze organisatie is interdisciplinair samenwerken, onderdeel van een gesprekkencyclus. 5.10 In onze organisatie is interdisciplinair samenwerken, onderdeel van het sollicitatiegesprek. Deze kaart is tot stand gekomen via Lean Start-Go in samenwerking met onderwijsadviesbureau Cedin te Drachten. Cedin heeft de praatkaart opgenomen in Kwintoo (onderwijs)kwaliteitskaart -> https://kwintoo.nl/ Pedagogisch medewerkers, jeugdzorghulpverleners en managers, leerkrachten, kinderopvangmanagers en schoolleiders hebben feedback gegeven om te komen tot dit resultaat. Het blijft een praatkaart in ontwikkeling. Zijn er aspecten die verfijning behoeven, laat het me weten. 9 Angèle van der Star, oktober 2016

GECITEERDE WERKEN 7smodel.nl. (2015, april 1). Opgehaald van 7smodel: http://www.7smodel.nl/ Doornenbal, J. (2012). Opgroeien doe je. Groningen: Hanzehogeschool Groningen, lectoraat Integraal Jeugdbeleid. Engeström, Y. (2000). Activity theory as a framework for analising and redsigning work. Ergonomics. Lieskamp, M., Vink. R., (2013). Vertrouwen, verbinden en vakmanschap in het onderwijs. Nijmegen: Pica. Studulski, F. (2012). Hoe worden wij een integraal kindcentrum? Utrecht: Sardes Kenniscentrum kindcentra. Opgehaald van www.sadres.nl. Verbiest, E. (2003). De rol van de schoolleider in een professionele leergemeenschap. Utrecht: NSA-themareeks, Leidinggeven aan het primair onderwijs, nr. 1, 64-68.In: Heijmans, J. Redder, B. De schoolleiders 'meesterlijk beschreven'. Angèle van der Star MEL MEd Het STAR-model (2015) is ontworpen door Angèle van der Star op basis van een cyclus van drie onderzoeken t.b.v. van een Master na Master Pedagogiek: Duurzame schoolontwikkeling. Zij is schoolleider van een Vensterschool in Groningen stad en heeft nauwe samenwerking met het WIJ team aldaar en diverse kinderopvanginstellingen. Daarnaast is zij o.a. lid van de Taskforce Samenwerking Onderwijs en Kinderopvang 2016-2017. Contactgegevens Angèle van der Star AngelevdStar mmavanderstar@live.nl www.onderwijspassie.nl 10 Angèle van der Star, oktober 2016