Handleiding Infoview Software Versie 1.0.6 / Juni 2014-1 -
Woordenlijst: Adres Baud Bitmap Blink CD-ROM COM Poort ZigBee Curtain mid Curtain left Curtain right Display Display groep Effect Freeze InfoLine InfoBoard Icoon Jump Knoppenbalk LED Lichtkrant Menubalk Programma Identificatie van een display Communicatie snelheid Afbeelding type Knipper effect Compact Disc die in een computer kan worden gelezen Seriële communicatie verbinding van een computer Draadloze communicatie Gordijn effect vanaf het midden Gordijn effect vanaf links Gordijn effect vanaf rechts Hardware die visuele informatie kan weergeven Groepering van verschillende displays in InfoView Beïnvloeding van de wijze waarop informatie op het display verschijnt Stop van de tekst weergave op het display Eenregelig display Display met meerdere regels of display met statische tekst Kleine afbeelding Effect waarmee tekst naar het begin van een display springt Lijst van iconen boven in een programma Licht Display waarmee visuele informatie weergegeven kan worden Een menubalk is een balk met knoppen en opties Speciale software voor een computer - 2 -
Pagina Preview (Voorbeeld) Realtime RS-232 RS-485 Software Scroll up Scroll down Snow Venster Windows Verzameling van tekst en effecten voor een display Voorbeeld scherm in InfoView De huidige tijd en datum Seriële verbinding Seriële verbinding (grotere afstand dan RS-232) Engelse term voor computer programma s Effect waarmee tekst vanaf onder naar boven in het display wordt geschoven Effect waarmee tekst vanaf boven naar onder in het display wordt geschoven Effect waarmee tekst als sneeuw op een display tevoorschijn komt Rechthoekig functioneel vlak bedoeld in software programma s Besturingssysteem voor computers Afkortingen: COM GSM ivw LED PC USB http://www.abbreviations.com/comcommunications Global System for Mobile communications InfoView (extensie) Light Emitting Diode Personal Computer Universal Serial Bus - 3 -
Inhoud 1. INLEIDING... 7 2. SYSTEEMVEREISTEN... 7 3. INSTALLEREN VAN DE SOFTWARE... 8 4. EERSTE KEER OPSTARTEN VAN DE SOFTWARE... 9 5. SNELSTART... 10 6. MENU STRUCTUUR... 11 6.1 Hoofdmenu Bestand... 11 6.1.1 Nieuwe display groep... 11 6.1.2 Openen van display groepen... 11 6.1.3 Opslaan van display groepen... 11 6.1.4 Afsluiten... 12 6.2 Hoofdmenu Wijzigen... 13 6.2.1 Knippen... 13 6.2.2 Kopiëren... 13 6.2.3 Plakken... 13 6.2.4 Alles selecteren... 13 6.2.5 Toevoegen van een pagina... 14 6.2.6 Verwijderen van een pagina... 14 6.2.7 Agendafunctie instellen... 14 6.2.8 Enkele pagina naar een display versturen... 14 6.2.9 Alle pagina s naar een display versturen... 14 6.2.10 Alle pagina s van alle displays versturen... 14 6.2.11 Display in stand-by... 14 6.2.12 Toevoegen van een display... 15 6.2.13 Verwijderen van een display... 15 6.2.14 Eigenschappen van een display wijzigen... 15 6.3 Hoofdmenu Invoegen... 16 6.3.1 Speciale tekens invoegen... 16 6.3.2 Pauzes invoegen... 16 6.3.3 Knipperen aan en uit zetten... 16 6.3.4 Gebruik van tijd op een display... 16 6.3.5 Gebruik van datum op een display... 17 6.3.6 Gebruik van temperatuur op een display... 17 6.3.7 Gebruik van beep op een display... 17 6.4 Hoofdmenu Instellingen... 18 6.4.1 Algemene communicatie instellingen... 18 6.4.2 Algemene instellingen... 18 6.4.3 Display groep... 19-4 -
7. VENSTER STRUCTUUR... 20 7.1 Display kader... 20 7.2 Pagina kader InfoLine... 21 7.3 Pagina kader InfoBoard... 22 7.4 Voorbeeld kader... 23 8. AANMAKEN EN WIJZIGEN VAN EEN DISPLAY... 24 8.1 Instellingen... 24 8.1.1 Lichtkrant met één regel (InfoLine)... 25 8.1.2 Lichtkrant met meerdere regels (InfoBoard)... 25 8.2 Verbinding... 26 8.3 Eigenschappen... 29 8.4 Achtergrond... 30 9. PAGINA S... 31 9.1 Pagina s toevoegen en verwijderen... 31 9.2 Pagina s wijzigen... 31 9.3 Agenda... 33 10. INFOVIEW BESTANDEN BEHEREN... 35 10.1 Nieuw bestand aanmaken... 35 10.2 Bestanden opslaan... 35 10.3 Bestanden openen... 35 11. INFORMATIE VERSTUREN NAAR DISPLAYS... 37 11.1 Één enkele pagina versturen... 37 11.2 Alle pagina s van een display... 37 11.3 Alle pagina s van alle displays... 37 12. EFFECTEN EN SPECIALE KARAKTERS...38 12.1 Pauze... 38 12.2 Blink... 38 12.3 Tijd... 40 12.4 Datum... 40 12.5 Temperatuur... 40 12.6 Speciale tekens... 41 12.7 Jump... 42 12.8 Scroll down... 42 12.9 Scroll up... 42 12.10 Curtain mid... 44 12.11 Curtain left... 44 12.12 Curtain right... 44 12.13 Snow... 44-5 -
12.14 Freeze... 46 13. RSS FEEDS... 47-6 -
1. INLEIDING Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van dit product. Het programma InfoView kan worden gebruikt voor het aansturen van displays van Data Display. De software is geheel in eigen beheer ontwikkeld. InfoView is gebaseerd op bekende programma s voor Microsoft Windows. In deze handleiding is er vanuit gegaan dat de gebruiker bekend is met Microsoft Windows en over een goede basiskennis van computers beschikt. In deze handleiding wordt de software omschreven en wordt de werking uitgelegd. Data Display adviseert dringend deze handleiding goed te bestuderen alvorens het product in gebruik te nemen! 2. SYSTEEMVEREISTEN Om de software goed te laten functioneren, gelden minimaal de volgende systeemvereisten: Processor: Media: Geheugen: Monitor: Besturingssoftware: Beschikbare schijfruimte: x86 processor CD-ROM speler (voor het installeren van de Minimaal 256 MB. VGA. Microsoft Windows. 10 MB, buiten de benodigde schijfruimte voor een database en agenda. - 7 -
3. INSTALLEREN VAN DE SOFTWARE Bij de software wordt een CD-ROM geleverd met het installatie pakket voor de InfoView software. Om InfoView te installeren kunnen de volgende stappen worden gevolgd: 1. Plaats de CD-ROM in de CD-ROM/DVD-ROM speler. Hierna zal het installatie pakket worden gestart, wanneer dit niet het geval is kan dit handmatig worden gedaan door Setup_InfoView.exe uit te voeren. 2. Wanneer de installatie is gestart, zal het hiernaast getoonde venster in het scherm verschijnen. Klik op Volgende > en volg de instructies op het scherm op tijdens de installatieprocedure. 3. Als de software volledig is geïnstalleerd, wordt het hiernaast afgebeelde scherm getoond. De software installatie is, nadat op voltooien is geklikt, succesvol afgerond waarna InfoView zal worden gestart. - 8 -
4. EERSTE KEER OPSTARTEN VAN DE SOFTWARE Wanneer de software voor het eerst opgestart wordt zullen nog geen displays zijn geïnstalleerd. Hierover zal een melding worden weergenen. Het hieronder afgebeelde scherm geeft dit aan. Druk op OK om verder te gaan en display in te stellen. Hierna zal het instel menu verschijnen waarmee displays ingesteld kunnen worden voor gebruik. Zie hoofdstuk Aanmaken en wijzigen van een display, voor meer informatie over het instellen van displays aan de hand van de display gegevens. Of hoofdstuk Snelstart, om snel een display in gebruik te nemen. - 9 -
5. SNELSTART Met behulp van de onderstaande stappen kan eenvoudig tekst op het display afgebeeld worden. Zorg ervoor dat het display is verbonden met de COM poort van de PC. 1. Selecteer het menu Instellingen Display groep om een display te configureren. 2. Kies het tabblad Instellingen 3. Stel het juiste display type in invoerveld Model type. 4. Stel in het invoerveld Karakters/regel het aantal karakters per regel in. Indien het een InfoLine betreft, vervolg met stap 6. 5. Stel in het invoerveld Aantal regels het aantal regels van het display in. 6. Open het tabblad Verbinding. 7. Stel de juiste communicatie-instellingen in voor het display. Standaard: RS232 = 9600 baud RS485 = 57600 baud Druk op OK 8. Links in het InfoView venster staan de ingevoerde displays afgebeeld. Klik nu met de muis op het + teken van het zojuist aangemaakte display en klik vervolgens op (Blanco pagina). Rechts naast het display veld venster verschijnt nu een invoerveld, waar de tekst voor het display kan worden ingevoerd. 9. Voer in het tekst invoerveld een willekeurige tekst in en klik vervolgens op om de tekst naar het display te verzenden. Ook met de F5 toets kan de informatie direct naar het display worden verstuurd. Indien alle instellingen goed zijn ingevoerd zal, de bij punt 9 ingevoerde tekst binnen enkele seconden op het display verschijnen. Als dit niet het geval is controleer dan de fysieke verbinding. Is deze correct, controleer dan de instellingen voor de verbinding onder stap 6 van hierboven. - 10 -
6. MENU STRUCTUUR Het programma InfoView is opgebouwd volgens de meest standaard Windows programma s. Bovenin staat een menubalk met verschillende menuknoppen waarmee diverse mogelijkheden gekozen kunnen worden. 6.1 Hoofdmenu Bestand Via deze menukeuze kunnen algemene instellingen van de display groep worden opgeslagen en bestaande display groepen worden geopend. Bestanden die door InfoView worden opgeslagen krijgen automatisch de extensie ivw. 6.1.1 Nieuwe display groep Als via het menu Bestand Nieuwe display groep wordt gekozen, kan een leeg display overzicht worden gecreëerd. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop knoppenbalk te klikken of door Ctrl+N in te toetsen. Hiermee verdwijnt het bestaande overzicht met bijbehorende pagina s. Als de huidige display groep nog niet is opgeslagen zal eerst worden gevraagd of het bestaande overzicht moet worden opgeslagen. 6.1.2 Openen van display groepen Als via het menu Bestand Openen wordt gekozen kan een bestaande display groep met bijbehorende pagina s worden geopend. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop of door Ctrl+O in te toetsen. in de knoppenbalk te klikken Door een bestaande display groep te openen wordt een geopende display groep gesloten. Hierdoor zal worden gevraagd of de geopende display groep moet worden opgeslagen, indien er deze nog niet opgeslagen wijzigingen bevat. In het hoofdmenu Bestand worden de meest recent opgeslagen display groepen weergegeven. Door hier een display groep te kiezen wordt deze geopend zonder dat de bestandlocatie opgegeven dient worden. 6.1.3 Opslaan van display groepen Als via het menu Bestand Opslaan als wordt gekozen kan een nieuwe display groep met bijbehorende pagina s worden opgeslagen. Hierdoor wordt een menu geopend waar de naam voor deze display groep opgegeven kan worden. Als via het menu Bestand Opslaan wordt gekozen, worden de wijzigingen in een bestaande display groep opgeslagen. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken of door Ctrl+S in te toetsen. Door deze keuze wordt de display groep opgeslagen onder de bestaande naam van de geopende display groep. - 11 -
6.1.4 Afsluiten Als via het menu Bestand Afsluiten wordt gekozen wordt de software afgesloten. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de knop in de rechterbovenhoek van het venster te klikken of door Alt+F4 in te toetsen. Hiermee verdwijnt InfoView inclusief de geopende display groep met bijbehorende pagina s. Als de geopende display groep nog niet opgeslagen is zal eerst worden gevraagd of het bestand opgeslagen moet worden. - 12 -
6.2 Hoofdmenu Wijzigen Via deze menuknop kunnen acties worden ondernomen die betrekking hebben op het opmaken en versturen van pagina s. 6.2.1 Knippen Als via het menu Wijzigen Knippen wordt gekozen, wordt het geselecteerde verwijderd en wordt een kopie opgeslagen in het geheugen. Selecties kunnen delen van tekst in pagina s zijn maar ook pagina s van displays of zelfs complete displays. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken of door Ctrl+X in te toetsen. Wanneer er niets geselecteerd is kan deze functie niet worden gekozen. De selectie die opgeslagen is in het geheugen kan weer worden teruggehaald door te plakken, zie hiervoor Plakken. 6.2.2 Kopiëren Als via het menu Wijzigen Kopiëren wordt gekozen blijft het geselecteerde bestaan en wordt een kopie opgeslagen in het geheugen. Geselecteerde delen kunnen delen van tekst in pagina s zijn maar ook pagina s van displays of zelfs complete displays. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken of door Ctrl+C in te toetsen. Wanneer er niets geselecteerd is kan deze functie niet worden gekozen. De selectie die opgeslagen is in het geheugen kan weer worden teruggehaald door te plakken, zie hiervoor Plakken. 6.2.3 Plakken Als via het menu Wijzigen Plakken wordt gekozen wordt het onderdeel dat in het geheugen is opgeslagen, via Knippen op Kopiëren geplakt. Dit gebeurt op de plaats waar op dat moment de cursor staat. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken of door Ctrl+V in te toetsen. Wanneer er niets in het geheugen is geplaatst kan deze functie niet worden gekozen. Een selectie die in het geheugen is geplaatst blijft in het geheugen bestaan zolang er geen nieuwe knip of kopieer opdrachten worden uitgevoerd. Er kan dus meerdere malen geplakt worden. 6.2.4 Alles selecteren Als via het menu Wijzigen Alles selecteren wordt gekozen zal alle tekst van de pagina geselecteerd worden zodat deze vervolgens kan worden verwijderd, gekopieerd of geknipt. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door Ctrl+A in te toetsen. - 13 -
6.2.5 Toevoegen van een pagina Als via het menu Wijzigen Pagina invoegen wordt gekozen, wordt onder de pagina die geselecteerd is een nieuwe pagina aangemaakt. Wanneer geen pagina is geselecteerd wordt de nieuwe pagina bovenaan geplaatst. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop te klikken of door de Insert toets in te drukken. in de knoppenbalk 6.2.6 Verwijderen van een pagina Als via het menu Wijzigen Pagina verwijderen wordt gekozen, wordt de (de pagina die is geselecteerd of de pagina die op dat moment wordt bewerkt verwijderd. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken of door Delete in te toetsen. Wanneer geen pagina is geselecteerd of er wordt geen pagina bewerkt kan deze functie niet worden gekozen. 6.2.7 Agendafunctie instellen Als via het menu Wijzigen Pagina timer instellen wordt gekozen, kan voor de betreffende pagina een agendafunctie worden ingesteld. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken of door F4 in te toetsen. Een uitgebreide uitleg van de agendafunctie is te vinden in punt Agenda. 6.2.8 Enkele pagina naar een display versturen Als via het menu Wijzigen Pagina versturen wordt gekozen, wordt de geselecteerde pagina of de pagina die op dat moment bewerkt wordt verstuurd naar het display. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken of door Shift+F5 in te toetsen. Als er geen pagina is geselecteerd of er wordt geen pagina bewerkt kan deze functie niet worden gekozen. 6.2.9 Alle pagina s naar een display versturen Als via het menu Wijzigen Alle pagina s versturen wordt gekozen, worden alle pagina s van het betreffende display, die op dat moment bewerkt wordt, verstuurd naar het display. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop toetsen. in de knoppenbalk te klikken of door F5 in te 6.2.10 Alle pagina s van alle displays versturen Als via het menu Wijzigen Alle displays versturen wordt gekozen, worden alle pagina s van alle aangemaakte displays in de display groep verstuurd. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop knoppenbalk te klikken of door Alt+F5 in te toetsen. in de 6.2.11 Display in stand-by Als via het menu Wijzigen Display stand-by wordt gekozen, zorgt dit ervoor dat het betreffende display geen tekst meer weer zal geven. Door hierna nog eenmaal Display stand-by te kiezen zal het display weer tekst - 14 -
weergeven. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop knoppenbalk te klikken. in de 6.2.12 Toevoegen van een display Als via het menu Wijzigen Display invoegen wordt gekozen, wordt een nieuw display aangemaakt onderaan in de lijst van de display groep. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop te klikken. in de knoppenbalk 6.2.13 Verwijderen van een display Als via het menu Wijzigen Display verwijderen wordt gekozen wordt het geselecteerde display of het bijbehorende display van de pagina die bewerkt verwijderd. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop knoppenbalk te klikken. in de 6.2.14 Eigenschappen van een display wijzigen Als via het menu Wijzigen Display eigenschappen wordt gekozen, wordt het venster Instellingen display groep geopend alwaar alle instellingen voor het display ingevoerd kunnen worden. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken of F10 in te toetsen. - 15 -
6.3 Hoofdmenu Invoegen Via deze menuknop kunnen acties worden ondernomen die betrekking hebben op het gebruik van functies, effecten en tekens in een pagina. 6.3.1 Speciale tekens invoegen Als via het menu Invoegen Karakter invoegen wordt gekozen, wordt in dit menu een lijst geopend met speciale tekens. Door een teken te selecteren wordt deze ingevoegd in de pagina. Onderaan bevindt zich het submenu Pijlen >. Hiermee kunnen diverse pijlen in de pagina worden ingevoegd. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken. Een uitgebreide uitleg over het invoegen van speciale karakters is beschreven in Speciale tekens. 6.3.2 Pauzes invoegen Als via het menu Invoegen Pauze invoegen wordt gekozen, wordt in dit menu een lijst geopend met pauzes van 1 t/m 9 seconde. Door één van deze te selecteren wordt de betreffende pauze ingevoegd in de pagina. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken. Een uitgebreide uitleg over het invoegen van pauzes is beschreven in Pauze. 6.3.3 Knipperen aan en uit zetten Als via het menu Invoegen Blink aan wordt gekozen, wordt in de pagina op deze positie het knipperen op AAN gezet. Alle volgende tekst van deze regel zal hierna knipperend worden weergegeven. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken. Als via het menu Invoegen Blink uit wordt gekozen, wordt in de pagina op deze positie het knipperen op UIT gezet. Alle volgende tekst van deze regel zal hierna niet knipperend worden weergegeven. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken. Een uitgebreide uitleg over het gebruik van het knippereffect is te vinden in Blink. 6.3.4 Gebruik van tijd op een display Als via het menu Invoegen Tijd invoegen wordt gekozen, wordt in dit menu een lijst geopend met diverse opties. Door een één van deze opties te selecteren wordt de betreffende tijdnotatie ingevoegd in de pagina. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken. Een uitgebreide uitleg over het invoegen van tijden en de notaties is beschreven in Tijd. - 16 -
6.3.5 Gebruik van datum op een display Als via het menu Invoegen Datum invoegen wordt gekozen wordt in dit menu een lijst geopend met diverse opties. Door een één van deze opties te selecteren wordt de betreffende datumnotatie ingevoegd in de pagina. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken. Een uitgebreide uitleg over het invoegen van datum en de notaties is beschreven in Datum. 6.3.6 Gebruik van temperatuur op een display Als via het menu Invoegen Temperatuur invoegen wordt gekozen wordt de temperatuur gevolgd door C ingevoegd in de pagina. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop in de knoppenbalk te klikken. Als bij de display eigenschappen niet is ingesteld dat daadwerkelijk een optionele temperatuursensor is aangesloten kan deze functie niet worden gekozen. Een uitgebreide uitleg over het invoegen van temperatuur is beschreven in Temperatuur. 6.3.7 Gebruik van beep op een display Als via het menu Invoegen Beep wordt gekozen wordt het beep effect toegevoegd aan een pagina. Wanneer het beep effect in een pagina tegenkomt zal het display kort een piep geluid maken. Het beep effect wordt weergegeven als: 7-17 -
6.4 Hoofdmenu Instellingen Via deze menuknop kunnen acties worden ondernomen die betrekking hebben op algemene instellingen van de displays 6.4.1 Algemene communicatie instellingen Als via het menu Instellingen Programma wordt gekozen, kan op het tabblad Verbinding de communicatie instellingen worden gewijzigd. De instellingen van COM poort, baudrate en modeminstellingen die hier worden gedaan kunnen later bij een specifiek display gekozen worden als hier bij de verbinding het vinkje voor gebruik programma verbinding wordt aangezet. Algemene communicatie instellingen Algemene instellingen 6.4.2 Algemene instellingen Als via het menu Instellingen Programma wordt gekozen, kan op het tabblad Opties de basisgegevens voor het gebruik van de software worden ingesteld. In het veld Datum layout kan de standaard weergave van de datum worden ingesteld. Als later in een pagina de basisdatum wordt ingevoegd wordt deze datumweergave gebruikt. Met het vinkje voor Standaard logo wordt gekozen of het standaard logo van Data Display in het tekstvenster wordt weergegeven. Het vinkje voor Word Wrap in text editor zorgt ervoor dat een ingetypte regel automatisch wordt opgedeeld naar het aantal karakters van uw display zodat goed zichtbaar is welke teksten er in 1 keer op het display passen. Er wordt afgerond op hele woorden. Met het vinkje voor bevestiging voor verwijderen kunt u kiezen of u wel of niet wil dat er een bevestiging moet komen op het moment dat u een display of pagina verwijderd. - 18 -
Met het vinkje voor Controleer internet voor nieuwe versie kan worden ingesteld of InfoView tijdens opstarten moet controleren op een nieuwe versie. 6.4.3 Display groep Als via het menu Instellingen Display groep wordt gekozen, kan de display groep worden bewerkt. In de display groep kunnen displays worden ingesteld, toegevoegd en verwijderd. Zie hoofdstuk Aanmaken en wijzigen van een display voor meer informatie. - 19 -
7. VENSTER STRUCTUUR 7.1 Display kader Het display kader bevindt zich aan de linker kant van het scherm en bevat de ingestelde displays zoals die zijn aangemaakt via de display groep. In het voorbeeld staat hier Lichtkrant Receptie waarbij het icoon geeft aan dat het hier een InfoLine betreft. In dit voorbeeld staat nog een extra display met het icoon dit geeft aan dat het hier een InfoBoard betreft. Door op het + teken voor een display te klikken of door dubbel te klikken op dit display, ontstaat er een pagina met het icoon en de naam (Blanco pagina). Door op het teken voor een display te klikken op dit display verdwijnen de pagina s uit het zicht. - 20 -
7.2 Pagina kader InfoLine Wanneer (Blanco pagina) wordt geselecteerd ontstaat een nieuw veld rechts in het programma. Dit veld geeft bovenaan weer wat de naam is van het gekozen display, in het voorbeeld ( Lichtkrant Receptie ) en welk adres hiervoor is ingesteld ( Adres: 1 ). In de pagina kader bevindt zich de tekst editor waarmee pagina s kunnen worden voorzien van tekst en effecten. Rechts bovenaan in het paginakader kan Pagina Leegloop door het vinkje aan of uit te zetten. Dit geeft aan of de betreffende tekst eerst uit het display zal lopen alvorens de volgende tekst verschijnt of dat de volgende pagina direct achter de geselecteerde zal worden weergegeven. - 21 -
7.3 Pagina kader InfoBoard Wanneer (Blanco pagina) wordt geselecteerd ontstaat een nieuw veld rechts in het programma. Dit veld geeft bovenaan weer wat de naam is van het gekozen display, in het voorbeeld ( Lichtkrant Ingang ) en welk adres hiervoor is ingesteld ( Adres: 1 ). In de pagina kader bevindt zich de tekst editor waarmee pagina s kunnen worden voorzien van tekst en effecten. Door op Centreren te klikken zal de tekst in een pagina gecentreerd weergegeven worden. - 22 -
7.4 Voorbeeld kader Bij zowel een InfoBoard als een InfoLine wordt een simulatie weergegeven, deze geeft een goede indicatie van de ingevoerde tekst met effecten. Bij een InfoBoard bevindt dit kader naast het tekst invoerveld en bij een InfoLine bevindt deze onder het tekst invoerveld. Zodra er tekst in het invoerveld wordt ingevoerd zal hier een simulatie starten van de tekst zoals die voor deze pagina is aangemaakt. Wanneer een lichtkrant uit meerdere delen bestaat kan het voorbeeld kader worden gesplitst. Zo kan duidelijk worden aangegeven welk deel van de tekst op welk display zal verschijnen. Door met de rechtermuisknop in het voorbeeld kader te klikken zal het splits menu verschijnen. Door op splitst te klikken zal een nieuwe splitsing worden geplaatst in het midden van het voorbeeld kader. Dit kan zoveel als nodig worden herhaald, elke splitsing zal gelijkmatig over het voorbeeld kader worden verdeeld. Door verwijder splitsing te kiezen kan een splitsing weer verwijderd worden. Verder kan een splitsing worden verschoven wanneer de displays niet exact in tweeën gesplitst zijn. - 23 -
8. AANMAKEN EN WIJZIGEN VAN EEN DISPLAY Het instellen van een display kan door middel van de Display groep. Er zijn diverse methoden om deze display lijst op te vragen: 1. Nadat de software voor het eerst opgestart is verschijnt de Display groep automatisch. 2. Via het menu Instellingen Display groep 3. Door (indien er al een display is aangemaakt) met de rechter muisknop op het betreffende display de klikken en Display Eigenschappen te kiezen. In het scherm Display Groep, zoals hiernaast staat afgebeeld, kunnen displays worden aangemaakt of gewijzigd. Het veld Display geeft aan welke displays er al bestaan in InfoView. In het voorbeeld bestaan twee displays In dit menu kunnen de instellingen van deze displays worden gewijzigd. 8.1 Instellingen Het tabblad Instellingen (zie afbeelding) bevat de fysieke eigenschappen van het display zoals het type, aantal regels, aantal karakters en adressering. In het veld Naam kan de naam van een display worden ingesteld. Er wordt aangeraden hiervoor een naam te kiezen die herkenbaar is. Achter het veld Display adres kan het adres van het betreffende display worden ingevoerd. Standaard is in dit veld 1 ingevuld. Alleen wanneer er meerdere displays via een gemeenschappelijke communicatiepoort aangestuurd moeten worden, is dit veld van belang. Wanneer een display is besteld met een speciaal adres, kan deze hier worden ingesteld voor het specifieke product. Standaard worden displays geleverd met adres 1. Wanneer het gewenst is een speciaal adres voor een display te gebruiken, is dit optioneel voor het betreffende display geprogrammeerd. Het adres is dan aangegeven op het display of op de bijbehorende documentatie. - 24 -
8.1.1 Lichtkrant met één regel (InfoLine) De in te vullen gegevens van een display zijn te traceren aan de hand van het artikelnummer: Bij een InfoLine is het artikelnummer bijvoorbeeld als volgt opgebouwd: IL0112050UBR. - IL0112050UBR. De eerste twee karakters (in dit voorbeeld IL ) geven aan dat het een InfoLine betreft. Kies dit type in het veld Model type, in dit geval InfoLine. - IL0112050UBR. De volgende twee karakters (in dit voorbeeld 01 ) geven het aantal regels aan. Omdat een InfoLine altijd uit één regel bestaat, zal in dit geval het veld Aantal regels grijs zijn. Deze is voor een InfoLine niet handmatig in te stellen. - IL0112050UBR. De twee volgende karakters van het artikelnummer geven het aantal karakters van het display aan (in dit voorbeeld 12). Voer dit getal in het veld Aantal karakters in. 8.1.2 Lichtkrant met meerdere regels (InfoBoard) De in te vullen gegevens van een display zijn te traceren aan de hand van het artikelnummer: Bij een InfoLine is het artikelnummer bijvoorbeeld als volgt opgebouwd: IB0220050UBR. - IB0220050UBR. De eerste twee karakters (in dit voorbeeld IB ) geven aan dat het een InfoBoard betreft. Kies dit type in het veld Model type, in dit geval InfoBoard. - IB0220050UBR. De volgende twee karakters (in dit voorbeeld 02 ) geven het aantal regels aan. Zodra er gekozen is voor een InfoBoard kan het aantal regels worden ingesteld, in dit geval 2 regels. - IB0220050UBR. De twee volgende karakters van het artikelnummer geven het aantal karakters van het display aan (in dit voorbeeld 20). Voer dit getal in het veld Aantal karakters in. - 25 -
8.2 Verbinding Het tabblad Verbinding (zie afbeelding) bevat de communicatieinstellingen van een display. Hier wordt ingesteld hoe de computer dient te communiceren met het display. Wanneer Gebruik programma verbinding gekozen wordt, betekend dit dat de instellingen worden gebruikt die zijn ingesteld via het hoofdmenu Instellingen Programma. Standaard is deze ingesteld op COM1, 9600 baud. Verdere instellingen zijn hierna niet nodig. Indien er gekozen wordt voor COM poort kan handmatig een COM poort voor een display ingesteld worden: kies in het veld COM poort de communicatiepoort (fysiek of virtueel ingesteld via Ethernet converter / USB converter). Als extra optie kan gekozen worden voor Ook naar programma verbinding verzenden. Hiermee zal de informatie zowel naar de, voor de display ingestelde COM poort verzonden worden als naar de programma verbinding. In het veld Baudrate kan de communicatiesnelheid worden ingesteld. Standaard voor RS232 communicatie is 9600 baud, voor RS485 communicatie (bijvoorbeeld in geval van een RS232 naar RS485 converter) is dit 57600 baud. Een display kan ook aangestuurd worden door een modem, door het vinkje voor Gebruik modem aan te zetten kan hierna een telefoon nummer worden ingesteld. Dit dient gekozen te worden als bijvoorbeeld een display uitgevoerd is met een GSM modem. - 26 -
Indien een display uitgevoerd is met een LAN TCP/IP module kan deze ingesteld worden door TCP/IP te kiezen. Hierna zal het IP adres opgegeven moeten worden waarmee verbinding gemaakt dient te worden en de verbinding op WinSockets worden ingesteld. Een voorbeeld van een correct IP adres is: 192.168.0.25. 8 9-27 -
Indien een display uitgevoerd is met een ZigBee module en er een ZigBee X-Stick module bijgeleverd is kan deze ingesteld worden bij het tabblad verbinding. Door COM poort te kiezen is de mogelijkheid voor X-Stick beschikbaar. Bij de COM poort moet de COM poort gekozen worden waar de X-Stick op aangesloten is. De baudrate voor ZigBee is 57600 baud. Verder zal voor de communicatie de ZigBee ID moeten worden ingesteld. Deze bestaat uit vier cijfers en is te achterhalen bij de geleverde software bestanden. Op het tabblad X-Stick kunnen de aangesloten displays worden ingesteld. Door op Ctrl + Insert te drukken op het toetsenbord kan een display worden toegevoegd. Bij elk display word een adres geleverd wat hier ingevuld dient te worden. Dit adres is te vinden bij de geleverde software documenten. Door dubbel te klikken kan een ingevoerd display worden aangepast. In het menu ZigBee node edit kan de naam, adres en ID worden ingevuld. De naam voor een display is vrij in te vullen. Het ID van het display zal overeen moeten komen met eerder ingevulde informatie op het tabblad instellingen onder Display adres. Het adres bestaat uit 16 cijfers en letters. Voorbeeld: 0013A200 404760D1. 10-28 -
8.3 Eigenschappen Het tabblad Eigenschappen (zie afbeelding) bevat de optionele instellingen van een display. Dat wil zeggen; hier kunnen instellingen worden afgestemd met de opties die bij een bestelling van een display zijn gekozen. Bijvoorbeeld lichtsterkteregeling of temperatuurmodule. Standaard beschikken displays over een ingebouwde realtime klok. Hiermee wordt de werkelijke tijd, die wordt meegestuurd tijdens programmering, onthouden door het display. Wanneer dit niet gewenst is, kan het vinkje voor Klok uit gezet worden. Standaard beschikken displays over een uitgebreide karakterset, waardoor speciale tekens kunnen worden gekozen zoals; ë, ï, Ä, Ë, diverse pijlen, etc. Alleen in speciale gevallen dient deze optie uitgeschakeld te worden door het vinkje voor Extra karakters uit te schakelen. Optioneel kan een temperatuurmodule worden geleverd. Dit is een externe losse module waarmee de temperatuur wordt gemeten. Deze optie kan aangezet worden door het vinkje voor Thermometer aan te zetten. Hierdoor kan de huidige temperatuur in teksten ingevoegd worden, door Invoegen Temperatuur te kiezen. Een andere optie is een lichtsterkteregeling. Deze zorgt ervoor dat de intensiteit van de LEDs wordt aangepast aan het omgevingslicht. Indien deze optie geleverd is, kan dit aangezet worden door het vinkje voor Automatisch met dimmer aan te zetten. Wanneer geen automatische lichtsterkteregeling aanwezig is, kan met de schuifbalk handmatig de intensiteit van de LEDs worden gewijzigd. De instelling kan gedaan worden in 255 stappen. Standaard staat deze op 255 (maximaal). De wijzigingen worden pas zichtbaar op het display, nadat het display wordt voorzien van nieuwe pagina s of wanneer op Dimmer instellen wordt geklikt. - 29 -
8.4 Achtergrond Het tabblad Achtergrond (zie afbeelding) biedt de mogelijkheid tot het weergeven van een afbeelding (bitmap bestand) als achtergrond bij het display dat wordt ingesteld. Dit kan bijvoorbeeld eenvoudig zijn als meerdere displays zijn aanmaakt. Er kan dan duidelijk worden aangegeven waar het display zich bevindt, bijvoorbeeld door deze aan te geven op een plattegrond of het display zelf af te beelden op de locatie. De locatie van het bitmap bestand kan worden ingevuld in het veld onder InfoView achtergrond of het bestand kan worden gezocht door op de knop Zoeken achtergrond afbeelding te drukken en het bestand aan te wijzen. - 30 -
9. PAGINA S Een display wordt door middel van pagina s voorzien van nieuwe informatie. Dit bestaat uit tekst, gebruikte effecten en speciale karakters of tekst. Pagina s worden één voor één naar het display verzonden. Een display kan maximaal 127 pagina s bevatten. 9.1 Pagina s toevoegen en verwijderen Pagina s kunnen alleen worden toegevoegd wanneer een display geselecteerd is in het display kader. Pagina s kunnen op de volgende wijzen worden toegevoegd: Door in de knoppenbalk balk op te klikken. Door Wijzigen Pagina Invoegen te kiezen. Door Insert in te toetsen op het toetsenbord. Door één van deze manieren te kiezen ontstaat een nieuwe pagina onder de laatste pagina van het betreffende display. Pagina s verwijderen kan alleen wanneer een pagina geselecteerd is of een pagina in het paginakader geopend is. Pagina s kunnen worden verwijderd op de volgende wijzen: Door in de knoppenbalk op te klikken. Door Wijzigen Pagina verwijderen te kiezen. Door Delete in te toetsen op het toetsenbord. Door één van deze manieren te kiezen wordt de betreffende pagina verwijderd. Hiervoor wordt eerst een bevestiging gevraagd. Het verwijderen van pagina s kan niet ongedaan worden gemaakt. 9.2 Pagina s wijzigen Door in het displaykader een pagina te kiezen zal deze worden geopend in het pagina kader. In het pagina kader kan deze pagina worden aangepast. De pagina s van een display kunnen worden geopend wanneer op het + teken voor de display naam wordt geklikt. Hierna zal het pagina overzicht worden getoond. Het - teken zal het overzicht weer sluiten. - 31 -
De tekst die achter het icoon wordt weergegeven geeft de eerste karakters van de ingevoerde tekst in het paginakader weer. Door de pagina te selecteren opent het paginakader. Door hierna in het paginakader te klikken kan tekst worden ingevoerd. Tijdens het invoeren van teksten zal in de previewbalk de ingevoerde tekst worden gesimuleerd zodat zichtbaar is hoe de tekst op het display zal komen te staan als deze wordt verstuurd. Bij het invoeren van teksten kunnen effecten, tekens en functies toegevoegd worden tussen de karakters. - 32 -
9.3 Agenda Als via het menu Wijzigen Pagina timer instellen wordt gekozen, kan voor de betreffende pagina een agendafunctie worden ingesteld. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door op de snelknop of door F4 in te toetsen. in de knoppenbalk te klikken Wanneer voor een pagina een timer ingesteld is zal deze alleen worden weergegeven als de huidige tijd en datum binnen de criteria vallen. Voor een pagina kan de datum, tijd of dag worden ingesteld, zodat een pagina bijvoorbeeld alleen op weekdagen getoond zal worden. Voor alle pagina s kunnen drie verschillende timers ingevuld worden. In dit voorbeeld zal de pagina alleen op werkdagen van 9:00 tot 17:00 getoond worden. In dit voorbeeld zal de pagina de gehele maand juni alleen op zaterdag getoond worden. - 33 -
11 Wanneer het vinkje dagelijks wordt gebruikt zal een pagina vanaf ingestelde start datum en tijd getoond worden tot en met ingestelde eind datum en tijd. In dit voorbeeld zal de pagina getoond worden vanaf 8:00 uur op 1 juli tot en met 10:00 uur op 30 juni. - 34 -
10. INFOVIEW BESTANDEN BEHEREN In InfoView kunnen complete overzichten met de daarbij behorende displays en instellingen opgeslagen worden in een bestand, zodat deze later weer geopend kan worden voor eventuele wijzigingen. Bestanden die hiervoor worden gebruikt eindigen altijd met de ivw extensie. De naam van het geopende bestand wordt weergegeven in het bovenste gedeelte van het venster, boven de menubalk. 10.1 Nieuw bestand aanmaken Een nieuw InfoView bestand kan worden aangemaakt op de volgende wijzen: Door op het icoon te klikken in de knoppen balk. Door Bestand Nieuwe display groep te kiezen in het menu. Door Ctrl+N in te toetsen op het toetsenbord. Op het moment dat een nieuw bestand aangemaakt wordt, zal het bestand dat op dat moment bewerkt wordt gesloten worden. Daarom wordt bij het aanmaken van een nieuw bestand, indien er op het moment wijzigingen in het bestaande bestand zijn aangebracht, eerst gevraagd of het huidige bestand opgeslagen moet worden. 10.2 Bestanden opslaan Een InfoView bestand kan worden opgeslagen op de volgende wijzen: Door op het te klikken in de knoppenbalk. Door Bestand Opslaan of Opslaan als te kiezen in het menu. Door Ctrl+S in te toetsen op het toetsenbord. Alleen als het menu Wijzigen Opslaan als gekozen wordt of wanneer de huidige displaygroep nog niet is opgeslagen zal het programma vragen hoe het nieuwe bestand genoemd moet worden en waar deze opgeslagen moet worden. 10.3 Bestanden openen Een InfoView bestand kan worden geopend op de volgende wijzen: Door op het icoon te klikken in de knoppenbalk. Door Bestand Open te kiezen in het menu. Door Ctrl+O in te toetsen op het toetsenbord. Via de snelkeuze in het hoofdmenu Bestand onder het item Opslaan als. Hier staan de laatst opgeslagen bestanden. - 35 -
Op het moment dat een bestand wordt geopend zal het bestand dat op dat moment bewerkt wordt verdwijnen. Daarom zal bij het openen van een nieuw bestand, indien er op dat moment wijzigingen in het bestaande bestand zijn aangebracht, eerst gevraagd worden of het huidige bestand opgeslagen moet worden. - 36 -
11. INFORMATIE VERSTUREN NAAR DISPLAYS Wanneer informatie naar een display wordt verstuurd, zal er worden gecommuniceerd tussen PC en display. Hiervoor dienen de instellingen Van de verbinding goed ingesteld te zijn. Zie hoofdstuk Aanmaken en wijzigen van een display. Tijden communicatie zal het hiernaast afgebeelde venster weergegeven worden. Op dit venster staat de voortgangsinformatie van de communicatie. 11.1 Één enkele pagina versturen Enkele pagina s kunnen op volgende wijzen naar het bijbehorende display worden verstuurd: Door op het icoon te klikken in de knoppenbalk. Door Wijzigen Pagina Versturen te kiezen in het menu. Door Shift+F5 te toetsen op het toetsenbord. De geselecteerde pagina zal worden verstuurd naar het aangesloten display. 11.2 Alle pagina s van een display Het versturen van alle pagina s van een display kan op de volgende wijzen: Door op het icon te klikken in de knoppenbalk. Door Wijzigen Alle pagina s versturen te kiezen in het menu. Door F5 te toetsen op het toetsenbord. Alle beschikbare pagina s van het geselecteerde display zullen worden verzonden naar het aangesloten display. 11.3 Alle pagina s van alle displays Het versturen van alle pagina s van alle displays kan de volgende wijzen: Door op het icoon te klikken in de knoppen balk. Door Wijzigen Alle pagina s versturen te kiezen in het menu. Alle beschikbare pagina s van alle aangemaakte display zullen verzonden worden naar de aangesloten displays. - 37 -
12. EFFECTEN EN SPECIALE KARAKTERS Door het gebruik van effecten kan de manier waarop teksten op het display worden weergegeven ingesteld worden. Een effect kan in het paginakader in de tekst worden ingevoegd. Het invoegen van een effect kan op volgende wijzen: Via de knoppenbalk: Via het menu Invoegen, hieronder zijn diverse effecten te vinden. Voor een InfoLine geldt dat verschillende effecten in een pagina opgenomen kunnen worden. Voor een InfoBoard geldt dat effecten per pagina ingesteld kunnen worden. 12.1 Pauze In de tekst voor een InfoLine kan een pauze opgenomen worden, deze kan ingesteld worden voor een bepaalde tijd. Zodra het display het effect in de tekst vindt zal het display voor de ingestelde tijd pauzeren en dus de tekst vast laten staan. Voor een InfoBoard kan met het pauze effect de tijd tussen verschillende pagina s worden ingesteld. Het pauze effect kan worden ingevoegd door middel van het icoon in de knoppenbalk. Wanneer het icoon wordt ingedrukt zal de standaard bij de display instellingen ingestelde tijd gebruikt worden. Daarnaast kunnen enkele standaard waarden gebruikt worden. De pauzetijd is standaard ingesteld op vier seconden. Voor een InfoLine zal het pauze effect als volgt weergegeven worden: Voor een InfoBoard: 12.2 Blink Tekst kan op het display knipperend weergegeven worden door gebruik te maken van het blink effect. Door voor de tekst blink aan te plaatsen en achter de tekst blink uit, zal de tekst daartussen knipperend weergegeven worden. - 38 -
Het blink effect kan ingevoegd worden door middel van voor blink uit. voor blink aan, en Het blink effect zal als volgt weergegeven worden in de tekst: - 39 -
12.3 Tijd De huidige tijd kan in de tekst ingevoegd worden door gebruik te maken van het Realtime effect. Wanneer dit effect gebruikt wordt, zal het display de huidige tijd invoegen in de tekst. Het realtime effect kan ingevoegd worden door middel van het icoon. Wanneer het icoon wordt ingedrukt zal de volledige tijd ingevoegd worden. Verder kan gekozen worden voor de volledige tijd of als de losse delen; uren, minuten en seconden. De seconden kunnen alleen in het geval van een InfoBoard worden ingevoegd. De tijd zal weergegeven worden als: 12.4 Datum De huidige datum kan in de tekst ingevoegd worden door gebruik te maken van het Datum effect. Wanneer dit effect gebruikt wordt, zal het display de huidige datum invoegen in de tekst. Het datum effect kan ingevoegd worden door middel van het icoon. Wanneer het icoon wordt ingedrukt zal de volledige datum ingevoegd worden. Verder kan gekozen worden voor de volledige datum of als de losse delen; maand, dag en Jaar. Ook kan de weekdag of maand naam worden ingevoegd. De datum zal weergegeven worden als: 12.5 Temperatuur Wanneer een temperatuur sensor aanwezig is en dit geactiveerd is in de instellingen, kan door op het icoon te klikken de huidige temperatuur ingevoegd worden in de tekst. De temperatuur zal weergegeven worden als: - 40 -
12.6 Speciale tekens In de text editor kunnen verschillende speciale tekens worden ingevoegd. De karakters zullen zichtbaar zijn in de preview kaders maar niet in de text editor zelf. De speciale tekens kunnen ingevoegd worden door op het icoon te klikken. Er wordt hierna een lijst geopend met speciale tekens. Door een teken te selecteren wordt deze ingevoegd in de pagina. - 41 -
Onderaan bevindt zich het submenu Pijlen >. Hiermee kunnen diverse pijlen in de pagina worden ingevoegd. De pijlen zullen weergegeven worden als: 12.7 Jump Met het jump effect kan een tekst direct op het begin van een regel geplaatst worden. Bij een InfoLine kan het effect in de tekst geplaatst worden waardoor, afhankelijk van het aantal ingestelde karakters, de tekst achter het effect op het begin van de regel geplaatst zal worden. Bij een InfoBoard is het jump effect standaard ingesteld. Het effect kan ingevoegd worden door op het invoegen toe te voegen aan de tekst. icoon te klikken of via Het jump effect wordt weergegeven als: 12.8 Scroll down Met het scroll down effect wordt de tekst vanaf boven aan het begin van de regel ingeschoven. Bij een InfoLine kan het effect in de tekst geplaatst worden waardoor, afhankelijk van het aantal karakters, de tekst achter het effect op het begin van de regel wordt ingeschoven. Het effect kan ingevoerd worden door op het invoegen toe te voegen aan de tekst. icoon te klikken of via Het scroll down effect wordt weergegeven als: 12.9 Scroll up Met het scroll up effect wordt de tekst vanaf onder aan het begin van de regel ingeschoven. Bij een InfoLine kan het effect in de tekst geplaatst worden waardoor, afhankelijk van het aantal karakters, de tekst achter het effect op het begin van de regel wordt ingeschoven. Het effect kan ingevoerd worden door op het invoegen toe te voegen aan de tekst. icoon te klikken of via Het scroll down effect wordt weergegeven als: - 42 -
- 43 -
12.10 Curtain mid Met het curtain mid effect wordt de tekst als een gordijn vanaf het midden op de regel weergegeven. Bij een InfoLine kan het effect in de tekst geplaatst worden waardoor, afhankelijk van het aantal karakters, de tekst achter het effect op het begin van de regel wordt geplaatst. Het effect kan ingevoerd worden door op het invoegen toe te voegen aan de tekst. icoon te klikken of via Het curtain mid effect wordt weergegeven als: 12.11 Curtain left Met het curtain left effect wordt de tekst als een gordijn vanaf links op de regel weergegeven. Bij een InfoLine kan het effect in de tekst geplaatst worden waardoor, afhankelijk van het aantal karakters, de tekst achter het effect op het begin van de regel wordt geplaatst. Het effect kan ingevoerd worden door op het invoegen toe te voegen aan de tekst. icoon te klikken of via Het curtain left effect wordt weergegeven als: 12.12 Curtain right Met het curtain right effect wordt de tekst als een gordijn vanaf rechts op de regel weergegeven. Bij een InfoLine kan het effect in de tekst geplaatst te worden waardoor, afhankelijk van het aantal karakters, de tekst achter het effect op het begin van de regel wordt ingeschoven. Het effect kan ingevoerd worden door op het invoegen toe te voegen aan de tekst. icoon te klikken of via Het curtain right effect wordt weergegeven als: 12.13 Snow Met het snow effect komt de tekst als sneeuw op de regel tevoorschijn. Bij een InfoLine kan het effect in de tekst geplaatst worden waardoor, afhankelijk van het aantal karakters, de tekst achter het effect op het begin van de regel wordt geplaatst. Het effect kan ingevoerd worden door op het invoegen toe te voegen aan de tekst. icoon te klikken of via - 44 -
Het snow effect wordt weergegeven als: - 45 -
12.14 Freeze Met het freeze effect kan tekst vast worden gezet op het display. Na het freeze effect zal de tekst stoppen en verder de pagina wisseling worden gestopt. Er zal hierna nieuwe tekst naar het display verzonden moeten worden om het display weer te laten lopen. Bij een InfoLine kan het effect in de tekst geplaatst worden waardoor, afhankelijk van het aantal karakters, de tekst achter het effect op het begin van de regel wordt ingeschoven. Bij een InfoBoard is dit effect niet te gebruiken. Het effect kan ingevoerd worden door op het invoegen toe te voegen aan de tekst. icoon te klikken of via Het freeze effect wordt weergegeven als: - 46 -
13. RSS FEEDS Het is mogelijk om met behulp van Infoview RSS feeds op het display te tonen. RSS feeds kunnen in de tekst geplaatst worden via 'Invoegen' 'RSS Feed', het volgende dialoog wordt getoond: URL: Vul hier het volledige adres van de RSS feed in. Vul (eventueel) een Username en Wachtwoord in voor RSS feeds die een login nodig hebben. Max. teksten: Geeft het maximum aantal teksten wat getoond moet worden voor deze RSS feed. Max tekst lengte: Geeft de maximale lengte van een RSS tekst aan. Als de tekst langer is dan de opgegeven lengte wordt de tekst afgebroken en beëindigd met '...'. Separator: Deze tekst wordt tussen de RSS feeds getoond. Intro: Deze tekst wordt voor de RSS feeds getoond. Bij 'Welke tekst' kan geselecteerd worden of de titel, of de beschrijving van de RSS feed getoond moet worden. Gebruik de knop Test om het resultaat van de RSS feed te bekijken. De geplaatste RSS feeds krijgen een nummer en worden in de tekst getoond als: RSS:00 RSS:01 enz.
Om de RSS feeds naar het display te versturen gebruikt u de knop. Hiermee wordt het RSS feeder dialoog getoond: Selecteer Pagina's om de feeds als pagina's in de eeprom van de lichtkrant op te slaan. De bestaande pagina's in de lichtkrant worden overschreven met de RSS feeds. Bij het opnieuw programmeren van de RSS feeds in de lichtkrant zal het scherm "..." tonen. Gebruik deze optie alleen als de lichtkrant geen RSS feeds ondersteunt. Het heel vaak data schrijven naar de lichtkrant kan het geheugen beschadigen. Selecteer het vinkje bij Pagina Leegloop om de pagina eerst leeg te laten lopen voordat de nieuwe feed getoond wordt. Selecteer Tekst feeds om de feeds alleen in het geheugen van de lichtkrant op te slaan. Er moeten wel RSS feeds in de geprogrammerde tekst opgenomen zijn om de feeds zichtbaar te maken. Het updaten van de RSS feeds zal niet zichtbaar zijn op de lichtkrant. De lichtkrant blijft de pagina's tonen totdat de feeds geupdate zijn.
In de Feeds lijst worden de ingevoerde feeds getoond. Het RSS nr moet overeenkomen met de nummers in de tekst. Nieuw Maak een nieuw feed Bewerk Bewerk een bestaande feed Verwijder Verwijder een feed Update interval Stel hier in hoe vaak de RSS feeds geupdate moeten worden. Druk op de knop Update nu om de feeds direct naar het display te versturen. Zet een vinkje voor Start automatisch om de RSS feeder automatische te starten als Infoview start. Zet een vinkje voor Alle displays om alle RSS feeds in ALLE displays van het bestand te verversen.
Index A achtergrond 25 adres 19, 20, 22 B baud 9, 24 bestand 25, 28 blink 30 C COM 2, 3, 9, 16, 24 communicatie 2, 9, 16, 24, 29 computer 2, 3, 24 curtain left 33 curtain mid 33 curtain right 33 D datum 3, 15, 16, 31 display 2, 3, 8, 9, 10, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 22, 23, 24, 25, 26, 28, 29, 30, 31, 34 display groep 10, 13, 17, 18 E effect 2, 30, 31, 32, 33, 34 F freeze 34 I icoon 18, 26, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34 InfoView 2, 3, 6, 7, 9, 10, 22, 25, 28 instellingen 9, 10, 13, 16, 17, 22, 24, 29, 30, 31 J jump 32 K kader 18, 19, 20, 26 knoppen 2, 28, 29 knoppenbalk 10, 11, 12, 13, 14, 15, 26, 27, 28, 29, 30 L lichtsterkteregeling 24, 25 M menu 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 22, 27, 28, 29, 30 modem 24 P pagina 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 20, 21, 25, 26, 27, 29, 30, 31, 32, 34 pauze 14, 30 poort 9, 16, 24 R
realtime 24, 31 RS232 9, 24 RS485 9, 24 S scherm 3, 7, 8, 18, 22 scroll down 32 scroll up 32 snow 33 software 2, 3, 6, 7, 8, 10, 16, 22 speciale tekens 14, 24, 31 T tabblad 9, 16, 22, 24, 25 tekst 2, 3, 9, 11, 12, 14, 19, 20, 21, 26, 30, 31, 32, 33, 34 temperatuur 15, 25, 31 tijd 3, 14, 24, 30, 31 V verbinding 2, 3, 9, 16, 24, 29
Ledyears I Postbus 64 I 2950 AB Alblasserdam I Tel: 088-3221 000 I info@ledyears.nl I www.ledyears.nl