Workshop Rapport maken Deze workshop voer je in drietallen uit. Tip: Lees voordat je aan deze workshop begint paragraaf 11.3 van Gesprekscommunicatie nog eens door! Materialen 1 Wie leest dit voor? 2 Rolbeschrijving A: leerkracht Ilse 3 Rolbeschrijving B: leerkracht Marlijn 4 Voorbereiding workshop ontwikkelingsgericht werken en observeren (2x) 5 Rolbeschrijving C: de observator
1 Wie leest dit voor? Lees eerst gezamenlijk dit blad. Inleiding Jullie gaan dadelijk een rollenspel spelen met drie rollen: rol A: leerkracht Ilse rol B: leerkracht Marlijn rol C: observator Verdeel eerst de rollen. Situatie Het rollenspel speelt zich af tussen A en B en is een werkoverleg. Doel Waar het in dit rollenspel om gaat zijn de volgende vaardigheden: rapport maken, matchen en mismatchen, volgen en leiden fair witness blijven uptime zijn sorting by others. Na het gesprek Na het gesprek krijgen eerst de spelers ruimte om te reageren: hoe verliep het gesprek? Wat waren de goede momenten? Welke momenten vond je lastig? Daarna geeft de observator feedback. Klaar? Als jullie klaar zijn en er is nog tijd over, bekijk dan de discussieopdracht in de Klaarenvelop. Vaardigheden Rapport Om effectief en efficiënt met iemand te kunnen werken is het nodig aansluiting te maken bij de kijk op de wereld van de ander. Rapport (spreek uit op zijn Frans: ra-pòòòr) betekent een goed contact. Je bent in staat andermans emoties te onderkennen en te verduren en je op basis daarvan als het ware te verplaatsen in diens belevingswereld. Zonder goed contact kosten relaties met anderen meer tijd en moeite, met minder resultaat. Met rapport krijgen we rechtstreeks contact met de ander. Kenmerken van rapport zijn: respect, vertrouwen, betrokkenheid en contact met en afstemming op de ander. Fair witness Als fair witness (neutrale getuige) neem je een onpartijdige positie in, zonder waardeoordeel. Je handelt vanuit een neutrale positie, waarbij je niet emotioneel verbonden bent met de ander. Je accepteert wie iemand is, wat iemand denkt, voelt en doet. Je zendt uit dat het oké is, waardoor je een veilige omgeving creëert.
Uptime Als je uptime bent, dan heb je je aandacht volledig naar buiten gericht, in het hier en nu. Iemand die downtime is, is lichamelijk wel aanwezig, maar zit met zijn gedachten ergens anders. Dit kunnen gedachten zijn over jezelf of over de ander. Sorting by others Als je in de toestand sorting by others zit, ben je helemaal gericht op de processen bij de ander. Wat ervaart de ander? Wat gebeurt er bij de ander? Als je in de toestand sorting by self zit, dan ligt de focus van je aandacht bij jezelf.
2 Rol A: leerkracht Ilse Wie ben jij? Je bent leerkracht van een groep 1-2 en collega van Marlijn met wie je zo meteen een gesprek hebt. Lees de onderstaande informatie en vul het karakter van Ilse verder in naar je eigen karakter. Wat weet je van Marlijn? Marlijn staat net als jij in groep 1-2. Zij heeft de ene groep, jij hebt de andere groep 1-2. Ze is een enthousiaste en snelle denker die vol ideeën zit. In het begin vond je dat heerlijk. Bij het bedenken van een nieuw thema zat jij nog in de onderwerpsfase (welk onderwerp zullen we nemen?) en had Marlijn al een thema compleet uitgewerkt, met hoeken erbij, materialen en activiteiten. Zoals gezegd vond je dat in het begin best prettig en bewonderde je Marlijn om haar snelle geest. Maar nu, na twee jaar intensief samenwerken, begin je je hieraan toch te storen. Eigenlijk speelt dit probleem nu op allerlei fronten. Als jullie samen een ouderinformatieavond aan het voorbereiden zijn, heeft Marlijn eigenlijk al het voorwerk gedaan. Als jij een ander idee oppert, lijkt het wel of Marlijn zich wat aangevallen voelt: is haar idee dan niet goed genoeg? Je vindt bovendien dat ze niet zo goed luistert, dat ze veel met haar eigen ideeën bezig is en nauwelijks oor heeft voor de ideeën van anderen. Wat is het probleem? Vorige week vroeg de directeur jullie om ieder één workshop te verzorgen voor de studiemiddag van volgende maand. De bedoeling is dat jij een workshop houdt over ontwikkelingsgericht werken met kleuters en dat Marlijn een workshop houdt over handelingsgericht observeren en registreren bij kleuters. Jullie geven de workshops aan collega s zodat deze een beter beeld krijgen van ontwikkelingsgericht werken, een manier van leren die in het kader van schoolvernieuwing misschien wel door de hele school overgenomen gaat worden. Gisteren stond Marlijn bij jou in de klas. Ze zei: Leuk van die workshops! Ik heb een geweldig idee. Zullen we er samen één workshop van maken? De onderwerpen hebben toch alles met elkaar te maken en dan kunnen we lekker samenwerken. Wat vind jij? Totaal verrast zei je ja. Jullie hebben voor vandaag een afspraak gemaakt om de workshop in elkaar te zetten. opdracht Het is aan jou de taak om Marlijn uit te leggen dat je eigenlijk liever alleen de workshop uitvoert. Je doet het eigenlijk gewoon liever alleen om even onder haar veren uit te zijn, maar zo direct wil je dat niet vertellen. Hoe kom je eronderuit zonder dat jullie relatie al te veel deuken oploopt? De kunst is dus om in volledig respect te blijven en toch te krijgen wat jij wilt! Stem jezelf tijdens het gesprek volledig af op Marlijn. Spiegel onopvallend delen van lichaamstaal en blijf zo in rapport met haar. Wat er ook gebeurt, blijf volledig fair witness, uptime en sorting by others. Maak je grenzen helder. Als je merkt dat de ander een mismatch maakt, probeer dan te volgen en leiden. GA ERVOOR!
3 Rol B: leerkracht Marlijn Wie ben jij? Je bent leerkracht van een groep 1-2 en collega van Ilse met wie je zo meteen een gesprek hebt. Je bent een typische snelle, conceptuele denker. Je barst altijd van de ideeën. Lees de onderstaande informatie en vul het karakter van Marlijn verder in naar je eigen karakter. Wat weet je van Ilse? Ilse is een lieve collega. Ze werkt hard en is zeer geliefd bij de kinderen. Echt creatief en origineel vind je haar niet. Als jullie samen een nieuw thema aan het voorbereiden zijn, komt er eigenlijk niets uit, terwijl jij de ideeën zo uit je mouw schudt. Zo gaat het eigenlijk al twee jaar. Echt storend vind je dat niet, want je vindt het ook wel lekker dat jouw ideeën altijd uitgevoerd worden. Je mist wel eens de waardering van Ilse zoals laatst toen jullie de ouderinformatieavond aan het voorbereiden waren en Ilse plotseling met een ander idee kwam alsof ze wilde zeggen: jouw idee is niet goed genoeg! Niet dat ze dat gezegd heeft, maar toch, je voelde je er niet happy bij. Wat is de aanleiding? Vorige vroeg de directeur jullie om ieder één workshop te verzorgen voor de studiemiddag van volgende maand. De bedoeling is dat Ilse een workshop houdt over ontwikkelingsgericht werken met kleuters en dat jij een workshop houdt over handelingsgericht observeren en registreren bij kleuters. Jullie geven de workshops aan collega s zodat deze een beter beeld krijgen van ontwikkelingsgericht werken, een manier van leren die misschien wel door de hele school overgenomen wordt. Gisteren had je plots weer een geweldig idee: we maken samen één workshop. Je bent meteen naar Ilse gelopen en je zei: Leuk van die workshops! Ik heb een geweldig idee. Zullen we er samen één workshop van maken? De onderwerpen hebben toch alles met elkaar te maken en dan kunnen we lekker samenwerken. Wat vind jij? Ilse vond het een goed idee en daarom hebben jullie vandaag afgesproken om de workshop voor te bereiden. opdracht Jij opent zo meteen het gesprek. Ilse is niet zo sterk als het om ideeën gaat, dus je laat meteen je voorbereiding zien (zie bijlage). Wat er ook gebeurt, blijf volledig fair witness, uptime en sorting by others. Maak je grenzen helder. Maak in het gesprek een aantal keren een flinke mismatch met Ilse. Hoe reageert ze daarop? Ga met haar mee als je merkt dat ze je probeert te leiden. In jullie relatie ben jij altijd degene die speelt. Dus speel met haar. GA ERVOOR!
4 Voorbereiding Workshop Ontwikkelingsgericht werken én observeren Doelgroep: Uitvoerders: Tijd: Plaats: Doel: Alle collega s van de midden- en bovenbouw Ilse en Marlijn Maximaal 1 uur Lokaal van Marlijn Collega s een indruk geven van onze manier van ontwikkelingsgericht werken en observeren in de klas Voorbereiding In het lokaal maken we vier stations van vier tafels en stoeltjes. Op elk station liggen andere materialen, werkjes en/of vragen. Elk groepje mag 10 minuten bij een station blijven (= 40 minuten). De laatste twintig minuten zijn voor vragen en discussie. Uitvoering 1 Binnenkomst Collega s komen binnen in het lokaal. Ze zien de vier stations. Ieder mag bij een tafel gaan zitten (er zijn precies genoeg stoelen, dus de verdeling gaat vanzelf!). Marlijn stuurt. 2 Eerste ronde 10 minuten voor de eerste ronde. Daarna gaat kookwekker af en zoekt iedereen een ander station op. Marlijn stuurt. 3 Tweede ronde idem. 4 Derde ronde idem. 5 Vierde ronde idem 6 Vragen We gaan centraal zitten in een kring, alleen stoelen. Ilse leidt vragenronde. Evaluatie Marlijn deelt evaluatieformulieren uit die de collega s kunnen invullen.
5 Rol C: observator Wat ga je zo meteen zien? Een werkoverleg tussen de collega s Ilse en Marlijn van groep 1-2. Ze gaan samen een workshop voorbereiden voor een studiedag. Wat is jouw opdracht? Observeer nauwkeurig de vaardigheden van beide collega s. Leerkracht A Leerkracht B + ++ + ++ 1 De leerkracht maakt voldoende rapport. a Stemt lichaamshouding af op de ander. b Stemt gebarentaal af op de ander. c Stemt energiepeil af op de ander. d Stemt taalgebruik af op de ander (door bijv. dezelfde woorden te gebruiken). e Stemt af op kijk op de wereld van de ander. f Wie maakte volgens jou goed rapport? 2 De leerkracht kan volgen en leiden. a Gaat eerst even mee met de ander en probeert dan de ander te leiden. b Stemt zich goed af op de ander (volgen). c Neemt dan het voortouw (leiden). d Wie speelt het volgen-leiden-spel volgens jou goed? 3 De leerkracht blijft fair-witness. a Spreekt niet vanuit emotie en/of (ver)oordelen. b Blijft neutraal en onpartijdig naar de ander kijken. c Valt niet aan. d Wie is volgens jou het meest fair witness?
Leerkracht A Leerkracht B + ++ + ++ 4 De leerkracht is up-time. a Heeft een actieve energie, naar buiten gericht. b Aandacht is gericht op externe prikkels. c Aandacht is niet gericht op eigen, interne processen. d Is volledig in het hier-en-nu. e Wie is volgens jou uptime? 5 De leerkracht is sorting by others. a Is volledig op de ander gericht. b Is voornamelijk met eigen processen en zichzelf bezig. c Wie is volgens jou sorting by others?