Overzicht van skill station Demonstratie Doelstellingen 1. Identificeer de indicaties voor intubatie van de traumapatiënt. 2. Voer een assessment uit van het hoofd en de hals, identificeer mogelijke letsels. Prehospitaal MIST-rapport Er is een ambulance onderweg met een 22-jarige motorrijdster die zonder helm tegen een auto is aangereden met ongeveer 70 km/u, waarbij haar helm, die niet goed bevestigd was, is afgevlogen. De patiënte is aanspreekbaar, maar verward. De bloeddruk is 112/60, pols 72 slagen/min en er is een spontane ademhaling van 14 ademhalingen/min. Ze wordt binnengebracht op een fixatieplank met de cervicale wervelkolom volledig geïmmobiliseerd. Er is één groot lumeninfuus ingebracht met isotone kristalloïde oplossing en zij krijgt zuurstof toegediend via een non-rebreathermasker. De patiënte is net aangekomen in de traumakamer. Begin met het initial assessment. Skill-stappen 1. Geeft aan dat het nodig is het traumateam te activeren 2. Geeft aan dat het nodig is om de traumakamer gereed te maken Rapid infuser Benodigde apparatuur voor een thoraxtrauma 3. Geeft aan dat het nodig is persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken Voorbereiding en triage Het traumateam is geactiveerd. Voorbereidingen zijn getroffen. Team is voorzien van persoonlijke beschermingsmiddelen. Ja Nee Directe observatie bij binnenkomst 4. Controleren op zichtbare ongecontroleerde uitwendige bloedingen Er zijn geen ongecontroleerde uitwendige bloedingen en het is niet nodig de prioriteit te wijzigen in <C>ABC. TNCC Zevende druk 323
Primaire onderzoeksfase Ja Nee Airway and Alertness (Luchtweg en alertheid met gelijktijdige stabilisatie van de cervicale wervelkolom) 5. Beoordeelt het bewustzijnsniveau met behulp van AVPU De patiënt reageert op verbale stimuli door de ogen te openen, maar kan geen opdrachten uitvoeren. 6. Geeft aan dat het nodig is dat een tweede persoon de cervicale wervelkolom handmatig stabiliseert EN demonstreert het handmatig vrijmaken van de luchtweg door middel van de jaw thrust-manoeuvre Cervicale wervelkolom wordt handmatig gestabiliseerd. Demonstreer het vrijmaken van de luchtweg. 7. Demonstreert en beschrijft technieken voor het bepalen van de doorgankelijkheid en bescherming van de luchtweg door middel van inspectie, auscultatie en palpatie (identificeert er ten minste VIJF): Is er tongobstructie? Er is geen tongobstructie. Is er sprake van loszittende of ontbrekende tanden? Er zijn geen loszittende of ontbrekende tanden. Is er sprake van vreemde voorwerpen? Er worden geen vreemde voorwerpen opgemerkt. Is er sprake van bloed, braaksel of andere secreties? Er is geen sprake van bloeding, braaksel of andere secreties. Is er sprake van oedeem? Er is geen oedeem. Is er sprake van snurken, gorgelen en stridor? Na loslating van de jaw-thrust snurkt de patiënt. Er is geen sprake van gorgelen of stridor. 8. Geeft aan dat een Mayo-tube nodig is De Mayo-tube is geplaatst. 9. Geeft aan dat het nodig is een vrije gezekerde luchtweg te verkrijgen door middel van intubatie Het team verzamelt de benodigdheden om de intubatie uit te voeren. Ga verder met het assessment. 10. Controleer de luchtweg opnieuw na inbrenging van de Mayo-tube De patiënt snurkt niet. De luchtweg is nu vrij. 324 Overzicht van de skill stations
Breathing and Ventilation (Ademhaling en beademing) Ja Nee 11. Demonstreert en beschrijft technieken om de effectiviteit van de ademhaling te beoordelen door middel van inspectie, auscultatie en palpatie (identificeert er ten minste VIER): Is er sprake van een spontane ademhaling? Ademhaling is spontaan. Komt de thorax symmetrisch omhoog? Wat zijn de diepte, patroon en snelheid van de ademhalingen? Is er sprake van een toegenomen ademarbeid? Wat is de huidskleur? Is er sprake van open wonden of deformiteiten? Is er sprake van subcutaan emfyseem? Is er sprake van een veranderde tracheapositie of uitgezette jugularisvenen? Is er sprake van aan beide zijden gelijk ademgeruis? De thorax komt symmetrisch en oppervlakkig omhoog. Ademhalingen zijn zeer langzaam en oppervlakkig. Er zijn geen verschijnselen van een toegenomen ademarbeid. De huid is bleek. Er zijn geen open wonden. Er is geen subcutaan emfyseem. De thoraxwand is intact. Er is geen sprake van een veranderde tracheapositie of uitgezette jugularisvenen. Ademgeruis is verminderd. 12. Vermeldt de noodzaak voor ondersteunde ademhaling met een masker/ballon Beademingen worden ondersteund. OPMERKING: Wanneer de student heeft aangegeven dat de ademhaling moet worden ondersteund met de plaatsing van de Mayo-tube is dit niet onjuist. De patiënt is zojuist geïntubeerd middels een rapid sequence intubatie. Wat is de volgende stap? TNCC Zevende druk 325
Ja Nee 13. Beoordeelt de plaatsing van de endotracheale tube (gebruikt de juiste volgorde als hieronder genoemd): Controleert of de thorax stijgt en daalt. Ausculteert over het maagkuiltje EN voor bilateraal ademgeruis. Controleert na 5 of 6 ademhalingen de CO 2 -detector voor aanwijzingen van CO 2 in de uitgeademde lucht De thorax stijgt en daalt met de beademing. Er is geen gegorgel te horen in het maagkuiltje. Het ademgeruis is beiderzijds gelijk. Na 5 of 6 ademhalingen zijn er positieve aanwijzingen voor CO 2, hetgeen betekent dat de tube correct in de trachea is ingebracht. De huidskleur verbetert. OPMERKING: Wanneer de student kiest voor een capnografiesensor kan dit worden gescoord in Zorgen voor aanvullende interventies voor traumazorg onder Oxygenatie en capnografie. OPMERKING: Wanneer de student het noodzakelijk vindt een maagsonde in te brengen, kan dit hier worden gedaan zonder strafpunten voor een verkeerde volgorde. Scoor deze handeling in Aanvullende interventies voor traumazorg. Controleert op verbetering van de huidskleur 14. Vermeldt de noodzaak om de positie van de endotracheale tube te controleren aan de hand van het getal bij de tandenrij EN maakt de tube vast. Aangeven welke methode werd gebruikt De tube zit vast; het getal bij de tandenrij is genoteerd. 15. Geeft aan dat het nodig is te starten met mechanische beademing of gaat verder met ondersteunde ademhaling Beademingen continueren. 326 Overzicht van de skill stations
Skill-stappen Ja Nee Circulation and Control of hemorrhage (Circulatie en beheersing van bloedingen) 16. Demonstreert en beschrijft technieken voor het bepalen van de effectiviteit van de circulatie door middel van inspectie, auscultatie en palpatie (benoemt ALLE DRIE): Inspecteert op ongecontroleerde bloedingen Er zijn geen ongecontroleerde uitwendige bloedingen. Palpeert een centrale pols Er is een sterke centrale pols voelbaar. Inspecteert en palpeert de huid voor kleur, temperatuur en vocht De huid is normaal van kleur, voelt warm en droog. 17. Beoordeelt de doorgankelijkheid van het prehospitaal ingebrachte infuus De prehospitale IV-lijn is doorgankelijk. 18. Geeft aan dat het nodig is een extra grote IV-katheter in te brengen Er wordt een extra katheter ingebracht. OPMERKING: Wanneer de student ervoor kiest bloedmonsters af te nemen voor een bloedgroepbepaling, kan dit worden gescoord in Aanvullende interventies voor herbeoordeling. 19. Geeft aan dat het nodig is verwarmde, isotone kristalloïde oplossing toe te dienen via het infuus EN met een gecontroleerde snelheid Verwarmde, isotone kristalloïde oplossing wordt geïnfundeerd via het infuus met een gecontroleerde snelheid. Disability (neurologische status) 20. Beschrijft het onderzoek van de Glasgow Coma Scale (GCS)-score Wat is de beste score voor het openen van de ogen? Beste verbale respons? Beste motorische respons? De ogen worden niet geopend. (1). Er is geen verbale respons. (1). De patiënt lokaliseert op een pijnprikkel. (5). GCS-score is 7. 21. Beoordeelt de pupillen Pupillen zijn gelijk, rond en reageren traag op licht. 22. Geeft aan dat een CT-scan van het hoofd en de cervicale wervelkolom moet worden gemaakt CT-scan is aangevraagd en de radiologie-afdeling weet dat de patiënt komt. TNCC Zevende druk 327
Ja Nee Exposure and Environmental control (Ontkleden en controleren van de omgeving) 23. Geeft aan dat het nodig is de patiënt helemaal te ontkleden EN te controleren op ongecontroleerde bloedingen of duidelijk zichtbaar letsel Patiënt wordt ontkleed. Er is sprake van meerdere schaafwonden en kneuzingen op het gezicht. 24. Geeft aan dat het nodig is de patiënt warm te houden door middel van (noemt er ten minste EEN): Dekens Warmtelampen Verhoging van de omgevingstemperatuur Er wordt een opwarmingsmethode toegepast. Verwarmde vloeistoffen Verwarmde zuurstof OPMERKING: Wanneer de student niet heeft gehandeld om levensbedreigende bevindingen in het primaire onderzoek te corrigeren en/of niet alle criteria met twee sterretjes (**) heeft uitgevoerd, moet de student stoppen met het station, moet het doel van het primaire onderzoek opnieuw worden besproken en moet de cursusleider worden geïnformeerd. Aanvullende onderzoeken en interventies Full set of vital signs (Volledige set van vitale functies) 25. Voert een volledig onderzoek van vitale functies uit RR: 110/60 mmhg HF: 84 slagen/min AH: ondersteund op 12 ademhalingen/min T: 36,8 C Family presence (Aanwezigheid van de familie regelen) 26. Geeft aan dat de familie aanwezig moet kunnen zijn De familie is zojuist gearriveerd en de contactpersoon voor de familie brengt ze zo naar de traumakamer. Get resuscitation adjuncts (Aanvullende onderzoeken en interventies): LMNOP 27. Geeft aan dat het nodig is laboratoriumonderzoek (bloedgroepbepaling, bloedgassen en lactaat) uit te voeren Bloedmonsters worden naar het laboratorium gestuurd voor bloedgroepbepaling en arteriële bloedgassen. 28. Sluit de patiënt aan op de monitor Elektrocardiogram (ECG) laat een normaal sinusritme zien zonder ectopie. 328 Overzicht van de skill stations
Skill-stappen Ja Nee Get resuscitation adjuncts (Aanvullende onderzoeken en interventies): LMNOP (vervolg) 29. Overweegt of het noodzakelijk is een nasale of orale maagsonde in te brengen Een nasale maagsonde kan gecontraindiceerd zijn bij een mogelijk hoofdletsel. In dat geval wordt een orale maagsonde ingebracht. 30. Sluit de patiënt aan op pulsoxymetrie EN capnografie SpO 2 : 98% Capnografiewaarde binnen de normale waarden. 31. Geeft aan dat het nodig is de pijn te beoordelen aan de hand van een geschikte pijnbeoordelingsschaal De pijn van de patiënt kan niet worden bepaald vanwege de intubatie. Ga ervan uit dat de patiënt pijn heeft, gezien het ongevalsmechanisme en de geconstateerde letsels. * 32. Geeft passende niet-farmacologische ondersteuning als comfortmaatregel (noemt er ten minste EEN): Plaatst ijs op gezwollen gebieden Plaatst de patiënt in een meer comfortabele positie Er zijn niet-farmacologische interventies uitgevoerd. Beschermt benige uitsteeksels Anders, als van toepassing 33. Geeft aan dat het nodig is het gebruik van analgetica te overwegen Er is een passende dosis analgetica voorgeschreven en toegediend. Secundaire onderzoeksfase History (Anamnese) 34. Geeft aan dat relevante voorgeschiedenis moet worden opgevraagd (noemt er ten minste EEN): MIST Er is van de prehospitale zorgverleners geen aanvullende informatie verkregen. Medische voorgeschiedenis De familie zegt dat ze geen relevante voorgeschiedenis heeft. TNCC Zevende druk 329
Head-to-toe assessment (Volledig lichamelijk onderzoek) Ja Nee OPMERKING: De student beschrijft en demonstreert het volledig lichamelijk onderzoek door de juiste inspectietechnieken te beschrijven en vervolgens de juiste auscultatie- en palpatietechnieken te demonstreren. 35. Inspecteert EN palpeert het hoofd EN het gezicht op letsels Er worden meerdere schaafwonden en kneuzingen op het gezicht geconstateerd. Er worden verder geen afwijkingen geconstateerd. 36. Inspecteert EN palpeert de hals op letsels; demonstreert verwijdering EN terugplaatsing halskraag voor beoordeling Ik zorg voor stabilisatie van de cervicale wervelkolom terwijl jij het assessment uitvoert. Er is sprake van een trapvormige deformiteit en crepitaties worden gevoeld ter hoogte van C4 C6. 37. Inspecteert EN palpeert de thorax op letsels Er worden geen afwijkingen geconstateerd. 38. Ausculteert naar ademgeruis EN harttonen Ademgeruis beiderzijds helder en gelijk, harttonen normaal. 39. Inspecteert het abdomen EN flanken op letsels Er worden geen afwijkingen geconstateerd. 40. Ausculteert naar darmgeluiden Darmgeluiden zijn in alle vier kwadranten hoorbaar. 41. Palpeert alle vier kwadranten van het abdomen naar letsels Er worden geen afwijkingen geconstateerd. 42. Inspecteert de pelvis EN het perineum op letsels 43. Oefent lichte neerwaartse en mediale druk uit op de crestae iliaca Er worden geen afwijkingen geconstateerd. Er wordt geen instabiliteit geconstateerd. 44. Oefent lichte druk uit op de symfyse Er wordt geen instabiliteit geconstateerd. 45. Geeft aan dat een urinekatheter moet worden ingebracht indien er geen contra-indicaties zijn Een urinekatheter is geïndiceerd voor controlediurese. Er zijn geen contraindicaties. Er wordt een katheter geplaatst en heldere, gele urine wordt verkregen. 46. Inspecteert EN palpeert alle vier extremiteiten op neurovasculaire status en letsels Na een intubatie wordt het assessment van sensibiliteit en motorische functie uitgesteld. Pulsaties zijn sterk in alle vier extremiteiten. Kleur, temperatuur en warmte zijn normaal in alle vier extremiteiten. 330 Overzicht van de skill stations
55. Geeft aan dat het nodig is alle geïdentificeerde letsels en effectiviteit van interventies opnieuw te beoordelen Ja Nee 56. Denkt aan overplaatsing naar een traumacentrum of aan ziekenhuisopname Afhankelijk van het resultaat van een CT-scan van het hoofd of de cervicale wervelkolom kan ook worden gedacht aan voorbereidingen voor een operatie. Wat is de uiteindelijke zorg voor deze patiënt? 332 Overzicht van de skill stations