Riemannsommen en integralen

Vergelijkbare documenten
11.0 Voorkennis. Optellen alleen bij gelijknamige termen: 3a 3 + 4a 3 = 7a 3. Bij macht van een macht exponenten vermenigvuldigen: (a 5 ) 4 = a 20

Inhoud van een omwentelingslichaam

Begeleid Zelfstandig Leren (BZL)

Eindexamen wiskunde B1 vwo 2004-I

Examen VWO. wiskunde B1 (nieuwe stijl)

Numerieke berekening van integralen met DERIVE

13.0 Voorkennis. Links is de grafiek van de functie f(x) = 5x 4 + 2x 3 6x 2 5 getekend op het interval [-2, 2]; Deze grafiek heeft drie toppen.

Examen VWO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Hoofdstuk 7 - veranderingen. getal & ruimte HAVO wiskunde A deel 2

Uitwerkingen H10 Integraalrekening

5.7. Boekverslag door P woorden 11 januari keer beoordeeld. Wiskunde B

OPPERVLAKTEBEREKENING MET DE TI83

Wat kan er (niet) zonder ε-δ?

WISKUNDE 3 PERIODEN EUROPEES BACCALAUREAAT DATUM : 4 juni 2010 DUUR VAN HET EXAMEN : TOEGESTANE HULPMIDDELEN : OPMERKINGEN : Geen

Samenvatting Wiskunde Samenvatting en stappenplan van hfst. 7 en 8

Reflecties bij de invoering van TI-Nspire CAS op de Europese Scholen L.A.A. Blomme

10.0 Voorkennis. Herhaling van rekenregels voor machten: a als a a 1 0[5] [6] Voorbeeld 1: Schrijf als macht van a:

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

Paragraaf 2.1 : Snelheden (en helling)

Werk het Practicum Functies en de [GR] door tot aan Families van functies. Onthoud alvast de uitdrukking karakteristieken van een functie.

Oefenexamen 2 H1 t/m H13.2 uitwerkingen. A. Smit BSc

Functies. Verdieping. 6N-3p gghm

Probeer de vragen bij Verkennen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Eindexamen wiskunde B 1-2 vwo I

OEFENPROEFWERK VWO B DEEL 3

Uitwerkingen bij 1_0 Voorkennis: Machten en differentiëren

Examen VWO. Wiskunde B Profi

Computerrekenpakket Maple zesde jaar

Examen VWO. wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Primitieve functie Als f : R --> R continu is op een interval, dan noemt men F : R --> R een primiteive functie of

Examen VWO. wiskunde B1. tijdvak 2 woensdag 24 juni uur

Paragraaf 13.1 : Berekeningen met de afgeleide

Tentamen Wiskunde B CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN WISKUNDE. Datum: 19 december Aantal opgaven: 5

Voorbeeldtentamen Wiskunde B

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2004-II

Paragraaf 2.1 Toenamediagram

Ook de volledige spiraal van de stroken van lengte 1, 3, 5,, 99 past precies in een rechthoek.

Je moet nu voor jezelf een overzicht zien te krijgen over het onderwerp Functies en grafieken. Een eigen samenvatting maken is nuttig.

Voorbeeld 1: kansverdeling discrete stochast discrete kansverdeling

6.0 Differentiëren Met het differentiequotiënt bereken je de gemiddelde verandering per tijdseenheid.

15.0 Voorkennis. Herhaling rekenregels voor differentiëren: (somregel) (productregel) (quotiëntregel) n( x) ( n( x))

Informatica: C# WPO 4

Wiskunde voor bachelor en master. Deel 1 Basiskennis en basisvaardigheden. c 2015, Syntax Media, Utrecht. Uitwerkingen hoofdstuk 9

Hoofdstuk 1 : De Tabel

Functieonderzoek. f(x) = x2 4 x Igor Voulis. 9 december De functie en haar definitiegebied 2. 2 Het tekenverloop van de functie 2

Beweging. De beginvoorwaarden voor het numerieke programma zijn als volgt: x(0) = 0 m y(0) = 2,0 m. Plaats: vx(0) = 4,0 m/s vy(0) = 0 m/s.

WISKUNDE 3 PERIODEN EUROPEES BACCALAUREAAT DATUM : 8 juni 2006 ( s morgens) DUUR VAN HET EXAMEN : 3 uur (180 minuten) TOEGESTANE HULPMIDDELEN :

Paragraaf 6.1 : Kwadratische formules

Inhoud college 5 Basiswiskunde Taylorpolynomen

UNIVERSITEIT TWENTE Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

Examen VWO. wiskunde B1. tijdvak 2 woensdag 18 juni uur

Paragraaf 1.1 : Lineaire functies en Modulus

Paragraaf 2.1 : Snelheden (en helling)

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

Eindexamen wiskunde B1 vwo 2002-I

Bepaalde Integraal (Training) Wat reken je uit als je een functie integreert

Week 2_ Limieten 1.4 Continuïteit 2.2 De afgeleide 2.3 Differentiatieregels

8.0 Voorkennis ,93 NIEUW

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

wiskunde B pilot havo 2015-I

Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Tentamen 4 november 2013

Eindexamen wiskunde B1 vwo 2007-II

Reeksnr.: Naam: t 2. arcsin x f(t) = 2 dx. 1 x

Eindexamen wiskunde B1 vwo 2008-II

Examen HAVO. Wiskunde B1,2

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

Examen VWO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

2010-I. A heeft de coördinaten (4 a, 4a a 2 ). Vraag 1. Toon dit aan. Gelijkstellen: y= 4x x 2 A. y= ax

De normale verdeling

META-kaart vwo3 - domein Getallen en variabelen

Paragraaf 11.0 : Voorkennis

Examen VWO. wiskunde B1. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur

8. Differentiaal- en integraalrekening

Examen VWO. wiskunde B1,2. tijdvak 1 dinsdag 2 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

3 Formules en de grafische rekenmachine

Tentamen Wiskunde B CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN WISKUNDE. Datum: 16 januari uur Aantal opgaven: 5

2.0 Voorkennis. Herhaling merkwaardige producten: (A + B) 2 = A 2 + 2AB + B 2 (A B) 2 = A 2 2AB + B 2 (A + B)(A B) = A 2 B 2

Examen VWO. tijdvak 31 dinsdag 25 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B1,2

Examen VWO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl)

Oefenopgave. 3 uur Wiskunde. R.A.Jongerius

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2002-I

~ (" 3 5x5 + 3x3 - gx + C. ~ 1 1-6/5 f (x =~=X65= x. = x~~5 + c = 55X + c V I NTEGRAALREKENING.

Snelle glijbanen. Masterclass VWO-leerlingen juni Emiel van Elderen en Joost de Groot NWD Faculteit EWI, Toegepaste Wiskunde

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2006-I

Bijlage bij Eindverslag van de Nomenclatuurcommissie Wiskunde september 2007

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 maandag 15 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

(g 0 en n een heel getal) Voor het rekenen met machten geldt ook - (p q) a = p a q a

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 22 juni uur

4 Vergelijkingen. Verkennen. Theorie en Voorbeelden

Examen HAVO. wiskunde B1,2. tijdvak 1 dinsdag 20 mei uur

3.1 Kwadratische functies[1]

het antwoord 0, Antwoordmodel VWO wa II Startende ondernemingen Maximumscore % komt overeen met een kans van 0,4 (per 9 jaar) 1

Transcriptie:

Riemannsommen en integralen MET DE TI-NSPIRE Vervangt een deel van 0. uit VWO B deel gghm EEBII 0-0

Inhoud Oppervlakte onder de grafiek... Ondersom... 4 Bovensom... 4 Middensom... 4 Riemannsom... 5 Riemannsom en TI-nspire... 6 Integralen en TI-nspire... 8 Antwoorden... 9

Oppervlakte onder de grafiek. We kijken naar de oppervlakte die zich onder de grafiek van een functie bevindt. Als voorbeeld nemen we een eenvoudig functie: f ( x) = 5 x De grafiek heeft nulpunten ( 5, 0) en (5, 0) en maximum (0, 5). We kijken naar de oppervlakte die wordt ingesloten door de positieve X-as, de positieve Y-as en de grafiek van f ( x ). Zie de afbeelding hiernaast. De exacte waarde van de oppervlakte is 8. We kunnen de gevraagde oppervlakte benaderen door onder de grafiek rechthoekjes te tekenen (van gelijke breedte). In ons voorbeeld nemen we rechthoeken met een breedte van 0,5. We kunnen zo dus 0 rechthoekjes tekenen binnen het interval [0, 5]. Zie afbeelding hiernaast. Vraag : In de afbeelding zie je slechts 9 rechthoekjes. Waarom?? De som van de oppervlakten van deze rechthoekjes is een benadering van de werkelijke oppervlakte. De breedte van de rechthoekjes ligt vast doordat we het totale aantal rechthoekjes op het hele interval gekozen hebben. De hoogte van elk rechthoekje is de functiewaarde die hoort bij de rechtergrens van elk rechthoekje. Zo is bijvoorbeeld de hoogte van het derde rechthoekje gelijk aan f ( ). Vraag : Bereken de som van de oppervlakten van de rechthoekjes op één decimaal nauwkeurig.

Ondersom De benaderde waarde van de oppervlakte is kleiner dan de werkelijke oppervlakte. De rechthoekjes zijn immers steeds onder de grafiek getekend. De som van rechthoekjes onder de grafiek noemen we de ondersom. De rechthoekjes zitten allemaal onder de grafiek omdat we ervoor gekozen hebben steeds de functiewaarde te berekenen die hoort bij de rechtergrens van een rechthoekje. Bovensom We kunnen er ook voor kiezen om de rechthoekjes boven de grafiek uit te laten komen door te kiezen voor de linkergrens van een rechthoekje. De rechthoekjes komen dan boven de grafiek te liggen. De som die dan ontstaat noemen we de bovensom. Vraag : Is het altijd zo dat bij de rechtergrens een ondersom hoort en bij de linkergrens een bovensom? Zo ja, waarom? Zo nee, wanneer dan een bovensom en wanneer een ondersom? Middensom Het ligt voor de hand; je kunt ook een middensom berekenen. In dit geval bereken je bij elk rechthoekje de functiewaarde precies in het midden van het rechthoekje. Meestal is dit de meest nauwkeurige benadering van de oppervlakte onder de grafiek. 4

Riemannsom Riemann was de uitvinder van deze manier om de oppervlakte onder een grafiek te benaderen. Daarom noemen we benaderingen van een oppervlakte onder de grafiek m.b.v. rechthoekjes een Riemannsom. Een bovensom, ondersom en middensom zijn dus voorbeelden van Riemannsommen. We bekijken Riemannsommen even wat abstracter. We benaderen de oppervlakte onder de grafiek van functie f tussen het punt met x = a tot en met het punt met x = b. We verdelen het interval [a, b] in n rechthoekjes. Elk rechthoekje heeft dan een breedte b a Δ x = n Dan is bij een stijgende grafiek de bovensom gelijk aan n k = f ( a+ kδx) Vraag 4: Geef een gelijksoortige formule voor de ondersom bij een stijgende grafiek. Vraag 5: Geef ook een uitdrukking voor de middensom. Moet je hier onderscheid maken tussen stijgende en dalende grafieken? 5

Riemannsom en TI-nspire Een Riemannsom is dus eigenlijk niets anders dan een sommatie van oppervlakten. Dit is met de TI-nspire makkelijk te berekenen (in tegenstelling tot voorgaande grafische rekenmachines). Als voorbeeld nemen we weer de functie f ( x) = 5 x en we benaderen de oppervlakte op het interval [0, 5]. We nemen n = 50 zodat Δx = 0, De ondersom berekenen we met De grafiek is immers dalend. n k = f ( a+ k) Gebruik de sjabloon onder de t toets. De ondersom is 8,08 De bovensom met geeft 84,58 n f ( a+ k) De middensom met (ga dit na!) geeft 8,4 n f ( a+ Δ x+ k) De middensom is het nauwkeurigst. 6

Vraag 6: Gegeven is de functie f ( x) = 8 x. Het vlakdeel V wordt ingesloten door de grafiek van f, de Y-as en de positieve X-as. Bepaal met een Riemannsom een benadering van de oppervlakte van V. Neem Δx = 0,4. Vraag 7: Gegeven is de functie f( x) = x+ 6. Het vlakdeel V wordt ingesloten door de grafiek van f, de Y-as en de negatieve X-as. Bereken m.b.v. onder- en bovensom tussen welke grenzen de oppervlakte van V ligt. 7

Integraal en TI-nspire Het berekenen van een Riemannsom is een benadering van de oppervlakte onder een grafiek. Het is een numerieke methode die, sinds de intrede van de computer, weer vaker gebruikt wordt. Realiseer je goed dat een oppervlakte van bijvoorbeeld benadert zal worden met e iets van 0.605588856. Waanzinnig nauwkeurig maar niet exact! Hoe zou je nu de exacte waarde kunnen berekenen? Jawel, met een limiet! Als we Δx naar 0 laten naderen dan wordt de uitkomst van een Riemannsom steeds nauwkeuriger! n lim ( + Δ ) Δ Δ x 0 f a k x x geeft een exact resultaat. b De bovenstaande limiet wordt genoteerd als een integraal: f ( xdx ) Het berekenen van zo n integraal noemt men integreren. De CAS versie van de TI-nspire kan vele integralen algebraïsch berekenen. Voorbeeld: Gegeven is de functie f ( x) = e x Gevraagd is de oppervlakte van het vlakdeel dat ingesloten wordt door de X-as, de Y-as en de grafiek van f(x). Uitwerking: Gevraagd: a) Benader de oppervlakte van het vlakdeel met een middensom. Neem Δx = 0,0 b) Bereken de integraal van 0 tot van f(x) dx b a 0 n = = = 00 Δx 0,0 a) b) 99 x 0 e f(0 + 0,005 + k 0,0) 0,0 6,8 dx= 0,6 e a Ga nu verder met opdracht 7 van hoofdstuk 0 van het boek VWO B deel 8

Antwoorden Vraag De hoogte van het 0 e rechthoekje is 0 want f(5) = 0 Vraag Vraag De som is: 0,5 f(0,5) + 0,5 f() + 0,5 f(,5) +... + 0,5 f(4,5) + 0,5 f(5) = 0,5 4, 75 + 0,5 4 + 0,5, 75 +... + 0,5 4, 75 + 0,5 0 66,88 Het is niet altijd zo dat bij de rechtergrens een ondersom hoort. Dit is alleen zo bij een dalende grafiek. Bij een stijgende grafiek krijg je een ondersom als je de linkergrens van een rechthoekje neemt. Vraag 4 Bij een stijgende grafiek is de ondersom gelijk aan n f ( a+ kδx) Vraag 5 Vraag 6 Bij zowel een stijgende als dalende grafiek is de middensom n of n k = f ( a+ Δ x+ kδx) f ( a Δ x+ kδx) Grafiek schetsen en vlakdeel bepalen. nulpunt berekenen : 8 x = 0 dus x = nulpunt (, 0) n = : 0,4 = 5 ondersom: = 0,4 bovensom: middensom: 4 (8 (0 + k 0, 4) ) 0, 4 =,44 4 (8 (0 + 0. + k 0, 4) ) 0, 4 =,08 Vraag 7 nulpunt bij (, 0) ondersom: bovensom: 5 ( ( + k 0,5) + 6 0,5) 4,9 6 ( ( + k 0,5) + 6 0,5) 5,46 k = Dus 4,9 4,9 opp 5, 46 9